Hoe is het met GnuCash?

De afgelopen jaren heb ik regelmatig geschreven over GnuCash, een gratis en open-source boekhoudpakket dat ik stilletjes en stapsgewijs in gebruik aan het nemen ben. De bedoeling is dat ik hiermee op termijn mijn spreadsheets ga vervangen. Dat scheelt mij tijd, want dan hoef ik zelf geen programmeerwerk meer te doen. Maar het kost wel tijd om alles in te richten naar mijn wensen. Mijn lat ligt dan ook hoog, ik wil echt alles bij kunnen houden.

Stand van zaken

De afgelopen maanden heb ik stapsgewijs mijn hele financiële leven in GnuCash ingebracht. In elk geval vanaf 1 januari 2013, de dag dat mijn huidige financiële leven begon na mijn echtscheiding.

Elke transactie. Op mijn bankrekening, mijn spaarrekeningen. Mijn creditcards, mijn beleggingsrekening. Contant geld vanaf het moment dat we terugkwamen uit het Verre Warme Land. Duizenden transacties heb ik ingelezen, gecontroleerd. Die had ik allemaal digitaal beschikbaar, ik houd mijn persoonlijke financiën immers al bij sinds 2003. En tot op de dag van vandaag sluit het allemaal tot op de cent nauwkeurig aan. Dat geeft eigenlijk best wel een kick.

Het gebruiken van een echt dubbel boekhoudsysteem geeft me ook weer veel nieuwe mogelijkheden. Zo kan ik bijvoorbeeld de kosten van iets wat ik declareer op mijn werk, en de opbrengst van de declaratie, tegen elkaar wegboeken op dezelfde rekening. Idem dito met de kosten van een borrel met vrienden en de door hen betaalde bijdrage waarvoor ik een Tikkie stuurde. Dat geeft een veel reëler beeld van mijn eigen uitgaven. Ook splits ik de maandelijkse reguliere hypotheekbetaling nu in een rente-deel (uitgaven) en een aflossingsdeel (vermogensopbouw). Ook dat geeft een reëler beeld. De uitvinder van het dubbel boekhoudsysteem, voor het eerst beschreven door de Italiaanse monnik Luca Pacioli in de 15e eeuw, maar waarschijnlijk bedacht door kooplieden in het oude Florence van de 13e eeuw, was waarlijk briljant!

Inmiddels heb ik twee administraties in GnuCash volledig ingericht. De Gezamenlijke Huishoudadministratie met Vriendin, met daarin onze gezamenlijke bankrekening maar ook onze woning en de hypotheek. En mijn eigen Persoonlijke Administratie, met daarin mijn eigen bankrekeningen, contant geld, en aandelentransacties sinds 2013.

Was het nodig om terug te gaan tot 2013? Natuurlijk niet. Ik had ook gewoon kunnen beginnen op 1 januari 2021 of 2022. Maar het heeft me veel geleerd over het dubbel boekhoudsysteem en over mijn eigen financiën. Ik houd van compleet zijn. En ik krijg niet gauw genoeg van klooien met cijfers, dat blijkt maar weer.

Wat is er nog te doen?

Veel. Maar dat geeft niet. Ik heb geen haast. En het voorlopig bijhouden van twee boekhoudingen, in Excel en in GnuCash, kost niet zo heel veel tijd. Beide zijn immers vergaand geautomatiseerd. De afgelopen maanden waren ook druk met andere dingen. Ik heb jaren gedaan over het vervolmaken van mijn spreadsheets, ik mag van mezelf ook een paar jaar doen over de ingebruikname van GnuCash.

Ik ben nog bezig om alle grootboekrekeningen individueel langs te lopen en te controleren op gekke boekingen. Het systeem van GnuCash dat automatisch leert waar een boeking thuishoort naarmate je er meer verwerkt is erg goed maar niet perfect. Met al die duizenden transacties sluipt er wel eens een foutje in. En de (vrij dominante) perfectionist in mij heeft de zaken graag goed op een rijtje…

Ook moet ik nog kijken hoe ik automatisch de actuele koersen van mijn beleggingen op kan halen. GnuCash heeft hier functionaliteit voor, onder andere met behulp van Alpha Vantage. Daar moet ik mij nog even goed op inlezen. Want uiteindelijk wil ik er geen handmatig werk aan hebben, net als nu in mijn spreadsheets.

Daarnaast moet ik mijn Budgetten nog inrichten. ook hier heeft GnuCash uitgebreide functionaliteit voor. maar daarvoor moet ik nog goed nadenken over de juiste instellingen. Eerst inlezen en nadenken, dan pas doen.

Verder moet ik nog bedenken hoe ik mijn potjessysteem verwerk in GnuCash. Bij mijn blog over de financiële voorbereiding op 2022 ontstond daarover in de comments een interessant gesprek met Sjaak Trekhaak en Spreadsheets FTW. Ik heb helaas nog geen tijd gehad om daar dieper in te duiken (en ik wil ook eerst alle boekingen er goed in hebben zitten). Maar dat wordt ergens in de komende periode nog wel een projectje (en vast en zeker ook een blogpost).

En tenslotte moet ik ook nog beginnen met het inrichten van de rapportages. Ik heb al een beetje lopen spelen met de standaardrapportages, maar je kunt ook maatwerkrapportages inrichten. Want ik wil mijn geld natuurlijk minstens net zo goed in de gaten kunnen houden in GnuCash als dat ik al doe in Excel! En daar zijn rapportages onmisbaar bij.

Genoeg te doen dus.

Werk jij ook met GnuCash? En heb je nog tips voor mij? Voorbeelden die ik over kan nemen?

Het logo van GnuCash aan het begin van dit artikel is eigendom van de GnuCash developers.

Onze nieuwe WOZ-waarde in 2022

De WOZ-waarde van onze eigen woning speelt een belangrijke rol in mijn financiële systeem. Die gebruik ik namelijk jaarlijks om de woning te waarderen bij de berekening van mijn vermogen. De waarde is min of meer objectief vastgesteld, en de WOZ-waarde loopt altijd 1 à 2 jaar achter op de huidige marktwaarde. Daarmee bouw ik wat veiligheidsmarge in bij het berekenen van mijn vermogen. Daar ben ik in het verre verleden namelijk wel eens te optimistisch in geweest.

In Geldnerd City ontvang ik de nieuwe WOZ-waarde normaliter medio februari, als de gemeente ons verblijdt met de aanslag gemeentelijke belastingen voor het huidige jaar. Dit jaar was het begin februari al zo ver. Ik zat er al op te wachten, en herken dus wel iets van de spanning die collega-blogger Geldsnor beschrijft.

En eigenlijk viel ik wel een beetje van mijn stoel van verbazing. De WOZ die we kregen had namelijk als peildatum 1 januari 2021. Het verschil tussen de vorige en deze reflecteert dus de waardestijging gedurende het jaar 2020. Volgens het CBS stegen de prijzen van koopwoningen in Nederland in die periode met ruim 9%. Maar de stijging van onze WOZ-waarde is slechts 2,7%. Ik heb ook nog het taxatierapport van de gemeente gedownload, maar daar krijg ik ook echt niet een idee van deze relatief beperkte stijging. We hebben gewoon geluk gehad met de woningen waar we mee vergeleken zijn, of de gemeente is niet van plan om de WOZ helemaal met de gekte op de woningmarkt mee te laten bewegen. Onze ontwikkeling wijkt namelijk nogal af van de CBS-prijsindex van bestaande koopwoningen.

Gelukkig heb ik geen prijsstijging meer nodig om mijn hypotheekrente te kunnen verlagen. Wij zitten met onze hypotheek al jaren in de laagste risicocategorie, onze huidige LTV is 32,5%. Dus eigenlijk is een beperkte stijging alleen maar voordelig. Het scheelt volgend jaar bij de berekening van het eigenwoningforfait in onze belastingaangifte.

Impact op de grafiekjes

Door de hogere WOZ-waarde verschuiven er weer wat lijntjes in mijn grafieken. Mijn bekende ‘huisjesgrafiek‘ gebruikt namelijk de WOZ-waarde als 100%. Daar gaan vanaf het ingelegde eigen geld bij aankoop, de reguliere en extra aflossing op de hypotheek, en de resterende hypotheek. Wat er overblijft is de overwaarde.

In onderstaande grafieken zie je links de grafiek op basis van oude WOZ-waarde, en rechts de grafiek op basis van nieuwe WOZ-waarde. Het verschil is dit jaar niet groot, maar wel duidelijk zichtbaar. Het gele vlak van de overwaarde is weer iets groter geworden.

En onderstaand zie je hoe de verschillende onderdelen van deze grafiek zich door de jaren heen ontwikkeld hebben. Belangrijkste voor mij is dat het rode deel, de resterende hypotheek, steeds iets sneller klein wordt. Het effect van versneld aflossen volgens de sneeuwbalmethodiek.

Het blijft natuurlijk allemaal papieren rijkdom. Het is pas echt geld als we de woning verkopen. Ook een reden waarom het goed is dat de WOZ-waarde niet nóg hoger wordt. Volgende maand krijgen jullie weer mijn halfjaarlijkse hypotheekupdate. Die is dus op basis van deze nieuwe WOZ-waarde.

En het is weer WOZ-seizoen, dat is duidelijk! Onder andere De Budgetman en Geldsnor schreven er ook over.

Hoe is het met jouw nieuwe WOZ-waarde?

Eigen vermogen 2022

Mijn voornemen is om jaarlijks even te kijken naar de samenstelling van mijn eigen vermogen. Dat heb ik medio vorig jaar voor het eerst gedaan, ik keek toen terug op vijf jaar vermogensontwikkeling. Daarna heb ik ook uitgebreid beschreven hoe ik mijn eigen vermogen bereken. We zullen dus vooral kijken naar de ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Vermogenscomponenten

De samenstelling van mijn eigen vermogen blijft eenvoudig.

  1. Ik heb een beperkte hoeveelheid spaargeld, mijn potjes.
  2. Daarnaast heb ik een beleggingsportefeuille. Hier doe ik elke maand een extra inleg en aankoop in, en verder beweegt deze mee met de bewegingen van de wereldwijde aandelenmarkten.
  3. Wij hebben een eigen woning, hierin zitten twee soorten vermogen.
    1. Ten eerste eigen geld dat we erin gestoken hebben bij de aankoop en door de reguliere en extra aflossingen op onze hypotheek.
    2. En ten tweede overwaarde doordat de WOZ-waarde inmiddels fors hoger is dan bij de aankoop van deze woning. Ik gebruik de WOZ-waarde als waarderingsgrondslag voor onze eigen woning in mijn vermogen.

Verder heb ik geen bezittingen die ik waarde toeken en meeneem in mijn eigen vermogen. Geen tweede of derde of vierde huis (zoals sommige bewindslieden in het kabinet Rutte-4). Geen waardevolle kunst of postzegelverzameling. Geen waardevolle inboedel. Geen auto. Mijn leven is eenvoudig en dat wil ik graag zo houden.

Balanceren

Zoals ik mijn beleggingsportefeuille wil balanceren rond een gewenste verdeling probeer ik dat ook met mijn vermogen. De hoeveelheid spaargeld die ik aanhoud is minimaal, en ‘gerationaliseerd;’ door het aantal maanden inkomensbuffer en de inhoud van de potjes. Meer spaargeld dan dat hoef ik niet te hebben.

De verdeling tussen het geld in de beleggingsportefeuille en in de eigen woning is natuurlijk lastiger. Want bij beide heb ik alleen controle over de inleg. Ik heb helaas / gelukkig (doorhalen wat niet van toepassing is) geen enkele controle over de ontwikkeling van de waarde. Dat gebeurt op ‘de markt’. Bij mijn beleggingen op elke handelsdag op de beurs, bij onze eigen woning jaarlijks bij de vaststelling van de WOZ-waarde.

Daarom probeer ik de inleg in de (aflossing van de) hypotheek en de inleg in mijn beleggingsportefeuille ongeveer gelijk te houden. Een euro naar de beleggingen en een euro naar het huis. Dat lukt vrij redelijk, al loopt het wel iets uit elkaar door de groei van onze aflossingssneeuwbal. Mijn maandelijkse inleg in de beleggingsportefeuille indexeer ik jaarlijks met de inflatie, hopelijk kan ik dat volhouden als de inflatie mijn koopkracht opeet.

Ontwikkeling van het vermogen

In 2021 realiseerde ik een mooie vermogensgroei van 25,5%. In mijn jaarafsluiting liet ik al zien hoe dit tot stand kwam.

Meerjarig zie je dat terug in onderstaande grafiek. De nauwelijks veranderende gele lijn van het spaargeld. De gestaag groeiende beleggingsportefeuille. Het traag maar gestaag groeiende blauwe vlak van het eigen geld in onze woning. En de eens per jaar veranderende overwaarde in het rode vlak.

Als ik terugkijk in mijn administratie is wat ik maandelijks inleg in mijn beleggingsportefeuille en wat ik maandelijks aflos op onze hypotheek ongeveer hetzelfde bedrag. Dat vind ik nog steeds een goede verdeling. Het levert met onze hypotheekrente misschien niet het hoogste rendement op, maar het verlaagt wel de verplichte maandelijkse lasten. En dat is ook vrijheid, minder geld nodig om rond te komen. Dat geeft keuzevrijheid.

Kijk jij wel eens naar de opbouw van je vermogen?

Meerjarenoverzicht uitgaven

Regelmatig lees ik andere blogs en denk ik ‘hoe zit dat eigenlijk bij mij?’. Dat had ik ook bij deze blog van Geldsnor waarin hij een totaaloverzicht gaf van de uitgaven in Huize Geldsnor in de afgelopen drie jaar. Tijd dus om er ook voor Huize Geldnerd in te duiken.

De opzet hier is wel iets anders. In Huize Geldnerd hebben we een aparte administratie voor de gezamenlijke huishouding. Daarin zitten dus niet de persoonlijke uitgaven van Geldnerd en Vriendin. Mijn zorgverzekering en zorguitgaven, en mijn mobiele telefoon, zijn bijvoorbeeld onderdeel van mijn persoonlijke administratie. Maar voor de gezamenlijke huishouding is het heel eenvoudig om een totaaloverzicht te maken. En omdat ik de standaardkleuren van Excel gebruik hebben de jaren zelfs dezelfde kleuren als in de blogpost van Geldsnor.

Twee categorieën springen er uit in deze grafiek. Huisvesting en Huishoudelijk / Voeding. In de categorie Huisvesting vallen alle uitgaven gerelateerd aan wonen. Niet de hypotheekaflossing, die reken ik als vermogensopbouw omdat het huis een stukje extra van ons wordt. Maar wel de hypotheekrente, de gemeentebelastingen, waterschap, en onze bijdrage voor de VVE. En ook water, gas en elektra.

Hierbij valt op dat de uitgaven in de categorie Huisvesting de afgelopen jaren gedaald zijn. Terwijl de gemeente en het waterschap toch elk jaar wat extra geld van ons willen hebben. En aan elektra, gas en water waren we afgelopen jaar (door het thuiswerken) ook meer kwijt. Waardoor de daling dan wel komt? Door het versneld aflossen van de hypotheek!. Want daardoor betalen we elk jaar fors minder hypotheekrente. In mijn achterhoofd wist ik dat natuurlijk wel. Maar dat die daling van de uitgaven aan hypotheekrente zo groot is dat die meer dan compenseert voor de stijging van de andere posten? En dat onze uitgaven voor huisvesting dus dalen de afgelopen jaren? Dat had ik niet verwacht. Een mooi inzichtje, en een extra motivatie om versneld af te blijven lossen.

Huishoudelijk en Voeding is de andere grote categorie. Hier heb ik afgelopen zomer al uitgebreid naar gekeken. En geconstateerd dat daar een stijgende lijn in zit. Combinatie van inflatie en vrijwel volledig thuiswerken. Want normaliter vielen de lunches op werkdagen in onze eigen persoonlijke uitgaven, maar sinds het begin van de coronapandemie zijn ze onderdeel van de dagelijkse boodschappen geworden.

In deze categorie vallen ook de uitgaven voor ons Hondje. Die in 2021 gelukkig iets lager waren omdat Hondje geen grote medische noodgevallen had zoals in 2020.

Wat hierbij wel opvalt is dat de supermarkt onze hofleverancier is. We zijn geen mensen die elke zaterdag (of op een andere weekdag) een rondje langs de bakker, de slager en andere speciaalzaken maken. Gemak en gemakzucht, liefst één keer per week boodschappen en dan alles wat er voor die week nodig is, en af en toe de voorraden aanvullen.

Wat ook niet in dit overzicht zit zijn de doosjes wijn van mijn wijnhuis. Want dat betaal ik van mijn eigen geld en zit dus in mijn persoonlijke administratie. En daar zijn jullie nu misschien dan ook wel een beetje nieuwsgierig naar geworden?

Deze eerste grafiek is een beetje lastig leesbaar. Want er is een categorie die ver boven alles uitsteekt. Kasgeld en Overige. Niet omdat ik nou elke week bij de geldautomaat sta, integendeel. Maar in deze categorie zit ook mijn maandelijkse bijdrage aan de gezamenlijke huishouding. Als ik die er uit filter dan wordt het al een stukje overzichtelijker.

Zorgkosten… Jaarlijks de premie voor de zorgverzekering. In 2021 een nieuwe bril. En mijn rekeningen van de tandarts en de mondhygiënist, iets hoger dan bij de gemiddelde Nederlander. In de categorie Inrichting en Elektronica zitten ondermeer mijn gadgets. De laatste echt grote aankoop daar was mijn laptop in 2019.

De categorie Luxegoederen en Diensten is een veelkoppig monster. Hier zitten onder andere mijn uitgaven aan kleding, aan horeca, aan persoonlijke verzorging. In 2020 heb ik relatief veel kleding aangeschaft omdat ik stevig was afgevallen. Ook heb ik in dat jaar een opleiding gedaan en zelf betaald. In 2021 gaf ik, door de pandemie en het continue thuiswerken, juist veel minder uit aan kleding en dus ook in deze categorie.

Bij de hobby’s is de personal trainer in 2019 en 2020 duidelijk zichtbaar. In 2021 heb ik noodgedwongen een tijdje stilgezeten, maar sinds een tijdje beweegt Geldnerd weer (zij het goedkoper dan daarvoor). En over onze vakantie-avonturen heb ik eerder al geschreven.

Het voordeel van af en toe terug kunnen kijken is dat je trends ziet. Bijzonderheden. Die geven inzicht om te blijven sturen op mijn financiën. Niet voor niets is ‘houd bij wat er binnenkomt en wat je uitgeeft’ nog steeds het belangrijkste advies als je grip wilt krijgen op je eigen financiën!

Heb jij zicht op jouw uitgaven?

Het einde van de No Spend Days

Een van de vele zinloze statistiekjes die mijn administratie voor mij bijhoudt zijn de No Spend Days (NSDs). Dat begrip heb ik niet zelf verzonnen, ik zag dat veel (Amerikaanse) bloggers dat ook bijhielden, en dan wil ik ook altijd weten hoe het in mijn situatie zit. NSDs zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, Apple Pay, of contant geld.

Corona zorgde er het afgelopen jaar nog steeds voor dat het aantal NSDs hoger is dan ‘vroeger’. Gemiddeld had ik er toen een stuk of 10 per maand. In 2021 waren het er minimaal 20 per maand.

Maar toen ik tijdens mijn jaarafsluiting 2021 daar over nadacht, realiseerde ik mij dat dat heel erg logisch is. No Spend Days zijn steeds minder relevant. En dat zit in de definitie. Met de categorieën die ik daartoe reken gaat het grotendeels om uitgaven die ik buiten de deur doe. Maar ik doe steeds minder uitgaven buiten de deur. En dat komt niet alleen door de coronapandemie en de sluiting van de detailhandel. Ook voordat corona de wereld trof deed ik een groot deel van mijn aankopen al via het internet. Corona heeft die ontwikkeling alleen maar versneld.

De NSD is dus geen goede maatstaf meer om te meten op hoeveel dagen ik geld uitgeef, en hoeveel dagen per maand ik er in slaag om mijn portemonnee in mijn zak te houden. Want uitgaven via internet betaal ik regelmatig met mijn creditcard (die wel meetelt in mijn NSD-berekening), maar minstens net zo vaak gewoon via iDeal (die niet meetelt in mijn NSD-berekening). Dus de NSD houdt mijzelf een beetje voor de gek. Het gaat om wat ik uitgeef. Niet om wat ik buiten de deur uitgeef.

Dus heb ik een nieuwe indicator bedacht. De No Expense Days (NEDs). Dat zijn de dagen waarop ik geen enkele uitgave doe. Geen transacties naar ‘buiten’. Alleen transacties tussen mijn eigen rekeningen mogen wel, en inkomsten tellen ook niet mee. Maar elke boeking vanaf mijn bankrekening naar buiten telt mee.

Natuurlijk kan ik hier ook een beetje mee spelen. Online shoppen op de dagen dat mijn reguliere uitgaven worden geboekt, zoals het abonnement voor mijn telefoon. Maar de NED geeft een veel completer beeld van mijn uitgaven dan dat de NSD doet. En ik ben dol op statistiekjes. Dus heb ik deze ingebouwd in mijn administratie. Inclusief grafiek. Nog niet online, maar wel voor mijzelf.

Op basis van de macro die ik al had voor de NSD was de No Expense Day niet zo heel moeilijk om te programmeren. No Expense Days bereken ik per maand, op mijn lopende rekening. Dat zijn criterium 1 en 2. Daarna filter ik de uitgavenrekeningen in mijn administratie, criterium 3. En tenslotte tel je de afzonderlijke dagen waarop die transacties plaatsvinden, criterium 4. Het aantal dagen per maand minus het aantal dagen waarop ik uitgaven gedaan heb is het aantal NEDs per maand.

Uiteraard moeten er dan ook grafieken komen. Voor 2021 heb ik de No Spend Days en de No Expense Days naast elkaar gezet. Uiteraard is het aantal No Expense Days elke maand lager dan het aantal No Spend Days. Logisch, omdat alle uitgavencategorieën in de No Expense Days meetellen, en alleen de uitgaven buiten de deur in de No Spend Days.

In mijn kwartaalrapportages zul je dus vanaf heden de No Spend Days niet meer tegenkomen. Maar wel de No Expense Days. Als maatstaf voor mijn spaarzaamheid.

Kijk jij ook wel eens op een andere manier naar jouw uitgaven?

Gadgets en Timing

Twee weken geleden keek ik naar de inhoud van de potjes in mijn administratie per 1 januari 2022. Daarbij viel op dat het ‘Gadgets / Tech’ potje wel erg vol zat. Tijd om daar weer eens uitgebreider naar te kijken.

Als het moet…

Ik heb een periode gehad waarin ik elk jaar het nieuwste model iPhone kocht. Dat loopt met de prijzen van die apparaten behoorlijk in de papieren. De omslag kwam voor mij in het Verre Warme Land (VWL). Door de beperkingen in het mobiele internet had het voor mij geen enkele zin om jaarlijks een nieuwe telefoon te kopen. Bovendien waren gadgets slecht verkrijgbaar en was garantie en reparatie een probleem. Dus de telefoon die ik kocht voordat ik naar het VWL vertrok heeft het uiteindelijk bijna vier jaar volgehouden. En de iPhone 8 die ik vervolgens eind 2017 kocht gaat inmiddels al ruim vier jaar mee.

Mijn onofficiële regeltje is sindsdien dat ik dingen pas mag vervangen als het moet. Als het kapot gaat. Daarmee neem ik het risico dat het allemaal bij elkaar komt in de tijd. Dan is het hebben van een potje verstandig. Eigenlijk zou ik dus in staat moeten zijn om in één en dezelfde maand zowel een nieuwe telefoon als tablet als laptop als server te kopen. Daar heb ik een behoorlijk potje voor nodig.

Nu is mijn telefoongebruik wel veranderd de afgelopen jaren, en niet alleen door Corona. De afhankelijkheid van mijn telefoon voor mijn digitale beveiliging is groter geworden, want mijn app voor multifactor authenticatie (MFA) staat op de telefoon. Ook mijn banken gebruiken tegenwoordig vooral de mobiele telefoon voor toegang tot de internetbankieren omgeving en het valideren van betalingen en overboekingen, in plaats van een aparte ‘reader’. Dat pleit er mogelijk voor om de telefoon te vervangen voordat die kapot gaat? Ik heb besloten dat niet te doen, want mijn tablet is voor beide functies de backup. En de kans dat ik beide tegelijk kwijtraak is niet heel groot.

De tablet is vervangen in 2019. En dat was weer de vervanger van de tablet die ik kocht begin 2014. Deze moet dus nog wel even meekunnen. Ik gebruik de tablet vooral als e-reader voor kranten, tijdschriften, en boeken. En om blogjes en andere schrijfsels op te maken. Geen zware grafische toepassingen, gedoe met foto’s en video’s, of zware spelletjes dus.

En dan mijn server, die dateert alweer uit 2016. Tegen mijn verwachting in werd het model toch meegenomen in de upgrade naar de nieuwe firmware van QNAP, daarmee is zijn levensduur weer wat verlengd. De disks zijn nog lang niet vol, zoveel sla ik niet op. In de loop der jaren zijn er wel wat functies bijgekomen. Naast backup-server is het apparaat ook een testserver waar een kopie van mijn websites op draait. En sinds een tijdje experimenteer ik ook met ‘smart home’ toepassingen met Home Assistant. Dat draait in een ‘container’ op mijn server.

Mijn laptop is vervangen in 2019, de oude uit 2014 werd erg traag. Sindsdien is het gebruik van de laptop geïntensiveerd, sinds het voorjaar van 2020 gebruik ik die ook om vanuit huis in te loggen op mijn werkplek voor het dagelijkse thuiswerken. Verder ben ik geen intensieve gebruiker, ik speel geen zware spellen (waar halen mensen de tijd vandaan? oh ja niet iedereen blogt). Het zou dus best kunnen dat deze laptop het volhoudt tot in 2024. Maar as ‘ie kapot zou gaan moet er wel meteen een nieuwe komen. Potjes volstorten dus!

Klein grut

Toen ik door mijn administratie struinde, op zoek naar de diverse gadgets, viel me nog iets op. De afgelopen jaren is er ook het nodige ‘klein grut’ ons huis binnengekomen. Een router, een printer, WIFI toegangspunten (en in 2020 snellere versies voor het videovergaderen), mijn SONOS systeem, en recenter de slimme thermostaat en een aantal slimme schakelaars voor het aansturen van verlichting. Toen ik dat bij elkaar optelde kwam ik ook nog op een bedrag van gemiddeld zo’n € 700 per jaar. En dat naast de ‘grote drie’ laptop, server en smartphone.

201320142015201620172018201920202021
Smartphone8001.200
Laptop1.7502.700
Server8001.700250
Tablet750800
SONOS900400
Router200
WIFI-punten300400
Printer425
Thermostaat525
Schakelaars100
Totaal8003.30003.3251.2002003.750800625

Oplettende lezers missen mijn sportgadget. Dat klopt, die wordt namelijk uit mijn Gezond Leven potje betaald, niet uit het Gadgets potje. Niemand schrijft voor dat ik consistent moet zijn…

Wat betekent dit voor het potje?

Begin januari zat er € 3.100 in het potje voor Gadgets en Technologie. Gegeven de leeftijd van met name mijn server en mijn telefoon vind dat geen overbodige luxe. Ik wil als uitgangspunt gaan hanteren dat ik minimaal twee van de ‘grote drie’ laptop, server en smartphone gelijktijdig moet kunnen vervangen en daarnaast ook de ‘klein grut’ uitgaven voor een jaar wil kunnen doen. Dat zou voorlopig betekenen dat er minimaal € 5.000 in het potje zou moeten zitten. Ik ga dus nog maar even door met de reguliere storting van € 200 per maand in dit potje. Als een van de ‘grote drie’ dit jaar toch vervangen wordt, of als er meer dan € 5.000 in het potje zit, kijken we wel weer verder.

Ondertussen is de eerste gadget van 2022 ons huis ook al binnengeslopen. We hebben een Chromecast gekocht. Die werd noodzakelijk wenselijk omdat onze Samsung TV steeds minder apps ondersteunt en wij het vertikken om na 5 jaar een nieuwe TV te kopen. En die aankoop praat ik voor mezelf goed door te denken dat het in elk geval geen (veel duurdere) Apple TV is….

En wat een luxe en voorrecht dat ik me dit gewoon kan veroorloven.

Denk jij ook vooruit voor grote uitgaven?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden