Geldnerd.nl

Blog over (financieel) bewust leven

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Box 3 is gewoon rechtvaardig…

… Zegt de staatssecretaris….

Het ministerie van Financiën heeft wederom die oude Haagse truc toegepast. Brieven over gevoelige onderwerpen stuur je op de eerste dag van het reces (in dit geval herfstreces), het moment dat de pers meestal niet goed oplet, en zodat ze onderaan de stapel liggen als de Kamer terugkomt.

In dit geval gaat het om de kabinetsreactie op de vraag of de vermogensrendementsheffing over de periode 2013 – 2016 strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en of belastingplichtigen gecompenseerd moeten worden.

Conclusie, niet onverwacht, is dat de staatssecretaris vindt dat alles keurig is en dat compensatie dus niet aan de orde is…. Je verwacht het niet, toch?!

Geloof jij dat er ooit compensatie zal komen?

Elektra, gas en water in 2020

Jaarlijks schrijf ik over ons verbruik van elektra, gas en water. Dat doe ik vooral om onszelf een beetje scherp te houden. De laatste keer was in oktober 2019, dus is het inmiddels weer tijd voor een update. De jaarafrekening van onze energieleverancier, die ik onlangs ontving, was hiervoor een goede reminder. Ons maandbedrag ging overigens omlaag, met € 4,00.

Sommige mensen schrijven dagelijks of wekelijks hun meterstanden op. Dat doen we niet hier in Huize Geldnerd. We hebben ook geen ‘slimme meters’. Die zijn ons nog nooit aangeboden. Als dat wel zou gebeuren, weet ik overigens niet of we ze zouden nemen. We hebben ze in onze situatie niet nodig, en hebben eigenlijk ook geen behoefte aan andere partijen die mee gaan kijken met ons verbruik. Ik geef de meterstanden keurig door als de leveranciers daar om vragen. En aan het eind van elk kwartaal noteer ik de meterstanden in een van mijn spreadsheets. Daar staat een doorlopende reminder voor in mijn agenda. Door de jaren heen verzamel je dan veel cijfermateriaal.

Energielabel C

Onlangs heb ik een energielabel aangevraagd voor ons huis, omdat het erop leek dat dit volgend jaar fors duurder wordt. We wonen in de onderste helft van een oud herenhuis uit 1906, dat in 2016 volledig gerenoveerd is. We hebben standaard dubbel glas en een gasgestookte combiketel uit datzelfde jaar, 2016. Verder zijn er weinig verduurzamingsmaatregelen mogelijk. Het huis heeft dikke muren van baksteen, maar geen spouwmuur (daar deden ze in 1906 nog niet aan). Verdere isolatie kan alleen met een heel drastische verbouwing, en zonnepanelen zijn op het kleine en gedeelde dak geen optie. Mogelijk komen er ooit andere kozijnen en beter glas, maar we weten nog niet of we hier nog zo lang willen blijven wonen. Dus hebben we nu energielabel C. En verder wachten we maar even af, in elk geval tot de gemeente z’n verduurzamingsstrategie publiceert.

De enige nieuwe energieverbruiker in ons huis is het koffie-apparaat. En wijzelf. Want sinds medio maart werken wij grotendeels thuis. In het voorjaar hebben we daardoor wel wat extra gas verstookt, en dat zal dit najaar en deze winter nog wel meer worden. Ook het elektriciteitsverbruik wordt hoger doordat we vrijwel elke dag thuis zijn, en ook niet meer lange weekenden of enkele weken elders verblijven voor vakantie. Het NIBUD heeft berekend dat thuiswerken gemiddeld € 2 per dag kost. De thuiswerkvergoeding in de recente CAO voor rijksambtenaren is ook op dat onderzoek gebaseerd.

Verder ben ik afgelopen jaar begonnen met het vervangen van de halogeenlampen door LED-verlichting, ik schreef er vorig jaar al over. Van de 34 halogeen-lichtpunten zijn er inmiddels 9 vervangen door LED. Ja, ook daarvoor houd ik een spreadsheet bij….

Normbedragen

Jaarlijks kijk ik even bij het NIBUD naar de vergelijkingsbedragen voor elektriciteits-, gas- en water-verbruik. Daar is dit jaar wat veranderd. Het gemiddelde elektriciteitsverbruik voor een tweepersoons huishouden was 3.005 Kwh, en is nu 2.860 Kwh. Het gemiddelde gasverbruik voor ons soort woning was 1.350 m3 en wordt nu 1.290 m3. Water was 93 m3 en blijft onveranderd.

Voor 2017, 2018 en 2019 heb ik gebruik gemaakt van de werkelijke meterstanden. Voor 2020 heb ik meterstanden tot en met het einde van het derde kwartaal. Voor het vierde kwartaal heb ik een prognose gemaakt, gebaseerd op het gemiddelde daadwerkelijke verbruik van het vierde kwartaal van 2017, 2018 en 2019. Het totale jaarverbruik 2020 is dus uiteraard nog een prognose.

Analyse

In de jaargrafiek zien we een stijgend verbruik in 2020, voor alle drie de categorieën Elektra, Gas en Water. Voor elektra en water zitten we boven het gemiddelde verbruik voor ons soort huishouden, bij gas zitten wij nog steeds ruimschoots onder dat gemiddelde verbruik. Overigens staat de verwarming hier, als ‘ie aanstaat, standaard op 19,5 graden Celsius. Heel af en toe, als dat oncomfortabel aanvoelt, maken we er 20,0 graden Celsius van.

Op basis van de afgelopen periode vind ik het nog moeilijk om in te schatten wat de oorzaken van deze stijgingen zijn. Zeer waarschijnlijk is dat toch ons thuiswerken, en het feit dat we niet enkele keren voor één of twee weken buitenshuis geweest zijn. Verder is ons gedrag thuis namelijk niet veranderd. We zullen zien hoe zich dit het komende jaar ontwikkelt. En ik ben ook wel benieuwd naar ons daadwerkelijke verbruik in het vierde kwartaal van 2020. Als dat substantieel afwijkt van de prognose op basis van het gemiddelde van afgelopen jaren, dan is dat een eerste indicatie.

Het Verre Warme Land

Nu het weer herfst is, denk ik iets vaker terug aan het Verre Warme Land (VWL) waar wij woonden van eind 2013 tot medio 2016. En waar het 365 dagen per jaar heerlijk warm was. Ook daar hield ik de meterstanden bij, in elk geval van de woning waar we het grootste deel van die tijd gewoond hebben. Dat was van 1 maart 2014 tot 1 mei 2016, iets meer dan twee jaar dus. Ik heb dus het verbruik even vergeleken met de Nederlandse situatie.

  • Ons elektriciteitsverbruik was daar ongeveer 5.700 Kwh per jaar. Dat is ruim 60% meer dan hier in Nederland. Niet vreemd als je bedenkt dat er elke nacht een airconditioning stond te draaien om het klimaat in de slaapkamer draaglijk te maken. En de enorme Amerikaanse koelkast met ingebouwde ijsmachine, en dito Amerikaanse wasmachine, zullen ook niet echt geholpen hebben… De verbruikskosten (omgerekend naar de wisselkoers van begin oktober) waren maar ongeveer 20% hoger dan hier in Nederland. De prijs per Kwh was weliswaar veel hoger, maar de belastingen waren er dan weer veel lager.
  • Ons waterverbruik lag rond de 225 m3 per jaar. Dat is bijna het dubbele van wat we hier in Nederland verbruiken. vanwege het klimaat douchten we meestal twee keer per dag. En ons huis had een tuin die tweemaal per dag automatisch bewaterd werd. Deed je dat niet, dan waren alle planten binnen enkele dagen morsdood. En dan hadden wij niet eens een zwembad, anders was ons verbruik nog veel hoger geweest. Het waterverbruik kostte ongeveer 2,5 keer zoveel als het waterverbruik in Nederland ons kost. Het was niet goedkoop om daar te wonen.
  • Gas kwam daar in grote flessen. Dat gebruikten we om te koken en voor de warmwatervoorziening. Helaas weet ik niet meer hoeveel gas er in één fles zat, ik kan dus niet meer nagaan hoeveel gas we verbruikt hebben. Het waren in die periode 9 flessen, dat kon ik nog wel terugvinden in mijn spreadsheet.
  • En mocht het je interesseren: in het VWL hadden we geen riolering maar een septic tank. Die is tussen maart 2014 en mei 2016 7 keer geleegd, in totaal 96 m3 afvalwater. Dat is gemiddeld iets meer dan 125 liter per dag.

Hoe zit het met jouw energieverbruik?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

Waarom wij toch een lineaire hypotheek kozen

Inmiddels is het bijna 4 jaar geleden dat wij Geldnerd HQ kochten. In de aanloop daar naartoe hebben Vriendin en ik ons samen verdiept in de financieringsmogelijkheden. We zijn toen uitgekomen bij (in mijn ogen) de eenvoudigste hypotheek die er is. De lineaire hypotheek. Dat is een van de twee hypotheeksoorten die nog recht geeft op hypotheekrente-aftrek. Voor zolang het nog duurt (de andere is overigens de annuïteitenhypotheek).

Ik ben nog steeds erg blij met onze simpele recht-toe-recht-aan hypotheek. Ook omdat ik in het verleden een paar dure lessen geleerd heb met aflossingsvrije (woeker)hypotheken. Ik heb 2,5 jaar geleden al eens uitgebreid beschreven waarom we gekozen hebben voor onze huidige constructie. Maar de laatste tijd lees ik regelmatig kritische opmerkingen over lineaire hypotheken, en zelfs berichten waarin mensen wordt geadviseerd om toch vooral een aflossingsvrije hypotheek te kiezen. Dat vind ik erg gevaarlijk.

En natuurlijk weet ik dat huizen in bepaalde delen van Nederland, met name hier in de Randstad, erg duur zijn. Dat de hypotheekregels de afgelopen jaren zijn aangescherpt waardoor je nog maximaal de (taxatie)waarde van de woning mag lenen, en dat je dus altijd eigen geld mee moet brengen. Ook besef ik dat veel starters een studieschuld met zich meedragen die ook meeweegt in het maximumbedrag dat je kunt lenen. Dat voor jongeren een vast contract vaak ver weg is, zeker nu daar een economische (corona)crisis overheen gekomen is. Het is er, kortom, de afgelopen jaren niet makkelijker op geworden.

Ondermeer Wijzer In Finance schreef over de aflossingsvrije hypotheek. Hij verwijst ook naar een artikel in het Algemeen Dagblad. De Telegraaf gaf aan dat aflossingsvrij nog niet zo gek was (wat ik op zichzelf al een reden vind om achterdochtig te worden, sorry Telegraaf-fans). En ook Adine van Lekker Leven Met Minder wijst naar de huidige lage rente, en het feit dat mensen gewoon het liefst zo laag mogelijke maandlasten voor hun huis (kunnen) betalen. Zij wijst ook op de flexibiliteit die je krijgt als je geen maandelijkse aflosverplichting hebt.

Veel mensen zullen niet snel aan een lineaire hypotheek denken. Ze hebben de laagst mogelijke maandlasten nodig om dat ene droomhuis te kunnen kopen. Terwijl je misschien toch moet concluderen dat je boven je stand leeft als je lagere maandelijkse hypotheeklasten nodig hebt om rond te kunnen komen. Maar, ik herhaal, ook hier het besef dat veel mensen in de Randstad waarschijnlijk geen andere keus hebben. Ik heb het zelf in het verleden immers ook gedaan….

Zelf ben ik juist blij met de aflosverplichting. Want zelf sparen om uiteindelijk de hypotheek af te kunnen lossen vraagt discipline, en die heeft lang niet iedereen. Bovendien is een hypotheek een besluit voor de lange termijn. De rente is nu laag, maar hoe zit dat over 5 of 10 jaar als jouw rentevaste periode is afgelopen? En je misschien ineens wel een rente van 5, 6 of zelfs 8 procent voor je kiezen krijgt. Kun je die betalen? Rond 1990 stond de hypotheekrente (5 jaar vast) rond de 10% Die tijden kunnen echt wel weer terugkeren.

Maandlasten bij verschillende hypotheken

De naam zegt het al, een lineaire hypotheek los je lineair af. Elke maand hetzelfde bedrag. Bij een hypotheek van € 360.000 met een looptijd van 30 jaar (dus 30 x 12 = 360 maanden) is dat maandelijks € 1.000. De rente betaal je elke maand over het openstaande hypotheekbedrag. Dus bij een rente van 2,0% per jaar is dat in de eerste maand 1/12 x 2,0% x € 360.000 = € 600. Totale maandlasten in die eerste maand zijn dus € 1.000 aflossing + € 600 rente = € 1.600. Maar in de tweede maand is de rente nog ‘maar’ 1/12 x 2,0% x € 359.000 = € 598,33. Totale maandlasten in die tweede maand zijn dus € 1.000 aflossing + € 598,33 rente = € 1.598,33. En de maand daarop is de rente € 596,67. En zo voort. Iedere maand los je diezelfde € 1.000 af. En iedere maand betaal je een lager bedrag aan rente over het lagere resterende hypotheekbedrag.

Het werkt anders bij een annuïteitenhypotheek. De formule hiervoor is dan ook ingewikkelder. Bij een annuïteitenhypotheek betaal je elke maand hetzelfde totaalbedrag. Aan het begin van de looptijd is dat veel rente en weinig aflossing. Aan het einde van de looptijd is dat weinig rente en veel aflossing. In het eerdere voorbeeld van € 360.000 hypotheek tegen 2,0% rente met een looptijd van 360 maanden betaal je maandelijks € 1.330,63. Dat is in die eerste maand € 270 minder dan bij een lineaire hypotheek. Maar ook in de laatste maand betaal je bij een annuïteit nog steeds € 1.330,63. Bij een lineaire hypotheek betaal je dan € 1.000 + € 1,67 rente = € 1.001,67. Dat is dan weer € 329 minder…

Bij de annuïteitenhypotheek uit dit voorbeeld betaal je over de gehele looptijd € 119.026,84 aan rente. Bij de lineaire hypotheek is dat € 108.300,00. Dat scheelt bijna € 11.000 aan rente. Als je je de hogere maandlasten bij aanvang kunt veroorloven is dat toch makkelijk verdiend. En bij een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek is je restschuld aan het eind van de rit 0 (nul). Je hebt de hele schuld afbetaald en het huis is van jou.

Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je (de naam zegt het al) geen aflossing, alleen maar de rente. Die wordt dan wel elke maand berekent over dat hele openstaande hypotheekbedrag. Weer met dat voorbeeld van € 360.000 en 2,0% rente, dan betaal je dus elke maand, 30 jaar lang, 1/12 x 2,0% x € 360.000 = € 600 rente. Over de totale looptijd van de hypotheek is dat € 216.000. Het dubbele van wat je betaalt met een lineaire hypotheek. En dan heb je aan het eind ook nog steeds die restschuld van € 360.000, dus het huis is nog steeds van de bank. En je moet die schuld echt wel aflossen.

Overwegingen

En ja, dan kun je uiteraard banksparen en/of beleggen om voldoende te sparen om aan het eind van de hypotheek dat bedrag van € 360.000 in één keer af te lossen. Dat dacht ik ook toen ik er aan begon. Maar binnen 10 jaar leerde ik dat het leven soms anders loopt dan je verwacht (een echtscheiding) en dat je ook geen invloed hebt op de wereldeconomie (een kredietcrisis met ondermeer een stevige daling van de huizenprijzen in Nederland). Kun jij 10, 20 of zelfs 30 jaar vooruit kijken? Dan wil ik graag jouw kristallen bol een weekje lenen….

Bovendien, dat banksparen of beleggen vraagt ook een maandelijkse inleg (en dus maandlasten). En bij beleggen is de uitkomst onzeker. Een aflossingsvrije hypotheek kent meestal ook een hogere rente. De hogere restschuld blijft namelijk een risico voor jouw hypotheekverstrekker, en die moet er (sinds diezelfde kredietcrisis) dus extra financiële reserves voor aanhouden. En jouw loan-to-value ratio daalt alleen maar door de waardestijging van jouw huis, dus de risico-opslagen op jouw hypotheekrente blijven intact.

Ja, hoor ik dan nu al veel mensen denken, maar er is toch hypotheekrente-aftrek (HRA)? Dat klopt. Nog wel. De afgelopen jaren wordt die versneld afgebouwd. Ik verwacht dat een nieuwe regering daarmee door zal gaan, en dat de HRA uiteindelijk helemaal gaat verdwijnen. Je loopt volgens mij dus een risico als de HRA een substantieel onderdeel is van jouw financiële plaatje. Wij nemen de HRA niet mee in onze berekeningen.

Ja, en je kunt er natuurlijk ook van uitgaan dat door de inflatie de uiteindelijke schuld lager wordt. Dat klopt. Maar € 360.000 is € 360.000, en tenzij we te maken krijgen met hyperinflatie is dat over 30 jaar nog steeds een substantieel bedrag. Wie de kristallen bol heeft mag het zeggen….

Onze overwegingen waren dat de eenvoud van de lineaire hypotheek ons erg aanspreekt. En we hadden en hebben de verwachting dat ons inkomen niet veel meer stijgt. Het heeft te maken met de fase van ons leven en onze loopbaan. Dat is waarschijnlijk anders voor jongere mensen. We wisten ook vrijwel zeker dat we versneld wilden gaan aflossen. Geldnerd was 45 toen we dit huis kochten (de leeftijd van Vriendin is Staatsgeheim), en we hadden geen zin om tot het 75e levensjaar van Geldnerd te moeten betalen. Tegelijkertijd wilden we wel de flexibiliteit hebben om hier zelf keuzes in te maken. Vandaar dat we destijds niet gekozen hebben voor bijvoorbeeld een kortere looptijd. De afgelopen jaren zijn we zelf aan de slag gegaan met onze sneeuwbal en extra aflossing. En nu hebben we keuzevrijheid. Vooralsnog gaan we door met de huidige strategie. Maar daar kunnen we ook mee stoppen, en daarmee onze vaste lasten met honderden euro’s per maand verlagen terwijl we toch aan al onze verplichtingen voldoen.

Stapelen

Tsja, en dan kun je natuurlijk ook kiezen voor constructies met verschillende hypotheeksoorten in verschillende hypotheekdelen tegen verschillende voorwaarden. Brrr…. Ik ben geen voorstander van stapeling van hypotheekdelen. Eenvoud heeft z’n charme. Ik zal dus ook niet snel een van de creatief gestapelde constructies van Geld-Is-Tijd nemen. Of een van de nóg creatievere constructies. En ook hiervoor geldt dat je ver vooruit moet kunnen kijken in de tijd om in te kunnen schatten wat de beste constructie is. ‘Beste’ is ook een relatief begrip, want wat is het criterium? Laagste maandlasten? Minste rente over de looptijd? Uiteindelijk is een hypotheek toch vooral een schuld die je ooit in enige vorm moet terugbetalen, en waarover je aan iemand anders een vergoeding betaalt zolang je de schuld hebt.

Wat is jouw favoriete hypotheeksoort?

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑