Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Drinks on FIRE

Het is weer bijna zover. 30 juni aanstaande kun je een aantal financiële bloggers en normale mensen in het wild komen bewonderen. Ik heb het natuurlijk over Drinks on FIRE, de bijeenkomst in Utrecht. De perfecte plek en het perfecte moment om je financiële resultaten over het eerste half jaar van 2019 te bespreken met gelijkgestemden!

Ik zal er bij zijn! Kom jij ook?

Wat ben ik saai!

Lang heb ik me verbaasd over het Bureau Krediet Registratie (BKR). De club waar je financiële handel en wandel wordt geregistreerd. Zodat banken en andere instellingen kunnen zien of je een beetje goed van betalen bent. Niet zo bizar als het Amerikaanse systeem van credit scores, maar heel lang ook een enorme black box. Als gewone burger werd het je niet makkelijk gemaakt om je gegevens in te zien.

Langzaam is dat veranderd. En sinds het BKR een tijdje geleden opnieuw op de vingers getikt is door de Autoriteit Persoonsgegevens is het makkelijker geworden om je gegevens in te zien. Gewoon gratis, snel en digitaal. Zoals het hoort anno 2019.

Dus ik ben nu ook maar eens een keertje gaan kijken. Niet dat ik veel verwachtingen had. Mijn financiële leven is erg overzichtelijk. Een hypotheek, een creditcard, en de optie tot rood staan op mijn lopende rekening. Meer smaken aan (potentiële) schulden heb ik niet. En die creditcard wordt, aan het eind van elke maand, automatisch afbetaald. Die roodstand heb ik de afgelopen jaren eigenlijk niet meer gebruikt, sinds ik mijn liquiditeitsmanagement beter op orde heb. Maar je bent toch nieuwsgierig. Ik in elk geval wel. Ik wil graag weten wat zo’n mysterieus gesloten instituut van mij weet.

Dus ging ik inloggen. Dat kon gewoon met mijn bankpas en apparaatje van de Rabobank. IDIN heet dat, en het voelt veiliger dan Digi-d van de overheid. Daarna een formuliertje invullen met mijn gegevens, In dat proces werd ik er meerdere malen op gewezen dat zij het Burger Service Nummer niet mogen gebruiken. Alsof ze ergens gefrustreerd over zijn… Een half uurtje later kreeg ik een berichtje in mijn mail, dat vertelde dat mijn gegevens klaarstonden in de MijnBKR-omgeving.

Dus opnieuw inloggen, en snel kijken. Welke verschrikkelijke financiële geheimen zou ik ontdekken? Geheimen die zo geheim zijn dat ik ze zelfs niet eens weet? Welke fouten van malafide financiële instellingen zouden zich aan mij openbaren? In mijn ergste visioenen voorzag ik al jarenlange correspondentie en zelfs rechtszaken om partijen te dwingen om mijn gegevens te corrigeren…

Helaas, niets van dat alles. Of eigenlijk: Gelukkig, niets van dat alles. Het was zéér overzichtelijk. Alleen mijn optie tot roodstaan is bekend bij het BKR, als doorlopend krediet. Verder is er niets van mij geregistreerd. Eigenlijk ook wel logisch, gegeven de maandelijkse incasso van mijn creditcard en het feit dat we geen achterstanden hebben op de hypotheek (maar juist ver voorlopen op de aflossing).

Wat ben ik saai. Heerlijk!

Heb jij wel eens naar jouw gegevens gekeken bij het BKR?

Ben ik blij met het Pensioenakkoord?

Het kan je nauwelijks ontgaan zijn, er is een akkoord over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. En het zal je misschien verbazen, maar ik had in eerste instantie gewoonweg weinig zin om me daarin te verdiepen… Ook omdat we eerst maar even moeten afwachten of de dinosaurussen van de FNV het feestje niet alsnog gaan bederven. Maar afgelopen weekend heb ik wel even naar de hoofdlijnen gekeken. In elk geval het deel dat voor mij, als eenvoudige loonslaaf van middelbare leeftijd, interessant is.

De pensioenpot is eigenlijk hetzelfde als mijn persoonlijke beleggingspot. Elke maand stop ik er geld in, dat beleg ik, en ik laat ‘de markt’ en de tijd hun werk doen. Die pensioenpot doen we natuurlijk samen, ‘collectief’. Daarmee delen we het risico en het rendement, en vergroten we de kans dat we er allemaal redelijk uitkomen.

Doorsneesystematiek

Nu zorgt dat collectieve ook weer voor uitdagingen. Zo is er de ‘doorsneesystematiek’. Die term betekent dat wij voor iedere ingelegde euro aan premie onafhankelijk van leeftijd dezelfde pensioenopbouw ontvangen. Maar de inleg van jongere deelnemers kan nog veel langer renderen dan die van oudere deelnemers. Doordat voor iedereen dezelfde premie wordt betaald, krijgt een jonge deelnemer naar de toekomst geredeneerd (te) weinig pensioenopbouw voor zijn inleg. Een oudere deelnemer krijgt juist (te) veel. Anders gezegd: de jonge deelnemers subsidiëren de oudere deelnemers, er wordt solidariteit tussen de generaties verwacht. Want de jonge deelnemers worden ook oud en worden dan weer gesubsidieerd door de jonge deelnemers die na hen komen. Het omslagpunt ligt qua leeftijd ergens tussen 40 en 45 jaar.

Geldnerd zit inmiddels in de groep die subsidie ontvangt, nadat ik de afgelopen 20 jaar juist gesubsidieerd heb. Zolang de meeste deelnemers lang bij hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak bleven werken, was de doorsneesystematiek een prima oplossing. Maar dat is natuurlijk erg veranderd. Dus die doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Volgens minister Koolmees word ik (en alle veertigers met mij) daarvoor gecompenseerd. Hoe precies? Dat is nog niet duidelijk, het kabinet en de sociale partners ‘gaan maatregelen uitwerken om [deze groep] op een evenwichtige manier te compenseren‘. Ik ben voorzichtig achterdochtig…

Rekenrente

En ook de ‘rekenrente’ wordt vaak genoemd als ‘probleem’. Pensioenen zijn altijd iets van de lange termijn. Dat maakt het lastig. Mijn pensioenfonds moet nu al inschatten hoeveel geld zij nu in kas moeten hebben om mijn pensioen tot in de verre toekomst uit te keren. En dat ook voor elke andere deelnemer. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, de ‘rekenrente’, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld pensioenfondsen nu in kas moeten hebben.
Er is echter niet één rekenrente, maar wel een zogenaamde ‘rentetermijnstructuur’. Het precieze percentage hangt af van de looptijd van de verplichting. Moet een pensioenfonds over tien jaar een bepaald bedrag betalen, dan wordt er een andere (hogere) rekenrente gebruikt dan bij een betalingsverplichting over vijf jaar. Deze nuance is uiteraard de afgelopen jaren volledig weggevallen in de discussie, want ‘te ingewikkeld’.
Hier is het Pensioenakkoord in mijn ogen wel creatief. Want er is afgesproken dat de pensioenuitkering flexibeler wordt, en sterker meebeweegt met goede en slechte beleggingsresultaten. Dat betekent dat de pensioenuitkering de ene keer omhooggaat en de andere keer daalt. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen indexeren en verhogen bij een dekkingsgraad van meer dan 100 procent en verlagen als die onder de 100 procent uitkomt. De extra financiële buffers die fondsen nu moeten aanhouden, zijn dan niet meer nodig. De pensioenfondsen hebben dus minder ‘last’ van de rekenrente. Maar daar staat voor ons, als deelnemers, een ‘beweeglijker’ en minder zeker pensioenresultaat tegenover.

Wat brengt het mij?

Met name die afschaffing van de doorsneesystematiek is nog even spannend. Hoe de compensatie eruit gaat zien moet ik maar afwachten. En de onzekerheid over de uiteindelijke omvang van mijn pensioen wordt groter, omdat de pensioenen sneller gaan meebewegen met de beleggingsresultaten. Hoe precies, ook dat is nog even afwachten.

Maar ik mag wel eerder met pensioen. Toen ik, bijna 4 jaar geleden, begon met dit blog was mijn verwachte pensioenleeftijd 69 jaar en 6 maanden. Dat werd eerder, nadat de levensverwachting minder bleek te stijgen dan verwacht, 69 jaar en 3 maanden. Maar als het pensioenakkoord doorgaat wordt het naar verwachting 67 jaar en 8 maanden. In totaal ben ik er dus bijna 2 jaar op vooruit gegaan. Eerst zien, dan geloven, dat dan weer wel.

Zelf blijf ik stug doorsparen. Want ik ben niet van plan door te werken tot 67 jaar en 8 maanden. Voor mij is veel belangrijker hoeveel ik heb opgebouwd op het moment dat ik stop met werken. En de indexering die daarna wel of niet plaats gaat vinden. Het zal nog wel even duren voordat we de echte effecten van het pensioenakkoord zullen zien, de invoering is voorzien voor 2022.

Wat verwacht jij van het pensioenakkoord?

Update: ook Financieel Vrijer schreef vanochtend over het Pensioenakkoord. 

En nog een (forse) belastingmeevaller…

Onlangs schreef ik over de onverwachte financiële meevaller, die ik had toen de Belastingdienst eindelijk een beslissing nam over mijn aangifte 2015. Maar daarmee was het verhaal nog niet klaar…

De definitieve aanslag 2015 ontving ik digitaal via MijnOverheid. En een weekje later, enkele dagen voordat ik het geld op mijn rekening verwachtte, lag er een welbekende blauwe envelop in de brievenbus. Ik dacht meteen dat het de papieren versie zou zijn van het document dat ik digitaal al ontvangen had. Om een of andere reden stuurt de Belastingdienst alles wat ze mij digitaal sturen ook nog eens een keertje op papier. Waarom? Dat is mij een raadsel, maar het zal vast ergens in de regeltjes staan. Of ze vinden het zielig dat hun collega’s van de verzendafdeling geen werk meer hebben…

Gedachteloos maakte ik de envelop open, en keek meteen naar het totaalbedrag onder de streep. Huh? Daar stond een veel hoger bedrag dan in de digitale aanslag. Een heel veel hoger bedrag. Zo hoog dat ik het hier niet ga vertellen.

In eerste instantie vond ik het bericht verwarrend. Ik had immers net een ander bericht gehad over 2015, met een toezegging van een leuk bedrag. En op deze brief ging het zowel over 2012 als over 2015. Daar snapte ik niet veel van. Tegelijkertijd prikkelde dat mij ook. Want Geldnerd en cijfers niet begrijpen? Geldnerd en iets van de overheid niet begrijpen? Dat is gewoon onmogelijk!

Nou kwam deze brief binnen daags voordat we op vakantie vertrokken. Ik heb ‘m dus keurig in mijn kast gelegd. Ook onder het motto ‘eerst zien, dan geloven’. Tijdens mijn vakantie maalden de ambtelijke molens wel gestaag door. Ik hield mijn bankieren-app nauwlettend in de gaten (ik doe niet aan pauzes en challenges…). Eerst werd het ene, kleinere bedrag van de definitieve aanslag 2015 op mijn bankrekening gestort. En drie dagen later het grote bedrag van de mysterieuze tweede brief. Beide bedragen werden uiteraard meteen vakkundig weggesluisd naar mijn buffer en de beleggingen. Aan het werk met dat geld! Prompt daalde de beurs, dat dan weer wel…

Na thuiskomst ben ik er toch eens even ingedoken… Ik heb beide brieven naast elkaar gelegd, en ben begonnen met die tweede brief.

Het eerste wat me opviel, was dat er ‘Beschikking’ boven stond, en niet ‘Aanslag’. Een beschikking is juridisch iets heel anders, het is een specifieke, individuele of concrete vorm van een besluit van een bestuursorgaan, een schriftelijk besluit dat niet algemeen is. Een beschikking kan worden genomen op aanvraag (van een burger), maar kan ook op eigen initiatief door een bestuursorgaan worden genomen. En dat is het hier. Een specifiek besluit op eigen initiatief van de Belastingdienst, betreffende mijn specifieke situatie.

Daarna ben ik eens goed gaan kijken naar de toelichting. Hierin wordt verwezen naar artikel 3.152 van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. Het betreffende artikel 3.152 gaat over formalisering van achterwaartse verliesverrekening. Artikel 3.152 lid 1 zegt dat verrekening van verlies uit werk en woning met het inkomen uit werk en woning van een voorafgaand kalenderjaar plaatsvindt door vermindering van de aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. Lid 2 zegt vervolgens dat de inspecteur de beschikking gelijktijdig geeft met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.

Een poging tot gewone mensentaal. In 2015 heb ik voor de Nederlandse Belastingdienst een negatief inkomen gehad. Dat klopt, de aanslag 2015 laat een negatief verzamelinkomen zien. Het verzamelinkomen wordt gedefinieerd in artikel 2.18 van de Wet, het is het gezamenlijke bedrag van (a) het inkomen uit werk en woning, (b) het inkomen uit aanmerkelijk belang en (c) het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met daarin begrepen te conserveren inkomen. Zeg maar je totale inkomen voor de Belastingdienst. En mijn inkomen uit werk en woning was in 2015 negatief.

Als dat verzamelinkomen negatief is, dan gaat de Belastingdienst dat verrekenen met het verzamelinkomen van eerdere jaren. Zij gaan tot 7 jaar terug, vandaar dat het logisch is dat ze in 2012 uitkomen (want 2019 – 7). Nu was dat fiscaal al een interessant jaar, vanwege de afrekening van mijn echtscheiding en de verkoop van ons gezamenlijke huis aan Ex. Ongeveer 70% van het negatieve verzamelinkomen van 2015 krijg ik dus, op basis van dat artikel 3.152, alsnog terug over het fiscale jaar 2012. Mooi meegenomen, want ik had hier geen rekening mee gehouden. Het is een eenmalig iets, dat wel. In 2014 en 2016, de andere jaren in het Verre Warme Land, had ik gedeeltelijk inkomen daar en gedeeltelijk in Nederland. Ik heb de voorlopige aanslagen er even bij gepakt, en in beide jaren heb ik een positief verzamelinkomen.

Op deze manier wordt het tweede kwartaal wel heel leuk qua inkomsten, want bij het salaris van mei zat ook mijn vakantiegeld. Ik houd mezelf goed voor dat de belastingteruggaves eenmalige meevallers zijn. Tot nu toe lukt het me goed om niet enorm te gaan uitgeven, in elk geval geen ongeplande uitgaven. Goed voor het spaarpercentage dus.

Heb jij ook wel eens onverwachte meevallers?

Geldnerd in mijn eigen bubbel (of niet)

Mijn wereld is een bubbel. Op allerlei manieren. Ik ben wit, van middelbare leeftijd, en hoog opgeleid. Geen kinderen. Geen auto. Allemaal factoren die een sterke invloed hebben op hoe je naar de wereld kijkt en zelf bekeken wordt. Ik lees The Economist, dat schijnt ook alleen in bepaalde kringen te gebeuren. We wonen in een grote stad waar we ook werken. We hebben een hondje. Allemaal factoren die mij in een hokje plaatsen, van waaruit ik naar de wereld kijk. De randen van dat hokje vormen het ‘kozijn’ van mijn raam op de wereld. Mijn ‘bubbel’.

Ook financieel leef ik in een bubbel. Een heel bevoorrechte bubbel. Echte schulden heb ik nooit gehad, behalve mijn hypotheek en een keertje een persoonlijke lening voor een auto. Mijn eerste baan na mijn studie betaalde al behoorlijk goed, en mijn inkomen is blijven groeien. Die studie ben ik uitgekomen zonder een cent aan studieschuld. Ik ben al lang genoeg bezig met financieel bewust leven om zelfs zonder problemen een echtscheiding door te komen, voor veel mensen toch een bron van financiële ellende. Zelfs een woekerhypotheek kon mij niet deren.

Dus ook mijn financiële schrijfsels hier op deze website komen vanuit een zeer bevoorrechte positie. Ik heb nooit grote schulden weg hoeven werken, nooit ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te kunnen komen, nooit aan kinderen dingen moeten ontzeggen omdat ik er het geld niet voor heb. Dat zijn dus ook allemaal dingen waar ik wel over kan schrijven, maar dat zouden dan afstandelijke schrijfsels worden. Ik heb het zelf nooit gevoeld, nooit doorleefd, en ik weet dus ook niet echt (of beter: echt niet) hoe het is. Dus op dat terrein kan ik je niet helpen, sorry. En dan schrijf ik er liever niet over. Want mijn blog is toch vooral een verslag van mijn persoonlijke reis. Alhoewel je bij mij natuurlijk wel veel kunt lezen (leren?) over bewust met je geld omgaan, over hoe je dat bijhoudt en inricht, en het meten van jouw voortgang. Of je nu begint op nul of op minus 1 miljoen, het gaat erom om de weg omhoog te vinden. Op de manier die het beste bij jou en jouw situatie past.

Afgelopen weekend werd ik erg geraakt door een blog die ik las bij The 76K Project. Dat is een Amerikaanse familie, die bezig is om US$ 76.000 aan studieleningen en creditcardschuld af te betalen. Hij wordt erg geraakt door alle commentaren die hij leest, en de competitie die er van gemaakt wordt. Dat zette mij ook weer aan het denken. De reis naar financiële onafhankelijkheid is geen wedstrijdje om het hoogste spaarpercentage, het meeste vermogen, of de snelste pensionering met behoud van levensstijl. Maar het gaat er wel om mensen te inspireren, en te laten zien wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren, met respect voor andermans keuzes en situatie. Ik vermijd Twitter (waar 76K veel naar verwijst) overigens zoveel mogelijk, al worden mijn blogjes er wel geplaatst (maar dat gebeurt helemaal geautomatiseerd). Het voelt daar steeds meer als een bubbel die het slechtste in mensen losmaakt. Daar word ik niet vrolijk van, dus dan besteed ik mijn tijd liever aan dingen waar ik wel vrolijk van word. Ook één van de redenen waarom Geldnerd niet meer op Facebook te vinden is.

Een tijdje geleden schreef Early Retirement Extreme (ERE) een blog over zijn grootste fout als blogger, het niet (tijdig) veranderen van zijn blognaam. Naar iets wat beter past bij datgene waar hij over schrijft, zonder mensen af te schrikken. Blijkbaar schrikken mensen nog erger van het woordje ‘retirement’ dan van het woordje ‘extreme’. We houden ook erg van ‘extreem’ tegenwoordig. Extreme Sports, extreem weer, extreem dekkende verf (ja, die bestaat), extremisme…. Ook ik heb wel eens getwijfeld over mijn naam. Toen ik hier begon met schrijven dacht ik het (nog) meer over mijn spreadsheets en tools te hebben. Daar schrijf ik veel over, al zijn dat tegenwoordig mijn slechtst gelezen berichten. Mijn spreadsheets zijn al wel bijna tienduizend keer gedownload. Ik hoop dat mensen er iets aan hebben. Mij helpen ze nog elke week in het bijhouden van mijn financiën. Maar tegenwoordig is mijn blog steeds meer een persoonlijk verslag van mijn reis naar financiële onafhankelijkheid. Niet eens met het doel om meteen met pensioen te gaan, maar vooral met als doel om keuzevrijheid te hebben. Niet te ‘moeten’ vanwege die auto (hebben we niet), dat huis, of al die andere dingen die gekocht en (af)betaald moeten worden. Past een andere naam daar beter bij? Misschien wel. Maar ik bén Geldnerd. Al bijna 4 jaar. Dus dat laten we maar zo. En ik leef in mijn eigen bubbels. Maar kijk er ook graag af en toe buiten…

Zo hebben we allemaal onze eigen bubbel(s). Dat geeft ook niet, zolang je jezelf er maar bewust van bent. Het is ook niet iets nieuws, al doen de media soms alsof dat wel zo is. ‘Vroeger’ waren er ook bubbels, alleen werden dat toen ‘zuilen‘ genoemd.

Heb jij wel eens een identiteitscrisis?

Statistiekenverwarring

Afgelopen jaar buitelden de politici over elkaar heen om ons verbeterde koopkracht te beloven. Dit bleek later nog wel ietwat tegen te vallen, in elk geval in mijn persoonlijke situatie. Maar sinds die tijd lijkt het wel alsof ik steeds meer publicaties zie over wat en hoe ‘de Nederlanders’ hun geld moeten besteden. Dat zal vast komen omdat ik er beter op let, maar toch… Het valt wel op.

Medio maart kwam het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) met het nieuws dat huishoudens gemiddeld meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan vaste lasten. De afgelopen tien jaar was dat niet eerder zo’n groot deel, zegt het NIBUD. Het bericht werd breed overgenomen in ‘de media‘.

Begin april meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de woonlasten ten opzichte van het inkomen niet verder gestegen waren. Zij kijken dan naar de woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen. Voor huiseigenaren (de groep waar Geldnerd bij hoort) is de woonquote 29%. In een spreadsheet van het CBS vond ik terug dat zij de woonquote berekenen met de netto woonuitgaven: bij huurders betreft dit het huurbedrag verminderd met de eventuele huurtoeslag. Bij eigenaren betreft dit de hypotheeklasten, maar ook de onroerende zaak belasting (OZB) , opstalverzekering, onderhoudskosten en indien van toepassing de erfpacht.

Medio april schreef het Financieele Dagblad dat Nederlandse consumenten tegenwoordig meer geld uitgeven in vergelijking met 2008. Toch zijn we er niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun uitgegeven euro’s, concludeert het economisch bureau van ING op basis van onderzoek. Nederlandse consumenten geven tegenwoordig meer geld uit in vergelijking met 2008 (tsja, inflatie…), maar zijn er toch niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun euro’s. Dat was dan weer een conclusie van het economisch bureau van de ING. Je weet wel, die integere bank. Ik krijg altijd een beetje jeuk van dit soort berichten. Maar dat ligt aan mij. Ik krijg die jeuk ook als het in de Tweede Kamer over ‘de hardwerkende Nederlander’ gaat. Een term die politici alleen maar gebruiken om ons het gevoel te geven dat ze ons serieus nemen, maar die ze meteen weer vergeten als er onderhandeld moet worden over een nieuw regeerakkoord of iets dergelijks.

Eind april meldde het CBS vervolgens dat een steeds groter deel van de uitgaven van Nederlanders gaat naar primaire levensbehoeften. Dit is inmiddels ruim 32 procent. Bij eerste levensbehoeften verwijst het CBS naar zaken als huisvesting en voeding. Hoe ik dat dan weer moet rijmen met die woonquote van 29% weet ik nog niet helemaal.

De Raad van State waarschuwde onlangs dat huishoudens het deel van hun inkomen dat ze, in de vorm van diverse belastingen, afdragen aan de overheid de afgelopen jaren al behoorlijk hebben zien stijgen. Van elke euro die we verdienen, dragen we momenteel 39,6 cent af. Elk jaar wordt dat iets hoger. Volgens de Raad van State betalen we relatief veel belasting, en daardoor krijgen we minder te besteden.

Allemaal appels en peren die vergeleken worden. Verschillende posten die vergeleken worden, verschillende definities. Moeilijk dus om een vergelijking te maken en algemene conclusies te trekken. Maar wel leuk om mijn eigen situatie (n=1) weer eens te vergelijken met de statistiekjes.

Ik heb in elk geval even gekeken naar die woonquote van 29%, om precies te zijn naar twee varianten. Eentje met alleen onze reguliere aflossing, en eentje inclusief de extra aflossing die wij momenteel maandelijks doen. Mijn verwachting was dat onze woonquote lager zou zijn dan het gemiddelde. We hebben immers niet ‘maximaal’ gekocht, veel minder geleend dan op basis van onze inkomens zou kunnen. In 2018 was onze woonquote, exclusief de vrijwillige extra aflossingen op de hypotheek, volgens de definitie van het CBS 18,1%. Inclusief de extra aflossingen kwamen we uit op 25,8%, nog steeds ruim onder het gemiddelde van 29%. Ik heb ook nog even gekeken naar de situatie in 2008, heel lang geleden, mijn vorige leven. Destijds was mijn woonquote 20,1%. Iets hoger dan nu, maar nog steeds ruim beneden het gemiddelde.

Wordt jij nog wijs uit die wirwar van statistiekjes?

Duizendjes per week…

Als je al jaren bezig bent met financieel bewust leven en de weg naar financiële onafhankelijkheid, dan wordt het soms een beetje ‘gewoon’. Als je systeem staat, dan is het gewoon een kwestie van herhalen. Elke maand, zodra het salaris binnenkomt, eerst overboeken naar beleggingen en hypotheek. Op je uitgaven letten. Af en toe een beetje sleutelen aan de portefeuille. En vooral doorgaan.

Van nature is Geldnerd wel een beetje een piekeraar. Ik blijf erover nadenken. Ik blijf analyseren. Nieuwe grafieken en manieren verzinnen om naar mijn eigen situatie en ontwikkeling te kijken. De aard van het beestje. En af en toe word je dan toch verrast. Soms door een gedachte. Maar vaker door een gevoel.

En zo’n gevoel bekroop me laatst. De beurs had een slechte week. Iets met Trump en Twitter en zo. Niks belangrijks voor de langere termijn en het grotere geheel, maar op dat moment was het een ‘dingetje’, zullen we maar zeggen. De beurs ging met procenten naar beneden.

Nu zijn procenten vaak niet zo interessant, absolute getallen zeggen mij meer. En ook in absolute getallen kun je groei zien.

Toen ik net begon met beleggen, had ik op een gegeven moment een portefeuille van een paar duizend gulden. Je weet wel, die munteenheid die we hadden voordat de euro ingevoerd werd. Als de beurs dan eens een procent verloor op een dag, dan was je een paar tientjes kwijt. Vond ik best wat, op die paar duizend gulden. Echt kwijt was je het natuurlijk niet, dat ben je het pas als je de fondsen verkoopt. Maar op een of andere manier voelt het toch als ‘kwijt’. Gisteren was het op papier 2.000 gulden waard, vandaag 1.975 gulden. 25 gulden ‘kwijt’.

Als je portefeuille groeit, dan groeien ook de bedragen. Op een gegeven moment wordt 1 procent gelijk aan € 100, misschien wel € 1.000. En op een gegeven moment duizenden. Dat voelt toch gek. Halve maandsalarissen. Maandsalarissen. Per dag of per week. Die je beleggingen naar boven en naar beneden gaan. Veel mensen kijken om die reden niet, of niet vaak, naar hun portefeuille. Ik kijk juist wel regelmatig. Om alvast te wennen. Zowel naar boven als naar beneden. Gelukkig heb ik er nog nooit wakker van gelegen.

Word jij wel eens nerveus van de fluctuaties van je beleggingen?

Vakantietijd

Het is alweer een tijdje geleden. Vorig jaar heb ik braaf zoveel mogelijk vakantiedagen opgenomen. Maar we zijn niet elke keer weg geweest. Zo hebben we in september onze vakantie gebruikt om onze tuin aan te leggen.

Dit jaar hebben Vriendin en ik nog nauwelijks vakantiedagen opgenomen. Drukke projecten, en zelf ben ik ook nog aan een opleiding begonnen. Die is erg leuk, maar kost wel de nodige tijd. Maar nu is het zover, we hebben vakantie. We hebben er zin in, maar hebben nog niet eens besloten wat we gaan doen.

Waarschijnlijk wordt het wel even een paar weken stil op deze plek. Alhoewel, ik heb veel blogideetjes staan, maar nog te weinig tijd genomen om ze uit te werken. Dus wie weet…

En vergeet in mijn afwezigheid niet om de petitie van Beleggers Belangen te tekenen. Want dan is er misschien een kans dat we ‘onze’ favoriete ETFs terugkrijgen!

Wanneer ga jij op vakantie?

De Belastingdienst en een meevaller van € 4.000

Regelmatig schrijf ik over mijn relatie met de Blauwe Enveloppen Brigade, beter bekend als de Belastingdienst. Dat is niet omdat ik zo’n hekel heb aan het betalen van belastingen, integendeel. Daar wordt immers mijn salaris en het salaris van mijn collega’s van betaald. Ik word financieel onafhankelijk door de belastingen, zullen we maar zeggen.

Maar ik heb het ze natuurlijk wel moeilijk gemaakt. Dat kwam door het verblijf in het Verre Warme Land, waarbij ik (door een complex stel regeltjes en uitzonderingen daarop) wel belastingplichtig bleef in Nederland. In 2014 en 2016 had ik deels inkomen in Nederland en deels in het Verre Warme Land, en in 2015 had ik het gehele jaar alleen maar inkomen in het Verre Warme Land. Tot mijn verbazing is 2015 het jaar waar de Belastingdienst het langst over doet. Voor 2014 en zelfs 2016 had ik al (voorlopige) aanslagen binnen, alleen voor 2015 had ik nog steeds niets gehoord. En daardoor heb ik ook voor de jaren 2016 tot en met 2018 alleen nog maar voorlopige aanslagen ontvangen. Immers, door 2015 kon mijn startsituatie voor 2016 en alle daarop volgende jaren nog veranderen.

Maar ineens ging het heel snel. Onlangs werd ik namelijk gebeld door de Belastingdienst. Met allereerst excuses dat mijn aangifte 2015 zo lang was blijven liggen, het laatste contact hierover dateert alweer van medio 2017. Ze waren er mee bezig, en hadden al gezien dat ik keurig consistent met 2014 en 2016 aangifte gedaan heb. Ja ammehoela, ik ga niet proberen om het elk jaar anders te doen. Consistent goed of consistent fout. Ze hadden ook geconstateerd dat ik ergens te streng ben geweest voor mijzelf. Dat werd in mijn voordeel gecorrigeerd.

Toen was het wachten op een brief… En die verscheen een weekje later in mijn Berichtenbox Overheid. Met meteen de definitieve aanslag. En die bevatte een aangename verrassing. In plaats van € 2.500 betalen (wat mijn verwachting was), krijg ik door de correctie ongeveer € 1.500 terug. Daar ben ik blij mee, en ik ben dus ook zeker niet van plan om bezwaar te maken. € 1.500 terug in plaats van € 2.500 betalen, dat is een meevaller van € 4.000.

De Belastingdienst is bij mij wel bezig met een inhaalslag, want dit was al het derde bericht in twee maanden, en ook nog over drie verschillende jaren.

JaarAangifteVoorlopige
Aanslag
(dagtekening)
Definitieve
Aanslag
(dagtekening)
Bijzonderheden
201219-03-201325-05-201313-09-2013Afrekening echtscheiding en
verkoop huis aan Ex.
201314-02-201423-05-2014
201406-04-201520-07-2017Officieel verhuisd naar VWL.
Inkomen in NL en VWL.
201516-04-201710-05-2019Inkomen in VWL.
201616-04-201729-03-2019?Inkomen in VWL en NL.
Aankoop Geldnerd HQ.
201703-03-201815-06-2018?
201803-03-201919-04-2019?

En: die meevaller van € 4.000 is ook écht een meevaller van € 4.000. Want ik krijg € 1.500 op mijn bankrekening gestort. Maar ik heb ook € 2.500 gereserveerd staan in mijn buffer, voor het betalen van de belasting over de jaren 2014 – 2016. Die kan ik nu dus vrij laten vallen, oftewel: overmaken naar mijn lopende rekening. En daar kan ik dus leuke dingen mee gaan doen. In mijn geval is dat heel saai: het gaat naar mijn beleggingen.

Qua definitieve aanslagen ben ik nu ‘bij’ tot en met 2015. Maar ik verwacht dat de Belastingdienst (na het verstrijken van de bezwaartermijn op de aanslag van 2015) ook mijn aanslagen voor 2016, 2017 en misschien zelfs 2018 wel definitief zal gaan maken. Dan zou ik, voor het eerst in 5 jaar, geen openstaande punten meer hebben met de Blauwe Enveloppen Brigade. Dat zou ik best wel fijn vinden, ik houd niet van losse eindjes. Zeker niet van losse eindjes met drie nullen…

Hoe is het met jouw belastingaanslagen?

Petitie voor de ETFs

De meeste mensen die hier komen, zullen ook wel meelezen bij Mr. FOB. Zo niet: ga je diep schamen! Hij schreef er gisteren over, maar het thema is belangrijk genoeg om op zoveel mogelijk blogs langs te komen. Beleggers Belangen is een petitie begonnen om Amerikaanse ETF’s weer beschikbaar te krijgen voor burgers uit de EU.

Wat mij betreft een prima initiatief. Ook ik heb de petitie ondertekend, en ik hoop dat zoveel mogelijk andere beleggers dat ook doen. Mijn eigen individuele stormloop is stukgelopen op de kasteelmuren van de bureaucratie bij de AFM. Misschien dat er naar Beleggers Belangen wel geluisterd wordt.

Ga jij de petitie ook tekenen?

« Older posts

© 2019 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑