De minst onsympathieke grootbank?

Een tijdje geleden keek ik naar mijn verzekeringen. En trok ik conclusies over mijn huisbank, de Rabobank. Nog geen 10 jaar geleden waren mijn financiën volledig in hun handen. Ik had er een betaalpakket met lopende rekening, spaarrekening, en creditcard. Ex en ik hadden er onze woekerhypotheek. Ook mijn beleggingen en al mijn verzekeringen waren er ondergebracht. Maar hoe verder ik mijn situatie optimaliseer, hoe minder er voor ze overblijft. Nu hebben ze alleen nog maar mijn betaalpakket. Hoe lang nog?

In 2017 schreef ik ook al twee keer over mijn relatie met mijn bank, naar aanleiding van een onderzoek dat destijds gehouden was naar de (kleine) verschillen tussen betaalpakketten bij de de banken. Sindsdien is er weinig veranderd aan mijn eisen ten aanzien van mijn persoonlijke betalingsverkeer.

Dienstverlening

De kerndiensten die ik afneem zijn eigenlijk de volgende:

  • Een standaard betaalrekening met pinpas. Dit is de rekening waarop mijn salaris binnenkomt.
  • Een aan deze betaalrekening gekoppelde spaarrekening die ik gebruik als ‘kleine buffer’. Belangrijkste eis voor mij is dat, indien nodig, het geld meteen op de lopende rekening kan staan.
  • Een creditcard, een MasterCard of Visacard (want die worden op de meeste plekken geaccepteerd). Op deze creditcard moet een limiet van minimaal € 2.000 mogelijk zijn. Wij huren regelmatig een auto, want die hebben we zelf niet. Daarvoor wordt dan een borg van € 750 gereserveerd, dat doe ik altijd op de creditcard. Dat wordt, als ik naar mijn creditcardbestedingen kijk, lastig als mijn limiet maar €1.000 is.

Ik gebruik maar één bankrekening. Sommige mensen hebben verschillende rekeningen voor vaste lasten en variabele lasten en ook nog voor allerlei potjes, maar dat vind ik overbodig. Bij de meeste banken kost iedere rekening gewoon maandelijks geld. Bij mij lopen alle transacties via mijn ene betaalrekening, en onderscheid in potjes en verschillende lasten maak ik wel in mijn administratiespreadsheet. Ook Vriendin en ik hebben samen maar één betaalrekening. Veel overzichtelijker, veel flexibeler, en goedkoper.

Deze drie diensten zou ik misschien ook afzonderlijk van verschillende partijen af kunnen nemen. Dat is vooral lastig voor de kleine bufferrekening en mijn eis dat ik geld daarvandaan onmiddellijk op mijn lopende rekening wil zien. Voor de creditcard is het zeer zeker mogelijk om deze los te koppelen. Maar ik vraag me wel af of het daar goedkoper van wordt. En deze dingen bij elkaar in één pakket geven ook wel gemak.

Eisen en Wensen

En verder heb ik de volgende eisen en wensen:

  • De dienstverlener moet beschikken over een goede online omgeving inclusief app. Idealiter hoef ik voor geen enkele dienst naar een kantoor dat ver weg zit en nooit open is.
  • Ik moet er mijn boekingen kunnen downloaden om te verwerken in mijn administratie. Liefst met zo uitgebreid mogelijke informatie, bijvoorbeeld over hoe ik betaald heb.
  • De dienstverlener moet onderdeel zijn van het Nederlandse instant payments systeem. Ik wil dat mijn boekingen zoveel mogelijk direct op de tegenrekening staan, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Gemak went snel….
  • De dienstverlener moet iDeal betalingen aanbieden. Want dat is, samen met mijn creditcard, de voornaamste manier waarop ik betaal bij online bestellingen.
  • De bank moet vallen onder het Nederlandse depositogarantiestelsel [link]. Ik weet dat er ook in andere Europese landen vergelijkbare garantiestelsels zijn, maar het ene EU-land is het andere niet, en communiceren in Nederland en in het Nederlands is toch net wat eenvoudiger…
  • Ik wil de mogelijkheid hebben om contactloos te betalen, en liefst ook kunnen betalen met mijn mobiele telefoon. Voor mij betekent dat op dit moment: Apple Pay. Het merendeel van mijn betalingen is al jarenlang contactloos, en in de maanden voorafgaand aan corona was het merendeel van de betalingen zelfs via Apple Pay.
  • Verder wil ik rood kunnen staan. Die optie heeft mijn huidige bankrekening ook. Ik heb ‘m al jaren niet meer nodig gehad (en het kost me nu dus ook niets), maar het is wel fijn dat het kan, en dat ik niet ineens een onverwachte of in de tijd verschoven incasso mis. Het is voor mij de ‘verzekering’ op mijn zeer strakke liquiditeitsmanagement.
  • En tenslotte heb ik liefst zo laag mogelijke kosten voor betalingsverkeer in het buitenland. Alhoewel ik daar ook graag met creditcard betaal, zijn er veel landen waar contant geld nog hoger gewaardeerd wordt dan in Nederland.
  • En dat alles uiteraard niet al te duur.

Analyse

Als je dan de verschillende betaalrekeningen met elkaar gaat vergelijken, dan is vooral duidelijk dat de verschillen nog steeds niet zo heel groot zijn. Kijk ik naar mijn eisen en wensen, dan zorgt vooral de wens om met mijn mobiel te betalen, in combinatie met de wens om aangesloten te zijn op het Instant Payments systeem voor beperkingen. En dan nog maak je niet ‘even snel’ een vergelijkende tabel. Want de meeste banken hebben meerdere pakketten…

Als ik de informatie van deze website combineer met het DNB-register zijn er 9 banken die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel vallen en ook deelnemen aan Instant Payments. Dat zijn Rabobank, ABN AMRO, ING, SNS, ASN, Bunq, Knab, Regiobank, en Triodos. Kijk ik dan weer naar de partijen die Apple Pay aanbieden dan blijven er al veel minder over: Rabobank, ABN AMRO, ING, en Bunq.

Dat is nog steeds een behoorlijke stapel om uit te kiezen. Rabobank heeft bijvoorbeeld drie betaalpakketten. ABN AMRO heeft er eentje, die je modulair kunt uitbreiden. Dat model wordt ook door ING en Bunq gehanteerd.

Overigens viel Bunq voor mij meteen af. Hun website staat vol met hippe kleurtjes waar ik duizelig van werd. En nog duizeliger werd ik toen ik hun tarieven zag. Tussen de € 8 en € 17 per maand, afhankelijk van het gekozen pakket. Dat heeft niks meer met bankieren te maken, dat maakt het een ‘fashion statement’ of een ‘lifestyle choice’. De klanten van Bunq zijn vast mensen die ook hun beleggingen uitkiezen op basis van de hipheid van de app. Dat is misschien iets voor hippe millennials maar niet voor Opa Geldnerd. En als ik naar de kosten kijk, dan zouden de meeste millennials zich ook nog eens achter de oren moeten krabben… Tenzij je heel klef met z’n tweetjes een betaalpakket neemt. Dan vallen de kosten wel weer mee. Maar ja, wie doet dat nog? Het lijkt me erger dan in gemeenschap van goederen trouwen op een echtscheiding afhobbelen, zeg ik als ervaringsdeskundige.

En dan ben ik dus eigenlijk gewoon terug bij de oude dinosaurussen grootbanken. Toch nog maar eens mijn situatie op een rijtje en de kosten uitgewerkt.

Dinosaurusvergelijking

Rabobank heeft drie betaalpakketten. De goedkoopste is het Rabo Directpakket van € 1,70 per maand. Maar daar zit geen creditcard bij in. Dat begint bij het Rabo Basispakket van € 3,10 per maand, maar daar is de standaard limiet op de creditcard € 1.000. En dat vind ik te weinig, zoals ik eerder in deze blogpost beschreven heb. Maar als ik de voorwaarden doorlees, zie ik dat de limiet gewijzigd kan worden. Er staat helaas niet bij of dat omhoog kan, of alleen omlaag…

Zelf heb ik momenteel het Rabo Totaalpakket. Dat heb ik al jaren en dat kost inmiddels € 5,00 per maand. Met creditcard met een bestedingslimiet van €2.500 per maand, met extra betaalpas die ik niet nodig heb op aanvraag, en met 25% korting op de Doorlopende Reisverzekering van Interpolis die ik vorig jaar heb opgezegd. En ja, ik kan wereldwijd kosteloos geld opnemen. Maar voor dat voorrecht betaal ik dus € 1,90 per maand. Bij het Rabo Basispakket betaal je geen extra kosten bij betalingen in Euro’s, en in vreemde valuta betaal je voor betalen met je betaalpas 1,2% koersopslag, bij betalen met je creditcard 2,0% koersopslag, en bij opname van contant geld met een betaalpas € 3,50 + 1,2% koersopslag. Voor die ( 12 x € 1,90 = ) € 22,80 per jaar kan ik best veel transacties buiten de Eurozone doen, ook voor corona haalde ik dat meestal niet…. Maar het is ook een gevoelskwestie. Als ik eerlijk ben naar mijzelf dan vind ik dat ik een wereldburger ben die dus overal gemakkelijk wil kunnen betalen. Ook al kom ik in de praktijk zelden buiten mijn bubbel van vijf bij vijf kilometer in het westen van Nederland.

Dan ABN AMRO. Mijn basisvoorziening van een betaalrekening met één bankpas kost daar € 1,70 per maand. Maar ik wil ook een spaarrekening en een creditcard. De spaarrekening lijkt gratis te zijn (al kan ik dat nergens expliciet vinden), je hebt er wel een tegenrekening (betaalrekening) bij ABN AMRO voor nodig. Creditcard zou daar nog eens € 1,70 per maand kosten. Dan heb ik blijkbaar een standaard Mastercard met een limiet van € 2.500. Voor € 3,90 per maand heb je een Goldcard. Maar de voordelen die dat biedt zijn vooral aantrekkelijk voor reizigers. Aflevergarantie, een Bagagevertragingsverzekering, een Vluchtvertragingsverzekering, en diverse autohuurverzekeringen. En reiziger, dat voel ik me wel (zie Rabobank) maar doe ik niet zo vaak…. Het lijkt er dus op dat ik bij de ABN voor € 3,40 per maand klaar kan zijn.

Maar… De gezamenlijke rekening van Vriendin en mijzelf staat al bij ABN AMRO. Dat is voor mij eigenlijk een reden om daar niet ook mijn persoonlijke rekening onder te brengen. Zo is er altijd een achtervang als bij één van de twee een probleem ontstaat. Maar het standaard downloadbestand van de ABN bevat veel minder informatie dan het downloadbestand van de Rabobank. En als ik het zo bekijk is dat niet eenvoudig op te lossen, ook als ik een van de andere downloadformats ga gebruiken die de ABN aanbiedt. En ook bij ABN AMRO is betalen in het buitenland (buiten de Eurozone) niet gratis. Geld opnemen via de geldautomaat kost met je Betaalpas € 2,25 + 1,2% valutakoersopslag per keer. Betalen via de betaalautomaat kost met je Betaalpas € 0,15 en 1,2% valutakoersopslag per keer. Met de creditcard kost dit 2,0% valutakoersopslag per keer.

En tenslotte de ING. Daar word ik bij voorbaat al narrig van. Het is de bank waar ik de meeste klachten over hoor in mijn omgeving. Het is ook de bank die het langste de TAN-codes gebruikt, een inmiddels zééééééééér achterhaalde manier van beveiligen. Het is ook de bank waar ik het afgelopen jaar het meeste gedonder mee heb gehad in mijn administratiespreadsheet. Maar goed, laat ik proberen rationeel en objectief te zijn.

ING heeft het Oranjepakket van € 1,70 per maand. Je gaat bijna denken dat die drie grote banken dat afgesproken hebben… Je kunt ‘m ook voor € 1,35 per maand krijgen, dan betaal je € 0,80 per opname bij de geldautomaat. Nu doe ik dat minder dan één keer per jaar, dus die korting is mooi meegenomen. Een spaarrekening is gratis. De standaard creditcard met een limiet tot € 5.000 kost € 1,55 per maand. En buiten de eurozone kost betalen je 1,2% koersopslag met je betaalpas en 2,0% koersopslag met je creditcard. Vreemde valuta opnemen in het buitenland kost € 2,50 + 1,20% koersopslag. Allemaal redelijk eenvoudig. Bij de ING kan ik dus voor € 2,90 per maand klaar zijn.

Nu kan ik natuurlijk ook nog gaan voor een Rabopakket zonder creditcard. Dan moet ik die creditcard apart regelen. Maar tenzij ik de creditcard neem bij de Bijenkorf, of lid word van de ANWB, is dat eigenlijk altijd duurder dan een compleet pakketje bij een bank.

Emoties

ING voor € 2,90, Rabobank voor € 3,10 (mits ik inderdaad de creditcardlimiet kan verhogen), of ABN AMRO voor € 3,40 per maand. Alle drie goedkoper dan de € 5,00 per maand die ik nu betaal voor het Rabo Totaalpakket. En dan wint toch weer de emotie. Spreiding van risico houdt me weg bij ABN AMRO, en ING vind ik het minst sympathiek van de drie, ze hebben bij mij echt een imagoprobleem.

Blijft over: de Rabobank. De minst onsympathieke grootbank? Misschien dat ik nog wel een pakketstap terugzet, van het Totaalpakket naar het Basispakket, en daarmee € 22,80 per jaar bespaar. Maar daarmee neem ik ook een beetje afscheid van mijn zelfbeeld als kosmopolitische wereldburger. Ik wacht nog even, denk ik…

Hoe emotioneel ben jij in jouw bankzaken?

Stilletjes…

  • Berichtcategorie:Beleggen

Elke maand is het vaste prik. Zodra mijn salaris uitbetaald is vliegen de reguliere overboekingen alle kanten op. Een van de grotere overboekingen gaat naar mijn beleggingsrekening. Daarmee wordt elke maand dan ook weer een aankoop gedaan, zoals voorgeschreven door de gewenste portefeuilleverdeling. Rationeel en simpel. Gewoon doorgaan, wat er ook gebeurt. Iets waar ik aan vasthoud sinds ik begin 2016 vrijwel volledig uit aandelen stapte in de verwachting dat de markt op korte termijn zou crashen. Dat deed de markt niet, en later stapte ik weer in en had ik wel wat gemist…. Sindsdien houd ik koppig vast aan mijn maandelijkse inleg, ook begin 2020 toen de corona-crisis een (tijdelijk) spoor van verwoesting door de aandelenmarkten trok.

Maar nu aarzel ik toch. Stilletjes overweeg ik om mijn inleg van eind oktober op de rekening te laten staan tot na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 3 november. Want ik ben er niet helemaal gerust op. Ik ben vooral bezorgd om de reactie van Trump als hij inderdaad verliest, en wat dat doet in de Amerikaanse samenleving.

Er is een heel hardnekkig stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik gewoon in moet leggen. Stel dat de beurs 5% of 10% zakt, dan zou mijn ‘voordeel’ zijn dat ik een maandje VWRL koop op € 78 of € 74, in plaats van op € 82. Met grote bedragen zou dat zeker effect hebben, maar met mijn maandelijkse inleg levert het me misschien eenmalig een paar tientjes of honderd Euro op. En wie weet zijn de effecten niet eens meteen zichtbaar en duurt het gedoe wel langer dan de paar dagen na de verkiezingen. Wanneer stap je dan wel weer in? Maar daarmee werkt de redenering ook de andere kant op. Als er geen gedoe komt stap ik gewoon weer in als de ‘opluchtingsrally’ afgelopen is. En als er wel gedoe komt dan heb ik met dit bedrag en het verkopen van mijn obligaties (10% van de portefeuille) een leuk bedragje om weer aandelen-ETFs bij te kopen. Allemaal prima scenario’s. Maar dat geldt ook voor het scenario “ik koop gewoon bij en zelfs als er 10% van de markt af gaat merk ik daar over een jaar of twee toch niks meer van”…..

Ik ben er nog niet helemaal uit….

Ben ik nu een market-timer? Of gewoon een doemdenker? Of allebei?

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

  • Berichtcategorie:Beleggen

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ’teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ’te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Box 3 is gewoon rechtvaardig…

  • Berichtcategorie:Belastingen

… Zegt de staatssecretaris….

Het ministerie van Financiën heeft wederom die oude Haagse truc toegepast. Brieven over gevoelige onderwerpen stuur je op de eerste dag van het reces (in dit geval herfstreces), het moment dat de pers meestal niet goed oplet, en zodat ze onderaan de stapel liggen als de Kamer terugkomt.

In dit geval gaat het om de kabinetsreactie op de vraag of de vermogensrendementsheffing over de periode 2013 – 2016 strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en of belastingplichtigen gecompenseerd moeten worden.

Conclusie, niet onverwacht, is dat de staatssecretaris vindt dat alles keurig is en dat compensatie dus niet aan de orde is…. Je verwacht het niet, toch?!

Geloof jij dat er ooit compensatie zal komen?

Elektra, gas en water in 2020

  • Berichtcategorie:Wonen

Jaarlijks schrijf ik over ons verbruik van elektra, gas en water. Dat doe ik vooral om onszelf een beetje scherp te houden. De laatste keer was in oktober 2019, dus is het inmiddels weer tijd voor een update. De jaarafrekening van onze energieleverancier, die ik onlangs ontving, was hiervoor een goede reminder. Ons maandbedrag ging overigens omlaag, met € 4,00.

Sommige mensen schrijven dagelijks of wekelijks hun meterstanden op. Dat doen we niet hier in Huize Geldnerd. We hebben ook geen ‘slimme meters’. Die zijn ons nog nooit aangeboden. Als dat wel zou gebeuren, weet ik overigens niet of we ze zouden nemen. We hebben ze in onze situatie niet nodig, en hebben eigenlijk ook geen behoefte aan andere partijen die mee gaan kijken met ons verbruik. Ik geef de meterstanden keurig door als de leveranciers daar om vragen. En aan het eind van elk kwartaal noteer ik de meterstanden in een van mijn spreadsheets. Daar staat een doorlopende reminder voor in mijn agenda. Door de jaren heen verzamel je dan veel cijfermateriaal.

Energielabel C

Onlangs heb ik een energielabel aangevraagd voor ons huis, omdat het erop leek dat dit volgend jaar fors duurder wordt. We wonen in de onderste helft van een oud herenhuis uit 1906, dat in 2016 volledig gerenoveerd is. We hebben standaard dubbel glas en een gasgestookte combiketel uit datzelfde jaar, 2016. Verder zijn er weinig verduurzamingsmaatregelen mogelijk. Het huis heeft dikke muren van baksteen, maar geen spouwmuur (daar deden ze in 1906 nog niet aan). Verdere isolatie kan alleen met een heel drastische verbouwing, en zonnepanelen zijn op het kleine en gedeelde dak geen optie. Mogelijk komen er ooit andere kozijnen en beter glas, maar we weten nog niet of we hier nog zo lang willen blijven wonen. Dus hebben we nu energielabel C. En verder wachten we maar even af, in elk geval tot de gemeente z’n verduurzamingsstrategie publiceert.

De enige nieuwe energieverbruiker in ons huis is het koffie-apparaat. En wijzelf. Want sinds medio maart werken wij grotendeels thuis. In het voorjaar hebben we daardoor wel wat extra gas verstookt, en dat zal dit najaar en deze winter nog wel meer worden. Ook het elektriciteitsverbruik wordt hoger doordat we vrijwel elke dag thuis zijn, en ook niet meer lange weekenden of enkele weken elders verblijven voor vakantie. Het NIBUD heeft berekend dat thuiswerken gemiddeld € 2 per dag kost. De thuiswerkvergoeding in de recente CAO voor rijksambtenaren is ook op dat onderzoek gebaseerd.

Verder ben ik afgelopen jaar begonnen met het vervangen van de halogeenlampen door LED-verlichting, ik schreef er vorig jaar al over. Van de 34 halogeen-lichtpunten zijn er inmiddels 9 vervangen door LED. Ja, ook daarvoor houd ik een spreadsheet bij….

Normbedragen

Jaarlijks kijk ik even bij het NIBUD naar de vergelijkingsbedragen voor elektriciteits-, gas- en water-verbruik. Daar is dit jaar wat veranderd. Het gemiddelde elektriciteitsverbruik voor een tweepersoons huishouden was 3.005 Kwh, en is nu 2.860 Kwh. Het gemiddelde gasverbruik voor ons soort woning was 1.350 m3 en wordt nu 1.290 m3. Water was 93 m3 en blijft onveranderd.

Voor 2017, 2018 en 2019 heb ik gebruik gemaakt van de werkelijke meterstanden. Voor 2020 heb ik meterstanden tot en met het einde van het derde kwartaal. Voor het vierde kwartaal heb ik een prognose gemaakt, gebaseerd op het gemiddelde daadwerkelijke verbruik van het vierde kwartaal van 2017, 2018 en 2019. Het totale jaarverbruik 2020 is dus uiteraard nog een prognose.

Analyse

In de jaargrafiek zien we een stijgend verbruik in 2020, voor alle drie de categorieën Elektra, Gas en Water. Voor elektra en water zitten we boven het gemiddelde verbruik voor ons soort huishouden, bij gas zitten wij nog steeds ruimschoots onder dat gemiddelde verbruik. Overigens staat de verwarming hier, als ‘ie aanstaat, standaard op 19,5 graden Celsius. Heel af en toe, als dat oncomfortabel aanvoelt, maken we er 20,0 graden Celsius van.

Op basis van de afgelopen periode vind ik het nog moeilijk om in te schatten wat de oorzaken van deze stijgingen zijn. Zeer waarschijnlijk is dat toch ons thuiswerken, en het feit dat we niet enkele keren voor één of twee weken buitenshuis geweest zijn. Verder is ons gedrag thuis namelijk niet veranderd. We zullen zien hoe zich dit het komende jaar ontwikkelt. En ik ben ook wel benieuwd naar ons daadwerkelijke verbruik in het vierde kwartaal van 2020. Als dat substantieel afwijkt van de prognose op basis van het gemiddelde van afgelopen jaren, dan is dat een eerste indicatie.

Het Verre Warme Land

Nu het weer herfst is, denk ik iets vaker terug aan het Verre Warme Land (VWL) waar wij woonden van eind 2013 tot medio 2016. En waar het 365 dagen per jaar heerlijk warm was. Ook daar hield ik de meterstanden bij, in elk geval van de woning waar we het grootste deel van die tijd gewoond hebben. Dat was van 1 maart 2014 tot 1 mei 2016, iets meer dan twee jaar dus. Ik heb dus het verbruik even vergeleken met de Nederlandse situatie.

  • Ons elektriciteitsverbruik was daar ongeveer 5.700 Kwh per jaar. Dat is ruim 60% meer dan hier in Nederland. Niet vreemd als je bedenkt dat er elke nacht een airconditioning stond te draaien om het klimaat in de slaapkamer draaglijk te maken. En de enorme Amerikaanse koelkast met ingebouwde ijsmachine, en dito Amerikaanse wasmachine, zullen ook niet echt geholpen hebben… De verbruikskosten (omgerekend naar de wisselkoers van begin oktober) waren maar ongeveer 20% hoger dan hier in Nederland. De prijs per Kwh was weliswaar veel hoger, maar de belastingen waren er dan weer veel lager.
  • Ons waterverbruik lag rond de 225 m3 per jaar. Dat is bijna het dubbele van wat we hier in Nederland verbruiken. vanwege het klimaat douchten we meestal twee keer per dag. En ons huis had een tuin die tweemaal per dag automatisch bewaterd werd. Deed je dat niet, dan waren alle planten binnen enkele dagen morsdood. En dan hadden wij niet eens een zwembad, anders was ons verbruik nog veel hoger geweest. Het waterverbruik kostte ongeveer 2,5 keer zoveel als het waterverbruik in Nederland ons kost. Het was niet goedkoop om daar te wonen.
  • Gas kwam daar in grote flessen. Dat gebruikten we om te koken en voor de warmwatervoorziening. Helaas weet ik niet meer hoeveel gas er in één fles zat, ik kan dus niet meer nagaan hoeveel gas we verbruikt hebben. Het waren in die periode 9 flessen, dat kon ik nog wel terugvinden in mijn spreadsheet.
  • En mocht het je interesseren: in het VWL hadden we geen riolering maar een septic tank. Die is tussen maart 2014 en mei 2016 7 keer geleegd, in totaal 96 m3 afvalwater. Dat is gemiddeld iets meer dan 125 liter per dag.

Hoe zit het met jouw energieverbruik?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden