Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Category: Uit onderzoek is gebleken dat… (page 1 of 3)

Spaarpercentage 4,9%

Bij ons, de financiële bloggers, is het Spaarpercentage een bijna heilige indicator. Het verschil tussen inkomsten en uitgaven als percentage van je inkomsten. Oftewel, hoe snel laat je het geld groeien dat beschikbaar is voor financieel onafhankelijk worden? We schrijven er dan ook graag over. En ik lees er ook graag over. Zowel bij individuele bloggers als voor hele landen.

Dan vind ik het dus interessant om te lezen dat het Spaarpercentage in de Verenigde Staten 4,9% was in 2016. En dan denk je natuurlijk: dat doen we in Europa véél beter… Maar dat valt tegen: in 2015 (laatste beschikbare cijfers) was het Spaarpercentage in de EU 4,4%. Nederland doet het wel iets beter met 11,9%, lees ik bij de OECD. Maar volgens mij is dat inmiddels ook lager, want in 2016 hebben we niet veel gespaard.

Dan ben ik toch extra blij met mijn eigen spaarpercentage. En jij?

Oh, oh, die statistieken

Deze week had ik er weer eentje. Een persbericht met cijfers waarvan ik dacht: oppassen! Eerder heb ik ook al eens geschreven over hoe eenvoudig het is om te liegen met statistieken. Of in elk geval een situatie ‘anders’ voor te stellen.

Het gaat om dit bericht: Economie Eindhoven groeit sneller dan die van de Randstad. Het bruto binnenlands product (bbp) van de gemeente Eindhoven groeide in 2016 met 3,6 procent tegenover 2,2 procent gemiddeld in Nederland, zegt het bericht. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag (samen de G4) moesten het doen met 2,2 tot 3 procent groei. Op zich een eerlijke weergave van de gegevens van het CBS. Maar…. Het zijn percentages. Percentages waarmee verschillende grootheden vergeleken worden.

Het BBP van Eindhoven was volgens het bericht ruim € 13 miljard. Op het totale Nederlandse BBP van volgens mij ongeveer € 620 miljard is dat nog steeds maar een procent of 2.

Stel je voor dat het BBP van de G4 een omvang heeft van 100 eenheden en het BBP van Eindhoven is 50 eenheden (ik gun Eindhoven ook wat). Die groei van 3,6% van Eindhoven voegt dus 1,8 eenheden toe aan de gezamenlijke economie. Zelfs als je voor de G4 met een groei van 2,2% rekent voegt dat 2,2 eenheden toe. De gezamenlijke economie groeit dan van 150 naar 154 eenheden, waarbij de G4 in absolute zin het meeste bijdragen. Dus ja, wat zegt het dan?

Dat roept ook weer direct de vraag op waarom zo’n statistiek gepubliceerd wordt. Dus ben ik bij het CBS even op zoek gegaan naar het originele persbericht. Wat is het belang? Sinds september 2016 werken de gemeente Eindhoven en het CBS samen in het CBS Urban Data Center Eindhoven. En dat moet natuurlijk af en toe gepromoot worden.

Ik neem het allemaal dus maar voor kennisgeving aan. Maar het is wel een goede reminder dat Nederland groter is dan de Randstad.

Heb jij recent nog twijfelachtige statistieken gezien?

400 biljoen dollar pensioentekort

Er zijn dagen waarop ik het niet op mijn bankrekening heb staan… Vierhonderd biljoen Amerikaanse dollar, oftewel US$ 400.000.000.000.000. Dat is het bedrag dat volgens het World Economic Forum wat er, op basis van een heleboel aannames, wereldwijd te weinig beschikbaar zal zijn om iedereen comfortabel met pensioen te laten gaan. Ze nuanceren het gelukkig zelf ook, want het is erg moeilijk om precies te bepalen wat ‘genoeg’ is voor een pensioen. Dat is een vraag waar vrijwel iedereen die op weg is naar financiële onafhankelijkheid ook mee worstelt.

En ach, het maakt ook niet zoveel uit of er 200 biljoen of 400 biljoen of 600 biljoen tekort gaat zijn. Maar dat er te weinig is lijkt wel duidelijk. Als voornaamste reden geven zij de fors gestegen (en nog stees stijgende) levensverwachting. Toen de meeste pensioensystemen bedacht werden, ging men er niet van uit zó lang te moeten betalen. Toen de Nederlandse AOW bedacht werd (en nog begon op 65) gingen de bedenkers er van uit dat er gemiddeld 8 jaar betaald zou moeten worden. Inmiddels is dat ongeveer 16,5 jaar en wordt uitgegaan van ongeveer 21 jaar in 2050. Dat verschil moet wel overbrugd worden, en daar is veel geld voor nodig.

Het artikeltje en het rapport wijzen er terecht ook op dat het probleem voor vrouwen nog groter is dan voor mannen. Vrouwen leven gemiddeld langer, en bouwen gemiddeld wereldwijd nog steeds 30-40% minder pensioen op dan mannen.

Het probleem valt voor Nederland nog wel mee. Nu 2 triljoen dollar, en in 2050 bij ongewijzigd beleid 6 biljoen dollar. Maar die 2 triljoen is wel ongeveer 8 keer de jaarlijkse begroting van de Rijksoverheid. Dus ik verwacht niet dat die het gaat oplossen. Ik verwacht sowieso weinig van de overheid. We zullen het dus zelf moeten gaan sparen (en beleggen). Het blijven onvoorstelbare bedragen.

Lig jij wakker van dit pensioentekort? Ik niet.

Weten is nog geen doen

De overheid verwacht nogal wat van de burgers in Nederland. We moeten zelfredzaam zijn. Liefst zo lang mogelijk, want dan zijn we goedkoop. De overheid hoeft dan namelijk minder geld te besteden in ons begeleiden en verzorgen. We moeten assertief en pro-actief zijn, en zelf op zoek gaan naar informatie. We moeten ons goed informeren en zelf afgewogen keuzes kunnen maken. En liefst moeten we ook digitaal vaardig zijn. Want via internet kan het allemaal sneller en goedkoper.

De zelfredzame burger was de hoeksteen van de Participatiesamenleving. Die term werd door de regering in de Troonrede van 2013 geïntroduceerd. We moesten met z’n allen de transitie maken van de klassieke verzorgingsstaat naar de Participatiesamenleving. Dat werd dan ook het woord van het jaar 2013. Overigens is het in de jaren daarna erg stil gebleven rond dit begrip. Blijkbaar valt het allemaal toch een beetje tegen. Uiteindelijk (b)leek het toch vooral een excuus voor miljardenbezuinigingen op de collectieve regelingen zoals de verzorgingshuizen, de bijstand, de AWBZ, de AOW en de thuishulp.

Ook op financieel gebied bewijzen wij burgers voortdurend dat we niet zo zelfredzaam zijn. We kopen (kochten) massaal woekerpolissen, beleggingen in fout hout en niet bestaande windmolens, we slagen er niet in om te sparen en keuzes maken rond het pensioen zijn al helemaal lastig. Uiteindelijk zijn we toch gewoon een diersoort die gericht is op het hier en nu. Verder vooruit kijken is lastig. En voor de overheid is het dus ook lastig om gewenst gedrag te bevorderen. Dat zit gewoonweg niet ingebakken in ons belastingstelsel of in de manier waarop de zorg georganiseerd is.

Een paar weken geleden is er een prachtig rapport verschenen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een adviesclub van de overheid bestaande uit allerlei hooggeleerde (meestal) heren. Ze hebben wel vaker interessante publicaties. Helaas zijn die vaak niet zo heel makkelijk leesbaar, dat zal wel door het hooggeleerde karakter van de raadsleden komen. Maar deze kan ik iedereen van harte aanbevelen, ik heb het afgelopen weekend met veel interesse doorgelezen.

Het rapport heet ‘Weten is nog geen doen‘. Het onderwerp is die zelfredzaamheid van burgers. De overheid kijkt vooral ‘rationalistisch’ naar ons burgers en gaat er van uit dat burgers zichzelf kunnen redden en de informatie die hen wordt aangereikt probleemloos in de juiste actie kunnen omzetten. Maar dat lukt lang niet iedereen en dat ligt lang niet altijd aan ongeletterdheid of een geringe intelligentie. Ook hoogopgeleide mensen kunnen in de knel komen, bijvoorbeeld vanwege vermijdingsgedrag, stressvolle situaties of onvermogen in actie te komen, het hoofd koel te houden en door te zetten bij tegenslag. De WRR introduceert hierbij het begrip ‘doenvermogen’: de vaardigheid om te kunnen plannen, het initiatief te nemen tot de juiste actie en niet toe te geven aan verleidingen. Dat heeft lang niet iedereen in voldoende mate. Dat maakt het een hele uitdaging om mee te doen in de participatiesamenleving. Maar het kan ook op andere terreinen een belemmering zijn. Bijvoorbeeld om (de juiste) actie te ondernemen als je financieel in de problemen zit. Of financieel onafhankelijk wilt worden.

Ben jij zelfredzaam?

Stelletje goudvissen dat we zijn!

Mooi woord, hè? Spaaroverschot. Dat is het bedrag dat huishoudens overhouden ná hun bestedingen, en wat dus beschikbaar is om te sparen (of beleggen). Drie miljard euro was het in 2016 volgens de rekenmeesters van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het is gedaald. Dat is overigens nog geen € 400 per huishouden, dat spaaroverschot. Voor de liefhebber een uitgebreid rapport van De Nederlandsche Bank over het thema.

Het spaaroverschot is vooral een rekenkundig en statistisch iets. En het is dus niet het bedrag dat we echt gespaard hebben, daarover schreef ik in februari Maar het is dus gedaald. En dat zegt wel iets. We geven dus weer meer uit. Volgens de berichten vooral door de herstellende woningmarkt. Maar ook door meer consumptie.

Nou is Geldnerd natuurlijk een bovengemiddeld rijke stinkerd, maar toch. Ook ik heb een huis gekocht in 2016, ben verhuisd en heb heel veel spulletjes aangeschaft. Maar toch spaar ik meer dan voorheen. Blijkbaar gaan de meeste mensen weer gewoon door met consumeren op het uiterste randje van hun mogelijkheden. De consumptieve bestedingen namen in drie jaar tijd met € 16 miljard euro toe, de investeringen in vaste activa (met name nieuwbouwwoningen) met € 13,5 miljard, lees ik bij het CBS. De consumptie stijgt dus gewoon weer het hardst. En dat terwijl onze inkomsten met name in de periode 2013 – 2015 nauwelijks gestegen zijn. Fijn vooruitzicht is dat als er weer een crisis aankomt. En die komt. Want geschiedenis is een golfbeweging. We leren ook niks van eerdere crises, vrees ik. Stelletje goudvissen dat we zijn… Geen geheugen.

Ben jij ook een goudvis?

Jammer, NIBUD…

Eerder deze week bracht het NIBUD een rapport uit over ons spaargedrag. 2,5 Miljoen huishoudens hebben te weinig geld achter de hand. Veel collega-bloggers hebben er al over geschreven, en ook in de pers kwam het rapport regelmatig langs. In al die berichten lag de nadruk heel erg op één ding. Sparen zou niet in onze aard zitten. En volgens het NIBUD moeten we ‘geholpen worden‘.

Dan wordt het eng, vind ik. Ons Hondje is ‘geholpen’, en dat neemt hij de wereld tot op de dag van vandaag kwalijk… Maar ik ben het hartgrondig met Paul van der Kwast eens, die terecht zegt dat het NIBUD wel vaker doorslaat met dit soort dingen, en dat de overheid zich niet te veel met persoonlijk spaargedrag moet bemoeien. Mijn geld is mijn zaak. In hetzelfde artikel wordt (terecht) ook verwezen naar allerlei manieren waarop spaargedrag ‘vroeger’ werd aangeleerd, wat nu minder gebeurt. Allemaal waar. En inderdaad is mobiele toegang tot je (spaar)geld zowel een vloek als een zegen. Gemak heeft ook een keerzijde: discipline wordt steeds belangrijker. En discipline, daar zijn wij mensen vaak niet zo heel erg goed in.

Dit weekend heb ik het hele rapport maar eens gelezen. Taaie materie, maar wel de moeite waard. Veel om over na te denken. Veel ook wat de persberichten en nieuwsberichten helaas niet haalt.

Zelf hoor ik niet bij de politieke stromingen die vinden dat ‘de overheid’ ons maar tegen alle mogelijke gevaren (inclusief onszelf) dient te beschermen. Eigen verantwoordelijkheid. Maar wel met hulp voor mensen die door omstandigheden buiten hun eigen schuld niet mee kunnen doen. Het beschermen van zielige volwassenen die door allerlei reclames bestookt worden en daardoor al hun geld opmaken hoort daar in mijn ogen niet bij.

Waar ik ook moeite mee heb is de hoeveelheid mensen die claimt dat ze niet of nauwelijks rond kunnen komen, en daarom niet kunnen sparen. Ik denk zelf dat heel veel mensen eigenlijk boven hun stand leven. En, zoals het AD constateert, sparen is geen deugd meer. Dat zou het wel weer moeten worden, denk ik.

Sandra Phlippen trekt op basis van het rapport nog een andere conclusie: 70 procent van de antwoorden op de vraag ‘Waarom spaart u niet?’ suggereert dat mensen maar net rondkomen. Slechts 8 procent van de antwoorden zou je kunnen duiden als dat mensen het ‘nu iets kopen’ niet kunnen weerstaan. In dat licht is het helemaal vreemd dat er zoveel nadruk komt te liggen op de psychologie van ons spaargedrag.

En hier schiet het rapport echt tekort. Want als je gaat zoeken naar de achtergronden van deze 70 procent, is er weinig te vinden. Zijn dat inderdaad vooral ZZP’ers en mensen met tijdelijke contracten (zoals Sandra Phlippen suggereert)? Of is er toch nog wat anders aan de hand? We zullen het helaas nooit weten. Maar dat lijkt het NIBUD niet erg te vinden, zolang de overheid ons spaargedrag maar in de gaten gaat houden.

Wat lees jij in het NIBUD-rapport over ons spaargedrag?

215 biljoen dollar schuld

Twee honderd en vijftien biljoen. En een biljoen is een miljoen maal een miljoen. Dus het bedrag is US$ 215.000.000.000.000. Dat is, volgens cijfers van het Institute of International Finance (IIF), het niveau van de schuld van huishoudens, overheden, financiële en niet-financiële bedrijven op onze planeet. De afgelopen 10 jaar steeg die schuld met meer dan US$ 70 biljoen dollar. Het huidige niveau is 325% van het mondiale Bruto Binnenlands Product (BBP). Op de website van het IIF is het rapport alleen voor geregistreerde gebruikers te bekijken, maar ik las er een artikeltje over bij Business Insider.

Dit zijn van die absoluut onvoorstelbare bedragen voor mij. Monopoly geld. Ik probeer het dan altijd om te rekenen naar iets waar ik wel een beeld bij heb. Over deze schulden wordt rente betaald. Wat zou dat zijn, gemiddeld? 1,0% van die 215 biljoen is 2.150.000.000.000, oftewel twee biljoen honderdvijftig miljard. Maar de gemiddelde rente was vast hoger dan 1,0%.

Ter vergelijking: de totale begroting van de Nederlandse Rijksoverheid is ongeveer 260 miljard, 1/9 van dat bedrag. Het totale BBP van Nederland in 2016 was ongeveer € 675 miljard, iets minder dan 1/3 van dat bedrag. De Nederlandse staatsschuld is op dit moment ongeveer € 471,3 miljard, iets meer dan 1/5 van die ene procent van de wereldwijde schuld. Ik zou zelf al blij zijn met een fractie van dat bedrag.

Schuld is natuurlijk niet alleen maar slecht. Als je geld leent, en dat effectief aan het werk zet tegen een hoger rendement dan het rentepercentage, dan heet dat een verstandige investering. Ik ben alleen een beetje bang dat lang niet al dat geld op die manier ingezet wordt.

En gisteren las ik dat steeds meer (ex-)studenten hun studieschuld niet terug kunnen betalen. In 2008 begonnen studenten hun carrière nog met een gemiddelde schuld van rond de € 12.000. In 2016 is de schuld van net afgestudeerden opgelopen richting de € 15.000. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de gemiddelde schuld verder zal stijgen naar € 21.000 euro doordat studenten, sinds de invoering van het leenstelsel in 2015, meer zijn gaan lenen. Het CPB gaat er van uit dat 15% van de studenten z’n schuld niet gaat terugbetalen, lees ik in Trouw. Ik ga er dan maar even vanuit dat dit een doorsnede van de populatie is. Met een totale studieschuld van € 17,9 miljard zou dat betekenen dat € 2,69 miljard nooit terugkomt. Heel eerlijk: vind ik niet erg. Dat is 1% van de huidige jaarlijkse begroting van de Rijksoverheid. En eigenlijk vind ik ook dat een overheid hoort te zorgen voor goed en breed toegankelijk onderwijs. En of het leenstelsel daaraan bijdraagt?

Kun jij je een voorstelling maken van dit soort bedragen?

Liegen met statistieken?

Het is altijd goed opletten als er persberichten uitkomen met juichende cijfers. Want er zijn weinig manieren om te liegen en bedriegen die zo gemakkelijk zijn als met cijfers. Die klinken namelijk heel precies, maar als je niet goed weet wat er precies achter zit kun je behoorlijk misleid worden. Of dat nu ook weer gebeurt, weet ik niet. Maar ik heb er wel vragen bij. Want juichende cijfers in verkiezingstijd komen meestal niet zomaar.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren dit nieuwsbericht las: de sterkste stijging van de omzet van de detailhandel in 8 jaar. Gebaseerd op dit persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het klinkt natuurlijk prima vanuit het perspectief van economisch welvaren. Over heel 2016 was de omzetgroei van de detailhandel 1,9 procent. Dat is de hoogste omzetgroei in 8 jaar. Maar als je goed leest zie je ook wat anders. In december 2016 heeft de detailhandel 2,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder. Het volume van de verkopen was 1,1 procent hoger. Dat is al een stuk minder. Het verschil heet natuurlijk voor een groot deel inflatie, waarvan datzelfde CBS afgelopen week meldde dat die over 2016 1,0% bedroeg en in januari 2017 stevig gestegen is.

Eén procent méér consumeren in volume is natuurlijk nog steeds consumeren en niet consuminderen. De bevolking van Nederland groeide in 2016 met ongeveer 111.000 personen naar bijna 17,1 miljoen mensen, lees ik hier. Dat is een groei van 0,65%, dus per persoon hebben we dan nog steeds iets meer geconsumeerd dan in 2015.

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) bedroeg het netto modaal maandinkomen in 2016 ongeveer € 2.021. In 2015 was dat ongeveer € 2.024. En toch consumeerden we meer. Dan snap je weer wat beter waarom de bedragen die we gemiddeld gespaard hebben wat tegenvielen.

Ben ik nou gek of…?

NIBUD trapt open deur in?

201611-nibudMensen die spaargeld hebben, planmatig met hun geld omgaan en een geordende administratie hebben, verkleinen de kans om financiële problemen te krijgen. Ik heb het niet verzonnen, het is de eerste zin van het persbericht van het NIBUD gisteren. Hiermee presenteerden ze de resultaten van hun onderzoek ‘Kans op financiële problemen 2016’. In Nederland heeft 45% van de huishoudens moeite met rondkomen, en 40% van de huishoudens loopt achter met zijn betalingen, zo lees ik in datzelfde persbericht. Dat vind ik hoge percentages. Veel te hoog.

Tsja… Wat heb ik daar aan toe te voegen? Vanuit mijn perspectief zijn dat open deuren, en voor de meeste lezers van dit blog ook. Interessanter is de vraag: wat doen we eraan? NIBUD komt weer met vuistregels en doet aan e-mail coaching. Leuk, maar hoeveel mensen gaan dat gebruiken? Als ik in mijn archief kijk naar oudere onderzoeken, dan zie je het financieel bewustzijn van mensen niet beter worden.

Mijn stelling: ‘omgaan met geld’ moet een verplicht vak op school worden. Dan kunnen we hopelijk over een of twee generaties constateren dat deze percentages echt omlaag gaan. Doen we dat niet, dan blijft het dweilen met de kraan open.

Hoe denk jij dat we dit probleem op moeten lossen?

Armer dan mijn ouders

Mijn recente blog ‘De onmacht van de middenklasse‘ riep meer reacties op dan ik verwacht had. Een lezer attendeerde mij op een artikel in de De Groene Amsterdammer. Dat is geschreven naar aanleiding van een rapport van McKinsey.

Het lijkt er steeds meer op dat er een trendbreuk optreedt. Heel lang is het ‘normaal’ geweest dat elke volgende generatie het economisch beter heeft dan de vorige. Maar in de periode 2005 – 2014 ging 65 – 70 procent van de huishoudens er in reëel inkomen op achteruit. De term reëel inkomen betekent dat het gecorrigeerd wordt voor inflatie, en het zegt dus iets over de koopkracht van dat huishouden. En de rekenmeesters van McKinsey achten de kans groot dat dit ook de komende 10 jaar het geval blijft.

Ze wijten dit aan de trager wordende economische groei, iets wat inderdaad sinds de ‘crisis van 2008′ erg hardnekkig lijkt te zijn. Daarnaast gaat het rapport in op inkomensoverdrachten: het bedrag aan uitkeringen en subsidies dat iemand bovenop z’n reguliere salaris ontvangt. In Nederland hebben we natuurlijk een uitgebreid stelsel aan toeslagen, waarmee we belastinggeld rondpompen. Let wel: ik zeg niet dat we daarmee moeten stoppen, maar het is wel iets om goed in de gaten te houden. Verder concludeert het rapport dat de omstandigheden op de arbeidsmarkt veel minder zeker zijn geworden. Tijdelijke banen en ZZP’ers zorgen ervoor dat de jongere generaties minder zekerheid hebben over hun inkomen dan hun ouders hadden.

Conclusie: we worden gemiddeld genomen allemaal minder rijk, maar die last wordt wel oneerlijk verdeeld. Hoe lager je op de economische ladder staat, hoe sterker je de pijn gaat voelen.

Door het lezen van het rapport werd ik wel nieuwsgierig naar mijn eigen situatie. Gelukkig houd ik mijn administratie al sinds 2003 gedetailleerd bij, dus ik ben in mijn elektronisch archief gedoken. En vooralsnog heb ik geluk!

In 2004 verdiende ik netto € 2.950 per maand (exclusief vakantiegeld en 13e maand). Inmiddels is dat € 4.000 per maand. Op de website van het CBS vond ik de inflatiecijfers sinds 2004. Cumulatief is er sinds 2004 21,7% inflatie geweest. Betrek ik dat op mijn inkomen, dan zou ik nu € 3.590 netto per maand moeten verdienen om met mijn inkomen uit 2004 de inflatie bij te houden. Vooralsnog zit ik daar € 400 boven, doordat ik sinds 2004 best een aardige carrière heb gemaakt. Maar ik vraag me wel af hoe lang ik nog door kan groeien, en of (wanneer) de daling van het reëel inkomen ook mij zal treffen…

Hoe is het met jouw koopkracht?

Older posts

© 2017 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑