Blog over (financieel) bewust leven

Categorie: Belastingen (Page 1 of 5)

Side Hustles en de Belastingdienst

Een lezeres van dit blog vroeg mij om eens te schrijven over ‘side hustles’. In beter Nederlands, betaalde nevenactiviteiten. Dingen die je doet naast je reguliere baan en die geld opleveren. Daarmee kun je eerder financieel onafhankelijk zijn. Of je kunt met minder geld toe voor je financiële onafhankelijkheid, omdat je jouw inkomen uit vermogen aanvult met geld van betaalde nevenactiviteiten. ‘Barista FIRE‘ wordt dat ook wel genoemd. Of voor sommige mensen: in de zandbak spelen.

Zelf doet Geldnerd niet echt aan nevenactiviteiten. Ik heb best een drukke baan en wil daarnaast graag mijn tijd besteden aan ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, Vriendin en Hondje. Maar deze blog is ook een vorm van betaalde nevenactiviteit, want er staat een advertentie in de zijlijn (behalve op mobieltjes) en ik krijg een paar cent van Google als je daar op klikt. Rijk wordt je daar niet van, overigens. Maar er zijn allerlei vormen van betaalde nevenactiviteiten. Sommige mensen krijgen een vergoeding voor vrijwilligerswerk. Andere mensen heb een webshopje met zelfgemaakte spulletjes. En weer anderen sparen via Euroclix met het openklikken van mails en invullen van enquetes, of verkopen spulletjes via Marktplaats. Er zijn legio nevenactiviteiten die geld op kunnen leveren .

Voor vrijwilligerswerk gelden overigens speciale regels. Want dat wil de overheid toch wel een beetje aanmoedigen, en dan helpt het niet als mensen hun hele vergoeding naar de Belastingdienst mogen overmaken.

Belasting betalen

Die extra inkomsten uit nevenactiviteiten zijn natuurlijk mooi meegenomen. Maar zoals iedereen in Nederland weet (of in elk geval hoort te weten) zijn inkomsten en belastingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daar lees je dan weer een stuk minder over. Een aantal jaren geleden heeft Zuinigaan wel eens geschreven over de extra belasting die ze moest betalen over haar neveninkomsten, uit haar weblog en het werk in een stembureau. Zij kwam er toen op uit dat ze in haar specifieke situatie ruim 60% van haar extra inkomsten naar de Belastingdienst mocht brengen. Maar verder ben ik er nog niet veel over tegengekomen.

Uitgangspunten

Ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting, en werk je voor de betreffende werkzaamheden ook niet in loondienst, maar heb je wél inkomsten? Dan noemt de Belastingdienst dat ‘inkomsten uit overig werk’. Het uitgangspunt is dat je het geld dat je hiermee verdient moet opgeven in de belastingaangifte. Ook als het bijvoorbeeld een vergoeding is voor gemaakte reiskosten. De Nederlandse belastingregels zijn daar vrij strikt in. Alhoewel de Belastingdienst zelf ook verzucht dat er zoveel verschillende situaties kunnen zijn dat er geen uitputtende lijst te vinden is. Het gaat dan niet om incidentele inkomsten, zoals af en toe een overbodig meubelstuk verkopen via Marktplaats. Maar jaag je structureel op koopjes om ze met winst door te verkopen, dan wordt het al iets anders.

Ondernemer ben je voor de inkomstenbelasting als jouw activiteiten zich afspelen in het economisch verkeer (dus tussen jou en andere bedrijven of klanten) en als je daar financiële winst van kunt verwachten. Er is dan sprake van een bron van inkomen. Maar als de activiteiten zich afspelen binnen de hobby- of familiesfeer, bent je weer geen ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Kortom, helemaal helder is het niet. Er zit wat interpretatieruimte voor de Belastingdienst in. Ik ben er nooit helemaal gerust op als overheidsinstanties te veel eigen ruimte hebben, daar komen maar problemen van.

Negatief financieel resultaat

Je hoeft je geen zorgen te maken als je een negatief financieel resultaat uit de werkzaamheden behaalt, en dat naar verwachting ook zo blijft. Dan noemt de Belastingdienst het geen bron van inkomen, maar activiteiten in de hobby- en familiesfeer. De inkomsten en kosten hoef je dan niet op te geven in de belastingaangifte.

Dit is overigens wel de reden dat Geldnerd keurig bijhoudt wat deze blog allemaal kost en oplevert, net als mijn andere website (die al draait sinds 2004). Ik kan keurig aantonen dat ik sinds het begin een negatief financieel resultaat heb behaald. Het is voor mij niet verplicht om een administratie bij te houden. Maar de Belastingdienst kan wel vragen om informatie, dus dan kun je het maar beter bij de hand hebben.

Wat moet je betalen?

Als je inkomsten hebt, dan staan daar soms ook kosten tegenover. Voor deze weblog heb ik bijvoorbeeld de domeinnaam ‘geldnerd.nl’ geregistreerd en een contract met een hostingprovider, een partij die serverruimte beschikbaar stelt voor mijn website en zorgt dat die met internet verbonden is. Als ik het zou willen, zou ik me ook nog te buiten kunnen gaan aan allerlei betaalde tooltjes voor marketing, e-mail nieuwsbrieven, en ‘Themes’ om de website een beter uiterlijk te geven. Ik zou ook dure poloshirts kunnen bestellen met een ‘Geldnerd.nl’ logo, om te dragen naar meet-ups en conferenties. Ik zou een deel van de kosten van mijn laptop, mijn telefoon, en mijn tablet kunnen aftrekken, omdat ik ze gebruik om deze blog te maken en te onderhouden. Dat doe ik allemaal niet. Maar het zouden wel ‘zakelijke kosten’ zijn die je (deels) mag aftrekken van de inkomsten. Inkomsten minus kosten is jouw inkomen uit de nevenactiviteit.

En dat inkomen moet je opgeven in Box 1, de box voor belastbaar inkomen uit werk en woning. Het telt dus op bij de inkomsten uit jouw gewone baan. In 2020 gelden voor Box 1, als je de AOW leeftijd nog niet bereikt hebt, de volgende tarieven.

BelastingschijfBelastbaar inkomen Box 1Tarief
1tot € 68.50837,35%
2vanaf € 68.50849,50%

Wat je dan precies moet betalen, is natuurlijk helemaal afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. In welk belastingtarief val je? Heb je verder nog aftrekbare kosten of schulden? Maar de tarieven geven een aardige indicatie.

Onderdeel van het belastingstelsel is overigens ook een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Daarvoor stuurt de Belastingdienst je nog een aparte aanslag nadat je aangifte hebt gedaan. Bij jouw normale baan betaalt de werkgever dat. Maar voor jouw nevenactiviteiten heb je geen werkgever en moet je die bijdrage zelf betalen. Daar zit overigens wel een maximum aan. Voor freelance neveninkomsten bedraagt de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet in 2020 5,45%. Die moet je dus eigenlijk optellen bij het percentage inkomstenbelasting om een goed beeld te krijgen.

Wat doet Geldnerd?

Het loont de moeite om bij te houden wat jouw hobby’s en nevenactiviteiten kosten en opleveren. Want ongemerkt kan het groeien. En dan kan het zomaar zijn dat je meer dan de helft van je inkomsten uit nevenactiviteiten mag overmaken naar de Belastingdienst. En die Belastingdienst is je beste vriend als je zelf keurig opgeeft wat je verdient. Maar als je iets verzwijgt en zij ontdekken het, dan ben je de pineut. Dan mag je alsnog betalen, waarbij ze ook tot zeven jaar terug kunnen gaan. En boetes op kunnen leggen. En jij mag met bewijzen komen.

Inkomsten uit overig werk moet je aangeven, tenzij expliciet duidelijk is dat het niet hoeft. Punt. Geldnerd is zelf een brave burger, ambtenaar en belastingbetaler, en zal jou dus nooit adviseren om iets niet op te geven. Dat geldt volgens mij dus niet voor activiteiten waarop je structureel een negatief financieel resultaat behaalt. Zoals ik op dit blog. En ook niet op dingen die in de hobbysfeer vallen. Daar reken ik dingetjes als Euroclix en incidentele Marktplaatsverkoop ook onder.

Maar wordt het groter, dan zul je erover na moeten denken. En bij twijfel navraag doen of aangifte doen. Dat is vervelend, want dat kan je een deel van je inkomsten kosten. Maar zo zijn de regels nou eenmaal. Belastingen zijn de prijs van het toegangskaartje voor het wonen in Nederland. En als je die belasting betaalt, denk er dan wel aan dat je daarmee meebetaalt aan mijn salaris als ambtenaar. Misschien voelt het dan wat minder zwaar?

Geef jij jouw neveninkomsten op bij de Belastingdienst?

Vermogensrendementsheffing: uitstel, geen afstel?

Afgelopen woensdag was daar ineens het bericht dat het van de baan is. De hervorming van de vermogensrendementsheffing. Poef… Foetsie. We praten er niet meer over. Prompt las ik er dan ook niks over in de grotere kranten. ‘Overheid gaat iets niet doen’, dat is geen nieuws toch?

Ik snap ‘m wel. Het is niet het juiste moment. De Belastingdienst kan niet veel veranderingen aan. Druk met de interne organisatie, de vernieuwing van verouderde ICT-systemen, en de naweeën van de kinderopvangtoeslag-affaire. Niet echt een setting voor een omvangrijke verbouwing van een van de boxen van het belastingstelsel.

Bovendien komen er verkiezingen aan. En zitten we in een economische crisis. Het is dus lastig om ‘niet onomstreden’ voorstellen door het parlement te loodsen, zeker met een regering zonder meerderheid in de Eerste Kamer. En het is, in het kader van de verkiezingscampagnes, zoals gebruikelijk ook tijd voor ‘cadeautjes’ van politici aan kiezers. Bovendien hebben de recente rapporten met de honderden bouwstenen laten zien dat er eigenlijk een hervorming van het hele belastingstelsel nodig is.

Uitstel dus in elk geval. Maar afstel? Nee, dat denk ik niet. In het nieuwe regeerakkoord, na de verkiezingen van 2021, verwacht ik echt wel afspraken over een fundamentele hervorming van het belastingstelsel. De inkomstenbelasting en de vermogensbelasting zullen op de schop gaan. Hoe precies, dat weet nog niemand. Maar het kan best zijn dat we het nu teruggetrokken plan, al dan niet gecombineerd met onderdelen van de bouwstenen-rapporten, en heel nieuwe onderdelen, over een jaar of twee terugzien in een heel nieuw belastingplan.

Wat verwacht jij na de verkiezingen?

Bouwstenen voor een nieuwe belastingruïne

Het is weer tijd voor proefballonnetjes in Den Haag. Dat is niet omdat wij ambtenaren tijd over hebben vanwege de corona-crisis (integendeel). Maar het heeft alles te maken met de kalender van ons democratische proces. En die schrijft voor dat er komend voorjaar weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Alle politieke partijen werken op dit moment dus aan hun verkiezingsprogramma’s. Daarvoor worden commissies samengesteld van prominente partijleden. Met de opdracht om een wervend verkiezingsprogramma te schrijven waarin de kiezer kan lezen wat de betreffende partij de komende vier jaar wil gaan bereiken. ‘Stem op mij, en dan zal ik….’. Nu hebben we in Nederland een meerpartijenstelsel, waardoor we (gelukkig) altijd een coalitie van partijen moeten vormen. Na verkiezingen volgt er dus een formatieproces, dat ingewikkelder wordt naarmate er meer partijen aan deelnemen. De formatie van het huidige kabinet Rutte-3 (met vier partijen) duurde ongeveer 7 maanden. En onze zuiderburen zitten inmiddels al een jaar te wachten op een federale regering. Als kiezer stem je dus voor een partij, maar moet je maar afwachten wat er na verkiezingen en formatie van al die standpunten overblijft.

Maar dat weerhoudt die commissies er niet van om enthousiast aan de slag te gaan met de programma’s. En daarbij wordt er ook druk gezocht naar input van buiten. Want je kunt niet alles zelf verzinnen. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dat gezegde geldt ook in de politiek. En dus zie je in deze periode een enorme hoeveelheid rapporten verschijnen. Van belangenclubs van werkgevers, van vakbonden, van maatschappelijke organisaties op allerlei terrein. Maar ook van ambtenaren en ambtelijke commissies. Want ook ambtenaren hebben wensen en ideeën die ze wel (of juist niet) in de verkiezingsprogramma’s terug willen zien.

Ambtelijk Den Haag heeft zelfs twee kansen. Er wordt geprobeerd om ideeën in het verkiezingsprogramma van met name de grotere en meer kansrijke partijen te krijgen. En na de verkiezingen worden er allerlei ‘formatiefiches’ gemaakt. Deels op verzoek van de partijen aan de onderhandelingstafel, en deels op eigen initiatief. Eigenlijk zijn die formatiefiches hapklare brokken tekst die (na onderhandeling) zo het regeerakkoord in moeten kunnen. Uiteraard met een financiële paragraaf, want om al die mooie ideeën te realiseren is wel geld nodig. Ook Geldnerd heeft meerdere malen meegeschreven en meegerekend aan dat soort documentjes.

Recent waren het de collega’s van Financiën die hun ideeën de wereld in slingerden. Heel politiek en ambtelijk Den Haag weet al een tijdje dat ons Nederlandse belastingstelsel hard aan hervorming toe is. De laatste hervorming is al weer van bijna 20 jaar geleden, en sindsdien is er veel veranderd in de samenleving. De rapporten die er nu liggen zijn het resultaat van een proces dat al meer dan een jaar geleden gestart is. In totaal zijn er elf onderzoeken op basis van zeven knelpunten in het huidige belastingsysteem. Dit leidt tot maar liefst 169 bouwstenen waaruit politieke partijen kunnen kiezen. Voor elk wat wils, zullen we maar zeggen…. Ze zijn nu naar de Tweede Kamer gestuurd en ook voor iedereen te lezen.

Geldnerd heeft nog niet alle elf rapporten doorgenomen. Dat vind ik in dit stadium ook niet zinvol. Het zijn geen voorstellen van een minister aan de Tweede Kamer, of wetsvoorstellen. Het zijn nog maar ideeën, proefballonnetjes. Eerst maar eens kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen terechtkomt. En in een regeerakkoord. Dan wordt het pas echt belangrijk. Persoonlijk vind ik 169 bouwstenen wel erg veel. Daar kun je alle kanten mee op. Maar ik snap het wel. Het maakt natuurlijk nogal wat uit wat de kleur van een volgend kabinet wordt. Ik heb een aantal rapporten wel globaal bekeken, en dan vallen me wel wat dingen op.

In eerdere analyses heb ik al gezien dat sinds de crisis van 2008/2009 de belastingdruk voor burgers is toegenomen, en die voor bedrijven juist is afgenomen. Daar lees ik nu wat waarschuwingen over. Een meerderheid van de mensen vindt dat namelijk niet eerlijk, en dat is slecht voor het draagvlak onder ons belastingstelsel. Overigens acht het FD de kans dat dit goed komt niet heel hoog. Zij constateren terecht dat de VVD als grootste partij weliswaar zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar dat tot nu toe vooral het bedrijfsleven daar beter van geworden is.

Er zit in de stapel ook een rapport dat gaat over het belasten van vermogen. Het lijkt erop dat de ambtenaren nog steeds uitgaan van een invoering van de nieuwe Box 3 plannen waar ik onlangs nog over geschreven heb. Maar er wordt ook uitvoerig ingegaan op de zwakke punten in dat systeem. Dan gaat het ook om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst is vooral met zichzelf bezig en kan geen grote veranderingen aan op dit moment.

Volgens een internationale vergelijking heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Dat komt dan weer vooral omdat onze belastingvrije pensioenopbouw in pijler 2, en de opgebouwde pensioenvermogens, hierbij worden meegenomen. Sommige vormen van vermogen lijken ook minder belast te worden dan andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eigen woning. Ik lees ook dat de lastendruk voor particuliere huishoudens bij ongewijzigd beleid verder stijgt. We vergrijzen, geven dus meer geld uit aan zorg, en dat wordt grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook.

Volgens de schrijvers moet de belastingdruk op arbeid dus fors naar beneden (zodat de zorgpremies verder kunnen stijgen). Rutte 3 heeft wel iets voor de particulieren gedaan, maar onze lasten zijn nog altijd hoger dan in 2007 (voor de crisis). De vergrijzing heeft nog een ander effect, een steeds kleinere groep werkenden betaalt het grootste deel van de rekening. Er zijn meer gepensioneerden die minder belasting betalen. De belastingdruk op salaris is gemiddeld 25%, gepensioneerden betalen over hun pensioeninkomen gemiddeld 13% belasting. Overigens is de belastingdruk voor ZZPers gemiddeld 17%. Dat zijn dus een soort pensionado’s?

Niet onverwacht, er wordt ook geadviseerd om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De Nederlandse aftrek is nog steeds erg royaal vergeleken bij andere landen, dat lees ik ook regelmatig in mijn lijfblad The Economist. En verder opvallend veel opmerkingen over Box 2, de ‘aanmerkelijk belang’ box in ons belastingstelsel.

En nu?

Wat te verwachten? Daar valt geen peil op te trekken met deze stapel bouwstenen. Iedere partij kan er zijn eigen belastinghuisje van bouwen. De adviezen tenderen wel naar minder belasting op arbeid, meer belasting op vermogen, en doe iets aan de verschillen tussen werkenden en ondernemers, en tussen particulieren en bedrijven.

Meer belasting op vermogen is in mijn situatie natuurlijk niet meteen gunstig. Want vermogen is wat ik opbouw om het gat te overbruggen tussen het moment dat ik stop met werken, en het moment dat mijn pensioen begint met uitbetalen. Een ander belastingstelsel kan daar zomaar voor een paar jaar vertraging zorgen.

Later dit jaar zal ik eens gaan kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s terechtgekomen is. Maar, zoals gezegd, echt interessant wordt het pas bij een nieuw regeerakkoord. En dat zal nog wel een jaar of langer duren…

Wat zijn jouw wensen voor een nieuw belastingstelsel?

Hoe staat het met de plannen voor Box 3?

Een tijd geleden presenteerde het kabinet plannen voor een grondige hervorming van Box 3, de vermogensrendementsheffing. Ik schreef destijds een van mijn best gelezen blogposts ooit, met rekenvoorbeelden die aangaven wat de plannen voor box 3 zouden betekenen. Voor mij als belegger zag het er niet best uit. Waar spaarders in de meeste gevallen helemaal geen vermogensrendementsheffing meer zouden betalen, gingen wij beleggers juist fors meer betalen. En ook voor mensen met vastgoed zagen de plannen er niet fijn uit. Er was een aantal dagen veel over te doen. in de media, en ook binnen de gemeenschap van financiële bloggers. En toen werd het stil…

Dat andere dossier…

Nieuws was er de afgelopen periode wel over dat andere dossier rond de vermogensrendementsheffing. De Bond voor Belastingbetalers heeft een aantal rechtszaken lopen tegen de vermogensrendementsheffing. Kern van de zaak is steeds dat de Belastingdienst rekende met een veel te hoog forfaitair rendement. 30% belasting op een fictief rendement van 4,0%, oftewel 1,2% effectieve vermogensrendementsheffing op je vermogen boven de drempel. En dat in jaren dat gewone spaarders die rendementen nevernooitniet konden halen. De rechtvaardigheid van de vermogensrendementsheffing staat al heel lang ter discussie, en de Bond voor Belastingbetalers heeft van die zaken een beetje z’n levenswerk gemaakt.

Op maandag 27 april 2020 (jawel, Koningsdag) stond er een artikel over het FD. Een commissie van juristen heeft het kabinet geadviseerd dat er voor de jaren 2013 – 2016 inderdaad compensatie zou moeten komen. Staatssecretaris Vijlbrief is zich aan het beraden over wat er moet gebeuren en zal in het najaar met een reactie komen.

Dit alles staat in een brief die Vijlbrief op vrijdag 24 april aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Op de eerste dag van het mei-reces dat duurt tot en met 11 mei. Daar heb ik al vaker over geschreven, die Haagse tactiek om interessante brieven aan de Kamer te sturen net voordat ze gaan of net nadat ze weg zijn. Dit in de hoop dat die, tegen de tijd dat de Kamerleden terugkomen, onderaan de stapel liggen. En in de hoop dat ze niet (of in elk geval minder) opgepikt worden door de media, want de parlementaire journalisten volgen hetzelfde vakantieritme als de Tweede Kamer. In december was het Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar het ministerie van Financiën kent de truc ook.

Verder wordt het dus nog een rondje tijdrekken. In elk geval tot het najaar. Maar er stond nog iets interessants in die brief van vrijdag 24 april. En dat gaat wel over de hervormingen van Box 3.

Hervormingen Box 3

De afgelopen periode zijn er echt wel berichten in de media geweest over de voorgenomen hervormingen van Box 3. In maart werd duidelijk dat de Autoriteit Financiële Markten (je weet wel, die club die onze ETFs heeft afgepakt…) kritisch was over de kabinetsplannen om de vermogensrendementsheffing in Box 3 te wijzigen. Er werd over geschreven door ondermeer de NOS en het FD. De AFM is bang dat wij daardoor meer risico gaan nemen, en dat op deze manier beleggen onaantrekkelijker gemaakt wordt.

Ook de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, Chris Buijink, liet begin maart van zich horen. In een interview in Elsevier Weekblad noemde hij de voorgenomen hervorming een slecht plan. Hij vindt het onverstandig dat de beleggers volledig op gaan draaien voor maatregel, zij gaan meer betalen terwijl het merendeel van de spaarders helemaal niets meer betaalt. Hij wijst op dezelfde risico’s als de AFM ziet.

Ik heb de oorspronkelijke plannen er nog even bijgezocht. Begin maart heeft Vijlbrief in een overleg over de Belastingdienst aan de Tweede Kamer toegezegd om voor het meireces een brief te sturen over de stand van zaken van de aanpassing van Box 3. Dat heeft hij niet gehaald. Boefje! Daarom schrijft hij in de brief van 24 april dat hij ernaar streeft om deze brief voor het zomerreces aan de Kamer te sturen. Ook hier dus een rondje tijdrekken. Oorspronkelijk was het plan om het wetsvoorstel ter aanpassing van Box 3 voor het zomerreces van 2020 in te dienen. Dat gaat hij dus ook niet halen, zegt hij. En hiervoor wordt geen nieuwe datum genoemd. Voorlopig dus even geen verdere duidelijkheid over de aanpassing van Box 3.

Wat vind jij van de voorgenomen hervormingen van Box 3?

Belastingaangifte 2019

Het jaar 2019 was het jaar van de grote schoonmaak tussen mijzelf en de vrienden van de Belastingdienst. Alle openstaande aangiftes van mijn jaren in het Verre Warme Land werden één voor één afgetikt, en het leverde mij een mooie teruggave op. In één klap was ik weer helemaal ‘bij’. En nu is het gedaan met de pret. Het zijn weer gewone aangiftes over heel gewone, saaie jaren. Met die insteek hebben Geldnerd en Vriendin onlangs ook de Belastingaangifte 2019 ingevuld.

Het was bijna net zo saai als vorig jaar. Toen hoefden we alleen ons aandeel in het eigen vermogen van de Vereniging van Eigenaren van ons pand in te vullen. Dat moest ik nu weer doen. De rest was vooringevuld, inclusief mijn dividendinkomsten. En er was één dingetje dat ik graag zelf in wilde vullen. Mijn medische kosten. Maar helaas! Ik kom niet boven het drempelbedrag uit. Er valt dus niets af te trekken van de belastingen.

Dit jaar heb ik wat extra aandacht besteed aan de verdeling van aftrekposten tussen Geldnerd en Vriendin. Maar veel levert dat niet op. Onze inkomens verschillen niet zoveel dat we in verschillende belastingschijven vallen. En het is niet zo dat een van ons recht heeft op toeslagen of heffingskortingen en de ander niet. Dus de tips van de Aangiftecheck van de Bond voor Belastingbetalers, waar Erica Verdegaal onlangs over schreef in het FD, leverde geen aanvullende inzichten op. We hebben zitten ‘spelen’ met de verdeling van de posten en daarmee € 46 bespaard. Meer zat er helaas niet in.

Na een laatste controle hebben we alles meteen ingestuurd. Mooi op tijd, zodat we vóór 1 juli reactie krijgen. En nu maar hopen dat ik niet op een of andere fraudeurslijst sta…

Heb jij jouw belastingaangifte al gedaan?

Ga je salarisbrief narekenen!

Elk jaar, aan het eind van januari, schrijf ik over mijn nieuwe salaris. Tot nu toe keek ik alleen naar het bedrag onder de streep. Ik zette wel op een rijtje wat er veranderd was in het belastingstelsel en de pensioenpremie, maar daar bleef het dan wel bij. Tot dit jaar.

Want er gebeurde iets vreemds. Mijn pensioenfonds, het ABP, had trots verkondigd dat de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen licht omhoog zou gaan, met 0,4%-punt. De overige premies (voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen en voor voorwaardelijk pensioen) zouden dit jaar ongewijzigd blijven. Het staat er echt.

En toch zag ik iets heel anders op mijn salarisbrief. Mijn premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen verdubbelde bijna, en de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen steeg met 2,3%. Dat zijn heel andere getallen. Die ik ook niet kon koppelen aan de CAO-wijzigingen en de veranderingen in het belastingstelsel.

En dat knaagde. Het knaagde zo erg dat ik me ben gaan verdiepen in elk getalletje op mijn salarisbrief. Er ging een wereld voor me open. Lees mee en huiver.

De rechterkolom

In de rechterkolom staan een aantal bedragen en een aantal feitelijke gegevens over mijn arbeidsovereenkomst met de Rijksoverheid. Die feitelijke gegevens zijn eenvoudig. Mijn BSN-nummer, mijn salarisschaal en trede, en mijn bankrekeningnummer. Ook staat er de arbeidsduur in uren per week. En er staat dat ik een schriftelijke arbeidsovereenkomst heb voor onbepaalde tijd, en geen oproepkracht ben.

Er staat ook een bruto-uurloon. Dat kan ik reconstrueren. Ik neem 12 maanden keer mijn bruto maandsalaris. Dat deel ik door 52 weken keer mijn arbeidsduur in uren per week.

Daarnaast wordt ook het minimumloon standaard op mijn salarisbrief vermeld, geen idee waarom eigenlijk? Er staat een bedrag van € 1.653,60. En voor mijn leeftijdscategorie ’21 jaar en ouder’ is dat inderdaad het juiste bedrag in 2020.

Grondslag SV-Loon

Het Sociaal Verzekeringsloon (SV-loon) wordt berekend door het bruto salaris te verlagen met de bruto inhoudingen en pensioenpremies, en het daarna te verhogen met de bruto toelagen. Bruto inhoudingen heb ik niet. Wel pensioenpremies, die ik van mijn bruto-salaris aftrek. En de brutotoelagen bestaan uit de Betaling IKB, dus die tel ik dan weer op. En ook hier klopt het bedrag.

Bijzonder Tarief Loonheffing

Ook staat er op mijn brief een Bijzonder Tarief Loonheffing vermeld, 55,5%. Dat is het tarief waarop mijn bijzondere beloningen (de dertiende maand en eventuele extra beloningen) belast worden. Daarvoor moet ik naar de website van de Belastingdienst. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tabel voor Bijzondere Beloningen voor een Standaardsituatie. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. In de tabel die je dan kunt downloaden zoek je jouw Jaarlooncategorie op (12 maal je bruto maandsalaris). In mijn situatie is sprake van heffingskorting (zie ook hierboven), ik kijk dus naar de kolommen met loonheffingskorting. Daar zie ik een standaardtarief van 49,5% en een verrekeningspercentage loonheffingskorting van 6%. Samen is dat 55,5%. In 2019 was dat in mijn situatie nog 51,75%. Oef….

Jaarinkomen pensioen

Eén van de dingen waarmee we het in Nederland ingewikkeld maken, is dat we voor elke regeling een andere grondslag bedenken. Een andere basis, waar we dan weer van alles op gaan baseren. In ons pensioenstelsel kennen we het ‘pensiooengevend salaris’. Gelukkig is er de website van het ABP. Daar lees ik dat mijn Pensioengevend Salaris elk jaar in januari wordt vastgesteld. Het bestaat uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen (die ik volgens mij niet heb) en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor (die ik volgens mij ook niet heb). Het zou in mijn Uniform Pensioen Overzicht (UPO) moeten staan, maar het UPO over 2020 krijg ik volgend jaar pas. Dus ga ik zelf maar even rekenen en experimenteren.

Variabele toelagen heb ik niet, voor zover ik mij bewust ben. En volgens mij is de enige vaste toelage de 8,30% van voorheen de eindejaarsuitkering, nu een deel van IKB. Ik neem dus braaf mijn bruto maandsalaris maal 12 maanden, en tel daar 8,00% vakantiegeld en 8,30% eindejaarsuitkering (tegenwoordig dat Individueel Keuze Budget) bij op.

Huh? Ik kom uit op een véél lager bedrag…. Eens kijken of dit duidelijk wordt als ik mij dadelijk richt op de linkerkolom van mijn salarisbrief.

Afbouw Heffingskorting

De heffingskorting is wat mij betreft een uitvinding om het belastingstelsel complexer te maken. En op mijn salarisbrief staat dan ook nog een bedrag aan Afbouw Heffingskorting. Die krijg ik niet gereconstrueerd. Ik heb op allerlei manieren naar de formules gekeken, maar kom niet uit op het bedrag dat daar staat. Het schijnt ook afhankelijk te zijn van het bedrag aan belasting dat mijn fiscale partner verschuldigd is. Bizar dat we met z’n allen accepteren dat er getallen op onze salarisbrieven staan die niet te herleiden zijn?

De linkerkolom

In de linkerkolom van mijn salarisbrief wordt mijn bruto-salaris in een aantal stappen omgerekend naar mijn netto-salaris. Die stappen bestaan uit de Loonheffing, het IKB-budget en de diverse pensioenpremies.

Bruto-salaris

Allereerst mijn bruto-salaris. Dat is simpel te verifiëren. Ik val onder de CAO voor rijksambtenaren. En ik weet in welke salarisschaal en trede ik val. Dus kan ik gewoon opzoeken welk bruto-salaris daarbij hoort. Gelukkig kwam het bedrag op mijn salarisbrief overeen met het bedrag dat voor mijn schaal en trede in de tabel staat.

Loonheffing

Alle belastingen worden tegenwoordig jaarlijks bij elkaar geknutseld in één loonheffing. Daar wordt het eenvoudiger van, maar niet meteen transparanter. Jaarlijks publiceert de Belastingdienst ook hiervoor een nieuwe tabel. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tijdvaktabel voor Standaardsituaties. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. Als tijdvak kies ik voor Maand, want ik krijg maandelijks mijn salaris uitbetaald.

In de tabel die je dan downloadt zoek je in de kolom Tabelloon jouw bruto salaris op. Ik heb Loonheffingskorting en ben, ondanks dat ik Opa Geldnerd genoemd word, jonger dan de AOW-leeftijd. In de betreffende kolom kan ik dus zien welk bedrag aan Loonheffing er op mijn salarisbrief zou moeten staan. En dat klopt.

Ik ga binnenkort nog wel eens een keer kijken hoe die loonheffing precies is opgebouwd. Nu eerst naar de IKB en de pensioenpremies, want daar is deze hele exercitie immers om begonnen.

Betaling IKB

Het Individueel Keuzebudget (IKB), de opvolger van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering voor rijksambtenaren. En daarmee is het er niet eenvoudiger op geworden. Op de website van P-Direkt, de centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid, lees ik dat het IKB-budget 16,37% van mijn salaris is, te weten de vakantie-uitkering van 8,00%, de voormalige eindejaarsuitkering van 8,30%, en de gekapitaliseerde waarde van de vervallen mobiliteitstoeslag en telewerkvergoeding van samen 0,07%.

Ik neem dus 16,37% van mijn bruto-salaris, en inderdaad! Ook dit bedrag klopt.

Premie ABP Ouderdomspensioen / Nabestaandenpensioen (OP/NP)

Nu wordt het ingewikkelder. De pensioenpremie. Daar vertelt de website van de rijkssalarisadministratie niet zo heel veel over. Dus verplaatste ik mijn aandacht weer naar de website van mijn pensioenfonds, het ABP. Daar lees ik dat ik en mijn werkgever voor het Ouderdoms- en nabestaandenpensioen 24,9% premie betalen. Mijn werkgever 17,43% en ik 7,47%. Beide premies worden berekend over mijn Pensioengevend Salaris nadat deze verminderd is met de Franchise. Wat een termen…

De formule zou moeten zijn:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. Maar wat ik ook probeer met de salariscomponenten, niets komt uit op het getal dat ik op mijn salarisbrief van januari 2020 zie staan. Ik kom voortdurend lager uit. Wat zie ik over het hoofd? Ook de salarisbrieven van 2019 erbij gepakt en kijken of ik ergens een toelage mis?

Ten einde raad draai ik het maar om. Ik pak de pensioenpremie die op mijn salarisbrief staat, en gebruik de formule:

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En dan ontdek ik dat inderdaad voor mijn pensioengevend salaris een bedrag van € 110.111 wordt gehanteerd. Dat is wel even iets meer dan ik als salaris verdien. Maar het bedrag komt me bekend voor. Het is het maximum bedrag waarover je in 2020 pensioen op kunt bouwen bij het ABP. Huh? Het verklaart ook waarom ik er in de rechterkolom met het Jaarloon Pensioen niet uitkom. Want dat ligt nog weer hoger dan dit maximumbedrag.

Premie ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen (AP)

Ik besluit om de premie van het Ouderdomspensioen en Nabestaandenpensioen even te laten rusten, en richt mijn aandacht op dat andere ABP-regeltje op mijn salarisbrief, de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarvoor geldt in 2020 voor werknemers van de Rijksoverheid een premiepercentage van 0,21% en een franchise van € 21.400, lees ik bij het ABP. In 2019 was het premiepercentage overigens nog 0,12%. Dat verklaart dus wel de enorme stijging op mijn salarisbrief, maar ik ben nog steeds benieuwd waar de 0,4 procentpunt uit het persbericht van het ABP vandaan komt.

Wijs geworden door de vorige categorie (of teleurgesteld, dat is misschien een beter woord), gebruik ik ook hier eerst de formule

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En hier kom ik zelfs uit op een hoger getal, duizenden euro’s boven het maximaal pensioengevend salaris. Ongeveer op het getal dat er als Jaarloon Pensioen in de rechterkolom staat. Huh in het kwadraat?

Nerd with a mission!

En ja, dan wordt de activistische ambtelijke nerd in mij wakker. Onrecht! Onduidelijkheid! Complexiteit! Gebrek aan transparantie! Allemaal dingen waar ik in mijn dagelijks werk tegen strijd. Of misschien zie ik gewoon iets over het hoofd? Dat kan natuurlijk ook…

En gelukkig hebben wij ambtenaren P-Direkt. De centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Ten strijde, als ware ik Don Quichot met de windmolens! Ik heb mijn vraag ‘kunt u mij uitleggen hoe de pensioenpremies op mijn salarisbrief berekend worden?’ dus schriftelijk ingediend en kreeg een keurige ontvangstbevestiging, waarin stond dat men ernaar streefde om binnen 5 werkdagen antwoord te geven. Soms zijn ambtelijke molens best fijn. Ze malen traag maar wel gestaag.

Nou, dat haalden ze dus niet.

De tussenstand van deze #nerdmission is dat de Rijkssalarisadministratie inmiddels al vier werkweken bezig is met de beantwoording van de vraag hoe mijn pensioenpremies berekend worden. Ik heb al twee keer een geautomatiseerde mail gekregen ‘dat het helaas iets langer duurt’. Afgelopen week stuurden ze mij een berekening, maar gewoon eentje die uitging van het Jaarloon Pensioen op mijn salarisbrief. Ik heb ze dus mijn eigen berekening van het jaarloon gestuurd, en gevraagd hoe zij op dat hoge jaarloon komen. Daar zullen ze vast en zeker rustig nog een paar weken over gaan doen. Maar ik ga volhouden! #hierzitnogeenblogpostin

Ook over de Afbouw Heffingskorting heb ik een schriftelijke vraag gesteld. Ook daar wacht ik nog op antwoord.

Voor alle collega’s die ook hun pensioen opbouwen bij het ABP: Tijdens mijn onderzoeken vond ik een website van een (oud-)collega die een schatkamer vol informatie verzameld heeft over het ABP. Het lijkt erop dat ik alle reden heb om nog even vol te houden, net zo lang tot ik het begrijp.

Wordt vervolgd dus. Ga jij nu ook je salarisbrief narekenen?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑