De stand op de brokermarkt

  • Berichtcategorie:Beleggen

Helemaal enthousiast ben ik nog niet over het platform van Saxo Bank. Als hoogopgeleide bevoorrechte witte oude man kan ik natuurlijk ook niet zo goed tegen veranderingen, mijn soort heeft het dus terecht moeilijk in deze wereld. Ik moet altijd even wennen aan een nieuwe omgeving.

Mijmeren over VTI/VXUS

Weten jullie nog, vroeger? Toen konden we handelen in hele goedkope en aantrekkelijke Amerikaanse ETFs. Net als veel andere FIRE-bloggers was Geldnerd ook een fan van VTI en VXUS. Maar de MIFID-II regelgeving maakte hier een eind aan. Of liever gezegd: de interpretatie die de AFM hieraan gaf. Want mijn onderzoekje destijds liet zien dat verschillende Europese landen deze regelgeving verschillend interpreteerden. De AFM was streng en accepteerde dus alleen verkoopinformatie in de Nederlandse taal. En Nederland is een klein marktje. Dus veel grote fondsen staken er geen energie in. En het aanbod in ETFs waar wij Nederlanders in konden handelen donderde naar beneden.

Gelukkig vonden we een redelijk alternatief in VWRL. De spreiding was iets minder en de kosten iets hoger, rekende Mr. FOB ons destijds voor. Maar het was ‘as good as it gets’.

Internationale Brokers

Nu is er natuurlijk al een tijdje een consolidatieslag aan de gang op de Europese markt van brokers, de bedrijven die wij particulieren nodig hebben om te kunnen handelen op de aandelenmarkten. Het is een ontwikkeling die ik met interesse volg. De grote Nederlandse banken zijn weer actiever op deze markt en hebben een (minder on-)aantrekkelijker aanbod dan 10 jaar geleden. En de grote brokers fuseren en worden overgenomen. Feitelijk zijn er nog drie grote partijen over. Twee daarvan, Binck/Saxo en Flatex/DeGiro, zijn volledig onderdeel van internationale bedrijven uit respectievelijk Denemarken en Duitsland. De derde, Lynx, gebruikt het platform van Interactive Brokers, een grote wereldwijd opererende partij.

Daarmee is de markt voor (zelf) beleggen voor particulieren wat mij betreft een stuk overzichtelijker geworden. Je gaat naar een grote bank (onder Nederlands toezicht) of je kiest voor een gespecialiseerde broker. Ik weet dat ik hiermee vooruitloop op de verdere integratie van DeGiro in FLATEX, en dat de integratie van Binck in Saxo ook nog niet volledig is afgerond. En ik doe hiermee een aantal kleinere brokers misschien tekort (of niet). Maar ik houd van overzichtelijk, en dit zijn de partijen die ik zelf op dit moment zou overwegen.

Toezicht en de weg naar Brussel

Saxo benadrukt dat Binck gewoon onder AFM-toezicht staat. Dat doet FLATEX al niet meer met DeGiro, al is de verhouding tussen DeGiro en de AFM nog steeds niet optimaal en heeft FLATEX onlangs een groot deel van de top van DeGiro vervangen. FLATEX DeGiro heeft zich per 22 april 2021 laten registreren als ‘bijkantoor’ in Nederland, blijkt uit het vergunningenregister van De Nederlandsche Bank (DNB). Dat betekent dat FLATEX in Nederland actief mag zijn op hun Duitse vergunning en dus niet meer rechtstreeks onder de controle van AFM en DNB valt. Maar onder de Duitse toezichthouder BAFIN, die de afgelopen jaren ook wat problemen heeft gehad… Volgens mij gaat het een kwestie van tijd voordat Saxo hetzelfde gaat doen.

Maar het zijn natuurlijk wel internationaal opererende ondernemingen. De integratie van Binck in Saxo betekent op dit moment feitelijk dat de klanten van Binck worden overgezet van de technische omgeving van Binck naar de internationale technische omgeving van Saxo.

Het lijkt me voor zo’n internationaal bedrijf nog een hele klus om ervoor te zorgen dat hun systemen voldoen aan de verschillende eisen (interpretaties) van de toezichthouders in de verschillende landen. Nu denk ik ook dat de nationale toezichthouders deze strijd op termijn altijd zullen verliezen. Er is immers één Europese regeling die de basis is voor de nationale regelgeving. En als er tegenstrijdigheden zitten in de lokale interpretaties dan is dat via de Europese toezichthouder en Europese rechter op te lossen. Het is een langdurige weg met hobbels naar de verdere Europese integratie van de financiële markten. Maar de voordelen van het bedienen van jouw klanten door heel Europa vanuit één systeem lijken me evident. Saillant detail: in het Saxo-systeem kan ik bijvoorbeeld de eerdergenoemde VTI en VXUS wel zien, maar ik mag er niet in handelen…

En de kleintjes dan?

Maar Geldnerd, ga je het dan niet hebben over Peaks en Bux en Semmie en al die kleintjes? Nee. Inzake Peaks lees ik vooral bloggers die erover geschreven hebben en commissie ontvangen voor klanten die ze aanbrengen en nu ermee stoppen omdat de kosten toch wel erg hoog zijn. En bij Bux ga ik eerst maar eens even afwachten hoe ze zich ontwikkelen. Ze zijn begonnen vanuit de optiek ‘beleggen is een spelletje’, en dat soort partijen kan en wil ik niet serieus nemen. Ze zeggen dat ze nu serieuzer zijn. Maar dit soort partijen kunnen binnenkort wel extra aandacht van de toezichthouders verwachten, las ik begin deze week in het FD. We zullen zien. Voorlopig blijf ik nog maar even gewoon zitten bij Saxo.

Kijk jij ook regelmatig naar de brokermarkt?

Belasting ontwijken met mijn koopwoning

Door de storingen bij de Belastingdienst deden Geldnerd en Vriendin een weekje later aangifte dan normaal. Maar medio mei hadden we allebei de definitieve aanslag 2020 in onze digitale brievenbus. En dat terwijl Geldnerd officieel een verdacht sujet is. De Belastingdienst heeft keurig conform onze aangifte beslist, en de teruggave is inmiddels al uitgegeven staat al op de bankrekening.

Toch realiseerde ik mij dat wij hier in Huize Geldnerd op grootschalige wijze aan belastingontwijking doen. Volledig legaal, dat wel. Maar legaal is nog niet altijd ethisch. Al schijnt het bedrijfsleven daar niet moeilijk over te doen. Maar hoe zit dat dan? Geldnerd, als onkreukbare en idealistische ambtenaar?

Fiscale behandeling eigen woning

Dat zit in de fiscale behandeling van de eigen woning. Dat is een complex systeem van aftrekposten en bijtellingen. Waar Geldnerd (en alle andere bezitters van een koopwoning) uitgebreid van profiteren. Onder andere het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwt Nederland hier al heel lang voor, ook afgelopen week nog, maar we zijn in dit land nou eenmaal heel goed in wegkijken en ons struisvogelhoofd in het zand steken…

Hypotheekrenteaftrek

De rente die wij betalen over onze hypotheek mogen we aftrekken. Dat is een gestaag dalend bedrag per jaar. Enerzijds doordat wij een lineaire hypotheek hebben, waarbij je dus automatisch elke maand een lager rentebedrag betaalt over de lagere resterende hypotheek. Anderzijds doordat wij ook nog eens maandelijks extra aflossen, wat zorgt voor een extra sterke daling van het resterende rentebedrag per maand. Die curve verloopt iets anders bij een annuïtaire hypotheek, en de rentelijn blijft (zolang de rente vaststaat) natuurlijk gewoon een rechte lijn bij een aflossingsvrije hypotheek.

Hypotheekrenteaftrek (HRA) is in politiek Den Haag al heel lang een heikel thema. Stilletjes en stapsgewijs wordt die verlaagd. Over het jaar 2020 mochten wij, als trotse bewoners van de hoogste belastingschijf, 46% van de hypotheekrente aftrekken. In 2021 wordt  de aftrek beperkt tot 43%.

Maar er is nog iets anders aan de hand. Door onze extra aflossingen gaat het totale bedrag dat we jaarlijks aan rente betalen snel naar beneden. In onderstaande grafiek geeft de blauwe lijn aan wat we werkelijk aan rente betalen (voor 2021 een prognose gebaseerd op ons huidige schema met extra aflossingen). De oranje lijn geeft aan wat we jaarlijks betaald zouden hebben volgens het oorspronkelijke aflosschema, dus zonder extra aflossingen.

Eigenwoningforfait

De WOZ-waarde van de meeste woningen valt in de range van € 75.000 tot € 1.090.000. Zo ook de WOZ-waarde van Geldnerd HQ. Daarover moet je, als je een koopwoning hebt die ook je hoofdverblijf is (lees: je woont er) het eigenwoningforfait (EWF) berekenen, een bedrag dat in de belastingaangifte bij je inkomen opgeteld wordt. Over het afgelopen jaar moest ik 0,60% van de WOZ-waarde bij ons inkomen optellen. Het EWF als percentage daalt de afgelopen jaren gestaag. Maar omdat de WOZ-waarde in de huidige woningmarkt gestaag stijgt, is het bedrag aan EWF in mijn belastingaangifte eigenlijk niet noemenswaardig veranderd. En met de onlangs ontvangen WOZ-waarde en het percentage voor 2021 (0,50%) kan ik het EWF voor 2021 ook al uitrekenen.

Eindige Aftrekpost

In mijn belastingaangifte zie ik de afgelopen jaren een post Inkomsten en Uitgaven Eigen Woning, gelijk aan Betaalde Rente minus het Eigenwoningforfait. Dit levert sinds de aankoop van Geldnerd HQ steeds een negatief bedrag op, een aftrekpost. Maar die aftrekpost wordt gestaag kleiner. Het is even afwachten wat er gebeurt na de verwachte afvlakking in 2021, maar ik denk dat bij ongewijzigd beleid op de fiscale behandeling eigen woning en onze aflossingsstrategie wij ergens rond 2025 een omslagpunt bereiken. Onze eigen woning is dan geen aftrekpost meer, maar gaat ons inkomen verhogen. Gelukkig is daar voorlopig nog de Wet Hillen om dat te voorkomen. Maar de Wet Hillen wordt in 30 jaar afgebouwd naar nul. Ik schat overigens in dat het belastingstelsel, en dus ook de fiscale behandeling en het eigenwoningforfait, eerder hervormd gaat worden dan dat de afbouw van Hillen plaatsvindt. Dus hoe het er tegen die tijd echt uit gaat zien, daar hebben we nu nog geen idee van.

Box 1 in plaats van Box 3

Maar goed, de afgelopen jaren heeft onze woning ons dus netto een aftrekpost opgeleverd. Een belastingvoordeel. Op ons inkomen in Box 1. Maar dat is niet het enige voordeel…

Want we hebben bij aankoop eigen geld in de woning gestoken. En de afgelopen viereneenhalf jaar afgelost. De reguliere aflossing en de extra aflossingen. Dat is geld dat we anders grotendeels op een spaarrekening zouden hebben gezet. Of hebben belegd. Deels uitgegeven zouden hebben aan huur (daar kom ik straks op terug). Maar het merendeel van dat geld zou belast zijn tegen het tarief van de Vermogensrendementsheffing in Box 3. In plaats daarvan staat het nu in Box 1 bij te dragen aan een aftrekpost….

En daar bovenop hebben we, met dank aan de wilde woningmarkt, ook te maken met een forse stijging van de WOZ-waarde. Die ik gebruik als maatstaf voor de waarde van onze woning in mijn spreadsheets. Dat is fictief geld, dat weet ik, en het wordt pas echt geld als we onze woning zouden verkopen. En dan kan het tegenvallen, weet ik uit ervaring. Maar vooralsnog is het op papier een bijdrage aan ons vermogen die we helemaal niet zouden hebben als we Geldnerd HQ niet gekocht zouden hebben, en waar we geen belasting over betalen.

Het is zichtbaar in de grafiek met de verschillende componenten in de waarde van onze woning.

En dat gaat om veel geld. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 was het iets meer dan de helft van het vermogen van Geldnerd.

Kopen versus Huren

Een huis kopen is financieel op allerlei manieren aantrekkelijker dan een huis huren. Geen wonder dat veel mensen nu het gevoel hebben dat ze de boot gemist hebben. En geen wonder dat veel mensen instinctief in verzet komen als iemand voorstelt om de groeiende ongelijkheid tussen kopers en huurders eens aan te pakken. Nederland is en blijft ingericht op economische groei en een koophuis blijft een ‘heilig huisje‘. Je bent immers een sukkel als je geen huis koopt? Dat lijkt langzaam maar zeker een onhoudbaar statement te worden. Zelf ben ik erg benieuwd wat een nieuw kabinet gaat doen met de fiscale behandeling van de eigen woning. Het regent momenteel in deze tijden van kabinetsformatie adviezen over dit onderwerp wat ook altijd weer dankbaar voer voor blogposts is.

Geldnerd gaat huren?

Toen ik de rekensommetjes besprak met Vriendin kwam zij met het idee om eens te kijken hoe onze situatie zou zijn als we gehuurd hadden. Meer specifiek met een redeneerlijn dat de echte uitgaven aan onze eigen woning gelijk zijn aan de eigenaarsdelen van OZB, rioolheffing, waterschap, VVE en onderhoudsreservering, en onze hypotheekrente. De rest (aflossing) is namelijk vermogensopbouw. In stenen weliswaar, maar toch vermogen. Als ik die echte kosten bij elkaar optel en door 12 deel kom ik dus op het bedrag dat wij maandelijks aan huur zouden mogen uitgeven om financieel niet slechter af te zijn dan nu.

Die exercitie was vrij eenvoudig te maken. Dat komt uit op een bedrag van minder dan € 700 per maand. Daar huur je in Geldnerd City een bezemkast voor. Waar Vriendin en ik ook niet voor in aanmerking zouden komen, want ons inkomen is te hoog (voor huur tot € 976 / maand heb je hier een huisvestingsvergunning nodig). Het appartement twee deuren verderop staat te huur. Even groot als de onze, ook een tuin. Die kost € 2.250 per maand….

Ook voor particulieren is een koopwoning een slimme investering, concludeerde het NRC onlangs. Je wordt vanzelf rijker door de fiscale behandeling van de eigen woning en door af te lossen. Als de huizenprijzen blijven stijgen krijg je er zelfs overwaardevermogen bij. Twee probleempjes. Ten eerste, dat overwaardevermogen komt pas vrij als je weer verkoopt. En meestal koop je dan iets duurders en groters terug en ben je dat geld meteen weer kwijt. Ten tweede: woningprijzen kunnen ook dalen…

Hoe rijk word jij van jouw koopwoning? Of heb je de boot gemist?

Alternatieve investeringen blijven tulpenbollen

Geldnerd heeft een hekel aan alternatieve investeringen. Zo. Punt.

Wat zijn dat dan, die alternatieve investeringen? Nou, denk aan peer-to-peer lending, beleggen speculeren met cryptovaluta, ‘sparen’ in cryptovaluta, en dingen als contracts for difference (CFDs). Maar ook dingen als grondstoffen en edelmetalen vallen hier onder. En sommige mensen noemen het kopen van juwelen, whisk(e)y en meer of minder zeldzaam speelgoed ook al investeren.

De afgelopen 10 jaar is het aanbod van dit soort alternatieve investeringen sterk toegenomen. Dat is niet vreemd, sparen levert al een hele tijd niets meer op. En gewoon beleggen in aandelen is ‘eng’. Nou, alternatieve investeringen zijn wat mij betreft nog veel enger. Ik doe er dan ook niets mee, ik vind het vooral speculeren, al houd ik uit professionele interesse de ontwikkelingen wel in de gaten.

Risico overzien

Mijn belangrijkste bezwaar is dat bij veel van deze investeringen de risico’s verre van transparant zijn. Dat begint al bij de bedrijven die deze investeringen aanbieden. Vaak gevestigd in landen waar andere regels gelden dan in Nederland. Het is lastig om te achterhalen hoe het bedrijf georganiseerd is, of jouw beleggingen op jouw eigen naam in een aparte entiteit zijn ondergebracht bijvoorbeeld. En daarmee beschermd bij een faillissement. Ook het risico van het beleggingsproduct is niet altijd te overzien. Hoe liquide is de markt? Kun je ook weer eenvoudig van het product af  als je dat zou willen?

Regulering en Toezicht

Voor veel alternatieve beleggingen is er nog nauwelijks regulering. Dat is niet zo gek, wetgeving loopt wel vaker achter op nieuwe (snelle) ontwikkelingen. Maar dat betekent ook dat je er niet op kunt vertrouwen dat het bedrijf waar jij jouw zuurverdiende centjes onderbrengt goed in de gaten wordt gehouden. Overigens is dat geen 100% garantie, dat weet ik ook wel. Maar ‘geen toezicht’ is soms nog een graadje erger dan ‘falend toezicht‘. Het trekt soms ook een bepaald soort aanbieders aan. Niet alleen vernieuwende idealisten, zullen we maar zeggen… En soms valt er dan eentje om. Of twee. Dat is een risico in een ongereguleerde markt. Groter in elk geval dan in een gereguleerde markt.

Spreiding

Spreiding is een van de belangrijkste principes bij het verminderen van je beleggingsrisico. In alle opzichten. Ik spreid door te beleggen in duizenden verschillende aandelen via index-trackers, maar ook door te beleggen in verschillende index-trackers van verschillende fondshuizen. Spreiding is ook van levensbelang bij alternatieve investeringen.

Ik heb er al veel over gelezen bij collega-bloggers die actief zijn in crowdfunding. De succesvolle spreiden hun investeringen met kleine bedragen per project over heel veel projecten. Als je besluit om je hele budget in ‘dat ene leuke restaurant-ideetje’ te steken heb je een probleem als de klanten dat ideetje minder leuk vinden en wegblijven. Dan valt het restaurant om en zijn jouw centen ook weg. Of als een restaurant onverwacht heel lang moet sluiten vanwege een pandemietje of zo….

Cryptovaluta

Tsja, cryptovaluta. Bitcoin en die duizenden andere ‘munten’ die er sindsdien ontstaan zijn. Ik snap nog steeds niet wat je ermee kunt, behalve illegale dingen kopen op donkere hoekjes van het internet of het kopen en hopen dat je het voor meer geld kunt verkopen aan andere gekkies beleggers speculanten. Even leek het erop dat je er ook Tesla’s mee kon kopen, maar dat duurde niet lang.

Ik moet dan ook een beetje grinniken als ik sommige bloggers enthousiast hoor roepen dat Bitcoin binnenkort toegankelijk is voor de klanten van honderden Amerikaanse banken. Nou en? Die kunnen er nog steeds niets mee, behalve de doelen die ik in de vorige alinea noemde. Al zal zo’n grote groep, gek gemaakt door de (social) media, wel weer voldoende kanonnenvoer opleveren om het vuur van de hype nog een tijdje brandende te houden… Ik lees graag de berichten van de voorstanders en de tegenstanders en reken mijzelf nog steeds tot die laatste groep. En ik kijk met verbazing naar de bijna fundamentalistisch-religieuze wijze waarop sommige crypto-fanatici hun geloof verdedigen op social media. Cryptovaluta doen niks en je kunt er niks mee. Net goud dus, en daar doe ik ook niets mee in mijn beleggingen. En goud is dan nog onderdeel van een gereguleerd systeem. Goud kun je nog ergens tegen ruilen als we ooit in een post-apocalyptische wereld zonder elektriciteit terechtkomen. Cryptovaluta is anarchistisch. Kwestie van tijd totdat de toezichthouders daar iets aan gaan doen.

Begrijp me niet verkeerd, je kunt er veel geld mee verdienen. Maar het is speculeren. En daar waag ik mij niet aan. Ik houd het liever bij de bekende beleggingsinstrumenten. Daar slaap ik beter op. JL Collins verwoordde het onlangs nog prachtig in deze blogpost, en ook Geld-Is-Tijd schreef eerder dit jaar een zeer lezenswaardig stuk (doet ‘ie vaker, volg die blogger!). Dat zijn mooie tegenwichten voor bloggers die zich laten sponsoren door de grote banken of jonge hippe idealisten naïevelingen.

Wat doet Geldnerd?

Speculeer je met cryptovaluta? Doe dat dan met speelgeld. Ga er van uit dat je het kwijt raakt, en dat dat niet erg is. Zelfs dat doe ik niet. Ik prefereer mijn eigen luie beleggingsstrategie. Liever een jaartje later bij de finish, maar dan wel met een goede nachtrust onderweg.

Investeren via ‘officiële kanalen’ is redelijk gereguleerd. Bij mijn broker moet ik elke paar jaar in elk geval een paar basale kennistoetsen invullen. Maar iedere malloot met een bankrekening kan wel vrijuit geld steken in complexere investeringsproducten waarvan hij/zij de risico’s niet kan overzie. Dat is ook iets voor de toezichthouders, daar ben ik me van bewust. Maar ik vind persoonlijk ook iets van partijen die dit soort producten aanbieden of aanbevelen, schurken zijn het. Is er geen toezicht? Dan kom ik ook niet. En mijn centjes zeker niet.

En als je denkt ‘die Geldnerd begrijpt er geen snars van’ dan vind ik dat ook best. Maar ik bevind me in elk geval in goed gezelschap. Ondermeer van deze Nobelprijswinnaar.

Wat vind jij van alternatieve investeringen?

Wat te doen met spaargeld?

Onlangs schreef ik over de lage rente op spaargeld, en het feit dat de grens steeds lager wordt waarboven je zelfs rente moet betalen om je spaargeld bij een bank te stallen. Iets wat iedereen met spaargeld ziet gebeuren. Ik heb zelfs getwijfeld of ik de blog wel moest plaatsen, want het voelde toch een beetje als het intrappen van een wijd openstaande deur. Maar toch kreeg ik de nodige verhalen en anekdotes en vragen binnen naar aanleiding van deze blog. Veel gestelde vraag is of ik nog tips heb om spaargeld te beheren zodat het toch rendeert en je er bij kunt.

Het antwoord is: Nee. Die tips heb ik niet. En volgens mij kan het op dit moment ook gewoonweg niet.

Vroeger hadden financiële partijen ons hard nodig. Ze betaalden een riante rente, maar altijd minder dan ze zouden moeten betalen als ze het geld op de kapitaalmarkt haalden. Dat geld leenden ze tegen hogere rente uit aan bedrijven, of staken ze in hypotheken waar wij dan ook weer een hogere rente voor betaalden. Het verschil was voor hun eigen kosten winst en bonussen. Maar sinds een aantal jaren krijgen de banken het geld gratis van de Europese Centrale Bank. En hebben ze ons dus niet meer nodig. Sterker nog, geld dat ze niet uit kunnen lenen moeten ze stallen bij de centrale bank. En daar moeten ze voor betalen. Dus hebben ze ons geld liever niet.

De spaarrente is overal extreem laag, zeker op vrij opneembare rekeningen zonder beperkende voorwaarden. Sommige mensen zie ik dan nog wel ‘klooien’ met depositoladders. Daarbij deel je je spaargeld bijvoorbeeld door 5 en leg je elke 3 maanden dat eenvijfde deel in op een deposito van een jaar. Het vijfde deel laat je op een spaarrekening staan. Op die manier heb je altijd eenvijfde beschikbaar en elke 3 maanden een groter bedrag als het nodig is, en vang je iets meer rente. Maar ook op deposito’s is de rente niet om over naar huis te schrijven. Veel werk voor weinig rendement dus.

Misschien is het beter om je eens af te vragen waar je zoveel contant geld voor aanhoudt? Ik snap dat ondernemers (vooral kleine zelfstandigen) een buffer van een jaartje willen hebben voor tijden van lagere of ontbrekende omzet. Ik snap het ook als mensen verwachten binnen afzienbare tijd een grote uitgave te doen, zoals de aankoop van een auto of een huis of een grote verbouwing. Maar buiten dat? De gemiddelde loonslaaf in Nederland houdt volgens mij vooral contant geld aan uit angst en onzekerheid. En daar kun je ook andere dingen mee doen, zoals De Budgetman onlangs schreef.

Zelf heb ik jaren geleden al de keus gemaakt om minder contant geld aan te houden. Dat is ook bij mij een langdurig proces geweest. Ik moest eerst echt het gevoel hebben dat ik mijn inkomsten en uitgaven goed in beeld had. Dat er geen grote verrassingen op zouden kunnen treden. Daarna ben ik stapsgewijs geld in de andere twee pijlers van mijn vermogen gaan steken. Het huis (middels de extra aflossingen) en mijn beleggingsportefeuille. Daarbij let ik wel op de verhoudingen, ik wil niet meer dan de helft van mijn vermogen in stenen hebben zitten. Dat is geen exacte wetenschap, dat is gewoon iets waar ik me veilig bij voel.

Terugkijkend ben ik erg blij met mijn keuze om het spaargeld af te bouwen, al had ik destijds ook niet kunnen voorzien dat de rente zo langdurig zo laag zou worden. Ik heb zelf nog 4 maanden aan leefgeld, plus de inhoud van mijn potjes, op een spaarrekening staan. Bij elkaar iets van € 15.000. Ik hoop niet dat de banken de grens voor negatieve rente zo diep laten zakken.

Ja, ik accepteer noodgedwongen dat ik op dat spaargeld geen rendement maak. Het kost geld. Om de koopkracht bij te houden zou de rente in elk geval de inflatie en de vermogensrendementsheffing moeten afdekken. Dat doet het natuurlijk bij lange na niet met een rente van 0,01%.

En bij grote verrassingen? Dan verkoop ik desnoods een stukje van mijn beleggingen. Ik beleg al zo lang dat ik dat nauwelijks merk in het rendement. En dan heb ik het geld ook binnen twee werkdagen op mijn lopende rekening beschikbaar. Snel genoeg voor vrijwel elke noodsituatie.

Hoe kijk jij naar jouw spaargeld?

Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

Waarom ik (nog steeds) blog

Afgelopen week was het weer zover, er kwam weer een melding van mijn blogroll dat de feed van één van de blogs verdwenen was. Meestal, en zo ook in dit geval, betekent dat ook dat de hele blog verdwenen is. Website off-line gehaald, en alle schrijfsels zijn niet meer toegankelijk voor de mensheid.

Het gebeurt vaker. Heel vaak. Zelf blog ik inmiddels ruim vijfeneenhalf jaar. Daarmee ben ik (niet alleen in mijn leeftijd, maar ook als blogger) inmiddels echt een ‘senior’. Een blog beginnen kost minder dan een half uurtje werk, en het internet staat dan ook vol met ooit begonnen blogprojecten. Veel bloggers komen na verloop van tijd (of al heel snel) tot de ontdekking dat het best veel tijd kost. Of onderwerpen raken uitgeput. Of je wordt er toch niet binnen een paar maanden slapend rijk mee. Of andere prioriteiten in het leven krijgen de overhand. In de afgelopen vijfeneenhalf jaar heb ik honderden blogs zien komen en gaan. Slechts zelden komt er dan een afscheidsbericht. Misschien is toegeven dat je stopt lastig? Soms blijf ik dan vertwijfeld en vol vragen achter en hoop ik maar dat het allemaal goed gaat met de veelal anonieme schrijver of schrijfster…

Een tijd geleden kreeg ik een mail van een lezer die zich afvroeg wat ik eigenlijk uit mijn blog haal. Want zo lang bloggen is niet vanzelfsprekend. En echt rijk word ik er ook niet van, de advertentie levert ongeveer voldoende op om de hosting van te betalen. Dat is overigens ook niet mijn doel. Dus verwacht van mij geen boeken, betaalde cursussen, merchandising, sponsordeals en media-optredens om dat allemaal te pluggen. Dat laat ik graag aan andere bloggers met minder scrupules over. Maar waarom dan wel?

Ten eerste helpt het bloggen me om mijn eigen gedachten te ordenen. Door dingen uit te zoeken en op te schrijven, of na te denken over hoe ik dingen doe. Er zou minder structuur in mijn eigen financiën zitten als ik mijn blog niet had. Ik ben al min of meer actief met mijn financiën bezig sinds 2003, maar alles is in een stroomversnelling gekomen sinds ik in 2015 gestart ben met mijn blog.

Ten tweede is het inderdaad ook de interactie met anderen. In de reacties, via de e-mail, en ook daarbuiten. De interactie scherpt ook de gedachten, en de manieren waarop anderen dingen aanpakken inspireert mij ook weer en brengt me op nieuwe ideeën.

De hoeveelheid geld die het kost valt best mee. Ik heb geen betaald ‘Theme’ in WordPress en gebruik ook geen betaalde plugins. Dus de enige jaarlijkse uitgave die ik heb is de hosting. Aan de commerciële kant heb ik alleen de ene Google Ad per pagina. De opbrengsten daarvan waren afgelopen jaar voldoende om die hostingkosten te dekken, maar niet veel meer dan dat.

Sommige bloggers zie ik heel actief (en min of meer openlijk) producten aanprijzen, maar daar doe ik niet aan. Ik heb geen zin in de verplichtingen die het met zich mee brengt, sommigen aanbiedingen die ik hiervoor krijg zijn ronduit onethisch (bedenkelijke investeringsproducten). Ik ken een paar mensen die een poging doen om ervan te leven, maar dat lukt volgens mij eigenlijk niemand. De Nederlandse markt is daarvoor ook te klein. Heel anders dan in Amerika, waar sommige bloggers tonnen lijken te verdienen met hun blog. De afgelopen jaren krijg ik vrijwel wekelijks commerciële aanbiedingen, maar die mensen krijgen allemaal dezelfde standaardreactie dat ik niet geïnteresseerd ben.

Zoals je elders op mijn blog kunt lezen werk ik bij de Rijksoverheid. Mijn werkgever is op de hoogte van deze nevenactiviteit (het staat in mijn personeelsdossier), omdat er functies denkbaar zijn waarbij ik een belangenconflict zou kunnen krijgen. Datzelfde geldt in de buitenwereld. Stel dat ik mede het fiscale beleid in Nederland zou bepalen (dat doe ik niet, maar het zou wel kunnen). Dan zouden sommige kranten er van smullen dat ik ook een blog heb waar ik een sterke persoonlijke mening over bijvoorbeeld Box 3 zou ventileren. Dat zou mijn minister dan in serieuze problemen kunnen brengen, en dat wil ik niet. Mijn baan bij het Rijk is ook één van de redenen waarom ik terughoudend ben met commerciële nevenactiviteiten.

Verder draag ik, net als de meeste finance-bloggers, niet actief uit dat ik ‘Geldnerd’ ben. Dat wil ik graag zo houden. Geld blijft toch een beetje een taboe-thema. Mijn blog staat bijvoorbeeld ook niet genoemd op mijn CV. Zo kan ik redelijk anoniem blijven prutsen met mijn oude lelijke WordPress-installatie in mijn eigen hoekje van het internet.

Wanneer ga jij een blog beginnen?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden