Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Category: Denken over Financiën (page 1 of 9)

Het laatste hemd heeft geen zakken

Het zijn nostalgie-weken op Geldnerd, beste lezers. Het zal wel aan het najaar liggen of zo. De laatste tijd veel blogjes over ‘vroeger’. Onlangs schreef ik over de nieuwe generatiekloof en over hoe, na het overlijden van mijn oma, haar spullen verdeeld werden middels een catalogus. Rond die tijd werd ik ook herinnerd aan een bekende uitspraak van mijn oma: “het laatste hemd heeft geen zakken”.

Het leven van mijn oma was niet eenvoudig en verre van rijk. Ze was begin 30 toen haar man, mijn opa, plotseling overleed. Zelf bleef ze achter met 5 jonge kinderen (mijn moeder, de op een na oudste, was 6 jaar oud geloof ik). Mijn opa runde een kruidenierswinkel voor een coöperatie, maar het was natuurlijk ondenkbaar dat een vrouw, een weduwe met 5 kinderen bovendien, dat over kon nemen begin jaren ’50. Ondersteuning was er toen nog niet, pas in 1959 werd de Algemene Weduwen- en Wezenwet ingevoerd en kreeg ze iets van een uitkering.

Ze heeft dus ook nooit iets van pensioen opgebouwd, en moest het na haar 65e doen met een AOW-tje. Dat is geen vetpot. Maar daar merkten wij als kleinkinderen nooit iets van. Altijd lag er een reep chocolade (koetjesreep, wie kent die nog?) en een gulden voor ons klaar. De regio waar mijn oma haar hele leven gewoond heeft was katholiek, en in die tijd had ‘de Kerk’ een stevige greep op de samenleving, en werd je ook geacht langs de ‘religieuze lijnen’ te stemmen. Maar de manier waarop kerk en samenleving omgingen met haar situatie maakte mijn oma wel fel op dit punt. Ze was overduidelijk ‘Rooms Rood’ en stemde PvdA. Ook naar de kerk was ze fel, al heeft ze die nooit helemaal vaarwel kunnen zeggen.

Maar goed, “het laatste hemd heeft geen zakken”. Ik heb het haar regelmatig horen zeggen. Ze gunde zichzelf weinig, haar omgeving des te meer. En als de familie zich beklaagde dat ze teveel aan hen weg gaf, of als ze zichzelf eens iets gunde, dan kwam deze uitspraak er. Je kunt het niet meenemen (al las ik onlangs bij Mevrouw Money Wenkbrauw dat het mee begraven of gecremeerd mag worden), dus je kunt het maar beter opmaken. Oma had niet veel, en ze hield een bedragje achter de hand voor de begrafenis. Dat vond ze belangrijk. Daarna was alles schoon op, en hebben de kinderen nog wat bijgepast om de laatste rekeningen te betalen. Dat voorkomt ook ruzie over de erfenis, zullen we maar denken.

Het is ook wel iets wat ik zelf voor ogen houd. Ik probeer nu zoveel mogelijk te sparen en vermogen op te bouwen. In de hoop het straks ook allemaal zelf op te kunnen maken. Maar je weet natuurlijk nooit hoe het leven loopt. Misschien loop ik morgen onder een tram en blijft er veel geld over. Of misschien word ik wel 100 en is op een gegeven moment het geld op. Maar dan lopen pensioen en AOW nog door.

Hoe was het financiële leven van jouw grootouders?

Koopkracht is een leugen

Ze vlogen ons weer om de oren deze week, de Koopkrachtplaatjes. Allemaal vertelden ze ons welk effect Prinsjesdag zal hebben op onze portemonnee. Maar als ik jou was, zou ik even wachten met het kopen van die nieuwe televisie of die grotere auto. Want aan dit soort politieke beloftes kunnen helaas geen rechten ontleend worden. Ook vorig jaar voorspelde men een stijging van de koopkracht. Uiteindelijk ging ik er netto € 18,56 per maand op achteruit. Want de politiek heeft minder invloed dan ze soms denken. Niet op de zorgpremie, niet op de pensioenpremie. Beiden stegen meer dan het kabinet op Prinsjesdag verwachtte. En daar gaat het dan mis. Voor mij in elk geval.

Koopkracht, het is een prachtig economisch begrip. NRC noemde het vorig jaar ‘een eufemisme uit de koker waskracht en krachtwijken’. Nietszeggende dooddoeners dus. Het is wat je onderaan de streep overhoudt om van te leven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) definieert koopkracht als het besteedbaar inkomen per huishouden, gecorrigeerd voor de ontwikkeling van de consumentenprijzen. In mijn geval: mijn netto inkomen.

Koopkracht is altijd een momentopname, het gaat erom hoe het zich ontwikkelt door de tijd. Het is een maat voor hoe de situatie van mensen zich ontwikkelt, om groepen mensen en landen te kunnen vergelijken. Maar het zegt dus weinig over jouw persoonlijke situatie. Daarvoor is maar één maat relevant: jouw eigen netto inkomen, datgene wat je onder de streep overhoudt. Kijken naar de ‘verwachte koopkrachtontwikkeling van zeer algemene groepen’ (en dat is wat Prinsjesdag presenteert) is dus zeer riskant. Daarvoor moet je echt je salarisstrook van januari afwachten, om te zien wat het effect voor jou persoonlijk is.

Zelfs het NIBUD voelde zich, naar aanleiding van Prinsjesdag, geroepen om te waarschuwen voor een té positieve kijk op de eigen koopkracht. Ze hadden van mij wel iets nadrukkelijker mogen waarschuwen voor het begrip ‘koopkracht’, en niet alleen voor de cijfertjes.

Gelukkig sloot premier Rutte af met een oproep tot salarisverhoging, zodat meer mensen profiteren van de economische groei. Geldnerd hoopt dat ze zelf het goede voorbeeld geven met een nieuwe ambtenaren-CAO.

Wat verwacht jij in januari 2018 op jouw loonstrook?

Hoe lang nog tot FIRE?

Eigenlijk is het heel eenvoudig. Ik heb een bepaald uitgavenpatroon. Dat heb ik de afgelopen jaren weten te verlagen en stabiliseren. Alles wat ik meer verdien dan dat wordt toegevoegd aan mijn vermogen en aan het werk gezet. Ik verwacht een AOW’tje en ik heb al een bepaalde hoeveelheid pensioen opgebouwd. De SVB verwacht dat ik dat ga krijgen als ik 69,5 jaar oud ben. Dat is nog best ver weg, nog 23 jaar.

Maar… Tot op dit moment heb ik ook al best een groot deel van mijn huidige uitgavenpatroon opgebouwd in verwachte toekomstige AOW en pensioen. En dan ontstaat onderstaand plaatje. Vanaf 69,5 jaar heb ik AOW en pensioen (zoals nu opgebouwd). En ik hoef maar voldoende vermogen op te bouwen om het gele vlak in te vullen. Liefst met wat reserve. Wat is het FIRE-punt, dat is dan de grote vraag. Met wat aannames, dat wel. Dat ik het huidige spaartempo kan vasthouden, dat mijn uitgavenpatroon niet drastisch verandert, dat de gemiddelde inflatie van de afgelopen 25 jaar ongeveer blijft gelden.

8 jaar vanaf nu.

Dat is hoe lang ik nog te gaan heb tot mijn FIRE-punt. En daar hoef ik niks geks voor te doen. Daarvoor hoeft ons huis niet in waarde te stijgen. Daarvoor kan ik gewoon blijven doen wat ik nu al doe. Dat moet kunnen, dus. 15 Jaar ‘winst’ ten opzichte van een ‘standaard’ leven. En toch, dat moet sneller kunnen. Maar ik ben voorzichtig, want je weet nooit wat het leven op je pad gooit.

Ga ik het ook echt doen? Geen idee! Ik heb werk dat leuk en maatschappelijk relevant is. Dus het hoeft niet. En ik voel me al HOT.

Hoe ver ben jij? Wat is jouw doel?

Alles zal ooit ineenstorten

Maak je geen zorgen, dit is geen ‘Dr. Doom’ berichtje. Maar de titel slaat wel op een gedachte die door mijn hoofd schoot toen ik afgelopen weekend discussieerde met ‘ex-lurker’ en sinds kort ‘the HOT-test man in blog-business’ Chris… De discussie startte naar aanleiding van mijn berichtje over studenten die lenen om te sparen, en focuste vooral op huizen en hypotheken.

Chris wijst er terecht op: schuld is schuld. Zijn intuïtie is dan: aflossen. Dat ben ik grotendeels met hem eens. Maar veel mensen, ik ook wel, kijken toch anders naar de hypotheek. Enerzijds wil ik ‘m zo snel mogelijk aflossen, want ‘schuld is slecht’ en het zou schelen in de maandlasten. Maar de rente op mijn hypotheek is laag, zo laag dat ik zelf beter rendement kan halen op mijn eigen geld. En als ik ‘alleen maar aflos’ houd ik geen geld over om mee te beleggen, en beleggen geeft mij veel meer het gevoel dat ik ‘actief met mijn geld bezig ben’. Dat is allemaal tussen de oren, dat weet ik, maar het is wel tussen mijn oren…

Bovendien: Als je een huis koopt en daar een hypotheek voor neemt, dan staat er iets van waarde tegenover. Dat huis namelijk. Niet om er zoveel mogelijk rendement op te halen, maar het heeft wel een zekere waarde. En het wordt elke maand een beetje meer van mij. De hypotheeklast knip ik ook in tweeën: de rente is een uitgave, en de aflossing beschouw ik als sparen. Lenen om te consumeren, dat vind ik geen goed idee. Een reis maak je en dan is het geld weg (maar de herinnering blijft), en zelfs een auto daalt zo snel in waarde dat ik het als een consumptie-artikel beschouw. Als ik lees dat mensen dat doen met hun studielening, dan word ik een beetje onrustig.

Een huis is ook een kostenpost en ook een consumptie artikel, ondanks de waarde. Naast aflossing moet ik inderdaad ook de uitgaven voor groot onderhoud meerekenen in wat ik ‘in het huis stop’, maar dan nog is het mijn enige bezit waarvan ik verwacht dat ik er ooit in mijn leven (de timescope van mijn financiën) in elk geval een substantieel deel van het geld dat ik erin steek ook weer terug krijg. Verder gebeurt dat misschien met bijzondere kunstvoorwerpen en dergelijke (die ik overigens niet bezit). In die zin is een huis eerder een speculatief bezit dan een investering. Mijn huis zal een keer omvallen of worden gesloopt, maar niet zolang ik het bezit en onderhoud. Alles zal ooit ineenstorten, maar uiteindelijk is het een kwestie van de tijdslijn die je hanteert.

Ook hier zie je weer dat emotie het meestal wint van verstand. Chris’ emotie is zo spoedig mogelijk alle schuld aflossen ondanks een lager verwacht rendement. Mijn emotie wordt heen en weer geslingerd tussen aflossen en (meer) rendement op eigen vermogen. Wat we met elkaar gemeenschappelijk hebben is dat we ons huis niet als investering zien. Die fout heb ik ooit wel gemaakt. In 1997 kocht ik een appartement dat ik 4 jaar later met 50% winst verkocht. Dat heb ik heel lang ook verwacht van mijn daaropvolgende appartement, maar dat bleek met een min of meer gedwongen verkoop in mijn echtscheiding in 2012 toch een beetje tegen te vallen. Timing is ook belangrijk, zullen we maar zeggen.

Ik zie het huis in elk geval niet als investering. Maar het is wel heel anders dan een ‘consumptie-artikel’ als een reis of een auto. Bovendien, ik moet ergens wonen (liever niet onder een brug). En wat ik echt uitgeef aan mijn huis (rente op hypotheek, G/W/L, belastingen, et cetera) kost mij in de huidige situatie veel minder dan de huur van een vergelijkbaar object. In die zin vind ik het huis eerder een ‘vooralsnog niet onverstandige consumptie-beslissing’.

Ik geniet van discussies als deze. Het helpt me om mijn eigen gedachten te ordenen en aan te scherpen. Dankjewel Chris!

Hoe kijk jij naar je huis?

Lenen om te sparen

“Boink”! Met een grote klap viel Geldnerd vrijdagochtend van zijn stoel terwijl hij naar het nieuws keek. De reden was dit bericht. Studenten gebruiken hun studielening om te sparen? Zijn ze nu helemaal gek geworden? Voor een auto. Voor een reis. Met andere woorden: voor consumptie. Niet eens voor investeringen.

Aan de ene kant snap ik het wel. De rente op een studielening is momenteel 0,0%. Je leent dus ‘gratis’. Maar dat gaat vast en zeker niet zo blijven. En: het is en blijft een lening. Ooit moet je ‘m terugbetalen. Het beperkt ook je mogelijkheden om na je studie te lenen voor bijvoorbeeld een huis.

Het afschaffen van de studiebeurs is wat mij betreft één van de grootste fouten in de historie van Nederland, dat heb ik al eens geschreven. Beperken van de toegang tot onderwijs is volgens mij de grootste fout die je als samenleving kunt maken. Dus ergens hebben we dit ook zelf veroorzaakt.

Maar ook: Wat betekent dit soort gedrag voor het denken over schulden? Groeit hier een generatie op die schulden normaal vinden, nog normaler dan het nu vaak al lijkt? Wordt hier een generatie verpest?

Zou jij ooit lenen om te sparen?

Dagen, weken, maanden, jaren…

In iets andere vorm is het de eerste regel van een oud (religieus) liedje (uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen…). Dat heenvliegen geldt ook voor het managen van mijn financiën.

Een tijdje geleden schreef ik al over mijn Wekelijkse to-do-lijst om mijn financiën op orde te houden. Het is en blijft de basis.

Het maandelijkse werk is grotendeels geautomatiseerd. Mijn inkomsten worden verdeeld zodra mijn salaris binnenkomt, eerst en vooral naar mijzelf (aflossing huis, beleggen en sparen). Dodelijk saai eigenlijk, ik hoef er weinig meer aan te doen.

Tegenwoordig kijk ik iets uitgebreider naar het kwartaal. Dat is ook een beetje ingegeven door mijn blogactiviteiten hier, waar ik na elk kwartaal even stil sta bij de resultaten en bijzonderheden. Meestal is dat ook het moment waarop ik wat uitgebreider stilsta bij mijn beleggingen. Ik koop niet elke maand bij (al zet ik het geld er wel maandelijks voor op de beleggingsrekening). Per kwartaal kijk ik of de portefeuille nog in balans is, en waar ik wat moet verkopen en/of bijkopen om in balans te blijven. Daar dwing ik mezelf ook een beetje toe, op die manier voorkom ik dat ik teveel ga schuiven. Want daar worden de resultaten niet beter van (behalve dan de transactiefee die mijn broker incasseert).

En dan tenslotte mijn jaarafsluiting. Dat is het moment dat ik echt kijk hoe het jaar verlopen is. En plannen maak voor het nieuwe jaar. Tsja, dat zijn zo van die mijmeringen eind augustus. Het jaar zit er al weer voor twee-derde op.

Hoe vliegt de tijd voor jou voorbij?

Opa Geldnerd

Of opa Geldnerd nou ook een sigaar in z’n mond had tijdens het tikken van deze post? Dat vroeg Mr. FOB donderdag. En CheesyFinance wil zelfs al een rollator voor me meenemen. Zo erg is het gelukkig nog niet. Maar een glas goede whiskey en dito sigaar…

Hoe en waar schrijf jij je blogjes?

Hekel aan terrorisme

Het zal niemand ontgaan zijn, donderdagavond zijn er verschrikkelijke dingen gebeurd in Spanje. Eerst in Barcelona, later in Cambrils. Ik heb een bloedhekel aan terrorisme. Om allerlei redenen. Omdat geweld niks oplost. Omdat de slachtoffers meestal onschuldig zijn. En omdat we er met z’n allen toch ook weer een beetje onzeker van worden. Op dit soort momenten zie je dat de aandelenmarkten geen machines zijn. Dalende koersen, stijgende volatiliteit.

Vroeger

201609 EuroChequeVroeger ging het anders. Ik heb nog wel papieren overschrijvingsformuliertjes in de brievenbus van de bank gegooid. Eurocheques uitgeschreven. En het enige inzicht in mijn banksaldo kwam van de papieren bankafschriften die wekelijks in de bus vielen. Voor het opgeven van beleggingsorders moest ik ook naar het bankkantoor, of bellen met de afdeling beleggingen om het telefonisch door te geven. En zo oud ben ik nog niet. Ik praat nu over medio jaren ’90, dus zo’n 20 jaar geleden.

Eerst kwam er Telebankieren. Dat moest je vanaf een diskette op je computer installeren, maar dan kon je wel boekingen invoeren en elektronisch versturen. Met een modem, via de telefoonlijn. Wie kent die karakteristieke geluiden nog? En je kon je bankafschriften elektronisch binnenhalen.

Tegenwoordig is het zo dat ik vrijwel niet meer op het kantoor van mijn bank kom. Zoveel mogelijk dingen gaan elektronisch. Een nieuwe pas of het apparaatje voor internetbankieren komen per post. Vragen gaan via de mail of de telefoon, en zelfs via de chat. Ik kan al mijn gegevens via Internetbankieren inzien en downloaden. En het geeft me veel flexibiliteit, ik vind het prettig om betalingen voor te programmeren zodra ik de rekening ontvang. Ik zorg dan dat ze betaald worden een paar dagen voor de vervaldatum. Goed voor mijn gemoedsrust.

Soms maakt ICT het leven wel makkelijker. Verder ben ik dol op pinnen en contactloos betalen, daar heb ik al vaker over geschreven. Het maakt het voor mij makkelijker om overzicht te houden en me aan mijn budget te houden. Ook merk ik dat ik steeds meer gebruik ga maken van de apps van mijn bank. Niet om te betalen, want ik ben zuinig en geef niet veel uit. Maar wel om overzicht en inzicht te hebben.

Wat doe jij allemaal via internet en mobiel met jouw bank?

Je mag alles van me weten…

201610-pincode… Behalve mijn pincode. Aan die oude slogan moet ik nog vaak denken als het gaat om financiën en privacy. Geld blijft toch een gevoelig onderwerp, veel mensen praten er liever niet over.

Geldnerd vindt zichzelf best wel alert op privacy. Ik probeer op te letten met waar ik mijn gegevens achterlaat. Ik heb een Google Alert ingesteld op mijn eigen naam zodat ik een melding krijg als er ergens iets gepubliceerd wordt met mijn naam erin. Ik typ af en toe mijn eigen naam in bij verschillende zoekmachines. En ik heb me aangemeld bij alle bel-me-niet-mail-me-niet-spam-me-niet registers. Als ik ergens een account heb die ik niet meer gebruik, dan verwijder ik die account ook echt (dat valt vaak nog niet mee). Maar met steeds meer informatie die elektronisch beschikbaar en gekoppeld wordt het wel steeds lastiger om anoniem te blijven.

In het verleden deed ik al mijn geldzaken via één bank. Lopende rekening, creditcard, sparen, verzekeringen, beleggen, het zat allemaal bij die ene grote bank. Dat is de afgelopen 10 jaar wel veranderd. Mijn eisen werden anders en stapsgewijs gingen de meeste diensten naar anderen met een voor mij beter aanbod. Bijkomend voordeel (vind ik) is dat geen enkele dienstverlener meer compleet zicht heeft op mijn financiële situatie.

Het zal je niet verbazen, ik ben geen voorstander van al die ‘handige opties’ die de meeste banken inmiddels hebben toegevoegd aan hun internetbankieren. ‘Extra inzicht in je financiën’, ik zorg daar gewoon zelf voor in mijn spreadsheet. Misschien ben ik een beetje cynisch, maar een bank is een commercieel bedrijf, en wil me dus vooral meer diensten verkopen.

Hoe geheimzinnig ben jij over je geldzaken?

Older posts

© 2017 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑