Opnieuw ten strijde voor onze ETFs!

  • Berichtcategorie:Beleggen

In 2018 werd ook ik ‘slachtoffer’ van de Europese Unie. Door de MIFID-2 regelgeving moest ik mijn portefeuille omgooien. Voor wie het niet meer (of: nog niet) weet: de MIFID-2 regels van de Europese Unie schrijven vanaf 2018 voor dat er voor elk beleggingsinstrument een document met essentiële beleggingsinformatie (EID) beschikbaar moet zijn. Ook voor ETFs. En de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten heeft erbij verzonnen dat die informatie alleen in het Nederlands beschikbaar mag zijn. Doe je dat niet, dan mag het product in Nederland niet verhandeld worden. Dat is nergens voor nodig, andere landen staan ook andere talen dan hun primaire landstaal toe. Zuur, want daardoor zijn diverse goedkope en aantrekkelijke Amerikaanse ETFs voor Nederlandse beleggers vrijwel niet meer toegankelijk. Terwijl je in Nederland bijvoorbeeld nog wel gewoon in veel complexere (en riskantere) CFDs mag handelen.

Ik heb destijds een aantal brieven en mails gestuurd aan de AFM. En ook steeds keurig antwoord gekregen, maar uiteindelijk niet bereikt wat ik hoopte te bereiken. Namelijk dat er zou worden toegestaan dat onze favoriete Amerikaanse ETFs weer gewoon aangeboden mochten worden in Nederland. Maar het bleef wel in mijn hoofd zitten, en ik bleef zoeken naar kansen om dit punt opnieuw op te pakken.

En die kans is er nu. De Europese Commissie is namelijk bezig met een evaluatie van de effecten van de Markets in Financial Instruments Directive and Regulation (MiFID and MiFIR), de Europese richtlijn die de oorzaak is van onze ETF-ellende. Onderdeel van deze evaluatie is een consultatie via het internet, waar je ook als gewone burger aan deel kunt nemen. Die consultatie is open tot 20 april en kun je hier vinden.

Afgelopen weekend ben ik er een paar uurtjes voor gaan zitten. Het was wel even doorbijten. Er is ook een korte(re) vragenlijst, maar zelf heb ik de uitgebreide vragenlijst ingevuld. Sommige vragen zijn overduidelijk bedoeld voor bedrijven of belangengroepen, die heb ik overgeslagen. Maar grote delen van de consultatie heb ik wel ingevuld. Er was veel ruimte voor vrije tekst om je standpunten uit te leggen, dat was fijn. Ik heb zelfs mijn briefwisselingen met de AFM kunnen toevoegen als onderdeel van de vragenlijst.

Ik hoop dat nog meer mensen de moeite nemen om deel te nemen aan de consultatie. Hoe meer, hoe beter het is! Uit eigen ervaring weet ik dat punten uit dit soort evaluaties altijd serieus meegenomen worden.

Uit de vragenlijst bleek dat de EU zelf ook een beetje verrast is door de effecten die MIFID gehad heeft op het aanbod van sommige beleggingsproducten voor particuliere beleggers. Daarmee is het doel (een gelijk speelveld in de EU) uit beeld. En het is ook niet de bedoeling dat hefboomproducten (zoals CFDs) breder beschikbaar zijn dan minder riskante producten als ETFs. Ze worstelen ook nog met innovaties als cryptocurrencies en peer-to-peer lending. Allemaal onderdelen waar ik specifieke vragen over tegenkwam waar ik mijn ei mening goed over kwijt kon.

Ik ben in mijn antwoorden uitgebreid ingegaan op het feit dat de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten heeft besloten dat alleen Nederlandstalige essentiële informatiedocumenten (EID’s) in Nederland zouden worden toegestaan. Daardoor zijn veel zeer aantrekkelijke buitenlandse beleggingsproducten (bijvoorbeeld Amerikaanse low-cost ETF’s) niet meer beschikbaar voor Nederlandse consumenten. Dit beperkt de vrije keuze voor Nederlandse particuliere beleggers, vermindert hun opties om een eigen pensioenvoorziening op te bouwen, en het brengt hogere kosten en meer risico met zich mee. Er is geen gelijk speelveld in Europa. Andere landen, bijvoorbeeld België en Luxemburg, staan ook Engelstalige EID’s toe. Het transparantie- en risicoprofiel voor de gemiddelde ETF is totaal anders dan voor een hefboomproduct zoals een CFD (contract for difference). Als gevolg van de Nederlandse regelgeving kan ik een eenvoudige ETF zoals VXUS niet verhandelen. Ik heb ervoor gepleit dat marktautoriteiten van lidstaten moeten worden verplicht om ten minste één andere taal dan de moedertaal voor EID’s toe te staan, of dat producten die in één EU-lidstaat zijn toegestaan, daarmee ook automatisch in de andere lidstaten verhandeld mogen worden. Vrij verkeer van mensen, goederen, kapitaal en diensten is immers een kernwaarde van de Europese Unie.

Het Nederlandse provisieverbod mag wat mij betreft dan wel weer in heel Europa worden ingevoerd. ik geloof oprecht dat het gezorgd heeft voor een eerlijker markt waarin aanbieders van beleggingen eerder naar het belang van de klant kijken, en niet alleen maar naar welk product hun de meeste provisie oplevert. Ik vind het ook erg jammer dat aanbieders als FLATEX dat provisieverbod via de achterdeur ondermijnen.

De vragen over nieuwe ontwikkelingen vond ik ook interessant. Instrumenten zoals blockchain, cryptocurrencies en peer-to-peer leenplatforms maken het met hun gedecentraliseerde karakter bijna onmogelijk gemaakt voor marktautoriteiten om ze in de gaten te houden. Daar heeft de EU nog niet echt een oplossing voor.

Best nog wel leerzaam dus, meedoen aan zo’n consultatie. En voor een goed doel, misschien kunnen we over een tijdje weer handelen in een breder en goedkoper aanbod aan ETFs!

Doe jij ook mee?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandsalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering= 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Niets doen

  • Berichtcategorie:Beleggen

Het was een interessante week op de aandelenmarkten. Of eigenlijk, een saaie, eenzijdige week. Met alleen maar dalende koersen. Ik zat al een paar weken te wachten tot de Corona-paniek op de beurzen toe zou slaan. En dit was de week. Met donderdagavond zelfs extra Corona-uitzendingen rond sommige journaals. Op mijn werk vroegen (eisten!) collega-managers mondkapjes voor hun medewerkers, en er werd speciale handgel besteld.

Verbazing

Geldnerd ziet het allemaal met verbazing aan. Dat komt natuurlijk omdat ik houd van de feiten, en nog steeds vertrouwen heb in een aantal van onze instituties. En me niet te gauw laat leiden door de paniekzaaierij van sommige media en door ‘nieuws’ uit onbetrouwbare bronnen. Het sterftepercentage van bevestigde Corona-besmettingen is vooralsnog 2%, een schatting op basis van de tot nu toe bekende gegevens. Slechts tien tot twintig keer hoger dan het sterftepercentage van de ‘normale’ griep. Ze houden trouwens morbide grafiekjes bij op het RIVM, ik had nog nooit van ‘oversterfte’ gehoord. De overleden patiënten zijn vooral oudere mensen en mensen die verzwakt waren door een andere ziekte. Ik ben wel van middelbare leeftijd maar tegenwoordig kerngezond, dus ik maak me voorlopig weinig zorgen.

Voor mij bevestigt dit wel weer mijn theorie dat heftige marktbewegingen vooral veroorzaakt worden door menselijke emoties. Verwachte stijgingen en dalingen van structurele indicatoren als economische groei en inflatie worden door ‘de algoritmes’ al ingeprijsd. Het zijn de onverwachte en voor ons gevoel niet onder controle te houden zaken die zorgen voor heftige dalingen als afgelopen week. Corné van Zeijl schreef er in het FD een interessante column over. Veel andere bloggers schrijven ook over de afgelopen week, bijvoorbeeld NietTot71 en Struikelen.

Tussenstand portefeuille

Het heeft wel effect op mijn beleggingsportefeuille, dat virus. Vorig weekend was het rendement YTD 4,1%, de 12-maands XIRR was 16,4%. Het gat tussen mijn totale inleg en de actuele waarde van mijn portefeuille was vorige week 53,6% (versus 48,2% aan het einde van 2019). Mijn portefeuille stond op het hoogste punt aller tijden. Die cijfers zijn de afgelopen week behoorlijk naar beneden gedenderd. Het rendement YTD is nu -8,0%, de 12-maands XIRR is +2,4%. Wat overigens nog steeds 240 keer het percentage is dat geld op mijn spaarrekening opbrengt. Het gat tussen mijn totale inleg en de actuele waarde van mijn portefeuille is nu ‘nog maar’ +35,5%. Mijn portefeuille is weer terug op het punt waar ‘ie in oktober 2019 ook stond, en is 10,5% gedaald in één week. Tot zover het ‘bloedbad op de beurzen’….

Medio afgelopen week heb ik even in de app van mijn broker gekeken, toen was ik een paar bruto maandsalarissen kwijt. En vandaag heb ik de rapportage verwerkt op mijn gebruikelijke zaterdagochtendmoment. Het was nog een beetje erger geworden, zullen we maar zeggen. Maar ik blijf er opmerkelijk rustig onder. Ik ben immers niks ‘kwijt’. Dat zou wel het geval zijn als ik verkocht had, maar dat heb ik dus niet gedaan. Ik blijf rustig zitten, het trekt wel weer bij. Ik heb de afgelopen week zelfs gewoon mijn maandelijkse aankoop gedaan. Vanwege de dalende koersen heb ik gekozen voor mijn dividend ETF, daarmee krijg ik eind maart in elk geval nog weer een plukje dividend erbij.

Mijn portefeuille over de afgelopen 6 maanden

Eigenlijk baal ik op dit soort momenten wel dat ik geen grote stapel cash heb liggen om bij te kopen. Ik heb een contant geld buffer om een aantal maanden van te kunnen leven, en mijn potjes. De rest van mijn geld zit in het huis of in mijn beleggingsportefeuille. ‘Goedkoop bijkopen’ is dus geen optie. Alhoewel, goedkoop… Mijn favoriete ETF VWRL stond vanochtend op € 76,36. Dat is dezelfde prijs als in augustus 2019. Mijn gemiddelde aankoopprijs tot op heden is € 74,77, en eind 2018 (bij een vorig ‘dipje’) kocht ik ze voor € 64,43. Dus echte ‘koopjes’ zie ik nog niet, het is allemaal erg relatief.

Relativeren

Wat er gaat gebeuren? Ik durf het niet te voorspellen. Op enig moment zal de paniek wel wat afnemen en gaan we met z’n allen over tot de orde van de dag. Gewoon verder consumeren. En dan komt het met de aandeeltjes ook wel weer goed. En er komt ook nog wel een keer een ‘crash’ van 40 of 50 procent. Misschien wordt dit ‘m wel. Het maakt niet uit. Je zit er voor de lange termijn. Toch?

S&P500 sinds medio 2008 (bron: finance.yahoo.com)

Extra boodschappen hebben we hier in Huize Geldnerd overigens ook nog niet gedaan. We zijn niet aan het hamsteren of aan het ‘preppen’ voor een ‘lock-down’. Hier geen blikvoer, mondkapjes of andere desinfecterende handgel… Eigenlijk gaat het leven gewoon door.

Heb jij ook blinde irrationele paniek vanwege het Corona-virus?

Ga je salarisbrief narekenen!

Elk jaar, aan het eind van januari, schrijf ik over mijn nieuwe salaris. Tot nu toe keek ik alleen naar het bedrag onder de streep. Ik zette wel op een rijtje wat er veranderd was in het belastingstelsel en de pensioenpremie, maar daar bleef het dan wel bij. Tot dit jaar.

Want er gebeurde iets vreemds. Mijn pensioenfonds, het ABP, had trots verkondigd dat de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen licht omhoog zou gaan, met 0,4%-punt. De overige premies (voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen en voor voorwaardelijk pensioen) zouden dit jaar ongewijzigd blijven. Het staat er echt.

En toch zag ik iets heel anders op mijn salarisbrief. Mijn premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen verdubbelde bijna, en de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen steeg met 2,3%. Dat zijn heel andere getallen. Die ik ook niet kon koppelen aan de CAO-wijzigingen en de veranderingen in het belastingstelsel.

En dat knaagde. Het knaagde zo erg dat ik me ben gaan verdiepen in elk getalletje op mijn salarisbrief. Er ging een wereld voor me open. Lees mee en huiver.

De rechterkolom

In de rechterkolom staan een aantal bedragen en een aantal feitelijke gegevens over mijn arbeidsovereenkomst met de Rijksoverheid. Die feitelijke gegevens zijn eenvoudig. Mijn BSN-nummer, mijn salarisschaal en trede, en mijn bankrekeningnummer. Ook staat er de arbeidsduur in uren per week. En er staat dat ik een schriftelijke arbeidsovereenkomst heb voor onbepaalde tijd, en geen oproepkracht ben.

Er staat ook een bruto-uurloon. Dat kan ik reconstrueren. Ik neem 12 maanden keer mijn bruto maandsalaris. Dat deel ik door 52 weken keer mijn arbeidsduur in uren per week.

Daarnaast wordt ook het minimumloon standaard op mijn salarisbrief vermeld, geen idee waarom eigenlijk? Er staat een bedrag van € 1.653,60. En voor mijn leeftijdscategorie ’21 jaar en ouder’ is dat inderdaad het juiste bedrag in 2020.

Grondslag SV-Loon

Het Sociaal Verzekeringsloon (SV-loon) wordt berekend door het bruto salaris te verlagen met de bruto inhoudingen en pensioenpremies, en het daarna te verhogen met de bruto toelagen. Bruto inhoudingen heb ik niet. Wel pensioenpremies, die ik van mijn bruto-salaris aftrek. En de brutotoelagen bestaan uit de Betaling IKB, dus die tel ik dan weer op. En ook hier klopt het bedrag.

Bijzonder Tarief Loonheffing

Ook staat er op mijn brief een Bijzonder Tarief Loonheffing vermeld, 55,5%. Dat is het tarief waarop mijn bijzondere beloningen (de dertiende maand en eventuele extra beloningen) belast worden. Daarvoor moet ik naar de website van de Belastingdienst. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tabel voor Bijzondere Beloningen voor een Standaardsituatie. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. In de tabel die je dan kunt downloaden zoek je jouw Jaarlooncategorie op (12 maal je bruto maandsalaris). In mijn situatie is sprake van heffingskorting (zie ook hierboven), ik kijk dus naar de kolommen met loonheffingskorting. Daar zie ik een standaardtarief van 49,5% en een verrekeningspercentage loonheffingskorting van 6%. Samen is dat 55,5%. In 2019 was dat in mijn situatie nog 51,75%. Oef….

Jaarinkomen pensioen

Eén van de dingen waarmee we het in Nederland ingewikkeld maken, is dat we voor elke regeling een andere grondslag bedenken. Een andere basis, waar we dan weer van alles op gaan baseren. In ons pensioenstelsel kennen we het ‘pensiooengevend salaris’. Gelukkig is er de website van het ABP. Daar lees ik dat mijn Pensioengevend Salaris elk jaar in januari wordt vastgesteld. Het bestaat uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen (die ik volgens mij niet heb) en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor (die ik volgens mij ook niet heb). Het zou in mijn Uniform Pensioen Overzicht (UPO) moeten staan, maar het UPO over 2020 krijg ik volgend jaar pas. Dus ga ik zelf maar even rekenen en experimenteren.

Variabele toelagen heb ik niet, voor zover ik mij bewust ben. En volgens mij is de enige vaste toelage de 8,30% van voorheen de eindejaarsuitkering, nu een deel van IKB. Ik neem dus braaf mijn bruto maandsalaris maal 12 maanden, en tel daar 8,00% vakantiegeld en 8,30% eindejaarsuitkering (tegenwoordig dat Individueel Keuze Budget) bij op.

Huh? Ik kom uit op een véél lager bedrag…. Eens kijken of dit duidelijk wordt als ik mij dadelijk richt op de linkerkolom van mijn salarisbrief.

Afbouw Heffingskorting

De heffingskorting is wat mij betreft een uitvinding om het belastingstelsel complexer te maken. En op mijn salarisbrief staat dan ook nog een bedrag aan Afbouw Heffingskorting. Die krijg ik niet gereconstrueerd. Ik heb op allerlei manieren naar de formules gekeken, maar kom niet uit op het bedrag dat daar staat. Het schijnt ook afhankelijk te zijn van het bedrag aan belasting dat mijn fiscale partner verschuldigd is. Bizar dat we met z’n allen accepteren dat er getallen op onze salarisbrieven staan die niet te herleiden zijn?

De linkerkolom

In de linkerkolom van mijn salarisbrief wordt mijn bruto-salaris in een aantal stappen omgerekend naar mijn netto-salaris. Die stappen bestaan uit de Loonheffing, het IKB-budget en de diverse pensioenpremies.

Bruto-salaris

Allereerst mijn bruto-salaris. Dat is simpel te verifiëren. Ik val onder de CAO voor rijksambtenaren. En ik weet in welke salarisschaal en trede ik val. Dus kan ik gewoon opzoeken welk bruto-salaris daarbij hoort. Gelukkig kwam het bedrag op mijn salarisbrief overeen met het bedrag dat voor mijn schaal en trede in de tabel staat.

Loonheffing

Alle belastingen worden tegenwoordig jaarlijks bij elkaar geknutseld in één loonheffing. Daar wordt het eenvoudiger van, maar niet meteen transparanter. Jaarlijks publiceert de Belastingdienst ook hiervoor een nieuwe tabel. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tijdvaktabel voor Standaardsituaties. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. Als tijdvak kies ik voor Maand, want ik krijg maandelijks mijn salaris uitbetaald.

In de tabel die je dan downloadt zoek je in de kolom Tabelloon jouw bruto salaris op. Ik heb Loonheffingskorting en ben, ondanks dat ik Opa Geldnerd genoemd word, jonger dan de AOW-leeftijd. In de betreffende kolom kan ik dus zien welk bedrag aan Loonheffing er op mijn salarisbrief zou moeten staan. En dat klopt.

Ik ga binnenkort nog wel eens een keer kijken hoe die loonheffing precies is opgebouwd. Nu eerst naar de IKB en de pensioenpremies, want daar is deze hele exercitie immers om begonnen.

Betaling IKB

Het Individueel Keuzebudget (IKB), de opvolger van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering voor rijksambtenaren. En daarmee is het er niet eenvoudiger op geworden. Op de website van P-Direkt, de centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid, lees ik dat het IKB-budget 16,37% van mijn salaris is, te weten de vakantie-uitkering van 8,00%, de voormalige eindejaarsuitkering van 8,30%, en de gekapitaliseerde waarde van de vervallen mobiliteitstoeslag en telewerkvergoeding van samen 0,07%.

Ik neem dus 16,37% van mijn bruto-salaris, en inderdaad! Ook dit bedrag klopt.

Premie ABP Ouderdomspensioen / Nabestaandenpensioen (OP/NP)

Nu wordt het ingewikkelder. De pensioenpremie. Daar vertelt de website van de rijkssalarisadministratie niet zo heel veel over. Dus verplaatste ik mijn aandacht weer naar de website van mijn pensioenfonds, het ABP. Daar lees ik dat ik en mijn werkgever voor het Ouderdoms- en nabestaandenpensioen 24,9% premie betalen. Mijn werkgever 17,43% en ik 7,47%. Beide premies worden berekend over mijn Pensioengevend Salaris nadat deze verminderd is met de Franchise. Wat een termen…

De formule zou moeten zijn:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. Maar wat ik ook probeer met de salariscomponenten, niets komt uit op het getal dat ik op mijn salarisbrief van januari 2020 zie staan. Ik kom voortdurend lager uit. Wat zie ik over het hoofd? Ook de salarisbrieven van 2019 erbij gepakt en kijken of ik ergens een toelage mis?

Ten einde raad draai ik het maar om. Ik pak de pensioenpremie die op mijn salarisbrief staat, en gebruik de formule:

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En dan ontdek ik dat inderdaad voor mijn pensioengevend salaris een bedrag van € 110.111 wordt gehanteerd. Dat is wel even iets meer dan ik als salaris verdien. Maar het bedrag komt me bekend voor. Het is het maximum bedrag waarover je in 2020 pensioen op kunt bouwen bij het ABP. Huh? Het verklaart ook waarom ik er in de rechterkolom met het Jaarloon Pensioen niet uitkom. Want dat ligt nog weer hoger dan dit maximumbedrag.

Premie ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen (AP)

Ik besluit om de premie van het Ouderdomspensioen en Nabestaandenpensioen even te laten rusten, en richt mijn aandacht op dat andere ABP-regeltje op mijn salarisbrief, de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarvoor geldt in 2020 voor werknemers van de Rijksoverheid een premiepercentage van 0,21% en een franchise van € 21.400, lees ik bij het ABP. In 2019 was het premiepercentage overigens nog 0,12%. Dat verklaart dus wel de enorme stijging op mijn salarisbrief, maar ik ben nog steeds benieuwd waar de 0,4 procentpunt uit het persbericht van het ABP vandaan komt.

Wijs geworden door de vorige categorie (of teleurgesteld, dat is misschien een beter woord), gebruik ik ook hier eerst de formule

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En hier kom ik zelfs uit op een hoger getal, duizenden euro’s boven het maximaal pensioengevend salaris. Ongeveer op het getal dat er als Jaarloon Pensioen in de rechterkolom staat. Huh in het kwadraat?

Nerd with a mission!

En ja, dan wordt de activistische ambtelijke nerd in mij wakker. Onrecht! Onduidelijkheid! Complexiteit! Gebrek aan transparantie! Allemaal dingen waar ik in mijn dagelijks werk tegen strijd. Of misschien zie ik gewoon iets over het hoofd? Dat kan natuurlijk ook…

En gelukkig hebben wij ambtenaren P-Direkt. De centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Ten strijde, als ware ik Don Quichot met de windmolens! Ik heb mijn vraag ‘kunt u mij uitleggen hoe de pensioenpremies op mijn salarisbrief berekend worden?’ dus schriftelijk ingediend en kreeg een keurige ontvangstbevestiging, waarin stond dat men ernaar streefde om binnen 5 werkdagen antwoord te geven. Soms zijn ambtelijke molens best fijn. Ze malen traag maar wel gestaag.

Nou, dat haalden ze dus niet.

De tussenstand van deze #nerdmission is dat de Rijkssalarisadministratie inmiddels al vier werkweken bezig is met de beantwoording van de vraag hoe mijn pensioenpremies berekend worden. Ik heb al twee keer een geautomatiseerde mail gekregen ‘dat het helaas iets langer duurt’. Afgelopen week stuurden ze mij een berekening, maar gewoon eentje die uitging van het Jaarloon Pensioen op mijn salarisbrief. Ik heb ze dus mijn eigen berekening van het jaarloon gestuurd, en gevraagd hoe zij op dat hoge jaarloon komen. Daar zullen ze vast en zeker rustig nog een paar weken over gaan doen. Maar ik ga volhouden! #hierzitnogeenblogpostin

Ook over de Afbouw Heffingskorting heb ik een schriftelijke vraag gesteld. Ook daar wacht ik nog op antwoord.

Voor alle collega’s die ook hun pensioen opbouwen bij het ABP: Tijdens mijn onderzoeken vond ik een website van een (oud-)collega die een schatkamer vol informatie verzameld heeft over het ABP. Het lijkt erop dat ik alle reden heb om nog even vol te houden, net zo lang tot ik het begrijp.

Wordt vervolgd dus. Ga jij nu ook je salarisbrief narekenen?

Dilemma’s met kleuren

  • Berichtcategorie:Wonen

Als nerd heb je zo af en toe ook je dilemma’s. Hersenkrakers. Dingen die je bezig houden. Al zijn dat soms wel dingen waarvan normale mensen zullen denken: waar maak je je druk over?

Eén zo’n dilemma speelt al een tijdje. Eigenlijk sinds ik mijn hypotheekspreadsheet verbouwd heb met grafieken. Mijn favoriet daarbij is de grafiek die, in de vorm van een huisje, de financiële stand van ons huis weergeeft. Met als uitgangspunt de actuele WOZ-waarde op de peildatum, dat is 100%. En dan in verschillende kleuren de resterende hypotheek, de regulier afgeloste hypotheek, de extra afgeloste hypotheek, het eigen geld dat we bij aankoop inbrachten, en (sinds iets meer dan een jaar) ook de overwaarde. Je kent ‘m wel.

Met name over die laatste categorie heb ik lang zitten piekeren. Overwaarde. Welke kleur geef je die? Want overwaarde kan ook negatief worden. Je huis staat dan ‘onder water’. In mijn definitie is dat het geval als de resterende hypotheek en het geld dat je er zelf al ingestoken hebt (eigen geld en aflossing) bij elkaar hoger is dan de huidige WOZ-waarde. Voor sommige mensen is de definitie dat de resterende hypotheek hoger is dan de WOZ-waarde, bijvoorbeeld bij een aflossingsvrije hypotheek. Maar die heb ik gelukkig niet meer.

Je hebt dus ‘boven water’ en ‘onder water‘. Onze woning staat, als je alleen de resterende hypotheek neemt, ruim boven water. De verkoopprijs moet, ten opzichte van de WOZ-waarde, met ruim 55% dalen voordat wij onder water staan. Maar ook dat kan gebeuren.

Maar goed, het ging hier dus over de kleur van de overwaarde. Ik heb uiteindelijk voor blauw gekozen, om toch iets met dat water te doen. Maar het geeft toch een vreemd beeld, alsof het huis deels onder water staat. Dat vind ik zelf, en zag ik ook in verschillende reacties toen ik onlangs over onze nieuwe WOZ-waarde schreef. Dus ben ik er toch weer over na gaan denken. Moet ik toch andere kleuren gebruiken? Welke dan?

Voor ‘onder water’ ben ik er wel uit. Dat is wit, het lijkt dan alsof een stuk huis is verdampt. De grafiek ziet er dan zo uit.

Maar voor ‘boven water’, de situatie met overwaarde, kan ik vooralsnog niets beters verzinnen. Het blijft dus vooralsnog even blauw. En dat houdt me bezig. Dat jullie niet denken dat ik geen problemen heb, dus.

Welke kleur zou jij gebruiken voor ‘boven water’ en ‘onder water’?

Stille revoluties in Beleggingsland?

  • Berichtcategorie:Beleggen

De wereld van het beleggen klinkt best wel spannend, en sommige mensen vinden het geen fijn idee dat de waarde van hun inleg kan dalen. En ook achter de schermen rommelt het. Er zijn grote veranderingen aan de gang bij de tussenpersonen waar je als particulier je centjes kwijt kunt.

Beleggen in vroeger tijden

Toen Geldnerd ooit begon met beleggen, vele jaren geleden, was dat het domein van de grootbanken. Die boden hun klanten toegang tot ‘de beurs’ en een select aantal fondsen, meestal van hun eigen fondshuis. Geldnerd had z’n hele financiële huishouding destijds bij de Rabobank geparkeerd, en daar was je dus veroordeeld tot de fondsen van Robeco (dat toen een volledige dochter van de Rabobank was). De kosten van handelen waren hoog. Als ik in mijn archief kijk, dan werd er rond het jaar 2000 rustig € 12 gerekend voor een order in een AEX-fonds die een waarde van minder dan € 1.000 had. En ook de (verborgen) kosten van de Robeco-fondsen waren hoog. Ik verdiepte me daar destijds nog totaal niet in, maar in een oud jaarverslag vond ik een cost ratio van ruim 1,1%. Dat zijn ongekende kosten voor hedendaagse begrippen.

In mijn beleggingsspreadsheet van het jaar 2008 (toen maakte ik voor elk jaar nog een nieuwe sheet!) duikt ineens SNS Fundcoach op. Het bedrijf Fundcoach was een aantal jaren eerder opgericht, en inmiddels overgenomen door SNS Reaal. Het presenteerde zich als de eerste Nederlandse fondsensupermarkt, had een breder aanbod en hanteerde ook fors lagere tarieven. Vanaf dat moment zie ik ook meer ‘exotische’ beleggingen opduiken in mijn portefeuille. Fondsen van Blackrock en Merrill Lynch bijvoorbeeld, maar ook het eerste Vanguard fonds duikt op in mijn beleggingen, net als het Noorse Skagen.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Inmiddels was er ook Alex Vermogensbeheer. Daar heb ik net na mijn echtscheiding een deel van mijn vermogen ondergebracht, uiteindelijk heb ik van 2013 tot 2017 van hun diensten gebruik gemaakt. SNS Fundcoach en Alex zijn overigens beide overgenomen door Binck Bank, en inmiddels volledig geabsorbeerd. Binck biedt nog wel een dienst aan met de naam Fundcoach, maar de merknaam Alex is volledig verdwenen. En Binck Bank is natuurlijk inmiddels overgenomen door het Deense Saxo Bank. Die overigens inmiddels voor ruim 51% eigendom is van de Chinese autofabrikant Geely, las ik toen ik er wat dieper in dook. Ik weet niet of ik daar nou meteen zo enthousiast van word….

Versnippering

De Nederlandse beleggingsmarkt is inmiddels ook behoorlijk versnipperd. DeGiro heeft als goedkope broker stevig aan de weg getimmerd, maar is inmiddels overgenomen door de nog goedkopere ‘new kid on the block’ Flatex. En dan is er ook nog Lynx. Daarmee hebben we de belangrijkste brokers wel gehad, denk ik. Alhoewel vergelijkingssite Finner een uitgebreider overzicht heeft.

Maar goed, er valt dus het nodige te kiezen. En voor een breed aanbod aan beleggingsopties hoef je echt niet meer de hoofdprijs te betalen. Mr. FOB houdt een uitgebreid overzicht bij van de goedkoopste opties om te beleggen, bij verschillende beleggingsprofielen. En al die tijd zaten de Grootbanken in de verdediging. Te duur, te log, en het aanbod te beperkt. Een weldenkende belegger zit dus niet meer bij één van de grote banken?

De terugkeer van de kolossen?

Het afgelopen jaar viel het me op dat de grote banken zich toch weer begonnen te roeren. Er werd weer geadverteerd met hun beleggingsaanbod. Deels heeft dat natuurlijk te maken met de sterke stijging van de aandelenbeurzen. En ook met de rentestand. Banken moeten hun overtollig spaargeld stallen bij de Europese Centrale Bank, en daar betalen ze momenteel netto rente voor. Eigenlijk hebben ze dus liever dat hun spaarklantjes het geld in aandelen steken. Dat is goedkoper voor de bank.

Puur uit nieuwsgierigheid heb ik een tijdje geleden het aanbod van de Rabobank weer eens bekeken. Het was voor het eerst in meer dan 10 jaar dat ik mij daar in verdiepte. Dat kwam ook omdat een lezer mij vroeg om eens te kijken naar zijn portefeuille, die volledig bij de Rabobank geparkeerd stond. Voor mij is het nog steeds niet aantrekkelijk. De kern van mijn portefeuille wordt gevormd door een handvol exchange-traded funds (ETFs) van Vanguard en iShares. Maar geen enkel fonds uit mijn portefeuille is verkrijgbaar bij de Rabobank. Rabo rekent tot € 100.000 0,06% per kwartaal, en over het meerdere 0,03%, met een minimum van € 5 en een maximum van € 100 (Binck: maandelijks €3,50 + 0,01% van de portefeuille). Daarmee ben ik bij Binck veel goedkoper uit. De transactietarieven van Rabo zijn wel lager dan vroeger, maar met één transactie per maand ben ik bij Binck echt goedkoper uit. En beleggers bij DeGiro betalen één keer per maand zelfs helemaal geen transactiekosten als ze een fonds uit de kernselectie kopen. Ook bij ABN AMRO vind ik de kosten nog niet echt laag en het assortiment beperkt, ook hier kan ik geen enkel fonds uit mijn huidige portefeuille verhandelen.

Banken willen het zelf doen

Onlangs las ik een interessant artikel in het FD. Het ging over de manier waarop de grote banken proberen om iets meer geld over te houden aan hun beleggende klanten. Niet door de tarieven te verhogen (die zijn al vrij hoog, zagen we net), maar door de fondsen die ze aanbieden goedkoper te maken. Ze maken namelijk eigen fondsen. Het is een langere-termijn gevolg van het provisieverbod, dat in Nederland in 2014 is ingegaan. Nu de fondsaanbieders de banken niet meer mogen betalen voor het voeren (en aanprijzen) van hun producten, lopen de banken inkomsten mis. Bovendien willen steeds meer beleggers (goedkoop) passief beleggen en liefst ook duurzaam, een gebied waar (te) weinig aanbod is. Dus gaan de grote banken het zelf doen, maar wel elk op een andere manier.

ING wordt zelf een soort van fondshuis, en gaat huisfondsen samenstellen met vooral individuele aandelen en obligaties. Alleen voor specialistische categorieën, zoals schuld uit opkomende markten, worden externe beleggingsfondsen gebruikt. ABN AMRO, blijkbaar Nederlandse marktleider in vermogensbeheer, maakt ook deels eigen huisfondsen met individuele aandelen en obligaties, Verder gebruiken ze hun Franse dochtermaatschappij ABN Amro Investment Solutions om te bekijken welke manager het beste is voor specialistische categorieën. ABN bepaalt hoe die het fonds moet beheren en tegen welke kosten, er komt dan een soort speciaal fonds exclusief voor ABN-klanten. Rabobank maakt gebruik van BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, die voor Rabo gaat bekijken welke fondsen aan hun eisen voldoen. BlackRock regelt dan ook een speciaal fonds voor Rabo-klanten. Het is een juridische constructie voor de beleggingen. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik word niet meteen enthousiast. Want ‘huisfonds’ heeft voor mij toch de smaak van ’te klein en te duur’. ING en Rabobank beginnen hier net mee, maar het artikel sluit af met de constatering dat ABN AMRO de kosten voor klanten niet verlaagd heeft. Het gaat dus opnieuw om de eigen winstmarge, lijkt het.

Tenslotte

Terug naar de grootbanken? Ik niet. Wel volg ik met interesse de ontwikkelingen bij Binck Bank (mijn broker) na de overname door Saxo Bank, en de ontwikkelingen bij de combinatie van DeGiro en Flatex. Want vooralsnog lijken me dat de combinaties met het meest brede en goedkoopste beleggingsaanbod.

Kijk jij ook af en toe naar wat er gebeurt in beleggingsland?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden