Wijze lessen (6): Je echte uurloon

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de zesde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen
Spaarpercentage vergroten
Rendement maken
Volhouden

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, je hebt een budget waar je achter staat, je stuurt op je spaarpercentage en je maakt rendement. Je houdt het goed vol. En nu?

Je echte uurloon

Misschien had ik ‘m veel eerder moeten noemen. Maar laatst kwam ik in mijn elektronisch archief mijn aantekeningen weer tegen, en toen realiseerde ik me pas hoe belangrijk het voor me geweest is. Het uitrekenen van mijn echte uurloon.

Dat uitrekenen is één van de stappen uit het boek ‘Your money or your life‘. Met afstand het beste financiële boek dat ik ooit gelezen heb. Er is een Nederlandse vertaling/bewerking die je hier (gratis) kunt downloaden.

Kort samengevat komt het erop neer dat je uitrekent wat je echt netto per uur verdient. Daarbij houd je rekening met alle uitgaven die je niet zou doen als je niet zou werken. Dus bijvoorbeeld reiskosten trek je af van je inkomen. En ook de kosten van werkkleding, in mijn geval bijvoorbeeld mijn kostuums. Dan komt er een bedrag uit dat in de meeste gevallen ‘iets lager’ is dan je netto-salaris. Vervolgens deel je dat salaris door de daadwerkelijk gemaakte uren. In mijn geval ‘iets meer’ dan 40 uur per week, maar gecorrigeerd voor heel veel vakantiedagen.

Het getal dat je dan krijgt is je echte uurloon. Het is al jaren geleden dat ik het uitgerekend heb. En het is toen tussen mijn oren gaan zitten. Bij alles wat ik mogelijk wilde kopen dacht ik ‘dit is X uur van mijn leven, is het dat wel waard?’, en zelfs kleine aankopen drukte ik in minuten uit. Best irritant, maar wel heel effectief. Het was het begin van mijn minimalisme, het heeft me echt de ogen geopend.

Afgelopen week heb ik het opnieuw uitgerekend. Mijn netto salaris, gecorrigeerd voor vakantiegeld en dertiende maand. Het gemiddelde aantal uren dat ik per maand werk, gecorrigeerd voor vakantiedagen.

En ik heb de volgende factoren ook meegenomen:
– Reiskosten en reistijd
– Het merendeel van mijn kledingbudget, en de dagelijkse tijd om me klaar te maken om te gaan werken
– Lunchkosten
– Een uurtje per dag om bij te komen
– En ook de kosten van de uitlaatservice en onze schoonmaakster, beiden zouden we niet hebben als we niet zouden werken.

Dus heb ik ‘m weer even scherp. € 18,17 is mijn echte uurloon. Daarmee kan ik mijn aankopen weer in levensuren uitdrukken. Elke Euro die ik uitgeef kost mij 3 minuten, 18 seconden en 13/100 van mijn leven.

Wat waren jouw belangrijkste ‘eye-openers’?

Kaartenhuis

Het zijn de grote lekdagen. Elke dag verschijnen er nieuwtjes uit het regeerakkoord. Bijna teveel om op te noemen, en veel collega-bloggers hebben er al over geschreven. Ik was op de achtergrond ook al bezig met het berekenen van de effecten op mijn persoonlijke situatie. Maar ik ben er even mee opgehouden.

Waarom? Het is een regeerakkoord. Plannen. Voornemens. Nog geen wet. Nog geen feit. Waarschijnlijk wordt het morgen openbaar. Dan gaat Geldnerd het waarschijnlijk even heel druk krijgen op zijn werk. Want waarschijnlijk gaat het veel impact hebben op het werk dat ik doe. Dat zijn heel veel ‘waarschijnlijks’. Want ook wij weten het nog niet.

Wat moet er nog gebeuren? Al die voorstellen moeten door Geldnerd en z’n collega’s worden uitgewerkt tot beleid, tot wetsvoorstellen. Daar gaan allerlei mensen en belangengroepen en de Raad van State iets van vinden. Dan komt het bij de Tweede Kamer. Daar heeft het nieuwe kabinet een meerderheid, van één (1) zetel, 76 van de 150 zetels. Als er dus iemand wegloopt bij één van de regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, dan is er al geen meerderheid meer. Als er één Kamerlid anders over denkt dan de ‘partijlijn’, dan gaat het al niet door. En stort het hele koopkracht-bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar.

Na de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer de voorstellen nog goedkeuren. Daar heeft Rutte-3 38 van de 75 zetels. Ook een meerderheid van slechts één (1) zetel. En pas als de Eerste Kamer ook ‘ja’ gezegd heeft dan is het een wet. En kunnen we ‘m in gaan voeren. Dat kost ook best wel wat tijd. Denk aan IT-systemen die gebouwd en aangepast moeten worden. Dat kost bij jouw werkgever ook tijd, dus bij de overheid ook. Alleen ligt het bij ons vaak iets meer onder een vergrootglas. Terecht, want dit betalen we met belastinggeld, en bij veel regelingen (denk aan de Belastingdienst) hebben heel veel Nederlanders er last van als wij het niet goed doen.

Het gaat dus nog wel even duren. Ik denk dat de meeste regelingen pas op z’n vroegst per 2019 ingevoerd zullen worden. Dan merk ik het wel op mijn salarisbrief van januari 2019. Maar het heeft nu nog weinig zin om het totale effect in te schatten. Want mijn inschatting is dat er heel veel plannen nog wel ‘iets’ zullen veranderen voordat ze wet worden. En dat ‘iets’ kan zowel in ons voordeel als in ons nadeel zijn.

Wat verwacht jij van het nieuwe kabinet?

Nog één stapje te gaan…

Onverwacht is het niet. Eerder deed ING het al. En nu kondigden ook de Rabobank en ABN AMRO aan de spaarrente te verlagen naar 0,05%.

Maakt het wat uit? Niet echt. In plaats van € 1 per € 1.000 spaargeld, krijg je dan nog € 0,50 per € 1.000 spaargeld per jaar. Het schijnt dat er nog steeds mensen zijn die hun hele spaarkapitaaltje bij de grote banken hebben staan. Maar jullie niet, toch?

Voor mijzelf maakt het in elk geval geen verschil. Het enige spaargeld dat ik nog heb is mijn buffer van 6 maal mijn maandinkomen. Dat beschouw ik eigenlijk niet eens als vermogen. Het hoeft niet te renderen, het is een vangnet. Het bedrag wordt alleen aangepast als mijn maandinkomen wijzigt. De rest van mijn vermogen zit in het huis en in mijn beleggingsportefeuille.

Vriendin gebruikt de renteverlaging wel als argument richting mij om dit jaar dan nog maar de maximale aflossing op onze hypotheek te doen. Dat lijkt mij ook nog wel een goed idee, dus dat zetten we op korte termijn in gang.

Verwacht jij nog dat er een grote bank de rente naar 0,00% verlaagt?

Derde kwartaal 2017

Het is alweer bijna Kerstmis. Of zo voelt het tenminste. In elk geval, het begint duidelijk herfst te worden en het derde kwartaal van 2017 zit er alweer op. Het gaat wel erg hard met dit jaar. Tijd dus voor een terugblik en een vooruitblik.

Ik blijf me verbazen over de effectenbeurzen. De S&P500, mijn belangrijkste graadmeter, is afgelopen maanden netjes door gestegen.

Helemaal bizar blijft het als je de 10-jaars grafiek bekijkt. Het dieptepunt van de vorige economische crisis op de beurs dateert alweer van maart 2009. Sindsdien zijn er wel kleinere correcties geweest (onder andere tweede helft 2011, en tweede helft 2015 / begin 2016), maar de S&P is in acht jaar bijna verdrievoudigd. Tegelijkertijd valt het ook allemaal wel weer mee als je met een langere tijdshorizon kijkt, bijvoorbeeld sinds 1900.

Helaas meet ik mijn vermogen en vermogensgroei grotendeels in euro’s. En de euro / dollar ontwikkeling was dit jaar niet heel prettig, daar heb ik eerder over geschreven. Ook dit kwartaal steeg de wisselkoers in eerste instantie stevig door, van 1,14 naar 1,20 (ruim 5%). Maar de laatste weken kwam de klad er een beetje in en daalde de koers naar 1,18. Dat hielp weer een beetje in het rendement.

De waarde van mijn totale portefeuille in euro’s daalde dan ook licht, om uiteindelijk de laatste weken wel weer te stijgen.

Inmiddels heb ik ook een nieuwe grafiek in mijn rapportage gebouwd, die de ontwikkelingen in mijn beleggingsportefeuille in de afzonderlijke valuta laat zien. Want eigenlijk maakt de wisselkoers mij op dit moment geen bal uit. Pas als ik de fondsen verkoop én de dollars omwissel in euro’s is het belangrijk wat ik er in euro’s voor krijg.

In onderstaande grafiek laat de blauwe lijn de ontwikkeling van het deel van mijn portefeuille in euro’s zien. De rode lijn laat de ontwikkeling van het deel van mijn portefeuille in dollars zien. De rode lijn is iets dynamischer, maar uiteindelijk zijn het allebei stijgende lijnen. Fijn. Daarnaast heb ik ook ongeveer € 170 aan dividend binnengekregen in het derde kwartaal.

Mijn Spaarpercentage is redelijk goed op peil gebleven. Dit kwartaal was het 35,7%, en dat was wel nodig na het dure tweede kwartaal. Voor het jaar tot nu toe zit ik op 36,6%, daar ben ik tevreden over. Ik hoop het laatste kwartaal nog iets extra te kunnen sparen en daarmee over heel 2017 de 40,0% te behalen.

Beste uitgave? Dat zijn er twee. Eentje is eigenlijk geen uitgave, dat is de extra aflossing op onze hypotheek. Daardoor staat ons huis er meteen een stuk beter voor. En de andere uitgave is een nieuwe fiets. Ter vervanging van mijn gestolen exemplaar. Dit keer dus met nog een extra slot.

Ik verwacht financieel een rustig vierde kwartaal. Misschien gaan we nog wat geld steken in de aanleg van onze tuin en de resterende aflossingsruimte voor de hypotheek in dit jaar benutten. En ik ben aan het nadenken over de vervanging van mijn telefoon, maar dat was ik vorig jaar ook al aan het doen (nadenken, niet kopen). In elk geval komt in het vierde kwartaal mijn 13e maand binnen, dat geeft hopelijk nog een kleine impuls aan het spaarpercentage!

Hoe was jouw derde kwartaal?

Wijze lessen (5): Volhouden

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de vijfde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen
Spaarpercentage vergroten
Rendement maken

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, je hebt een budget waar je achter staat, je stuurt op je spaarpercentage en je maakt rendement. En nu?

Volhouden

Tsja, eigenlijk is dit het saaiste deel van de hele reis. Maar saai is juist goed, heb ik al eens geschreven. En ik heb mijn uiterste beste gedaan om mijn financiën zo saai mogelijk te maken. Door te minimaliseren. Door alle werkzaamheden die ik nodig heb om mijn administratie en mijn beleggingen op orde te houden weg te automatiseren in mijn spreadsheets. Door mijn bestedingsplan waardoor de grote brokken van mijn inkomen maandelijks automatisch op de juiste plek terechtkomen. Nog niet zo heel lang geleden heb ik een blogje geschreven met een overzicht hoe mijn financiële jaren voorbij glijden.

Dat is voor mij het belangrijkste. Het bijhouden van mijn financiën zit in mijn systeem. Het gaat dus bijna ‘vanzelf’. Mijn weekend voelt niet compleet zonder minimaal de beleggingen bij te werken, en liefst ook de administratie. Omdat het vergaand geautomatiseerd is, is het wel saai maar niet vervelend.

Dan blijft er nog wel een belangrijke uitdaging over, namelijk niet toegeven aan alle verleidingen die de wereld op ons pad legt. Hoe ik dat doe lees je in de volgende blog in deze serie.

Hoe houd jij het vol?

Babyboomer perspectief

Op mijn stukje over de pensionado-opstand kreeg ik een onverwachte reactie. Namelijk van mijn ouders. Ik weet al een tijdje dat ze hier meelezen, soms maken ze een opmerking. Maar nu was het een uitgebreide reactie via de e-mail. Eigenlijk een soort financieel levensverhaal van de baby-boomer generatie. Met een aantal interessante perspectieven. Dus met instemming van mijn ouders heb ik hun reactie omgewerkt naar een blogje.

Mijn ouders zijn geboren aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Echte ‘baby-boomers’ dus. Opgegroeid in de tijd van de wederopbouw. Hun financiële leven begon eigenlijk echt in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Mijn ouders konden (moesten) met 15, 16 jaar gaan werken en ’s avonds opleidingen en cursussen volgen die ze zelf dienden te betalen.

Mijn vader moest ook nog 2 jaar in militaire dienst, omdat we er van uit gingen dat de Russen langs zouden komen. Die diensttijd werd betaald, het geweldige salaris was eerst 0,50 gulden (€ 0,20) per dag en werd later fl. 1,00 (€ 0,45) per dag.

Midden jaren ’50 werd de Algemene Ouderdomswet (AOW) geïntroduceerd. Vanaf het moment dat zij werken betaalden mijn ouders de AOW voor de oudere generatie(s). Sinds 2002 is het zo dat mensen die AOW ontvangen een deel daarvan zelf financieren via de gewone belasting die zij betalen. En mijn ouders hebben pas sinds 2010 AOW, dus zij betalen ook mee aan hun eigen AOW.

Mijn ouders betaalden de opleiding van hun kinderen (nogmaals dank daarvoor!), losten de hypotheek van hun huis af en bouwden en passant ook nog een pensioen op voor ‘later’, als ze 65 jaar zouden worden.

Hier vind ik mijn ouders overigens niet zielig. Mijn vader werkte, en dat was toen al uitzonderlijk, in een sector waar premievrij pensioen werd opgebouwd, en het grootste deel van zijn opbouwperiode waas dit gebaseerd op een eindloonregeling. Dat is dus wel iets rianter dan mijn opbouw waarvoor ik zelf ook premie betaal, en die gebaseerd is op een middelloonregeling

Die pensioenopbouw van mijn ouders werd belegd tegen rentepercentages tot 12 à 13 %. Dan groeit het wel beter dan nu tegen 0,0% en een heel klein beetje.

Nu werken beide partners, maar vroeger werden vrouwen ontslagen als ze trouwden en/of zwanger werden. Mijn moeder is inderdaad ontslagen toen ik in aantocht was. Er bleef dus een éénverdiener over. Veel vrouwen bouwden hierdoor geen pensioen op, ook al omdat vrouwen pas vanaf 30 jaar in het pensioenfonds opgenomen konden worden. Pas veel later, toen Geldnerd naar de middelbare school ging, is mijn moeder weer echt toegetreden tot het arbeidsproces. En ook weer een beetje ‘eigen pensioen’ op gaan bouwen. Maar niet voldoende om ‘economisch zelfstandig te zijn’, iets wat sinds de jaren ’80 langzaam overheidsbeleid werd. En tot op de dag van vandaag een uitdaging is in dit soms nog erg ouderwetse landje van ons.

Sinds het pensioen inging bleek de indexering ervan voor mijn ouders niet gegarandeerd, het nominale pensioen zelf ook niet. Dat merk ik zelf ook, ik heb in de opbouw al een procent of 15 aan indexering gemist. Daar heb ik nu geen last van, dat merk ik pas als ik met pensioen ga. Maar mijn ouders merken het wel. Net als de stijgende zorgkosten, het eigen risico dat gestegen is van € 150 in 2008 naar €
400 in 2018.

Nu wordt er gezocht naar nieuwe manieren om pensioenen goedkoper te maken. Gelukkig hopen ook mijn ouders dat onze generatie(s) een stabiel pensioen zullen krijgen. Want op een stevige erfenis reken ik niet, ik hoop dat ze alles op kunnen maken.

Hoe zag het financiële leven van jouw ouders er uit?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden