Oudere mensen (zoals Geldnerd) weten het nog goed. Vroeger, heel lang geleden, kreeg je gratis geld als je jouw geld een tijdje op een spaarrekening bij een bank zette. Best veel ook. Geldnerd heeft nog afschriften van de Rabobank in zijn administratie die teruggaan tot 2004. Destijds kreeg je zelfs daar 2,5% rente. In 2008 was dat zelfs 2,8%. En de Rabobank was ook toen al niet de grootste betaler van rente. In die periode was er ook een IJslandse bank actief in Nederland, IceSave, die 5,0% rente betaalde. Dat ging alleen niet helemaal goed…. Maar zelfs in 2011 sloot Geldnerd nog ergens een deposito met een looptijd van 12 maanden af tegen 3,25% rente.
Hoe anders is de situatie nu. In de naweeën van de financiële crisis is de rente alleen maar naar beneden geduikeld. Naar nul. Of, om precies te zijn, 0,01% sinds november 2019 op mijn kleine bufferspaarrekening bij de Rabobank, en inmiddels nog maar 0,03% sinds februari 2021 op mijn grote bufferspaarrekening bij Nationale Nederlanden. Een gestage vrije val. Op het moment dat ik dit schrijf is de hoogste rente die je op een vrij opneembare spaarrekening bij een Nederlandse bank kunt krijgen nog 0,1%. Dat betekent dat je € 1 rente krijgt op elke € 1.000 die je een jaar op die spaarrekening zet.
Het afgelopen jaar is daar een andere trend bijgekomen. Negatieve rente voor grote bedragen op een spaarrekening. Alleen worden die grote bedragen steeds kleiner. Onlangs sloot ook de Rabobank zich aan bij de groeiende groep banken waar je moet betalen om te kunnen sparen zodra je meer dan een ton (€ 100.000) op je spaarrekening hebt staan. En eerder deze week meldde Nationale Nederlanden mij dat de rente tot een saldo van € 100.000 weliswaar voorlopig op 0,03% blijft staan, maar dat er boven een saldo van € 100.000 geen rente meer wordt betaald en dat zij vanaf een saldo van € 250.000 ook een negatieve rente van -0,5% gaan rekenen.
De banken mompelen iets over dat we (in elk geval de ‘we’ met een bovengemiddeld inkomen) veel meer sparen dan ‘normaal’ vanwege corona, en dat ze het allemaal niet weggezet krijgen in hypotheken en leningen aan anderen, en het dus moeten stallen bij de Europese Centrale Bank die er 0,5% rente voor rekent. Maar lastig vinden ze het wel, want iedereen vindt eigenlijk dat sparen moet lonen. ING verwijst spaarders zelfs door naar andere banken. Sparen is goed, maar liever niet bij ons. En niet alleen geld lenen kost tegenwoordig geld, ook geld sparen. Want door de inflatie wordt de koopkracht van je spaargeld vanzelf minder. Overigens heeft het Centraal Planbureau (CPB) eerder deze week de politiek opgeroepen om te zorgen voor meer keuzeruimte bij vermogensopbouw en versoepeling van eisen en regels rond hypotheken en pensioenen.
Wat verwacht Geldnerd?
Zelf verwacht ik nog steeds dat de lage rente nog wel eventjes aan zal houden. Landen en bedrijven lenen zich een weg door de huidige crisis heen, en hebben er dus belang bij dat de rente laag is. Centrale Banken faciliteren dat graag vanuit hun ‘onafhankelijke rol en positie’. En wij, particulieren, zijn geen factor van betekenis in dat spel. In geen enkel spel trouwens. Voor je kijken, doorwerken, doorlopen en doorconsumeren. En niet vergeten onderweg belasting te betalen… Ik ben wel benieuwd of de banken de grens van negatieve rente nog verder durven laten zakken. Allemaal benadrukken ze dat momenteel minder dan 10% van hun klanten geraakt wordt door de negatieve rente. Hoe gaat het met het sentiment als de helft van de Nederlanders met negatieve rente te maken krijgt?
Voor de meeste mensen is € 100.000 nog heel veel geld. De gemiddelde Nederlander heeft het niet op zijn of haar bankrekening staan. Geldnerd zeker ook niet. Ik houd een minimale reserve aan spaargeld aan, vier maanden leefgeld en mijn reserveringen. De rest van mijn vermogen zit in het huis (in de vorm van aflossingen op de hypotheek en het eigen geld dat we ingebracht hebben bij aankoop) en in mijn beleggingsportefeuille. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 bestond slechts 5,6% van mijn vermogen uit contant geld op mijn spaarrekeningen.
Wat doet Geldnerd?
Minder contant geld vind ik in mijn situatie niet echt een optie. En ik ben ook niet van plan om het van mijn rekeningen te halen en thuis in een oude sok of onder een matras te verbergen. Toch vind ik die nul-grens psychologisch wel belangrijk. Ik ben niet van plan om (nog meer) te gaan betalen voor mijn geld.
Idealiter houd ik wel de huidige scheiding tussen mijn betaalrekening/kleine buffer en grote buffer. Door het bij een andere bank in Nederland te stallen kan het wel altijd binnen één werkdag beschikbaar zijn op mijn betaalrekening. Maar het staat ver genoeg weg om niet te makkelijk uitgegeven te worden. Een rente van nul (0,0%) vind ik inmiddels acceptabel onvermijdelijk. Bij een negatieve rente zal ik wel op zoek gaan naar een andere plek om mijn geld te parkeren. Al lijkt het er wel op dat dat steeds moeilijker gaat worden.
De Rabo was er snel bij om z’n rapport te verdedigen. Beiden zijn waar, stellen ze. Het CBS heeft in zijn studie vooral gekeken naar de ontwikkeling van het reële beschikbaar huishoudinkomen per hoofd van de bevolking. De Rabobank heeft gekeken naar het inkomen per werkende, en dan is het beschikbaar inkomen niet verdubbeld, maar met ‘slechts’ 60 procent toegenomen in de afgelopen vijftig jaar en voor huishoudens slechts 40 procent. Bovendien laat de Rabobank zien dat het beschikbaar inkomen vanaf 2001 is gestagneerd. Statistieken zijn leuk, maar je kunt er dus allerlei verschillende boodschappen mee afgeven.
Fantoomgroei
Volgens mij is er wel degelijk iets aan de hand in de samenleving. Dat las ik een tijdje geleden ook in het boek ‘Fantoomgroei‘ van Sander Heijne en Hendrik Noten. De winst van grote ondernemingen is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw enorm gestegen, maar werkenden zagen de economische groei nauwelijks terug in hun portemonnee. Bovendien werden publieke taken als de zorg, het onderwijs en de politie versoberd. Dat boek was weer de basis voor het tweeluik ‘Scheefgroei in de Polder‘ op de televisie. Dat is het terugkijken waard. Collega-blogger Opnieuw Begonnen en De Budgetman schreven er ook al over. En De Budgetman en Opnieuw Begonnen schreven ook ook over het CBS-bericht.
Eén van de mooie uitspraken uit de eerste aflevering van ‘Scheefgroei’ kwam van Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Geen mens is gemiddeld’. De verschillen tussen groepen in de samenleving zijn groot en groeien. Dat zien mensen. Dat voelen mensen. Dat leidt tot teleurstelling.
Éric Sadin
Een tijdje geleden las ik in het FD een interview met de Franse technologiefilosoof Éric Sadin. In oktober 2020 verscheen zijn boek ‘L’ère de l’individu tyran, la fin d’un monde commun’ (het tijdperk van het tirannieke individu, het einde van een gemeenschappelijke wereld) in Frankrijk. Een Nederlandse vertaling komt dit najaar.
Volgens Sadin zijn er twee ontwikkelingen geweest die ons hier gebracht hebben. Er was altijd een sociaal contract tussen partijen en burgers: wij gaan een betere samenleving maken voor iedereen. Dat contract is verbroken, waardoor mensen enorm teleurgesteld zijn in het politieke en economische systeem. Sadin verwijt het neoliberale model dat het principe van onderlinge solidariteit afgeschaft is. Wij zijn allemaal ‘ondernemertjes van ons eigen leven’ geworden. Maar de mensen die niet mee kunnen of mogen komen voelen zich verwaarloosd. Als ze al eens proberen om hun stem te laten horen, dan worden ze genegeerd. Denk bijvoorbeeld aan het referendum over de EU-Grondwet. Of verkiezingen waarbij de partijen van ‘boze stemmers’ vervolgens buitengesloten worden. Wat doen veel mensen als ze zich genegeerd voelen? Boos worden!
Ten tweede heeft er een grote technologische ontwikkeling plaatsgevonden. Het leven van de individuele mens werd hierdoor steeds comfortabeler. In de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog (de ‘Trente Glorieuses’) kregen mensen de beschikking over auto’s die hun mobiliteit bevorderden, platenspelers, videorecorders, ze gingen op vakantie. Mensen kregen meer controle over hun leven en hun eigen comfort, je kon zelf het leven zo inrichten als je wilde. De afgelopen decennia zorgt de opkomst van het internet, de smartphone en sociale media ervoor dat je toegang kreeg tot een enorme hoeveelheid kennis en informatie. Internet maakte het ook gemakkelijker om gelijkgestemden te ontmoeten en hiermee je eigen bubbel te creëren. Elke malloot mens kan nu zijn/haar eigen mening delen met de rest van de wereld met één druk op de knop. Mensen voelen zich mondig. Mensen worden bevestigd in hun mening. De wereld Hun eigen bubbel ligt aan hun voeten. Ik doe ook mee, want ik blog. Dat kan iedereen lezen.
Deze twee ontwikkelingen creëren spanning. De machteloosheid na het verbroken sociale contract. Het gevoel van macht door de technologische ontwikkelingen. Ze gaan niet samen. Er is alleen nog je eigen waarheid, gevestigde orde en instituties zijn er alleen nog om ons te onderdrukken. De pers schrijft alleen nog nepnieuws. En dus stem ik tegen. De gedachtegang van veel mensen, ook in Nederland.
Er is wat aan de hand
Herkenbare voorbeelden genoeg dat er wel wat aan de hand is zijn er genoeg. Vroeger kon een gezin op één inkomen op veel plaatsen in Nederland gewoon nog een eengezinswoning betalen en in de zomer op vakantie. Dat lukt je op de meeste plekken niet meer. Tegelijk vlieg je voor een paar tientjes heel Europa door (in elk geval als er geen virussen rondwaren). Het beschikbare inkomen is dan misschien wel gestegen, maar de welvaart die je er mee kunt kopen is een stukje kleiner geworden. Je kunt leven zonder de vluchten door heel Europa, maar leven zonder huis is al een stuk onaangenamer. Nu is het natuurlijk ook de vraag of groei eeuwig door kan gaan. Misschien wel, maar dan hebben we een paar extra planeten nodig.
Dat zeggen ook Heijne en Noten in hun boek. We kijken al heel lang alleen maar naar economische groei. Als we meer produceren en consumeren dan gaat het blijkbaar goed. Daar is Geldnerd het al een tijdje niet meer mee eens, sinds hij het Minimalisme heeft ontdekt. Je kunt beter kijken naar een breder begrip, Welvaart. Maar dat is ook een kwalitatief begrip, en dus moeilijker meetbaar.
Voordeel is wel dat je dan ook veel andere dingen mee gaat tellen waar mensen veel waarde aan hechten. Denk aan goede zorg (we hebben afgelopen jaar weer ontdekt dat dat wel nuttig is), goed onderwijs (hallo thuisonderwijzende ouders), maar ook mooie natuur en schone lucht en betaalbaar wonen. Dat zijn hele andere maatstaven om het succes van Nederland te meten. En het besteedt aandacht aan een aantal dingen die nu onder druk staan. Die lijden onder de focus op groei. Groei die maar bij een beperkte groep mensen terechtkomt, en een grotere groep achterstelt.
Er is (geen) hoop?
In het artikel op nu.nl zegt Heijne dat hij hoopvol werd toen hij het boek schreef. Dit omdat er in de economie geen natuurwetten van kracht zijn, maar dat de economie een optelsom is van afspraken die we zelf hebben gemaakt. Afspraken die we dus gewoon kunnen veranderen. Oud en cynisch als ik ben deelt Geldnerd dat optimisme en die hoop niet. Want de economie is ook een optelsom van gevestigde belangen. Belangen om de situatie zo te houden zoals die is. En dat zijn hele sterke krachten die zich tot het uiterste zullen verzetten tegen verandering in hun nadeel.
En Geldnerd doet op z’n eigen beperkte schaal natuurlijk ook gewoon mee met dit spel. Ik bouw vermogen op. Ik wil eerder kunnen stoppen met werken en leven van mijn vermogen. Geen loonslaaf meer zijn. Ook ik heb dus gewoon belang bij de huidige situatie. Al ben ik nu ook nog wel even loonslaaf, en heb ik er dus ook wel belang bij dat ‘wij loonslaven’ een groter deel van de taart krijgen. Streef je naar financiële onafhankelijkheid, dan eet je dus eigenlijk van twee walletjes….
En het CBS? De auteur van de CBS-studie is Peter Hein van Mulligen. Een paar jaar geleden winnaar van de Slimste Mens. Hoofdeconoom van het CBS. Schrijver van het boek ‘Met ons gaat het (nog altijd) goed‘. Hij is het niet eens met de Rabobank, met Heijne en Noten, en met Sadin. Dat mag natuurlijk, want niet alleen gelden er geen natuurkundige wetten in de economie, het is ook geen exacte wetenschap. Maar het staat wel een beetje op gespannen voet met de taak en missie van het CBS (‘voor wat er feitelijk gebeurt’), las ik in De Volkskrant. De NRC heeft het zelfs over propaganda. Waarvan akte. Van Mulligen levert in elk geval een bijdrage aan het debat, want er kwamen veel reacties op de CBS-studie. En dat is wat mij betreft lovenswaardig.
Het was FIREme die een tijd geleden een bericht schreef aan zijn jongere zelf. Ik kan geen link naar dat bericht toevoegen, want zijn site staat op zwart blauw sinds er een dure rekening binnenkwam voor een foto, waarmee de lol er begrijpelijkerwijs wel een beetje afging. Hopelijk komt ‘ie snel terug! Ik vond dat bericht een heel origineel idee. En liep al een tijdje rond met het plan om zelf ook een bericht aan mijn jongere ik te schrijven. Geldnerd voor ik Geldnerd werd. Dan moeten we terug naar ongeveer 1995. Het jaar dat ik afstudeerde en echt aan het werk ging.
1995
Ik studeerde af ongeveer halverwege dat jaar, en kreeg een baan aangeboden bij het grote financiële concern waar ik ook mijn afstudeerstage gedaan had. Ik had een bovenhuisje met een huur die ik al kon betalen van mijn studiefinanciering en stagevergoeding. Mijn eerste salaris betekende een ruime verdubbeling van mijn inkomen. Een relatie had ik op dat moment nog niet.
Goed gedaan, Geldnerd! Een prima start! Plek om veel te leren en veel leuke projecten te doen, ook internationaal. En je inkomen groeit mee met die projecten en jouw resultaten. Bovendien begin je niet helemaal met een lege bankrekening. Je hebt vakantiebaantjes gehad vanaf je twaalfde. Vanaf je zestiende ook buiten de vakanties gewerkt. Naast een dure stereo-installatie en uitgebreide platencollectie, die je erg belangrijk vindt, heb je ook een redelijk gevulde spaarrekening.
Denk om je Spaarpercentage!
Maar toch gaat er iets mis. Je bouwt namelijk niet de gewoonte op om elke maand een deel van dat nieuwe salaris te sparen. Liefst op het moment dat het binnenkomt. Ik weet dat ik nu klink als je vader. maar ik bén inmiddels ook ongeveer zo oud als jouw vader toen was. En je vergeet ook om dat spaarbedrag aan te passen als jouw salaris stijgt.
Er komt iets anders voor in de plaats. Levensstijlinflatie. Goed, af en toe een CD-tje tikt niet echt aan. Maar die andere dingen wel. Welke andere dingen? Die kostuums van € 1.000 – 1.500 per stuk, zijn die nou echt nodig? Die overhemden van € 150 per stuk? En dan ook in grote aantallen? Die designmeubelen die stap voor stap jouw Ikea / studenteninterieur vervangen? Een telefoon van Bang & Olufsen. Een antwoordapparaat van Bang & Olufsen. Als één van de eerste particulieren een mobiele telefoon met een hoge rekening per maand. Die ‘kunst’ of wat daar voor moet doorgaan, om aan de muur te hangen.
Wel een goede keuze: jouw eerste koopappartement. Terugkijkend dan, hè? Want spannend vond je het wel. Veel geld ook. En je was er weinig, de eerste jaren. Want veel in het buitenland. Maar de huizenprijzen stegen. En ergens in die jaren komt Ex in beeld. Waarvan je nog lang niet weet dat het Ex zou worden. En daar moeten we het ook nog even over hebben…
Romantiek en Geld gaan slecht samen!
Daar kwam Ex. Die je ontmoet tijdens een van de reizen voor jouw werk. Zij komt dus ook uit een Ver Land (warm is het daar alleen in de zomer, in de winter kan het bitter koud zijn). En brengt een klein beetje spaargeld mee. Minder dan een kwart van jouw eigen spaargeld, en dat is nog zonder de overwaarde van jouw appartement.
Het is allemaal heel romantisch en zo en ik probeer je ook echt niet aan te sporen om er niet aan te beginnen, al ken ik inmiddels de afloop. Er zijn mooie tijden en er zijn wijze lessen. Maar één ding wil ik toch wel zeggen. Die Gemeenschap van Goederen… Doe het niet! Ik weet dat het als jij gaat trouwen de standaardoptie is. Dat verandert pas in 2018, vanaf dat moment geldt automatisch een beperkte gemeenschap van goederen. Dat is al beter. Nog beter: huwelijkse voorwaarden. Klinkt allemaal niet romantisch en zo, en ik weet dat je erin zult stappen met de oprechte overtuiging dat het voor altijd zal zijn, maar soms gebeuren er nou eenmaal dingen in het leven. Het bespaart je veel geld, dat weet ik wel, die huwelijkse voorwaarden.
Timing is soms belangrijk!
De aandelenmarkt is niet te timen. Daar kom ik straks nog op terug. Sommige andere dingen wel. Eerst even over dat grotere en duurdere appartement dat je in 2001 gaat kopen. Op zich een prima keuze. Goede locatie. Veel ruimte. Maar weersta de verleiding om het helemaal vol te zetten met nieuwe dure meubels. Daar zitten echt een paar miskopen tussen. Die ene stoel in de woonkamer bijvoorbeeld, waar je uiteindelijk bijna nooit in zit. En ook al die extra kastruimte. Die nodigt je alleen maar uit om meer spullen te kopen om erin op te bergen.
En die Woekerhypotheek! Niet doen! Doe iets met de overwaarde van je eerste appartement. Neem een annuïtaire of lineaire hypotheek, dat kan best. En is een stuk goedkoper.
Wel heel goed van je dat je in de zomer van 2008 die private banker belt en hem opdracht geeft om de beleggingshypotheek om te zetten naar een spaarhypotheek. Want een paar maanden later valt Lehman Brothers om en komen we in een heel turbulente tijd terecht. Als je ergens in het voorjaar van 2009 de boel terugrekent zie je dat dat ene telefoontje jou tienduizenden Euro’s heeft opgeleverd.
Gelukkig ben je op dat moment al deels wakker geworden. Vanaf 2003 wordt er beter op de uitgaven gelet. Voorzichtige eerste spreadsheets gebouwd. De basis tot wat uiteindelijk het Geldnerd Spreadsheet Imperium wordt. Hier heb je het basisontwerp vast, dat scheelt je veel denkwerk. En leer zo snel mogelijk Visual Basic programmeren. Dat scheelt je veel tijd.
Maar je beleggingen stellen nog niet veel voor. Individuele fondsjes uitzoeken waarvan je denkt dat ze gaan stijgen. Daar leer je nog wel wat dure lessen mee. De enige die daar beter van wordt is jouw huisbank, die gretig de transactie-fees en het bewaarloon incasseert.
Turbulente Tijden
Helaas zal je weinig tijd hebben om daar aandacht aan te schenken. Wat na 2008 ook in een turbulente tijd terechtkomt: jouw huwelijk. Bereid je maar voor op een achtbaan die een paar jaar gaat duren. En uiteindelijk uitmondt in een echtscheiding. Je maakt zelf fouten maar doet ook je best, maar soms is dat niet voldoende.
Uiteindelijk doe je er te lang over. En rond je af op het moment van een dieptepunt van de huizenmarkt. Je hebt er lang over gedaan. Nu verkoop je het appartement op het dieptepunt van de markt aan je Ex, en hebt mazzel dat zij het appartement tegen hypotheekwaarde overneemt. Gelukkig zonder restschuld. Je komt er met een redelijk goed startkapitaal uit, maar het zou beter zijn met de huwelijkse voorwaarden en een iets gelukkiger timing van de verkoop.
Daarna wordt het leven rustiger en stabieler. Vriendin komt in je leven. Samen ga je voor een aantal jaren naar een Ver en Warm Land. Er komt zelfs een Hondje in je leven. Wie had dat ooit gedacht? En ergens In die jaren in het Verre Warme Land suggereert Vriendin dat je een blog zou kunnen beginnen over die gekke spreadsheethobby van je. Denk daar goed over na. Want je houdt het in elk geval 5,5 jaar vol en het is best een tijdrovende hobby.
Hoe je leven verder gaat? Dat weet ik ook nog niet. Dat schrijf ik je over een jaar of 10 nog wel eens.
Jouw grootste fout!
Je bouwt pas na jaren de gewoonte op om elke maand een deel van dat nieuwe salaris te sparen. En je vergeet ook om dat spaarbedrag aan te passen als jouw salaris stijgt. Ik schreef het al. Een grote fout. Maar niet eens de grootste. Want je bent met dat niet gespaarde geld ook nog eens niet gaan beleggen vanaf dag 1. En dat is een hele grote fout.
Wat als je van je eerste salaris NLG 100 had gespaard? € 50, voor het gemak. En de maand daarna weer? En dat geld was gaan beleggen in de S&P500? En wat als je elk jaar jouw inleg iets had verhoogd? Gewoon, met de stijging van jouw inkomen. De inleg in die beleggingen stapsgewijs verhogen met € 50 zodat je in 2020 uitkomt op het niveau waar jouw inleg nu zit. Dus niks geen gedoe met inflatie, alleen maar een deel van de inkomensgroei?
We doen ook geen stock picking, niks ingewikkelds. Gewoon een indexfonds. En laten we daar ook even bij meerekenen dat de S&P gemiddeld in die periode ongeveer 1,75% dividend uitgekeerd heeft. Daar maak ik 1,25% om te corrigeren voor kosten en de tracking error (afwijking van de index) die een indexfonds en een broker laten zien. En we moeten er natuurlijk wel rekening mee houden dat de S&P500 een Amerikaanse index is. Ik heb de inleg en de waarde dus voor het gemak even berekend op de dollarkoers van de 15e van elke maand.
Ik heb het ook even voor je in een grafiekje gezet. Met behulp van een eenvoudige Excel-spreadsheet. Hij staat op jouw laptop in 2021, dan kun je het zelf controleren. Wat een service hè?
Gewoon elke maand inleggen Geldnerd. Ja, dan zijn er wat moeilijke tijden. De nasleep van de dot-com crisis bijvoorbeeld, 2002 tot 2006. Je maakt in 1995 voor het eerst kennis met internet, ik weet het nog goed. Overigens leg je dan nog relatief kleine bedragen per maand in. Ik bouw het immers stapsgewijs op van € 50 per maand naar € 1.000 per maand. En ook in de nasleep van de grote financiële crisis van 2008 duik je even in het rood. Maar daarna gaat het pas echt los. Dus als je jouw maandelijkse inleg wat sneller verhoogt dan ik in dit model doe, dan wordt de opbrengst nog hoger.
Maar zelfs als je begint met € 50 per maand vanaf medio 1995. En stapsgewijs opbouwt naar € 1.000 per maand in 2020. En gewoon elke maand dat bedrag omwisselt in dollars tegen de koers van de 15e van elke maand. En dat inlegt op een indextracker van de S&P500. Accumulating, zodat het dividend automatisch ook weer in de indextracker wordt belegd. En met totale kosten van 0,5% per jaar. Dan heb je begin 2021 bijna € 500.000 in belegd vermogen. Naast een gedeeltelijk afgelost huis en een contant geld buffer op de spaarrekening.
Je bent een eikel, Geldnerd! Dat je dat niet doet. Grote fout. Hele grote fout. Dus begin ermee, in 1995.
Genieten en Zorgen!
En ik eindig met de oproep die FIREme ook deed aan zijn jongere zelf. Geniet een beetje meer! Al dat harde werken, je redt het ook wel als je dat een tandje minder doet. Dat is toch vooral ook jouw eigen onzekerheid en bewijsdrang. Laat dat een beetje eerder los, alsjeblieft. Dat gaat je veel stress schelen
En zorg wat beter voor jezelf. Voor je gezondheid, je conditie, je lijf. Verwaarloos jezelf niet twee decennia. Let op die kilo’s. Doe iets aan sport. Want anders moet je achter in de veertig heel drastische maatregelen nemen om weer een beetje gezond en fit te worden. Voorkomen is beter, jonge vrind…
Nawoord
Ik weet het. Terugkijken is zinloos. Ik kan er niks meer aan veranderen, ik leef hier en nu. Ik mag al lang blij zijn dat ik de dingen geleerd heb die ik geleerd heb, en dat ik nu wel verstandig met mijn geld en mijn gezondheid omga (vind ik dan). Maar wie weet is er iemand die dit leest die op hetzelfde punt in zijn of haar leven staat als ik destijds in 1995. Doe er je voordeel mee!
Wat zou jij willen vertellen aan jouw jongere zelf?
Bij de analyse van mijn salarisbrief over januari 2021 ontdekte ik dat mijn pensioenpremie de afgelopen 5 jaar met ruim 50 procent gestegen is. Dat vind ik veel, erg veel. Zeker omdat ik steeds minder zeker weet of en wat ik daar ooit voor terugkrijg. En ook omdat ik geen idee heb wie daar eigenlijk over beslist. Ik ben het zelf in elk geval niet. Want dan had ik het heft al tientallen jaren geleden in eigen hand genomen. Maar die mogelijkheid heb je niet als loonslaaf. En ik ben niet de enige die met stijgende pensioenpremies te maken heeft.
Stilletjes ben ik dus op onderzoek uitgegaan. Ik ben begonnen met mijn arbeidsvoorwaarden, daar heb ik onlangs een uitgebreide blogpost over geschreven. Maar daar hield het niet mee op, ik ben ook een ontdekkingsreis gaan maken door ons huidige pensioensysteem. Meer specifiek door de pensioenen van de Rijksambtenaren. Mijn eigen beroepsgroep en het ABP. De Absoluut Bodemloze Put. Ik wil beter begrijpen hoe het zit. Wie heeft waar welke invloed? Hoe zitten de spelregels in elkaar?
In april 2016 heb ik al eens een paar blogjes geschreven over het Nederlandse Pensioenoerwoud. Die serie was nog niet af. Maar ik liep toen echt wel een beetje vast op een gebrek aan beschikbare informatie. Vrij kort na de publicatie van die blogposts werd mijn tijd opgeslokt door de verhuizing van het Verre Warme Land naar Nederland, en daarna is het blijven liggen. Maar ik ga dus een nieuwe poging doen. Wel met een iets andere aanpak. Een aanpak die ik ook vaak volg als ik in mijn werk een probleem moet ontrafelen. Follow the Money en Follow the Papertrail. Hoe lopen de financiële stromen? En welke organisaties en welke overlegorganen zijn er, met welke rol en bevoegdheden, welke formele besluiten en documenten? Eens kijken hoe ver we daarmee komen.
De werkgever scheept je af met dit soort pagina’s in ‘begrijpelijke taal’. Maar elke zin roept bij mij vragen op. Want wie bepalen er eigenlijk hoeveel premie wij betalen en hoeveel pensioen we straks ontvangen? Waar wordt dat op gebaseerd? Hoe komen ze tot hun besluiten?
Regelgeving
Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Uitgesteld salaris voor later. Dus ik had verwacht een aantal ronkende alinea’s over mijn ambtenarenpensioen aan te treffen in de CAO Rijksoverheid. Maar dat valt tegen. Er wordt een aantal keren verwezen naar het ABP Pensioenreglement, die komen we nog uitgebreid tegen. Maar verder lijkt het hele ambtenarenpensioenstelsel en de rol van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) als een gegeven beschouwd te worden.
Het ABP kent dan ook al een lange historie. In de jaren 80 heeft het toenmalige kabinet (Lubbers) gretig misbruik gemaakt van haar bevoegdheden en pensioengeld van ambtenaren ingezet om de overheidstekorten in de toenmalige crisis te verlagen. Daarna kwam er ook nog een frauderende directeur en het werd een heuse ‘ABP-affaire’ en daarna is het ABP geprivatiseerd. Ik vond een zeer lezenswaardig artikel over deze geschiedenis.
Twee decennia ambtenaar zijn heeft mij geleerd om altijd terug te gaan naar de basis. Ik ben dus maar eens gaan lezen in de Wet Privatisering ABP. Wetten zijn niet het meest vermakelijke en toegankelijke leesvoer, maar ze zijn altijd leerzaam. Zo ook hier want in artikel 21 lid 1 lees ik dat de overheidswerknemers verplicht zijn deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP. Ik moet dus meedoen. Staat in de wet.
De Wet Privatisering ABP regelt verder dat al het geld en alle medewerkers van het ‘oude’ ABP overgaan naar het nieuwe ABP. Dat is fijn. De regering heeft dus geen geld achtergehouden. In elk geval niet dat ik kan achterhalen. Of toch wel. Er is namelijk ook een Aanpassingswet Privatisering ABP met een heel gemeen Artikel LXII. Lid 1 van dat artikel zegt namelijk dat de Stichting Pensioenfonds ABP aan overheidswerkgevers een reductie van de door hen verschuldigde pensioenbijdrage toekent. Ze hebben zichzelf dus korting gegeven, die werkgevers…
Organisaties
Ook rond de pensioenen is een web van organisaties geweven. Enerzijds zijn dat de mechanismen die werkgevers en vakbonden hebben gecreëerd om het pensioencircus aan te sturen. Maar ook rond het ABP zelf zijn de nodige advies- en toezichtsorganen actief.
Een centrale rol wordt weer verzorgd vanuit de Stichting CAOP, die we ook al tegenkwamen toen ik naar de arbeidsvoorwaarden keek. Daaronder hadden we die Raad voor Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en daaronder die Pensioenkamer. De Pensioenkamer is verantwoordelijk voor de aard en de inhoud van de pensioenvoorziening van het overheidspersoneel. Dat is een wat cryptische omschrijving. Deze club is verantwoordelijk voor de inhoud van het Pensioenreglement. Komen we op terug.
Dan de Stichting Pensioenfonds ABP. Een club met een Bestuur, een Verantwoordingsorgaan en een Raad van Toezicht. Het voelt een beetje als een ‘management-BV’. Want sinds 1 maart 2008 de uitvoering van de pensioenregelingen ondergebracht in een zelfstandige uitvoeringsorganisatie Algemene Pensioen Groep NV (APG). De splitsing was nodig omdat het ABP ook commerciële verzekeringen aanbood en zo (oneerlijk) concurreerde met verzekeringsmaatschappijen. APG werkt niet alleen voor het ABP (de sectoren onderwijs en overheid), maar pook voor de pensioenfondsen van de bouw, schoonmaak, woningcorporaties, sociale werkvoorziening, medisch specialisten en architectenbureaus.
Ik heb er maar weer een plaatje van gemaakt om het voor mezelf begrijpelijk te houden.
Dan is er ook nog de manier waarop het ABP bepaalt hoe er met ons pensioengeld belegd wordt. Daar schrijven ze iets over op hun website. Binnen het bestuur van het ABP is er een Bestuurscommissie Beleggingsbeleid. Die ziet (met een paar externe leden maar ook interne leden) toe op de uitvoering van het Strategisch Beleggingsplan op dat elke drie jaar door het bestuur wordt opgesteld en adviseert over allerlei beleggingszaken. Ik denk dat ze vooral ook een heel groot aandeel in WC-Eend hebben.
Dat Strategisch Beleggingsplan van het ABP, dat kan ik dus nergens vinden.
Hier kun je zien wie er in de Pensioenkamer zitten. Nou ja, voorletter en achternaam. Ik heb nog niet iedereen kunnen traceren.
Voor zover ik nu kan achterhalen zijn dat de belangrijkste spelers. Zij bepalen samen hoe ons ambtenarenpensioen eruit ziet.
Pensioenreglement en Pensioenovereenkomst
In de Pensioenwet wordt geregeld wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot pensioen. Bij de definities in artikel 1 staat onder andere het Pensioenreglement genoemd, waar ook in de CAO naar verwezen werd. Het Pensioenreglement is de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer.
Een ander interessant dingetje in dat artikel 1 is de Pensioenovereenkomst. Die regelt hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen.
En tenslotte lees ik nog iets over het Uitvoeringsreglement. Dat is de door een pensioenfonds opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en werkgever.
Als ik wil begrijpen wat er nou allemaal geregeld is tussen het ABP en mijn werkgever, dan lijken me dat de documenten die ik maar eens door moet lezen. En ik kan ze keurig vinden op de ABP-website. Tenminste, de actuele versies. Maar er blijken er veel meer te zijn. Met name dat pensioenreglement wijzigt best wel vaak. Maar die historie kun je dan weer niet terugvinden bij het ABP. Gelukkig is er een Stichting Kennisbank ABPpensioen. Die heeft niks met het ABP te maken, maar heeft wel een mooie online bibliotheek met alle versies die er van deze documenten geweest zijn. En dat zijn er heel veel.
Pensioenovereenkomst
De Pensioenovereenkomst is dus het pensioencontract tussen de werkgever en de werknemers. Toch interessant dat ze me dat de afgelopen twintig jaar nooit verteld hebben. Want als werknemer ben ik partij in dit contract. Maar ik kan ‘m dus maar moeilijk vinden. Niet bij de CAO Rijk, de afspraken tussen werkgever en werknemers. Niet bij het ABP. Niet op de website van de Rijksoverheid. Niet op de wetgevings-website van de Rijksoverheid. Gelukkig heeft de Stichting ABP Pensioen ‘m wel ergens opgeduikeld. En vind ik via die route ook een recentere versie op de website van de Staatscourant.
Artikel 3 lid 2 regelt dat besluitvorming over wijziging van de inhoud van het pensioenreglement plaatsvindt in de Pensioenkamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. Machtig clubje dus. Verder regelt Artikel 4. lid 2. sub a. dat 30% van de verschuldigde pensioenpremie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen door de overheidswerknemer betaald wordt door middel van een inhouding op het salaris. Onze werkgever betaalt dus 70%.
En Artikel 6 leert mij dat de werkgevers en de vakbonden de ambitie hebben om de pensioenen en pensioenaanspraken ‘bestendig en volledig’ te indexeren, met als maatstaf de prijsontwikkeling (Consumentenprijsindex, alle huishoudens, niet afgeleid, zoals gepubliceerd door het CBS). Maar indexatie is voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds en vindt pas plaats bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Daar hoeven we voorlopig dus niet op te rekenen. Per 31 januari 2021 (laatst gepubliceerde datum) was de beleidsdekkingsgraad van het ABP 87,5%.
Uitvoeringsreglement
Het Uitvoeringsreglement is de regeling tussen de werkgever en het pensioenfonds. Die opgesteld wordt door het pensioenfonds. Dat is ook meteen duidelijk als je begint te lezen. De eerste zin heeft het over regels die door ABP zijn opgesteld om de pensioenregeling beheerst en integer te kunnen uitvoeren. Overigens kun je als werkgever onder verplichte deelname uitkomen, als je gemoedsbezwaren hebt… In het document worden verder dingen geregeld als de informatie-uitwisseling tussen werkgever en pensioenuitvoerder en de premiebetaling, waarbij verwezen wordt naar een Handleiding Premie en Gegevens. Ook lees ik dat de jaarlijkse premie vastgesteld wordt volgens het premiebeleid in de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN), die ook op de website van het ABP staat
Handleiding Premie en Gegevens
De Handleiding Premie en Gegevens is een document van 167 pagina’s. Die heb ik niet helemaal doorgelezen. Het is een nadere uitwerking van het Uitvoeringsreglement en het Pensioenreglement van ABP. De handleiding regelt in detail het verstrekken van deelnemerschapsgegevens, pensioengevend inkomen, premie- en grondslaggegevens en ook de betalings(wijze) van pensioenpremies.
Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN)
Dan de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). Daarin kun je onder andere gedetailleerd lezen hoe het ABP is ingericht. En je kunt lezen naar welke indicatoren ze allemaal kijken om te sturen. Er staat zelfs in welke zinnetjes ze gebruiken in de communicatie. Als je leest ‘Er is een kans dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging 15 – 70%. Maar lees je ‘We verwachten dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging groter dan 70%.
Ook las ik op pagina 23 dat de pensioenpremie berekend wordt op basis van een verwacht reëel rendement, dat sinds 2017 op 2,8%. Dit percentage wordt gebruikt als disconteringsvoet. Maar door de verminderde economische vooruitzichten en de lage marktrente zal het ABP dit verwacht reëel rendement stapsgewijs zal gaan verlagen naar 2,0% (2,8% (2020), 2,4% (2021), 2,2% (2022), 2,0% in 2023 en later). Verder kun je op pagina 31 lezen hoe het beschikbare geld belegd wordt, met de verdeling over aandelen, obligaties en andere beleggingscategorieën.
Statuten
Het Uitvoeringsreglement verwijst ook nog naar de Statuten van het ABP. Die heb ik dus ook maar even doorgelezen. Op grond van de statuten artikel 13.1 is het bestuur bevoegd om een of meer pensioenreglementen vast te stellen en/of te wijzigen. En het bestuur van het ABP stelt ook het Uitvoeringsreglement vast.
Pensioenreglement
Het Pensioenreglement regelt de verhouding tussen pensioenfonds en werknemers. Weer dus iets waar ik partij in ben, en waar ik mij niet van bewust was. het product van de geheimzinnige Pensioenkamer. het beschrijft voor allerlei situaties en omstandigheden wat mijn rechten en plichten zijn. Wanneer bouw je pensioen op? Wat gebeurt er als je een partner krijgt, gaat scheiden, of ziek wordt?
Het gaat ook in op de situatie als je eerder met pensioen wilt dan je AOW-datum. Dat kost je heel veel geld, heb ik al eens gezien in de MijnABP-omgeving. Vandaar dat mijn strategie op dit moment is om het pensioen pas in te laten gaan op de AOW-datum. De tijd tussen stoppen met werken en uitbetaling van (AOW en) pensioen wil ik dan met mijn eigen vermogen overbruggen. Het uitgangspunt waar ook mijn FIRE Calculator op gebaseerd is.
Interessant is hoofdstuk 11. Dat gaat over gemoedsbezwaren. Als je gemoedsbezwaren hebt tegen iedere vorm van verzekering, dan kun je verzoeken om niet aan de ABP-pensioenregeling mee te hoeven doen. Nu weet ik niet of mijn levensovertuigingen uit de Church of FIRE hiervoor voldoende geacht worden. Maar het is een interessant gedachtenexperiment… Niet deelnemen en het zelf regelen. Voor mij als ‘ambtenaar van middelbare leeftijd’ is dat een beetje laat.
Opdrachtgever en Opdrachtnemer
Wat nog een beetje mist in mijn plaatjes, is duidelijkheid over het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in dit hele systeem. Ik ga er van uit dat de werkgever opdrachtgever is aan het pensioenfonds ABP. En het pensioenfonds ABP is weer opdrachtgever van de uitvoerder APG.
Wat je als belanghebbende hoopt is dat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een beetje scherpe gesprekken plaatsvinden. Dat een opdrachtnemer af en toe zegt ‘wat heb je nou weer voor onzin verzonnen, dat kan of wil ik niet uitvoeren’. Of ‘als je dit zo wilt dan kost dat een paar procent rendement per jaar’. Dat soort dingen.
En daar is dus helemaal niets over te vinden. Als dit gesprek al plaatsvindt, dan vindt het plaats in de pensioenachterkamertjes. Ver weg van ons, eenvoudige stervelingen die elke maand een substantieel deel van ons salaris in die pensioenpot stoppen.
Van premiebetaling tot pensioenuitkering
Goed. Mijn werkgever maakt dus maandelijks de premie over aan het pensioenfonds. En verhaalt 30% daarvan op mij via de pensioenpremie in het salaris. Het pensioenfonds ABP sluist dat geld door naar de pensioenuitvoerder. Die gaat daarmee beleggen volgens de kaders uit het Strategisch Beleggingsplan en de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). De rendementen en de waarde van die beleggingen vormen samen de Grote Pensioen Pot.
Uit die Grote Pensioen Pot betaalt ABP de pensioenuitkeringen van de mensen die al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Maar ze rekenen ook voortdurend uit hoeveel geld er nodig is om te voldoen aan alle opgebouwde rechten van alle deelnemers.
Pensioenrechten
Wat ook ik heb al rechten. Dat recht is de som van alle A-factoren die ik heb opgebouwd, aangevuld met indexeringen (die we al heel lang niet gehad hebben). Het ABP moet er van uit gaan dat ze dat bedrag jaarlijks aan mij moeten betalen. Zo lang ik leef. Dus zijn ze erg geïnteresseerd in levensverwachting. Want ( som van de A-factoren ) maal (aantal jaren dat er naar verwachting aan mij betaald moet worden ) is ongeveer het ABP uiteindelijk aan mijn pensioen kwijt gaat zijn. En dat voor alle deelnemers. Dat zijn er miljoenen. Best een ingewikkelde rekensom dus. Zeker omdat het niet helemaal zo werkt. Ik ben er nog niet precies achter hoe het ABP het pensioen berekent waar ik volgens het pensioenoverzicht recht op zou moeten hebben…
De mate waarin het ABP kan voldoen aan de optelsom van al die pensioenen is de dekkingsgraad. Die is momenteel lager dan 100%, ergens in de toekomst komt er een tekort dus. Verwachten ze. Maar het ligt ingewikkelder dan dat. Want het ABP moet ook aannames doen over hoeveel geld er nog de pensioenpot instroomt en hoeveel rendement daarop gemaakt wordt. En er zijn allerlei regeltjes over hoe het ABP daarmee om moet gaan. Niks ‘gemiddelde rendement op de beurs over de afgelopen 100 jaar. Maar rekenrente. Die weer gebaseerd is op de rente op staatsleningen. Die al heel lang ongeveer nul is. Dus fictief gaan ze er van uit dat er bijna geen rendement meer komt. En dan kom je tekort ja, nogal wiedes. Zeker voor de mensen die nog 10, 20, 30 jaar in moeten leggen.
Het is een nogal zwaar vereenvoudigde uitleg. Maar dit is wel ongeveer hoe het werkt.
Wat vindt Geldnerd?
Ik zit er aan vast, aan dit systeem. Als ambtenaar bij wet verplicht om deel te nemen aan het pensioenfonds Absoluut Bodemloze Put. Er gaan een aantal dingen best goed. Maar ik zou best wat meer inspraak willen hebben. En wat meer transparantie in hoe het beleggingsbeleid bepaald wordt, en hoe de regeltjes vastgesteld worden en waarom ze veranderen. Wie daarover beslissen. Wie zitten er in die Pensioenkamer, en waarom? Idem de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid, en het Bestuur van het ABP. Of moet ik dan toch lid worden van een vakbond om hierover mee te kunnen praten?
Er komt natuurlijk een grote pensioenhervorming aan. Maar hoe die er uit gaat zien, dat ligt nog op de tekentafel. Daar ga ik me binnenkort ook maar eens in verdiepen. En ik vrees dat die niet echt transparanter wordt. Want de belangen zijn groot, heel groot.
We hobbelen op deze planeet van bubbel naar bubbel. Evenwicht, ook in de financiële markten, is een theoretische toestand in een complexe wereld van chaos. Of het nou gaat om een tulpenbollenmanie, een cryptomanie, een tech-bubbel, of goudkoorts. je kunt bijna geen kapitaalgoed bedenken of er komt wel af en toe een bubbel langs. Naast de bubbels waar we zelf in leven.
De vraag is voor mij dus ook eigenlijk niet of er een volgende financiële bubbel komt, maar in welke bubbel(s) we zitten. En wanneer die bubbels gaan knappen.
Geldnerd heeft wel een theorie. Al een tijdje. We leven in een monetaire bubbel. Er zijn sinds de financiële crisis van 2008 enorme hoeveelheden geld gecreëerd door de centrale banken. En die zwerven tegen een record-lage rente door ons financiële systeem, om uitgegeven te worden en om te zoeken naar rendement.
Veel Geld. Heel veel geld…
Geld creëren. Centrale Banken kunnen dat, net als de algemene banken. En dat zie je terug op de balansen van de centrale banken. Tussen 2008 en 2019 is het balanstotaal van de Europese Centrale Bank meer dan vervijfvoudigd. Zelfs na de crisis liep dit proces door, terwijl we volgens mij in de periode 2015 – 2018 toch een gezonde economische groei kenden.
En net toen het een beetje leek te gaan dalen kregen we begin 2020 te maken met de coronapandemie. De meeste regeringen, die in de evaluatie van de financiële crisis het verwijt kregen dat ze te laat en te weinig financiële steun hadden gegeven aan de partijen die dat nodig hadden, gingen in een moordend tempo aan de slag met allerlei steunpakketten. De Nederlandse economie wordt al een jaar overeind gehouden door de overheid. Die het financiert met nieuwe staatsschulden. Die weer worden opgekocht door de Europese Centrale Bank.
Het effect is te zien in het balanstotaal van de Europese Centrale Bank. Die groeit alweer sinds 2015, toen de vorige crisis eigenlijk officieel voorbij was. En in 2020 wordt er een enorme sprong gemaakt, met name door het opkopen van obligaties. Op deze manier stopte de ECB in 2020 ongeveer € 2.328.941.000.000 (2,3 biljoen, oftewel 2.300 miljard, oftewel 2.300.000 miljoen) in ons financiële systeem.
En de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, doet vrolijk mee. Daar is het afgelopen jaar ongeveer US$ € 3.000.000.000.000 (3 biljoen dollar) in het systeem gepompt. Dat is tegen de huidige koers ongeveer € 2,5 biljoen.
Bron: Board of Governors of the Federal Reserve System (US), Assets: Total Assets: Total Assets (Less Eliminations from Consolidation): Wednesday Level [WALCL], retrieved from FRED, Federal Reserve Bank of St. Louis
Samen hebben die twee centrale banken dus ongeveer € 5 biljoen in het systeem gepompt. En dat geld moet ergens naar toe. Deels is het gebruikt door overheden om steunmaatregelen te financieren. Denk aan alle regelingen die er in Nederland zijn voor ondernemers, het extra geld dat aangekondigd is voor het onderwijs, dat soort dingen. En deels zwerft het door het financiële systeem, op zoek naar rendement.
Nederlandse staatsschuld stijgt met 40 miljard
De Nederlandse staatsschuld, die in de financiële crisis tot en met 2014 behoorlijk was opgelopen, was juist mooi aan het dalen. Volgens de huidige schatting van de schuld per 2020 waren we ongeveer weer terug op het niveau van 2008 . En kaboem, alle steunpakketten die de regering bedacht heeft rond corona knallen er weer eventjes € 40 miljard bovenop. Veertig miljard. 40 en dan nog 9 nullen.
Wereldwijd steeg de schuldenberg met ongeveer € 23.000 miljard, bleek uit de jaarlijkse Global Debt Monitor van het Institute of International Finance, naar een recordstand van € 232.000 miljard. Het zijn duizelingwekkende getallen, eigenlijk niet te bevatten voor mij als gewone sterveling.
Symptomen van Gratis Geld
Enorme hoeveelheden geld zijn en worden er dus de economie in gepompt. Op allerlei manieren. Als steun aan ondernemers. Als geld dat banken uit kunnen moeten lenen. En daar zit een ander probleem. Wat gebeurt er met goederen als er heel veel van beschikbaar is? Dan is de prijs laag. En wat is de prijs van geld? Rente. Veel geld beschikbaar? Lage rente….
Zo las ik vorig jaar een interessante analyse van De Nederlandsche Bank. Zij betogen dat de stijging van de huizenprijzen misschien wel meer te maken heeft met de monetaire omstandigheden (veel geld tegen lage rente) dan met het woningtekort. Dat zou best wel eens kunnen. De enige rem op de huizenprijzen is wat de banken bereid zijn te financieren. Daar zit de overheid dan met alle mooie bouwplannen….
En ook op de aandelenmarkten zien we het ene na het andere record sneuvelen. Terwijl we midden in een enorme economische crisis zitten die het gevolg is van de corona-pandemie. Normaal dalen de beurzen toch in een crisis? In elk geval in het begin? Dat kan zo zijn, maar de beurzen stijgen door. Er is geld beschikbaar, en mensen kunnen nergens anders rendement halen. De echte lange-termijn trends bevestigen dat beeld. Pak de 100-jaars grafiek van de Dow Jones index er maar bij. Tot op heden was de groei de enige constante, met tijdens crises hooguit tijdelijke onderbrekingen. Zelfs de financiële crises van 1929 en 2008 zijn inmiddels deukjes in een verder gestaag oplopende lijn.
Ook speculatieve beleggingsobjecten als cryptovaluta beleven gouden tijden. Het blijven wat mij betreft tulpenbollen, alhoewel je met wat geluk ook met speculeren veel geld kunt verdienen. De meeste mensen zullen uiteindelijk verliezer zijn, daar ben ik wel van overtuigd.
Het aantal faillissementen staat nog steeds op een extreem laag niveau. De overheid houdt met de steunmaatregelen de economie overeind. Of al die bedrijven straks nog op eigen benen kunnen staan, dat moeten we nog maar zien.
De vraag is ook of en hoe we al dat geleende geld ooit nog gaan terugbetalen. Voor zover dat nodig is om het vertrouwen van de financiële markten te behouden. Een huishouden heeft een levensduur, de staat niet. Die is voor eeuwig, denken we. En dus is er geen noodzaak om de volledige staatsschuld af te lossen. Regeren is soms ook problemen doorschuiven…
Een beetje inflatie zou wel helpen, want dan wordt een schuld minder drukkend. Maar die inflatie, die blijft maar laag.
Welkom in bubbelland. We zitten er nog. Een monetaire bubbel. Waar Geldnerd zelf ook op twee manieren van mee profiteert. Mijn eigen beleggingsportefeuille doet vrolijk mee aan de recordrace op de beurs. En zolang de huizenprijzen stijgen, stijgt ook de waarde van Geldnerd HQ, en draagt bij aan de groei van ons vermogen.
Maar elke bubbel heeft een uiterste houdbaarheidsdatum. Wanneer die datum is, dat is de wereldwijde ‘one million billion trillion zillion dollar question’. Ik weet het ook niet. Maar ik weet wel dat ik erg goed op ga letten als de balansen van de centrale banken stoppen met groeien, en als de rente begint te stijgen. Dat laatste is overigens al begonnen in de Verenigde Staten, veroorzaakt door optimisme over de economie en angst voor inflatie. Afgelopen week was daarom even een iets ‘minder’ weekje op de beurzen.
Begin 2020 schreef ik een ‘basiscursus’ Financiën op Orde. Eén van de onderdelen ging over het bewaren van (financiële) documenten. Ik gaf daarbij (en in meerdere ander blogposts) aan dat ik vrijwel volledig papierloos werk en alles digitaal bewaar. Sindsdien krijg ik regelmatig de vraag hoe ik dat nou precies doe. Ik heb er destijds wel wat over geschreven, maar veel mensen hebben blijkbaar behoefte aan meer informatie over mijn aanpak. Vandaar nu een extra deel van ‘de cursus’, helemaal gewijd aan mijn digitale werkwijze.
Geldnerd kent mensen die zich nog steeds met hand en tand verzetten tegen zelfs de overgang naar een digitale agenda. Ze koesteren de multomappen in de kast met daarin hun papieren archief van de afgelopen jaren of zelfs decennia. Al dan niet netjes geordend. Een enkeling zal er af en toe vertederd doorheen bladeren. Al die oude rekeningen van de telefoon, al die oude brieven van de Belastingdienst. Deze mensen houden moedig vast aan papieren schijnzekerheden in het leven. En stilletjes (en af en toe vocaal) ergert Geldnerd zich ondertussen aan de grote stapel papier die ook Vriendin nog steeds met zich meesleept. Naar schatting 90% van de post die hier door de brievenbus valt is voor Vriendin. Haar kast in de werkkamer heeft een paar schappen vol met papieren. Geldnerd is digitaal en papierloos. Al heel lang.
Dus. Deel 5 van de gratis cursus die geen cursus is. Digitaal en Papierloos je administratie voeren!
Voordelen (en nadelen?)
Voor mij persoonlijk heeft een volledig digitale werkwijze alleen maar voordelen. Als je jouw digitale archief goed opzet is het veel gemakkelijker om iets terug te zoeken.
Het is ook makkelijker om een kopie te maken. Als back-up, maar ook voor andere doeleinden. Toen Geldnerd lang geleden ging scheiden, kostte het vijf minuten om ervoor te zorgen dat zowel Geldnerd als Ex een volledige kopie hadden van het gezamenlijke archief.
Daarnaast heeft een digitaal archief minder (kast)ruimte nodig en oogt het een stuk minder rommelig dan rondslingerende papieren.
Wel hoor ik soms van mensen dat ze het lastiger vinden om overzicht te houden in een digitale administratie. Een envelop op een bureau zie je immers liggen. Ik kan me dat voorstellen, maar met een goede gestructureerde werkwijze is het naar mijn eigen ervaring niet nodig om iets te zien liggen. Regelmaat is de truc.
Apart e-mail adres
Mijn advies is om een apart e-mail adres aan te maken voor alles wat met je administratie te maken heeft. Geldnerd zelf heeft verschillende domeinnamen, waaronder ook mijnachternaam.com. Mijn primaire mailadres is mijnvoornaam@mijnachternaam.com, maar ik heb bij mijn provider ook een mailadres administratie@mijnachternaam.com aangemaakt. Dat e-mail adres heb ik aan al mijn accounts bij al onze leveranciers gekoppeld. Banken, verzekeraar, abonnementen, webshops, alles. Ik heb dat gecombineerd met het in gebruik nemen van een wachtwoordmanager voor het veilig beheren van al mijn wachtwoorden en accounts. Het was één keer even een dagje werk, maar dan is het ook netjes op orde.
Bij de meeste internetproviders kun je, als onderdeel van jouw internetabonnement, verschillende adressen aanmaken. En een ‘gmail.com’ of ‘outlook.com’ (of een van de andere gratis providers) is natuurlijk ook zo aangemaakt. Zelf gebruik ik alleen nog adressen op eigen domeinen, zodat ik makkelijk van provider kan veranderen zonder mijn mailadressen kwijt te raken. Ik laat alle mail ook lokaal binnenkomen in het e-mail programma Thunderbird op mijn eigen laptop, zodat ik mijn mailarchief lokaal op mijn eigen schijf heb staan.
Alleen maar digitaal
Stel overal waar mogelijk in dat je post alleen digitaal wilt ontvangen op dat e-mail adres. Heel veel bedrijven en organisaties doen dat inmiddels al standaard. Maar nog niet iedereen. Het eerste jaar van digitaal werken zul je echt bij iedere envelop die op de deurmat ploft even actie moeten ondernemen. Inloggen in de online omgeving van de betreffende organisatie en zoeken naar de instelling om alleen maar digitale post te ontvangen. Al snel zul je merken dat de stroom papieren post minder wordt. Dat scheelt een hoop bomen en vervuiling voor productie en transport. Mocht je het nog niet gedaan hebben, activeer dan de berichtenbox van MijnOverheid. Dan kun je van vrijwel alle overheidsinstanties, lokaal, regionaal en landelijk, vrijwel alle post digitaal krijgen op één beveiligde plek.
Hoe bewaren?
Je kunt alle digitale post natuurlijk bewaren als mailtje in jouw mailbox in een mappenstructuur. Geldnerd zet het allemaal op zijn harddisk in een map ‘Archief’. Ik heb een simpele mappenstructuur, die nog gebaseerd is op de tabjes van mijn oude klappers. Voor de meeste mensen is dat waarschijnlijk een goede start.
En zorg ook voor consistente naamgeving. Ik heb in de map ‘Archief\Wonen\Energie\’ bijvoorbeeld de bestanden ‘GreenChoice – Jaarnota 2017.pdf’, ‘GreenChoice – Jaarnota 2018.pdf’, ‘GreenChoice – Jaarnota 2019.pdf’ en ‘GreenChoice – Jaarnota 2020.pdf’. Dan kun je wel raden wat de bestandsnaam wordt van de volgende jaarnota van mijn energieleverancier als ik die opsla…
Sowieso is PDF het handigste bestandsformaat om te gebruiken. Dat is ook het formaat waarin de meeste bedrijven en overheidsorganisaties hun officiële post verspreiden. Juridisch staat het al heel lang op hetzelfde niveau als een papieren document. Foto’s mogen overigens ook.
Papieren Post
Alle papieren post die nog binnenkomt en die je niet na lezing vernietigt: meteen scannen, en ook opbergen in die digitale mappen. Misschien heb je een printer thuis staan die kan scannen. Er zijn ook allerlei apps voor de mobiele telefoon die een foto van een papieren document om kunnen zetten in een PDF.
Op een iPhone kun je zelfs gewoon het icoon van de standaard Notities (Notes) app even vasthouden. Wanneer je dit doet verschijnt er een lijstje opties, waaronder ‘Scan Document’. Met deze tool kun je heel eenvoudig meerdere pagina’s scannen, jouw iPhone maakt er netjes een PDF van.
In Huize Geldnerd staat een MFC, een printer / scanner / copier die we gekocht hebben toen we hier eind 2016 gingen wonen. De scanner wordt vaker gebruikt dan de printer, pas ergens in het laatste kwartaal van 2020 was de minitoner op die destijds was bijgesloten in de doos. Ook hebben we een papierversnipperaar, documenten met persoonsgegevens of andere vertrouwelijke informatie verlaten ons huis in hele kleine snippertjes. Maar goed ik ben dan ook een beetje paranoïde….
Waar bewaren?
Met een papieren administratie heb je meestal geen keus. Die bewaar je thuis. In een kast, in een doos, of op een stapel ergens. Bij een digitale administratie valt er best wel wat te kiezen. De eerste logische plek is op de harde schijf van je eigen computer. Sommige mensen hebben een externe harde schijf. Of je kunt het ‘in de cloud’ bewaren. Geldnerd is geen voorstander van die laatste optie, want de cloud is gewoon de computer van iemand anders.
Wat wel verstandig is: zorg voor een reservekopie. Eentje die je regelmatig bijwerkt. In Huize Geldnerd gebeurt dat automatisch. Op mijn laptop staat software die elke dag mijn data meerdere malen synchroniseert met mijn eigen server. En die server synchroniseert iedere nacht via een beveiligde verbinding met een server op een andere locatie. Beide servers zijn ‘dubbel uitgevoerd’, met elk twee harddisks die voortdurend synchroniseren. Als er dus een schijf kapot gaat ben ik geen data kwijt. Maar goed, ik heb dan ook een back-up obsessie… Je kunt natuurlijk ook een externe harddisk kopen die je eens in de paar weken even aan je computer hangt om een kopie te maken. Het maakt niet uit hoe je een kopie maakt, als je er maar over nadenkt. Met een papieren archief ben je alles kwijt bij bijvoorbeeld een brand. Een digitaal archief is ook kwetsbaar als een harddisk kapot gaat. En dat risico is iets groter dan het risico op brand.
Mijn uitgangspunt is dat ik alles bewaar op een plek die ik zelf beheer. Dus mijn salarisbrieven staan niet alleen digitaal in het personeelssysteem van mijn werkgever. Ik krijg maandelijks op betaaldag een PDF-kopie in mijn mail. Dat kon ik in het systeem heel eenvoudig instellen. Want soms kun je de omgeving van een ander niet meer bereiken als er iets gebeurt (ruzie met je werkgever bijvoorbeeld), en dan ben je de toegang tot jouw informatie kwijt.
Hoe lang bewaren?
Daar heb ik eerder al eens een uitgebreide blogpost over geschreven. En jaarlijks loop ik ook mijn digitale archief even door en bepaal wat er weg kan. Het is onderdeel van mijn Eindejaarschecklist. Maar digitaal gooi ik weinig weg. Mijn archief met digitale salarisbrieven gaat helemaal terug tot het begin van mijn loopbaan.
Ik vind het nog steeds verbazingwekkend hoe weinig ruimte het eigenlijk nodig heeft. Mijn eigen archief gaat ongeveer terug tot het jaar 2000, en beslaat dus inmiddels zo’n 20 jaar van mijn leven. De totale omvang is minder dan 20 gigabyte. Iets dat met gemak op een harde schijf past.
Mijn financiële systeem en mijn digitale archief zijn voor mij succesvolle gewoontes. Wat je meet beïnvloedt wat je doet. Het meten van wat ik met mijn geld doe zorgt dat ik er beter mee om ga. Het meten van mijn gewicht, het bijhouden wat ik eet en het bijhouden wanneer en hoe ik sport, zorgt ervoor dat ik beter met mijn gezondheid omga. Meten wat je doet leidt tot zelfbewustzijn, en zelfbewustzijn zorgt voor zelfbeheersing. Ieder mens is natuurlijk anders, maar voor mij persoonlijk werkt het zo.
Plannen is een ander onderdeel van ‘gewoontes’ dat werkt voor mij. Ik houd mijn financiën al bijna twintig jaar bij, en toch staat er nog iedere zaterdagochtend een reminder voor in mijn digitale agenda. Ik plan ook het sporten, en alle andere dingen die ik belangrijk vind. Als iets in mijn agenda staat is het een afspraak. En ook afspraken met mijzelf vind ik belangrijk, het hoeft niet persé een afspraak met iemand anders zijn om te werken.
Het wekelijkse finance-moment is niet alleen bedoeld voor het downloaden van de banktransacties en beleggingsrapportage. Het is ook het moment dat ik alle administratieve mail en papieren post afhandel. De betalingen direct doe of ze voorprogrammeer bij mijn bank, enkele dagen voor de uiterste betaaldatum. Papieren scan en versnipper, en alle bestandjes die per e-mail binnen zijn gekomen op de juiste plek in mijn digitale archief opberg. Het klinkt als veel werk, maar de meeste weken kost het me minder dan een kwartiertje. Het gaat zo snel omdat ik het bijhoud en omdat ik een structuur heb gevonden die bij mijzelf past.
Welke werkwijze past bij jou? En hoeveel klappers en pakken tabbladen heb je straks over omdat (a) jouw archief digitaal is en (b) je die klappers en tabbladen natuurlijk in bulk aangeschaft hebt?
Geldnerd.nl gebruikt cookies. Voor nadere informatie zie de disclaimer pagina. AccepterenWeigeren
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Functional cookies help to perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collect feedbacks, and other third-party features.
Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.
Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.
Advertisement cookies are used to provide visitors with relevant ads and marketing campaigns. These cookies track visitors across websites and collect information to provide customized ads.