Tussenstand financiën eind april

Geldnerd doet normaliter niet aan maandberichten. Dat vind ik een te korte termijn. Ik laat jullie per kwartaal weten hoe het met mijn financiën gaat, al sinds het derde kwartaal van 2016. Maar dit zijn bijzondere tijden, die de gebruikelijke financiële patronen behoorlijk overhoop gooien. Op macro-economisch niveau, maar ook op het ‘n=1’ niveau van Geldnerd. Zeer tegen de gewoonte in krijgen jullie dus een korte maandupdate.

Wat wel normaal bleef

Het fundament van mijn financiële systeem bleef gelukkig gewoon overeind. Ik heb gewoon mijn salaris ontvangen, en alle normale automatische boekingen zijn uitgevoerd. De gezamenlijke huishoudrekening is aangevuld, en de hypotheek is betaald. Ook de extra aflossing inclusief sneeuwbal heeft gewoon plaatsgevonden. Mijn potjes zijn gewoon bijgevuld met de maandelijkse bijdrage. Dat geeft rust.

Veranderende uitgaven

Ruim 7 weken zitten wij nu thuis. We gaan alleen de deur uit voor noodzakelijke boodschappen en om Hondje uit te laten. Dat leidt tot veranderingen in ons bestedingspatroon. We geven meer uit aan boodschappen, omdat we nu 7 dagen per week 3 maal daags thuis eten. We gaan niet uit eten, want de horeca is gesloten. Maar we hebben ook het idee dat de boodschappen duurder zijn, dat de grootgrutters toch wel een beetje profiteren van de huidige crisis. Bewijzen kan ik het niet, want op dat detailniveau houd ik de boodschappen niet bij.

Daar staat tegenover dat we ook ‘anders’ uitgeven. Normaal laten we elke 6 – 8 weken de grote boodschappen een keer thuisbezorgen. We hebben geen auto, dus dan is het handig om niet met houdbare, zware en grote boodschappen te hoeven slepen. Dat patroon is verstoord, want in Geldnerd City was de afgelopen maanden geen bezorgmoment te krijgen. En we gaan er geen abonnement voor nemen… Daarnaast zijn we wat meer gaan kopen bij speciaalzaken, ook om de middenstand in onze eigen buurt te steunen.

Ik heb mijn grafiek uit deze booodschappenblog bijgewerkt met de gegevens van 2019 en de eerste 4 maanden van 2020. Dan zie je dat de afgelopen maanden allemaal aan de hoge kant zijn, en ruimschoots hoger dan de NIBUD-norm voor boodschappen. Het maandelijks gemiddelde in de eerste 4 maanden van 2020 is € 457,94, en over heel 2019 was dat € 372,72. Tegelijkertijd valt dat ook nog wel mee, als je in ogenschouw neemt dat we in 2019 gemiddeld € 160 per maand uitgaven in de horeca. Dat ligt met € 90 per maand op dit moment een stuk lager (eens per week laten we iets thuisbezorgen in deze periode). Dat scheelt dus eigenlijk niets. En dan reken ik niet de Eurootjes mee die we normaliter uit ons eigen zakgeld uitgeven aan koffie en het bedrijfsrestaurant op kantoor.

Mijn spaarpercentage vaart er wel bij. Ook in april zit dat boven de 60%. Ik verwacht dat dit in mei anders wordt, want ik heb een paar grote uitgaven in de planning zitten.

Het meest zichtbaar is mijn veranderende uitgavenpatroon in de No Spend Days (NSDs). Dat zijn de dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Normaliter zijn dat er 9 – 12 per maand. In maart 2020 kwam het aantal NSDs een stuk hoger uit, op 20. En in april zelfs op 28. Ik heb mijn administratie er op nageslagen, en inderdaad heb ik in april maar 2 keer iets uitgegeven van mijn eigen rekening.

Aandelenmarkten

Tussen medio februari en eind maart daalde mijn portefeuille met ongeveer 25%. Ik rekende op een verdere daling, omdat we (naar mijn bescheiden mening) de economische gevolgen van deze crisis nog lang niet scherp in beeld hebben. We zitten in een situatie waar de klap kunstmatig verzacht wordt met enorme steunpakketten van regeringen en centrale banken, met sterk stijgende schulden tot gevolg. Dat kan niet eindeloos doorgaan. Ik ging er dus rustig van uit dat mijn beleggingsportefeuille nog eens 25% van z’n waarde kwijt zou raken en dat ik voor het eerst in de historie rode vlakken zou zien in mijn beleggingsgrafiek.

Tot mijn verbazing gebeurde dat niet. Nog niet, in elk geval. De beurs toonde herstel. Het voelt een beetje als een ‘gebakken lucht rally’, in stand gehouden door de steunpakketten en de hoop op een vaccin. Momenteel staat mijn portefeuille nog ruim 15% onder de piek van februari, rekening houdend met de gebruikelijke inleg die ik ook in februari, maart en april gedaan heb. Of het stand houdt? Ik weet het niet. Ik ga er eigenlijk van uit dat we nog wel een paar stevige correcties van 10% of meer te verwerken krijgen. Maar ik klaag niet over de huidige stijging. Iedere Euro die er nu weer bij komt kan straks weer een daling verzachten. We gaan gewoon door, we zitten in de markt voor de lange termijn.

Bijzondere tijden zijn het. We zullen zien hoe dit zich de komende maanden en jaren ontwikkelt.

Hoe ging het in april met jouw financiën?

Betaalstatistieken 2011 – 2020

Geldnerd houdt van alles bij. Ook hoe hij betaalt. En dat ontwikkelt zich. Er zitten een aantal langere-termijn trends in, en soms gebeuren er ook onverwachte nieuwe dingen.

Betaalstatistieken

De trend is bijvoorbeeld dat ik steeds minder contant geld gebruik. In heel 2019 was dat tweemaal. Eén keer toen ik iets in een collectebus gooide, en één keer toen ik op stap was met een groep mensen die niet wisten wat een Tikkie is, en we allemaal een tientje lapten. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld het jaar 2013, toen ik maar liefst 226 contante betalingen deed. Maar als je kijkt naar de langere termijn dan zie je dat er af en toe ook technologieën komen die het toch niet redden. Zo hadden we vroeger de Chipknip. Logisch dat die het niet gered heeft. Je kon niet aan je bankpas zien wat het saldo op de Chipknip was, en je moest ‘m apart opladen bij een automaat. Het enige voordeel was dan nog dat je geen contant geld nodig had. Blijkbaar vond ik dat handig, want bijvoorbeeld in 2011 tot en met 2013 gebruikte ik die Chipknip jaarlijks zo’n 300 keer.

De rol van de Chipknip was, toen wij in 2016 terugkwamen uit het Verre Warme Land, overgenomen door de contactloze betaalpas. Die ik ook gretig omarmde. Niet meer apart opladen, en alles kwam automatisch in mijn administratie terecht want het waren gewone banktransacties. Ik dacht dat ik nooit meer iets anders nodig zou hebben. En eigenlijk is dat ook zo.

Maar het kan altijd makkelijker. En minimalistischer. Toen mijn huisbank Apple Pay aan ging bieden heb ik ook dat gretig omarmd. Ik hoef niet eens meer een portemonnee mee te nemen als ik van huis ga, mijn telefoon is voldoende. Nu nog afwachten tot ik ook mijn OV-kaart vanaf de telefoon kan gebruiken. In 2020 heb ik tot eind maart 8 keer contactloos met mijn pinpas betaald, en één keer met contant geld. Er zijn 10 creditcardtransacties, en 90 keer heb ik met Apple Pay betaald.

* Gegevens 2020 tot en met eind maart

Mijn eerste kasboek hield ik overigens bij in 2004, van 1 januari tot 1 april. In die periode deed ik toen 102 contante uitgaven. En ik ben vooral ook blij om te zien dat het totale aantal transacties dat ik doe een dalende trend laat zien. Dat zie ik ook terug in mijn spaarpercentage, want dat stijgt juist met de jaren.

Betaalgedrag

Mijn betaalgedrag is heel consistent. Betalingen van de gezamenlijke rekening, zoals boodschappen, doe ik met de bankpas van de gezamenlijke rekening. Daar hebben Vriendin en ik er elk eentje van. Persoonlijke betalingen van mijn eigen rekening gaan naar keuze contactloos met mijn persoonlijke bankpas of via Apple Pay.

Mijn persoonlijke creditcard gebruik ik voor uitgaven ten behoeve van vakanties, voor persoonlijke online aankopen en als het cashflowtechnisch beter uitkomt, bijvoorbeeld voor een grote kledingaankoop. Dan kan ik aan het einde van de maand het geld uit mijn kledingpotje overmaken van de bufferrekening naar mijn lopende rekening, zodat er voldoende saldo is voor de creditcardafrekening. Thuis hebben we ook een kleine noodvoorraad cash, genoeg voor enkele weken boodschappen.

De wereld verandert

Winkels accepteren nog volop cash, ondanks de opkomst van het pinnen. Al is dat nu even wat minder vanwege het corona-virus. Sinds een paar jaar betalen wij Nederlanders vaker met de pas dan contant. En het wordt allemaal wel storingsgevoeliger en ingrijpender naarmate de afhankelijkheid van technologie toeneemt. Zo was er op 10 maart een landelijke storing bij de Rabobank. Stond ik daar in het bedrijfsrestaurant met alleen mijn iPhone… En ik was niet de enige. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe mijn betaalgedrag er over 5 jaar uit ziet. Als ik dan nog steeds blog, zal ik er vast en zeker over schrijven.

Is jouw betaalgedrag door de jaren heen ook veranderd?

Eerste kwartaal 2020

Een kwart van 2020 zit er alweer op. 25% van het jaar is door onze vingers heen geglipt. Iets met tijd die vliegt en dat soort dingen. Tijd dus voor een terugblik op mijn eerste kwartaal van 2020, dat wel heel bijzonder was!

Aandelenmarkten

Het kwartaal begon wiebelig toen de Verenigde Staten en Iran met vuurpijlen op elkaar begonnen te schieten. Dat liep met een sisser af, maar toen kwam Corona. Niet het biertje maar het virus. Het werd een ingewikkeld kwartaal. In week 9 knalde de beurs naar beneden, mijn portefeuille daalde met meer dan 10% in één week. Maar ik bleef rustig zitten en ging niet in de verkoopstand. Ook niet in de bijkoopstand. Dat heeft een eenvoudige reden. Ik heb een contant geld buffer voor noodgevallen, en voor de rest zit al mijn geld in het huis of staat het al op de beurs. Dus vrij beschikbaar geld om even lekker bij te kopen heb ik niet. Het begrip ‘koopje’ is natuurlijk ook relatief… Inmiddels is de stand dat we nog nooit in de historie zo snel van een bull market naar een bear market zijn gegaan. En dat zie je in de S&P500… Ik heb een driejaars grafiek opgenomen, om de impact van de afgelopen maand te laten zien.

S&P500 3 jaars grafiek (bron: IEX)

Bekijk je het in een langer tijdsperspectief, dan valt het wel weer mee… Maar goed, we zijn er nog niet met dat virus.

S&P500 10 jaars grafiek (bron: IEX)

De dollar bewoog al een hele tijd tussen de 1,10 en 1,12. Aanvankelijk veranderde dat niet, maar onder invloed van de gebeurtenissen van de afgelopen maand werd de koers wel iets volatieler. Inmiddels zijn de Verenigde Staten het land met de meeste corona-besmettingen ter wereld. Mijn vertrouwen in de Amerikaanse gezondheidszorg en het struisvogelgedrag van de Amerikaanse opperwortel president maakt dat ik er niet helemaal gerust op ben…

Van mijn portefeuille bestaat nog ongeveer 15% uit fondsen die in Amerikaanse dollars genoteerd worden. Een groot deel van mijn dividend wordt wel in dollars uitbetaald.

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt, met dank aan VWRL. En mijn portefeuille denderde dus net zo hard naar beneden als de beurzen wereldwijd. Heel anders dan het gestaag groeiende beeld van de afgelopen jaren. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting, en in maart ook 20% van mijn obligaties verkocht en de opbrengst in VWRL gestoken. Maar in totaal is mijn portefeuille ongeveer 25% gedaald vanaf de piek van medio februari 2020. Op de obligaties na staan alle ETFs in mijn portefeuille minimaal 20% onder hun top. Eind 2018 vond ik dat we een stevige dip hadden, maar de deuk die er nu in mijn grafiek zit heb is wel een stukje groter.

Een zwaar negatief rendement voor dit eerste kwartaal dus, dat was een tijdje geleden dat dat gebeurd is. De ROI YTD is -/-22,1% De 12-maands XIRR staat op -/-15,3%. Maar goed, vooralsnog blijf ik er rustig onder. We gaan gewoon door. Ook eind maart heb ik weer ingelegd en bijgekocht, zoals je kunt zien aan de onderste lijn die treetje voor treetje oploopt.

Dividend

Gelukkig hebben we de dividendopbrengsten nog, en hebben die (nog) niet te lijden onder de dalende beurzen. Dat zal, met de sterk afgenomen economische activiteit, de komende kwartalen wel anders worden. In het eerste kwartaal van 2020 verzamelde ik € 223,91 aan dividend. Dit zijn netto ontvangsten. In het eerste kwartaal van 2019 was dat nog € 231,17. Dat is een daling van 3,1%. Dat komt omdat VWRL het dividend over het vierde kwartaal van 2019 eind december al uitbetaald heeft, en het dividend over het eerste kwartaal van 2020 wordt pas begin april uitbetaald. Die telt dus pas mee voor het tweede kwartaal.

Aan het einde van het eerste kwartaal stond er nog US$ 269,48 dividend aangekondigd voor uitbetaling in het tweede kwartaal van 2020. Die pakken ze me alvast niet meer af.

Spaarpercentage

Mijn spaarpercentage bereken ik heel simpel, het zijn mijn inkomsten minus mijn uitgaven, gedeeld door mijn inkomsten. Geld dat besteed wordt aan aflossingen, beleggingen, of sparen, telt niet mee in mijn uitgaven. Ik tel mijn aflossingen dus wel mee in het spaarpercentage. Aflossing zie ik als toevoeging aan mijn vermogen, omdat ik ons huis als onderdeel van het vermogen meereken.

In het eerste kwartaal van 2020 bedroeg mijn spaarpercentage 41,1%. Doelstelling voor het gehele jaar 2020 is 45,0%. Het lagere percentage komt vooral door februari, in die maand heb ik grote aankopen gedaan voor mijn garderobe. Na 12 kilo gewichtsverlies in 6 maanden was een deel van mijn garderobe aan vernieuwing toe.

En de situatie van de afgelopen weken heeft nog een interessant neveneffect. Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Normaliter zijn dat er 9 – 12 per maand. Maar in maart komt het aantal NSDs een stuk hoger uit, op 20. Niet zo heel verwonderlijk natuurlijk, sinds 13 maart zitten Geldnerd en Vriendin zo’n beetje in quarantaine. We ontvangen geen bezoek, gaan niet op bezoek, en gaan alleen de deur uit om noodzakelijke boodschappen te doen en Hondje uit te laten.

Eigen Vermogen

Tsja, en dan het eigen vermogen. In het eerste kwartaal doet de gemeente daar altijd een duitje in het zakje door mij een nieuwe WOZ-waarde toe te sturen. En iedereen die de afgelopen jaren niet onder een spreekwoordelijke steen gelegen heeft, weet dat de huizenprijzen op de meeste plekken ‘nogal een beetje’ gestegen zijn. En dat vertaalt zich in een fors hogere waardering voor Geldnerd HQ hier in het westen des lands. Ik gebruik de meest actuele WOZ-waarde als basis voor de waardering van ons huis in mijn vermogensberekeningen. En dit jaar kwam daar een stevig bedrag bovenop, daar valt niet tegenop te sparen.

Waar leidt dat toe? Onderstaand de ontwikkeling van mijn vermogen per kwartaal.

Beste Uitgave

Na een half jaar hard werken met mijn personal trainer, en mijn eetgedrag veranderen met mijn diëtist, kwam dit kwartaal de beloning. Ik ben begonnen met het vervangen van mijn garderobe. Mijn nieuwe broeken zijn twee maten kleiner in de taille. De nieuwe overhemden zijn ook twee boordmaten kleiner. En de jasjes van mijn nieuwe kostuums zijn juist een maat groter in de schouders. En dat is meer dan ik ooit durfde hopen. En de laatste weken van het kwartaal heb ik niet heel veel meer uitgegeven, we waren immers aan huis gebonden.

Hoe was jouw eerste kwartaal?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

Indexeren

Inmiddels drie jaar geleden, in maart 2017, ben ik begonnen met echt maandelijks een vast bedrag inleggen op mijn beleggingsrekening. Het is onderdeel van mijn ‘betaal jezelf eerst’ strategie. Op de dag dat mijn salaris binnenkomt schieten de betalingen alle kanten op. Naar de gezamenlijke huishoudrekening, voor de (extra) aflossing op onze hypotheek, naar de potjes en naar mijn beleggingsrekening. Daar gaat elke maand € 1.000 naartoe waarmee ik bijkoop. Elke maand weer. Daarvoor legde ik ook wel geld in op mijn beleggingsrekening, maar dat was meer ad-hoc.

Maar er is natuurlijk een gemeen vraatzuchtig monster dat sluipenderwijs zand in mijn geldmachine strooit. Dat monster heet inflatie. Het zorgt dat ik steeds minder kan doen met mijn geld. In het grootste deel van mijn geldmachine wordt dat vanzelf gecompenseerd. De bijdrage aan de huishouding wordt jaarlijks herijkt op basis van onze werkelijke uitgaven en onze salarissen in januari. De bijdrage aan de aflossing wordt gebaseerd op de actuele stand van onze hypotheek.

Wat niet aangepast wordt, is mijn inleg op de beleggingsrekening. Je kunt je natuurlijk afvragen hoe inflatie-gevoelig het is. Ik kan er steeds minder aandeeltjes van kopen, maar dat komt vooral ook omdat de beurs een stuk hoger staat dan drie jaar geleden. Ondanks COVID-19. Maar ik vind eigenlijk wel dat ik het bedrag moet indexeren, zeker sinds ik weet dat mijn salaris de inflatie wel ongeveer bijgehouden heeft.

Ik heb dus bij mijn vrienden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekeken naar de inflatie over de afgelopen jaren. Als uitgangspunt heb ik genomen de prijsverandering in december van elk jaar ten opzichte van een jaar geleden. Dat leidt tot onderstaand resultaat.

JaarInflatie december 12-maandsBedrag
Start€ 1.000,00
20171,3%€ 1.013,00
20182,0%€ 1.033,26
20192,7%€ 1.061,158

Vanaf deze maand maak ik dus elke keer € 1.065 over naar mijn beleggingsrekening, de eerste keer was afgelopen week. En daar ga ik gewoon mee door, Corona-virus of niet. Geen € 1.061,16. Want ik houd nu eenmaal van afgeronde bedragen. Op jaarbasis is het toch weer € 780 dat ik extra voor mijzelf aan het werk zet. En ik heb de indexering van dit bedrag nu ook opgenomen in mijn eindejaarschecklist.

Indexeer jij de bedragen die je voor jezelf aan het werk zet?

Geen idee wie de Mol is….

Collega-blogger Tom schreef onlangs over zijn poging om minder TV te kijken, en dat lijkt gelukt te zijn. En dat ook nog zonder druk te zijn met bingewatchen!

Het liet mij weer eens nadenken over ons eigen kijkgedrag. Eind 2018 hebben wij de mediabox van ZIGGO de deur uit gegooid en sindsdien doen wij het met de ongeveer 45 digitale zenders die in het ‘gratis’ basispakket van ZIGGO zitten. Gratis, mits je een internetverbinding bij ze afneemt. Feitelijk doen we het met minder dan de helft van die zenders, want ons eigen ‘favorietenlijstje’ is nog een stuk korter dan dat.

‘Favoriet’ is hier een relatief begrip. Onder andere alle Nederlandse zenders staan in deze lijst, maar ik kom tegenwoordig zelden verder dan de publieke omroepen. RTL4 en SBS6 schijnen nog met elkaar te concurreren, maar niet met programma’s waar wij hier in Huize Geldnerd naar kijken. Af en toe zie ik in een digitale TV-gids nog een uitzendschema van RTL5 6 7 8 9 10 en Net5 6 7 8 9 10 11 en Veronica. Maar dat bestaat vooral uit herhalingen en oude meuk. Dan kijk ik een serie als Big Bang Theory toch liever via Netflix, dat scheelt een hoop reclame-onderbrekingen. En zelfs bij de publieke omroep negeer ik veel. Wat kan het mij schelen wie de Mol is? Wat ook helpt is dat Geldnerd absoluut geen sportfan is. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst ben gaan zitten voor een voetbalwedstrijd of iets dergelijks.

De trend is hier nog steeds: steeds minder kijken. Zeker niet dingen waar ik regelmatig voor moet gaan zitten. Interessante dingen kijk ik soms terug via NPO Start. Maar een betaald abonnement op NPO Start Plus? Neuh. ‘s Ochtends rond het ontbijt doen we hier een rondje journaals. ‘s Avonds ook. Dat heeft vooral met ons werk te maken en is een stukje beroepsdeformatie. En het is steeds meer iets waar ik graag afscheid van zou nemen, want regelmatig naar het nieuws kijken is niet iets waar je vrolijk en optimistisch van wordt. Maar dat is iets voor het leven na dit werk.

Gelukkig betalen we er dus al een tijdje niets meer voor, voor al die TV-zenders. Alleen het Netflix-abonnement mag voorlopig blijven, maar een tweede of derde streamingdienst nemen we er (ondanks mijn Star Wars verslaving) echt niet bij.

Er zit wel een klein dilemma aan te komen. KPN heeft aangekondigd onze buurt aan te sluiten op glasvezel. Vooral omdat de concurrent dat ook wilde gaan doen, want sindsdien is het oorverdovend stil en er ligt nog geen kabeltje in de grond. We laten ons wel aansluiten, want nu is dat gratis. Maar een abonnement ga ik er nog niet op nemen. Dan raken we namelijk de ‘gratis TV’ van ZIGGO kwijt. Voor TV wil ik eigenlijk niet meer gaan betalen.

Hoe staat het met jouw kijkgedrag?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandsalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering= 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden