Mijn favoriete moment van de maand was er weer. En het was het eerste reguliere salaris na de salarisverhoging in onze nieuwe CAO. Netto krijg ik er ruim € 95 per maand bij. Ik heb mijn maandelijkse wegboekingen, die plaatsvinden zodra het salaris binnenkomt, dus met € 95 verhoogd. Eind januari van dit jaar had ik dat ook al gedaan, met de € 40 die ik er toen bijkreeg. Daarmee ben ik dus zomaar (9 x 40 en 3 x 135 = ) € 765 extra weg gaan zetten dit jaar. Mijn spaarbedrag stijgt in elk geval met meer dan de inflatie.
En passant kwam er deze week ook nog een betaling van Google binnen. Dus ook die heb ik meteen weggesluisd.
Als het geld niet op mijn lopende rekening staat, is de kans veel kleiner dat ik het uitgeef. Uiteindelijk zullen er best kostenstijgingen zijn die maken dat ik deze actie niet eeuwigdurend vol kan houden (ik ben erg benieuwd wat mijn zorgverzekeraar gaat doen…), maar iedere Euro die ik pak is meegenomen.
Afgelopen zaterdag heb ik het eerste vogelhuisje opgehangen. Er zullen er de komende maanden nog wel een paar volgen. En daarmee ronden we Project Tuin voor dit jaar af. Toen ik aan het eind van het voorjaar begon te graven, had ik niet durven dromen dat we nu zo ver zouden zijn. Het is gewoon klaar. Komend voorjaar moeten er nog wel wat extra planten bij, we hebben nog niet alles van het beplantingsplan gerealiseerd. Maar daar is alles voor voorbereid. Aan het eind van de middag hebben we zeer tevreden een wijntje gedronken in onze tuin.
De afgelopen week zijn er nog wat extra planten binnengekomen, die we ook online besteld hadden. Die arriveerden keurig woensdagmiddag, toen ik thuis zat te werken. ’s Avonds hebben we ze meteen geplant, ook hier weer met veel bodemactivator en water. Sowieso geef ik op dit moment elke tweede dag water. Het blijft vooralsnog droog hier, en onze plantjes hebben een goede start nodig.
We houden vanaf de start van het beplanten ook een tuindagboek bij. Hiervoor heb ik Vriendin op haar verjaardag speciaal een heel mooi boekje cadeau gedaan. Daarin noteren we wanneer we wat geplant hebben, maar ook welke vogels en andere diertjes we gezien hebben, en alle andere dingen die ons opvallen. Komende jaren willen we ook bij gaan houden hoe we de beplanting onderhouden. Dat wordt voor ons een nuttige bron van kennis en informatie. Het is nu, na iets meer dan een maand, al leuk om terug te bladeren en te lezen.
Vriendin heeft ook al vetbollen, pindanetjes, en zelfgemaakte pindaslingers opgehangen. En er hangen twee voederplankjes. We willen de vogels laten weten dat er hier de hele winter iets te eten zal zijn. Pimpelmezen en koolmezen hebben onze tuin al gevonden, af en toe verstoord door een Vlaamse gaai (sorry, Belgische vrienden…) en ekster.
Kosten
Tussenstand vorige keer
€ 2.292
Extra uitgaven tuincentrum
€ 15
Vogelhuisje
€ 8
Beplanting ronde 2
€ 100
Totaal
€ 2.415
Nog geen € 2.500 dus. Ik schat dat daar in het voorjaar nog eens € 300 – 500 bijkomt om de beplanting helemaal af te maken. En dan heb ik echt alles meegerekend, ook de aanschaf van tuingereedschap dat nog jaren mee moet gaan.
Teruglezen?
Wil je alle delen uit deze serie nog eens teruglezen? Dat kan uiteraard!
Met dank aan lezer/reageerder Sam een nieuwe versie van de FIRE Calculator. Hierin zijn twee bugs opgelost, die optraden als je AOW-datum eerder ligt dan je pensioendatum.
Aan het begin van de FIRE Calculator macro heb ik Pillar1 en Pillar2 verwisseld, waardoor hij de AOW-datum gebruikte voor het pensioen en andersom. En de tweede bug was dat, als je eerder AOW ontvangt dan pensioen, de AOW niet afgetrokken werd van het totale bedrag dat je nodig hebt om van te leven. Vandaar de vreemde ‘piek’ in die jaren. Op de Downloads-pagina een versie waarin deze bugs zijn opgelost.
Jullie dachten misschien dat ik het opgegeven had, maar dat is niet zo. Mijn nieuwe bericht aan de AFM is een e-mail. De afgelopen weken druppelden er alsnog wat reacties binnen van buitenlandse AFM’s. Met als traagste de Luxemburgers, die mij op 12 oktober een antwoord gaven op mijn vraag van begin september.
Wat ik in dit bericht in elk geval doe is een specifiek antwoord verzoeken op alle vragen die ik in mijn brief gesteld heb. Hun algemene mail met verwijzingen naar Q&A’s doet dat namelijk niet echt. Of eigenlijk: echt niet.
Daarnaast ga ik ze erop wijzen dat diverse andere kleine landen wel documentatie toestaan in meerdere talen. De Luxemburgers accepteren Luxemburgs, Frans, Duits en Engels. De Belgen accepteren Nederlands, Frans, Duits en Engels. De Duitsers accepteren dan weer alleen maar Duits, en de Italianen alleen maar Italiaans. De Denen en de Zweden accepteren ook alleen hun eigen landstaal. Van de andere landen die ik heb aangeschreven, heb ik geen reactie gekregen. Maar België en Luxemburg, de andere BENELUX-landen, dus wel. Al weet ik ook wel dat dit meertalige landen zijn…
Ondertussen heb ik nogmaals geprobeerd om een antwoord te krijgen van Vanguard en iShares, en kreeg weer geen reactie. Tijdens de Meet-up in Zwolle (#ZWOLCON18) heb ik hier ook met diverse andere bloggers over gesproken. Achterdochtig als we zijn vermoeden we inmiddels dat de meeste aanbieders het diep in hun hart ook wel best vinden dat ze de Amerikaanse ETFs niet meer kunnen aanbieden. Het geeft ze namelijk de kans om alternatieven te gaan ontwikkelen. En ik ga er zomaar van uit dat die alternatieven hogere kosten zullen rekenen dan de Amerikaanse originelen. Dat zie je op dit moment ook al sporadisch gebeuren.
Tsja, en met een eigenwijze Nederlandse toezichthouder, en marktpartijen die het allemaal wel best vinden, zijn wij consumenten de pineut. Minder keuzemogelijkheden en hogere kosten.
Hoe ga jij inmiddels om met je beleggingsportefeuille?
De meeste modellen voor FIRE die ik op internet tegenkom, zijn gebaseerd op de Amerikaanse situatie. Een belangrijk verschil tussen de Verenigde Staten en Nederland is de pensioenvoorziening. De Amerikanen bouwen (vrijwillig) persoonlijke pensioenpotten op via bijvoorbeeld de systematiek van 401(k). Dat is een van de redenen waarom je op veel Amerikaanse blogs van die enorm hoge eigen vermogens langs ziet komen, want de waarde van die potjes tel je natuurlijk gewoon mee.
In Nederland hebben we (nog) geen persoonlijke pensioenpotten. Die zijn in de huidige discussie over de pensioenhervorming ook erg omstreden. We vinden in Nederland de collectiviteit, het samen delen van de risico’s zodat iedereen een min of meer gelijke kans heeft op een redelijk pensioen, erg belangrijk. En wij loonslaven (voor ondernemers is het meestal anders) hebben meestal niet een vaststaande pot met geld voor ons pensioen, maar wel de zekerheid van een uitkering van onze pensioendatum tot aan de dood. De hoogte van deze uitkering (en of deze al dan niet geïndexeerd wordt voor inflatie) is dan weer onzeker.
Dat maakt de financiële kant van de FIRE-discussie dan weer wat ingewikkelder voor ons, de loonslaven. Daar heb ik eerder over geschreven, en ook onderstaande grafiek gemaakt. Uitgaande van een bepaalde (onzekere) AOW en pensioenuitkering vanaf een onzekere pensioendatum, heb je vanaf dat moment je vermogen alleen nog nodig als je met AOW en pensioen tekort komt om in je levensonderhoud te voorzien. De rest van je vermogen kun je inzetten om het gat tussen de officiële pensioendatum van jouw pensioenfonds(en), en de datum waarop je stopt met werken, te overbruggen.
Ik ben al een tijdje aan het ‘klooien’ om hier een rekenmodel voor te ontwikkelen. Dat valt nog niet mee, omdat er veel aannames en onzekerheden in zitten. Onlangs had ik hier een interessante mailwisseling over met lezer Sam. En hierbij dus mijn eerste poging. Ik reken op een storm van kritiek, opmerkingen en aanvullingen, zodat ik dit model verder kan verbeteren. Voordat je verder leest even een waarschuwing: hier deel ik weer een nerdy spreadsheet.
Vooraf: het is een eenvoudig model. Het houdt bijvoorbeeld nog geen rekening met partners, het is een individueel model. Ook houdt het geen rekening met derde-pijler pensioenen. De uitdaging voor mij zat ondermeer in het programmeren van de grafiek. Die heeft meerdere series, en combineert meerdere types (lijnen en kolommen) in één grafiek. Dat gaat me goed van pas komen als ik binnenkort verder werk aan mijn Dashboard.
Het model redeneert vanuit een huidig jaar, en wil uiteraard ook weten wat je huidige vermogen is. Andere relevante factoren in het model zijn ondermeer de verwachte gemiddelde jaarlijkse inflatie. De afgelopen 25 jaar was dat ongeveer 2,2% per jaar. Verder het verwachte gemiddelde rendement op je vermogen, daar ga ik uit van 6,0% per jaar. En het AOW-bedrag dat je jaarlijks verwacht te ontvangen. Daar gaat mijn model uit van het standaardbedrag, anders wordt het wel erg ingewikkeld. Ook geef je de datum in waarop je pensioen en AOW uitbetaald gaan worden. Uiteraard kun je al die variabelen zelf naar hartenlust aanpassen.
Apart instelbaar is de verwachte jaarlijkse indexering van de AOW en het pensioen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen 10 jaar ga ik in mijn model maar niet uit van een indexering met hetzelfde percentage als de gemiddelde inflatie. Ik ga maar even uit van een kwart, maar uiteraard is ook dat in te stellen.
Ook gebruikt het model je huidige netto jaarinkomen, en ook moet je een verwacht gemiddeld spaarpercentage opgeven. Want zolang je nog werkt kan het vermogen harder groeien dan alleen door het rendement… Heel optimistisch kun je ook een percentage ingeven voor de verwachte jaarlijkse stijging van je salaris, voor zolang je nog werkt.
Daarna wordt het al iets ingewikkelder. Ieder Uniform Pensioen Overzicht (UPO) geeft aan hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd als je nu zou stoppen met werken. Dat is een belangrijk getal. Dat kun je ingeven, met het specifieke jaar dat dat bereikt is. En ook heeft het model jouw meest recente A-factor nodig. Ook die staan ieder jaar in jouw UPO. Daarmee kan het rekenmodel een gooi doen naar het pensioen dat je nog op gaat bouwen totdat je stopt met werken.
Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie.
Je moet ook ingeven in welk jaar je wenst te stoppen met werken. En hoeveel geld je jaarlijks nodig denkt te hebben nadat je stopt met werken. Dat doe je in Euro’s van vandaag. Met behulp van de inflatie rekent het model zelf uit hoeveel Euro je dan jaarlijks nodig hebt vanaf het jaar dat je daadwerkelijk stopt. En tenslotte werk ik met een levensverwachting.
Levensfasen
Het model kent eigenlijk drie fasen in jouw financiële leven:
De opbouwfase. Dit is de fase waarin je werkt, en inkomen hebt, en een deel daarvan overhoudt en toevoegt aan je vermogen. Ook bouw je in deze periode pensioen op.
De op-eet fase. Dit is de fase waarin je gestopt bent met werken, maar nog geen AOW en pensioen ontvangt. Je leeft dus volledig van je opgebouwde vermogen.
De pensioenfase. Die start in het jaar dat AOW en pensioen voor het eerst uitbetaald worden. Vanaf dat moment leef je van pensioen en AOW, aangevuld met de rest van je vermogen.
Het model gaat er van uit dat je niet de behoefte hebt om vermogen over te houden. Slecht nieuws dus voor je potentiële erfgenamen. En het model gaat er ook van uit dat je blijft beleggen.
Opbouwfase
Het ligt voor de hand, in deze periode kijkt het model vooral naar je vermogensopbouw. Wat blijft er over als spaarpercentage, en hoe rendeert dat. Daarbij wordt de salarisstijging meegenomen. Het model gaat er hierbij van uit dat de inflatie al meegenomen is in het verwachte jaarlijkse rendement.
Op-eet Fase
Je hebt geen inkomen meer, want je bent gestopt met werken. Je pensioenopbouw is gestopt, die groeit dus alleen nog maar met de verwachte jaarlijkse indexering. Je leeft dus van je vermogen. Op basis van het bedrag dat je nu denkt jaarlijks nodig te hebben, aangepast met de jaarlijkse inflatie. Ieder jaar heb je dus een beetje meer nodig om van te leven.
Je vermogen blijf je wel actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.
Pensioenfase
Je inkomenssituatie verandert op het moment dat je AOW en pensioen uitbetaald gaan worden. Beide zijn in het model gegroeid met de verwachte jaarlijkse indexering. Ze kunnen overigens verschillende startdatum hebben.
Het bedrag dat je jaarlijks nodig denkt te hebben blijft hetzelfde als in de Op-eet Fase, en groeit jaarlijks met de inflatie. Waarschijnlijk worden deze deels gedekt met AOW en Pensioen. Het restant moet je ook weer aanvullen met vermogen. Je vermogen blijf je actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.
Hoe werkt het?
Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop FIRE Calculator, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het Dashboard.
Met de knop Clean Up wordt het werkblad Data leeggemaakt, en de grafiek weer verwijderd. Het is aan te raden dat steeds te doen na het aanpassen van één of meer parameters, voordat je opnieuw op FIRE Calculator drukt.
Op het werkblad Data staan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf. Pillar 1 is de AOW, Pillar 2 je opgebouwde pensioen. Met Pillar 3 wordt (nog) geen rekening gehouden, en Pillar 4 is de aanvulling die je uit je vermogen haalt. De kolom Withdrawal is het bedrag dat je jaarlijks nodig hebt om van te leven, aangepast voor de inflatie. Aan de rechterkant kun je zien wanneer de verschillende fasen beginnen (Opbouwen, Opeten, en Pensioen).
Grafiek
De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op.
Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is je hele inkomen in de Op-eet Fase, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de Pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.
Onderstaand een voorbeeldgrafiek. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.
Ik zei het al eerder: Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie. Maar het geeft veel stof om over na te denken. hoeveel geld heb je echt nodig in de verschillende fasen van je financiële leven? Welk rendement verwacht je? Wat doet de inflatie, en de belastingen? Worden je pensioen en je AOW geïndexeerd? Hoe ontwikkelt je salaris zich? En wat gebeurt er met je FIRE datum in die verschillende scenario’s?
Je kunt de meest actuele versie van de FIRE Calculator vinden op mijn Downloads-pagina.
Het model bevestigt mijn eerdere eigen berekeningen, maar mijn FIRE datum houd ik lekker geheim. Wat is jouw FIRE datum?
Geldnerd.nl gebruikt cookies. Voor nadere informatie zie de disclaimer pagina. AccepterenWeigeren
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Functional cookies help to perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collect feedbacks, and other third-party features.
Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.
Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.
Advertisement cookies are used to provide visitors with relevant ads and marketing campaigns. These cookies track visitors across websites and collect information to provide customized ads.