Koopkracht is een leugen

Ze vlogen ons weer om de oren deze week, de Koopkrachtplaatjes. Allemaal vertelden ze ons welk effect Prinsjesdag zal hebben op onze portemonnee. Maar als ik jou was, zou ik even wachten met het kopen van die nieuwe televisie of die grotere auto. Want aan dit soort politieke beloftes kunnen helaas geen rechten ontleend worden. Ook vorig jaar voorspelde men een stijging van de koopkracht. Uiteindelijk ging ik er netto € 18,56 per maand op achteruit. Want de politiek heeft minder invloed dan ze soms denken. Niet op de zorgpremie, niet op de pensioenpremie. Beiden stegen meer dan het kabinet op Prinsjesdag verwachtte. En daar gaat het dan mis. Voor mij in elk geval.

Koopkracht, het is een prachtig economisch begrip. NRC noemde het vorig jaar ‘een eufemisme uit de koker waskracht en krachtwijken’. Nietszeggende dooddoeners dus. Het is wat je onderaan de streep overhoudt om van te leven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) definieert koopkracht als het besteedbaar inkomen per huishouden, gecorrigeerd voor de ontwikkeling van de consumentenprijzen. In mijn geval: mijn netto inkomen.

Koopkracht is altijd een momentopname, het gaat erom hoe het zich ontwikkelt door de tijd. Het is een maat voor hoe de situatie van mensen zich ontwikkelt, om groepen mensen en landen te kunnen vergelijken. Maar het zegt dus weinig over jouw persoonlijke situatie. Daarvoor is maar één maat relevant: jouw eigen netto inkomen, datgene wat je onder de streep overhoudt. Kijken naar de ‘verwachte koopkrachtontwikkeling van zeer algemene groepen’ (en dat is wat Prinsjesdag presenteert) is dus zeer riskant. Daarvoor moet je echt je salarisstrook van januari afwachten, om te zien wat het effect voor jou persoonlijk is.

Zelfs het NIBUD voelde zich, naar aanleiding van Prinsjesdag, geroepen om te waarschuwen voor een té positieve kijk op de eigen koopkracht. Ze hadden van mij wel iets nadrukkelijker mogen waarschuwen voor het begrip ‘koopkracht’, en niet alleen voor de cijfertjes.

Gelukkig sloot premier Rutte af met een oproep tot salarisverhoging, zodat meer mensen profiteren van de economische groei. Geldnerd hoopt dat ze zelf het goede voorbeeld geven met een nieuwe ambtenaren-CAO.

Wat verwacht jij in januari 2018 op jouw loonstrook?

Babyboomer perspectief

Op mijn stukje over de pensionado-opstand kreeg ik een onverwachte reactie. Namelijk van mijn ouders. Ik weet al een tijdje dat ze hier meelezen, soms maken ze een opmerking. Maar nu was het een uitgebreide reactie via de e-mail. Eigenlijk een soort financieel levensverhaal van de baby-boomer generatie. Met een aantal interessante perspectieven. Dus met instemming van mijn ouders heb ik hun reactie omgewerkt naar een blogje.

Mijn ouders zijn geboren aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Echte ‘baby-boomers’ dus. Opgegroeid in de tijd van de wederopbouw. Hun financiële leven begon eigenlijk echt in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Mijn ouders konden (moesten) met 15, 16 jaar gaan werken en ’s avonds opleidingen en cursussen volgen die ze zelf dienden te betalen.

Mijn vader moest ook nog 2 jaar in militaire dienst, omdat we er van uit gingen dat de Russen langs zouden komen. Die diensttijd werd betaald, het geweldige salaris was eerst 0,50 gulden (€ 0,20) per dag en werd later fl. 1,00 (€ 0,45) per dag.

Midden jaren ’50 werd de Algemene Ouderdomswet (AOW) geïntroduceerd. Vanaf het moment dat zij werken betaalden mijn ouders de AOW voor de oudere generatie(s). Sinds 2002 is het zo dat mensen die AOW ontvangen een deel daarvan zelf financieren via de gewone belasting die zij betalen. En mijn ouders hebben pas sinds 2010 AOW, dus zij betalen ook mee aan hun eigen AOW.

Mijn ouders betaalden de opleiding van hun kinderen (nogmaals dank daarvoor!), losten de hypotheek van hun huis af en bouwden en passant ook nog een pensioen op voor ‘later’, als ze 65 jaar zouden worden.

Hier vind ik mijn ouders overigens niet zielig. Mijn vader werkte, en dat was toen al uitzonderlijk, in een sector waar premievrij pensioen werd opgebouwd, en het grootste deel van zijn opbouwperiode waas dit gebaseerd op een eindloonregeling. Dat is dus wel iets rianter dan mijn opbouw waarvoor ik zelf ook premie betaal, en die gebaseerd is op een middelloonregeling

Die pensioenopbouw van mijn ouders werd belegd tegen rentepercentages tot 12 à 13 %. Dan groeit het wel beter dan nu tegen 0,0% en een heel klein beetje.

Nu werken beide partners, maar vroeger werden vrouwen ontslagen als ze trouwden en/of zwanger werden. Mijn moeder is inderdaad ontslagen toen ik in aantocht was. Er bleef dus een éénverdiener over. Veel vrouwen bouwden hierdoor geen pensioen op, ook al omdat vrouwen pas vanaf 30 jaar in het pensioenfonds opgenomen konden worden. Pas veel later, toen Geldnerd naar de middelbare school ging, is mijn moeder weer echt toegetreden tot het arbeidsproces. En ook weer een beetje ‘eigen pensioen’ op gaan bouwen. Maar niet voldoende om ‘economisch zelfstandig te zijn’, iets wat sinds de jaren ’80 langzaam overheidsbeleid werd. En tot op de dag van vandaag een uitdaging is in dit soms nog erg ouderwetse landje van ons.

Sinds het pensioen inging bleek de indexering ervan voor mijn ouders niet gegarandeerd, het nominale pensioen zelf ook niet. Dat merk ik zelf ook, ik heb in de opbouw al een procent of 15 aan indexering gemist. Daar heb ik nu geen last van, dat merk ik pas als ik met pensioen ga. Maar mijn ouders merken het wel. Net als de stijgende zorgkosten, het eigen risico dat gestegen is van € 150 in 2008 naar €
400 in 2018.

Nu wordt er gezocht naar nieuwe manieren om pensioenen goedkoper te maken. Gelukkig hopen ook mijn ouders dat onze generatie(s) een stabiel pensioen zullen krijgen. Want op een stevige erfenis reken ik niet, ik hoop dat ze alles op kunnen maken.

Hoe zag het financiële leven van jouw ouders er uit?

Wijze lessen (4): Rendement maken

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de vierde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen
Spaarpercentage vergroten

Rendement maken

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, je hebt een budget waar je achter staat, en je stuurt op je spaarpercentage. En nu?

Als je de voorgaande stappen doorlopen hebt houd je (als het goed is) geld over. Je banksaldo groeit. Dat opent nieuwe perspectieven. Je kunt een buffer opbouwen. Hoeveel, dat is een keuze, maar een aantal maanden uitgaven achter de hand hebben is wel een comfortabel gevoel. En je kunt eventuele schulden aflossen. Want geld lenen kost geld. Dat is niet goed, geld zou geld op moeten leveren.

Als je buffer op orde is en je schulden zijn opgelost (waarbij er allerlei verschillende meningen zijn over schulden, vooral over de hypotheek), kun je echt aan je vermogen gaan werken. Je vermogen groeit op verschillende manieren. Door het geld dat je overhoudt. En door het rendement dat je maakt door je geld aan het werk te zetten.

Ik zoek naar twee soorten rendement. Rendement voor vermogensgroei en rendement voor passief inkomen. Passief inkomen is inkomen dat gewoon binnenkomt zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Een voorbeeld is dividend. of de huurinkomsten uit beleggingen in vastgoed. Die laatste categorie, daar doe ik niet aan. Ik kan dan te weinig spreiding in mijn vermogen bereiken, dat vind ik een te groot risico.

Ik zoek het dus in Beleggingen. De aandelenmarkten. De afgelopen twee jaar heb ik daar veel over geschreven. En ook hier heb ik mijn basis op orde. Ik volg een strategie die vergelijkbaar is met de beleggingsstrategie van Mr. FOB. Iedere maand zet ik automatisch geld opzij om bij te kunnen kopen. En ik heb mijn beleggingsspreadsheet waarmee ik met enkele minuten tijdsbesteding per week mijn portefeuille in de gaten houd.

Maar garanties zijn er niet. De spaarrente is al tijden extreem laag en door de bewegingen van de dollarkoers is dit tot nu toe een matig beleggingsjaar. Iemand nog andere interessante manieren om het vermogen te laten groeien?

Hoe werk jij aan jouw rendement?

Hoe lang nog tot FIRE?

Eigenlijk is het heel eenvoudig. Ik heb een bepaald uitgavenpatroon. Dat heb ik de afgelopen jaren weten te verlagen en stabiliseren. Alles wat ik meer verdien dan dat wordt toegevoegd aan mijn vermogen en aan het werk gezet. Ik verwacht een AOW’tje en ik heb al een bepaalde hoeveelheid pensioen opgebouwd. De SVB verwacht dat ik dat ga krijgen als ik 69,5 jaar oud ben. Dat is nog best ver weg, nog 23 jaar.

Maar… Tot op dit moment heb ik ook al best een groot deel van mijn huidige uitgavenpatroon opgebouwd in verwachte toekomstige AOW en pensioen. En dan ontstaat onderstaand plaatje. Vanaf 69,5 jaar heb ik AOW en pensioen (zoals nu opgebouwd). En ik hoef maar voldoende vermogen op te bouwen om het gele vlak in te vullen. Liefst met wat reserve. Wat is het FIRE-punt, dat is dan de grote vraag. Met wat aannames, dat wel. Dat ik het huidige spaartempo kan vasthouden, dat mijn uitgavenpatroon niet drastisch verandert, dat de gemiddelde inflatie van de afgelopen 25 jaar ongeveer blijft gelden.

8 jaar vanaf nu.

Dat is hoe lang ik nog te gaan heb tot mijn FIRE-punt. En daar hoef ik niks geks voor te doen. Daarvoor hoeft ons huis niet in waarde te stijgen. Daarvoor kan ik gewoon blijven doen wat ik nu al doe. Dat moet kunnen, dus. 15 Jaar ‘winst’ ten opzichte van een ‘standaard’ leven. En toch, dat moet sneller kunnen. Maar ik ben voorzichtig, want je weet nooit wat het leven op je pad gooit.

Ga ik het ook echt doen? Geen idee! Ik heb werk dat leuk en maatschappelijk relevant is. Dus het hoeft niet. En ik voel me al HOT.

Hoe ver ben jij? Wat is jouw doel?

Het probleem met ouders…

  • Berichtcategorie:Minimalisme

Generatiekloven zijn van alle tijden. Maar er is er eentje bijgekomen. Ik maak(te) ‘m van nabij mee, en Vriendin wees mij recent op een prachtig artikel hierover. Een verschillende kijk op spullen. Het artikel maakte nogal wat los, er kwam zelfs een vervolg.

Mijn ouders zijn een jaar of twee geleden verhuisd. Van een groot huis, waar ze 25 jaar gewoond hadden, naar een kleiner huis. En in dat grote huis stond best een grote hoeveelheid spullen. Waarvan het overduidelijk was dat ze niet allemaal mee konden naar het nieuwe huis. Dus is er flink opgeruimd (zonder Geldnerd, want die zat in het Verre Warme Land). En dan nog gingen er best wel veel spullen mee naar het nieuwe huis. Maar na een jaar of twee opruimen begint daar nu duidelijk ruimte te ontstaan.

De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat daar ook een stuk of 15 verhuisdozen van Geldnerd bij zaten. Die heb ik bij mijn ouders opgeslagen toen ik naar het Verre Warme Land vertrok.

Het artikel zette me wel aan het denken. Wat wil ik nog aan memorabilia? Ik heb van mijn eigen leven nog één Ikea-doosje (zoals hiernaast) vol, ik heb mijn gerestaureerde teddybeer, en een aantal foto-albums. Die laatste wil ik eigenlijk komende winter eens digitaliseren, daar zijn tegenwoordig handige apps voor. Want de kwaliteit van foto’s uit mijn geboortejaar is nu toch echt wel achteruit aan het gaan.

Toen vorig jaar mijn oma overleed werd er een soort ‘catalogus’ gemaakt van haar persoonlijke bezittingen. Alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen konden hier (in die volgorde) uit kiezen. Daaruit heb ik twee kleine dingen gekozen die mij ook echt herinneren aan haar (en Beer natuurlijk). Meer spullen hoef ik ook niet. Foto’s, dat vind ik wel belangrijk, maar die heb ik liefst digitaal.

Maar spullen? Liever niet. Smaken verschillen, en spullen wil ik sowieso niet…

Heb jij wel eens tegen jouw zin opgescheept gezeten met spullen van een vorige generatie?

Wijze lessen (3): Spaarpercentage vergroten

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de derde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen

Spaarpercentage vergroten

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, en je hebt een budget waar je achter staat. En nu?

Ik heb het eerder welke eens ‘een bijna heilige indicator‘ genoemd. Het spaarpercentage. Daar is al heel veel over geschreven (ook door mijzelf), dus dat ga ik allemaal niet herhalen. Wat ik wel herhaal: het spaarpercentage is echt heel belangrijk.

Een positief spaarpercentage betekent dat je geld overhoudt. En dat geld is belangrijk. Want geld kun je inzetten om meer geld te genereren. Of om te sparen voor grote uitgaven. Kortom: houd je inkomsten en uitgaven in de gaten, en ook je spaarpercentage. In mijn administratiespreadsheet heb ik het ingebouwd, die houdt het automatisch voor mij bij.

En afhankelijk van je doelstelling is het zaak om je spaarpercentage zo groot mogelijk te maken. Door je inkomsten te vergroten en/of je uitgaven te verlagen. Wat je niet spaart, kun je niet benutten. Benutten voor het afbetalen van schulden. Benutten voor grote uitgaven zonder schulden te maken. Benutten voor het creëren van inkomen zodat je er niet meer voor hoeft te werken. Financiële onafhankelijkheid. De vrijheid om te kiezen, niet meer ‘moeten’. En wie wil dat nu niet?

 

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden