Eerste kwartaal 2019

Ook dit jaar gaan we hier weer door met de terugblik op de kwartalen. Voor mijzelf is dat een prima methode om zicht te houden op mijn vermogensontwikkeling, zonder dat ik er voor mijn gevoel té hijgerig bovenop zit.

Aandelenmarkten

Het laatste kwartaal van 2018 was dramatisch. Maar in januari begon de beurs weer als een dolle te stijgen. De handelsoorlogen, onzekerheid over BREXIT, afnemende economische groei in Europa, het leek ‘de beurs’ allemaal niet te duren. Voor mij weer een bewijs dat de ‘rationele markt’ niet bestaat. De daling van het laatste kwartaal van 2019 werd een V-vorm. Volgens mij is inmiddels alles wat bedacht kan worden, positief én negatief, wel ‘ingeprijsd’ in de markt. En de Europese Centrale Bank besloot ook nog om opnieuw gratis geld uit te gaan delen. Dus blijft beleggen voorlopig de enige plek waar nog een beetje rendement te halen valt. Maar de S&P500 was eind maart nog niet terug op z’n hoogtepunt.

S&P500 1 jaar, bron finance.yahoo.com

De EUR/USD zakt nog iets verder weg, zie ik in mijn spreadsheet. Begin januari was de wisselkoers EUR 1,000 = USD 1,1492 en eind maart was dat EUR 1,0000 = USD 1,1232. Het aandeel dollarfondsen in mijn portefeuille is momenteel nog 55,1%.

Mijn portefeuille

Een hele tijd heeft het ‘Virtual High’ van mijn portefeuille op 25 augustus 2018 gelegen. Dat Virtual High bereken ik door te kijken naar de waarde van mijn portefeuille plus alle inleg die ik sinds die datum gedaan heb. Dat die datum in het verleden lag, zegt iets over het marktsentiment. Als ik op de datum van het Virtual High verkocht zou hebben, en alle inleg sinds die datum gewoon ook op de beleggingsrekening gezet had, had ik meer geld gehad dan de actuele waarde van mijn portefeuille. Een zinloze indicator, maar ik ben dol op zinloze indicatoren! Je moet toch iets doen om zo’n saaie reis naar financiële onafhankelijkheid interessant te houden?

Medio maart en eind maart kreeg mijn portefeuille een nieuw Virtual High. Dat is dan wel weer mooi. Dat betekent dat de waarde van mijn portefeuille nu weer hoger is dan de waarde op 25 augustus 2018 plus alle inleg sinds die datum. Het betekent ook dat het effect van de daling van de beurzen in het laatste kwartaal van 2018 weer hersteld is.

Het was een saai kwartaal. Ik heb braaf elke maand automatisch geld overgemaakt naar mijn beleggingsrekening, en braaf elke maand bijgekocht wat de adviesfunctie van mijn beleggingsspreadsheet mij adviseerde. In het eerste kwartaal van 2019 was de ROI op mijn portefeuille 12,9%, en de 12-maands XIRR was 12,6%.

Het gat tussen mijn totale inleg en de actuele waarde van mijn portefeuille is groter geworden, dat is nu 43,5% (versus 29,1% aan het einde van het vierde kwartaal 2018).

Dividend

In het eerste kwartaal van dit jaar ontving ik € 231,17 aan dividend, en in het eerste kwartaal van 2018 was het € 170,91. Aan het einde van het eerste kwartaal stond er nog US$ 98,54 aan dividend aangekondigd, maar die wordt pas in het tweede kwartaal uitbetaald (en mag ik dus van mijzelf nog niet meetellen).

In het eerste kwartaal heb ik een analyse gemaakt van het dividendrendement van de fondsen in mijn portefeuille. Naar aanleiding daarvan heb ik één slecht presterende dividend-ETF uit mijn oude portefeuille (van voor MIFID-II) verkocht, en de opbrengsten in één van mijn beter presterende dividend-ETFs gestoken.

Spaarpercentage

Mijn spaarpercentage is in het eerste kwartaal uitgekomen op 47,9%. Mijn doelstelling voor het hele jaar is minimaal 41,0%. Dat lijkt een vreemd percentage, maar ik wil het op z’n minst beter doen dan in 2018. En toen was mijn spaarpercentage 40,9%. In januari heb ik duidelijk minder gespaard, dankzij mijn Operatie Kledingkast. Maar februari en maart waren prima maanden.

Eigen Vermogen

Dan nog even mijn eigen vermogen, de netto waarde. Dat heeft een behoorlijke impuls gekregen. Mijn spaarpercentage, het herstel van de aandelenbeurzen, en de nieuwe WOZ-waarde hebben ervoor gezorgd dat mijn eigen vermogen in het eerste kwartaal van 2019 gegroeid is met 23,3%.

Beste uitgave

Qua uitgaven was het eerste kwartaal erg rustig. Alleen in januari ben ik een beetje uit de band gesprongen, door de opruimactie van mijn kledingkast en de daaropvolgende koopronde. Maar dat is ook gewoon regulier, niks bijzonders. Er valt dus dit kwartaal niets bijzonders te melden op het uitgavenfront.

Hoe was jouw eerste kwartaal?

Onze inkomens staan al 10 jaar stil!

Toch bijzonder. Ik zou minder gaan bloggen, en toch staan er deze week weer twee blogjes klaar. Het verschil is dat het nu niet meer ‘moet’, zullen we maar zeggen… En soms komen er nieuwsberichten langs die om een reactie vragen.

Zo meldden diverse media afgelopen week dat het inkomen van de meeste werkende mensen tussen 2007 en 2017 nagenoeg gelijk gebleven is. De aanleiding was een mooi persbericht van het CBS, waarin je ook nog kon lezen dat het mediane persoonlijke inkomen van werkenden het hoogst is in Rozendaal (Gelderland), gevolgd door Bloemendaal, en het laagst was in de waddengemeenten Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland.

Bij dit soort berichten vraag ik me altijd meteen af hoe het met mijn eigen situatie zit. En dan ben ik blij dat ik al meer dan 15 jaar alles nauwkeurig bijhoud. Want na slechts een half uurtje klooien met Excel heb ik weer een stukje inzicht om met jullie te delen.

De basis is een spreadsheet die ik ooit eens gemaakt heb met mijn verhouding bruto / netto salaris sinds 2008. Daar zit een gat in van 2014 tot 2016, en dat heeft uiteraard te maken met ons verblijf in het Verre Warme Land. Het groene vlak is mijn netto-salaris, het bedrag dat maandelijks op mijn bankrekening wordt gestort. Het oranje vlak is de loonheffing, en licht-oranje mijn pensioenpremie. Die drie componenten samen vormen mijn bruto salaris. Voordat jullie trouwens gaan speculeren, om verwarring te zaaien hebben de horizontale aslijnen niet € 1.000 als eenheid.

Maar we focussen even op mijn netto-salaris, het groene vlak. Wat ik ook heb gedaan is het salaris van 2008 op 100% gesteld, en jaarlijks gecorrigeerd voor de inflatie. Dat is de rode lijn.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Mijn groene vlak ligt begin 2019 behoorlijk hoger dan de rode lijn, ongeveer 14%. Maar… In die periode heb ik twee keer promotie gemaakt, er ‘een schaaltje bijgekregen’ zoals dat in overheidsland zo mooi heet. Als ik terugdenk aan mijn werk destijds, en ik denk aan mijn werk nu, dan is dat qua verantwoordelijkheid wel een wereld van verschil. Van inhoudelijke financial naar manager van een grote afdeling.

Ik heb dus ook nog even gekeken hoe het geweest zou zijn als ik zou zijn blijven ‘hangen’ op de salarisschaal die ik had op 1 januari 2008. En dat geeft een ander beeld. Dan zou ik nu, na inflatiecorrectie, netto 0,4% meer verdiend hebben dan in 2008, iets meer dan een tientje erbij. Dat lijkt dus inderdaad het beeld te bevestigen dat het CBS schetst. We gaan er als werkenden nauwelijks op vooruit.

En tsja, uit het onderzoek van het CBS blijkt ook dat je het rond je veertigste wel ‘gemaakt’ moet hebben als werkende, want daarna ben je over je top qua inkomen. Dat vind ik dan ook nog wel weer schokkend. Want de huidige veertigers moeten nog bijna 30 jaar werken. Tenzij ze werken aan hun financiële onafhankelijkheid, uiteraard.

Tegelijkertijd was er afgelopen dinsdag het bericht dat de inkomens van huishoudens de sterkste groei sinds 2001 laten zien. Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens is (volgens datzelfde CBS) vorig jaar gegroeid met 2,6 procent. Dat heb ik uiteraard ook nog even gecheckt, en dat haal ik niet. Mijn netto inkomen was in 2018 ‘slechts’ 2,2% hoger dan in 2017.

Hoe heeft jouw inkomen zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?

Belastingaangifte 2018

Vanaf 1 maart 2019 kan het weer, aangifte inkomstenbelasting doen voor het jaar 2018. Dus afgelopen weekend ben ik er samen met Vriendin even voor gaan zitten. Eventjes maar, meer was niet nodig. Ik had keurig alle fiscale jaaroverzichten verzameld en heb alles gecontroleerd. Maar alles was vooringevuld en alles klopte, daar hoefde ik dus niets meer aan te doen.

Er was maar één gegeven dat ik zelf in moest vullen, en dat is ons aandeel in het eigen vermogen van de Vereniging van Eigenaren van ons pand. Maar dat kan de Belastingdienst ook niet weten. Onze fiscale situatie is dan ook erg simpel. We hebben allebei één inkomen, we hebben samen een huis en een hypotheek, en we hebben allebei één of meer spaarrekeningen en beide een beleggingsrekening. Geen ingewikkelde lijfrentes, kinderen, alimentaties of aftrekposten of dat soort dingen.

We hebben nog even zitten “spelen” met de verdeling van de verschillende posten over Vriendin en mijzelf. Uiteindelijk hebben we zeven varianten uitgeprobeerd: 100% bij mij danwel Vriendin, 50/50, 60% bij mij en 40% bij Vriendin en andersom, en 75% bij mij en 25% bij Vriendin en andersom. Dat leverde nog behoorlijke verschillen op. Het verschil tussen 50/50 en 60/40 was 1 Euro, en dat waren de varianten waarbij we het meeste terugkregen. Dus uiteindelijk hebben we de 50/50 variant ingestuurd. Klaar.

We krijgen overigens meer terug dan ik verwacht had. Toen ik dat nakeek en vergeleek met vorig jaar, bleek dat een heel eenvoudige reden te hebben. Dividend. Vriendin en ik hebben allebei op onze beleggingen in 2018 veel meer dividend ontvangen dan in 2017. En dus ook veel meer dividendbelasting afgedragen. Die nu weer afgetrokken wordt.

En nu gaan we maar weer afwachten. Vóór 1 juli krijgen we bericht, heeft de Belastingdienst beloofd. Dat is ze vorig jaar ook gelukt. Met een voorlopige aanslag. Want ik wacht nog steeds op de definitieve aanslagen voor 2015 en 2016 (de jaren in het Verre Warme Land) en 2017. De vrienden van de Belastingdienst hebben nog een jaar om een definitieve aanslag op te leggen voor die jaren, dus ik wacht het maar even rustig af.

Heb jij jouw belastingaangifte al gedaan?

Energie, Water en de bolling van LED-lampen

Sommige mensen schrijven wekelijks of maandelijks over hun energie- en waterverbruik. Dat doe ik niet. In Huize Geldnerd denken we in kwartalen. Aan het einde van elk kwartaal noteer ik alle meterstanden, daar staat een reminder voor in mijn agenda. En uiteraard noteer ik ze ook als ons om een meterstand gevraagd wordt voor de jaarafrekening. Aan slimme meters doen we niet in Huize Geldnerd. Die is ons overigens ook nog niet aangeboden, maar als dat gebeurt zullen we die waarschijnlijk weigeren uit privacy-overwegingen.

In het Verre Warme Land noteerden we de meterstanden wel elke maand. Daar waren elektriciteit en water overigens een factor 5 – 10 duurder dan in Nederland. Het is natuurlijk wel fijn om te beseffen dat we hier nog steeds relatief weinig betalen voor zulke belangrijke voorzieningen. Onze elektriciteit en ons gas hier in Geldnerd HQ komt via GreenChoice. Beide zijn groen, om principiële redenen. Dat contract hebben we in het derde kwartaal van vorig jaar ook voor drie jaar verlengd. Met de stijgende prijzen ben ik daar op dit moment wel blij mee, ons termijnbedrag is alleen verhoogd vanwege de stijgende belastingen.

Verbruik

Allereerst is het tijd voor het bekennen van weer een zware zonde. Het eerste jaar dat wij in Geldnerd HQ woonden (2017) heb ik de meterstanden niet bijgehouden. Ik heb een meterstand van de oplevering en een meterstand één jaar later, toen die voor het eerst door de leverancier werd opgevraagd voor de jaarafrekening. Dat is natuurlijk helemaal niet bewust en zuinig en zo. Ik heb het verbruik per kwartaal van 2017 wel gereconstrueerd, door dezelfde verhouding te gebruiken als tussen de kwartalen van 2018. Maar hier zal dus een onnauwkeurigheid in zitten.

Hoe ziet dat er dan uit per kwartaal? Nou, zo:

Wat mij meteen opvalt is de behoorlijke stijging van ons elektriciteitsverbruik van 2017 naar 2018. Daar heb ik niet meteen een verklaring voor, behalve dat zowel Vriendin als ik meer thuis zijn gaan werken. Het is wel iets om in de gaten te gaan houden, ik ga de komende periode op zoek naar de oorzaken. Er staan hier een modem, router en server continu te draaien, met twee WIFI-points. Onze keukenapparatuur, wasmachine en TV zijn minder dan 3 jaar oud, dat zouden geen grote ‘slurpers’ mogen zijn. Wel heb ik in december voor het eerst de diepvries ontdooid en schoongemaakt, daar kwam een halve gletsjer aan ijs uit. En we zijn de droger (onze wasmachine is een ‘combi’) vaker gaan gebruiken

Uiteraard heb ik ook nog even gekeken naar de vergelijkingsgetalletjes van het NIBUD. Voor een huishouden van twee personen is het gemiddelde elektriciteitsverbruik 3.005 Kwh, het verbruik aan gas is voor ons soort huis gemiddeld 1.350 m3 en voor water is dat 93 m3. Per jaar, uiteraard.

Hieronder heb ik het jaarverbruik voor 2017 en 2018 nog even in een grafiek gezet, en vergeleken met de NIBUD-cijfertjes.

Dan valt op dat ons elektriciteitsverbruik inderdaad behoorlijk hoger is dan gemiddeld, wij zitten voor 2018 volgens het NIBUD op het gemiddelde verbruik van een driepersoons huishouden. Gas doen we dan wel weer goed, we zaten in 2018 zo’n 40% onder het gemiddelde verbruik voor ons soort woning. Dat mag ook wel, we werken allebei voltijds (met een of twee thuiswerkdagen per week, dat wel). We stoken eigenlijk alleen de woonkamer en badkamer. In andere ruimtes draaien we de verwarming alleen omhoog als we er langdurig verblijven, voor de rest staan ze op de Vorstbeveiliging. Ik denk nog wel na over isolatie van de kruipruimte. Ook overwegen we een extra deur in de hal, of een tochtgordijn. En wat verder nog verbeterd kan worden zijn gordijnen in de woonkamer, om de warmte op koude avonden beter binnen te houden.

Ook ons waterverbruik is in 2018 hoger dan verwacht zou mogen worden. Maar daar is wel een logische verklaring voor, want vanaf september tot ver in het vierde kwartaal heb ik de tuin behoorlijk moeten besproeien om ons plantgoed een goede start te geven. Ook hebben we door de erg warme zomer vaker gedoucht dan normaal. En Vriendin bekent ook dat ze houdt van langer dan gemiddeld douchen en regelmatig badderen. Vooralsnog ben ik niet van plan om te gaan douchen met een keukenwekkertje erbij… Overigens schreef het Algemeen Dagblad vorige week over de prijzen van gas en elektriciteit in Nederland, die (je raadt het al) tot de hoogste van Europa behoren.

De bolling van LED-lampen

Maar hoe zit het nu met die bolling van die LED-lampen, waar het over gaat in de titel van deze blogpost? Dat zal ik uitleggen. Geldnerd HQ is voorzien van 34 (!) halogeen inbouwspotjes, 28 grotere en 6 kleinere. Allemaal voorzien van halogeen-lampjes. In het kader van verduurzaming en energiebesparing en zo ben ik op zoek gegaan naar vervangende LED-lampen die passen in de inbouwarmaturen. Want als je die inbouwarmaturen ook moet vervangen, wordt het een kostbare en arbeidsintensieve exercitie. Dus ik op zoek via het internet. Aansluiting (GU10), wattage, lichttemperatuur, kelvin, lumen, alles heb ik vergeleken. En ik heb ze gevonden. Maar gelukkig heb ik er eerst 2 besteld, en niet meteen 34. Want toen ze binnenkwamen, en ik een ‘proefplaatsing’ wilde doen, merkte ik een groot verschil. Het LED-lampje was veel hoger en had een heel andere bolling. En paste dus niet. Zoals je kunt zien op onderstaande foto. Links de ‘oude’ halogeenlamp, rechts de LED-variant.

Inmiddels heb ik gelukkig een LED-lamp gevonden die wel past. En dan zie je weer hoe groot prijsverschillen kunnen zijn. Bij een lampenwinkel in Geldnerd City kost die LED-lamp € 19,95 per stuk. Online vind ik prijzen die variëren van € 9,10 tot € 24,- per stuk….

Hoe zit het met jouw elektra, gas en water? En met jouw LED-lampen?

Bijdrage in de gezamenlijke huishouding

Geldnerd en Vriendin zijn niet getrouwd. Dat is ook logisch, anders zou ze wel Echtgenote heten op dit blog. Wij hebben wel een Samenlevingscontract. Dat hebben we ooit afgesloten toen we vertrokken naar het Verre Warme Land, en een aantal dingen netjes wilden regelen. Dat vonden we toen best wel een dingetje. We hebben er goed over nagedacht. En onlangs constateerden we dat het model nog steeds goed voldoet.

Twee zaken waren de basis van dit contract. Ten eerste de wens om zoveel mogelijk gescheiden financiën te houden. Dat is voor ons allebei een belangrijk element. Voor Vriendin omdat ze het belangrijk vindt om financieel zelfstandig te zijn. Voor mij omdat ik al een huwelijk in gemeenschap van goederen achter de rug heb.

De tweede basisvoorwaarde is de wens om onze uitgaven en bezittingen eerlijk met elkaar te delen. ‘Eerlijk’ hebben we als volgt gedefinieerd: De kosten van het huishouden (inclusief hypotheekrente) verdelen we naar draagkracht, oftewel naar verhouding van onze reguliere netto maandsalarissen. Alle andere uitgaven, zoals de (reguliere en extra) aflossing op de hypotheek, vakanties en overige aankopen (inrichting, tuin) verdelen we gelijk, we betalen allebei de helft. Daarmee is bijvoorbeeld ons huis dus ook echt voor de helft van Vriendin en voor de helft van mij.

Jaarlijks, nadat het salaris van januari is gestort, maak ik een nieuwe berekening. En als ons salaris tussentijds verandert passen we de bedragen ook aan. Ik kijk dan naar wat we in het voorgaande jaar uitgegeven hebben, en naar de verwachtingen voor dit jaar. De meeste maandbedragen zijn al wel bekend, we hebben inmiddels de WOZ-waarde en bijbehorende belastingen van gemeente. Ik wacht alleen nog op het waterschap, maar daar kan ik met de bedragen van afgelopen jaren wel een gooi naar doen. De boodschappen kan ik nu ook wat nauwkeuriger budgetteren, na mijn recente analyse van de boodschappen in de afgelopen twee jaar.

Voor wat betreft de aflossing van onze hypotheek hebben we in Huize Geldnerd een mooie afspraak. Zoals bekend bij regelmatige lezers hebben wij een lineaire hypotheek. Daarbij los je elke maand hetzelfde bedrag af, waardoor je elke maand een beetje minder rente betaalt en dus dalende maandlasten hebt. Onze afspraak is dat we het totaalbedrag aan rente en aflossing ‘vastklikken’ op het niveau van begin 2017. De werkelijke lasten dalen elke maand een beetje, en dat beetje stoppen we in extra aflossen. Dat wordt een sneeuwbal. En sinds vorig jaar lossen we ook maandelijks nog extra af, en ook de besparing die dat oplevert steken we in de sneeuwbal van extra aflossing. Die sneeuwbal is inmiddels € 250 per maand, en groeit elke maand met een aantal euro’s.

Geldnerd en Vriendin verdienen ongeveer evenveel. Dus het verschil in bijdrage is tientjeswerk. Dat is makkelijk, bijvoorbeeld bij een gesprek over het vakantiebudget. Het is niet zo dat één van ons op een luxe cruise zou willen, terwijl de ander zich net een weekje kamperen op de Veluwe kan veroorloven (al heb ik begrepen dat je de kosten van zo’n camping in het hoogseizoen ook niet moet onderschatten…).

Uiteraard is de berekening van de bijdrage ingebouwd in mijn administratiespreadsheet. Dat had al een werkblad met de prognose van de maandelijkse uitgaven. Mijn hypotheekspreadsheet vertelt mij de maandelijkse rentebetalingen en aflossingen. Ik vul de netto salarissen in, en het systeem vertelt ons wat we per persoon bij moeten dragen. De formule is simpel:

In de prognose zijn vakanties en grote aankopen niet meegenomen, die verrekenen we apart. Maar alle huishoudelijke uitgaven zitten er wel in. In de praktijk werkt deze aanpak prima voor ons. In de praktijk zijn er sinds 2016 geen grote verschuivingen geweest. Kostenstijgingen door inflatie zijn gecompenseerd door besparingen, zoals onlangs door het opzeggen van het TV-abonnement. Vroeger, in het Verre Warme Land, was dit een stuk ingewikkelder. Vriendin werd in Nederland betaald en kreeg een inkomen in Euro’s met allerlei toeslagen. Geldnerd had een inkomen ter plekke en in de lokale valuta. We verrekenden elke maand. Daarvoor gebruikte ik de valutakoers van de verrekendatum. Dat heeft nog behoorlijk geschoven, want de verhouding tussen de lokale valuta en de Euro is in de periode dat wij er woonden zo’n 30% veranderd.

Hoe regelen jullie de kosten van de gezamenlijk huishouding?

De boodschappen van Hondje

En voordat jullie er verkeerde gedachten bij hebben: dan gaat het niet over de grote en kleine boodschappen die Hondje deponeert tijdens de dagelijkse wandelingen. Maar wel over de reguliere uitgaven die wij doen ten behoeve van hem. In die zin is deze blogpost een vervolg op mijn eerdere Boodschappenblog, mede naar aanleiding van een vraag van Project Lonica en van Financial Chipmunk in de reacties bij dat bericht.

Ik heb eerder al eens algemeen geschreven over de kosten van het hebben van een hond, maar dat had nog betrekking op ons verblijf in het Verre Warme Land. En ik heb later nog eens iets geschreven, net na terugkeer in Nederland, over de aanloopkosten, en nog eens een keer hoe hij zijn gewicht nog net niet in goud waard was na zijn jaarlijkse APK-keuring. Eigenlijk schrijf ik best vaak over ons Hondje… Maar hij is dan ook erg belangrijk voor ons!

Aan ons Hondje geven we meer dan 10% van de kosten van onze gezamenlijke huishouding uit. Is dat veel? Ja, best wel. In elk geval veel meer dan het normbedrag van het NIBUD voor honden, zij gaan uit van € 50 per maand en daarnaast € 160 aan jaarlijkse kosten van de dierenarts. Maar er zitten bij ons wel een aantal bewuste keuzes achter.

Maar goed: jullie komen bij Geldnerd om grafieken en cijfers te zien, dus jullie krijgen grafieken en cijfers! Onderstaand allereerst de kosten per maand sinds we terug zijn uit het Verre Warme Land, inclusief gemiddelde. De werkelijke kosten variëren nogal per maand, dat komt (a) doordat we soms dierenartskosten hebben en (b) doordat we eens per 7 weken gemiddeld een zak voer voor hem kopen.

Met afstand het grootste deel van de uitgaven aan Hondje is het abonnement op de uitlaatservice. Geldnerd en Vriendin werken allebei voltijds. Dat zou betekenen dat Hondje van ongeveer 08.00 uur tot ongeveer 18.00 uur alleen is en binnen moet blijven. Dat vinden wij geen leven voor een Hondje, die in het Verre Warme Land gewend was aan buiten zijn en de ruimte hebben. Dus gaat hij elke werkdag met een uitlaatservice op pad. Die haalt hem rond een uur of 10 op bij ons thuis, en neemt hem (met nog een stuk of 10 andere honden) mee naar het bos of het strand. Daar kunnen ze lekker wandelen en spelen. ’s Middags rond een uur of 1 wordt hij weer thuis gebracht. Dan is hij moe, en gaat hij meestal liggen slapen tot een uur of 5. En dan zijn wij alweer bijna thuis ?. In totaal is 59,4% van de uitgaven sinds mei 2016 gedaan voor de uitlaatservice.

Verder constateer ik dat ons Hondje best wel duur is qua medische kosten, 20,3% van de totale uitgaven sinds mei 2016. Naast de vaste jaarlijkse vaccinaties heeft hij nu drie keer een gebitsschoonmaak gehad. Ons Hondje heeft gewoon een erg slecht gebit, dat had hij al toen we hem op 6-jarige leeftijd adopteerden in het Verre Warme Land. Eén keer had hij gevochten en moest zijn oor gehecht worden. En twee keer hebben we een melanoom laten verwijderen, één keer in mei 2016 en één keer recent in januari 2019 (gecombineerd met gebitssanering). Mede daardoor is januari 2019 een erg dure maand geworden.

Daarnaast is 9,7% van de totale uitgaven gedaan aan voer. We gebruiken een vrij duur merk, met alleen vleesinhoud, geen granen. Iets dat zo dicht mogelijk aansluit op het natuurlijke dieet van honden. En dan ook nog in de Senior-variant. Toen Hondje onlangs geopereerd was, mocht hij overigens een week lang alleen gekookte kip en gekookte vis eten. Hij heeft gesmikkeld. Was ook wel een beetje duur, want hij kreeg biologische 3-sterren Beter Leven kippendijfilet. Dat was ook wel een principekwestie. Zelf eten we, die enkele keer dat we vlees eten, ook dat soort vlees. Dan zou het hypocriet zijn als we ons Hondje wel kiloknallers voorzetten. Dat vonden wij in elk geval wel, en het is ons geld en onze keuze om dat hieraan uit te geven.

3,6% van de totale uitgaven is gegaan naar de lokale Hondenbelasting. Dat moeten we betalen, en dat is wel terecht. Want een huisdier is een luxe-artikel. Zeker met dit soort kosten… En de rest is gegaan naar snoepjes, kauwstokjes, speeltje, poepzakjes, halsbanden, mandjes, en andere benodigdheden.

Per categorie per jaar staan de uitgaven in onderstaande grafiek. 2016 betreft dus 8 maanden, omdat Hondje en ik per 1 mei terugkwamen in Nederland.

Heb jij ook een duur huisdier?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden