Ik ben slecht met goede doelen

Het wordt tijd om nog maar eens een bekentenis te doen. Geldnerd is niet zo heel goed met liefdadigheid en goede doelen. Eigenlijk geef ik er heel zelden aan. In het verleden was dat anders. Ik was lid van de nodige ‘goede-doelen-clubjes’. Maar die zijn er door de jaren heen, in de verschillende financiële opruimacties en in de echtscheiding, allemaal uitgegaan. Vriendin daarentegen doet er wel heel veel aan, er gaat bijna geen week voorbij of er ploft hier wel een bedelbrief of een tijdschrift van een van haar goede doelen op de mat. Ik lees elk jaar vooral de overzichtjes met de salarissen die alle directeuren en bestuurders van de verschillende goede doelen verdienen. Om die te betalen heb je al behoorlijk wat donaties nodig… Ik gooi ook mijn oude kleding in de verzamelcontainers van het Leger des Heils. En verder wil ik eerst mijn eigen financiële doelen bereiken.

Eerder heb ik er ook wel eens over geschreven. Toen budgetteerde ik nog gewoon voor goede doelen. Maar zelfs dat doe ik tegenwoordig niet meer. Soms voel ik me er een beetje schuldig over. Ik houd veel geld over en mijn leven is comfortabel en veilig, en tegelijkertijd zijn er mensen die doodgaan, dieren die mishandeld worden, en natuur en milieu die gered moeten worden. Maar er zijn allerlei redenen om wel of niet aan goede doelen te geven. Voor mij heeft dat weinig te maken met de vraag of iemand een ‘goed’ of een ‘slecht’ mens is. En ik voel me ook niet verantwoordelijk voor al het leed in de wereld, maar ik heb wel het voorrecht dat ik het goed genoeg heb om een bijdrage te kunnen leveren aan het verbeteren ervan. Maar dat doe ik maar zelden.

En het kan natuurlijk ook nog goed komen met mij. Misschien ga ik, nadat ik eerder stop met werken, mijn dagen wel vullen met vrijwilligerswerk voor allerlei goede doelen. Of misschien laat ik, als ik dood ga, mijn hele resterende vermogen wel na aan één of meer goede doelen. Ik weet het niet. Gelukkig bevind ik mij in Nederland in goed gezelschap.

Ben jij beter met goede doelen dan ik ben?

Een bril is geen gadget

Mijn blog is er eerst en vooral ook mijn eigen gedachten te ordenen. Dat betekent soms ook dat er gedachten verschijnen die nog niet helemaal ‘rijp’ zijn. Daar werd ik weer eens mee geconfronteerd toen ik onlangs schreef over mijn jaar (bijna) zonder gadgets. In deze blog liepen twee dingen door elkaar: mijn gadgets en mijn grotere uitgaven. Dus in deze blog mijn vervolggedachten.

Ik geef toe, er is de nodige overlap… Dat komt ook omdat ik, naast mijn kledingbudget (waar eerder al veel over te doen was), niet zo heel veel uitgeef. Ik ga wel eens met iemand naar de kroeg of een hapje eten. En ik heb een budget voor uitstapjes en vakanties. Maar dan heb je de grote uitgaven wel gehad. Behalve dus die andere categorie grote uitgaven die periodiek terugkomen: mijn gadgets en mijn bril…

En ik geef ook toe, ik heb een dure smaak. ‘Duur fruit’, zoals Chris van The Pursuit of Hot opmerkte. Als ik iets koop, dan koop ik ook iets met specificaties waardoor het lang(er) mee kan. Ik koop echt niet elke nieuwe telefoon die uitgebracht wordt, maar ben van de iPhone 5S naar de iPhone 8 gegaan. En dan alleen nog omdat de 5S er technisch mee ophield (maar gelukkig nog goed genoeg was om de inruilkorting te krijgen). En waar ik vroeger elke twee jaar een nieuwe laptop kocht (ik houd mijn uitgaven bij sinds 2003, dus dat was makkelijk na te zoeken…), gaat de machine waar ik dit stukje op zit te tikken nu alweer bijna 4 jaar mee. Langzaamaan veranderen er dus wel dingen in mijn consumentengedrag. Maar ook voor die laptop geldt: als er een nieuwe komt, dan wordt het een model met stevige specificaties en een dito prijskaartje. Omdat ‘ie dan langer meegaat, en geen belemmering is voor de hobby’s en experimenten die ik ermee uitvoer.

Mijn budget voor gadgets is mijn ‘pretgeld’. Mijn ‘quality of life’ geld. Omdat ik gewoon geen zin heb om supersober te leven. Maar ook nu wil genieten van de mooie dingen van het leven. Daarin maakt iedereen z’n eigen keuzes.

In dat licht las ik laatst een interessant stukje bij Budgets Are Sexy. iPhone gebruikers zijn sowieso geneigd om meer uit te geven dan Android gebruikers. Al denk ik zelf eerder dat het omgekeerd is. Je bent geneigd om meer uit te geven, dus ben je bereid meer te betalen voor een smartphone. Alhoewel het prijsverschil tussen de topmodellen van Samsung en Apple natuurlijk heel beperkt is, die twee houden elkaar overduidelijk goed in de gaten. Maar in het Android-kamp heb je ook (veel) goedkopere modellen, dus dan is meer spreiding in de antwoorden ook waarschijnlijker. Het artikel meldde overigens ook dat iPhone-gebruikers 27% meer kans hadden om ‘erg gelukkig’ te zijn met hun leven, en meer geneigd waren gelukkig te zijn in een relatie. Maar goed, ik heb hier geen zin om in te gaan op het verschil tussen ‘correlatie’ en ‘causaal verband’, dat kan Mariimma veel beter dan ik.

En die bril? Tsja… Daar spelen twee overwegingen een rol. De eerste is dat mijn ogen gewoon niet best zijn. Zware afwijking, cilinder, en vanwege de leeftijd ook varifocus. Als je dan niet jampotjes wilt lopen, zijn de glazen duurder dan gemiddeld (extra dun, krasbestendig, dat soort dingen). Kunnen ze goedkoper dan ik nu heb? Vast en zeker! En dat geldt ook voor mijn montuur. Maar daar speelt ook een beetje ijdelheid een rol. Mijn omgeving, en vooral ook Vriendin en Hondje, moeten er elke dag tegenaan kijken. Zelf hoef ik er alleen maar doorheen te kijken. Dan vind ik wel dat die bril er, ook na 21/2 jaar dagelijks gebruik, nog goed uit moet zien. In het verleden heb ik hier wel eens op bezuinigd, maar daar ben ik van teruggekomen. Mijn ogen zijn belangrijk, ze maken het mij mogelijk om naar deze wereld te kijken. Daar heb ik dat geld graag voor over.

De bril is voor mij dus een ‘must’. De gadgets zijn ‘wants’. Maar wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ik er bewust voor kies om hieraan het geld uit geven dat ik doe. Daar mag iedereen verschillend over denken, ik ben erg blij dat ik me daar niets van aan hoef te trekken.

Denk jij bewust na over jouw uitgaven?

Duurder dan een huwelijk

201610-echtscheidingHet rommelt in de huwelijken in FIRE-land, lijkt het. Echtscheidingen. Afgelopen jaar zie ik achtereenvolgens Lineaire Hypotheek Versneld Naar Nul, Amber Tree Leaves en Geld Is Tijd deze stap doorgaan. En het gebeurde ook mij een aantal jaren geleden.

Een bruiloft is voor de meeste mensen een duur iets. Jurk, pak, locatie, feestje, bijzondere auto, huwelijksreis, noem de uitgaven maar op. Maar er is een ding aan het huwelijk mogelijk nog duurder: een echtscheiding. Iedereen, ook ik, begint aan het huwelijk met de gedachte ‘dat gebeurt ons niet’. Maar in de praktijk eindigt inmiddels zo’n 40% van de huwelijken in een echtscheiding.

De beslissing om te gaan scheiden was voor ons heel emotioneel. En emoties zijn meestal niet echt een goede basis voor financiële beslissingen. Het duurde dan ook even voordat we samen bij een mediator zaten. Dat was overigens een goed besluit dat ik iedereen in een vergelijkbare situatie kan aanbevelen. Als het even kan, gebruik een mediator. Twee advocaten zijn duur en hebben soms ook het belang om hun urenmetertje te laten lopen.

Ex en ik waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Daar hadden we niet echt over nagedacht, dat deden we gewoon. Het was destijds ook niet echt iets waar we over wilden discussiëren. Dat was niet romantisch. Een ding weet ik zeker: in gemeenschap van goederen trouw ik nooit meer, ook niet als de tegenpartij miljonair is.

Gelukkig hadden wij financieel alles op orde en helder in beeld. Dat maakte het gesprek over de verdeling gemakkelijker. En onze pensioenopbouw was ook vrijwel identiek, dus we konden afzien van verevening. We worden dus niet na onze pensionering nog een keer met onze echtscheiding geconfronteerd.

Ons huis stond niet onder water, dat hielp ook. En we hadden het gekocht en gefinancierd op één inkomen. Dat betekende dat mijn ex er kon blijven wonen. Zij werkte in onze woonplaats. Ik werkte elders in Nederland en ben dus verhuisd om dichter bij mijn werk te gaan wonen.

Terugkijkend hebben we een relatief eenvoudige echtscheiding gehad. Geen vervelende alimentatieverplichtingen. Geen financiële problemen. Maar niet iets om nog een keer over te doen.

Hoe is jouw echtscheiding verlopen?

Het jaar zonder gadgets?

Naar aanleiding van mijn blog over mijn krappe liquiditeit heb ik nog eens teruggekeken op en nagedacht over mijn grote uitgaven. Want ik realiseer me dat ik in mijn financiële planning voor 2018 heel optimistisch twee grote uitgaven gestapeld heb, namelijk mijn bril en een nieuwe laptop. Dat is, in één jaar, misschien wat teveel van het goede.

Terugkijkend in mijn administratie zie ik een aantal terugkerende grote uitgaven. Dat zijn eigenlijk vooral mijn gadgets, of liever gezegd: <mezelf voor de gek houden AAN>de technologie die het leven een stuk aangenamer maakt, die gewoon noodzakelijk is anno 2018, waar ik echt niet zonder kan<mezelf voor de gek houden UIT>.

Gadget20142015201620172018
Laptop1.750    
Server  1.500  
Smartphone800  1.000 
Tablet750    
Bril 1.750  1.750

Cashflowtechnisch gaat dat dus niet helemaal goed, als ik mijn twee grootste periodieke uitgaven ‘laptop’ en ‘bril’ in hetzelfde jaar laat vallen. Ik heb al mijn gadgets begin 2014 in één keer vervangen, toen we naar het Verre Warme Land vertrokken. Dat betekent dat zowel mijn laptop als mijn tablet in januari 2019 al 5 jaar meegaan. De telefoon is in 2017 vervangen wegens overlijden, en de huidige server is er in 2016 al gekomen. Mijn bril is gewoonweg elke 3 jaar noodzakelijk.

In dit overzicht tel ik onze SONOS-apparaten niet mee, realiseer ik me nu. Ook de printer/scanner, de switch, en de WIFI-punten zijn niet meegeteld. Die heb ik eind 2016 allemaal aangeschaft, toen we verhuisden naar Geldnerd HQ. Daarnaast is de recent aangeschafte router niet meegenomen. Dan wordt het toch best nog wel een lange lijst. Maar eigenlijk gebruik ik tegenwoordig al deze apparaten tot ze het echt niet meer doen. Alleen mijn bril, die heeft een vast ritme. Dus ik kan heel moeilijk gaan doen en alles gaan plannen, of het er ook gewoon een beetje op aan laten komen. Gewoon jaarlijks een bedrag opnemen in mijn begroting, en kijken wat er gebeurt.

Dus: zou het lukken? 2018 als eerste jaar zonder aanschaf van gadgets? Geen nieuwe laptop kopen, zoals ik nog van plan was? Hij is niet meer supersnel, maar ik heb ‘m goed opgeschoond en het kan best nog wel even. En heel eerlijk, behalve voor de blog en voor de spreadsheets wordt de laptop niet zo heel veel meer gebruikt. Ja, op mijn thuiswerkdag…

Van de laptop, tablet en smartphone wordt regelmatig een back-up gemaakt. Dus echt bang voor dataverlies hoef ik niet te zijn. Ik zit hooguit een paar dagen zonder apparaat als er eens eentje kapot gaat. En dan komt die laptop in 2019 wel ergens.

En de AirPods dan, zei Vriendin toen ze mijn conceptblog zag? Ja, daar heeft ze een punt. Die heb ik mijzelf eerder dit jaar cadeau gedaan. Dus helemaal gadgetvrij was het jaar bij nader inzien toch niet…..

Heb jij wel eens een jaar waarin je geen gadgets aanschaft?

Rekenmodel FIRE met pensioen voor loonslaven

De meeste modellen voor FIRE die ik op internet tegenkom, zijn gebaseerd op de Amerikaanse situatie. Een belangrijk verschil tussen de Verenigde Staten en Nederland is de pensioenvoorziening. De Amerikanen bouwen (vrijwillig) persoonlijke pensioenpotten op via bijvoorbeeld de systematiek van 401(k). Dat is een van de redenen waarom je op veel Amerikaanse blogs van die enorm hoge eigen vermogens langs ziet komen, want de waarde van die potjes tel je natuurlijk gewoon mee.

In Nederland hebben we (nog) geen persoonlijke pensioenpotten. Die zijn in de huidige discussie over de pensioenhervorming ook erg omstreden. We vinden in Nederland de collectiviteit, het samen delen van de risico’s zodat iedereen een min of meer gelijke kans heeft op een redelijk pensioen, erg belangrijk. En wij loonslaven (voor ondernemers is het meestal anders) hebben meestal niet een vaststaande pot met geld voor ons pensioen, maar wel de zekerheid van een uitkering van onze pensioendatum tot aan de dood. De hoogte van deze uitkering (en of deze al dan niet geïndexeerd wordt voor inflatie) is dan weer onzeker.

Dat maakt de financiële kant van de FIRE-discussie dan weer wat ingewikkelder voor ons, de loonslaven. Daar heb ik eerder over geschreven, en ook onderstaande grafiek gemaakt. Uitgaande van een bepaalde (onzekere) AOW en pensioenuitkering vanaf een onzekere pensioendatum, heb je vanaf dat moment je vermogen alleen nog nodig als je met AOW en pensioen tekort komt om in je levensonderhoud te voorzien. De rest van je vermogen kun je inzetten om het gat tussen de officiële pensioendatum van jouw pensioenfonds(en), en de datum waarop je stopt met werken, te overbruggen.

Ik ben al een tijdje aan het ‘klooien’ om hier een rekenmodel voor te ontwikkelen. Dat valt nog niet mee, omdat er veel aannames en onzekerheden in zitten. Onlangs had ik hier een interessante mailwisseling over met lezer Sam. En hierbij dus mijn eerste poging. Ik reken op een storm van kritiek, opmerkingen en aanvullingen, zodat ik dit model verder kan verbeteren. Voordat je verder leest even een waarschuwing: hier deel ik weer een nerdy spreadsheet.

Vooraf: het is een eenvoudig model. Het houdt bijvoorbeeld nog geen rekening met partners, het is een individueel model. Ook houdt het geen rekening met derde-pijler pensioenen. De uitdaging voor mij zat ondermeer in het programmeren van de grafiek. Die heeft meerdere series, en combineert meerdere types (lijnen en kolommen) in één grafiek. Dat gaat me goed van pas komen als ik binnenkort verder werk aan mijn Dashboard.

Het model redeneert vanuit een huidig jaar, en wil uiteraard ook weten wat je huidige vermogen is. Andere relevante factoren in het model zijn ondermeer de verwachte gemiddelde jaarlijkse inflatie. De afgelopen 25 jaar was dat ongeveer 2,2% per jaar. Verder het verwachte gemiddelde rendement op je vermogen, daar ga ik uit van 6,0% per jaar. En het AOW-bedrag dat je jaarlijks verwacht te ontvangen. Daar gaat mijn model uit van het standaardbedrag, anders wordt het wel erg ingewikkeld. Ook geef je de datum in waarop je pensioen en AOW uitbetaald gaan worden. Uiteraard kun je al die variabelen zelf naar hartenlust aanpassen.

Apart instelbaar is de verwachte jaarlijkse indexering van de AOW en het pensioen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen 10 jaar ga ik in mijn model maar niet uit van een indexering met hetzelfde percentage als de gemiddelde inflatie. Ik ga maar even uit van een kwart, maar uiteraard is ook dat in te stellen.

Ook gebruikt het model je huidige netto jaarinkomen, en ook moet je een verwacht gemiddeld spaarpercentage opgeven. Want zolang je nog werkt kan het vermogen harder groeien dan alleen door het rendement… Heel optimistisch kun je ook een percentage ingeven voor de verwachte jaarlijkse stijging van je salaris, voor zolang je nog werkt.

Daarna wordt het al iets ingewikkelder. Ieder Uniform Pensioen Overzicht (UPO) geeft aan hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd als je nu zou stoppen met werken. Dat is een belangrijk getal. Dat kun je ingeven, met het specifieke jaar dat dat bereikt is. En ook heeft het model jouw meest recente A-factor nodig. Ook die staan ieder jaar in jouw UPO. Daarmee kan het rekenmodel een gooi doen naar het pensioen dat je nog op gaat bouwen totdat je stopt met werken.

Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie.

Je moet ook ingeven in welk jaar je wenst te stoppen met werken. En hoeveel geld je jaarlijks nodig denkt te hebben nadat je stopt met werken. Dat doe je in Euro’s van vandaag. Met behulp van de inflatie rekent het model zelf uit hoeveel Euro je dan jaarlijks nodig hebt vanaf het jaar dat je daadwerkelijk stopt. En tenslotte werk ik met een levensverwachting.

Levensfasen

Het model kent eigenlijk drie fasen in jouw financiële leven:

  1. De opbouwfase. Dit is de fase waarin je werkt, en inkomen hebt, en een deel daarvan overhoudt en toevoegt aan je vermogen. Ook bouw je in deze periode pensioen op.
  2. De op-eet fase. Dit is de fase waarin je gestopt bent met werken, maar nog geen AOW en pensioen ontvangt. Je leeft dus volledig van je opgebouwde vermogen.
  3. De pensioenfase. Die start in het jaar dat AOW en pensioen voor het eerst uitbetaald worden. Vanaf dat moment leef je van pensioen en AOW, aangevuld met de rest van je vermogen.

Het model gaat er van uit dat je niet de behoefte hebt om vermogen over te houden. Slecht nieuws dus voor je potentiële erfgenamen. En het model gaat er ook van uit dat je blijft beleggen.

Opbouwfase

Het ligt voor de hand, in deze periode kijkt het model vooral naar je vermogensopbouw. Wat blijft er over als spaarpercentage, en hoe rendeert dat. Daarbij wordt de salarisstijging meegenomen. Het model gaat er hierbij van uit dat de inflatie al meegenomen is in het verwachte jaarlijkse rendement.

Op-eet Fase

Je hebt geen inkomen meer, want je bent gestopt met werken. Je pensioenopbouw is gestopt, die groeit dus alleen nog maar met de verwachte jaarlijkse indexering. Je leeft dus van je vermogen. Op basis van het bedrag dat je nu denkt jaarlijks nodig te hebben, aangepast met de jaarlijkse inflatie. Ieder jaar heb je dus een beetje meer nodig om van te leven.

Je vermogen blijf je wel actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.

Pensioenfase

Je inkomenssituatie verandert op het moment dat je AOW en pensioen uitbetaald gaan worden. Beide zijn in het model gegroeid met de verwachte jaarlijkse indexering. Ze kunnen overigens verschillende startdatum hebben.

Het bedrag dat je jaarlijks nodig denkt te hebben blijft hetzelfde als in de Op-eet Fase, en groeit jaarlijks met de inflatie. Waarschijnlijk worden deze deels gedekt met AOW en Pensioen. Het restant moet je ook weer aanvullen met vermogen. Je vermogen blijf je actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.

Hoe werkt het?

Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop FIRE Calculator, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het Dashboard.

Met de knop Clean Up wordt het werkblad Data leeggemaakt, en de grafiek weer verwijderd. Het is aan te raden dat steeds te doen na het aanpassen van één of meer parameters, voordat je opnieuw op FIRE Calculator drukt.

Op het werkblad Data staan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf. Pillar 1 is de AOW, Pillar 2 je opgebouwde pensioen. Met Pillar 3 wordt (nog) geen rekening gehouden, en Pillar 4 is de aanvulling die je uit je vermogen haalt. De kolom Withdrawal is het bedrag dat je jaarlijks nodig hebt om van te leven, aangepast voor de inflatie. Aan de rechterkant kun je zien wanneer de verschillende fasen beginnen (Opbouwen, Opeten, en Pensioen).

Grafiek

De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op.

Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is je hele inkomen in de Op-eet Fase, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de Pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Ik zei het al eerder: Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie. Maar het geeft veel stof om over na te denken. hoeveel geld heb je echt nodig in de verschillende fasen van je financiële leven? Welk rendement verwacht je? Wat doet de inflatie, en de belastingen? Worden je pensioen en je AOW geïndexeerd? Hoe ontwikkelt je salaris zich? En wat gebeurt er met je FIRE datum in die verschillende scenario’s?

Je kunt de meest actuele versie van de FIRE Calculator vinden op mijn Downloads-pagina.

Het model bevestigt mijn eerdere eigen berekeningen, maar mijn FIRE datum houd ik lekker geheim. Wat is jouw FIRE datum?

Irrationele beslissingen

De weg naar financiële vrijheid is geplaveid met gevechten tegen je gevoel en je onderbuik. FOMO (Fear Of Missing Out) en YOLO (You Only Live Once) zijn twee voorbeelden van menselijke emoties die je veel geld kunnen kosten. Mijn eigen beleggingsblunders vallen ook in die categorie. Hebzucht komt je duur te staan. Soms vind ik mijn onderbuik dan wel weer een goede raadgever. Als iets slecht voelt, dan doe ik het niet. Ik wil iets rationeel begrijpen en het moet ook goed voelen.

En soms weet ik het gewoonweg niet. Zoals deze week. Ik heb nog een vrij-opneembare-spaarrekening-met-hoge-rente, die ik gebruik als rekening voor mijn buffer. De rekening is bij een andere bank dan waar ik mijn lopende rekening aanhoud. Nu is dat ‘hoge-rente’ natuurlijk relatief. De rente was ‘vroeger’ relatief hoog. Nu is ‘ie nog steeds 8 keer de rente bij mijn ‘lopende bank’ (0,25% versus 0,03%), maar dat is nog net het verschil tussen ‘niets’ en ‘helemaal niets’. Tot nu toe heb ik dit jaar € 45 aan rente opgebouwd, dat zou dus ongeveer € 67,50 zijn voor het hele jaar. Dat is, in een gemiddeld jaar met 7% rendement, de equivalent van € 1.000 extra in mijn beleggingsportefeuille.

Afgelopen weekend heb ik een bedrag van mijn bufferrekening overgemaakt naar de lopende rekening. Iets met liquiditeit gladstrijken en geplande uitgaven voor de tuin. En toen gebeurde er iets dat mijn onderbuik triggerde. Het geld verscheen maandag niet op mijn lopende rekening. Maar pas dinsdagochtend. En dat ergert mij. Mijn verwachtingspatroon anno 2018 is hoger dan dat. Ik weet dat het, door trage ontwikkelingen bij grote systemen als het bankwezen, nog even duurt voordat het een kwestie van seconden is. Maar ‘op-zaterdag-de-boeking-doen-en-op-dinsdagochtend-om-09.00-uur-het-geld-op-de-rekening-zien’ voelde wel erg slecht. En toen bedacht ik me: zolang de rente zó laag is, waarom haal ik dat geld dan niet gewoon terug naar de huisbank? Want die paar tientjes maken het verschil niet.

Volkomen irrationeel, ik weet het. Want 10 jaar die 6 tientjes is wel weer een leuk bedrag. Maar nogmaals, ook weer niet meer dan nu € 1.000 extra op de beleggingsrekening zetten met een voldoende lange tijdshorizon. Eén nadeel van het terughalen kon ik al wel verzinnen. Het geld is dan makkelijker toegankelijk, de drempel om aan de buffer te komen wordt wel lager. Maar dat is ook het enige bezwaar dat ik op dit moment kan verzinnen.

Dat we niet denken dat mensen die financiële onafhankelijkheid nastreven, geen financiële problemen hebben… Het zijn andere problemen, dat wel.

Hoe ga jij om met emoties rond je financiën?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden