Gewicht in goud

Ik ben dol op reacties bij mijn berichten. Die zetten me aan het denken. Onlangs ook het commentaar van Marjolein bij mijn bericht over ons Hondje. Haar hondje is z’n gewicht in goud waard. En mijn brein schakelde direct: is dat ook in werkelijkheid het geval? Vandaag is ons Hondje jarig, hij wordt negen jaar oud! Een goede reden om hier een blogje aan te wijden.

Zijn gewicht was afgelopen week 7,1 kilo. En de goudprijs was dit weekeinde € 36.085 per kilo. Als ons Hondje van goud was, zou zijn waarde dus € 256.203 zijn..

Ons hondje is medio 2014 bij ons komen wonen. Vanaf dag 1 heb ik de uitgaven bijgehouden op een aparte grootboekrekening in mijn administratie. Eerst in de valuta van het Verre Warme Land, en sinds vorig jaar in onze eigen Euro. Ik kan het dus vrij eenvoudig bij elkaar optellen. Hondje heeft ons tot vandaag € 6.714 gekost.

Dat haalt hij dus nog niet, letterlijk zijn waarde in goud. Maar figuurlijk wel. Meer dan dat, zelfs.

Is jouw huisdier z’n gewicht in goud waard?

Volg mij?

Zelf gebruik ik BlogLovin’ om weblogs te volgen, maar ik weet dat veel mensen dat via Facebook doen. Dus heeft Geldnerd nu ook een Facebook-pagina, die je kunt ‘liken’ en ‘volgen’. Op de Facebookpagina verschijnen automatisch berichtjes als er een nieuw bericht op mijn blog staat. Ik ben nog aan het nadenken of en hoe ik er nog meer functionaliteit aan toe ga voegen.

Ga jij mij ook volgen?

Huis op de balans

Ieder jaar maak ik een balans, vooral om de meerjarige ontwikkeling van mijn vermogen in de gaten te houden. Ons huis is een belangrijke component van deze balans. Ik neem het huis dan ook mee in mijn vermogen. Want het heeft waarde, die ik (zij het met enige inspanning en tijd) kan verzilveren. Tegen welke waarde is een vraag. Per 31 december 2016 was dat eenvoudig, want dat was iets meer dan een maand na de overdrachtsdatum. Daar heb ik dus gewoon de koopprijs gebruikt.

Maar ik neem het huis niet mee in de berekeningen voor mijn financiële onafhankelijkheid. Daarin neem ik alleen geld mee dat inkomen kan genereren en/of dat ik kan gebruiken als inkomen. En dat doet het huis niet. In die berekeningen telt het huis inderdaad mee als last.

Vraag is natuurlijk hoe dit huis te waarderen op mijn balans. Dat bedrag moet feitelijk zeggen: hoeveel zou het huis opleveren als ik het op de balansdatum zou verkopen? Aan de ene kant wil ik mezelf niet rijk rekenen met een enorm hoge verwachte verkoopprijs. Aan de andere kant wil ik mijzelf natuurlijk ook niet tekort doen. Ik wil een reëel beeld van mijn vermogen op de balansdatum, en dus ook een reëel beeld van de waarde van het huis.

Hoe ik dat precies ga doen weet ik nog niet. In het verleden hield ik de verkoopprijzen van vergelijkbare appartementen in de gaten maar dat is me te arbeidsintensief. En dat werkte misschien toen ik in een groot complex met 80 redelijk vergelijkbare appartementen woonde, maar dat is nu niet het geval.

Met een WOZ-waarde loop ik voor mijn gevoel weer te ver achter de feiten aan, want dat is dan weer een peildatum van een jaar geleden. Dus ik zoek nog een tussenvorm. Maar daarmee wil ik, zolang we in het huis wonen, wel jaarlijks een gevoel krijgen bij de totale baten en lasten van het wonen in dat huis.

Hoe nemen jullie de waarde van je huis mee in de berekening van je vermogen?

Nota bene: inmiddels waardeer ik mijn woning op basis van de WOZ. Ik heb er nog een uitgebreid artikel aan gewijd.

Het domein van de Rijken

  • Berichtcategorie:Wonen

De grote stad wordt het domein van de rijken, schreef de NRC gisteren. Alleen wij (want tsja, ook ik heb samen met Vriendin een koophuis in een grote stad, deels gefinancierd met eigen geld) kunnen een koophuis in de stad nog betalen, en dan eigenlijk alleen maar als we eigen geld meebrengen. Aanleiding voor het artikel is een rapport van De Nederlandsche Bank (DNB) van eerder deze week. DNB noemt het nog geen bubbel en signaleert dat de banken terughoudender zijn met financiering dan voor de crisis (daarbij deels geholpen door strengere regelgeving), maar een tweedeling is het wel.

Geldnerd ziet het ook om zich heen. Huizen hier zijn duur, een vraagprijs van € 4.000 per vierkante meter is de norm op dit moment. Ze worden ontzettend snel verkocht. Als ze op Funda verschijnen en er staat niet binnen een week dat ze ‘onder voorbehoud verkocht’ zijn, dan is er wel wat aan de hand. Het is ook weer normaal dat er ‘kijkuurtjes’ zijn waarbij je tevens je envelopje mag inleveren. Mensen zonder eigen vermogen en/of met kinderen ‘ontvluchten’ de grote stad. Ze gaan naar de ‘slaapsteden’ om onze grote stad heen, naar de jaren 70/80/90 of nog recentere nieuwbouwwijken. Je woont niet in ‘de stad’, maar een huisje met een tuintje is er nog betaalbaar (of in elk geval: minder onbetaalbaar).

Het is geen nieuw fenomeen. Geldnerd herinnert zich ook eerdere grote verschuivingen op de woningmarkt waarbij dit gesignaleerd werd. De stad wordt er nou ook niet meteen eenzijdiger van. Je krijgt wel een groter contrast tussen de ‘rijke wijken’ met koopwoningen en de ‘arme wijken’ met huurwoningen, en dat is nou niet meteen bevorderlijk voor een stad. Het wordt er allemaal een beetje onevenwichtig van. In die zin kijk ik wel met interesse naar de WoonVisie die een tijdje geleden gelanceerd is in Rotterdam. Daar was (is) een hoop gedoe over, en in de berichtgeving gaat het vooral over de voorgenomen sloop van (goedkope en verouderde) huurwoningen. Maar het achterliggende doel is volgens mij wel heel goed, namelijk zorgen voor een meer gevarieerd woningaanbod in Rotterdam. Daarmee getuigt Rotterdam wel van lef, en daar kunnen veel gemeentes volgens mij nog wel een voorbeeld aan nemen.

Vaak trek ik de vergelijking met de streek waar ik opgegroeid ben. Die is helemaal aan de andere kant van Nederland, en de woningmarkt ziet er daar heel anders uit. Het gebied is een van de krimp-regio’s van Nederland. De bevolking krimpt er. Dat blijf ik een bizar fenomeen vinden (want Nederland als geheel groeit nog wel), maar het is tegelijkertijd wel verklaarbaar. Wat de arbeidsmarkt is ‘daar in de provincie’ heel anders dan ‘hier in de grote stad’. Vriendin en ik hebben het er wel eens over, om terug te verhuizen naar die kant van het land, maar het vinden van een goede baan (laat staan twee banen) op ons niveau is daar gewoon heel erg lastig. Tegelijkertijd zie ik dat in het dorp waar ik ben opgegroeid heel veel woningen te koop staan, en tegen veel lagere prijzen dan hier in ‘de grote stad’. Voor het bedrag waarvoor wij hier ons appartement van 165 vierkante meter gekocht hebben, koop je daar een vrij gelegen boerderij met een woonoppervlak van 325 vierkante meter, met 3.000 vierkante meter grond. Tsja, wat laat je dan het zwaarste wegen?

Hoe kijk jij naar de woningmarkt?

Weten is nog geen doen

De overheid verwacht nogal wat van de burgers in Nederland. We moeten zelfredzaam zijn. Liefst zo lang mogelijk, want dan zijn we goedkoop. De overheid hoeft dan namelijk minder geld te besteden in ons begeleiden en verzorgen. We moeten assertief en pro-actief zijn, en zelf op zoek gaan naar informatie. We moeten ons goed informeren en zelf afgewogen keuzes kunnen maken. En liefst moeten we ook digitaal vaardig zijn. Want via internet kan het allemaal sneller en goedkoper.

De zelfredzame burger was de hoeksteen van de Participatiesamenleving. Die term werd door de regering in de Troonrede van 2013 geïntroduceerd. We moesten met z’n allen de transitie maken van de klassieke verzorgingsstaat naar de Participatiesamenleving. Dat werd dan ook het woord van het jaar 2013. Overigens is het in de jaren daarna erg stil gebleven rond dit begrip. Blijkbaar valt het allemaal toch een beetje tegen. Uiteindelijk (b)leek het toch vooral een excuus voor miljardenbezuinigingen op de collectieve regelingen zoals de verzorgingshuizen, de bijstand, de AWBZ, de AOW en de thuishulp.

Ook op financieel gebied bewijzen wij burgers voortdurend dat we niet zo zelfredzaam zijn. We kopen (kochten) massaal woekerpolissen, beleggingen in fout hout en niet bestaande windmolens, we slagen er niet in om te sparen en keuzes maken rond het pensioen zijn al helemaal lastig. Uiteindelijk zijn we toch gewoon een diersoort die gericht is op het hier en nu. Verder vooruit kijken is lastig. En voor de overheid is het dus ook lastig om gewenst gedrag te bevorderen. Dat zit gewoonweg niet ingebakken in ons belastingstelsel of in de manier waarop de zorg georganiseerd is.

Een paar weken geleden is er een prachtig rapport verschenen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een adviesclub van de overheid bestaande uit allerlei hooggeleerde (meestal) heren. Ze hebben wel vaker interessante publicaties. Helaas zijn die vaak niet zo heel makkelijk leesbaar, dat zal wel door het hooggeleerde karakter van de raadsleden komen. Maar deze kan ik iedereen van harte aanbevelen, ik heb het afgelopen weekend met veel interesse doorgelezen.

Het rapport heet ‘Weten is nog geen doen‘. Het onderwerp is die zelfredzaamheid van burgers. De overheid kijkt vooral ‘rationalistisch’ naar ons burgers en gaat er van uit dat burgers zichzelf kunnen redden en de informatie die hen wordt aangereikt probleemloos in de juiste actie kunnen omzetten. Maar dat lukt lang niet iedereen en dat ligt lang niet altijd aan ongeletterdheid of een geringe intelligentie. Ook hoogopgeleide mensen kunnen in de knel komen, bijvoorbeeld vanwege vermijdingsgedrag, stressvolle situaties of onvermogen in actie te komen, het hoofd koel te houden en door te zetten bij tegenslag. De WRR introduceert hierbij het begrip ‘doenvermogen’: de vaardigheid om te kunnen plannen, het initiatief te nemen tot de juiste actie en niet toe te geven aan verleidingen. Dat heeft lang niet iedereen in voldoende mate. Dat maakt het een hele uitdaging om mee te doen in de participatiesamenleving. Maar het kan ook op andere terreinen een belemmering zijn. Bijvoorbeeld om (de juiste) actie te ondernemen als je financieel in de problemen zit. Of financieel onafhankelijk wilt worden.

Ben jij zelfredzaam?

Pensioenstand 2017

  • Berichtcategorie:Pensioen

Verbaasd was ik toen ik deze week mijn mailbox opende. Het Uniform Pensioen Overzicht was er al. Vorig jaar kwam dat pas in augustus.

Over 2016 meldt het ABP dat mijn A-factor uitkomt op € 1.621. In 2015 was dat € 1.523, en in 2014 € 1.428.

Het ABP meldt nu dat ik naar verwachting uit ga komen op een jaarlijks pensioen van € 61.562 bruto per jaar. Dit ervan uitgaande dat ik tot mijn pensioendatum in dienst blijf bij mijn werkgever. Vorig jaar was dat € 56.575 en in 2014 € 55.019. Ik vind dat een forse stijging. Maar mijn pogingen om mijn pensioen volledig te begrijpen zijn tot nu toe op niets uitgelopen. Dus ik weet nog steeds niet wat ik hier nu van moet denken.

Volgens de website van het ABP heb ik tot nu toe al genoeg opgebouwd om straks een pensioen van € 1.570 netto per maand te krijgen.

Hoe gaat het met jouw pensioenopbouw?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden