Saai is goed

Vorige week schreef ik over mijn belastingaangifte 2015 die nog steeds niet is afgehandeld. Eén van de reacties was van Amber Tree Leaves, die zijn eigen aangifte omschreef als ‘saai’. Dat zette mij aan het denken.

Vanuit het perspectief van mijn financiën is saai heel erg goed. Saaie lage, stabiele uitgaven. Saai stijgende lijnen van mijn beleggingen. Saaie belastingaangiften. Een saai stabiel inkomen. Saai is goed. Het zorgt ervoor dat er geen vervelende verrassingen komen Laten we onze zegeningen koesteren… Want we weten allemaal dat het niet eeuwig duurt, dat er ook weer een moment komt dat de lijntjes niet stijgen maar dalen. Waar we ons op willen voorbereiden, maar we weten niet of dat gaat lukken.

Maar saai geeft natuurlijk niet veel inspiratie voor blogjes, dat is waar.

Ben jij ook dol op saaiheid?

Executiewaarde

  • Berichtcategorie:Wonen

Interessante reacties gisteren op mijn berichtje over de Loan-To-Value ratio naar aanleiding van de blog bij Hypotheekweg. Allemaal oprecht hartelijk bedankt daarvoor! Ik vind het soms gewoon leuk om een onderwerp cijfermatig uit te diepen, maar ik ben blij dat er blijkbaar meer mensen daarin geïnteresseerd zijn.

De discussie focuste al gauw op de Executiewaarde. Zoals Cheesy Finance aangaf hanteren de banken hiervoor 90% bij nieuwbouwwoningen en 80-85% bij een bestaande woning (voor de afgelopen jaren).

Maar wordt die ook gerealiseerd? In het Verre Warme Land bij de bank waar Geldnerd werkte gingen we uit van een executiewaarde van 70%. Maar we hebben toen eens voor een periode van drie jaar alle executieveilingen op een rijtje gezet, en daar kwam een schokkende conclusie uit. De eerste was dat de gemiddelde opbrengt bij executie maar 50% was, en de tweede was dat de verschillen erg groot waren. Je was er heel erg van afhankelijk of de juiste persoon bij de veiling was, iemand die ook echt interesse had in het te veilen object.

Ik heb geprobeerd om na te gaan hoe dat in Nederland is. Dat valt nog niet mee. Ik vond wel dit artikel dat kijkt naar de periode 2006 – 2011, daaruit kwam een gemiddelde executiewaarde van 65%. En in dit onderzoek wordt gekeken naar 2010. Dat vindt een gemiddelde executiewaarde van 75%, maar wel grote verschillen tussen regio’s (en nog een aantal andere beïnvloedende factoren). Recentere informatie kan ik niet vinden. Maar ik heb ernstige twijfels of de door de banken gehanteerde executiewaarde reëel is. En denk eraan: het risico ligt niet echt bij de bank. Als de executieveiling onvoldoende opbrengt, heet het restant gewoon ‘restschuld’ en ben je als (ex) eigenaar de pineut.

Wat zou jouw restschuld zijn als de executiewaarde tegenvalt?

Loan-To-Value ratio

  • Berichtcategorie:Wonen

Afgelopen vrijdag schreef Hypotheekweg over de hypotheekportefeuille van de Rabobank. Een interessante blog over interessante materie (vind ik als cijferneuroot), dus ik ben er ook even op door gaan lezen.

Een belangrijke term in dit verband is de Loan-To-Value ratio (LTV), de totale hoogte van de lening ten opzichte van de waarde van het onderpand. In het geval van een hypotheek is je huis het onderpand. Betaal je niet, dan verkoopt de bank je huis. Toen Geldnerd in het Verre Warme Land bij een bank werkte was de LTV een erg belangrijk criterium bij het beoordelen van leningverzoeken. Wij wilden elke lening volledig afgedekt hebben. In het verleden, toen we in Nederland dachten dat de bomen op de huizenmarkt tot in de hemel groeiden, werd er niet echt op de LTV gelet. Tegenwoordig is het gelukkig wel een belangrijk criterium, vanaf volgend jaar mag je nog maar maximaal 100% van de waarde lenen, oftewel een LTV ratio van 100%.

Dat geldt dan natuurlijk bij de aanschaf van de woning. De LTV bij aanschaf (LTVa) mag dan maximaal 100% zijn. En als je, zoals de meeste mensen tegenwoordig, een lineaire of annuïtaire hypotheek hebt, verandert je LTV elke maand. Want elke maand los je een stukje van je hypotheek af.

Een voorbeeld: Stel, je koopt een huis van € 360.000. En je leent € 360.000 die je in 30 jaar lineair aflost. Oftewel, je betaalt elke maand € 1.000 aan aflossing. Na 1 jaar heb je dus nog een hypotheek van €348.000. Als de waarde van je huis niet veranderd is, dan is je LTV na 1 jaar 348.000 / 360.000 = 96,7%. Als je huis na 1 jaar € 375.000 waard is, dan zou je LTV 348.000 / 375.000 = 92,8% zijn. Maar als je huis nog maar € 345.000 waard is, dan is de LTV ineens 100,8%. LTV is een maat voor het risico van de lening. Hoe hoger de LTV, hoe riskanter de lening is vanuit het perspectief van de verstrekker ervan. Een LTV groter dan 100% betekent dat de lening hoger is dan de waarde van het onderpand. Dan loop je als leningverstrekker het risico dat je geld kwijtraakt als de lenende partij (in dit geval de huizenkoper) de lening niet meer kan terugbetalen.

Je kunt de LTV bekijken op het niveau van een individuele lening, maar ook op het niveau van een hele leningportefeuille. Dat is wat de Rabobank doet in de tabel die is opgenomen in het artikel waar Hypotheekweg naar verwijst.

En hier komt cijferscepticus Geldnerd weer. Want Rabobank spreekt over een gewogen gemiddelde. In dit artikel zie je ongeveer hoe ze dat berekenen. Ook zie je in de tabel dat het aandeel klanten met een volledig aflossingsvrije hypotheek nog 23,1% is. Niet duidelijk is of dat gaat om het aantal klanten of om het uitstaande hypotheekbedrag. Maar voor die 23% geldt wel dat de hypotheekschuld gedurende de hele looptijd constant blijft. Pas aan het eind wordt er afgelost. De LTV van deze groep klanten wordt dus alleen beïnvloed door de verwachte waarde van het onderpand.

Ik weet niet of ik dat cijfer van 69% zo heel goed vind voor Rabo. Daarvoor zou ik wat meer onderliggende informatie willen, maar die laten ze uiteraard niet zien. Is vast ‘concurrentiegevoelig’. 69% is in elk geval minder riskant dan de 73% die het in 2015 was, of de 78% die het in 2014 was (bron: Jaarverslag Rabobank 2014). In 2012 en 2013 was de LTV nog 81% (volgens het jaarverslag 2013). Ik heb ook nog even gekeken naar het Jaarverslag 2009, toen de crisis net begonnen was, maar in dat verslag komt de term Loan-To-Value niet voor.

Een interessant historisch perspectief is dit bericht van het CBS. Op pagina 217 (12 in de PDF, ook te zien in de grafiek hieronder) zie je hoe we er met z’n allen in de periode 2005 – 2010 voorstonden. Het valt me op dat zelfs in 2010 de gemiddelde LTV niet hoger was dan zo’n 70%. Het lijkt erop dat de LTV van de Rabobank dus ‘bovengemiddeld risicovol’ was. Ook Geldnerd had in die tijd overigens een aflossingsvrije hypotheek van de Rabobank… Behalve dit staatje kan ik hierover helaas geen recentere informatie vinden.

Nou ben ik wel weer genoeg in de saaie cijfertjes gedoken, vind je ook niet?

Loan to value ratio naar leeftijdscategorie hoofdkostwinner

Wanneer Financieel Onafhankelijk?

Soms zijn de verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten niet zo heel groot. Denk ik als ik naar foto’s van de heren Geert Wilders en Donald Trump kijk. En soms zijn de verschillen ook levensgroot.

Recent bekende Cheesy Finance dat hij zichzelf soms als loser beschouwt. Een van de redenen hiervoor was de soms enorme bedragen aan ‘net worth’ die je voorbij ziet komen op vooral Amerikaanse personal finance en FIRE blogs. Ik heb toen opgemerkt dat dit ook komt omdat de Amerikanen meestal hun pensioenvermogen meerekenen. Zij hebben IRA’s en 401k’s en andere persoonlijke pensioeninstrumenten. In Nederland hebben we ons collectieve stelsel. En geen eigen potjes.

Toch bedacht ik naar aanleiding van de discussie bij Cheesy Finance dat ik ook nu mijn verwachte pensioen wel degelijk mee kan en moet nemen in mijn berekeningen voor het bereiken van Financiële Onafhankelijkheid.

Jaarlijks krijg ik een keurig Uniform Pensioenoverzicht van mijn pensioenfonds. Dit bevat een schat aan informatie. Ik kijk meestal eerst naar het verwachte jaarlijkse bedrag dat ik kan bereiken als ik tot aan mijn officiële pensioendatum loonslaaf blijf. Maar het belangrijkste getal op dit overzicht blijft voor mij de A-factor. En daaraan gekoppeld het bedrag dat ik vanaf mijn pensioendatum zou krijgen als ik nu per direct zou stoppen met werken.

Want feitelijk gaat totale Financiële Onafhankelijkheid voor mij om het volgende: Inkomenszekerheid zonder daarvoor mijn levensuren te hoeven verkopen. Inkomen bestaat in mijn beeld voor de rest van mijn leven uit drie categorieën:

  1. Inkomen uit werk
  2. Inkomen uit vermogen
  3. Inkomen uit pensioen

Deze drie categorieën moeten samen opleveren het Gewenst Inkomen X. Hiervoor ga ik op dit moment uit van € 30.000 netto per jaar in hedendaagse koopkracht (jaarlijks te indexeren met de inflatie). Financiële Onafhankelijkheid heb ik bereikt als ik zonder inkomen uit werk (of ondernemerschap wat minstens net zoveel uren zou vergen) toch het Gewenste Inkomen kan bereiken.

Dit verklaart ook waarom er nog geen Geldnerd Index is (zoals er wel een Amber Index en een Cheesy Index zijn, die ik beide fanatiek volg). Mijn model laat zich nog niet echt vertalen in één bedrag dat ik moet bereiken. Daarvoor zitten er teveel variabelen in: de inflatie, het reeds opgebouwde pensioen, belastingmaatregelen, en uiteraard mijn spaarpercentage en het verwachte rendement op mijn eigen vermogen. Ik weet dat ik een aantal jaren eerder kan stoppen met werken, maar hoeveel…?

Hoe meet jij jouw financiële onafhankelijkheid?

Belastingaangifte 2015, nog steeds…

  • Berichtcategorie:Belastingen

Op een woensdagochtend begin februari ging mijn telefoon. De vrienden van de blauwe enveloppenbrigade, over mijn Belastingaangifte 2015. Ik heb er hier eerder over geschreven. Na de voorlopige aanslag was men er nog weer wat dieper ingedoken. En dat gebeurt dus uiteraard door iemand anders dan vorig jaar. Kortom, of ik het hele verhaal nog maar weer een keertje uit kon leggen.

Dat heb ik dus gedaan. En of ik dan maar weer een aantal bewijsstukken op kon sturen? Dat kon dit keer gelukkig per e-mail, vorig jaar heb ik nog een erg dikke envelop met vier postzegels verstuurd voor mijn Aangifte 2014. Dit keer was het gewoon een mailtje met 10 bijlagen, in totaal 3 MB. Lang leve mijn volledig gedigitaliseerde archief, ik had alles snel bij elkaar.

En nu maar weer afwachten. Ik hoop een beetje dat dit allemaal is afgerond voordat ik aan mijn Aangifte 2016 moet beginnen. Want die is nog ingewikkelder: een aantal maanden inkomen in het Verre Warme Land, een aantal maanden inkomen in Nederland, en de aankoop van ons huis. Ik kijk er naar uit… En stilletjes verlang ik naar 2018, als ik naar verwachting een heel ‘gewone’ Belastingaangifte mag doen over 2017.

Hoe staat het met jouw belastingaangiftes?

Liegen met statistieken?

Het is altijd goed opletten als er persberichten uitkomen met juichende cijfers. Want er zijn weinig manieren om te liegen en bedriegen die zo gemakkelijk zijn als met cijfers. Die klinken namelijk heel precies, maar als je niet goed weet wat er precies achter zit kun je behoorlijk misleid worden. Of dat nu ook weer gebeurt, weet ik niet. Maar ik heb er wel vragen bij. Want juichende cijfers in verkiezingstijd komen meestal niet zomaar.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren dit nieuwsbericht las: de sterkste stijging van de omzet van de detailhandel in 8 jaar. Gebaseerd op dit persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het klinkt natuurlijk prima vanuit het perspectief van economisch welvaren. Over heel 2016 was de omzetgroei van de detailhandel 1,9 procent. Dat is de hoogste omzetgroei in 8 jaar. Maar als je goed leest zie je ook wat anders. In december 2016 heeft de detailhandel 2,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder. Het volume van de verkopen was 1,1 procent hoger. Dat is al een stuk minder. Het verschil heet natuurlijk voor een groot deel inflatie, waarvan datzelfde CBS afgelopen week meldde dat die over 2016 1,0% bedroeg en in januari 2017 stevig gestegen is.

Eén procent méér consumeren in volume is natuurlijk nog steeds consumeren en niet consuminderen. De bevolking van Nederland groeide in 2016 met ongeveer 111.000 personen naar bijna 17,1 miljoen mensen, lees ik hier. Dat is een groei van 0,65%, dus per persoon hebben we dan nog steeds iets meer geconsumeerd dan in 2015.

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) bedroeg het netto modaal maandinkomen in 2016 ongeveer € 2.021. In 2015 was dat ongeveer € 2.024. En toch consumeerden we meer. Dan snap je weer wat beter waarom de bedragen die we gemiddeld gespaard hebben wat tegenvielen.

Ben ik nou gek of…?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden