Liegen met statistieken?

Het is altijd goed opletten als er persberichten uitkomen met juichende cijfers. Want er zijn weinig manieren om te liegen en bedriegen die zo gemakkelijk zijn als met cijfers. Die klinken namelijk heel precies, maar als je niet goed weet wat er precies achter zit kun je behoorlijk misleid worden. Of dat nu ook weer gebeurt, weet ik niet. Maar ik heb er wel vragen bij. Want juichende cijfers in verkiezingstijd komen meestal niet zomaar.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren dit nieuwsbericht las: de sterkste stijging van de omzet van de detailhandel in 8 jaar. Gebaseerd op dit persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het klinkt natuurlijk prima vanuit het perspectief van economisch welvaren. Over heel 2016 was de omzetgroei van de detailhandel 1,9 procent. Dat is de hoogste omzetgroei in 8 jaar. Maar als je goed leest zie je ook wat anders. In december 2016 heeft de detailhandel 2,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder. Het volume van de verkopen was 1,1 procent hoger. Dat is al een stuk minder. Het verschil heet natuurlijk voor een groot deel inflatie, waarvan datzelfde CBS afgelopen week meldde dat die over 2016 1,0% bedroeg en in januari 2017 stevig gestegen is.

Eén procent méér consumeren in volume is natuurlijk nog steeds consumeren en niet consuminderen. De bevolking van Nederland groeide in 2016 met ongeveer 111.000 personen naar bijna 17,1 miljoen mensen, lees ik hier. Dat is een groei van 0,65%, dus per persoon hebben we dan nog steeds iets meer geconsumeerd dan in 2015.

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) bedroeg het netto modaal maandinkomen in 2016 ongeveer € 2.021. In 2015 was dat ongeveer € 2.024. En toch consumeerden we meer. Dan snap je weer wat beter waarom de bedragen die we gemiddeld gespaard hebben wat tegenvielen.

Ben ik nou gek of…?

NIBUD trapt open deur in?

201611-nibudMensen die spaargeld hebben, planmatig met hun geld omgaan en een geordende administratie hebben, verkleinen de kans om financiële problemen te krijgen. Ik heb het niet verzonnen, het is de eerste zin van het persbericht van het NIBUD gisteren. Hiermee presenteerden ze de resultaten van hun onderzoek ‘Kans op financiële problemen 2016’. In Nederland heeft 45% van de huishoudens moeite met rondkomen, en 40% van de huishoudens loopt achter met zijn betalingen, zo lees ik in datzelfde persbericht. Dat vind ik hoge percentages. Veel te hoog.

Tsja… Wat heb ik daar aan toe te voegen? Vanuit mijn perspectief zijn dat open deuren, en voor de meeste lezers van dit blog ook. Interessanter is de vraag: wat doen we eraan? NIBUD komt weer met vuistregels en doet aan e-mail coaching. Leuk, maar hoeveel mensen gaan dat gebruiken? Als ik in mijn archief kijk naar oudere onderzoeken, dan zie je het financieel bewustzijn van mensen niet beter worden.

Mijn stelling: ‘omgaan met geld’ moet een verplicht vak op school worden. Dan kunnen we hopelijk over een of twee generaties constateren dat deze percentages echt omlaag gaan. Doen we dat niet, dan blijft het dweilen met de kraan open.

Hoe denk jij dat we dit probleem op moeten lossen?

Armer dan mijn ouders

Mijn recente blog ‘De onmacht van de middenklasse‘ riep meer reacties op dan ik verwacht had. Een lezer attendeerde mij op een artikel in de De Groene Amsterdammer. Dat is geschreven naar aanleiding van een rapport van McKinsey.

Het lijkt er steeds meer op dat er een trendbreuk optreedt. Heel lang is het ‘normaal’ geweest dat elke volgende generatie het economisch beter heeft dan de vorige. Maar in de periode 2005 – 2014 ging 65 – 70 procent van de huishoudens er in reëel inkomen op achteruit. De term reëel inkomen betekent dat het gecorrigeerd wordt voor inflatie, en het zegt dus iets over de koopkracht van dat huishouden. En de rekenmeesters van McKinsey achten de kans groot dat dit ook de komende 10 jaar het geval blijft.

Ze wijten dit aan de trager wordende economische groei, iets wat inderdaad sinds de ‘crisis van 2008′ erg hardnekkig lijkt te zijn. Daarnaast gaat het rapport in op inkomensoverdrachten: het bedrag aan uitkeringen en subsidies dat iemand bovenop z’n reguliere salaris ontvangt. In Nederland hebben we natuurlijk een uitgebreid stelsel aan toeslagen, waarmee we belastinggeld rondpompen. Let wel: ik zeg niet dat we daarmee moeten stoppen, maar het is wel iets om goed in de gaten te houden. Verder concludeert het rapport dat de omstandigheden op de arbeidsmarkt veel minder zeker zijn geworden. Tijdelijke banen en ZZP’ers zorgen ervoor dat de jongere generaties minder zekerheid hebben over hun inkomen dan hun ouders hadden.

Conclusie: we worden gemiddeld genomen allemaal minder rijk, maar die last wordt wel oneerlijk verdeeld. Hoe lager je op de economische ladder staat, hoe sterker je de pijn gaat voelen.

Door het lezen van het rapport werd ik wel nieuwsgierig naar mijn eigen situatie. Gelukkig houd ik mijn administratie al sinds 2003 gedetailleerd bij, dus ik ben in mijn elektronisch archief gedoken. En vooralsnog heb ik geluk!

In 2004 verdiende ik netto € 2.950 per maand (exclusief vakantiegeld en 13e maand). Inmiddels is dat € 4.000 per maand. Op de website van het CBS vond ik de inflatiecijfers sinds 2004. Cumulatief is er sinds 2004 21,7% inflatie geweest. Betrek ik dat op mijn inkomen, dan zou ik nu € 3.590 netto per maand moeten verdienen om met mijn inkomen uit 2004 de inflatie bij te houden. Vooralsnog zit ik daar € 400 boven, doordat ik sinds 2004 best een aardige carrière heb gemaakt. Maar ik vraag me wel af hoe lang ik nog door kan groeien, en of (wanneer) de daling van het reëel inkomen ook mij zal treffen…

Hoe is het met jouw koopkracht?

Dikkere mensen en kleinere huisdieren

Mijn lijfblad The Economist had weer eens een interessant artikel. Althans, dat vindt Geldnerd. Het heeft betrekking op de situatie in Groot-Brittannië, maar ik ben erg benieuwd hoe dit in Nederland is.

Ons HondjeWat blijkt? De Engelsen worden steeds dikker. De gemiddelde volwassene woog in 2014 77,5 kilo, een toename van 5,1 kg sinds 1993. In diezelfde periode is het percentage volwassenen met obesitas gestegen van 14,9% naar 25,6%. Maar terwijl de mensen groeien, krimpen hun hondjes. Dit blijkt uit gegevens van de Kennel Club, een vereniging van hondenliefhebbers. Deze club registreert de gegevens van ongeveer 250.000 hondjes. Een analyse door The Economist laat zien dat het gewicht van de gemiddelde Britse pup in de afgelopen tien jaar is gedaald met ongeveer 12%. Kleinere rassen worden steeds populairder en grotere dieren worden minder populair. De gemiddelde grootte van een hond, zoals gemeten door de omtrek van de nek, daalt ook. Waarom? The Economist denkt aan twee factoren.

De eerste is een dalende levensstandaard. Ook in Groot-Brittannië is het voor inflatie gecorrigeerde uurloon lager geworden dan voor de crisis van 2008. Mensen gaan dus op zoek naar goedkopere honden. Een kleine hond eet veel minder dan een grote hond, en de rekeningen van de dierenarts zijn vaak ook lager.

Daarnaast is er het leven in de stad. De huizenprijzen in Groot-Brittannië zijn sinds 2001 gestegen met 50%, en de bevolkingsdichtheid (gemeten als het aantal personen per kamer) in particuliere huishoudens met een huurwoning steeg met 1/3. Kleinere huizen, met krappe kamers en tuinen, vragen om kleinere huisdieren.

Heb jij na de crisis een kleiner huisdier genomen?

Cash is geen king meer?

Geldnerd is geen fan van cash, daar heb ik al diverse malen over geschreven (zie ondermeer hier). Het liefst betaal ik alles automatisch en elektronisch. Ik ken de discussies over privacy en risico’s, maar in mijn administratie zijn elektronische betalingen het makkelijkste om overzicht te houden (en kas kent ook risico’s).

Recent las ik een stukje in mijn lijfblad The Economist over de grote verschillen in het gebruik van cash geld in Europa. Algemeen geldt: hoe verder zuidelijk je komt, hoe meer mensen gehecht zijn aan cash. Als landen rijker worden, hebben ze de neiging om minder contant geld te gebruiken. De belangrijkste redenen zijn veiligheid, het gemak en de kosten. The Economist heeft berekend dat contant geld niet gratis is: het moet worden geteld, gebundeld, vervoerd, gereinigd, vervangen, gecontroleerd op echtheid, opgeslagen en bewaakt. Tussen 0,5 – 1,0 % van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt er elk jaar besteed aan het beheer van contant geld. Dat is best wel veel. In 2015 bedroeg het BBP van Nederland € 676,5 miljard, dus dat betekent dat wij er tussen de € 3,4 miljard en € 6,8 miljard aan kwijt zijn. Bovendien stelt de econoom Kenneth Rogoff in zijn boek, “The Curse of Cash”, dat contant geld belastingontduiking en andere illegale activiteiten bevordert, en dat het monetaire beleid effectiever is in een geldloze wereld. Helaas schrijft The Economist niet hoeveel het beheer van elektronisch geld kost.

Uit nieuwsgierigheid heb ik ook nog even gekeken naar de meest recente cijfers over het gebruik van contant geld in Nederland. En wat blijkt? In 2015 hebben we met z’n allen voor het eerst vaker met pin afgerekend dan met contant geld. In termen van transactiewaarde was pinnen al twee keer zoveel waard. Hoera!

Mijn eigen tussenstand: ik heb tot nu toe dit jaar 8 transacties met contant geld uitgevoerd, en 397 elektronische betalingen.

Hoe gaat het met jouw betaalgedrag?

Minder dan een miljoen

201512 DinosaurHet voelt een beetje alsof ik bij een uitstervende diersoort hoor. Op dit moment houden nog 970.000 Nederlandse huishoudens zich bezig met direct beleggen. Uiteraard zijn er veel meer huishoudens die indirect beleggen (via een levensverzekering of hun pensioen), maar ‘zelf beleggen’ wordt dus nog maar door 13% van de huishoudens gedaan. Ten tijde van de dot-com-crash was dat ongeveer het dubbele. Dat blijkt uit een rapport van het AFM, dat ondermeer door Morningstar werd gesignaleerd.

Waarom is dit belangrijk? De overheid verwacht van ons dat we steeds meer zelf de verantwoordelijkheid nemen voor onze financiële toekomst, bijvoorbeeld waar het gaat om ons inkomen na het pensioen. Dat wordt een stuk lastiger als we afhankelijk zijn van het rendement op sparen. Het wordt dus bijna onvermijdelijk om te gaan beleggen voor een gezonde financiële toekomst.

De ‘gemiddelde belegger’ wordt omschreven als ‘ouder, hoger opgeleid en meer vermogend dan de gemiddelde persoon’. Het aloude beeld van ‘beleggen is voor de rijken’ wordt dus wel een beetje in stand gehouden. Terwijl dat volgens mij echt niet zo hoeft te zijn.

Wat houdt jou tegen om te gaan beleggen?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden