Hoe ik Beleg (5) – Indexstrategie

Ik heb er al wel eens wat over geschreven, over mijn beleggingsstrategie. Geen individuele fondsen. Dat maakt me teveel afhankelijk van het succes (of gebrek daaraan) van individuele bedrijven. Ik beleg in sectoren en in ‘de index’. Lees voordat je verder gaat vooral ook even mijn disclaimer, deze post is geen beleggingsadvies!

Eerst ‘de index’. Of, beter gezegd, meerdere. Voor de Verenigde Staten is mijn favoriet de Standard & Poor’s 500 Index (S&P500), een index van 500 grote bedrijven die genoteerd staan op Wall Street (NYSE) of in de NASDAQ. Daarmee is dit een bredere Amerikaanse index dan de (bekendere) Dow Jones, en een betere afspiegeling van de economie van de Verenigde Staten. Er zijn verschillende index-trackers die niets anders doen dan tegen lage kosten een zo goed mogelijke afspiegeling zijn van de S&P500. Ik gebruik op dit moment het Vanguard US 500 Stock Index Fonds.

Ook ben ik dol op de MSCI World Index. De MSCI World is een beursindex van 1,642 beursfondsen, een verzameling van aandelen van de ‘ontwikkelde’ markten in de wereld (volgens MSCI). De index omvat effecten uit 23 landen, maar geen aandelen uit opkomende economieën (dus dat ‘World’ neem ik maar met een korreltje zout). Voor mij komt dat wel goed uit, want beleggen in opkomende markten heeft een hoger risico, dus dat doe ik liever apart (in andere fondsen). Hier gebruik ik het Vanguard Global Stock Index Fonds.

Voor Europa gebruik ik de DJ Eurostoxx 600 Index, een index van 600 aandelen uit 18 Europese landen. De afgelopen jaren heb ik hiervan geen tracker in mijn portefeuille, omdat de economische ontwikkeling in Europa sinds de kredietcrisis nogal achterblijft bij de rest van de wereld. Eerder heb ik wel gebruik gemaakt van de iShares STOXX Europe 600 UCITS ETF.

Azië: daar ben ik niet dol op. Het is me allemaal iets teveel ‘in opkomst’ en de meeste markten zijn erg onvolwassen. Dat betekent veel volatiliteit en dus risico. De afgelopen jaren heb ik hier dan ook niet belegd.

De indexfondsen vormen één van de pijlers van mijn beleggingsportefeuille. Het zorgt ervoor dat ik meelift op de stijging van de markt. Behalve uiteraard in jaren dat de beurs omlaag gaat. Naast mijn indexstrategie heb ik ook nog een sectorstrategie. Maar daarover schrijf ik meer in een volgende blog.

Welke indexen volg jij?

Meetbare financiële doelen

‘Life is what happens to you while you are busy making other plans’ – John Lennon

Financiële doelen, hoe maak je ze meetbaar? Ik vind het een worsteling en ik heb er een aantal jaren over gedaan. Terugkijkend was het vooral vanwege de aannames die ik moest doen. Financiële dromen en de werkelijkheid verhouden zich niet altijd goed tot elkaar. Hoe oud word ik? Wat wil ik allemaal doen. Onderstaand mijn ‘exercitie’.

Mijn belangrijkste financiële doel is mijn pensioen. Zoals ik al vaker heb geschreven ben ik niet erg optimistisch over wat ik ga krijgen. Ik bouw op papier een goed pensioen op, maar wat daar straks van over blijft is een goede vraag. En over de AOW wil ik het dan niet eens hebben.
Daarom heb ik als doel om na mijn pensioen jaarlijks € 20.000 uit mijn vermogen te gebruiken om mijn inkomen aan te vullen. Maar dat moet wel € 20.000 zijn naar de koopkracht van vandaag. De gemiddelde inflatie over de afgelopen 25 jaar was 2,2%. Verwerk ik dat in mijn berekeningen, dan moet die € 20.000 van vandaag straks ongeveer € 35.000 per jaar zijn om dezelfde koopkracht te behouden. Ik ga ervan uit dat ik ergens tussen mijn 67e en 69e met pensioen ga. En ik ga er van uit dat ik 90 jaar oud word. Word ik ouder, dan is het potje leeg.

OK, dus ik wil € 35.000 per jaar uit mijn vermogen kunnen gebruiken na mijn pensionering. Gelukkig heb ik al het nodige opgebouwd, en ik heb nog 20 – 25 jaar om dat aan te vullen tot wat er nodig is. Mijn vermogen groeit op twee manieren:

  1. Door een deel van mijn inkomen niet te consumeren, maar toe te voegen aan mijn vermogen.
  2. Door het rendement op mijn spaargeld en mijn beleggingen.

Ik heb uitgerekend dat ik dit kan halen. Daarvoor moet ik ieder jaar (1) minimaal € 10,000 van mijn inkomen aan mijn vermogen toevoegen. En ik moet ieder jaar (2) een netto rendement (na belastingen) halen van 4,0% op mijn spaargeld en mijn beleggingen. En omdat ik gemiddeld 4,0% moet halen, is mijn doelstelling om 5,0% te halen. Voor de veiligheid. De afgelopen 10 jaar is dat gelukt. Dus wordt het een kwestie van stug doorploegen.

Wat zegt dit over mij? Ik ga tussen 67 en 69 met pensioen. Dus niet al op mijn 55e. En ik word 90 jaar oud. Als ik tussendoor nog iets anders wil (een boot kopen, een tweede huis, et cetera) dan moet ik mijn plannen aanpassen. En dat zal ook nog wel gebeuren. Want plannen overleven zelden de confrontatie met de werkelijkheid.

We must let go of the life we have planned, so that we can accept the life that is waiting for us’ – J. Campbell

Heb jij je doelen meetbaar gemaakt?

Sparen

“Hé Geldnerd, je schrijft alleen maar over beleggen? Doe je niet aan sparen dan?”

“Jawel hoor! Maar dat is niet zo spannend, daar valt minder over te vertellen.”

Vroeger was het leven simpel. Je had bij je bank een lopende rekening en een spaarrekening. Geld wat je over hield op de lopende rekening boekte je over naar de spaarrekening. En dankbaar als ze zijn, gaf jouw bank je daar rente over. Klaar.

Tegenwoordig is het anders. De meeste grote banken geven erg weinig rente. Dus kwamen er andere partijen op de markt, die ons spaargeld goed kunnen gebruiken. En die dus een hogere rente geven. Zolang dat allemaal gedekt is door het garantiestelsel is dat fijn, en ons spaargeld groeit gestaag en veilig door. IJsland, iemand?

Maar ja, als je spaargeld groeit krijg je al snel te maken met de Belastingdienst. 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2%, dat was het tarief de afgelopen jaren. In de plannen voor 2016 zie ik dat het gaat veranderen. Netto blijft het effect hetzelfde: een groot deel van je rendement op spaargeld wordt opgegeten door de fiscus.

En laten we ook de inflatie niet vergeten. Ook dat is een sluipmoordenaar. Volgens het CBS kwam de inflatie over de laatste 25 jaar gemiddeld uit op 2,2 procent, zie ook onderstaande grafiek. Dat klinkt niet als veel. Maar op de langere termijn heeft het wel veel effect.

Inflatie19882014CBS

Een rekenvoorbeeld. Stel je koopt nu iets voor EUR 1.000,00. Een inflatie van 2,2% zorgt ervoor dat je over 25 jaar EUR 1.722,95 nodig hebt om datzelfde te kopen. Dus sparen voor je pensioen op basis van je salaris van nu, zonder inflatie mee te nemen, zorgt voor zware teleurstelling straks!

En bovendien: Belasting + Inflatie betekent dat je al zeker 3,5% rente op je spaargeld moet krijgen om nu niet armer te worden. Een aantal jaren geleden kreeg je dat ook voor je spaargeld, maar nu al een tijdje niet meer. Misschien komt dat nog weer terug. Maar ondertussen zijn het vooral mijn beleggingen die ervoor moeten zorgen dat ik mijn lange-termijn doelstellingen haal.

In mijn spaargeld maak ik onderscheid tussen twee potjes:

  1. Mijn buffer: Ik wil op elk moment de beschikking hebben over een buffer ter hoogte van zes netto maandsalarissen. Dat geld staat op een rekening waar ik er zo bij kan, zonder beperkingen. Het zorgt mede voor een goede nachtrust.
  2. De rest van mijn spaargeld. Dit is spaargeld wat ik niet direct nodig heb, maar wat ik ook niet wil beleggen. Dit geld mag ik bijvoorbeeld wel voor langere tijd vastzetten in een deposito (alhoewel dat op dit moment ook weinig oplevert).

Ik heb wat rondgeshopt, en mijn spaargeld staat momenteel bij een van de aanbieders met relatief hoge rente. Het is nog steeds niet veel, maar beter dan niks. Momenteel is de verdeling van mijn vermogen ongeveer 50% sparen / 50% beleggen.

Ik ben (nog) niet toe aan het kopen van huizen of ander vastgoed. Sommige mensen vinden dat ook een goede vorm van vermogensbeheer. Maar zo groot is mijn vermogen nog niet, en ik ben bang dat ik minder flexibel kan zijn als mijn geld in ‘stenen’ zit.

Hoe zit het met jouw spaargeld?

Eindejaarsrally?

  • Berichtcategorie:Beleggen

Eerder schreef ik al over mijn slechte derde kwartaal qua beleggingen. Het vierde kwartaal gaat tot nu toe een stuk beter. Inmiddels heb ik een deel van het ‘verlies’ van kwartaal 3 goedgemaakt. ‘Verlies’ zet ik hier tussen aanhalingstekens, het is immers geen echt verlies maar ‘verdampte winst die ik nog niet gerealiseerd had omdat ik de aandelen niet verkocht had’.

Aan het begin van kwartaal 3 stond mijn portefeuille op +14,7% ten opzichte van 1 januari 2015. Aan het einde van kwartaal 3 was daar nog + 2,8% van over, in de daaropvolgende weken zakte het zelfs naar +2,1%. Inmiddels staat de teller weer op +7,8%.
201511-Portfolio-YTD-Blur
Stiekempjes hoop ik op een ‘eindejaarsrally’: een fenomeen waarbij de beurskoersen de laatste weken van het jaar flink omhoogschieten. En ik ben niet de enige, lees ik op de diverse beurswebsites. Veelgenoemde redenen zijn de relatief gunstige macrocijfers, en er is weinig alternatief als je rendement wilt behalen.

20151107 Fireworks Van mij mag het. Ik heb als lange-termijn doelstelling dat ik gemiddeld jaarlijks 5,0% rendement op mijn totale vermogen wil behalen. Omdat een deel van mijn geld op de spaarrekening staat (en het rendement daarop vééééééééél lager is dan 5,0%) moet ik dus op mijn beleggingen een rendement halen dat hoger is dan 5,0%.

De komende anderhalve maand is het dus nog even spannend. Houdt de stijging aan of komt er nog iets wat het positieve gevoel op de aandelenmarkt weer verstoort? We zullen zien…

Hoe staat het met jouw beleggingen?

Handje-steeds-minder-contantje

We rekenen met z’n alleen steeds minder vaak contant af, meldt nu.nl op basis van een onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB).

Met z’n allen betalen we wel nog altijd vaker contant dan met een pinpas. Maar in de detailhandel (o.a. supermarkten en kledingwinkels) werd voor het eerst vaker met pin betaald dan contant. In de horeca is blijkbaar cash nog steeds de favoriete methode. In totaal deden we 2,9 miljard pinbetalingen en 3,4 miljard contante betalingen.

Het gemiddelde pinbedrag is flink gedaald, we pinnen steeds vaker ook onze kleine aankopen. Dat herken ik ook bij mezelf, ik probeer zoveel mogelijk elektronisch te betalen. Alleen al omdat dat makkelijker te verwerken is in mijn financiële administratie en ik daarmee dus beter zicht houd op mijn uitgaven. Ik heb ook hoge verwachtingen van betalen met m’n smartphone en andere vernieuwingen. Meer elektronisch en minder contant, ja graag! Vooral voor kleinere bedragen kan ik daar ook nog beter op letten.

Het bericht van DNB linkt ook door naar een interessante factsheet over betalen aan de kassa. Maar het zal nog wel even duren voordat we contant geld helemaal af kunnen schaffen.

Ik heb het even nagekeken in mijn administratie. In 2013, het laatste jaar dat ik in Nederland verbleef, was 5% van mijn uitgaven contant. In 2015 tot nu toe is dat 14%, dat komt vooral omdat hier in het Verre Warme Land nog meer met cash gewerkt wordt. De komende periode ga ik proberen om het percentage contant verder terug te dringen.

Hoeveel contant geld gebruik jij nog?

De afwezigheid van Maxima

Het ging een beetje langs mij heen, totdat ik een bericht zag dat koningin Maxima niet aanwezig kon zijn bij een evenement. Maar het is Pensioendriedaagse. De deelnemers (vooral overheid en financiële instellingen) willen graag dat we ons beter informeren over ons pensioen. Dus is er een lijst met ‘evenementen’ en uiteraard de nodige persberichten.

Tsja. Ik weet niet of dit nou de manier is om mensen warm te maken voor hun pensioen. Over je pensioen nadenken in een hippe ‘pop-up store’? Zoals het bericht ook al zegt: “Extra communicatie over de problemen lijkt niet te helpen. Nog steeds hebben veel mensen geen goed overzicht in hun specifieke situatie. Alleen informeren is geen oplossing.”

De AFM zegt “meer te zien in het wegnemen van barrières om in actie te komen en gerichte ondersteuning, bijvoorbeeld via gepersonaliseerde digitale hulpmiddelen. Een persoonlijke aanpak in combinatie met periodiek digitale ondersteuning kan hindernissen overbruggen”. Helaas blijft dat allemaal een beetje vaag. Ik ben wel benieuwd hoe ze dat concreet voor zich zien.

Het is ook lastig. Voor veel mensen is het pensioen nog ver weg, en nadenken over financiën is altijd vervelend. Het papieren Uniform Pensioen Overzicht wordt niet gelezen, dat wordt vast niet anders als dat digitaal wordt. En wanneer je advies gaat geven over hoe iemand z’n pensioen in moet gaan richten of aanvullende maatregelen moet/kan nemen, dan kom je al gauw in een wirwar van commerciële belangen terecht. Ik weet niet of het daar nou beter van wordt. Maar een betere oplossing heb ik ook nog niet bedacht.

Voor mij is het elke week Pensioendriedaagse. En voor jou?