Leven zonder auto
Geldnerd en Vriendin hebben geen auto. Ik heb zelfs geen fiets. Wel een paar wandelschoenen en een OV-kaart, daar heb ik genoeg aan. In een vorig leven had ik wel een auto, en ook in het Verre Warme Land heb ik er eentje gehad. Maar nu we terug zijn in Nederland is de behoefte meteen weer verdwenen.
We wonen in een grote stad, en parkeerruimte hier is schaars. Je hebt een parkeervergunning nodig om de auto hier neer te zetten, en voor gasten is het betaald parkeren. We werken allebei ook in deze stad, en het openbaar vervoer is goed. Met bus, tram of fiets zijn we sneller op ons werk dan met een auto. Nog even los van het feit dat je ook bij onze kantoren niet zomaar kunt parkeren. En we hebben een OV-kaart van de werkgever, of kunnen een fietsvergoeding krijgen.
Als we een auto nodig hebben, huren we er een. Voordeel is dan ook dat we iets kunnen huren dat precies past bij het doel wat we nodig hebben. Iets klein maar fijn om naar onze familie te gaan (die aan de andere kant van het land woont en met het OV minder goed bereikbaar is). Een grotere auto voor bijvoorbeeld een vakantie. Of onlangs twee keer een busje tijdens de verhuizing.
Het scheelt gewoon ook veel geld. Toen ik nog een auto bezat, kostte mij dat zeker € 3.000 per jaar (met het gemiddeld aantal kilometers dat we reden). En dat was nog exclusief de afschrijving. In 2016 heb ik tussen mei en december (mijn periode in Nederland) € 1.250 uitgegeven aan mobiliteit. Ongeveer € 700 daarvan is autohuur. En dat is hoger dan in een normaal jaar, vanwege onze terugkeer uit het Verre Warme Land en de verhuizing begin december. Maar het is nog steeds minder dan de helft dan wat ik in het verleden uitgaf aan alleen maar mijn auto. Daarvoor kan ik Albert heel vaak de grote boodschappen laten bezorgen.
Als je kinderen hebt en/of op een plek woont waar het openbaar vervoer niet zo goed is, is het natuurlijk een stuk lastiger om het zonder auto te doen. Maar volgens mij hebben nog steeds heel veel mensen een auto omdat ze vinden dat dat ‘hoort’. Al las ik onlangs wel dat jongeren steeds minder vaak een auto bezitten. De auto-industrie begint zich al zorgen te maken.
Voor mij is een auto altijd een gebruiksvoorwerp geweest. Voor veel mensen is het meer dan dat, een ‘lifestyle item’, de ‘heilige koe’. Er kunnen hele sterke emotionele redenen zijn om een auto te hebben. Een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Mijn vader vond het best wel lastig toen hij een tijdje geleden wegens gezondheidsproblemen even geen auto mocht rijden.
Heb jij een auto?
Stijgende rente
De rente stijgt. Hoera, wat mij betreft! Sinds de verkiezing van Donald Trump zag je de Amerikaanse rente op obligaties al oplopen. Ook in Nederland steeg de hypotheekrente licht. En deze week heeft de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, eindelijk ook een lang verwachte renteverhoging doorgevoerd. Alleen de Europese Centrale Bank blijft stug doorgaan met het opkopen van obligaties en het laag houden van de rente, al is het in een iets lager tempo dan voorheen. Dat zegt wat mij betreft veel over de deplorabele staat van veel economieën in de Eurozone. En het maakt me bezorgd over een liquiditeits-zeepbel waar we nog veel last van kunnen krijgen. Want de meeste zeepbellen barsten ooit een keer uit elkaar.
Ik ben wel blij met de stijgende rente. En ik verwacht en hoop dat die nog even door stijgt. Hopelijk gaat het leiden tot een iets hoger rendement op spaargeld, zodat we in elk geval de vermogensrendementsheffing terugverdienen. Al verhogen de banken de rente op leningen altijd sneller dan de rente op sparen… En het maakt een aantal andere beleggingscategorieën mogelijk ook weer wat interessanter. De afgelopen paar jaar was er weinig rendement te halen.
Een hogere rente is natuurlijk wel nadelig voor mensen met schulden. Zeker schulden met een variabele rente, die meebeweegt met de marktrente. Daar heb ik gelukkig geen last van. Onze hypotheek staat voor de komende 20 jaar vast. Verder heb ik geen schulden.
Zijn jouw financiën bestand tegen een veel hogere rente?
Spaarpercentage en huis kopen
Tot nu toe was het berekenen van mijn Spaarpercentage simpel. Voor iedere willekeurige periode haalde ik uit mijn Administratie-spreadsheet mijn Totale Inkomsten en Totale Uitgaven. Met de formule:
Spaarpercentage = ( Totale Inkomsten – Totale Uitgaven ) / Totale Inkomsten
is het vervolgens een fluitje van een cent.
Maar nu is er het huis. Geldnerd HQ. Met een hypotheek. Waar we dus maandelijks voor betalen, rente en aflossing. Gelukkig hebben we een lineaire hypotheek, dat betekent dat de aflossing elke maand hetzelfde is.
Maar de aflossing beschouw ik als sparen. Dit in tegenstelling tot de rente, wat ik een uitgave vind. De aflossing zorgt ervoor dat er iedere maand een stukje extra huis van mij wordt. Er staat dus bezit tegenover. Het wordt onderdeel van mijn vermogen.
En daarmee verandert de formule voor de berekening van het Spaarpercentage. Want de aflossing telt dus niet mee als uitgave. De nieuwe formule is
Spaarpercentage = ( Totale Inkomsten – ( Totale Uitgaven – Aflossing ) ) / Totale Inkomsten
De hypotheek wordt betaald vanaf onze gemeenschappelijke rekening. Om automatische berekening van het Spaarpercentage in mijn administratie mogelijk te maken heb ik een aparte grootboekrekening aangemaakt voor de Aflossing. Ik maak dit bedrag ook apart over naar de gezamenlijke rekening, dus los van mijn maandelijkse bijdrage aan de gezamenlijke huishouding. Dat is niet ingewikkeld of bewerkelijk, dat heb ik gewoon voorgeprogrammeerd. Op die manier blijft alles inzichtelijk.
Hoe bereken jij jouw Spaarpercentage?
De top 10 procent
Iedereen is wel bekend met ‘de 1%’. De allerrijksten, die alsmaar rijker worden. Welkom doelwit van het verzet tegen ‘de globalisering’, de bron van alle kwaad volgens veel kiezers in veel landen. Over het algemeen wordt dan verwezen naar de 1% rijksten van de Verenigde Staten. De Occupy Movement had dan ook ‘we are the 99%’ als slogan.
In mijn lijfblad ‘The Economist’ staat dit weekend een artikel over de wereldwijde verdeling van vermogen. Het was gebaseerd op het jaarlijkse Global Wealth Report van Credit Suisse. En het bevatte een paar interessante statistieken.
Als je vermogen hoger is dan US$ 2.222 (ongeveer € 2.105), hoor je bij de rijkste 50% van de wereldburgers. Bij een vermogen boven de US$ 71.560 (€ 67.800) hoor je al bij de rijkste 10%. En boven de US$ 744.400 (€ 705.000) mag je jezelf tot de rijkste 1% van de wereld rekenen. Daar werd ik wel even stil van. Dan besef je weer even hoe ongelijk de koek verdeeld is op deze wereld.
Bij de rijkste 1% hoor ik nog niet. Maar wel ruimschoots bij de rijkste 10%. Het hele artikel vind je hier.
Waar sta jij op de wereldwijde vermogensladder?
Politiek en Economie
Toen ik woensdag 9 november wakker werd lag Trump in de telling al ruimschoots voor op Clinton, al was zijn overwinning nog niet helemaal zeker. De Nikkei index, graadmeter van de Japanse aandelenbeurs, stond al wel zo’n 5% lager. Ook de Chinese Hang Seng index koerste 2% lager, en de Mexicaanse peso was gedurende de nacht zo’n 15% gedaald. Vol spanning keek ik naar de opening van de Europese beurzen. Daar was de daling al een stuk minder, en verschenen later zelfs plusjes. De Amerikaanse beurzen koersten daarna allemaal meer dan 1% hoger. ‘Zie je wel’, las je vervolgens, ‘het voorspelde negatieve effect blijft uit. Dat zag je ook na de Brexit’.
Ik vind het rijkelijk vroeg en naïef om die conclusie te trekken. Zelf ben ik een groot aanhanger van behavioral economics. Economie is geen exacte wetenschap. In mijn ogen worden de aandelenbeurzen gedreven door menselijke emoties die menselijk handelen bepalen. En menselijke emoties zijn korte termijn gericht en vergeten snel. Ondertussen vinden in de echte economie hele andere lange- en korte termijn mechanismen plaats die we nog lang niet allemaal snappen en doorzien. Ja, we hebben onze modellen, maar een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. En kent dus tekortkomingen.
Ik zou dolgraag doorzien wat de effecten op korte en lange termijn zijn, zowel voor de Brexit als voor het presidentschap van Donald Trump. Dat zou namelijk erg goed zijn voor mijn rendement, als ik dat kon voorspellen. Maar helaas, dat lukt me nog niet.
Toch ben ik niet zo optimistisch als veel van de ‘analisten’ en ‘deskundigen’ die ik nu zie, hoor en lees. In de volgende editie van van Dale moet de definitie van ‘deskundige’ wat mij betreft overigens aangepast worden, een deskundige is iemand die het altijd bij het verkeerde eind heeft en vervolgens ook uitgebreid komt uitleggen waarom hij/zij het bij het verkeerde eind had.
Zelf denk ik dat het twee tot drie jaar duurt voordat de echte langere-termijn effecten van politieke keuzes zichtbaar worden. Als je verder leest dan de juichende berichten over de Britse economie, bijvoorbeeld hier en hier, dan zie je een genuanceerder beeld. Korte-termijn indicatoren best oké, maar wel neerwaartse signalen voor de langere termijn.
Eén van mijn favoriete economen, Paul Krugman, was direct na de verkiezingen in shock en schreef een zeer emotionele column. Inmiddels is hij weer tot rust gekomen, maar zijn analyses over wat te verwachten van de plannen (en het gedrag van) Trump zijn niet mals. Ik ben benieuwd hoe we over twee of drie jaar terugkijken op de keuzes die de kiezers gemaakt hebben in 2016. En ik hou ook wel een beetje mijn hart vast voor 2017: verkiezingen in ondermeer Duitsland, Frankrijk en ons eigen landje…
Wat verwacht jij?


