De A-factor

  • Berichtcategorie:Pensioen

Ieder jaar krijg ik keurig een Uniform Pensioen Overzicht van mijn pensioenfonds. De eerste jaren keek ik er niet eens naar, en stopte ik ze gewoon in mijn administratie-map achter het tabblad ‘Pensioen’. Maar een aantal jaren geleden is dat veranderd.

Sindsdien kijk ik vooral naar één getalletje in die set van pagina’s. De A-factor. A staat hier voor Aangroei. Het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. Het vindt z’n oorsprong in artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001. Daar staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’.

Oef. Hele mond vol. Maar wat staat daar in gewone mensentaal? Dat is het makkelijkste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld, denk ik.

Stel, je hebt over 2013 een A-factor van € 1.000. Dan betekent dat jouw jaarlijkse uitkering vanaf je pensioendatum € 1.000 zal zijn. Heb je vervolgens over 2014 een A-factor van € 1.100, dan wordt jouw jaarlijkse uitkering vanaf je pensioendatum € 2.100 (namelijk € 1.000 + € 1.100). Dit is nog exclusief de toename door indexering van eerder opgebouwde pensioenaanspraken, de aanpassing voor inflatie. Helaas weten we sinds de financiële crisis weer dat die indexering geen automatisme is.

Veel mensen kennen de A-factor alleen voor de berekening van de jaarruimte, het bedrag dat je ‘fiscaal aantrekkelijk’ mag bijsparen voor je pensioen. Maar het vertelt je dus ook vooral iets over de rechten die je al hebt opgebouwd. De som van al jouw A-factoren en al jouw indexeringen is dus het pensioen wat al ‘veiliggesteld’ is.

Ik heb ze weer eens opgezocht, die A-factoren, als onderdeel van mijn onderzoekje naar de veiligheid van mijn pensioenpot. Waarover later meer…

Hoe ‘veilig’ is jouw pensioen al?

Neveneffecten van gemak

201602 Contactloos BetalenIn december was Geldnerd weer eventjes in Nederland. En toen viel het me al op: de opkomst van het contactloos betalen. Mijn eigen Nederlandse bankpas heeft de functionaliteit nog niet, en in het Verre Warme Land doet men er helemaal nog niet aan. Maar op steeds meer plekken in Nederland zag ik mensen hun bankpas ‘in de buurt’ van de betaalterminal houden, in plaats van in de terminal steken.

Gemak dient de mens. Ik had er al wel over gelezen (Geldnerd verslindt alles wat over financiën en technologie gaat). Contactloos betalen werkt op basis van Near Field Communication (NFC). De  contactloze betaalpas heeft een chip die, zodra ‘ie van buiten geactiveerd wordt, de betaalgegevens doorstuurt naar de betaalautomaat. De betaalautomaat controleert de betaling met de bank en keurt deze direct goed of af, net als bij een ‘gewone’ pinbetaling. De onderliggende technologie is al meer dan 30 jaar geleden gepatenteerd en werd in 1997 voor het eerst toegepast in Star Wars speelgoed, las ik. En ja, in dat ‘van een afstand’ zit natuurlijk een risico. Want dat kunnen kwaadwillenden ook, zoals we afgelopen week uitgebreid in de pers konden lezen.

Nieuwe technologie is vaak fijn. Het maakt ons leven gemakkelijker. Daarom ben ik er vaak enthousiast over. Maar het heeft soms ook minder leuke neveneffecten, waar we mee om moeten leren gaan. De simpele oplossing in dit geval is je bankpas inpakken in een materiaal dat elektronische signalen van buiten blokkeert, zoals aluminiumfolie. Of de functionaliteit uitzetten via de website van je bank. Maar er zijn ook al prachtige producten voor.

201602 Secrid WalletIk ga dus even een mooi Nederlands product pluggen. Ik heb geen aandelen en krijg er ook echt niet voor betaald. Maar toen een tijdje geleden mijn portemonnee aan vervanging toe was, heb ik een SecrID gekocht. Een portemonnee met een aluminium behuizing voor pasjes. Dus minder risico op beschadiging, en ze kunnen niet van een afstand uitgelezen worden. Er is dan ook geen kans voor contactloze zakkenrollers. Ik ben er erg enthousiast over, ik zou willen dat ik het verzonnen had!

Heb jij jouw contactloze betaalpas al ingepakt in aluminiumfolie?

Een andere beleggingsstrategie?

Naar aanleiding van mijn recente pensioenblog kreeg ik een vraag van KruidigMeisje die mij ook aan het denken zette. Ze is zich aan het inlezen op beleggen en blijft het een eng idee vinden. En vervolgens stelde ze de essentiële vraag: Maar hoe zorg je dat je behoorlijk kunt slapen, zonder dat je veel geld spendeert aan een beheerder voor je geld (vermogensbeheerder, of inkopen in een fonds waarbij je kosten betaalt voor een fondsbeheerder, etc)?

Als je bewust met je financiën bezig bent, kom je vroeg of laat op het punt dat je op zoek gaat naar meer rendement. Je hebt langere-termijn doelen die je wilt of moet bereiken. Daar heb je een bepaald rendement voor nodig. En dat rendement kun je niet (altijd) behalen met sparen. Kijk maar naar het verloop van de hoogste rente voor een Nederlandse spaarrekening zonder voorwaarden sinds 2005 (bron: WijzerSparen.nl). Die grafiek houdt op in 2015, maar we weten allemaal dat het sindsdien niet beter is geworden met de spaarrente.

2016-02 Hoogste Spaarrente

Beleggen is dan voor veel mensen de logische volgende stap. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Sommige mensen hebben er het geld niet voor. Het is niet verstandig om te beleggen met geld dat je niet voor langere tijd kunt missen. Want wat als je het geld plotseling nodig hebt, en de beurs is net met 10% gedaald? Maar er zijn ook andere redenen waarom beleggen misschien niet de juiste keuze is. Want stel dat je wakker ligt na iedere dag waarop de beurs en jouw portefeuille 2% gedaald zijn? Dat is het echt niet waard. Ik beleg al heel lang, en weet dus dat er gelukkig ook dagen zijn waarop de beurs (en mijn portefeuille) met 2% stijgt. Maar je weet meestal niet wanneer dat zal gebeuren.

Vermogensbeheerders moeten hun klanten tegenwoordig ‘testen’ op dit punt. Zoals ik al eerder geschreven heb beleg ik deels via Alex Vermogensbeheer, en die hebben daar een uitgebreide vragenlijst voor. Maar dat blijft een theoretisch iets. Want je kunt wel invullen dat je niet wakker ligt van een koersdaling van 10%, maar dat weet je pas zeker als het je echt gebeurd is. Je moet het meemaken om te weten hoe het voelt (meestal niet leuk, tenzij je put-opties hebt…). Dan nog geeft zo’n vragenlijst wel een indicatie. Geldnerd kent verschillende mensen die van de vragenlijst het advies kregen om te gaan sparen…

Maar er is hoop. Want ‘beleggen’ is een veelkoppig monster. Er zijn heel veel strategieën mogelijk. Ieder met z’n eigen voor- en nadelen, z’n eigen kosten en z’n eigen risico. En met een eigen rendementsverwachting. Maar dan nog: het blijft een verwachting, een gemiddelde, en je blijft afhankelijk van de grillen van ‘de markt’. Wij zijn geen van allen Warren Buffett of John de Mol, die door het doen van een aankoop of een verkoop de koers van een bedrijf stevig kunnen beïnvloeden.

Zelf heb ik een semi-passieve strategie. Ik koop geen individuele aandelen, alleen aandelenfondsen en indextrackers. Ik beperk het aantal transacties wat ik doe. Ik heb maar een paar actieve fondsen. Maar ik ben er wel actief mee bezig, elke week. En binnen de Beleggingsclub waar Geldnerd lid van is ken ik ook mensen die een zeer actieve strategie hebben. Sommigen doen zelfs aan ‘intraday trading’, fondsen kopen en het dezelfde dag (soms al na minder dan een half uur) weer verkopen. Arbeidsintensief en riskanter.

Je kunt ook ‘helemaal passief’ gaan, in lijn met het advies wat ik aan KruidigMeisje gaf. Lagere kosten, minder risico. Wat in zo’n geval zou kunnen werken is een strategie bestaande uit 3 elementen:

  1. Zoek een paar zo goedkoop mogelijk breed gespreide indexfondsen, bijvoorbeeld Vanguard Global Stock Index Fund (MSCI World Index) en Vanguard US500 Stock Index Fund (de S&P500 index) – en vergeet mijn disclaimer niet.
  2. Leg elke maand een vast bedrag in. Op die manier koop je automatisch minder als iets hoog staat, en koop je meer als het laag staat.
  3. Kijk zo min mogelijk naar de stand van je beleggingen. Op die manier voorkom je dat je in paniek raakt. Het is het niks doen wat mij zelf de meeste energie kost… Maar slechts één keer per jaar kijken (bijvoorbeeld als je de belastingaangifte moet doen) is misschien wel vaak genoeg.

En dan nog is het: leren leven met de gedachte dat er ook momenten kunnen zijn dat het minder gaat. Dus beleg alleen met geld dat je voor een langere periode kunt missen. 5 – 10 jaar is eigenlijk wel een minimale horizon.

Hoe heb jij leren wennen aan het risico van beleggen?

Pensioen zelf doen?

  • Berichtcategorie:Pensioen

De afgelopen weken worden we langzaam maar zeker voorbereid op nieuwe aanpassingen van onze pensioenen. En dat terwijl internationale onderzoeken de afgelopen jaren volhielden dat het Nederlandse pensioenstelsel één van de beste ter wereld was. Ik weet niet meer wat ik er nog van moet geloven.

Ik begin me steeds ongemakkelijker te voelen bij de pensioenfondsen. Laat me het maar zelf doen, denk ik steeds vaker. Maar ja, dat mag niet.

Vandaag heb ik wel een scenario-analyse gemaakt met behulp van mijn lange-termijn spreadsheet. Hoeveel moet ik jaarlijks extra gaan sparen om mijn pensioendoelen toch te halen in een situatie waarin mijn pensioenuitkering halveert? Het is heel simpel. Wat mijn pensioen niet gaat opbrengen, moet ik aanvullen uit mijn eigen vermogen.

Dat betekent dat ik nu een groter deel van mijn inkomen moet gaan sparen. Aan de knop van mijn gewenste rendement ga ik vooralsnog niet draaien, dat is met 5% per jaar al behoorlijk agressief. Uiteraard staat er nog niks vast over eventuele pensioenwijzigingen. Maar het ziet er niet naar uit dat het op korte termijn beter wordt. Ik ga dus per direct maatregelen nemen om inderdaad meer te sparen.

Ook wil ik me de komende periode wat meer verdiepen in ons pensioenstelsel en de rekenregels. Want ik lees overal dat de lange-termijn rente zo’n invloed heeft op de dekkingsgraad, omdat pensioenfondsen die rente moeten gebruiken voor de waardering van hun bezittingen. Ik wil dat beter begrijpen. Want die lange-termijn rente gaat vast ook weer een keertje stijgen.

Hoe kijk jij naar de huidige pensioen-commotie?

Ik ♥ Macro’s – Voorcoderen

In een eerdere post heb ik geschreven over mijn liefde voor Macro’s in Excel, en hoe ik daarmee het importeren van mijn boekingen in mijn administratie makkelijker heb gemaakt. Onlangs heb ik nog een andere Macro toegevoegd, Voorcoderen.

Zodra een boeking in mijn administratie staat, wil ik dat deze meegeteld wordt in het juiste bakje. Daarvoor heb ik mijn Grootboek. Voor iedere boeking zet ik het nummer van de juiste grootboekrekening, en Excel rekent dan automatisch door hoeveel ik in totaal doorgegeven heb in die categorie.

In het verleden deed ik dat handmatig. En omdat ik zoveel mogelijk betalingen zonder cash doe, ging het vaak wel om 40 of 50 regels die ik door moest. Gelukkig ken ik mijn grootboek grotendeels uit mijn hoofd, dus ik hoefde niet vaak iets op te zoeken. Maar toch… Het merendeel van mijn boekingen zijn vaste uitgaven, of uitgaven die veelal op dezelfde plek plaatsvinden en dus vaak voorkomen. De hypotheek, gas, water, elektra, mobiele telefoon, maar ook de supermarkt.

Daarom heb ik een tweede Macro gebouwd, Voorcoderen. Hiervoor gebruik ik een tabel waarin ik kenmerken van boekingen zet. Bijvoorbeeld de tegenrekening, de naam van de tegenpartij of (delen van) de omschrijving. Mijn macro vergelijkt de nieuwe boekingen met de gegevens in deze tabel. Zodra er een ‘match’ is zet de Macro het juiste rekeningnummer voor de boeking. Op deze manier wordt meer dan 90% van mijn boekingen automatisch gecodeerd.

Ben ik een nerd of niet?

Bufferen

Eerder deze week schreef Min Of Meer er ook al over. Het NIBUD heeft de Bufferberekenaar vernieuwd. Nu heb ik me al eens verbaasd over dat ding, want het was me niet helemaal duidelijk waar het NIBUD z’n uitkomsten op baseerde. Nieuwsgierig geworden heb ik geprobeerd me daar nog eens in te verdiepen.

Ik moet zeggen: helemaal duidelijk is het me nog steeds niet. Wel heb ik wat achtergrondmateriaal gevonden (een rapport dat helaas in 2020 verwijderd is). Blijkbaar zijn ze door een heel mensenleven heengegaan en hebben bekeken hoe noodzakelijk dingen zijn. En daar zit dus inderdaad de kern: Zoals het NIBUD ook aangeeft heeft ieder een eigen mening over wat wel en niet noodzakelijk is.

Wat je als buffer nodig hebt is dus zeer persoonlijk. Ik moet zeggen dat ik deze versie van de Bufferberekenaar verbeterd vind ten opzichte van de vorige. Het geeft een uitsplitsing over verschillende categorieën van buffers, zodat je beter kunt bepalen waar en waarom je wilt afwijken van het advies. En het geeft advies over sparen. Het Nibud raadde mij aan om elke maand minimaal 10% van mijn netto inkomen te sparen voor de buffer.

Maar: zoveel mensen, zoveel situaties. Zomaar een advies volgen dekt nooit alle risico’s af. Die waarschuwing mag er van mij wel bij staan…

Hoe bepaal jij jouw buffer?

Einde van de inhoud

Geen pagina's meer om te laden