IKB of PAS?

Vakbondsmensen en werkgevers hebben soms een macabere vorm van humor. Zo kent heel Nederland de uitdrukking ‘ik pas’. Dat betekent meestal dat je uit het spel stapt of een beurt overslaat. Maar bij de Rijksoverheid betekent ‘ik pas’ iets heel anders. Ik heb binnen mijn afdeling verschillende mensen die wekelijks ‘passen’. PAS is een regeling voor Partiële Arbeidsparticipatie voor Senioren. Dat hebben werkgevers en vakbonden ooit zo verzonnen… Met de PAS-regeling verminder je het wekelijks te werken uren tegen inlevering van salaris en een deel van je verlofuren. Voor het deel dat je minder werkt, ben je met PAS-verlof. Je formele arbeidsduur blijft gelijk, en daarmee ook je pensioenopbouw.

Zoals wel vaker met nuttige en succesvolle overheidsregelingen gaat de PAS-regeling verdwijnen. Dat hebben de vakbonden en de werkgever zo verzonnen bij de meest recente CAO onderhandelingen waar we afgescheept zijn met een salarisverhoging die ver onder het inflatieniveau ligt.

Dus onlangs kreeg Geldnerd een dikke envelop met een lange en ingewikkelde papieren brief van de werkgever. Nu zijn mijn ervaringen met dat soort brieven niet onverdeeld positief. Maar deze viel me mee.

Er werd terecht geconstateerd dat Geldnerd vanwege zijn leeftijd onder het overgangsrecht voor de wijzigingen van de verlofregelingen valt. Ik mag dus kiezen. Wil ik onder de oude PAS-regeling blijven vallen? Of wil ik de IKB-optie? Want in de CAO zijn ook afspraken gemaakt over uitbreiding van de verlofmogelijkheden van het individueel keuzebudget, waarin een paar jaar geleden ons vakantiegeld en onze dertiende maand zijn opgegaan.

Uiteindelijk was het dilemma eenvoudig. Voor mensen in mijn leeftijdscategorie levert de (oude) PAS-optie in totaal méér verlofuren op dan de (nieuwe) IKB-optie. Maar pas vanaf het moment dat je deelneemt aan de PAS-regeling. En dat kan pas als je 58 jaar oud bent. En alleen als tot je pensioendatum bij de Rijksoverheid blijft werken profiteer je maximaal van de PAS-regeling.

Tsja. En de kans dat Geldnerd dat blijft doen is niet zo heel erg groot. Want iets met financiële onafhankelijkheid en zo. En misschien nog wel iets anders gaan doen buiten de Rijksoverheid. En eerder stoppen met werken. Ik heb dus belang bij geld en uren nu. Niet misschien over 7 of 8 jaar.

Voor mij is de keuze dus helder, ik ‘ga’ voor de nieuwe IKB-optie. Nog meer verlofuren om elk jaar op te maken!

Ben jij ook rijksambtenaar? En mag jij ook kiezen tussen IKB en PAS?

Nieuwe CAO en hoger pensioen

Ik kan ook niet eventjes rustig op vakantie gaan, hè. Prompt is er allerlei financieel nieuws voor rijksambtenaren….

Nieuwe CAO

Medio mei las ik stoere taal over de CAO voor rijksambtenaren. Voor de zomer moest ‘ie rond zijn, de agenda’s waren er voor schoongeveegd. ‘Ja ja’, dacht ik enigszins cynisch. Het zal allemaal wel. Maar toen ik terug kwam van vakantie bleek ‘ie er toch zo ineens maar te zijn. Een nieuwe CAO. En nogal een ingewikkelde, als ik het onderhandelingsresultaat zo doorlees.

Salarisverhogingen en eenmalige extra’s

Er zitten drie salarisverhogingen in de CAO, die een looptijd heeft tot en met 30 juni 2024. En er is bijzondere aandacht voor de laagste schalen. Dat is op mijn situatie niet van toepassing, voor mij gelden de onderstaande verhogingen.

DatumSalaris per maandBijzonderheden
1 juli 2022+2,5% + € 75Uitbetaald met terugwerkende kracht vanaf september 2022
1 april 2023+3,0%
1 januari 2024+1,5%

Daarnaast krijgen we ook nog twee eenmalige extraatjes. In december 2022 en in april 2023 ontvangen we een eenmalige uitkering van € 450,- (bruto), naar rato van de arbeidsduur (voltijds is bij de rijksoverheid 36 uur per week).

Sleutelen aan de verlofregelingen

Er wordt ook flink gesleuteld aan de verlofregelingen. We kregen bovenop ons wettelijk verlofrecht al een aantal extra uren in het kader van het Individueel Keuze Budget (IKB). Die hoeveelheid IKB-uren is nu nog leeftijdsgebonden. Vanaf 2023 krijgen we ongeacht onze leeftijd jaarlijks 64 IKB-uren.. Die kunnen we opnemen, sparen in de verlofspaarregeling, en/of deels (maximaal 32 uur per jaar) verkopen.

Geldnerd verkocht de afgelopen jaren al zijn IKB-uren voor ‘cold hard cash’, weliswaar tegen het erg hoge ‘tarief bijzondere beloningen’ van de inkomstenbelasting. De nieuwe regeling gaat voor mij dus betekenen dat ik een paar extra verlofdagen per jaar krijg.

Er staat verder nog een erg ingewikkelde passage in het onderhandelingsresultaat over de PAS-regeling (Regeling Partiële Arbeidsparticipatie Senioren). Dat is de regeling waarmee oudere werknemers minder kunnen werken en minder salaris krijgen, maar waarbij bijvoorbeeld de pensioenopbouw wel doorloopt tegen het salaris van voor de PAS-regeling. Die regeling wordt afgeschaft, en dat is niet onverwacht. Er is dus een (vrij ingewikkelde) overgangsregeling bedacht waarmee oudere werknemers (en daar valt Geldnerd ook al onder) kunnen kiezen voor de oude regeling of de nieuwe regeling met extra rechten. Die keuze moet ik voor het eind van dit jaar maken, daar ga ik me ter zijner tijd maar eens in verdiepen.

En verder…

Staan er nog heel veel andere onderwerpen in het onderhandelingsresultaat. De meeste daarvan raken mij niet. Wel vind ik het interessant dat er afspraken zijn gemaakt om medewerkers altijd juridische ondersteuning te geven als deze vanwege hun werk betrokken raken bij een juridische procedure. Dat komt helaas steeds vaker voor. En ook de afspraken die eerder gemaakt zijn om managers gemiddeld wat langer in een functie te houden zijn nu geformaliseerd. Wij managers ‘hopten’ gemiddeld eens per 3 jaar naar een nieuwe plek. Dat is vaak wel erg snel.

Daarnaast lees ik dat we het budget van € 1.500 dat we per vijf jaar krijgen voor de inrichting van onze thuiswerkplek, ook ingezet mag worden voor de verduurzaming van de eigen woning. Bijvoorbeeld voor isolatie of de aanschaf van een warmtepomp of zonnepanelen.

Verhoging van het pensioen

Ook vond ik bij thuiskomst een bericht van de Algemene Bodemloze Pensioenput (ABP) in mijn mailbox. Het opgebouwde pensioen wordt verhoogd met 2,39%. Dat was blijkbaar de gemiddelde prijsstijging (inflatie) in het de periode tussen 1 september 2020 en 1 september 2021. De verhoging gaat over het pensioen dat tot 1 januari 2022 is opgebouwd.

De vorige verhoging van het opgebouwde pensioen dateert van meer dan 10 jaar geleden, zie ik in mijn administratie. Deze verhoging is dus een beginnetje. Het doet nog niets aan de koopkracht die we in de afgelopen 10 jaar niet gecompenseerd hebben gekregen. Ik steek de vlag dus nog maar even niet uit, ook omdat er nog heel veel onzeker is rond de komende pensioenhervormingen. Maar het is in elk geval iets.

Wat vindt Geldnerd?

Gegeven de hoge inflatie op dit moment vind ik de looptijd van de CAO erg lang. Zeker omdat het de vakbonden niet gelukt is om automatische prijscompensatie en koopkrachtbehoud voor alle werknemers binnen te slepen. Ik prijs me gelukkig met deze verhoging, want ik weet dat heel veel mensen het slechter hebben. Maar ideaal is het niet.

Ook zie ik in de CAO nog veel franje eromheen. Allerlei onderwerpen waarvan ik denk ‘moet dat nou?’. Leuk hoor, dat budgetje voor de werkplek en de verduurzaming. Maar ik ontvang liever gewoon structureel extra salaris, en bepaal zelf hoe ik dat besteed. Maar al die franje zag ik ook in mijn eerdere analyse van het spel rond de arbeidsvoorwaarden. Het hoort er blijkbaar een beetje bij in Den Haag.

Hoe is het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Nieuwe ambtenaren-CAO 2021

Zoals wel vaker in de Haagse achterkamertjes kwam het uiteindelijk als een verrassing. Er is blijkbaar afgelopen vrijdag een nieuwe kortlopende CAO voor rijksambtenaren afgesproken. De leden van de vakbonden mogen er nog even over stemmen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vond ik op de website van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen) een nieuwsbericht met een link naar het onderhandelingsakkoord.

De CAO heeft ‘maar’ een looptijd tot eind maart 2022. Langer wilden de bonden zich niet vastleggen, ze vinden dat een nieuw kabinet eerst maar eens financiële ruimte moet creëren voor een fatsoenlijke CAO-verhoging. Met terugwerkende kracht per 1 juli 2021 krijgen we een loonsverhoging van 2,0%. De bedoeling is dat die vanaf december uitbetaald wordt.

Ook krijgen alle rijksambtenaren een eenmalige uitkering van € 300 bruto in december 2021. Met mijn bijzonder tarief loonheffing van 55,5% houd ik daar € 133,50 van over. verder krijgen we over 2021 een thuiswerkvergoeding van € 430 euro en vanaf 1 januari 2022 € 2 per thuiswerkdag netto. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan registreren en of ik als manager iedere maand geacht word de declaraties te controleren en goed te keuren… Dat lees ik nog niet in het akkoord. De thuiswerkvergoeding over 2021 moeten we ook apart aanvragen.

De nieuwsberichten hebben het verder over een vergoeding voor inrichting van de thuiswerkplek van € 750 per 5 jaar. In het akkoord lees ik dat die bedoeld is voor ‘stoffering en meubilering’ van de thuiswerkplek. Niet voor apparatuur. Die kunnen we, net als nu, tot een bepaald maximum declareren. Er worden wel allerlei aparte regelingen van verschillende ministeries afgeschaft. De rijksoverheid is nog zoekend in het hybride werken, maar er wordt in elk geval geprobeerd om het rijksbreed eenduidig te maken. Dat vind ik al winst.

Recht op onbereikbaarheid

Bijzonder vind ik dat er voor heet eerst een soort van afspraken gemaakt zijn over het recht op onbereikbaarheid. In Frankrijk is dat er al, met het oog op een gezonde werk-privé balans. Uitgangspunt is dat de werknemer recht op onbereikbaarheid krijgt buiten het individueel overeengekomen werkrooster en de daarbij horende bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten. Dat is iets wat ik van harte toe juich. En ergens ook wel erg dat het nodig is.

Verruiming maximaal te sparen verlof

Ook handig met het oog op eerder stoppen met werken. De fiscale mogelijkheden om verlof te sparen zijn verruimd van 50 weken verlof naar maximaal 100 weken verlof. In de CAO-afspraken was tot nu toe geregeld dat werknemers maximaal 1.800 uur kunnen sparen in hun IKB-spaarverlof. Vanwege de verruimde fiscale mogelijkheden wordt dit per 1 januari 2022 gewijzigd in maximaal 3.600 uur. Dat zijn 100 voltijds ambtelijke werkweken, oftewel bijna twee jaar.

Wat vindt Geldnerd?

Ik ben blij dat er in elk geval iets van een loonsverhoging komt. Allerlei mensen zullen nu wel weer vinden dat wij het al goed genoeg hebben en toch niks bijdragen aan deze wereld, maar ook ambtenaren zijn mensen met gezinnen en huur en hypotheken en boodschappen die betaald moeten worden. Al besef ik ook terdege dat er heel veel mensen zijn die het moeilijker hebben dan wij.

Maar al die verschillende potjes maken het in mijn ogen wel nodeloos ingewikkeld. Ik hoop dat we in toekomstige CAO-afspraken iets meer samenhang kunnen brengen in de potjes voor opleidingen en verlof en thuiswerkplekken en reiskosten. Dat zou ook echt iets meer te kiezen geven bij de inrichting van je eigen werk.

Hoe is het met jouw CAO?

Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?

Geldnerd ontrafelt het pensioenmysterie

Bij de analyse van mijn salarisbrief over januari 2021 ontdekte ik dat mijn pensioenpremie de afgelopen 5 jaar met ruim 50 procent gestegen is. Dat vind ik veel, erg veel. Zeker omdat ik steeds minder zeker weet of en wat ik daar ooit voor terugkrijg. En ook omdat ik geen idee heb wie daar eigenlijk over beslist. Ik ben het zelf in elk geval niet. Want dan had ik het heft al tientallen jaren geleden in eigen hand genomen. Maar die mogelijkheid heb je niet als loonslaaf. En ik ben niet de enige die met stijgende pensioenpremies te maken heeft.

Stilletjes ben ik dus op onderzoek uitgegaan. Ik ben begonnen met mijn arbeidsvoorwaarden, daar heb ik onlangs een uitgebreide blogpost over geschreven. Maar daar hield het niet mee op, ik ben ook een ontdekkingsreis gaan maken door ons huidige pensioensysteem. Meer specifiek door de pensioenen van de Rijksambtenaren. Mijn eigen beroepsgroep en het ABP. De Absoluut Bodemloze Put. Ik wil beter begrijpen hoe het zit. Wie heeft waar welke invloed? Hoe zitten de spelregels in elkaar?

In april 2016 heb ik al eens een paar blogjes geschreven over het Nederlandse Pensioenoerwoud. Die serie was nog niet af. Maar ik liep toen echt wel een beetje vast op een gebrek aan beschikbare informatie. Vrij kort na de publicatie van die blogposts werd mijn tijd opgeslokt door de verhuizing van het Verre Warme Land naar Nederland, en daarna is het blijven liggen. Maar ik ga dus een nieuwe poging doen. Wel met een iets andere aanpak. Een aanpak die ik ook vaak volg als ik in mijn werk een probleem moet ontrafelen. Follow the Money en Follow the Papertrail. Hoe lopen de financiële stromen? En welke organisaties en welke overlegorganen zijn er, met welke rol en bevoegdheden, welke formele besluiten en documenten? Eens kijken hoe ver we daarmee komen.

De werkgever scheept je af met dit soort pagina’s in ‘begrijpelijke taal’. Maar elke zin roept bij mij vragen op. Want wie bepalen er eigenlijk hoeveel premie wij betalen en hoeveel pensioen we straks ontvangen? Waar wordt dat op gebaseerd? Hoe komen ze tot hun besluiten?

Regelgeving

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Uitgesteld salaris voor later. Dus ik had verwacht een aantal ronkende alinea’s over mijn ambtenarenpensioen aan te treffen in de CAO Rijksoverheid. Maar dat valt tegen. Er wordt een aantal keren verwezen naar het ABP Pensioenreglement, die komen we  nog uitgebreid tegen. Maar verder lijkt het hele ambtenarenpensioenstelsel en de rol van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) als een gegeven beschouwd te worden.

Het ABP kent dan ook al een lange historie. In de jaren 80 heeft het toenmalige kabinet (Lubbers) gretig misbruik gemaakt van haar bevoegdheden en pensioengeld van ambtenaren ingezet om de overheidstekorten in de toenmalige crisis te verlagen. Daarna kwam er ook nog een frauderende directeur en het werd een heuse ‘ABP-affaire’ en daarna is het ABP geprivatiseerd. Ik vond een zeer lezenswaardig artikel over deze geschiedenis.

Twee decennia ambtenaar zijn heeft mij geleerd om altijd terug te gaan naar de basis. Ik ben dus maar eens gaan lezen in de Wet Privatisering ABP. Wetten zijn niet het meest vermakelijke en toegankelijke leesvoer, maar ze zijn altijd leerzaam. Zo ook hier want in artikel 21 lid 1 lees ik dat de overheidswerknemers verplicht zijn deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP. Ik moet dus meedoen. Staat in de wet.

De Wet Privatisering ABP regelt verder dat al het geld en alle medewerkers van het ‘oude’ ABP overgaan naar het nieuwe ABP. Dat is fijn. De regering heeft dus geen geld achtergehouden. In elk geval niet dat ik kan achterhalen. Of toch wel. Er is namelijk ook een Aanpassingswet Privatisering ABP met een heel gemeen Artikel LXII. Lid 1 van dat artikel zegt namelijk dat de Stichting Pensioenfonds ABP aan overheidswerkgevers een reductie van de door hen verschuldigde pensioenbijdrage toekent. Ze hebben zichzelf dus korting gegeven, die werkgevers…

Organisaties

Ook rond de pensioenen is een web van organisaties geweven. Enerzijds zijn dat de mechanismen die werkgevers en vakbonden hebben gecreëerd om het pensioencircus aan te sturen. Maar ook rond het ABP zelf zijn de nodige advies- en toezichtsorganen actief.

Een centrale rol wordt weer verzorgd vanuit de Stichting CAOP, die we ook al tegenkwamen toen ik naar de arbeidsvoorwaarden keek. Daaronder hadden we die Raad voor Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en daaronder die Pensioenkamer. De Pensioenkamer is verantwoordelijk voor de aard en de inhoud van de pensioenvoorziening van het overheidspersoneel. Dat is een wat cryptische omschrijving. Deze club is verantwoordelijk voor de inhoud van het Pensioenreglement. Komen we op terug.

Dan de Stichting Pensioenfonds ABP. Een club met een Bestuur, een Verantwoordingsorgaan en een Raad van Toezicht. Het voelt een beetje als een ‘management-BV’. Want sinds 1 maart 2008 de uitvoering van de pensioenregelingen ondergebracht in een zelfstandige uitvoeringsorganisatie Algemene Pensioen Groep NV (APG). De splitsing was nodig omdat het ABP ook commerciële verzekeringen aanbood en zo (oneerlijk) concurreerde met verzekeringsmaatschappijen. APG werkt niet alleen voor het ABP (de sectoren onderwijs en overheid), maar pook voor de pensioenfondsen van de bouw, schoonmaak, woningcorporaties, sociale werkvoorziening, medisch specialisten en architectenbureaus.

Ik heb er maar weer een plaatje van gemaakt om het voor mezelf begrijpelijk te houden.

Dan is er ook nog de manier waarop het ABP bepaalt hoe er met ons pensioengeld belegd wordt. Daar schrijven ze iets over op hun website. Binnen het bestuur van het ABP is er een Bestuurscommissie Beleggingsbeleid. Die ziet (met een paar externe leden maar ook interne leden) toe op de uitvoering van het Strategisch Beleggingsplan op dat elke drie jaar door het bestuur wordt opgesteld en adviseert over allerlei beleggingszaken. Ik denk dat ze vooral ook een heel groot aandeel in WC-Eend hebben.

Dat Strategisch Beleggingsplan van het ABP, dat kan ik dus nergens vinden.

Hier kun je zien wie er in het bestuur van het ABP zitten.

Hier kun je zien wie er in de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid zitten.

Hier kun je zien wie er in de Raad van Toezicht zitten.

Hier kun je zien wie er in het Verantwoordingsorgaan zitten.

Hier kun je zien wie er in de Pensioenkamer zitten. Nou ja, voorletter en achternaam. Ik heb nog niet iedereen kunnen traceren.

Voor zover ik nu kan achterhalen zijn dat de belangrijkste spelers. Zij bepalen samen hoe ons ambtenarenpensioen eruit ziet.

Pensioenreglement en Pensioenovereenkomst

In de Pensioenwet wordt geregeld wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot pensioen. Bij de definities in artikel 1 staat onder andere het Pensioenreglement genoemd, waar ook in de CAO naar verwezen werd. Het Pensioenreglement is de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer.

Een ander interessant dingetje in dat artikel 1 is de Pensioenovereenkomst. Die regelt hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen.

En tenslotte lees ik nog iets over het Uitvoeringsreglement. Dat is de door een pensioenfonds opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en werkgever.

Als ik wil begrijpen wat er nou allemaal geregeld is tussen het ABP en mijn werkgever, dan lijken me dat de documenten die ik maar eens door moet lezen. En ik kan ze keurig vinden op de ABP-website. Tenminste, de actuele versies. Maar er blijken er veel meer te zijn. Met name dat pensioenreglement wijzigt best wel vaak. Maar die historie kun je dan weer niet terugvinden bij het ABP. Gelukkig is er een Stichting Kennisbank ABPpensioen. Die heeft niks met het ABP te maken, maar heeft wel een mooie online bibliotheek met alle versies die er van deze documenten geweest zijn. En dat zijn er heel veel.

Pensioenovereenkomst

De Pensioenovereenkomst is dus het pensioencontract tussen de werkgever en de werknemers. Toch interessant dat ze me dat de afgelopen twintig jaar nooit verteld hebben. Want als werknemer ben ik partij in dit contract. Maar ik kan ‘m dus maar moeilijk vinden. Niet bij de CAO Rijk, de afspraken tussen werkgever en werknemers. Niet bij het ABP. Niet op de website van de Rijksoverheid. Niet op de wetgevings-website van de Rijksoverheid. Gelukkig heeft de Stichting ABP Pensioen ‘m wel ergens opgeduikeld. En vind ik via die route ook een recentere versie op de website van de Staatscourant.

Artikel 3 lid 2 regelt dat besluitvorming over wijziging van de inhoud van het pensioenreglement plaatsvindt in de Pensioenkamer van de Raad voor
het Overheidspersoneelsbeleid. Machtig clubje dus. Verder regelt Artikel 4. lid 2. sub a. dat 30% van de verschuldigde pensioenpremie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen door de overheidswerknemer betaald wordt door middel van een inhouding op het salaris. Onze werkgever betaalt dus 70%.

En Artikel 6 leert mij dat de werkgevers en de vakbonden de ambitie hebben om de pensioenen en pensioenaanspraken ‘bestendig en volledig’ te indexeren, met als maatstaf de prijsontwikkeling (Consumentenprijsindex, alle huishoudens, niet afgeleid, zoals gepubliceerd door het CBS). Maar indexatie is voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds en vindt pas plaats bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Daar hoeven we voorlopig dus niet op te rekenen. Per 31 januari 2021 (laatst gepubliceerde datum) was de beleidsdekkingsgraad van het ABP 87,5%.

Uitvoeringsreglement

Het Uitvoeringsreglement is de regeling tussen de werkgever en het pensioenfonds. Die opgesteld wordt door het pensioenfonds. Dat is ook meteen duidelijk als je begint te lezen. De eerste zin heeft het over regels die door ABP zijn opgesteld om de pensioenregeling beheerst en integer te kunnen uitvoeren. Overigens kun je als werkgever onder verplichte deelname uitkomen, als je gemoedsbezwaren hebt… In het document worden verder dingen geregeld als de informatie-uitwisseling tussen werkgever en pensioenuitvoerder en de premiebetaling, waarbij verwezen wordt naar een Handleiding Premie en Gegevens. Ook lees ik dat de jaarlijkse premie vastgesteld wordt volgens het premiebeleid in de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN), die ook op de website van het ABP staat

Handleiding Premie en Gegevens

De Handleiding Premie en Gegevens is een document van 167 pagina’s. Die heb ik niet helemaal doorgelezen. Het is een nadere uitwerking van het
Uitvoeringsreglement en het Pensioenreglement van ABP. De handleiding regelt in detail het verstrekken van deelnemerschapsgegevens, pensioengevend inkomen, premie- en grondslaggegevens en ook de betalings(wijze) van pensioenpremies.

Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN)

Dan de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). Daarin kun je onder andere gedetailleerd lezen hoe het ABP is ingericht. En je kunt lezen naar welke indicatoren ze allemaal kijken om te sturen. Er staat zelfs in welke zinnetjes ze gebruiken in de communicatie. Als je leest ‘Er is een kans dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging 15 – 70%. Maar lees je ‘We verwachten dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging groter dan 70%.

Ook las ik op pagina 23 dat de pensioenpremie berekend wordt op basis van een verwacht reëel rendement, dat sinds 2017 op 2,8%. Dit
percentage wordt gebruikt als disconteringsvoet. Maar door de verminderde economische vooruitzichten en de lage marktrente zal het ABP dit verwacht reëel rendement stapsgewijs zal gaan verlagen naar 2,0% (2,8% (2020), 2,4%
(2021), 2,2% (2022), 2,0% in 2023 en later). Verder kun je op pagina 31 lezen hoe het beschikbare geld belegd wordt, met de verdeling over aandelen, obligaties en andere beleggingscategorieën.

Statuten

Het Uitvoeringsreglement verwijst ook nog naar de Statuten van het ABP. Die heb ik dus ook maar even doorgelezen. Op grond van de statuten artikel 13.1 is het bestuur bevoegd om een of meer pensioenreglementen vast te stellen en/of te wijzigen. En het bestuur van het ABP stelt ook het Uitvoeringsreglement vast.

Pensioenreglement

Het Pensioenreglement regelt de verhouding tussen pensioenfonds en werknemers. Weer dus iets waar ik partij in ben, en waar ik mij niet van bewust was. het product van de geheimzinnige Pensioenkamer. het beschrijft voor allerlei situaties en omstandigheden wat mijn rechten en plichten zijn. Wanneer bouw je pensioen op? Wat gebeurt er als je een partner krijgt, gaat scheiden, of ziek wordt?

Het gaat ook in op de situatie als je eerder met pensioen wilt dan je AOW-datum. Dat kost je heel veel geld, heb ik al eens gezien in de MijnABP-omgeving. Vandaar dat mijn strategie op dit moment is om het pensioen pas in te laten gaan op de AOW-datum. De tijd tussen stoppen met werken en uitbetaling van (AOW en) pensioen wil ik dan met mijn eigen vermogen overbruggen. Het uitgangspunt waar ook mijn FIRE Calculator op gebaseerd is.

Interessant is hoofdstuk 11. Dat gaat over gemoedsbezwaren. Als je gemoedsbezwaren hebt tegen iedere vorm van verzekering, dan kun je verzoeken om niet aan de ABP-pensioenregeling mee te hoeven doen. Nu weet ik niet of mijn levensovertuigingen uit de Church of FIRE hiervoor voldoende geacht worden. Maar het is een interessant gedachtenexperiment… Niet deelnemen en het zelf regelen. Voor mij als ‘ambtenaar van middelbare leeftijd’ is dat een beetje laat.

Opdrachtgever en Opdrachtnemer

Wat nog een beetje mist in mijn plaatjes, is duidelijkheid over het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in dit hele systeem. Ik ga er van uit dat de werkgever opdrachtgever is aan het pensioenfonds ABP. En het pensioenfonds ABP is weer opdrachtgever van de uitvoerder APG.

Wat je als belanghebbende hoopt is dat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een beetje scherpe gesprekken plaatsvinden. Dat een opdrachtnemer af en toe zegt ‘wat heb je nou weer voor onzin verzonnen, dat kan of wil ik niet uitvoeren’. Of ‘als je dit zo wilt dan kost dat een paar procent rendement per jaar’. Dat soort dingen.

En daar is dus helemaal niets over te vinden. Als dit gesprek al plaatsvindt, dan vindt het plaats in de pensioenachterkamertjes. Ver weg van ons, eenvoudige stervelingen die elke maand een substantieel deel van ons salaris in die pensioenpot stoppen.

Van premiebetaling tot pensioenuitkering

Goed. Mijn werkgever maakt dus maandelijks de premie over aan het pensioenfonds. En verhaalt 30% daarvan op mij via de pensioenpremie in het salaris. Het pensioenfonds ABP sluist dat geld door naar de pensioenuitvoerder. Die gaat daarmee beleggen volgens de kaders uit het Strategisch Beleggingsplan en de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). De rendementen en de waarde van die beleggingen vormen samen de Grote Pensioen Pot.

Uit die Grote Pensioen Pot betaalt ABP de pensioenuitkeringen van de mensen die al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Maar ze rekenen ook voortdurend uit hoeveel geld er nodig is om te voldoen aan alle opgebouwde rechten van alle deelnemers.

Pensioenrechten

Wat ook ik heb al rechten. Dat recht is de som van alle A-factoren die ik heb opgebouwd, aangevuld met indexeringen (die we al heel lang niet gehad hebben). Het ABP moet er van uit gaan dat ze dat bedrag jaarlijks aan mij moeten betalen. Zo lang ik leef. Dus zijn ze erg geïnteresseerd in levensverwachting. Want ( som van de A-factoren ) maal (aantal jaren dat er naar verwachting aan mij betaald moet worden ) is ongeveer het ABP uiteindelijk aan mijn pensioen kwijt gaat zijn. En dat voor alle deelnemers. Dat zijn er miljoenen. Best een ingewikkelde rekensom dus. Zeker omdat het niet helemaal zo werkt. Ik ben er nog niet precies achter hoe het ABP het pensioen berekent waar ik volgens het pensioenoverzicht recht op zou moeten hebben…

De mate waarin het ABP kan voldoen aan de optelsom van al die pensioenen is de dekkingsgraad. Die is momenteel lager dan 100%, ergens in de toekomst komt er een tekort dus. Verwachten ze. Maar het ligt ingewikkelder dan dat. Want het ABP moet ook aannames doen over hoeveel geld er nog de pensioenpot instroomt en hoeveel rendement daarop gemaakt wordt. En er zijn allerlei regeltjes over hoe het ABP daarmee om moet gaan. Niks ‘gemiddelde rendement op de beurs over de afgelopen 100 jaar. Maar rekenrente. Die weer gebaseerd is op de rente op staatsleningen. Die al heel lang ongeveer nul is. Dus fictief gaan ze er van uit dat er bijna geen rendement meer komt. En dan kom je tekort ja, nogal wiedes. Zeker voor de mensen die nog 10, 20, 30 jaar in moeten leggen.

Het is een nogal zwaar vereenvoudigde uitleg. Maar dit is wel ongeveer hoe het werkt.

Wat vindt Geldnerd?

Ik zit er aan vast, aan dit systeem. Als ambtenaar bij wet verplicht om deel te nemen aan het pensioenfonds Absoluut Bodemloze Put. Er gaan een aantal dingen best goed. Maar ik zou best wat meer inspraak willen hebben. En wat meer transparantie in hoe het beleggingsbeleid bepaald wordt, en hoe de regeltjes vastgesteld worden en waarom ze veranderen. Wie daarover beslissen. Wie zitten er in die Pensioenkamer, en waarom? Idem de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid, en het Bestuur van het ABP. Of moet ik dan toch lid worden van een vakbond om hierover mee te kunnen praten?

Er komt natuurlijk een grote pensioenhervorming aan. Maar hoe die er uit gaat zien, dat ligt nog op de tekentafel. Daar ga ik me binnenkort ook maar eens in verdiepen. En ik vrees dat die niet echt transparanter wordt. Want de belangen zijn groot, heel groot.

Hoe denk jij over het pensioensysteem?