Mijn werksysteem

  • Berichtcategorie:The HOT Life

Op 8 augustus vroeg HenH in de comments waar er een blogpost te vinden was over mijn werksysteem. Ik verwijs daar namelijk naar in mijn blog over de jaardoelen. Het was wel een vraag waar ik even over na moest denken. Ik probeer werk en blog namelijk gescheiden te houden, alleen al om mijn identiteit een beetje te beschermen. Maar ik ga toch een poging doen om mijn Werksysteem uit te schrijven.

Vooraf

Geldnerd is rijksambtenaar, dat is geen geheim. En manager van een club fijne mensen. Voltijds werken is bij de Rijksoverheid 36 uur per week. En ik werk sinds een tijdje in een werkrooster van 4 x 9 uur, vier werkdagen van elk 9 werkbare uren. Dat doe ik op maandag tot en met donderdag, dus elke donderdag aan het eind van de werkdag begint mijn lange weekend. De afwezigheidsmelding in mijn mailbox gaat dan aan en mijn werkapparaten (inclusief zakelijke telefoon) verdwijnen in de kast. Daar komen ze zondagavond of maandagochtend weer uit om aan de oplader te gaan. En dit ritme bevalt mij uitstekend, ik kan me eigenlijk niet meer voorstellen dat ik nog terug ga naar een vijfdaagse werkweek.

In mijn huidige functie ben ik medio 2020 begonnen. In coronatijd. Ik heb sindsdien vrijwel volledig thuisgewerkt, ik ben in totaal een keer of 10 op kantoor geweest in het afgelopen jaar. De meeste mensen in mijn team heb ik pas een handvol keren ‘in het echt’ gezien. We zien elkaar vrijwel dagelijks per video en spreken elkaar telefonisch.

Mijn afdeling is georganiseerd in vijf clusters, met elk een eigen taakgebied. Inhoudelijk hebben die taakgebieden weinig met elkaar te maken. Maar als manager ben ik, samen met mijn plaatsvervanger, wel elke dag met al die taakgebieden bezig. Dat betekent veelvuldig omschakelen tussen verschillende thema’s. Het schakelen is één van de dingen die mijn werk interessant maakt en houdt.

Als manager mag ik gebruik maken van de diensten van een managementassistente. Zij regelt mijn afspraken en andere praktische dingen. Dat is een voorrecht dat mij veel tijd scheelt. Wekelijks hebben we agenda-overleg, en ook tussen de bedrijven door bellen en mailen we regelmatig om dingetjes te regelen.

Werkritme

Mijn werkdagen beginnen ergens tussen 08.00 en 08.30 uur op mijn eigen werkplek in Huize Geldnerd. Op maandag heb ik standaard mijn agenda tot 09.30 uur geblokkeerd. Daar mogen geen afspraken gepland worden. Omdat ik niet werk op vrijdag, en er op die dag vaak toch dingen gebeuren, en omdat ik in het weekend mijn mail en telefoon vermijd en dat doen helaas niet alle collega’s. De tijd tot 09.30 gebruik ik om ‘bij te lezen’ op de vrijdag en het weekend, en eventuele spoedzaken uit te zetten en mensen terug te bellen. Het zorgt ervoor dat ik zonder achterstand aan het ‘vergadercircus’ van de nieuwe week begin.

Want dat is mijn agenda grotendeels. Een vergadercircus. In een normale werkweek zitten de beschikbare uren volgepland met videovergaderingen. Een enkele vergadering op kantoor of op externe locaties. Die tegenwoordig een aparte kleur krijgen in de agenda, en waar ook netjes reistijd omheen gepland wordt. Want het is al eens voorgekomen dat ik me realiseerde dat mijn volgende afspraak over een half uur op kantoor zou zijn, terwijl ik nog rustig thuis achter de laptop zat. Ook dat is stress die ik liever vermijd.

Elke werkdag is mijn agenda van 12.00 tot 13.00 uur geblokkeerd voor mijn lunchpauze. Niet altijd een uur, maar wel altijd bedoeld om even gezond te lunchen en echt afstand te nemen van het werk en de werkplek. Meestal lunchen Vriendin en ik samen, want ook haar werkweek speelt zich grotendeels af in haar eigen werkkamer hier in Huize Geldnerd. En meestal komt ergens tijdens de lunch ons Hondje thuis, die is dan de hele ochtend met de uitlaatservice op pad geweest. Hij eet na thuiskomst een snackje en zoekt dan één van zijn mandjes op om te gaan slapen.

Na de middagvergaderingen is mijn agenda vanaf 16.00 uur weer geblokkeerd. In principe accepteert het secretariaat vanaf dat tijdstip geen afspraken meer voor mij. Allereerst werk ik dan mijn Bellijst af. Gedurende dag proberen mensen regelmatig om mij te bellen, maar tijdens besprekingen neem ik meestal niet op. Die mensen komen wel op mijn bellijst, en worden diezelfde dag teruggebeld. Ook als ik gedurende de dag zelf bedenk dat ik iemand moet bellen, spaar ik dat op tot ‘s middags.

Na de Bellijst is de Stukkenstroom aan de beurt. Binnen de overheid is het proces van en naar de ministers en statssecretarissen sterk geformaliseerd. Dat is ook nodig, want we moeten alles wat we doen goed kunnen verantwoorden, iets dat helaas nog niet altijd goed gaat. Maar elke dag gaan er stukken ‘de lijn in’. En er zijn heel veel lijnen, mogelijke routes van stukken van medewerkers die uiteindelijk bij een hoge ambtenaar of een minister terecht moeten komen, of als brief naar de Tweede Kamer of ergens anders heen moeten gaan. Ook ik ben onderdeel van een aantal ‘lijnen’, en moet dus elke dag nota’s en brieven beoordelen, aanvullen, bespreken en uiteindelijk digitaal paraferen.

En na de Stukkenstroom is de E-mail aan de beurt. De schrik van vrijwel elke kantoorwerker. Ik heb een aantal maatregelen genomen om dat beheersbaar te maken, daar kom ik later in deze blogpost nog even op terug. Mijn doel is om voor het einde van de werkdag in elk geval alle mails gelezen te hebben. Mails die een korte reactie vragen (zeg minder dan 2 minuten werk) handel ik meteen af. Waar mogelijk zet ik acties uit bij collega’s. Afgehandelde mails worden gearchiveerd, ook daar kom ik zometeen op terug. In mijn Inbox mogen alleen ongelezen berichten zitten, en mails waar ik nog ‘iets mee moet’. Dat zijn er meestal enkele tientallen. Soms meer. Maar niet meer de honderden ongelezen berichten die ik in eerdere functies soms had.

Tijdens dit proces orden ik ook de aantekeningen die ik gedurende de dag digitaal bijgehouden heb. In mijn mailbox heb ik een uitgebreid systeem van taakdocumenten aangemaakt. Elk cluster in mijn afdeling, elk vast overleg en werkgroepje, elk regulier persoonlijk overleg heeft een eigen document. Hier houd ik mijn aantekeningen en actielijstjes bij. Als ik bedenk dat ik iets ergens moet bespreken, dan gaat het op het lijstje en komt het dus automatisch in het eerstvolgende overleg aan de orde.

Ook kijk ik nog even naar de agenda voor de volgende dag en check ik of ik alle stukken voor die vergaderingen bij de hand heb. Ik ben verwend doordat de meeste vergaderingen voor mij voorbereid worden en ik kant en klare annotaties en adviezen meekrijg. Dat betekent dat ik selectief kan voorbereiden, meestal lees ik alleen de stukken waar ik een pittige discussie over verwacht. En tenslotte kijk ik ook nog even in het financiële systeem en het personeelssysteem of er nog taakjes staan die ik af moet handelen.

Dat klinkt als veel werk, en dat is het meestal ook wel. Ik heb die tijd vanaf 16.00 uur ook echt wel nodig. Veel collega-managers vergeten om dit soort blokken in hun agenda te zetten. En vergaderen dus door tot 17.30. En zitten dan elke avond hun mail en andere dingen bij te werken. Of lopen altijd achter de feiten aan. Sukkels.

Ik probeer ergens tussen 17.30 en 18.00 de werkdag af te ronden. En meestal ben ik dan ‘bij’. Alle stukken afgehandeld, alle mails gelezen, alle acties uitgezet, alle aantekeningen geordend, en de volgende werkdag voorbereid. Dat geeft een gerust gevoel in de avond.

De Agenda

Niet alleen privé maar ook zakelijk plan ik alles in mijn agenda. Vergaderingen, de vaste blokken voor lunch en mail/stukkenstroom/voorbereiding, maar ook tijd om acties uit te voeren. Het werken in vaste blokken is voor mij de basis van dit systeem, samen met de lijstjes in Outlook.

Ik heb strikte afspraken met mijn secretariaat over het weigeren van afspraken in de geblokkeerde tijden. Af en toe ontkom ik er niet aan, een minister kun je moeilijk iets weigeren en Kamerdebatten lopen ook gewoon door. Maar 9 van de 10 keer loopt het goed. Het klinkt misschien erg streng, dit systeem, maar het werkt, en het helpt mij om effectief en efficiënt mijn werk te doen.

Er zijn best veel regelmatig terugkerende overleggen in mijn agenda. Elke dinsdagochtend vergaderen we met het managementteam van de directie. Elke woensdag heb ik een overleg met elk cluster in de afdeling, in een uur nemen we de actielijst en grote lijnen door. Op donderdagochtend heb ik een afdelingsoverleg. De rest van de agenda vult zich met “bila’s” (bilaterale overleggen), stuurgroepen, werkgroepen, crisisgroepen, projectgroepen, werkbezoeken, debatten in de Eerste en Tweede Kamer, en al die andere praatvormen waarmee veel ambtenaren hun tijd verspillen dagen vullen.

De E-mail

Ik omschreef e-mail al als de schrik van vrijwel elke kantoorwerker. Op een gemiddelde dag ontvang ik er meer dan 150. Een verschrikkelijk systeem dat z’n oorspronkelijke doel, het snel uitwisselen van informatie, inmiddels al lang uit het oog verloren is. Net zoals de meeste organisaties werken wij met Microsoft Outlook.

Mijn uitgangspunt is dat mails zo min mogelijk tijd door mogen brengen in mijn Inbox. Aan het eind van elke werkdag wil ik geen ongelezen berichten meer hebben. Indien nodig worden ze doorgezet naar collega’s voor verdere behandeling. Als mails afgehandeld zijn worden ze door mij gearchiveerd, ik heb een uitgebreide lijst archiefmappen op onderwerp in Outlook.

Het grote geheim om de grote hoeveelheid e-mails beheersbaar te houden: de Regels in Outlook. Je kunt regels instellen waarmee Outlook bepaalde berichten automatisch afhandelt. En dat is handig, want dan hoef je dat zelf niet meer te doen.

Ik heb een groot aantal Regels ingesteld. Een aantal deel ik hieronder. Dit zijn ze niet allemaal, maar de andere zouden teveel prijsgeven over het precieze werk dat ik doe. Het gaat om het idee.

  1. Ten eerste heb ik een CC regel. Die markeert berichten waar ik in de CC-regel sta automatisch als gelezen en verplaatst ze naar een aparte map, behalve als ze afkomstig zijn van een zeer selecte groep personen. In die map kijk ik eigenlijk alleen als er specifiek naar gevraagd wordt, want vrijwel alle CC-berichten zijn ter info. Ik heb uiteraard ook een regel die eens in de zoveel tijd alle berichten uit de CC-map verwijdert die ouder zijn dan een paar weken.
  2. Verder worden op vergelijkbare wijze alle berichten die te maken hebben met mijn agenda verplaatst naar een aparte map. uitnodigingen, bevestigingen van anderen, verplaatsingen, het gaat allemaal naar de Agenda-map. Mijn agenda wordt beheerd door het secretariaat, die hebben liever niet dat ik er zelf iets aan doe. Maar ook voordat ik dat voorrecht had werkte ik met zo’n map. En dan keek ik één of twee keer per dag in die map en handelde alles af. Ook voor deze map is er uiteraard een regel die eens in de zoveel tijd alle berichten verwijdert die ouder zijn dan een paar weken.
  3. Een aantal systemen in onze organisatie stuurt mij automatisch notificaties als er taken voor mij zijn. Bijvoorbeeld ons documentmanagementsysteem (DMS) en ons personeelssysteem. Helaas kan ik die berichten niet uitschakelen in de bronsystemen. Maar ze zijn voor mij wel overbodig, want ik kijk elke dag minstens één keer in deze systemen of er iets voor mij staat. En met name het DMS is erg actief, die stuurt soms wel enkele tientallen berichten per dag. Dus heb ik ook een regel ingesteld die dit soort overbodige notificaties automatisch in de prullenbak kiepert. Die automatisch geleegd wordt als ik Outlook afsluit aan het einde van de werkdag.

Mijn Outlook-regels helpen mij enorm om mijn mailbox overzichtelijk te houden. Ik heb minder handwerk en kan beter focussen op de berichten die echt mijn aandacht nodig hebben. Dat helpt dan weer om elke werkdag af te sluiten met het gevoel dat ik alles onder controle heb. Want een overvolle mailbox is was een belangrijke stressfactor.

Hybride werken

In mijn huidige functie heb ik tot op heden vrijwel volledig thuis gewerkt. Maar ooit zullen we toch wel van dat k…virus afkomen. De bedoeling is dat wij dan ‘hybride’ gaan werken. Wat neerkomt op ‘vaker thuis dan voor corona’. Iets dat ik persoonlijk helemaal niet erg vind. Ik hoef niet zo nodig vijf vier dagen per week terug naar kantoor. De huidige manier van werken is voor mij erg efficiënt. Ik verlies geen tijd tussen vergaderingen en ik word minder afgeleid. Vooralsnog is het adagium bij ons ‘zo min mogelijk kantoor’, ik verwacht dat het binnenkort weer wordt versoepeld naar ‘een paar dagen per maand’.

In mijn afdeling hebben we afgesproken dat we tot nader order de clusteroverleggen en het afdelingsoverleg digitaal blijven doen. Collega’s kunnen hun ‘quotum’ aan kantoordagen daarbuiten inzetten voor overleggen waar ze dat nuttig vinden. Ik heb heel af en toe ook een bespreking op kantoor of extern, dat is nu echt een uitje. Gelukkig staat Geldnerd HQ op minder dan 15 minuten fietsen van mijn kantoor. En minimaal één keer per maand organiseren we een gezamenlijke middag met de afdeling. We lunchen samen, doen wat serieuze dingen, en drinken een borrel samen. Hopelijk komen er snel nog wat meer mogelijkheden om elkaar te zien.

Samenvattend

Het werken in vaste blokken zorgt voor voorspelbaarheid en transparantie voor mijn omgeving. De blokken elke middag zorgen voor voldoende tijd voor mijzelf en mijn eigen werk. Met een beetje hulp van de technologie. En en beetje discipline. Dat lukt uiteraard niet elke dag. Soms ‘moet’ er een vergadering in geblokkeerde tijd. Heb ik een dag geen zin in het bellen of de mail. Of ben ik een dag op reis. Maar dat geeft niet. Ik kan het de dag erna altijd weer oppakken.

En dat is dus de beschrijving van mijn persoonlijk Werksysteem in mijn standaard overheidsmanagerskantoorbaan. Het kostte in deze functie een half jaar om het goed in te regelen, maar inmiddels draait het ook al meer dan een half jaar heel goed. Het geeft rust. Het geeft structuur. Het vermindert mijn stress. Rust reinheid en regelmaat, en het maakt dat mijn team op mij kan rekenen. Dat is het belangrijkste.

En het is nog best een lang stuk geworden eigenlijk, deze blogpost. Dan te bedenken dat ik vooraf niet dacht dat er een blogpost in zou zitten…

Hoe ziet jouw werksysteem eruit? Want daar kan ik ook nog weer van leren!

Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

FIRE Calculator 4.1 – Nabestaandenpensioen

Mijn FIRE Calculator blijft een populair ding. Inmiddels is deze al meer dan 10.000 keer gedownload. Regelmatig krijg ik reacties en vragen over het rekenmodel. En dat leidt dan af en toe tot een nieuwe of verbeterde versie. Ook nu weer.

Nabestaandenpensioen

Ik kreeg namelijk een vraag over de wijze waarop het rekenmodel omging met het nabestaandenpensioen. Van een lezer die zelf nabestaandenpensioen ontvangt. Echter, in de situatie van de lezer werd het bedrag dat wordt ingevuld niet meegenomen in het tabblad Data.

Deze vraag over het nabestaandenpensioen wees mij op een denkfout die ik gemaakt heb in mijn model. Ik heb (teveel) geredeneerd vanuit mijn eigen situatie, met een levende partner. Het model werkte dus alleen in een situatie dat er twee partners zijn. Na het overlijden van de een wordt diens nabestaandenpensioen opgeteld bij het inkomen van de overlevende partner. Dat werkt als je het model met z’n tweetjes invult. Maar niet als de ene partner al overleden is en er dus alleen een nabestaandenpensioen-ontvangende partner is.

Daar heb ik de FIRE Calculator dus op aangepast. Het model rekent nu met een te ontvangen nabestaandenpensioen per persoon. In een rekensituatie met twee personen begint dat als een van de twee personen overlijdt. Als je de berekening uitvoert met één persoon dan kijkt het model naar het startjaar bij het nabestaandenpensioen. Is dat veld leeg, dan ontvang je het nabestaandenpensioen gedurende de hele rekentijd van het model. Vul je daar een jaartal in, dan ontvang je dat nabestaandenpensioen vanaf dat startjaar. Het nabestaandenpensioen is nu ook zichtbaar in een aparte kolom op het werkblad data.

Praat Nederlands met me…

Verder kreeg ik de vraag hoe de Engelse termen in het tabblad Data gewijzigd kunnen worden naar Nederlandse termen. Wanneer er nieuwe gegevens zijn ingevoerd en een herberekening wordt gemaakt, dan worden de Nederlandse begrippen die gebruikers hebben ingevoerd overschreven door de oorspronkelijke Engelse termen. Veel mensen zijn niet zo thuis in die Engelse termen en houden het daarom liever op het Nederlands.

Het werkblad Data wordt inderdaad elke keer bij herberekening volledig gewist en opnieuw opgebouwd. Inclusief de kopjes. Die zitten dus ‘ingebakken’ in de programmatuur. Het is een beetje een ‘tic’ van mij om altijd Engelstalig te programmeren. Maar ik heb de programmatuur zo aangepast dat er nu alleen nog Nederlandse termen gebruikt worden op het werkblad Data en in de Grafiek. Het was natuurlijk ook een beetje onzinnig om Engelse termen te gebruiken voor een FIRE model dat helemaal op de Nederlandse pensioen- en vermogenssituatie is ingericht…

Ook nog een aanpassing op het grafiekenblad. Want de legenda van de grafiek werd wel erg vol. Dus krijg je nu alleen de componenten te zien van de perso(o)n(en) die je aanvinkt.

Het rekenmodel

Op verzoek verschijnt er volgende week een uitgebreide blogpost over het rekenmodel achter de FIRE Calculator. Hierin komt een beschrijving van alle aannames en berekeningen die ik maak in de spreadsheet. Het is geen hogere wiskunde of magie, iedereen die tot tien kan tellen kan dit maken voor zijn of haar eigen situatie.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Voor meer informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. In versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4.0 kreeg meer opties voor handmatige aanpassingen.

FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

De FIRE beweging is aan het verliezen

‘Wij van de FIRE beweging’, de mensen die financieel bewust bezig zijn en daarmee streven naar eerder stoppen met werken, uit de ratrace stappen, geloven graag dat we de voorhoede zijn van een brede beweging. Dat we iedereen het ‘licht’ kunnen laten zien dat ‘spaarpercentage en VWRL’ heet. Dat eerder stoppen misschien niet voor iedereen is weggelegd, maar wel voor heel veel mensen. Als ware zendelingen schrijven we onze blogjes, en proberen we mensen te bekeren op meet-ups en conferenties en zo. De Jehova Getuigen zijn amateurs vergeleken bij de zendelingen van FIRE…

Maar in werkelijkheid zijn we een niche. Een klein groepje dwarsliggers. De grote strijd, zo die er ooit geweest is, zijn we aan het verliezen. De statistieken bewijzen het. Er wordt helemaal niet minder jaren gewerkt, integendeel.

Het FD publiceerde onlangs een artikeltje waaruit bleek dat een steeds groter deel van ons leven opgaat aan werk. Omdat dit artikel achter een betaalmuur zit geef ik graag een samenvatting met achtergronden van Eurostat, het Europese statistiekbureau. Want dat is de bron van deze gegevens. Niks korter werken, langer werken. Dat is wat we doen.

Allereerst een plaatje van Eurostat, dat veel mooier is dan het staatje dat het FD ervan maakte.

Bron: Eurostat

Nederlanders en Zweden hebben de langste werkzame levens van alle EU-landen. In Nederland is dit gemiddeld 40,5 jaar en in Zweden 41,9 jaar. Aan de andere kant van het spectrum zitten de Italianen (31,8 jaar), Kroatië (32,4) en Griekenland (32,9). Wie is er nou de slimste in Europa? In onderstaand plaatje zie je hoe het EU-gemiddelde zich ontwikkeld heeft sinds het jaar 2000.

Bron: Eurostat

De cijfers van Eurostat geven de verwachte werkzame jaren aan van een 15-jarige. Ook voor de levensverwachting is uitgegaan van Europeanen die nu 15 jaar oud zijn. En dan valt op dat het aantal werkzame jaren harder groeit dan de levensverwachting. Nederlanders zijn tussen 2000 en 2018 ongeveer 14% meer van hun leven aan werk gaan besteden, dat is vijf jaren. In diezelfde periode is onze levensverwachting maar met anderhalf jaar toegenomen.

Bron: Eurostat

En ook nog opvallend: In 2018 was het werkzame leven langer voor mannen dan voor vrouwen in alle landen, met uitzondering van Letland en Litouwen.

Nou, bekijk het maar hoor! Ik ben echt niet van plan om 40,5 jaar te werken. Geldnerd is begonnen direct na zijn studie, toen was hij 24 jaar en 3 maanden oud. 40,5 jaar verder ben ik 64 jaar en 9 maanden. Mij niet gezien, ik verwacht ver voor die tijd klaar te zijn.

Hoeveel jaar verwacht jij te werken?

Hoeveel geld nodig na pensioen?

  • Berichtcategorie:Pensioen

Het is een belangrijke vraag voor iedereen die financieel bewust probeert te leven. Hoeveel geld heb je nodig nadat je stopt met werken? Hoe minder hoe beter, want des te minder kapitaal en passief inkomen je nodig hebt om eerder te kunnen stoppen met werken. Voor mij geldt dat FIRE niet echt mijn doel is. HOTS is dat wel – Happy, Opportunity-rich, Time-rich en Simple. Maar toch vind ik het belangrijk om te weten hoeveel eerder ik zou kunnen stoppen met werken. Daarom heb ik het maar eens in verschillende scenario’s op een rijtje gezet.

De huidige uitgaven van het gezamenlijk huishouden van Geldnerd en Vriendin zijn ongeveer € 3.500 per maand. Daar zitten overigens twee substantiële uitgaven in die we niet meer zouden hebben als we stoppen met werken: de uitlaatservice voor Hondje à € 275 en de schoonmaakster à € 100 per maand.

We geven op dit moment € 1.550 per maand uit aan rente en aflossing op de hypotheek (dat is onderdeel van de € 3.500). Bij normaal aflossen dalen de lasten maandelijks met ongeveer € 2 per maand. Doordat we nu elke maand extra aflossen is dat ruimschoots het dubbele.

Mijn privé-uitgaven zijn ongeveer € 1.000 per maand. Daar zit alles in, dus ook mijn bijdrage aan gezamenlijke vakanties en dergelijke. Maar daarin zit dus ook een budget van gemiddeld € 200 per maand aan zakelijke kleding, en € 65 voor lunches en koffie buiten de deur. Maar ik reken hier maar even met € 800 per maand.

Rekensommetje

Even rekenen dus. Als we gezamenlijk € 3.125 per maand uitgeven, dan is mijn aandeel € 1.562,50 uitgaande van een 50/50 verdeling. In ons samenlevingscontract staat een bijdrage naar draagkracht, maar ik ga er dan even vanuit dat Vriendin en ik samen stoppen met werken. Tel daarbij op € 800 aan eigen uitgaven, dan heb ik € 2.362,50 per maand nodig, en dat betekent € 28.350 netto per jaar.

Als onze hypotheek afgelost zou zijn dan hebben we maar € 1.600 per maand nodig voor onze gezamenlijke huishouding. Dat is € 800 voor mij (weer uitgaande van 50/50). Plus € 800 eigen uitgaven, is € 1.600 per maand oftewel € 19.200 netto per jaar.

Uitgaande van een conservatieve Safe Withdrawal Rate van 3,0% is er dan € 945.000 nodig in een situatie waarin de hypotheek nog niet is afgelost, of € 640.000 in een situatie waarin de hypotheek wel is afgelost.

Reeds opgebouwd pensioen

Maar… Hoeveel pensioen heb ik al opgebouwd als ik vandaag zou stoppen met werken? Volgens mijn (onlangs ontvangen) Uniform Pensioenoverzicht 2018 was dat € 26.270 bruto per jaar bij het ABP en € 2.390 bruto per jaar in ‘vergeten pensioen’, oftewel in totaal ongeveer € 28.500 bruto per jaar. En ik krijg vanaf (naar verwachting) 69,5 jarige leeftijd natuurlijk ook nog AOW (hoop ik), ongeveer € 9.700 bruto per jaar op dit moment. In totaal is dat € 38.200 bruto per jaar, oftewel € 3.180 bruto per maand. Als ik daar een bruto/netto berekening op loslaat (rekening houdend met loonheffing en bijdrage ZVW) dan blijft er netto ongeveer € 2.350 per maand over.

Dan zou ik dus vanaf mijn 69,5 levensjaar al bijna geen aanvulling uit mijn vermogen nodig hebben om toch mijn huidige levensstijl te kunnen handhaven. Als (1) alle regelgeving blijft zoals ‘ie is en (2) er geen inflatie zou zijn….

Kloof opvullen

Eerder heb ik wel eens een tekeningetje gemaakt over hoe ik de bestemming van mijn vermogen zie. Het gaat om aanvulling op mijn pensioen, en het overbruggen van ‘de kloof’ tussen het moment dat ik wil stoppen met werken, en het moment dat de pensioenen uit beginnen te betalen. Maar met onze huidige levensstijl (waar we erg tevreden over zijn en waar we niks in missen) kan een groot deel dus ingezet worden voor het overbruggen van de kloof, en is er veel minder vermogen nodig. En helemaal als we de hypotheek versneld aflossen.

Overigens heb ik absoluut geen plannen om te stoppen met werken, want ik vind mijn werk veel te leuk. Maar daar zal ik binnenkort nog wel eens over schrijven.

Hoeveel geld denk jij nodig te hebben als je stopt met werken?