Blog over (financieel) bewust leven

Label: vermogen (Page 1 of 9)

FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Jaarafsluiting 2020

Nou, dat was 2020. Als iemand ons eind 2019 had verteld wat er allemaal zou gaan gebeuren, dan hadden we die persoon vast en zeker opgesloten in een krankzinnigeninrichting. En iedereen die zich waarzegger (m/v) noemt mag volgens mij ook op zoek naar een echte andere baan. Maar het jaar 2020 zit er op, dus is het tijd voor een terugblik op het jaar en op het vierde kwartaal.

Kwartaalrapport nummer 18 van Geldnerd. Een kwartaal dat gekenmerkt werd door steeds striktere maatregelen om het coronavirus in toom te houden en de Nederlandse zorg op de been te houden. Maar inmiddels gloort er een klein sprankje hoop met een vaccin en een vaccinatiecampagne, al zijn we in Nederland wel één van de laatsten die er mee starten met dank aan het ministerie van die man met die gekke schoenen.

Aandelenmarkten

Het afgelopen kwartaal zag ik vooral een stijgende beurs, al was er eind oktober even een dipje toen de aandelenmarkten het even niet meer zagen zitten door stijgende aantallen corona-infecties en steeds strengere lockdowns. Maar dat duurde niet lang. En wie durfde er bij het begin van de coronapandemie, toen de beurzen in maart in elkaar klapten, te voorspellen dat we het jaar met recordstanden zouden afsluiten? Het was een achtbaan. Al stelt The Economist in haar Kerstnummer dat er voldoende fundamentele redenen zijn om de huidige stand te rechtvaardigen. We zullen zien, want ik denk (in tegenstelling tot The Economist) dat de aandelenmarkten vooral door emoties bepaald worden, niet door ratio. Alhoewel de S&P500 met een plus van ongeveer 16% geen slecht jaar heeft gehad.

S&P500 1 jaars grafiek (bron: Yahoo Finance)

In Europa zat er in het vierde kwartaal in eerste instantie weinig beweging in de koersen, er was zelfs sprake van een licht dalende trend. Maar vanaf begin november ging Europa vrolijk meedoen met de stijgende koersen elders. En eind december hoorde ik zelfs vanuit Amsterdam jubelende geluiden over recordstanden op de borden. De AEX sloot het jaar af met een plus(je) van 3%. Dat is beter dan de EuroStoxx50 index, die het jaar ruim 6% in de min afsloot.

EuroStoxx50 1 jaars grafiek (bron: Yahoo Finance)

De duikvlucht van de Amerikaanse dollar werd in het vierde kwartaal voortgezet. De Euro werd dus sterker. Inmiddels krijg je voor € 1,00 ongeveer US$ 1,22. Ten opzichte van 1 januari 2020 is dat een verschil van bijna 10%. Dat zijn standen die we sinds april 2018 niet meer gezien hebben. Ik ontvang nog een groot deel van mijn dividend in Amerikaanse dollars. Daar krijg ik dus nu minder Euro’s voor. En met meer dan de helft van mijn portefeuille in Amerikaanse aandelen (volgens de X-Ray van Morningstar) heeft het ook impact op mijn rendement. Jammer maar helaas.

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is nog steeds goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt en de markt voor staatsobligaties, met dank aan VWRL en DBZB. En mijn portefeuille beweegt dus keurig mee met de wereldwijde aandelenmarkten. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting, steeds het fonds dat mijn spreadsheet adviseerde om dichter bij de gewenste portefeuilleverdeling uit te komen.

Mijn portefeuille is vooral in november sterk gestegen, en sluit het jaar af in de buurt van het Virtual All Time High (VATH). De stand per 31 december 2020 was VATH -/-0,8%. Het VATH bereken ik door het vorige reële All Time High (medio februari van 2020) te nemen plus alle inleg sinds die datum. De totale waarde van mijn beleggingsportefeuille is nu 46,3% hoger dan wat ik de afgelopen 8 jaar in totaal heb ingelegd. Aan het einde van Q3 was dat 33,1%. Beter dan een spaarrekening….

De ROI YTD is per einde van het jaar +4,11% ( einde derde kwartaal: -/-6,98%). De 12-maands XIRR staat op +3,15% ( einde derde kwartaal: -/-1,38%).

Indicator2019Q42020Q12020Q22020Q32020Q4
% boven inleg48,2%14,5%31,5%33,1%46,3%
ROI YTD25,9%-22,1%-9,25%-6,98%4,11%
XIRR 1 jaar23,5%-15,3%-3,9%-1,38%3,15%

Kosten van Beleggen

In mijn Jaarafsluiting 2019 gaf ik voor het eerst inzicht in de kosten van mijn beleggingen. Ik keek naar twee indicatoren. De eerste is de Total Expense Ratio (TER) van de fondsen in mijn portefeuille met behulp van de Morningstar X-ray. Daarnaast maak ik kosten bij mijn broker, transactiekosten en een maandelijkse fee. Zowel procentueel als in absolute bedragen zijn mijn beleggingen in 2020 goedkoper geworden.

Indicator20192020
Total Expense Ratio (TER)0,26%0,21%
Kosten Broker0,24%0,17%
– waarvan Servicefee44%61%
– waarvan Transactiekosten56%39%

In mijn jaarafsluiting 2019 concludeerde ik overigens ook dat beleggen via DeGiro goedkoper was dan via mijn eigen broker Binck, maar dat DeGiro geen echte bank is. En daar heb ik gelijk in gekregen

Dividend en Spaarrente

In het vierde kwartaal van 2020 ontving ik netto op mijn rekening € 713,06 aan dividend. Dat is een record. Aan de ene kant is dat niet heel vreemd, want mijn portefeuille blijft groeien. Maar in 2020 hebben veel bedrijven hun dividend verlaagd. En het beeld is ook een beetje vertekend omdat er twee VWRL-dividendbetalingen in zitten. Het dividend over het derde kwartaal is begin oktober betaald, en het dividend over het vierde kwartaal is eind december betaald. Beide zijn dus in Q4 geboekt. Dat was overigens in 2019 ook zo.

In het vierde kwartaal van 2019 was het dividend nog € 628,42 en in het derde kwartaal van 2020 was het € 489,01. Aan het einde van het laatste kwartaal stond er geen dividend meer aangekondigd voor uitbetaling in het eerste kwartaal van 2021.

In totaal heb ik in 2020 € 1.929,85 aan dividend ontvangen.

Van de spaarrente hoeven we nog steeds niets te verwachten. Ik krijg inmiddels nog 0,05% rente op mijn bufferrekening. Gelukkig staat daar bijna geen geld, het overgrote deel van mijn vermogen zit in ons huis en in mijn beleggingsportefeuille.

Spaarpercentage

Het spaarpercentage. Tsja. Durf ik daar nog over te schrijven? Want ik dacht dat ik aardig op weg was met mijn doelstelling voor 2020. Totdat ik ontdekte dat er een fout in mijn spreadsheet zat. En mijn spaarpercentage fors lager was dan ik dacht. Het schaamrood staat nog steeds op mijn kaken als ik daaraan terugdenk. Uit frustratie ben ik ook nog eens geld uit gaan geven in het laatste kwartaal, zie verderop onder Beste Uitgave(n)

Spaarpercentage2020Q12020Q22020Q32020Q4
Vóór correctie41,1%58,6%31,8%
Na correctie41,1%50,6%22,2%39,3%

Voor heel 2020 bedraagt mijn spaarpercentage 38,9% (2019: 60,0%). Doelstelling voor het gehele jaar 2020 was 45,0%. Maar ach, zo slecht is dit percentage toch ook weer niet….

Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Corona zorgt er nog steeds voor dat het aantal NSDs hoger is dan ‘vroeger’. Gemiddeld had ik er toen een stuk of 10 per maand. In 2020 waren het er in totaal 244, oftewel gemiddeld meer dan 20 per maand.

Eigen Vermogen

In het vierde kwartaal zijn er geen rente-inkomsten en ook geen verandering van de waarde van ons huis. Daarvoor volg ik de WOZ-waarde, en die komt altijd in het eerste kwartaal. Er was alleen regulier salaris, inleg in mijn beleggingen, reguliere aflossingen van de hypotheek, en natuurlijk de bewegingen van de beleggingsportefeuille op het sentiment van de markten. Die laatste leverde in het vierde kwartaal de grootste bijdrage aan mijn vermogensgroei.

Waar leidt dat toe? Onderstaand de ontwikkeling van mijn vermogen per kwartaal. In het vierde kwartaal is mijn eigen vermogen gegroeid met 5,9%.

Over het hele jaar 2020 is mijn eigen vermogen gegroeid met 17,4%. dat is voor ongeveer 50% veroorzaakt door de stijging van de WOZ-waarde van onze woning. De maandelijkse inleg in de beleggingen en de aflossing van onze hypotheek dragen elk ongeveer 22% bij, en de stijging van de aandelenmarkten zorgt voor 7,7% van deze groei. Mijn financiële lot is dus wel een beetje verbonden met de woningmarkt.

Beste Uitgave(n)

De realisatie dat mijn spaardoel voor 2020 volledig uit zicht was heeft wel geleid tot een ‘uitgavenexplosie’ in het vierde kwartaal. Dat praat ik voor mijzelf goed door te zeggen dat het vrijwel allemaal reguliere en geplande (of in elk geval onvermijdelijke) uitgaven waren waar ik blij van word, en dat ik mijn bijdrage lever om de economie te ondersteunen in deze corona-tijden….

  • Ik heb mijn abonnement op The Economist weer met drie jaar verlengd.
  • Ook heb ik nieuwe sportschoenen gekocht. De oude schoenen waren inmiddels 10 jaar oud en zijn weliswaar 8,5 jaar weinig tot niet gebruikt, maar waren toch echt wel aan vervanging toe.
  • Er waren in oktober uitgebreide medische kosten voor ons Hondje. Hiervoor hebben Vriendin en ik bijgestort op de gezamenlijke rekening. Inmiddels is Hondje volledig hersteld en heeft hij meer energie dan het afgelopen jaar bij elkaar. We vermoeden dat hij al langer last had van zijn alvleesklier, en dat hem dat veel energie kostte (terwijl wij dachten dat het zijn leeftijd was). Zijn nieuwe dieet lijkt dat opgelost te hebben, en hij heeft weer de energie van een pup. Onlangs heeft hij zelfs alweer in twee dagen tijd ruim 25 kilometer gewandeld met ons.
  • En in december heb ik ook weer een doosje met flessen whisky laten komen.

Hoe was jouw jaar?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

Hoe waardeer je jouw woning?

Onlangs kreeg ik een vraag van een lezer. Dat gebeurt wel vaker, en ik probeer altijd antwoord te geven. Want soms is de vraag ook interessant voor anderen (in elk geval naar mijn mening) en dan zit er ook een blogpost in. Twee keer per week een blog vullen valt niet altijd mee….

Voor deze lezer is, net als voor Geldnerd, de (over)waarde van de eigen woning  een belangrijk deel van het totale vermogen. De werkelijke waarde van een woning kan natuurlijk pas worden vastgesteld bij een verkoop. Dat roept een belangrijke vraag op. Want hoe waardeer je tussentijds de financiële waarde van je woning als je jouw eigen vermogen in de gaten wilt houden?

Waarderingsgrondslag

Geldnerd maakt gebruik van de WOZ waarde om Geldnerd HQ te waarderen. Daar waren twee vragen over:

  • Waarom niet de waardeschatting van Funda? Deze wordt maandelijks bijgewerkt en lijkt meer op de werkelijke verkoopwaarde op dit moment dan de WOZ.
  • Wanneer je de WOZ-waarde pakt, welke peildatum pak je dan? Bereken je de waarde op 1 november 2020 op basis van de WOZ waarde die op 1 januari 2019 is vastgesteld, of pak je de waarde van 1 januari 2020 (die je dus later bijwerkt)?

Uiteindelijk maakt het volgens mij niet zo heel veel uit welke waarderingsgrondslag je gebruikt. Per slot van rekening is het geen wedstrijd met anderen, maar alleen met jezelf. Dan is het vooral van belang dat je een consistente systematiek kiest zodat je jouw eigen vermogensontwikkeling door de tijd goed kunt volgen en vergelijken, en niet steeds een andere grondslag kiest.

Ik ben hier in de loop van de jaren wel voorzichtiger mee geworden. Dat heeft te maken met mijn eigen ervaringen. ‘Vroeger’ toen ik zelf begon met het bijhouden van mijn financiën gebruikte ik Funda als basis. Ik hield zelfs een hele spreadsheet bij met vergelijkbare appartementen in de buurt die te koop stonden, wat de vraagprijs was, hoe snel ze verkocht werden en voor welk bedrag. Maar toen kwam er een financiële crisis die ook leidde tot dalende huizenprijzen. En in die crisis besloten Ex en ik om te gaan scheiden. Uiteindelijk prijs ik mijzelf gelukkig dat ik, op het dieptepunt van de woningmarkt, mijn aandeel in de woning tegen hypotheekwaarde kon verkopen aan mijn Ex. En er dus zonder restschuld uit kon stappen, met mijn aandeel in het spaargeld en in de spaarhypotheek. De papieren winst op de waarde van de woning, waar ik mijzelf jarenlang rijk mee gerekend had, was helemaal verdampt. En dat voelde toch als een enorme extra teleurstelling, bovenop alle negatieve emoties die toch al bij de scheiding hoorden.

Toen Vriendin en ik in 2016 onze huidige woning kochten, besloot ik het daarom anders te gaan doen. Voorzichtiger. En sindsdien gebruik ik de WOZ-waarde als basis. Die wordt maar één keer per jaar bijgewerkt en loopt dan al een jaar achter op de echte ontwikkeling van de markt. En dat achterlopen levert mij voordeel op, zowel in een stijgende als in een dalende markt. In een stijgende markt heb ik een ‘stille reserve’ ten opzichte van de echte woningwaarde. Als ik mijn woning verkoop krijg ik waarschijnlijk meer geld dan waarvoor het huis in mijn administratie staat. Maar in een dalende markt (en dat kan ook zomaar weer eens gaan gebeuren) heb ik wat ‘buffer’ voordat ik mijzelf te rijk reken. Dat is belangrijk voor mij: liever de waarde van de woning iets te laag inschatten dan mezelf rijk rekenen.

Deze aanpak werkt overigens maar een tijdje. Als de woningprijzen langere tijd blijven dalen dan wordt het wel een probleem. In de praktijk zijn de WOZ-waardes (die een jaar achterlopen) dan hoger dan de (inmiddels verder gedaalde) huizenprijzen als je nu verkoopt. In die situatie kan ik me voorstellen dat ik mijn waarderingsgrondslag wel verander, en alsnog de in dat geval meer pessimistische maar reëlere Funda-schatting ga volgen.

Werkwijze

Ik neem per einde van elk kwartaal de stand van mijn vermogen op, en gebruik daarbij steeds de op dat moment laatst bekende WOZ-waarde van onze woning. Die ontvangen wij altijd in het eerste kwartaal van onze gemeente. Bij mijn balans van kwartaal 1, 2 en 3 van 2020 heb ik dus de WOZ-waarde uit het eerste kwartaal van 2020 gebruikt, die als waardepeildatum 1 januari 2019 heeft. Deze gebruik ik ook als basis voor mijn balans per 31 december 2020, einde Q4. Dan loopt de waardering dus eigenlijk al 2 jaar achter, maar dat vind ik niet erg. Dat is buffer voor als de markt weer eens gaat dalen, of extra feestvreugde als we het huis verkopen voor meer dan waar we al die jaren mee gerekend hebben.

In de loop van het eerste kwartaal van 2021 ontvang ik dan een nieuwe WOZ-beschikking, met waardepeildatum 1 januari 2020. Dat is dus de basis voor mijn balans per 31 maart 2021, eind Q1, en zo verder tot en met de balans van 31 december 2021.

Alternatieven

Naast de WOZ-waarde en de verwachte verkoopprijs volgens Funda zijn er nog meer manieren om de waarde van jouw woning mee te nemen in jouw financiële berekeningen. Zo zijn er ook mensen die blijven rekenen met de aankoopwaarde. In de huidige markt is dat heel voorzichtig, want als je jouw huis 7 jaar geleden gekocht hebt dan zit er waarschijnlijk wel wat overwaarde in. Maar het is wel heel zuiver als je jouw huis eerst als gebruiksgoed ziet, en niet als onderdeel van jouw vermogensopbouw.

In de onderstaande grafieken probeer ik te laten zien wat het effect van de waarderingsgrondslagen is voor jouw financiële berekeningen, aan de hand van de situatie van onze eigen woning. Allereerst een situatie waarbij je rekent met de aankoopwaarde. Er komt dan geen overwaarde (of ‘onder water’) voor. Je ziet alleen wat je afgelost hebt en wat er nog aan hypotheek resteert. In deze grafiek is de aankoopprijs gelijkgesteld aan 100%.

Dan ons huis op basis van de WOZ-waarde. Die hebben we begin 2020 ontvangen en heeft als waardepeildatum 1 januari 2019. Sinds onze aankoop eind 2016 zijn de huizenprijzen lekker door gestegen, en we hebben dus behoorlijk wat overwaarde opgebouwd. In deze grafiek is de WOZ-waarde gelijkgesteld aan 100%.

En tenslotte de meest actuele waardering, op basis van Funda. Ook in 2020 zijn de huizenprijzen blijven stijgen. Ik las dat ze in Geldnerd City inmiddels een procent of 9 hoger zijn dan een jaar geleden. Dat zie ik terug in de Funda-prijsschatting. Meer overwaarde! In deze grafiek is de Funda-schatting gelijkgesteld aan 100%.

Helemaal eerlijk is deze vergelijking natuurlijk niet. Want 100% is behoorlijk verschillend in deze drie scenario’s. Daarom heb ik ze in absolute waarde ook nog even naast elkaar gezet. De aflossingen en de resthypotheek veranderen uiteraard niet, het enige verschil zit in (het ontbreken van) een overwaarde.

Uiteindelijk zijn alle drie de voorbeelden fictief en loop je een risico in je berekeningen. Want ik zei het al aan het begin van dit stukje: de werkelijke waarde van een woning kan natuurlijk pas worden vastgesteld bij een verkoop. De centrale vraag is of je wilt (durft te) rekenen met overwaarde en (als de markt daar aanleiding toe geeft) onderwaarde (‘huis onder water’). Wat mij betreft kies je dus vooral zelf je eigen overweging, die het beste bij jouw persoonlijke situatie past, en waar je je comfortabel bij voelt!

Hoe neem jij de waarde van jouw woning (en ander vastgoed) mee bij de berekening van jouw vermogen?

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Box 3 is gewoon rechtvaardig…

… Zegt de staatssecretaris….

Het ministerie van Financiën heeft wederom die oude Haagse truc toegepast. Brieven over gevoelige onderwerpen stuur je op de eerste dag van het reces (in dit geval herfstreces), het moment dat de pers meestal niet goed oplet, en zodat ze onderaan de stapel liggen als de Kamer terugkomt.

In dit geval gaat het om de kabinetsreactie op de vraag of de vermogensrendementsheffing over de periode 2013 – 2016 strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en of belastingplichtigen gecompenseerd moeten worden.

Conclusie, niet onverwacht, is dat de staatssecretaris vindt dat alles keurig is en dat compensatie dus niet aan de orde is…. Je verwacht het niet, toch?!

Geloof jij dat er ooit compensatie zal komen?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

« Older posts

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑