Derde kwartaal 2021

Het (demissionaire) kabinet beloofde ons een ‘zomer vol mogelijkheden’. De media spraken (hoopvol) over een ‘summer of love’. Het weer werkte in Nederland ook niet erg mee, en ‘de buitenlanden’ (inclusief Limburg) werden geteisterd door overstromingen en bosbranden. Uiteindelijk viel het dus allemaal een beetje tegen in het derde kwartaal. En dat nieuwe kabinet is er ook nog steeds niet, terwijl de verkiezingen alweer bijna zeven maanden geleden waren. Er kwamen wel steeds meer nieuwe ministers en staatssecretarissen in het oude kabinet, omdat bewindspersonen opstapten wegens gezondheidsklachten, juridische klachten, coronagerelateerde klachten of ongezonde nieuwe functies. Wat betekende dat allemaal voor het derde kwartaal van Geldnerd? Lees het in kwartaalrapport nummer 21!

Aandelenmarkten – (Ever)Grande Finale?

Wat valt er nu nog te zeggen over de aandelenmarkten? Optimisme blijft de boventoon voeren. Ik begrijp steeds minder waarom. En houd het persoonlijk maar op de grote hoeveelheid geld die de centrale banken in ‘het systeem’ pompten en die wanhopig op zoek is naar pekken om rendement te behalen. Zelfs tulpenbollen zouden het nu weer erg goed doen, onwetende beleggers speculanten kopen alles.

Eind augustus was het jaarlijkse symposium van de Amerikaanse Centrale Bank (FED) in Jackson Hole. In zijn langverwachte speech zei de baas van de FED vooral héél voorzichtig te zullen zijn bij het misschien eventueel stapsgewijs in hele kleine stapjes met voortdurende zorgvuldige heroverweging misschien wel afbouwen van de ondersteuningsmaatregelen. Voor de aandelenmarkten was dat geen signaal om te gaan dalen.

Nervositeit kwam er uiteindelijk wel in september, toen een van de vastgoedzeepbelbedrijven in China dreigde om te vallen en we er weer aan herinnerd worden dat de definitie van ‘vrije markt’ in China toch een andere is dan in de traditionele markten van met name Europa en de Verenigde Staten. De situatie roept herinneringen op aan de val van Lehman Brothers in de Verenigde Staten in 2008, wat terugkijkend het begin van de financiële crisis was. Ik volg ‘m dan ook met belangstelling. En de laatste weken van september was er ook een daling te zien. Die werd veroorzaakt door een stijging van de rente op Amerikaanse staatsleningen (Treasuries) uit nervositeit over de afbouw van de steun (die toch ooit zal moeten gebeuren) en de politieke begrotingsperikelen in de Verenigde Staten.

Per saldo eindigde de S&P500 index het afgelopen kwartaal een ietsiepietsielager dan dat het begonnen was. In eerste instantie steeg de index gewoon door, met af en toe een dipje van een paar dagen als ‘de markten’ weer even nerveus werden over mogelijke inflatie, afbouw van de steunmaatregelen, of stijging van de coronabesmettingen. Het gaat nu al zo lang ‘goed’ dat je bijna zou geloven dat de markt nooit meer gaat dalen. Maar dat gaat de markt echt wel weer een keer doen. Het is inmiddels oktober, de mythische crisismaand op de markten, dus wie weet?

En ja, ik heb nieuwe grafieken! De grafieken voor de aandelenmarkten in mijn kwartaalrapportages waren vrijwel de enige grafieken op dit blog die ik tot nu toe elders haalde, bij Yahoo Finance en eerder bij IEX. Maar sinds dit kwartaal sla ik wekelijks automatisch de stand van de S&P500 index, de Eurostoxx 600 index, en de rentestand van de 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties (US 10Y Treasuries) op in mijn beleggingsspreadsheet als ik mijn portefeuille bijwerk. En die heb ik ook met terugwerkende kracht bijgewerkt tot 1 januari 2013, de start van mijn portefeuille. Dus ik kan nu eenvoudig mijn eigen grafieken laten zien.

De  rente op tienjarige staatsobligaties in de Verenigde Staten was in het eerste kwartaal behoorlijk opgelopen, van 0,92% naar 1,68%. Maar in het derde kwartaal kwam de rente in eerste instantie niet echt van z’n plek. De laatste maanden was er toch weer een stijging, om uiteindelijk iets boven de 1,5% te eindigen. Gaf mijn spaarrekening maar zoveel rente…

En ook de beurzen in Europa stegen in het derde kwartaal in eerste instantie rustig verder. Maar in de tweede helft van het afgelopen kwartaal werd ook die stijging weer volledig ingeleverd.

Inmiddels krijg je voor € 1,00 ongeveer US$ 1,16, dat was US$ 1,18 aan het einde van het tweede kwartaal. Ik ontvang nog steeds een groot deel van mijn dividend in Amerikaanse dollars. Maar heb nog maar één ETF in mijn portefeuille die in dollars genoteerd staat

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is nog steeds goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt en de markt voor staatsobligaties, met dank aan VWRL en DBZB aangevuld met enkele dividend-ETFs. En mijn portefeuille beweegt dus zoals altijd keurig mee met de wereldwijde aandelenmarkten. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting, steeds het fonds dat mijn spreadsheet adviseerde om dichter bij de gewenste portefeuilleverdeling uit te komen.

Ondanks de beperkte stijging van de aandelenmarkten steeg mijn portefeuille dit kwartaal ook weer redelijk door. Ik heb weer een aantal keren een Virtual All Time High (VATH) aangetikt. Het VATH bereken ik door het vorige reële All Time High te nemen plus alle inleg sinds die datum. De totale waarde van mijn beleggingsportefeuille staat nu 68,0% boven mijn totale inleg. Aan het einde van Q2 was dat 63,3%

Hoe lees je deze grafiek? De (op dit moment) bovenste zwarte lijn geeft de actuele waarde van mijn beleggingsportefeuille op de betreffende datum. De (op dit moment) onderste zwarte stippellijn geeft de totale inleg tot die datum weer. Je ziet dat ik de afgelopen jaren elke maand een inleg doe. Het groene vlak tussen de twee lijnen is mijn huidige papieren beleggingswinst. Als ik op verlies zou staan (de portefeuille is minder waard dan de inleg) dan wordt er een rood vlak zichtbaar. Zie ook mijn nadere uitleg over hoe ik deze grafiek opgebouwd heb.

De ROI YTD is per einde van het derde kwartaal 17,1%. De 12-maands XIRR staat op 29,0%.

Indicator202Q32020Q42021Q12021Q22021Q3
% boven inleg33,1%46,3%60,3%63,3%68,0%
ROI YTD-7,0%4,1%11,1%14,9%17,1%
XIRR 1Y-1,4%3,2%46,6%29,3%29,0%

Dividend en Spaarrente

In het derde kwartaal van 2021 ontving ik netto € 1.113,52 aan dividend op mijn rekening. In het derde kwartaal van 2020 was dat nog € 489,01 en in het tweede kwartaal van 2021 was het € 429,32. Het beeld is een beetje vertekend. Door een storing bij mijn broker werden twee dividendbetalingen pas op 1 juli (Q3) bijgeschreven op mijn rekening, terwijl ze eigenlijk al op 30 juni (Q2) uitbetaald hadden moeten worden. Maar (zelf opgelegde) regels zijn regels…

Ik registreer mijn dividend op netto contante basis in Euro’s, de basisvaluta van mijn administratie. Dat betekent dat ik het netto dividendbedrag opneem in mijn administratie op het moment dat het op mijn beleggingsrekening bijgeschreven wordt. Als het een dividend in buitenlandse valuta (US dollar) is, dan reken ik het om naar Euro’s tegen de wisselkoers van het moment van ontvangen op mijn rekening.

Mijn verwachting is nog steeds dat de spaarrente nog jaren laag blijft. Ik heb maar 3 maanden kunnen genieten van 0,30% rente op mijn bufferrekening, eind september verlaagde Lloyds Bank de rente naar 0,15%. Nog altijd 15 keer zo veel als de 0,01% op de kleine bufferspaarrekening bij mijn huisbank.

Spaarpercentage

In het derde kwartaal kwam er een (dramatisch?) einde aan de spaarpercentages boven de 65%, die ik haalde in de eerste helft van het jaar. Er werden inhaaluitgaven gedaan. Er werd weer iets vaker buiten de deur gegeten en geborreld. Er werd een bril gekocht. En zo nog wat dingen. Maar het spaarpercentage voor het hele jaar tot nu toe (YTD) staat nog steeds op een gezonde 55,6%. Mijn doelstelling voor 2021 is 40,0%. Die ga ik naar verwachting wel halen.

Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, Apple Pay, of contant geld. Corona zorgt er nog steeds voor dat het aantal NSDs hoger is dan ‘vroeger’. Gemiddeld had ik er toen een stuk of 10 per maand. Dit jaar zijn het er nog steeds minimaal 20 per maand.

Eigen Vermogen

Dit kwartaal was er ‘alleen maar’ regulier salaris, inleg in mijn beleggingen, reguliere en extra aflossingen van de hypotheek, en natuurlijk de bewegingen van de beleggingsportefeuille op de golven van de aandelenmarkten. Niets bijzonders dus.

En dat leidt tot onderstaande ontwikkeling van mijn vermogen per kwartaal. In het derde kwartaal van 2021 is mijn eigen vermogen gegroeid met 2,1%.

Beste Uitgave(n)

In het derde kwartaal was er een heel pijnlijk moment in mijn leven. Voor de allerallereerste keer kreeg ik leeftijdskorting. Ik ben begin augustus gaan trainen bij een nieuwe sportschool, en daar heb ik een abonnement genomen. En kreeg ik leeftijdskorting, omdat ik 50+ ben. Dat was even schrikken. Maar ik ben heel blij dat ik weer aan het trainen ben.

Verder heb ik in het derde kwartaal vooral de potjes aangesproken. Voor onze vakantie en voor een nieuwe bril. De oude stond alweer drie jaar op mijn neus, en dus vond ik het tijd voor een nieuwe oogmeting die leidde tot glazen met een sterker ‘varifocus’ leesgedeelte en ook een nieuwe bril. De bril kon ik maar voor een klein gedeelte betalen uit mijn potje, omdat ik pas sinds kort hier apart voor spaar. Maar dat heb ik dus aangevuld uit andere potjes. Het brillenpotje staat nu weer op nul en wordt elke maand bijgevuld, zodat er over drie jaar wel ongeveer genoeg geld gaat zijn voor de volgende bril.

Hoe was jouw derde kwartaal?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

De 10 geboden van Geldnerd

Nee, niet deze. Maar die van mijzelf. De 10 regels die ik hanteer voor mijn persoonlijke financiën. Ze zijn niet dogmatisch in steen gebeiteld, maar ontwikkelen zich. Over de afgelopen jaren heb ik ze stapsgewijs opgeschreven. Ze hangen niet ingelijst boven mijn bureau. Want af en toe vul ik iets aan. Wijzig ik iets. Wis ik iets. Dus het is een tussenstand. Maar wel een tussenstand die zorgt dat ik rust heb in mijn financiële situatie.

  1. Het eerste dat ik doe als het salaris binnenkomt, is meteen mijzelf uitbetalen en alle verplichte betalingen doen. Er gaat geld naar de gezamenlijke huishoudrekening, geld naar de aflossing van de hypotheek, en geld naar mijn beleggingsrekening. De verschillende reserveringen die ik elke maand maak worden overgeboekt naar de bufferrekening.
  2. Wat er achterblijft op mijn lopende rekening is mijn zakgeld voor de periode tot aan mijn volgende salaris. Overschotten gaan naar de kleine buffer.
  3. Ik heb een grote buffer in contant geld die genoeg is om zes vier twee maanden van te leven. Op de bufferrekening staan daarnaast ook de specifieke doelreserveringen uit mijn potjessysteem.
  4. Geld dat naar mijn beleggingsrekening gaat is éénrichtingsverkeer. Ik onttrek voorlopig geen geld aan die rekening, maar stort alleen maar bij. Ook alle dividendinkomsten worden meteen herbelegd.
  5. De inleg op mijn beleggingsrekening en de ontvangen dividenden steek ik in mijn standaardportefeuille volgens de gewenste verdeling die ik daarvoor vastgesteld heb. Elke maand weer. De Advisor in de beleggingsspreadsheet vertelt me wat ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Dat doe ik meteen op de dag dat de maandelijkse storting binnenkomt. Ongeacht de marktomstandigheden.
  6. Alle salarisverhogingen en meevallers worden gespaard. Jaarlijks worden de bedragen die naar de beleggingsrekening en de buffer gaan hierop ‘herijkt’. Geld wordt aan het werk gezet, niet geconsumeerd.
  7. Op de hypotheek wordt maandelijks € 1.000 extra afgelost. De maandelijkse besparing op rente en aflossing door de reguliere en extra aflossing wordt toegevoegd aan de sneeuwbal. In totaal is de extra maandelijkse aflossing dus € 1.000 plus de sneeuwbal. De hypotheekspreadsheet vertelt mij maandelijks hoe hoog de extra aflossing moet zijn. Dit bedrag wordt zo berekend dat de resterende hypotheek maandelijks op een rond bedrag uitkomt.
  8. De beleggingsadministratie wordt wekelijks in het weekend bijgewerkt. De financiële administraties ook. De creditcardtransacties worden in elk geval bijgewerkt vóór de verrekening op de 26e van de maand. De hypotheekspreadsheet wordt maandelijks bijgewerkt na de aflossingen, dan wordt ook de nieuwe extra aflossing ingepland. Net voor het einde van elk kwartaal neem ik de meterstanden op en verwerk die in de gezamenlijke administratie. Het Dashboard wordt direct na afronding van elk kwartaal bijgewerkt.
  9. Van eenmalige afboekingen (bijvoorbeeld eigen risico van de zorgverzekering) wordt een reminder in de agenda gezet. Dit om te bewaken dat er voldoende saldo aanwezig is op het moment van de incasso.
  10. Voor iedere persoonlijke uitgave groter dan € 100 geldt een afkoelperiode van minimaal 72 uur tussen het moment van hebberigheid en het eventuele moment van feitelijke aankoop.

Wat zijn jouw ‘financiële geboden’?

Vijf jaar vermogensontwikkeling

Door een instellingsfoutje mijnerzijds stond deze blogpost er afgelopen donderdag ook al even. Maar dat was natuurlijk niet de bedoeling, twee blogjes op één dag. Dadelijk raken jullie nog verwend…

Onlangs publiceerde ik mijn twintigste kwartaalrapportage. Omdat er vier kwartalen in één jaar passen, doe ik dus al vijf jaar gestructureerd verslag van de ontwikkelingen in mijn vermogen. Ik rapporteer per kwartaal omdat ik maanden te kort vind. Ik kijk liever naar de wat grotere lijnen, ook om te voorkomen dat ik op ‘incidenten’ reageer en dingen te snel verander. Maar na zo’n lange periode van vijf jaar (de meeste bloggers halen dat niet…) leek het me ook wel leuk om eens terug te kijken over die vijf jaar. Welke stappen heb ik gezet in de ontwikkeling van mijn vermogen?

Situatie zomer 2016

Twintig rapportages, de eerste ging dus over het derde kwartaal van 2016. Vijf jaar geleden, in de zomer van 2016, waren we net een paar maanden terug uit het Verre Warme Land (VWL). We woonden in een gemeubileerd huurappartementje elders in Geldnerd City, en waren op zoek naar een eigen stekje. Onze inventaris stond in een zeecontainer op een schip dat op weg was naar de haven van Rotterdam. Hondje moest wennen aan zijn nieuwe status als binnenhuishond na het buitenleven in VWL, maar had het wel goed naar zijn zin met de uitlaatservice. En ik blogde destijds bijna een jaartje onder de naam Geldnerd.

Mijn vermogen was destijds simpel. Ik had een beleggingsportefeuille en een spaarrekening. De verhouding was heel anders dan nu. Aan het begin van het derde kwartaal van 2016 zat 30,6% van mijn vermogen in de beleggingsportefeuille, 69,4% in contanten. En dat vond ik destijds ook verstandig. We wilden graag een huis kopen. De woningmarkt vonden we al ‘duur’ (‘broehaha’ denk ik nu) dus ik hield graag contant geld achter de hand.

Taartgrafiek vermogen eind tweede kwartaal 2016

In die allereerste kwartaalrapportage schreef ik ook dat ik eerder dat jaar ‘uit de beurs gestapt was’ omdat ik ervan overtuigd was dat een sterke daling nabij was. Die sterke daling hebben we, behalve de kortdurende ‘corona-dip’, nog niet gezien. En ik kocht veel nieuwe kleding, dat was na terugkomst uit het Verre Warme Land (en met de koude en natte Nederlandse winter in het vooruitzicht) geen overbodige luxe.

Niet zo vreemd dus dat ik gedurende het derde kwartaal vooral contant geld verzamelde. Er ging maar een klein bedrag naar de beleggingen. Geld was er nodig, voor Geldnerd HQ. Al gebruikte ik toen nog niet van dit soort grafieken, die kwamen pas véél later.

Waterval verandering vermogen derde kwartaal 2016

Ontwikkelingen sinds 2016

In november 2016 kochten we een huis en sloten een hypotheek af. Die hypotheek was ongeveer 75% van de leencapaciteit van één salaris. De rest financierden we met eigen geld. Een bewuste keuze. Het moest allemaal wel goed betaalbaar blijven, en we vonden de huizenmarkt al best wel verhit. Het kon nog veel heter, bleek de afgelopen 5 jaar. De prijzen stijgen en stijgen maar door. Dat is erg vervelend voor mensen die willen (moeten) verhuizen of die starten op de woningmarkt. Maar voor ons een voordeel. We hebben inmiddels een behoorlijke overwaarde opgebouwd. En de (lineaire) hypotheek lossen we versneld af met de sneeuwbal-methodiek. Gewaardeerd tegen WOZ is onze loan-to-value ratio momenteel nog maar 35,8%.

Opbouw waarde eigen woning restant hypotheek, eigen geld, aflossing, overwaarde

Daarnaast ben ik, mede beïnvloed door mijn blogactiviteiten, veel bewuster gaan sturen op mijn financiën. Ik heb functionaliteit gebouwd in mijn administratie om beter op de inkomsten en de uitgaven te letten. Het spaarpercentage wordt (meestal dan toch) goed in de gaten gehouden, en tientallen grafieken laten mij de trends zien. Mijn contant geld buffer is gerationaliseerd en ik heb een potjessysteem ingevoerd met reserveringen voor grote uitgaven.

Hieraan gekoppeld ben ik begonnen met een vaste maandelijkse inleg in mijn beleggingen. Die inleg wordt jaarlijks geïndexeerd voor de inflatie. En de maandelijkse inleg (samen met de dividendopbrengsten) steek ik in een portefeuille met breed gespreide en goedkope Exchange Traded Funds.

Nu heb ik natuurlijk de afgelopen vijf jaar ook wel gruwelijke mazzel gehad. Zowel de huizenmarkt als de beurs zijn ‘booming’ geweest. Zelfs een wereldwijde pandemie van ongekende omvang bracht slechts een tijdelijke dip van onzekerheid. Ik vraag me regelmatig af hoe lang dit nog goed kan gaan. Maar iedere Euro vermogen die ik opbouw is een buffer in moeilijker tijden. Die ongetwijfeld komen.

Situatie medio 2021

In totaal is mijn vermogen ruim 180% gestegen sinds het einde van het tweede kwartaal van 2016. Momenteel bestaat bijna 18% uit overwaarde, 35% zit in het huis en ruim 40% in de beleggingsportefeuille. De voorraad contant geld is fors afgenomen.

Binnenkort zal ik dieper ingaan op hoe ik mijn Eigen Vermogen bereken. Ik zal dan ook verder terugkijken, naar het begin van mijn metingen in 2003. Want er valt een hoop te kiezen bij de berekening van jouw vermogen. Je kunt mijn situatie en jouw eigen situatie dus niet zomaar vergelijken. Sowieso is vergelijken met anderen een slecht idee, daar word je maar ontevreden en ongelukkig van. Niet doen dus! Ik vergelijk alleen maar met mezelf!

Op mijn startpagina kun je alle kwartaalrapportages terugvinden.

Hoe heeft jouw vermogen zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?

Tweede kwartaal 2021

Waar staat Geldnerd aan het einde van het tweede kwartaal van 2021? Dit is kwartaalrapport nummer 20 van Geldnerd. Vijf jaar lang heb ik inmiddels elk kwartaal verslag gedaan van de ontwikkelingen van mijn financiën. Misschien heb ik wel een grote fles champagne gekocht om dat te vieren? Scroll maar snel door naar mijn Beste Uitgave(n) voor het antwoord… Er komt in elk geval binnenkort een aparte blogpost om terug te blikken op vijf jaar vermogensontwikkeling. Maar nu eerst de gebruikelijke kwartaalrapportage, want Geldnerd houdt van vaste gewoonten.

Aandelenmarkten – Inflatiespoken en Rente-angsten

Begin mei sloeg de twijfel weer toe. Diep in het hart weet iedereen dat we in een bubbel zitten die in stand gehouden wordt door enorme geldbijdruk-programma’s van de centrale banken, een lage inflatie en een extreem lage en zelfs negatieve rente. Je merkt dus dat de markt nerveus wordt als er aan een van die dingen gemorreld wordt. Inflatie-angst. En die bleef er eigenlijk de rest van het kwartaal. Je ziet dan ook vooral horizontale bewegingen op de beurzen. Beetje erbij, beetje eraf, beetje meer erbij. En zo toch steeds weer een nieuw recordje vestigen. Het zij zo.

Grafiek S&P500 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

De inflatie-angst kwam nadat de rente op tienjarige staatsobligaties in de Verenigde Staten in het eerste kwartaal behoorlijk is opgelopen, van 0,92% naar 1,68%. Die stijging zette niet echt door in het tweede kwartaal, er ging zelfs een kwart procentpuntje vanaf, maar het effect dreunt wel na in de markten. ‘Men’ is nerveus.

Grafiek US Treasury 10Y Yield 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

De beurzen in Europa lieten zich in het tweede kwartaal weer van hun optimistische kant zien en stegen verder, al was het wel iets minder dan in Amerika. Het beste bewijs dat er nog steeds iets grondig mis is op de markten, zou ik denken….

Grafiek Euro Stoxx 50 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

Per saldo kwam de Amerikaanse dollar in het tweede kwartaal niet echt van z’n plek,. Inmiddels krijg je voor € 1,00 ongeveer US$ 1,18. Ik ontvang nog steeds een groot deel van mijn dividend in Amerikaanse dollars. Maar heb nog maar één ETF in mijn portefeuille die in dollars genoteerd staat.

Grafiek Euro Dollar koers afgelopen 2 jaar

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is nog steeds goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt en de markt voor staatsobligaties, met dank aan VWRL en DBZB aangevuld met enkele dividend-ETFs. En mijn portefeuille beweegt dus keurig mee met de wereldwijde aandelenmarkten. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting, steeds het fonds dat mijn spreadsheet adviseerde om dichter bij de gewenste portefeuilleverdeling uit te komen.

Ondanks de beperkte stijging van de aandelenmarkten steeg mijn portefeuille dit kwartaal redelijk door. Ik heb weer een aantal keren een Virtual All Time High (VATH) aangetikt. Het VATH bereken ik door het vorige reële All Time High te nemen plus alle inleg sinds die datum. De totale waarde van mijn beleggingsportefeuille staat nu 63,3% boven mijn totale inleg. Aan het einde van Q1 was dat 60,3%.

Grafiek portefeuillewaarde versus inleg afgelopen 3 jaar

Hoe lees je deze grafiek? De (op dit moment) bovenste zwarte lijn geeft de actuele waarde van mijn beleggingsportefeuille op de betreffende datum. De (op dit moment) onderste zwarte stippellijn geeft de totale inleg tot die datum weer. Je ziet dat ik de afgelopen jaren elke maand een inleg doe. Het groene vlak tussen de twee lijnen is mijn huidige papieren beleggingswinst. Als ik op verlies zou staan (de portefeuille is minder waard dan de inleg) dan wordt er een rood vlak zichtbaar. Zie ook mijn speciale blogpost voor een nadere uitleg over hoe ik deze grafiek opgebouwd heb.

De ROI YTD is per einde van het tweede kwartaal 14,9%. De 12-maands XIRR staat op 29,3%, en de 3-maands XIRR was 12,5%.

Indicator2020Q2202Q32020Q42021Q12021Q2
% boven inleg31,5%33,1%46,3%60,3%63,3%
ROI YTD-9,3%-7,0%4,1%11,1%14,9%
XIRR 1Y-3,9%-1,4%3,2%46,6%29,3%

Dividend en Spaarrente

In het tweede kwartaal van 2021 ontving ik netto op mijn rekening € 429,32 aan dividend. In het tweede kwartaal van 2020 was dat nog € 503,86 en in het eerste kwartaal van 2021 was het € 524,26. Aan het einde van het tweede kwartaal stond er nog € 388,58 aan dividend aangekondigd voor uitbetaling, die is door een storing bij Saxo Bank pas begin juli op mijn rekening bijgeschreven. Die reken ik dus, zoals gebruikelijk, nu nog niet mee.

Ik registreer mijn dividend op netto contante basis in Euro’s, de basisvaluta van mijn administratie. Dat betekent dat ik het netto dividendbedrag opneem in mijn administratie op het moment dat het op mijn beleggingsrekening bijgeschreven wordt. Als het een dividend in buitenlandse valuta (US dollar) is, dan reken ik het om naar Euro’s tegen de wisselkoers van het moment van ontvangen op mijn rekening.

Als ik het reeds aangekondigde dividend wel mee zou nemen, was het een recordkwartaal. Ik verwacht dat ik dat niet zo snel zal verbeteren, naar aanleiding van mijn meest recente portefeuille-analyse heb ik een van de dividend-ETFs (SPYW) verkocht, en het beschikbare geld in VWRL gestoken (dat weliswaar dividend betaalt maar een lager dividendrendement heeft).

Dividend per kwartaal afgelopen 9 kwartalen

Mijn verwachting is nog steeds dat de spaarrente nog jaren laag blijft. Ik krijg 0,30% rente op mijn net geopende nieuwe bufferrekening, en 0,01% op de kleine bufferspaarrekening bij mijn huisbank, en ik houd dus maar een beperkte buffer in contant geld aan.

Spaarpercentage

We waren vrijwel het hele tweede kwartaal in lockdown, met deels zelfs een avondklok. Niet-essentiële winkels waren gesloten, en hoe de horeca er van binnen hebben we pas medio mei weer langzaam kunnen ontdekken. Dat deed allemaal wel wonderen voor het Spaarpercentage en het aantal No Spend Days. 65,5% is de stand voor het jaar tot nu toe. Ik verwacht dat het de komende maanden wel iets af zal nemen nu de economie weer ‘open’ is en ook wij vakantieplannen hebben.

Spaarpercentage per maand en tot op dit moment 2021

Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, Apple Pay, of contant geld. Corona zorgt er nog steeds voor dat het aantal NSDs hoger is dan ‘vroeger’. Gemiddeld had ik er toen een stuk of 10 per maand. 

No Spend Days per maand 2021

Eigen Vermogen

Het ‘sprongetje’ dat de gestegen WOZ-waarde veroorzaakte in mijn vermogen zat al in het eerste kwartaal. Ik heb een héél klein flintertje rente gekregen bij het opheffen van mijn oude spaarrekening. Dit kwartaal waren er geen andere bijzonderheden. Het zijn dus ‘alleen maar’ regulier salaris, inleg in mijn beleggingen, reguliere en extra aflossingen van de hypotheek, en natuurlijk de bewegingen van de beleggingsportefeuille op de golven van de aandelenmarkten.

Watervalgrafiek verandering vermogen kwartaal 2 2021

En dat leidt tot onderstaande ontwikkeling van mijn vermogen. In het tweede kwartaal van 2021 is mijn eigen vermogen gegroeid met een ‘bescheiden’ 2,6%. Waar ik wel heel tevreden over ben.

Eigen vermogen groei 8 kwartalen

Beste Uitgave(n)

Nee, die fles champagne heb ik niet gekocht…

Ook in het tweede kwartaal werd er weinig uitgegeven in Huize Geldnerd. Dat komt natuurlijk door de lockdown. In de tweede helft van mei zijn we voorzichtig weer naar onze favoriete restaurantjes geweest. Lunchen op het terras. En er was weer een serieuze medische uitgave voor Hondje. Ik heb al vaker geschreven dat hij helaas een erg slecht gebit heeft. In mei is dat verder gesaneerd. Hondje heeft 10 tanden en kiezen achtergelaten bij de dierenarts, en ik € 560. Maar hij kwispelt weer vrolijk verder door het leven, dus dat was zeker de moeite waard. Tenslotte heb ik natuurlijk de laatste rekeningen van mijn eigen gebitsperikelen betaald, maar daar had ik een potje voor klaarstaan.

En dat zijn echt de enige bijzondere uitgaven die ik in het tweede kwartaal kan vinden. Goed voor het spaarpercentage, maar de afgelopen periode was wel weer heel drastisch…

Hoe was jouw tweede kwartaal?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

Keuzestress in mijn beleggingsportefeuille?

  • Berichtcategorie:Beleggen

Saaiheid is een belangrijke factor om op de langere termijn succesvol te kunnen beleggen. Geldnerd is dus ook geen voorstander van snelle veranderingen. Van wisselingen van brokers en beleggingsfondsen word ik maar onrustig. En het leidt ook tot kosten. Bestaande fondsen verkopen en er nieuwe voor terugkopen is niet overal en altijd gratis. Rustig blijven zitten dus en niet teveel bewegen. Gewoon elke maand inleggen en bijkopen, en de tijd z’n werk laten doen. Dat is de strategie die ik volg. Maar soms gebeuren er dan toch dingen. Dus is het wel een goed idee om zo af en toe eens te kijken hoe het er voor staat in mijn beleggingsportefeuille.

Let op: wat ik hierna schrijf is allemaal mijn eigen analyse en mening en gepruts met mijn eigen geld. Het is zeker geen advies. Lees ook mijn disclaimer.

Beleggingsstrategie

De opzet van mijn portefeuille is eigenlijk al drie jaar hetzelfde. Twee jaar geleden heb ik ook al eens opgeruimd. Maar sindsdien zijn er wel een aantal verhoudingen verschoven en fondsen verwijderd en nieuwe fondsen bijgekomen. En mijn denken ontwikkelt zich ook (je zou het misschien niet zeggen, maar het kan…). Een voorjaarsschoonmaak wordt dus wel weer tijd.

Mijn beleggingsportefeuille bestaat volledig uit Exchange Traded Funds (ETFs). Dagelijks verhandelbaar op de aandelenmarkten. Lage kosten, en ze volgen allemaal een index, of bestrijken een markt die ik graag in mijn portefeuille heb. Hiermee is mijn portefeuille grotendeels een afspiegeling van de wereldwijde aandelenmarkten. En dat vind ik fijn. Ik onderscheid drie categorieën in mijn portefeuille:

  1. Obligaties
  2. Dividend
  3. Vermogensopbouw

Obligaties versus Aandelen

Obligaties zijn bewijzen van een schuld van een overheid of een bedrijf aan de eigenaar van de obligatie, de (oorspronkelijke) eigenaar van de obligatie heeft een lening aan de overheid of het bedrijf gegeven. Een obligatie heeft een looptijd, aan het eind waarvan de uitgever van de obligatie de schuld terug moet betalen aan de bezitter van de obligatie. Sommige obligaties hebben een oneindige looptijd. En een obligatie heeft een rentevergoeding, de eigenaar van de obligatie ontvangt (meestal jaarlijks) een rentevergoeding.

Deze schuldbewijzen zijn veelal verhandelbaar op de beurzen. Aandelen zijn risicovoller dan obligaties. Bij een obligatie maakt niet het uit of een bedrijf winst of verlies maakt, je hebt altijd recht op de afgesproken rente en je krijgt je inleg aan het einde van de looptijd terug. Tenzij het bedrijf failliet gaat uiteraard. Bij een aandeel is er geen recht op een vaste vergoeding en de looptijd is oneindig. Tenzij het bedrijf failliet gaat uiteraard… Jouw rendement (koerswinst of dividend) is afhankelijk van hoe het bedrijf presteert, maar wordt ook beïnvloed door het sentiment op de aandelenmarkten, dat ook weer beïnvloed wordt door bijvoorbeeld een pandemie, door politieke gebeurtenissen of door ontwikkelingen elders in de economie (zoals een recessie).

Een oude beurswijsheid adviseert om meer obligaties in je beleggingsportefeuille te nemen naarmate je ouder wordt. Op die manier verlaag je het risico, wat zeker van belang is als je de inkomsten uit de beleggingsportefeuille nodig hebt om van je te leven. Je leeftijd als percentage obligaties in je portefeuille, is dan het devies. Dat volg ik niet, want ik heb een deel van mijn vermogen ook buiten de beleggingsportefeuille zitten, in onze gezamenlijke woning. Dat beschouw ik ook als minder riskant dan aandelen. Ja, de woningmarkt kan omlaag (weet ik uit ervaring), maar voorlopig heb ik een mooie overwaarde-buffer opgebouwd en kan ik een stootje hebben.

Obligaties in mijn portefeuille

Ik aarzel al een tijdje over de rol van obligaties in mijn portefeuille. Liever bekijk ik mijn totale eigen vermogen, en neem ik ook de financiële middelen buiten de beleggingsportefeuille daarin mee. Het contante geld en het vermogen dat in het huis zit. En dan heb ik die obligaties ineens niet zo heel hard meer nodig. Bovendien is met een obligatierente rond het vriespunt het rendement ook niet echt om over naar huis te schrijven. Al trekt die voorzichtig weer een klein beetje aan.

Ik heb het percentage Obligaties in mijn beleggingsportefeuille dan ook stapsgewijs verlaagd, en geen nieuwe inleg in de obligatie-ETF gedaan sinds november 2020. Momenteel is het aandeel obligaties in mijn portefeuille minder dan 10%. En misschien gooi ik ze er binnenkort wel helemaal uit. Dat is nog afhankelijk van een paar ontwikkelingen in Huize Geldnerd (cliffhanger….).

Op dit moment is de Xtrackers II Global Government Bond UCITS ETF (DBZB, ISIN LU0378818131) nog steeds de obligatie-ETF van mijn voorkeur. Het belegt wereldwijd gespreid in staatsleningen van minimaal investmentgrade kwaliteit, is ‘gehedged’ naar mijn ‘thuisvaluta’ de Euro en houdt fysiek de obligaties uit het fonds aan. De Lopende Kosten Factor is 0,25%. Je vindt meer informatie bij Morningstar of bij JustETF.

Dividend

Ik doen niet aan vastgoed en andere twijfelachtige praktijken. Ik geef minder uit dan ik verdien, en met het geld dat overblijft los ik onze hypotheek af en beleg ik. En sinds een aantal jaren horen daar ook dividend-ETFs bij. Gewoon, omdat ik het leuk vind om elk kwartaal gratis geld te ontvangen. Dan kan ik vast wennen voor de tijd na het werkzame leven, als ik leef van dividend en het interen op mijn vermogen.

Momenteel bestaat ongeveer 30% van mijn beleggingsportefeuille uit dividend-ETFs. En dat vind ik wel even genoeg. Sterker nog, misschien ben ik wel iets te hebberig geweest in mijn queeste voor meer dividend. Ik moet niet vergeten dat ik nog in de fase van vermogensopbouw zit. Daar zijn spreiding en lage kosten de hoofdzaak. En met name die spreiding is bij de dividend-ETFs meestal iets minder goed. Voorlopig mag ik van mijzelf sowieso niet verder inleggen bij de dividend-ETFs. Dan zal het aandeel van de dividend-ETFs in mijn portefeuille vanzelf verwateren.

Momenteel heb ik 4 dividend-ETFs in mijn portefeuille. Eén daarvan is een overblijfsel uit het pre-MIFID tijdperk.

ETFTickerPay
(1)
Kosten
/ jaar
Dividend
12M
Spreiding
(2)
ReplicatieM*Just
iShares Select Dividend ETF (3)DVYQ0,39%2,13%100?
SPDR S&P Euro Dividend Aristocrats ETFSPYW3/90,30%3,05%40Full**
VanEck Morningstar Dev Mkts Div Ldrs ETFTDIVQ0,38%3,84%98Full**
Vanguard FTSE All-World High Dividend Yield ETFVHYLQ0,29%3,44%1.567Sampling**
  1. Q = betaalt elk kwartaal. 3/9 = betaalt in maart en september.
  2. Aantal aandelenposities
  3. Pré-MIFID-II, niet meer aan te kopen

Met name de gebrekkige spreiding van SPYW bevalt mij maar matig. Deze ETF heeft, sinds de start van de coronacrisis, 14 maanden nodig gehad om het koersverlies weer goed te maken. Het dividendrendement is wel OK, en de jaarlijkse kosten ook, maar ik overweeg toch om deze uit mijn portefeuille te gooien. DVY is overigens genoteerd in Amerikaanse dollars, de andere fondsen in Euro’s.

VWRL betaalt ook dividend uit, maar dat reken ik niet mee in de categorie Dividend in mijn portefeuille. Want dat heb ik met een ander doel in de portefeuille: Vermogensopbouw. Verder heb ik ook VHYL, waar Kaskoe onlangs uitgebreid geschreven heeft, het past iets minder goed in zijn straatje. Maar gelukkig woon ik in een ander beleggingsstraatje…

Vermogensopbouw

De derde categorie in mijn portefeuille is Vermogensopbouw. Inleggen, vasthouden, en hopen dat het zo hard mogelijk stijgt. In deze categorie heb ik momenteel drie fondsen zitten. Allereerst het alom bekende VWRL, de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF. In de categorie kleinere bedrijven heb ik IUSN, de iShares MSCI World Small Cap UCITS ETF. En in de categorie ‘sectoren waarvan ik verwacht dat ze de komende jaren harder zullen stijgen dan de rest van de markt’ heb ik L&G ROBO Global Robotics and Automation UCITS ETF (ROBO), een ETF die de ROBO Robotica en Automatiseringsindex volgt.

ETFTickerKosten
/ jaar
Spreiding
(1)
ReplicatieM*Just
Vanguard FTSE All-World UCITS ETFVWRL0,22%3.550Sampling**
iShares MSCI World Small Cap UCITS ETFIUSN0,35%3.325Sampling**
L&G ROBO Global Robotics and Automation UCITS ETFROBO0,80%84Full**
  1. Aantal aandelenposities

VWRL betaalt elk kwartaal dividend uit. Het afgelopen jaar was het dividendrendement ongeveer 1,3%. IUSN en ROBO betalen geen dividend uit.

De afgelopen tijd is er veel geschreven over VWRL. Een aantal mensen zijn overgestapt naar Northern Trust fondsen, die met name via de grootbanken worden aangeboden. En ook heeft Mr. FOB (wie anders?!) een analyse gemaakt van de verschillen tussen VWRL en VWCE, en vergelijkt hij de verschillende opties in 2021 (Northern Trust, Vanguard Europees of Vanguard Amerikaans via opties).

Geldnerd probeert het allemaal eenvoudig te houden. Steeds weer switchen en optimaliseren geeft een hoop kosten en gedoe. Ik blijf voorlopig dus nog even zitten waar ik zit, zowel qua broker als qua fondsen voor vermogensopbouw.

Wat betekent dit voor de portefeuille?

Op basis van de analyse heb ik de gewenste verdeling van de fondsen in mijn portefeuille een beetje aangepast. Iets minder Obligaties en Dividend. Dit betekent niet dat ik fondsen ga verkopen. Het betekent alleen maar dat ik de komende periode eigenlijk alleen maar fondsen uit de categorie Vermogensopbouw bij ga kopen. Zo kom ik stapsgewijs, zonder extra kosten van verkooptransacties, dichter bij de gewenste verdeling. Als ik nu in één keer fondsen zou verkopen en andere fondsen bij zou kopen om precies op de gewenste verdeling te komen, dan (1) zou ik een hoop extra kosten maken en (2) zou de optimale verdeling over 5 minuten alweer weg zijn. Koersen van ETFs bewegen immers….

In onderstaande tabel zie je de actuele gewenste verdeling in mijn portefeuille. Dit staat ook ingesteld in mijn beleggingsspreadsheet. Die kan me dus elke maand automatisch vertellen wat ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen.

  1. Fonds niet meer verkrijgbaar wegens MIFID-regelgeving. Nog wel in mijn portefeuille aanwezig.

En in onderstaande grafiek zie je de gewenste en werkelijke verdeling van de fondsen in mijn portefeuille.

Kijk jij regelmatig naar de samenstelling van jouw beleggingsportefeuille?

Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.