IKB of PAS?

Vakbondsmensen en werkgevers hebben soms een macabere vorm van humor. Zo kent heel Nederland de uitdrukking ‘ik pas’. Dat betekent meestal dat je uit het spel stapt of een beurt overslaat. Maar bij de Rijksoverheid betekent ‘ik pas’ iets heel anders. Ik heb binnen mijn afdeling verschillende mensen die wekelijks ‘passen’. PAS is een regeling voor Partiële Arbeidsparticipatie voor Senioren. Dat hebben werkgevers en vakbonden ooit zo verzonnen… Met de PAS-regeling verminder je het wekelijks te werken uren tegen inlevering van salaris en een deel van je verlofuren. Voor het deel dat je minder werkt, ben je met PAS-verlof. Je formele arbeidsduur blijft gelijk, en daarmee ook je pensioenopbouw.

Zoals wel vaker met nuttige en succesvolle overheidsregelingen gaat de PAS-regeling verdwijnen. Dat hebben de vakbonden en de werkgever zo verzonnen bij de meest recente CAO onderhandelingen waar we afgescheept zijn met een salarisverhoging die ver onder het inflatieniveau ligt.

Dus onlangs kreeg Geldnerd een dikke envelop met een lange en ingewikkelde papieren brief van de werkgever. Nu zijn mijn ervaringen met dat soort brieven niet onverdeeld positief. Maar deze viel me mee.

Er werd terecht geconstateerd dat Geldnerd vanwege zijn leeftijd onder het overgangsrecht voor de wijzigingen van de verlofregelingen valt. Ik mag dus kiezen. Wil ik onder de oude PAS-regeling blijven vallen? Of wil ik de IKB-optie? Want in de CAO zijn ook afspraken gemaakt over uitbreiding van de verlofmogelijkheden van het individueel keuzebudget, waarin een paar jaar geleden ons vakantiegeld en onze dertiende maand zijn opgegaan.

Uiteindelijk was het dilemma eenvoudig. Voor mensen in mijn leeftijdscategorie levert de (oude) PAS-optie in totaal méér verlofuren op dan de (nieuwe) IKB-optie. Maar pas vanaf het moment dat je deelneemt aan de PAS-regeling. En dat kan pas als je 58 jaar oud bent. En alleen als tot je pensioendatum bij de Rijksoverheid blijft werken profiteer je maximaal van de PAS-regeling.

Tsja. En de kans dat Geldnerd dat blijft doen is niet zo heel erg groot. Want iets met financiële onafhankelijkheid en zo. En misschien nog wel iets anders gaan doen buiten de Rijksoverheid. En eerder stoppen met werken. Ik heb dus belang bij geld en uren nu. Niet misschien over 7 of 8 jaar.

Voor mij is de keuze dus helder, ik ‘ga’ voor de nieuwe IKB-optie. Nog meer verlofuren om elk jaar op te maken!

Ben jij ook rijksambtenaar? En mag jij ook kiezen tussen IKB en PAS?

Nieuwe CAO en hoger pensioen

Ik kan ook niet eventjes rustig op vakantie gaan, hè. Prompt is er allerlei financieel nieuws voor rijksambtenaren….

Nieuwe CAO

Medio mei las ik stoere taal over de CAO voor rijksambtenaren. Voor de zomer moest ‘ie rond zijn, de agenda’s waren er voor schoongeveegd. ‘Ja ja’, dacht ik enigszins cynisch. Het zal allemaal wel. Maar toen ik terug kwam van vakantie bleek ‘ie er toch zo ineens maar te zijn. Een nieuwe CAO. En nogal een ingewikkelde, als ik het onderhandelingsresultaat zo doorlees.

Salarisverhogingen en eenmalige extra’s

Er zitten drie salarisverhogingen in de CAO, die een looptijd heeft tot en met 30 juni 2024. En er is bijzondere aandacht voor de laagste schalen. Dat is op mijn situatie niet van toepassing, voor mij gelden de onderstaande verhogingen.

DatumSalaris per maandBijzonderheden
1 juli 2022+2,5% + € 75Uitbetaald met terugwerkende kracht vanaf september 2022
1 april 2023+3,0%
1 januari 2024+1,5%

Daarnaast krijgen we ook nog twee eenmalige extraatjes. In december 2022 en in april 2023 ontvangen we een eenmalige uitkering van € 450,- (bruto), naar rato van de arbeidsduur (voltijds is bij de rijksoverheid 36 uur per week).

Sleutelen aan de verlofregelingen

Er wordt ook flink gesleuteld aan de verlofregelingen. We kregen bovenop ons wettelijk verlofrecht al een aantal extra uren in het kader van het Individueel Keuze Budget (IKB). Die hoeveelheid IKB-uren is nu nog leeftijdsgebonden. Vanaf 2023 krijgen we ongeacht onze leeftijd jaarlijks 64 IKB-uren.. Die kunnen we opnemen, sparen in de verlofspaarregeling, en/of deels (maximaal 32 uur per jaar) verkopen.

Geldnerd verkocht de afgelopen jaren al zijn IKB-uren voor ‘cold hard cash’, weliswaar tegen het erg hoge ‘tarief bijzondere beloningen’ van de inkomstenbelasting. De nieuwe regeling gaat voor mij dus betekenen dat ik een paar extra verlofdagen per jaar krijg.

Er staat verder nog een erg ingewikkelde passage in het onderhandelingsresultaat over de PAS-regeling (Regeling Partiële Arbeidsparticipatie Senioren). Dat is de regeling waarmee oudere werknemers minder kunnen werken en minder salaris krijgen, maar waarbij bijvoorbeeld de pensioenopbouw wel doorloopt tegen het salaris van voor de PAS-regeling. Die regeling wordt afgeschaft, en dat is niet onverwacht. Er is dus een (vrij ingewikkelde) overgangsregeling bedacht waarmee oudere werknemers (en daar valt Geldnerd ook al onder) kunnen kiezen voor de oude regeling of de nieuwe regeling met extra rechten. Die keuze moet ik voor het eind van dit jaar maken, daar ga ik me ter zijner tijd maar eens in verdiepen.

En verder…

Staan er nog heel veel andere onderwerpen in het onderhandelingsresultaat. De meeste daarvan raken mij niet. Wel vind ik het interessant dat er afspraken zijn gemaakt om medewerkers altijd juridische ondersteuning te geven als deze vanwege hun werk betrokken raken bij een juridische procedure. Dat komt helaas steeds vaker voor. En ook de afspraken die eerder gemaakt zijn om managers gemiddeld wat langer in een functie te houden zijn nu geformaliseerd. Wij managers ‘hopten’ gemiddeld eens per 3 jaar naar een nieuwe plek. Dat is vaak wel erg snel.

Daarnaast lees ik dat we het budget van € 1.500 dat we per vijf jaar krijgen voor de inrichting van onze thuiswerkplek, ook ingezet mag worden voor de verduurzaming van de eigen woning. Bijvoorbeeld voor isolatie of de aanschaf van een warmtepomp of zonnepanelen.

Verhoging van het pensioen

Ook vond ik bij thuiskomst een bericht van de Algemene Bodemloze Pensioenput (ABP) in mijn mailbox. Het opgebouwde pensioen wordt verhoogd met 2,39%. Dat was blijkbaar de gemiddelde prijsstijging (inflatie) in het de periode tussen 1 september 2020 en 1 september 2021. De verhoging gaat over het pensioen dat tot 1 januari 2022 is opgebouwd.

De vorige verhoging van het opgebouwde pensioen dateert van meer dan 10 jaar geleden, zie ik in mijn administratie. Deze verhoging is dus een beginnetje. Het doet nog niets aan de koopkracht die we in de afgelopen 10 jaar niet gecompenseerd hebben gekregen. Ik steek de vlag dus nog maar even niet uit, ook omdat er nog heel veel onzeker is rond de komende pensioenhervormingen. Maar het is in elk geval iets.

Wat vindt Geldnerd?

Gegeven de hoge inflatie op dit moment vind ik de looptijd van de CAO erg lang. Zeker omdat het de vakbonden niet gelukt is om automatische prijscompensatie en koopkrachtbehoud voor alle werknemers binnen te slepen. Ik prijs me gelukkig met deze verhoging, want ik weet dat heel veel mensen het slechter hebben. Maar ideaal is het niet.

Ook zie ik in de CAO nog veel franje eromheen. Allerlei onderwerpen waarvan ik denk ‘moet dat nou?’. Leuk hoor, dat budgetje voor de werkplek en de verduurzaming. Maar ik ontvang liever gewoon structureel extra salaris, en bepaal zelf hoe ik dat besteed. Maar al die franje zag ik ook in mijn eerdere analyse van het spel rond de arbeidsvoorwaarden. Het hoort er blijkbaar een beetje bij in Den Haag.

Hoe is het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Een maandje…

Geldnerd gaat er even een maandje tussenuit. Deels vakantie, deels niet. Even rust en afstand nemen van de wereld en de dagelijkse dingen. Ik heb er zin in, ik ben er aan toe.

De komende periode zal er misschien af en toe een blogje verschijnen. Misschien ook niet. Dat zien we nog wel. Ik verwacht wel op tijd terug te zijn voor mijn kwartaalrapportages, begin juli. Tot dan!

Heb jij al een vakantie in het vooruitzicht?

Nieuwe ambtenaren-CAO 2021

Zoals wel vaker in de Haagse achterkamertjes kwam het uiteindelijk als een verrassing. Er is blijkbaar afgelopen vrijdag een nieuwe kortlopende CAO voor rijksambtenaren afgesproken. De leden van de vakbonden mogen er nog even over stemmen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vond ik op de website van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen) een nieuwsbericht met een link naar het onderhandelingsakkoord.

De CAO heeft ‘maar’ een looptijd tot eind maart 2022. Langer wilden de bonden zich niet vastleggen, ze vinden dat een nieuw kabinet eerst maar eens financiële ruimte moet creëren voor een fatsoenlijke CAO-verhoging. Met terugwerkende kracht per 1 juli 2021 krijgen we een loonsverhoging van 2,0%. De bedoeling is dat die vanaf december uitbetaald wordt.

Ook krijgen alle rijksambtenaren een eenmalige uitkering van € 300 bruto in december 2021. Met mijn bijzonder tarief loonheffing van 55,5% houd ik daar € 133,50 van over. verder krijgen we over 2021 een thuiswerkvergoeding van € 430 euro en vanaf 1 januari 2022 € 2 per thuiswerkdag netto. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan registreren en of ik als manager iedere maand geacht word de declaraties te controleren en goed te keuren… Dat lees ik nog niet in het akkoord. De thuiswerkvergoeding over 2021 moeten we ook apart aanvragen.

De nieuwsberichten hebben het verder over een vergoeding voor inrichting van de thuiswerkplek van € 750 per 5 jaar. In het akkoord lees ik dat die bedoeld is voor ‘stoffering en meubilering’ van de thuiswerkplek. Niet voor apparatuur. Die kunnen we, net als nu, tot een bepaald maximum declareren. Er worden wel allerlei aparte regelingen van verschillende ministeries afgeschaft. De rijksoverheid is nog zoekend in het hybride werken, maar er wordt in elk geval geprobeerd om het rijksbreed eenduidig te maken. Dat vind ik al winst.

Recht op onbereikbaarheid

Bijzonder vind ik dat er voor heet eerst een soort van afspraken gemaakt zijn over het recht op onbereikbaarheid. In Frankrijk is dat er al, met het oog op een gezonde werk-privé balans. Uitgangspunt is dat de werknemer recht op onbereikbaarheid krijgt buiten het individueel overeengekomen werkrooster en de daarbij horende bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten. Dat is iets wat ik van harte toe juich. En ergens ook wel erg dat het nodig is.

Verruiming maximaal te sparen verlof

Ook handig met het oog op eerder stoppen met werken. De fiscale mogelijkheden om verlof te sparen zijn verruimd van 50 weken verlof naar maximaal 100 weken verlof. In de CAO-afspraken was tot nu toe geregeld dat werknemers maximaal 1.800 uur kunnen sparen in hun IKB-spaarverlof. Vanwege de verruimde fiscale mogelijkheden wordt dit per 1 januari 2022 gewijzigd in maximaal 3.600 uur. Dat zijn 100 voltijds ambtelijke werkweken, oftewel bijna twee jaar.

Wat vindt Geldnerd?

Ik ben blij dat er in elk geval iets van een loonsverhoging komt. Allerlei mensen zullen nu wel weer vinden dat wij het al goed genoeg hebben en toch niks bijdragen aan deze wereld, maar ook ambtenaren zijn mensen met gezinnen en huur en hypotheken en boodschappen die betaald moeten worden. Al besef ik ook terdege dat er heel veel mensen zijn die het moeilijker hebben dan wij.

Maar al die verschillende potjes maken het in mijn ogen wel nodeloos ingewikkeld. Ik hoop dat we in toekomstige CAO-afspraken iets meer samenhang kunnen brengen in de potjes voor opleidingen en verlof en thuiswerkplekken en reiskosten. Dat zou ook echt iets meer te kiezen geven bij de inrichting van je eigen werk.

Hoe is het met jouw CAO?

Waar komen mijn Arbeidsvoorwaarden vandaan?

Er wordt weer gesproken over een CAO voor de Rijksambtenaren. Dat is niet zo vreemd, want de oude CAO is eind 2020 afgelopen. En op een of andere manier ben ik er dit keer meer op gefocust dan normaal. Zeker sinds ik mij gerealiseerd heb dat mijn pensioenpremie in de afgelopen 5 jaar met meer dan 50% gestegen is. Zomaar. Zonder dat ik er echt iets over gelezen heb of het gevoel heb dat ik er enige invloed op uit kan oefenen.

Dat intrigeert mij. Want hoe komen dat soort dingen tot stand? Wie praat daarover met wie, en hoe worden de besluiten genomen? Over mijn pensioen. En dus ook over mijn arbeidsvoorwaarden. Wat zit er achter zo’n berichtje dat ‘werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over een nieuwe CAO’? Daar ben ik dus eens ingedoken. En ik heb een hele nieuwe wereld ontdekt.

Werkgevers en Werknemers

Mijn werkgever is ‘de Rijksoverheid’, in concreto één van de ministeries. Als ik een beetje rondkijk op internet dan staat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) overal als verantwoordelijk ministerie. En als ik ga graven dan blijkt (voor de Rijksoverheid) inderdaad de minister van BZK de rol van Werkgever te spelen. Deels dan, want Defensie, de politie, en de rechterlijke macht hebben een aparte CAO.

De andere werkgevers in de publieke sector werken samen in de stichting Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Lid van ZPW zijn de sectorwerkgevers van gemeenten, provincies, waterschappen, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoge beroepsonderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen, en universitair medische centra. Vroeger zaten die samen met de rijksoverheid in een stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), maar de VSO is volgens de (inmiddels verdwenen) website per 1 januari 2020 opgeheven. Ik heb daar niks over op het journaal gezien, maar vind het wel een interessant gegeven dat de rijksoverheid blijkbaar sinds 1 januari 2020 minder samenwerkt met de andere publieke sectoren.

Werknemer, dat ben ik. Met nog een heleboel andere ambtenaren. Maar als het over ‘de werknemers’ gaat, dan worden meestal de vakbonden bedoeld. Die vertegenwoordigen mij, dat is ooit zo bepaald. Vroeger zal dat ook best zo geweest zijn. Maar het aantal leden van de vakbonden daalt al jaren. Het zijn er nog ongeveer 1,6 miljoen, op een werkzame beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen mensen, al was er in 2020 blijkbaar een lichte stijging.

Bron: CBS

Eén op de zes is dus nog maar lid van een vakbond. Ik heb het zelf eerlijk gezegd ook nog nooit overwogen. Als ik die ‘gestaalde kaders op de barricaden’ hoor praten voel ik me niet echt vertegenwoordigd. Maar toch zit daar de groep mensen die namens mij praat over mijn arbeidsvoorwaarden. Dat geeft te denken, maar ik weet zo snel ook niet hoe we dat anders kunnen organiseren.

Organisaties

Er is in Den Haag een mistig web van organisaties die zich bezighouden met de arbeidsvoorwaarden voor de publieke sector (inclusief de rijksoverheid). Na een middag lezen (lang leve het driedaagse weekend!) zie ik dat de Stichting Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) een centrale rol speelt. Dat was vanaf 1989 een zelfstandige organisatie binnen het ministerie van BZK, en is sinds 1 januari 1995 een ‘onafhankelijk dienstverlener’, los van het ministerie.

Er zijn allerlei ‘partners’ die samenwerken in de CAOP, zoals de eerdergenoemde SCO (de werknemers) en de kabinetswerkgevers en de ZPW . De CAOP krijgt voor een aantal taken subsidie van BZK. Dat is onder andere (artikel 2 lid 1 punt a sub 2°) voor kosten die direct samenhangen met de secretariële, inhoudelijke en administratieve ondersteuning van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en de daaronder ressorterende commissies. De website van die ROP is nogal karig en verouderd, blijkbaar is de subsidie van BZK onvoldoende om ons goed te informeren. Ik lees wel dat de ROP het centrale overlegplatform is van de gezamenlijke sector-werkgevers en werknemers bij de overheid.

Dat is dus de polder, de plek waar het gebeurt.

Ik kan in elk geval één reden bedenken waarom het handig is om een stichting te gebruiken. Alles wat ik als ambtenaar doe kan openbaar gemaakt worden. Niet zelden vragen mensen daarom met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Maar alles wat er in zo’n ‘externe’ stichting gebeurt valt natuurlijk niet onder de WOB.

Maar goed. Die Stichting CAOP krijgt dus subsidie van partner BZK, en voert daarmee onder andere het secretariaat van de Raad voor Overheidspersoneel. Onder die ROP hangen een aantal overleggen. Daarvan zijn er in elk geval twee interessant voor mij als werknemer. Het Sectoroverleg Rijk, waar de werkgever BZK namens de ministeries en de werknemers vertegenwoordigd door de samenwerkende vakbonden praten over ‘mijn CAO’. En de Pensioenkamer, waar van alles gebeurt rond mijn pensioen. Maar daar ga ik nog wel een keer apart naar kijken.

Ik heb me ook nog even verdiept in hoe BZK dat doet, werkgever spelen. Want dat doet de minister echt niet allemaal zelf, die heeft daar personeel voor. Gewone mensen zoals Geldnerd. Er is bij dat ministerie een apart Directoraat-Generaal Overheidsorganisatie. Volgens artikel 4.4 van het Mandaatbesluit BZK omvat het mandaat (de bevoegdheid) van de directeur-generaal Overheidsorganisatie tevens de leiding van het overleg tussen werkgevers en werknemers in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, en de leiding van het Sectoroverleg Rijk (paragraaf 26.1 van de CAO Rijk 2020). Die DGOO is dus een invloedrijke persoon op arbeidsvoorwaardengebied.

Maar ook die DGOO doet dat niet zelf. Die heeft ook weer personeel. Werkbijen die het echte werk doen. Binnen dat DGOO is een Directie Ambtenaar & Organisatie (DA&O). In de taakbeschrijving van die directie lees ik iets over werkgeverschap. Die schrijven dus vast en zeker de stukjes voor DGOO en de minister aan de onderhandelingstafel. En wie schrijft, die blijft.

ik heb geprobeerd er een leesbaar plaatje van te maken, want het is nogal veel…

Je komt overigens leuke dingen tegen als je gaat graven. Zo blijken er in onze CAO ook afspraken te zijn gemaakt over een Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds van het Rijk (A+O fonds Rijk). Dat A+O fonds Rijk is een onafhankelijke stichting van het Rijk als werkgever en de vakorganisaties die de werknemers vertegenwoordigen, en wil bijdragen aan betekenisvol werk, ontwikkeling en werkplezier van rijksmedewerkers, nu en in de toekomst. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar er zal ook vast druk vergaderd worden om mij werkplezier te geven.

Wat is de inzet van de gesprekken?

Inmiddels wordt er weer druk gepraat over een nieuwe CAO voor 2021. Of eigenlijk werd er gepraat. Want afgelopen week hebben de vakbonden de onderhandelingen stopgezet nadat de werkgever een salarisverhoging bood van 1,0%. Maar er zijn wel standpunten uitgewisseld. De werkgever heeft hierover een brief gestuurd aan de bonden, die brief vind je op de website van de FNV. En uiteraard willen de bonden ook wat bereiken, hier de inzet van de FNV en hier de inzet van het CNV (inmiddels weggestopt achter een inlogscherm). Als ik die brieven zo lees dan zal het nog wel even duren voor er een akkoord is. Want de standpunten lopen nog wel een beetje uiteen.

Wat vindt Geldnerd ervan?

Eigenlijk is het best wel een heel circus dat er is opgetuigd rond die arbeidsvoorwaarden. Het is natuurlijk ook best ingewikkeld. Ik vind het wel opvallend dat er zo weinig transparantie is, ik heb echt wel een dagje zitten graven om alle informatie boven tafel te krijgen.

Ook merk ik dat ik best wel worstel met de rol van de vakbonden. Ja, er moet iemand zijn die de werknemers vertegenwoordigt. Maar ik voel mij niet vertegenwoordigd. En ik ben niet de enige, als ik kijk naar het aantal leden van de vakbonden versus de werkzame beroepsbevolking. Er gaat dus iets mis aan de werknemerskant van de polder. Iets waar ik ook niet meteen een oplossing voor weet.

Verder zit ik er zelf redelijk simpel in, in die arbeidsvoorwaarden. Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in het netto salaris dat ik ontvang (inclusief de extraatjes). Werktijd en verlof is ook belangrijk, ik vind het fijn dat ik zelf een werkrooster kan kiezen en de optie heb van een vierdaagse werkweek. En dat pensioen, dat is ook wel een dingetje. Maar zo’n A+O fonds Rijk? Dat vind ik toch vooral symbolisch. Ik ben zeker niet de enige ambtenaar die er nog nooit van gehoord had, bleek uit een kleine rondvraag onder directe collega’s.

Ik ga het in elk geval wel weer proberen te volgen, de rituele dans om een nieuwe CAO bij de Rijksoverheid.

Ben jij lid (geweest) van een vakbond? En wat vind jij van jouw arbeidsvoorwaarden?

Vierdaagse werkweek in 2021?

  • Berichtcategorie:The HOT Life

Als rijksambtenaar heeft Geldnerd een luizenleven. Met een vast en voltijds contract van 36 uur per week, en een werkrooster van 40 uur per week, heb ik zo’n 50 vakantiedagen per jaar. In 2019 heb ik voor het eerst gedurende de zomer een vierdaagse werkweek ingevoerd, en dat beviel uitstekend. Door de drukte in mijn oude baan, en door de corona-crisis die op vakantie gaan een stuk moeilijker maakte, heb ik bovendien in de eerste helft van 2020 minder verlof opgenomen dan normaal. Er ging dus een behoorlijk ‘stuwmeer’ aan verlofuren mee naar mijn nieuwe baan. Dat is een voordeel van binnen de rijksoverheid werken, je neemt je arbeidsvoorwaarden en vakantie-uren gewoon mee.

In 2020, in mijn nieuwe functie, heb ik dus ook maar een vierdaagse werkweek ingevoerd in de zomer. En die beviel ook weer uitstekend. Ik nam de vrijdag standaard als verlofdag. Omdat Vriendin sinds dit jaar ook een vierdaagse werkweek heeft, hadden we samen een lang weekend. Ik merkte dat ik veel meer klusjes gedaan kreeg rond het huis en tóch een lekker ontspannend weekend kon hebben. En stilletjes besloot ik dan ook om mijn vierdaagse werkweek te verlengen tot eind 2020. Ook heb ik rond Kerstmis en Oud- en Nieuw nog twee weken verlof gepland staan. Bovendien kwam ik er ook achter dat ik onder de huidige CAO veel minder verlofuren kan verkopen. Dat scheelt mij inkomen en maakt dat ik echt iets moet doen met al die uren… De enige in ons huishouden die nog een vijfdaagse werkweek heeft is Hondje. Die gaat gewoon nog vijf dagen per week met de uitlaatservice mee.

In oktober werden in ons personeelssysteem ook de verlofuren voor 2021 zichtbaar. En met dat overzicht in de hand ben ik maar eens gaan rekenen.

Soorten verlof

Verlof komt bij de rijksoverheid in allerlei smaken, zelf heb ik drie soorten verlofuren. Ten eerste de wettelijke reguliere verlofuren, dat zijn er 144 per kalenderjaar. Daarnaast de bovenwettelijke uren, in mijn geval zijn dat er 36 per jaar. Samen is dat 180 uur / 7,2 uur per werkdag = 25 vakantiedagen (bij een 36-urige werkweek. En dan bouw ik door mijn huidige 40-urige werkrooster per week ook nog 4 compensatie-uren op. In 2021 zijn dat 204 verlofuren. Bij elkaar 384 verlofuren in 2021, oftewel 48 vakantiedagen van 8 uur (want 5×8-werkrooster dus ik moet 8 uren inboeken voor een hele dag verlof), oftewel 9 weken en 3 dagen. De reguliere verlofuren zijn 2 jaar houdbaar, en de compensatie-uren moet je echt opmaken in het lopende kalenderjaar.

Maar… Ik houd ook nog uren over uit 2020. In oktober heb ik mijn compensatie-uren uit 2020 op weten te maken. Maar op 1 december had ik ook nog 206 reguliere verlofuren staan. Die zijn grotendeels met mij meegekomen uit mijn oude functie. Oftewel 5 weken en 6 uur verlof.

Verlofstuwmeer

Nu vind ik het geen optie om vanaf 1 december vrij te nemen en tegen mijn collega’s te zeggen ‘zie je volgend jaar’…. Dat zou ik ook niet willen, mijn werk is er veel te leuk voor, en ik denk ook niet dat mijn baas er heel gelukkig van wordt. Maar een deel van de verlofuren krijg ik nog wel op. Ik neem immers tot het einde van dit jaar elke vrijdag vrij, en ook rond de feestdagen twee weken. Volgens die planning blijven er dan eind 2020 nog 118 reguliere verlofuren over, die meegaan naar 2021. En die moeten in 2021 ook wel op, want hun uiterste houdbaarheidsdatum is 31 december 2021. Dit betekent wel dat ik met een uitgebreid verlofstuwmeer aan 2021 begin.

OmschrijvingUren 2021Houdbaar tot
Reguliere wettelijke uren 202011831-12-2021
Reguliere wettelijke uren 202114431-12-2022
Bovenwettelijke uren 20213631-12-2021
Compensatie-uren 202120431-12-2021
Totaal 2021502

Maar liefst 502 verlofuren. Bij een werkrooster van 5 dagen per week maal 8 uren per dag zijn dat 12 weken, 2 dagen en 6 uren verlof. Bijna drie volledige maanden. Waarvan ook nog eens 358 uren (8 weken, 4 dagen en 6 uur) echt op moeten in 2021, anders vervallen de uren. Oef…. Dat zie ik mezelf niet zomaar opnemen. Het is dus tijd om een list te verzinnen en het nuttige en aangename te verenigen.

Vierdaagse werkweek?

Na wat rekenen heb ik mij voorgenomen om mijn werkrooster te veranderen van 5×8 naar 4×9. Dus 4 werkdagen van 9 uren. Die uren maak ik op dit moment meestal toch al wel… Mijn plan is dan om maandag tot en met donderdag te werken, en standaard op vrijdag vrij te zijn. Ik heb dan geen recht meer op compensatie-uren, want die krijg je alleen als je meer dan je contracttijd per week werkt. In bovenstaande tabel houd ik dan ( 118 + 144 + 36 = ) 298 verlofuren over, waarvan 154 houdbaar tot eind 2021 en 144 houdbaar tot eind 2022. Omdat een volledige werkweek dan 36 uur is, heb ik hiermee nog 8 weken, 1 dag en 1 uur verlof over in 2021. Dat moet voldoende zijn, toch? En omdat ik nog steeds voltijds blijf werken, 36 uur per week, lever ik ook geen salaris in.

Het alternatief was gewoon een werkrooster van 5×8 houden, en elke vrijdag vrij nemen. Dat zou mij 50 verlofdagen à 8 uur kosten, dus 400 verlofuren. Dan heb ik nog ‘maar’ 102 verlofuren over, genoeg voor 3 weken en 6 uur verlof buiten de vrijdagen. Dat vind ik toch echt te weinig.

Inmiddels heb ik dit ook besproken met mijn plaatsvervanger, want de ‘mores’ is toch wel dat één van ons tweeën er zou moeten zijn. Hij heeft geen plannen om minder te gaan werken, het is dus geen probleem als ik er ook in 2021 op vrijdag niet ben. Men is eigenlijk al niet anders gewend. En ook mijn directeur is akkoord. Het wordt dus ook in 2021 een vierdaagse werkweek en een driedaags weekeinde voor mij. Ik kijk er naar uit.

Hoe deel jij jouw werkweek in?