Gemengde gevoelens over pensioenindexatie

  • Berichtcategorie:Pensioen
  • Bericht reacties:9 Reacties

Vorige week was het uitgebreid in de media. Enkele pensioenfondsen hebben stevige indexeringen aangekondigd. Mijn eigen pensioenfonds, de algemene bodemloze put van het ABP, verhoogt begin 2023 de pensioenen met 11,96%. Daarmee wordt de volledige prijsstijging in de periode van september 2021 tot september 2022 gecompenseerd.

Het is mooi nieuws, maar wel nieuws dat ik met gemengde gevoelens ontvang. Hoera, mijn opgebouwde pensioen wordt in het inflatierampjaar 2022 gelukkig niet nog minder waard. Maar we hebben nog steeds ongeveer 25% aan gemiste indexatie sinds de financiële crisis van 2008. Daar lopen we nog niets van in, de indexatie van 2,39% eerder dit jaar was maar een heel klein beginnetje.

Links en rechts lees ik dat de mega-indexatie mede mogelijk gemaakt wordt doordat pensioenfondsen al mogen rekenen met de regels van het nieuwe pensioenstelsel. Een cynisch persoon als Geldnerd denkt dan al gauw aan een marketingstunt om het nieuwe stelsel te verkopen. Ik heb de afgelopen periode bewust heel weinig geschreven over de discussies rond het nieuwe pensioenstelsel. Dat komt ook omdat op dit moment absoluut nog niet in te schatten valt welk effect dit voor mij gaat hebben. De wet is nog niet eens door de Tweede Kamer. Die neemt gelukkig ruim de tijd om deze wet goed te behandelen. Ik heb genoten van het college dat Pieter Omtzigt gaf en ik hoop maar dat zijn collega’s goed naar hem geluisterd hebben. Verder wacht ik de uitkomsten van de discussies af.

Toen ik bij het schrijven van deze blogpost op de website van het ABP zocht naar de berichten over de indexatie, kwam ik ook nog een ander bericht tegen. Over de verhoging van de pensioenpremie die ik in 2023 moet gaan betalen. Daar heb ik dan weer veel minder aandacht in de media voor gezien… Het premiepercentage stijgt van 25,9% naar 27,9%. Hiervan betaalt de werkgever 19,53% en het percentage dat ik betaal gaat van 7,93% naar 8,37%. Maar zoals gebruikelijk valt dit op een stapel van veranderingen, want per 1 januari verandert ook de franchise en dus het salarisbedrag waarover mijn pensioenpremie berekend wordt. Waarschijnlijk ga ik wederom elke maand iets meer premie betalen. Maar ik zal wel weer moeten wachten tot de salarisbrief van januari om te zien wat het uiteindelijk netto betekent.

Ik blijf het ingewikkeld vinden. Zelfs voor een Geldnerd als ik is het een uitdaging om chocola te maken van het pensioendebat. Terwijl het toch een discussie is die vrij bepalend is voor de financiële toekomst en financiële zekerheid van ons allemaal. Een oplossing heb ik niet. Wel gemengde gevoelens die ik nergens kwijt kan, behalve op dit blog.

Hoe kijk jij naar het pensioendebat?

Hoe gaat het met mijn pensioen?

  • Berichtcategorie:Pensioen

Het huidige Nederlandse pensioensysteem heeft drie pijlers. Op het eerste-pijler basispensioentje uit de AOW (Algemene Ouderdoms Wet) heeft iedereen recht, in elk geval met een opbouw van 2% per jaar dat je in Nederland verbleven hebt en verzekerd was voor de AOW. Dan bouwen de meeste loonslaven zoals ik ook een pensioen op in de tweede pijler via de werkgever, in mijn geval via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Ik zou willen dat ik daar buiten mocht blijven maar ik ben helaas verplicht om deel te nemen.

En dan kun je ook nog (in zekere mate fiscaal aantrekkelijk) individuele aanvullende pensioenvoorzieningen opbouwen in de 3e pijler via bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daar maak ik dan weer geen gebruik van. Mijn fiscale jaarruimte hiervoor is beperkt, en ik vind de fiscale voordelen niet opwegen tegen het gebrek aan flexibiliteit. Je hebt te maken met beperkingen in bijvoorbeeld het moment en de manier waarop je het geld kunt opnemen.

Liever bouw ik gewoon een zo groot mogelijk vermogen op, waarbij ik zelf het moment en de manier kan kiezen waarop ik het geld gebruik. Bovendien neem je in pijler 3 een risico met de toekomstige fiscale regelgeving. Wat nu fiscaal aantrekkelijk is, is dat misschien niet meer tegen de tijd dat jij het geld uit die derde pijler pot wilt halen. Iets met overheid en betrouwbaarheid. Hier dus geen bijstortingen in aparte pensioenpotten zoals bij Luxe Of Zuinig.

De 4% regel is niet van toepassing

Toch is mijn pensioen een belangrijke factor in mijn plannen voor financiële onafhankelijkheid. Het Amerikaanse FIRE-adagium van ‘25 keer je jaaruitgaven als vermogen / de 4% regel‘ is namelijk niet van toepassing voor Nederlandse loonslaven met een aanvullend pensioen in pijler 2. Dan heb je jouw vermogen alleen maar nodig om het gat tussen stoppen met werken en de start van de uitbetaling van het pensioen te overbruggen, en eventueel als aanvulling op het pensioenbedrag. Op dit principe is mijn FIRE Calculator gebaseerd.

Mijn pensioen is dus wel iets om in de gaten te houden. Zowel de jaarlijkse opbouw als de discussie over de komende hervormingen. Die hervormingen zijn overigens iets waar ik onderhand geen touw meer aan vast kan knopen. Ik wacht met smart op de Kamerdebatten en de daarmee gepaard gaande analyses en achtergrondartikelen, in de hoop er dan weer wat meer van te begrijpen. Tot die tijd tast ik, net als alle andere deelnemers in pijler-2 pensioenfondsen, enigszins in het duister over een belangrijk deel van mijn financiële toekomst.

‘Gelukkig’ is er de huidige situatie nog…

Jaarlijkse pensioenaanwas

Sinds ik weet dat ik de A-factor, de jaarlijkse pensioenaanwas, gewoon zelf uit kan rekenen kijk ik met iets minder spanning uit naar het Uniform Pensioenoverzicht (UPO), wat mijn pensioenfonds me jaarlijks stuurt. Die is nu vooral bedoeld om te controleren of ik (of zij) geen rekenfout gemaakt hebben.

Indexeringen

‘Vroeger’ werd het pensioen nog wel eens geïndexeerd voor inflatie. De laatste keer was bij het ABP in 2008, met nog een heel klein ieniemienie-indexatietje (0,28%) in 2010. Daarna gebeurde er 12 jaar niets. Geen indexering voor inflatie. Terwijl die inflatie er toch echt wel was. Ruim 20% tussen 2010 en 2021. Dat is veel. Ik legde wel in en bouwde wel extra pensioen op, maar qua koopkracht holde de waarde van dat pensioen achteruit. Tenzij er in de toekomst grote inhaal-indexeringen komen ben ik die koopkracht gewoon kwijt. Waarschijnlijk gaat dit allemaal verdwijnen in de ‘pensioenmist’ van het omzetten naar een nieuw pensioenstelsel. En daar kan ik niets aan doen

Maar dit jaar gebeurde er toch weer iets. Het pensioen dat ik voor 1 januari 2022 bij ABP opbouwde wordt met 2,39% (de prijsstijging in de periode van september 2020 tot september 2021) verhoogd. Dat valt natuurlijk in het niet bij de prijsstijgingen van dit moment, maar het is in elk geval iets.

Hoe kijk ik naar mijn pensioenbedrag?

Uiteraard ga ik er van uit dat ik niet tot de ‘officiële pensioendatum’ op blijf bouwen bij het ABP. Ik wil immers eerder stoppen met werken. Toch is het voor mij van belang hoeveel pensioen ik opbouw.

Momenteel kijk ik naar het bruto beschikbare bedrag op mijn jaarlijkse pensioenoverzicht. Waar heb ik al recht op als ik nu zou stoppen met werken en opbouwen. Daar tel ik ook de bruto AOW bij op. Dan heb ik mijn bruto inkomen vanaf het moment dat ik mijn AOW-leeftijd bereik. Daar haal ik dan ongeveer 30% belasting vanaf. Allemaal gebaseerd op huidige bedragen en percentages en regelgeving, en er is dus geen enkele garantie dat het ook nog geldt als ik straks echt met pensioen ga. Maar het geeft een indicatie.

Ik kom dan uit op een bedrag dat op dit moment al voldoende zou zijn om mijn huidige bijdrage aan de gezamenlijke huishouding te dekken, inclusief de rente en aflossing op de hypotheek. Maar dat is allemaal tegen euro’s van vandaag. En ik heb nog geen idee hoe mijn toekomstige uitgaven er uit gaan zien. De komende jaren gaat de inflatie door met het opvreten van die koopkracht. Maar ik ga ook door met pensioen opbouwen. En hypotheek afbetalen en vermogen opbouwen. Mijn positie wordt dus hopelijk elk jaar nog weer een stukje beter.

Ook in eerdere blogposts heb ik het al gezegd, ik kijk met spanning uit naar het moment dat echt duidelijk wordt wat het nieuwe pensioenstelsel voor mij persoonlijk betekent. Gewoon, cijfertjes die zeggen wat ik per jaar mag verwachten. Dan kan ik weer echt een berekening maken hoeveel vermogen ik nodig heb om de kloof tussen het moment van stoppen met werken en het moment van ontvangen van pensioen te overbruggen. En bepalen hoe dicht ik bij mijn eigen FIRE moment zit. Of hoe ver ik er al overheen ben. Wie weet?

Hoe kijk jij naar jouw pensioenopbouw?

Hoe nutteloos is de Safe Withdrawal Rate?

Het is een geliefd onderwerp in FIRE-land. De Safe Withdrawal Rate (SWR). In mijn woorden: welk percentage van je vermogen kun je, nadat je stopt met vermogensopbouw, jaarlijks opeten zonder dat je ooit zonder geld komt te zitten? Daar woeden hartstochtelijke discussies over in de blogwereld. 3%, 3,5% of toch 4%? Met name in de Amerikaanse blogs worden hier pagina’s over volgeschreven, en vliegen de grafieken je om de oren. Mocht het je interesseren, Early Retirement Now heeft er een hele serie blogjes over geschreven. Meer dan 25 delen met alles wat je ooit wilde weten over de Safe Withdrawal Rate. Maar ook The Simple Dollar heeft een erg toegankelijk verhaal geschreven, net als Get Rich Slowly. En dichter bij huis heeft Lekker Leven Met Minder er een paar maanden geleden ook een blogje aan gewijd. Genoeg leesvoer dus. Wat heb ik daar nog aan toe te voegen?

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat de hele discussie over de Safe Withdrawal Rate samenhangt met hoe het Amerikaanse pensioensysteem is opgebouwd. Daar is het vrijwel volledig individueel. Je legt zelf in op een 401(k) of andere fiscaal gunstige beleggingsrekening, en je werkgever levert daar al dan niet ook een bijdrage aan (al dan niet afhankelijk van jouw eigen bijdrage). Dat geld wordt belegd in aandelenfondsen en/of obligatiefondsen en/of spaarproducten volgens een verdeling die je zelf kunt bepalen.

Dat betekent dat het pensioen van de gemiddelde Amerikaan volledig betaald wordt uit het zelf opgebouwde vermogen. En daar wil je het natuurlijk wel mee volhouden tot je omvalt. Dan is het dus erg belangrijk om te bepalen hoeveel vermogen je jaarlijks op kunt nemen zonder op termijn in de problemen te komen. En dat is nog belangrijker als je ‘eerder’ stopt met werken (en met het opbouwen van vermogen).

Het Nederlandse systeem zit natuurlijk anders in elkaar. We hebben een pensioensysteem met meerdere pijlers. De overheid verzorgt een AOW-uitkering, bedoeld als basisinkomen om te kunnen rondkomen (sterkte als dat alles is wat je hebt). Voor de meeste Nederlanders komt het leeuwendeel van hun pensioen uit de tweede pijler, pensioenopbouw via de werkgever. En dan is er de derde pijler, min of meer fiscaal aantrekkelijke individuele verzekeringen, zoals lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Dit is de belangrijkste pensioen-optie voor zelfstandige ondernemers.

Dat betekent dat het gemiddelde Nederlandse inkomen na pensionering anders opgebouwd is. Deels een (steeds minder gegarandeerde) AOW en/of pensioenuitkering, en deels een inkomen uit vermogen in de derde pijler of eigen vermogen dat je buiten het pensioensysteem om bij elkaar gespaard en belegd hebt. En dan ga ik natuurlijk nog helemaal voorbij aan de mensen die een kleiner of groter deel van hun inkomsten na pensioen gaan halen uit passief inkomen zoals huuropbrengsten van vastgoed. Voor mijn eigen situatie heb ik eerder onderstaande schematische weergave gemaakt, die ik al vaker gebruikt heb op mijn blog.

Voor mijn persoonlijke situatie, en ook voor de persoonlijke situatie van alle andere Nederlanders die het merendeel van hun pensioen opbouwen in de ‘tweede pijler’, is de Safe Withdrawal Rate minder relevant. Mijn vermogen dient straks twee doelen. Allereerst het (volledig) overbruggen van de uitgavenkloof tussen het moment dat ik stop met werken en vermogen opbouwen, en het moment dat mijn pensioen met uitbetalen begint (volgens de huidige prognose 69 jaar en 6 maanden). Mijn huidige verwachting is dat mijn pensioen de kosten van levensonderhoud na pensionering (vrijwel) volledig kan dekken, afhankelijk van wat er de komende jaren nog met de inflatie en de indexeringen gebeurt. Als dat uitkomt, heb ik nog maar een zeer beperkte aanvulling van mijn inkomen uit mijn vermogen nodig. Ik ga er nu van uit dat de Safe Withdrawal Rate in die berekeningen geen rol van betekenis meer zal spelen. Dit ook omdat ik mijn geld aan niemand na hoef te laten. In de ideale situatie staat er na mijn overlijden € 0,00 op mijn bankrekening.

Interessant voorbeeld is in dit verband trouwens het Noorse staatspensioenfonds, dat gevoed wordt door de olie-inkomsten van het land. Origineel hanteerden zij een Withdrawal Rate van 4%, die zelfs is vastgelegd in de wet. Geen slecht idee, want je beschermt het fonds daarmee tegen politieke grillen en opportunisme. Maar vorig jaar werd er voorgesteld om de Withdrawal Rate aan te passen naar 3%. Zelfs de Noren worden dus wat voorzichtiger, in hun geval ook vooral omdat het einde van de olie-inkomsten de komende decennia wel in zicht lijkt te komen.

Maar goed, als je hele pensioen uit vermogen komt dan is het wel nuttig om over de Safe Withdrawal Rate na te denken. Als je geheel of gedeeltelijk een pensioenfonds hebt dan ligt het genuanceerder. Op de AOW ga ik trouwens niet alteveel meer rekenen. Die zal wel heel erg veranderd zijn tegen de tijd dat ik eraan toe ben. Al zal er waarschijnlijk wel een vangnet blijven, maar dan misschien alleen voor mensen die geen pensioen hebben opgebouwd.

Hoe denk jij over de Safe Withdrawal Rate?