Ontmoedigingsbeleid

Belasting betalen moet ik. Vind ik ook niet zo erg, want de overheid geeft mij er ook het nodige voor terug. Natuurlijk willen we altijd minder betalen en er meer voor terug, dat is menselijk. En sommige belastingen vind ik redelijker dan andere.

Er is al een tijdje discussie over de vermogensrendementsheffing: 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2% van je vermogen jaarlijks afdragen. Dat vonden de meeste mensen niet zo erg toen het verwachte rendement van sparen op of boven die 4% lag. Maar dat is alweer een hele tijd geleden. Tegenwoordig ligt het verwachte rendement van sparen meer rond de 1% per jaar. Met 1,2% vermogensbelasting wordt je alleen al door de Belastingdienst armer, en dan hebben we het nog niet eens over het effect van inflatie. Met beleggen kun je wel meer rendement halen, maar loop je ook meer risico en heb je kosten.

Vandaag last ik een stukje van Errol Keyner, de adjunct-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters, over de plannen met de vermogensrendementsheffing. Ik ben het grotendeels eens met zijn commentaar. Tegelijkertijd snap ik de uitdaging voor de regering, want het koppelen van de vermogensrendementsheffing aan de feitelijk behaalde rendementen is (1) arbeidsintensief voor de Belastingdienst, en zou (2) leiden tot ongewenste fluctuaties in de overheidsinkomsten.

Maar een beetje krom is het wel. De afgelopen 10 jaar horen we steeds vaker dat we als burger meer voor onszelf moeten gaan zorgen. Zelf sparen voor pensioen en voor verwachte hogere toekomstige zorgkosten. Maar in plaats van dat aan te moedigen, voert de overheid een soort ontmoedigingsbeleid. En dat vind ik dan toch een beetje teleurstellend.

Hoe het begon…

Het moet ergens in 2002 geweest zijn dat ik wakker werd. Om mij heen begon ik voorzichtig geluiden te horen over pensioenen die wel op zouden zijn tegen de tijd dat ik er van zou mogen genieten. Vervroegd met pensioen? Vergeet het maar!

En ik had wel allerlei dromen over zeilen rond de wereld en me terugtrekken op het platteland van Zuid-Europa, maar aan wat dat financieel zou betekenen wilde ik maar liever niet denken. Mijn toenmalige partner en ik verdienden allebei een goed salaris, maar waar dat geld eigenlijk naartoe ging: geen idee… We waren wel aan het beleggen, maar tijdens en na de dot-com crisis leverde dat ook vooral rode cijfers op.

Na het probleem nog ruim een jaar zorgvuldig ontweken te hebben, ben ik voorzichtig begonnen. Op een regenachtige zondagmiddag in september 2003 ben ik achter mijn PC gaan zitten. Inloggen bij Internetbankieren, en alle boekingen van het hele jaar tot op dat moment downloaden in een tekstbestand. Een beetje klooien in Excel om dat netjes zo te importeren dat de gegevens allemaal in verschillende kolommen terechtkwamen. ‘Ctrl’ en ‘+’ om er een lege kolom voor te zetten. En toen?

Ik had bedacht om alles eerst maar eens in een stuk of 10 categorieën in te delen. Ik heb die oorspronkelijke ‘bakjes’ nog eens even opgezocht (want uiteraard heb ik alles bewaard):

  1. Appartement (inclusief gas/water/licht en servicekosten)
  2. Verzekeringen en Bancaire kosten en Gezondheidszorg
  3. Auto (inclusief brandstof, exclusief verzekeringen)
  4. Eten en drinken (exclusief eten buiten de deur want dat is luxe)
  5. Telecom en Internet
  6. Abonnementen en lidmaatschappen
  7. Kasgeld
  8. Luxe
  9. Inrichting
  10. Kleding en schoenen
  11. Vakanties
  12. Overig

Het kostte me echt niet meer dan anderhalf uur, en toen had ik alles in een bakje gegooid. Oftewel: een nummertje in de lege kolom neergezet.

Daarna heb ik een nieuw, leeg werkblad in Excel aangemaakt. Daarop keurig de 12 nummertjes en hun omschrijving gezet. En in de kolom daarachter de formule waarbij ik me voor het eerst realiseerde wat je allemaal kunt met Excel (nee, ik heb geen aandelen Microsoft!):

SOM.ALS

Microsoft Excel

En daar stond het. Keurig in beeld wat ik in dat jaar tot op dat moment aan die categorie besteed had. Maar daarmee was het niet klaar. Het was slechts een begin.