Bufferen

Eerder deze week schreef Min Of Meer er ook al over. Het NIBUD heeft de Bufferberekenaar vernieuwd. Nu heb ik me al eens verbaasd over dat ding, want het was me niet helemaal duidelijk waar het NIBUD z’n uitkomsten op baseerde. Nieuwsgierig geworden heb ik geprobeerd me daar nog eens in te verdiepen.

Ik moet zeggen: helemaal duidelijk is het me nog steeds niet. Wel heb ik wat achtergrondmateriaal gevonden (een rapport dat helaas in 2020 verwijderd is). Blijkbaar zijn ze door een heel mensenleven heengegaan en hebben bekeken hoe noodzakelijk dingen zijn. En daar zit dus inderdaad de kern: Zoals het NIBUD ook aangeeft heeft ieder een eigen mening over wat wel en niet noodzakelijk is.

Wat je als buffer nodig hebt is dus zeer persoonlijk. Ik moet zeggen dat ik deze versie van de Bufferberekenaar verbeterd vind ten opzichte van de vorige. Het geeft een uitsplitsing over verschillende categorieën van buffers, zodat je beter kunt bepalen waar en waarom je wilt afwijken van het advies. En het geeft advies over sparen. Het Nibud raadde mij aan om elke maand minimaal 10% van mijn netto inkomen te sparen voor de buffer.

Maar: zoveel mensen, zoveel situaties. Zomaar een advies volgen dekt nooit alle risico’s af. Die waarschuwing mag er van mij wel bij staan…

Hoe bepaal jij jouw buffer?

Langzaam arm worden

Sparen is langzaam arm worden, las ik een tijdje geleden. En dat klopt wel. De inflatie was gemiddeld 2,2 procent over de afgelopen 25 jaar. Zodra je je hoofd boven de grens van het heffingsvrije vermogen uitsteekt, scheert de Belastingdienst er 1,2% vanaf. Kortom: om de effectieve koopkracht van je vermogen in stand te houden, moet je per jaar een rendement van ongeveer 3,5% behalen.

En met de huidige rentepercentages gaat het al eerder mis. Ik heb nog een kleine buffer-spaarrekening bij de Rabobank. Sinds deze week krijg ik daar nog 0,6% rente. Terwijl de inflatie in 2015 weliswaar laag was, maar met 0,7% toch nog hoger dan deze rente. Gelukkig staat daar bijna niks.

Ik zal blij zijn als de centrale banken ophouden met het ‘stimuleren’ van de economie. Want daar worden vermogensopbouwers als ik niet beter van.

Iemand nog ideeën voor meer rendement?

Vermogensdaling gestopt

‘Goed nieuws’ van het CBS vandaag. Het vermogen van huishoudens daalt niet langer. Tussen 2008 en 2013 daalde het doorsnee vermogen van huishoudens, de bezittingen minus de schuld, van € 47.000 naar € 19.000. In 2014 bleef het vermogen even hoog, voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis.

Het bericht laat ook zien wat de belangrijkste bestanddelen zijn:
55,0% Eigen woning
16,2% Bank- en Spaartegoeden
15,9% Effecten

Eerder heb ik al geschreven dat ik steeds weer verbaasd ben over dit soort berichten. Doorsnee € 19.000, waarvan meer dan de helft Eigen Woning. 16,2% Bank- en spaartegoeden is € 3,078 in snel beschikbaar cash geld, en dat is minder dan de aangeraden NIBUD-buffer. Gezien mijn eigen buffer zijn er dus al een aantal huishoudens zonder buffer. Maar ja, ik ben dan ook een ‘bufferfreak’.

Uiteraard ben ik wel blij dat de vermogensdaling tot stilstand is gekomen. De economische crisis lijkt echt voorbij. Geldnerd is wel benieuwd wanneer de volgende economische crisis uit gaat breken…

Hoe staat het met jouw vermogen?

11,7% Koopkrachtverlies

  • Berichtcategorie:Pensioen

Vandaag kreeg ik weer een goede reminder waarom ik zelf zo hard spaar en beleg voor mijn aanvullende pensioen. Dit bericht vertelt me dat mijn pensioenfonds ook in 2016 de pensioenen niet zal laten meestijgen met de lonen.

Niet indexeren betekent koopkrachtverlies. Recent heb ik daar ook een ander artikel over gelezen.

Wat ik het belangrijkst vond: sinds het begin van de kredietcrisis in 2008 ben ik al bijna 11,7 procent aan indexatie misgelopen. Dat is veel. En dat is de reden dat mijn eigen vermogensopbouw steeds belangrijker wordt. Want laten we eerlijk zijn: ik geef elke maand een behoorlijk bedrag aan mijn pensioenfonds, maar ik heb er heel weinig directe invloed op. Op sommige momenten zou ik graag GPF oprichten: Geldnerd Pensioenfonds. Maar dat heeft ook weer z’n risico’s.

In het artikel ook meer informatie over de ‘sigaar uit eigen doos’: de lagere pensioenpremie voor volgend jaar. Die ook weer leidt tot (of het gevolg is van) versoberde pensioenen.

Vastberaden ga ik voorwaarts met mijn eigen pensioenpot. Want van ‘het systeem’ kan ik steeds minder verwachten. Ik moet voor mezelf zorgen.

Wat verwacht jij van je pensioen?

Sparen

“Hé Geldnerd, je schrijft alleen maar over beleggen? Doe je niet aan sparen dan?”

“Jawel hoor! Maar dat is niet zo spannend, daar valt minder over te vertellen.”

Vroeger was het leven simpel. Je had bij je bank een lopende rekening en een spaarrekening. Geld wat je over hield op de lopende rekening boekte je over naar de spaarrekening. En dankbaar als ze zijn, gaf jouw bank je daar rente over. Klaar.

Tegenwoordig is het anders. De meeste grote banken geven erg weinig rente. Dus kwamen er andere partijen op de markt, die ons spaargeld goed kunnen gebruiken. En die dus een hogere rente geven. Zolang dat allemaal gedekt is door het garantiestelsel is dat fijn, en ons spaargeld groeit gestaag en veilig door. IJsland, iemand?

Maar ja, als je spaargeld groeit krijg je al snel te maken met de Belastingdienst. 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2%, dat was het tarief de afgelopen jaren. In de plannen voor 2016 zie ik dat het gaat veranderen. Netto blijft het effect hetzelfde: een groot deel van je rendement op spaargeld wordt opgegeten door de fiscus.

En laten we ook de inflatie niet vergeten. Ook dat is een sluipmoordenaar. Volgens het CBS kwam de inflatie over de laatste 25 jaar gemiddeld uit op 2,2 procent, zie ook onderstaande grafiek. Dat klinkt niet als veel. Maar op de langere termijn heeft het wel veel effect.

Inflatie19882014CBS

Een rekenvoorbeeld. Stel je koopt nu iets voor EUR 1.000,00. Een inflatie van 2,2% zorgt ervoor dat je over 25 jaar EUR 1.722,95 nodig hebt om datzelfde te kopen. Dus sparen voor je pensioen op basis van je salaris van nu, zonder inflatie mee te nemen, zorgt voor zware teleurstelling straks!

En bovendien: Belasting + Inflatie betekent dat je al zeker 3,5% rente op je spaargeld moet krijgen om nu niet armer te worden. Een aantal jaren geleden kreeg je dat ook voor je spaargeld, maar nu al een tijdje niet meer. Misschien komt dat nog weer terug. Maar ondertussen zijn het vooral mijn beleggingen die ervoor moeten zorgen dat ik mijn lange-termijn doelstellingen haal.

In mijn spaargeld maak ik onderscheid tussen twee potjes:

  1. Mijn buffer: Ik wil op elk moment de beschikking hebben over een buffer ter hoogte van zes netto maandsalarissen. Dat geld staat op een rekening waar ik er zo bij kan, zonder beperkingen. Het zorgt mede voor een goede nachtrust.
  2. De rest van mijn spaargeld. Dit is spaargeld wat ik niet direct nodig heb, maar wat ik ook niet wil beleggen. Dit geld mag ik bijvoorbeeld wel voor langere tijd vastzetten in een deposito (alhoewel dat op dit moment ook weinig oplevert).

Ik heb wat rondgeshopt, en mijn spaargeld staat momenteel bij een van de aanbieders met relatief hoge rente. Het is nog steeds niet veel, maar beter dan niks. Momenteel is de verdeling van mijn vermogen ongeveer 50% sparen / 50% beleggen.

Ik ben (nog) niet toe aan het kopen van huizen of ander vastgoed. Sommige mensen vinden dat ook een goede vorm van vermogensbeheer. Maar zo groot is mijn vermogen nog niet, en ik ben bang dat ik minder flexibel kan zijn als mijn geld in ‘stenen’ zit.

Hoe zit het met jouw spaargeld?

Ontmoedigingsbeleid

Belasting betalen moet ik. Vind ik ook niet zo erg, want de overheid geeft mij er ook het nodige voor terug. Natuurlijk willen we altijd minder betalen en er meer voor terug, dat is menselijk. En sommige belastingen vind ik redelijker dan andere.

Er is al een tijdje discussie over de vermogensrendementsheffing: 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2% van je vermogen jaarlijks afdragen. Dat vonden de meeste mensen niet zo erg toen het verwachte rendement van sparen op of boven die 4% lag. Maar dat is alweer een hele tijd geleden. Tegenwoordig ligt het verwachte rendement van sparen meer rond de 1% per jaar. Met 1,2% vermogensbelasting wordt je alleen al door de Belastingdienst armer, en dan hebben we het nog niet eens over het effect van inflatie. Met beleggen kun je wel meer rendement halen, maar loop je ook meer risico en heb je kosten.

Vandaag last ik een stukje van Errol Keyner, de adjunct-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters, over de plannen met de vermogensrendementsheffing. Ik ben het grotendeels eens met zijn commentaar. Tegelijkertijd snap ik de uitdaging voor de regering, want het koppelen van de vermogensrendementsheffing aan de feitelijk behaalde rendementen is (1) arbeidsintensief voor de Belastingdienst, en zou (2) leiden tot ongewenste fluctuaties in de overheidsinkomsten.

Maar een beetje krom is het wel. De afgelopen 10 jaar horen we steeds vaker dat we als burger meer voor onszelf moeten gaan zorgen. Zelf sparen voor pensioen en voor verwachte hogere toekomstige zorgkosten. Maar in plaats van dat aan te moedigen, voert de overheid een soort ontmoedigingsbeleid. En dat vind ik dan toch een beetje teleurstellend.