De 10 geboden van Geldnerd

Nee, niet deze. Maar die van mijzelf. De 10 regels die ik hanteer voor mijn persoonlijke financiën. Ze zijn niet dogmatisch in steen gebeiteld, maar ontwikkelen zich. Over de afgelopen jaren heb ik ze stapsgewijs opgeschreven. Ze hangen niet ingelijst boven mijn bureau. Want af en toe vul ik iets aan. Wijzig ik iets. Wis ik iets. Dus het is een tussenstand. Maar wel een tussenstand die zorgt dat ik rust heb in mijn financiële situatie.

  1. Het eerste dat ik doe als het salaris binnenkomt, is meteen mijzelf uitbetalen en alle verplichte betalingen doen. Er gaat geld naar de gezamenlijke huishoudrekening, geld naar de aflossing van de hypotheek, en geld naar mijn beleggingsrekening. De verschillende reserveringen die ik elke maand maak worden overgeboekt naar de bufferrekening.
  2. Wat er achterblijft op mijn lopende rekening is mijn zakgeld voor de periode tot aan mijn volgende salaris. Overschotten gaan naar de kleine buffer.
  3. Ik heb een grote buffer in contant geld die genoeg is om zes vier twee maanden van te leven. Op de bufferrekening staan daarnaast ook de specifieke doelreserveringen uit mijn potjessysteem.
  4. Geld dat naar mijn beleggingsrekening gaat is éénrichtingsverkeer. Ik onttrek voorlopig geen geld aan die rekening, maar stort alleen maar bij. Ook alle dividendinkomsten worden meteen herbelegd.
  5. De inleg op mijn beleggingsrekening en de ontvangen dividenden steek ik in mijn standaardportefeuille volgens de gewenste verdeling die ik daarvoor vastgesteld heb. Elke maand weer. De Advisor in de beleggingsspreadsheet vertelt me wat ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Dat doe ik meteen op de dag dat de maandelijkse storting binnenkomt. Ongeacht de marktomstandigheden.
  6. Alle salarisverhogingen en meevallers worden gespaard. Jaarlijks worden de bedragen die naar de beleggingsrekening en de buffer gaan hierop ‘herijkt’. Geld wordt aan het werk gezet, niet geconsumeerd.
  7. Op de hypotheek wordt maandelijks € 1.000 extra afgelost. De maandelijkse besparing op rente en aflossing door de reguliere en extra aflossing wordt toegevoegd aan de sneeuwbal. In totaal is de extra maandelijkse aflossing dus € 1.000 plus de sneeuwbal. De hypotheekspreadsheet vertelt mij maandelijks hoe hoog de extra aflossing moet zijn. Dit bedrag wordt zo berekend dat de resterende hypotheek maandelijks op een rond bedrag uitkomt.
  8. De beleggingsadministratie wordt wekelijks in het weekend bijgewerkt. De financiële administraties ook. De creditcardtransacties worden in elk geval bijgewerkt vóór de verrekening op de 26e van de maand. De hypotheekspreadsheet wordt maandelijks bijgewerkt na de aflossingen, dan wordt ook de nieuwe extra aflossing ingepland. Net voor het einde van elk kwartaal neem ik de meterstanden op en verwerk die in de gezamenlijke administratie. Het Dashboard wordt direct na afronding van elk kwartaal bijgewerkt.
  9. Van eenmalige afboekingen (bijvoorbeeld eigen risico van de zorgverzekering) wordt een reminder in de agenda gezet. Dit om te bewaken dat er voldoende saldo aanwezig is op het moment van de incasso.
  10. Voor iedere persoonlijke uitgave groter dan € 100 geldt een afkoelperiode van minimaal 72 uur tussen het moment van hebberigheid en het eventuele moment van feitelijke aankoop.

Wat zijn jouw ‘financiële geboden’?

Vijf jaar vermogensontwikkeling

Door een instellingsfoutje mijnerzijds stond deze blogpost er afgelopen donderdag ook al even. Maar dat was natuurlijk niet de bedoeling, twee blogjes op één dag. Dadelijk raken jullie nog verwend…

Onlangs publiceerde ik mijn twintigste kwartaalrapportage. Omdat er vier kwartalen in één jaar passen, doe ik dus al vijf jaar gestructureerd verslag van de ontwikkelingen in mijn vermogen. Ik rapporteer per kwartaal omdat ik maanden te kort vind. Ik kijk liever naar de wat grotere lijnen, ook om te voorkomen dat ik op ‘incidenten’ reageer en dingen te snel verander. Maar na zo’n lange periode van vijf jaar (de meeste bloggers halen dat niet…) leek het me ook wel leuk om eens terug te kijken over die vijf jaar. Welke stappen heb ik gezet in de ontwikkeling van mijn vermogen?

Situatie zomer 2016

Twintig rapportages, de eerste ging dus over het derde kwartaal van 2016. Vijf jaar geleden, in de zomer van 2016, waren we net een paar maanden terug uit het Verre Warme Land (VWL). We woonden in een gemeubileerd huurappartementje elders in Geldnerd City, en waren op zoek naar een eigen stekje. Onze inventaris stond in een zeecontainer op een schip dat op weg was naar de haven van Rotterdam. Hondje moest wennen aan zijn nieuwe status als binnenhuishond na het buitenleven in VWL, maar had het wel goed naar zijn zin met de uitlaatservice. En ik blogde destijds bijna een jaartje onder de naam Geldnerd.

Mijn vermogen was destijds simpel. Ik had een beleggingsportefeuille en een spaarrekening. De verhouding was heel anders dan nu. Aan het begin van het derde kwartaal van 2016 zat 30,6% van mijn vermogen in de beleggingsportefeuille, 69,4% in contanten. En dat vond ik destijds ook verstandig. We wilden graag een huis kopen. De woningmarkt vonden we al ‘duur’ (‘broehaha’ denk ik nu) dus ik hield graag contant geld achter de hand.

Taartgrafiek vermogen eind tweede kwartaal 2016

In die allereerste kwartaalrapportage schreef ik ook dat ik eerder dat jaar ‘uit de beurs gestapt was’ omdat ik ervan overtuigd was dat een sterke daling nabij was. Die sterke daling hebben we, behalve de kortdurende ‘corona-dip’, nog niet gezien. En ik kocht veel nieuwe kleding, dat was na terugkomst uit het Verre Warme Land (en met de koude en natte Nederlandse winter in het vooruitzicht) geen overbodige luxe.

Niet zo vreemd dus dat ik gedurende het derde kwartaal vooral contant geld verzamelde. Er ging maar een klein bedrag naar de beleggingen. Geld was er nodig, voor Geldnerd HQ. Al gebruikte ik toen nog niet van dit soort grafieken, die kwamen pas véél later.

Waterval verandering vermogen derde kwartaal 2016

Ontwikkelingen sinds 2016

In november 2016 kochten we een huis en sloten een hypotheek af. Die hypotheek was ongeveer 75% van de leencapaciteit van één salaris. De rest financierden we met eigen geld. Een bewuste keuze. Het moest allemaal wel goed betaalbaar blijven, en we vonden de huizenmarkt al best wel verhit. Het kon nog veel heter, bleek de afgelopen 5 jaar. De prijzen stijgen en stijgen maar door. Dat is erg vervelend voor mensen die willen (moeten) verhuizen of die starten op de woningmarkt. Maar voor ons een voordeel. We hebben inmiddels een behoorlijke overwaarde opgebouwd. En de (lineaire) hypotheek lossen we versneld af met de sneeuwbal-methodiek. Gewaardeerd tegen WOZ is onze loan-to-value ratio momenteel nog maar 35,8%.

Opbouw waarde eigen woning restant hypotheek, eigen geld, aflossing, overwaarde

Daarnaast ben ik, mede beïnvloed door mijn blogactiviteiten, veel bewuster gaan sturen op mijn financiën. Ik heb functionaliteit gebouwd in mijn administratie om beter op de inkomsten en de uitgaven te letten. Het spaarpercentage wordt (meestal dan toch) goed in de gaten gehouden, en tientallen grafieken laten mij de trends zien. Mijn contant geld buffer is gerationaliseerd en ik heb een potjessysteem ingevoerd met reserveringen voor grote uitgaven.

Hieraan gekoppeld ben ik begonnen met een vaste maandelijkse inleg in mijn beleggingen. Die inleg wordt jaarlijks geïndexeerd voor de inflatie. En de maandelijkse inleg (samen met de dividendopbrengsten) steek ik in een portefeuille met breed gespreide en goedkope Exchange Traded Funds.

Nu heb ik natuurlijk de afgelopen vijf jaar ook wel gruwelijke mazzel gehad. Zowel de huizenmarkt als de beurs zijn ‘booming’ geweest. Zelfs een wereldwijde pandemie van ongekende omvang bracht slechts een tijdelijke dip van onzekerheid. Ik vraag me regelmatig af hoe lang dit nog goed kan gaan. Maar iedere Euro vermogen die ik opbouw is een buffer in moeilijker tijden. Die ongetwijfeld komen.

Situatie medio 2021

In totaal is mijn vermogen ruim 180% gestegen sinds het einde van het tweede kwartaal van 2016. Momenteel bestaat bijna 18% uit overwaarde, 35% zit in het huis en ruim 40% in de beleggingsportefeuille. De voorraad contant geld is fors afgenomen.

Binnenkort zal ik dieper ingaan op hoe ik mijn Eigen Vermogen bereken. Ik zal dan ook verder terugkijken, naar het begin van mijn metingen in 2003. Want er valt een hoop te kiezen bij de berekening van jouw vermogen. Je kunt mijn situatie en jouw eigen situatie dus niet zomaar vergelijken. Sowieso is vergelijken met anderen een slecht idee, daar word je maar ontevreden en ongelukkig van. Niet doen dus! Ik vergelijk alleen maar met mezelf!

Op mijn startpagina kun je alle kwartaalrapportages terugvinden.

Hoe heeft jouw vermogen zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?

Tweede kwartaal 2021

Waar staat Geldnerd aan het einde van het tweede kwartaal van 2021? Dit is kwartaalrapport nummer 20 van Geldnerd. Vijf jaar lang heb ik inmiddels elk kwartaal verslag gedaan van de ontwikkelingen van mijn financiën. Misschien heb ik wel een grote fles champagne gekocht om dat te vieren? Scroll maar snel door naar mijn Beste Uitgave(n) voor het antwoord… Er komt in elk geval binnenkort een aparte blogpost om terug te blikken op vijf jaar vermogensontwikkeling. Maar nu eerst de gebruikelijke kwartaalrapportage, want Geldnerd houdt van vaste gewoonten.

Aandelenmarkten – Inflatiespoken en Rente-angsten

Begin mei sloeg de twijfel weer toe. Diep in het hart weet iedereen dat we in een bubbel zitten die in stand gehouden wordt door enorme geldbijdruk-programma’s van de centrale banken, een lage inflatie en een extreem lage en zelfs negatieve rente. Je merkt dus dat de markt nerveus wordt als er aan een van die dingen gemorreld wordt. Inflatie-angst. En die bleef er eigenlijk de rest van het kwartaal. Je ziet dan ook vooral horizontale bewegingen op de beurzen. Beetje erbij, beetje eraf, beetje meer erbij. En zo toch steeds weer een nieuw recordje vestigen. Het zij zo.

Grafiek S&P500 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

De inflatie-angst kwam nadat de rente op tienjarige staatsobligaties in de Verenigde Staten in het eerste kwartaal behoorlijk is opgelopen, van 0,92% naar 1,68%. Die stijging zette niet echt door in het tweede kwartaal, er ging zelfs een kwart procentpuntje vanaf, maar het effect dreunt wel na in de markten. ‘Men’ is nerveus.

Grafiek US Treasury 10Y Yield 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

De beurzen in Europa lieten zich in het tweede kwartaal weer van hun optimistische kant zien en stegen verder, al was het wel iets minder dan in Amerika. Het beste bewijs dat er nog steeds iets grondig mis is op de markten, zou ik denken….

Grafiek Euro Stoxx 50 1 jaar (bron: Yahoo Finance)

Per saldo kwam de Amerikaanse dollar in het tweede kwartaal niet echt van z’n plek,. Inmiddels krijg je voor € 1,00 ongeveer US$ 1,18. Ik ontvang nog steeds een groot deel van mijn dividend in Amerikaanse dollars. Maar heb nog maar één ETF in mijn portefeuille die in dollars genoteerd staat.

Grafiek Euro Dollar koers afgelopen 2 jaar

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is nog steeds goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt en de markt voor staatsobligaties, met dank aan VWRL en DBZB aangevuld met enkele dividend-ETFs. En mijn portefeuille beweegt dus keurig mee met de wereldwijde aandelenmarkten. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting, steeds het fonds dat mijn spreadsheet adviseerde om dichter bij de gewenste portefeuilleverdeling uit te komen.

Ondanks de beperkte stijging van de aandelenmarkten steeg mijn portefeuille dit kwartaal redelijk door. Ik heb weer een aantal keren een Virtual All Time High (VATH) aangetikt. Het VATH bereken ik door het vorige reële All Time High te nemen plus alle inleg sinds die datum. De totale waarde van mijn beleggingsportefeuille staat nu 63,3% boven mijn totale inleg. Aan het einde van Q1 was dat 60,3%.

Grafiek portefeuillewaarde versus inleg afgelopen 3 jaar

Hoe lees je deze grafiek? De (op dit moment) bovenste zwarte lijn geeft de actuele waarde van mijn beleggingsportefeuille op de betreffende datum. De (op dit moment) onderste zwarte stippellijn geeft de totale inleg tot die datum weer. Je ziet dat ik de afgelopen jaren elke maand een inleg doe. Het groene vlak tussen de twee lijnen is mijn huidige papieren beleggingswinst. Als ik op verlies zou staan (de portefeuille is minder waard dan de inleg) dan wordt er een rood vlak zichtbaar. Zie ook mijn speciale blogpost voor een nadere uitleg over hoe ik deze grafiek opgebouwd heb.

De ROI YTD is per einde van het tweede kwartaal 14,9%. De 12-maands XIRR staat op 29,3%, en de 3-maands XIRR was 12,5%.

Indicator2020Q2202Q32020Q42021Q12021Q2
% boven inleg31,5%33,1%46,3%60,3%63,3%
ROI YTD-9,3%-7,0%4,1%11,1%14,9%
XIRR 1Y-3,9%-1,4%3,2%46,6%29,3%

Dividend en Spaarrente

In het tweede kwartaal van 2021 ontving ik netto op mijn rekening € 429,32 aan dividend. In het tweede kwartaal van 2020 was dat nog € 503,86 en in het eerste kwartaal van 2021 was het € 524,26. Aan het einde van het tweede kwartaal stond er nog € 388,58 aan dividend aangekondigd voor uitbetaling, die is door een storing bij Saxo Bank pas begin juli op mijn rekening bijgeschreven. Die reken ik dus, zoals gebruikelijk, nu nog niet mee.

Ik registreer mijn dividend op netto contante basis in Euro’s, de basisvaluta van mijn administratie. Dat betekent dat ik het netto dividendbedrag opneem in mijn administratie op het moment dat het op mijn beleggingsrekening bijgeschreven wordt. Als het een dividend in buitenlandse valuta (US dollar) is, dan reken ik het om naar Euro’s tegen de wisselkoers van het moment van ontvangen op mijn rekening.

Als ik het reeds aangekondigde dividend wel mee zou nemen, was het een recordkwartaal. Ik verwacht dat ik dat niet zo snel zal verbeteren, naar aanleiding van mijn meest recente portefeuille-analyse heb ik een van de dividend-ETFs (SPYW) verkocht, en het beschikbare geld in VWRL gestoken (dat weliswaar dividend betaalt maar een lager dividendrendement heeft).

Dividend per kwartaal afgelopen 9 kwartalen

Mijn verwachting is nog steeds dat de spaarrente nog jaren laag blijft. Ik krijg 0,30% rente op mijn net geopende nieuwe bufferrekening, en 0,01% op de kleine bufferspaarrekening bij mijn huisbank, en ik houd dus maar een beperkte buffer in contant geld aan.

Spaarpercentage

We waren vrijwel het hele tweede kwartaal in lockdown, met deels zelfs een avondklok. Niet-essentiële winkels waren gesloten, en hoe de horeca er van binnen hebben we pas medio mei weer langzaam kunnen ontdekken. Dat deed allemaal wel wonderen voor het Spaarpercentage en het aantal No Spend Days. 65,5% is de stand voor het jaar tot nu toe. Ik verwacht dat het de komende maanden wel iets af zal nemen nu de economie weer ‘open’ is en ook wij vakantieplannen hebben.

Spaarpercentage per maand en tot op dit moment 2021

Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, Apple Pay, of contant geld. Corona zorgt er nog steeds voor dat het aantal NSDs hoger is dan ‘vroeger’. Gemiddeld had ik er toen een stuk of 10 per maand. 

No Spend Days per maand 2021

Eigen Vermogen

Het ‘sprongetje’ dat de gestegen WOZ-waarde veroorzaakte in mijn vermogen zat al in het eerste kwartaal. Ik heb een héél klein flintertje rente gekregen bij het opheffen van mijn oude spaarrekening. Dit kwartaal waren er geen andere bijzonderheden. Het zijn dus ‘alleen maar’ regulier salaris, inleg in mijn beleggingen, reguliere en extra aflossingen van de hypotheek, en natuurlijk de bewegingen van de beleggingsportefeuille op de golven van de aandelenmarkten.

Watervalgrafiek verandering vermogen kwartaal 2 2021

En dat leidt tot onderstaande ontwikkeling van mijn vermogen. In het tweede kwartaal van 2021 is mijn eigen vermogen gegroeid met een ‘bescheiden’ 2,6%. Waar ik wel heel tevreden over ben.

Eigen vermogen groei 8 kwartalen

Beste Uitgave(n)

Nee, die fles champagne heb ik niet gekocht…

Ook in het tweede kwartaal werd er weinig uitgegeven in Huize Geldnerd. Dat komt natuurlijk door de lockdown. In de tweede helft van mei zijn we voorzichtig weer naar onze favoriete restaurantjes geweest. Lunchen op het terras. En er was weer een serieuze medische uitgave voor Hondje. Ik heb al vaker geschreven dat hij helaas een erg slecht gebit heeft. In mei is dat verder gesaneerd. Hondje heeft 10 tanden en kiezen achtergelaten bij de dierenarts, en ik € 560. Maar hij kwispelt weer vrolijk verder door het leven, dus dat was zeker de moeite waard. Tenslotte heb ik natuurlijk de laatste rekeningen van mijn eigen gebitsperikelen betaald, maar daar had ik een potje voor klaarstaan.

En dat zijn echt de enige bijzondere uitgaven die ik in het tweede kwartaal kan vinden. Goed voor het spaarpercentage, maar de afgelopen periode was wel weer heel drastisch…

Hoe was jouw tweede kwartaal?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

Spaargeld verhuizen

Wat te doen met spaargeld, vroeg ik me onlangs af. Zoals ik al vaker schreef heb ik nog twee spaarrekeningen. De ene is onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank. Ik noem dat de ‘kleine buffer’. Daar staat meestal minder dan € 1.000 op, geld dat gedurende de maanden overblijft en/of gebruikt wordt om het saldo van de lopende rekening tussentijds aan te vullen. Want op de lopende rekening staat zelden meer dan een paar honderd Euro. Alleen op betaaldag staat er meer, maar dat vliegt vervolgens meteen alle kanten op.

Verder heb ik nog een vrij opneembare spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Dat noem ik de ‘grote buffer’. Ooit geopend omdat Nationale Nederlanden als prijsvechter één van de hogere rentes van Nederland gaf. Dat deden ze nog steeds, met 0,03% was de rente er drie keer zo hoog als bij de Rabobank… Mijn overweging voor het hebben van een aparte spaarrekening op een andere plek dan mijn betaalrekening is (was) om een ‘drempel’ te hebben voor het overboeken naar de lopende rekening, het geld staat dan ‘uit het zicht’. Tegenwoordig ben ik daar minder bang voor, mijn financiële leven staat zo stevig dat ik me niet meer voor kan stellen dat ik er ondoordachte dingen mee doe. Op de grote bufferrekening staat mijn contant-geld buffer, waar ik indien nodig 4 maanden uitgaven mee kan bekostigen. En ook staat daar de inhoud van mijn ‘potjes’.

Wat te doen met mijn buffer?

Tegelijkertijd overweeg ik ook weer om mijn financiële buffer terug te brengen naar 1 of 2 maanden salaris (en daarnaast de inhoud van mijn potjes), met dezelfde argumenten als Big Ern. Het is ‘thinking in progress’, iets wat waarschijnlijk pas ‘klaar’ is als NN mijn spaarrente verlaagt van de huidige 0,03% naar 0,01%, of ook aankondigt te stoppen met de spaarrekening. De buffer is weer onderwerp van discussie, ik zie het op diverse andere blogs. En het kriebelt bij mij ook. Ook al weet ik dat ik mijn buffer eerder verlaagd heb, en later toch weer verhoogd omdat de hele lage buffer niet veilig genoeg voelde.

Wees voorzichtig met wat je wenst….

Bovenstaande alinea’s schreef ik in het weekend van 12 juni in een conceptblogje. En op maandag 14 juni kreeg ik een mailtje van Nationale Nederlanden dat ze de spaarrente per 1 juli inderdaad zouden verlagen naar 0,01% (en vanaf € 100.000 een negatieve rente gingen invoeren). Eigenlijk viel me dat nog mee, want een paar dagen eerder had Aegon, een andere Nederlandse financiële ‘grootmacht’, aangekondigd om helemaal te stoppen met spaarproducten. Spaarders zijn geen fijne klanten meer, we kosten geld…

Op zoek naar een nieuwe bufferrekening

Maar 0,01% was voor mij wel een trigger. Zo ‘veel’ rente krijg ik ook bij mijn huisbank, de Rabobank. Maar toen ik er over nadacht woog het ‘uit het zicht’-argument toch wel zwaar. Dus ik besloot om mijn geld niet over te hevelen naar mijn Rabo spaarrekening, maar op zoek te gaan naar andere opties. Dus toog ik naar Van Spaarbank Veranderen om maar eens te kijken wat de opties zijn voor een spaarrekening zonder beperkende voorwaarden.

Daar word je niet vrolijk van…

Zoek je iets onder Nederlands toezicht, dan kom je uit bij Leaseplan Bank. Die bieden momenteel nog 0,10%. Maar als ik naar hun rentehistorie kijk dan zie ik een grafiek die me bekend voorkomt. Zo zag het lijntje bij de Rabobank en bij Nationale Nederlanden er ook uit.

Tijd dus om mijn adagium ‘Nederlands toezicht!’ maar eens te gaan heroverwegen. Dat kan geen kwaad, ik verwacht immers dat mijn broker ook uit het zicht van de AFM en DNB gaat verdwijnen. En ik ben een Europeaan, toch? Dat voel ik mij tenminste wel. Maar wel een Europeaan met grenzen. Eentje die het Icesave debacle heeft zien gebeuren en zag dat een landje als IJsland vervolgens niet in staat was om de tegoeden te garanderen. Dus moest er bijgesprongen worden. Ik wil best onder buitenlands toezicht vallen, maar niet zomaar in elk land.

Geldnerd gaat naar Groot-Brittannië Duitsland!

De hoogste rente op een vrij opneembare spaarrekening zonder beperkende voorwaarden is momenteel Lloyds Bank. Een van oorsprong Britse bank die (dat heeft met de BREXIT te maken) in Nederland opereert als bijkantoor van een Duitse bankvergunning en dus onder Duits toezicht valt. Dat vind ik een relatief veilige gedachte. Veiliger dan bijvoorbeeld Estland. Dat land vertoont naar mijn persoonlijke mening teveel overeenkomsten met IJsland, klein en een relatief grote financiële sector in verhouding tot het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ik zie zelfs dat Lloyds de rente in oktober 2020 verhoogd heeft.

Inmiddels heb ik dus een spaarrekening geopend bij Lloyds Bank en mijn saldo volledig overgeboekt. Laat de rente nu maar binnen stromen druppelen…. En mijn vaste maandelijkse overboekingen naar de grote buffer (de maandelijkse inleg in mijn potjes) heb ik ook omgezet, dat geld gaat nu naar de nieuwe ‘grote buffer’ rekening.

De rekening bij Nationale Nederlanden heb ik opgeheven, ik houd niet van administratieve losse eindjes. Het einde van mijn spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Die ik gehad heb sinds het vierde kwartaal van 2013. Waar ik de hele glijbaan van 1,95% rente naar 0,01% rente heb meegemaakt…

Bijkomend (nerd-) voordeel: Bij Lloyds kan ik een Excelbestand met mijn boekingen downloaden. Die ik dus geautomatiseerd kan importeren en verwerken in mijn administratie. Bij Nationale Nederlanden kreeg ik alleen een PDF en moest ik mijn boekingen dus handmatig verwerken in mijn administratie. Een financiële spreadsheetnerd zoals ik wordt daar blij van!

De buffer gaat weer naar beneden

En ook een Geldnerd verandert wel eens van gedachten. Ik ga mijn buffer weer verlagen. Dat betekent overigens niet dat ik extra geld ga inleggen in de beleggingen. Want we gaan later dit jaar nog redelijk omvangrijke werkzaamheden aan onze woning uitvoeren. Mijn aandeel in de kosten zal grotendeels uit de buffer komen. Maar daar schrijf ik ter zijner tijd nog wel meer over.

Vooralsnog ga ik de buffer verlagen van vier maanden leefgeld naar twee maanden leefgeld. En daarnaast houd ik ook de inhoud van mijn potjes aan op de spaarrekening. Eens zien hoe dat voelt.

Hoe is het met jouw spaarcentjes?

Wat te doen met spaargeld?

Onlangs schreef ik over de lage rente op spaargeld, en het feit dat de grens steeds lager wordt waarboven je zelfs rente moet betalen om je spaargeld bij een bank te stallen. Iets wat iedereen met spaargeld ziet gebeuren. Ik heb zelfs getwijfeld of ik de blog wel moest plaatsen, want het voelde toch een beetje als het intrappen van een wijd openstaande deur. Maar toch kreeg ik de nodige verhalen en anekdotes en vragen binnen naar aanleiding van deze blog. Veel gestelde vraag is of ik nog tips heb om spaargeld te beheren zodat het toch rendeert en je er bij kunt.

Het antwoord is: Nee. Die tips heb ik niet. En volgens mij kan het op dit moment ook gewoonweg niet.

Vroeger hadden financiële partijen ons hard nodig. Ze betaalden een riante rente, maar altijd minder dan ze zouden moeten betalen als ze het geld op de kapitaalmarkt haalden. Dat geld leenden ze tegen hogere rente uit aan bedrijven, of staken ze in hypotheken waar wij dan ook weer een hogere rente voor betaalden. Het verschil was voor hun eigen kosten winst en bonussen. Maar sinds een aantal jaren krijgen de banken het geld gratis van de Europese Centrale Bank. En hebben ze ons dus niet meer nodig. Sterker nog, geld dat ze niet uit kunnen lenen moeten ze stallen bij de centrale bank. En daar moeten ze voor betalen. Dus hebben ze ons geld liever niet.

De spaarrente is overal extreem laag, zeker op vrij opneembare rekeningen zonder beperkende voorwaarden. Sommige mensen zie ik dan nog wel ‘klooien’ met depositoladders. Daarbij deel je je spaargeld bijvoorbeeld door 5 en leg je elke 3 maanden dat eenvijfde deel in op een deposito van een jaar. Het vijfde deel laat je op een spaarrekening staan. Op die manier heb je altijd eenvijfde beschikbaar en elke 3 maanden een groter bedrag als het nodig is, en vang je iets meer rente. Maar ook op deposito’s is de rente niet om over naar huis te schrijven. Veel werk voor weinig rendement dus.

Misschien is het beter om je eens af te vragen waar je zoveel contant geld voor aanhoudt? Ik snap dat ondernemers (vooral kleine zelfstandigen) een buffer van een jaartje willen hebben voor tijden van lagere of ontbrekende omzet. Ik snap het ook als mensen verwachten binnen afzienbare tijd een grote uitgave te doen, zoals de aankoop van een auto of een huis of een grote verbouwing. Maar buiten dat? De gemiddelde loonslaaf in Nederland houdt volgens mij vooral contant geld aan uit angst en onzekerheid. En daar kun je ook andere dingen mee doen, zoals De Budgetman onlangs schreef.

Zelf heb ik jaren geleden al de keus gemaakt om minder contant geld aan te houden. Dat is ook bij mij een langdurig proces geweest. Ik moest eerst echt het gevoel hebben dat ik mijn inkomsten en uitgaven goed in beeld had. Dat er geen grote verrassingen op zouden kunnen treden. Daarna ben ik stapsgewijs geld in de andere twee pijlers van mijn vermogen gaan steken. Het huis (middels de extra aflossingen) en mijn beleggingsportefeuille. Daarbij let ik wel op de verhoudingen, ik wil niet meer dan de helft van mijn vermogen in stenen hebben zitten. Dat is geen exacte wetenschap, dat is gewoon iets waar ik me veilig bij voel.

Terugkijkend ben ik erg blij met mijn keuze om het spaargeld af te bouwen, al had ik destijds ook niet kunnen voorzien dat de rente zo langdurig zo laag zou worden. Ik heb zelf nog 4 maanden aan leefgeld, plus de inhoud van mijn potjes, op een spaarrekening staan. Bij elkaar iets van € 15.000. Ik hoop niet dat de banken de grens voor negatieve rente zo diep laten zakken.

Ja, ik accepteer noodgedwongen dat ik op dat spaargeld geen rendement maak. Het kost geld. Om de koopkracht bij te houden zou de rente in elk geval de inflatie en de vermogensrendementsheffing moeten afdekken. Dat doet het natuurlijk bij lange na niet met een rente van 0,01%.

En bij grote verrassingen? Dan verkoop ik desnoods een stukje van mijn beleggingen. Ik beleg al zo lang dat ik dat nauwelijks merk in het rendement. En dan heb ik het geld ook binnen twee werkdagen op mijn lopende rekening beschikbaar. Snel genoeg voor vrijwel elke noodsituatie.

Hoe kijk jij naar jouw spaargeld?

Spaargeld kost geld

Oudere mensen (zoals Geldnerd) weten het nog goed. Vroeger, heel lang geleden, kreeg je gratis geld als je jouw geld een tijdje op een spaarrekening bij een bank zette. Best veel ook. Geldnerd heeft nog afschriften van de Rabobank in zijn administratie die teruggaan tot 2004. Destijds kreeg je zelfs daar 2,5% rente. In 2008 was dat zelfs 2,8%. En de Rabobank was ook toen al niet de grootste betaler van rente. In die periode was er ook een IJslandse bank actief in Nederland, IceSave, die 5,0% rente betaalde. Dat ging alleen niet helemaal goed…. Maar zelfs in 2011 sloot Geldnerd nog ergens een deposito met een looptijd van 12 maanden af tegen 3,25% rente.

Hoe anders is de situatie nu. In de naweeën van de financiële crisis is de rente alleen maar naar beneden geduikeld. Naar nul. Of, om precies te zijn, 0,01% sinds november 2019 op mijn kleine bufferspaarrekening bij de Rabobank, en inmiddels nog maar 0,03% sinds februari 2021 op mijn grote bufferspaarrekening bij Nationale Nederlanden. Een gestage vrije val. Op het moment dat ik dit schrijf is de hoogste rente die je op een vrij opneembare spaarrekening bij een Nederlandse bank kunt krijgen nog 0,1%. Dat betekent dat je € 1 rente krijgt op elke € 1.000 die je een jaar op die spaarrekening zet.

Het afgelopen jaar is daar een andere trend bijgekomen. Negatieve rente voor grote bedragen op een spaarrekening. Alleen worden die grote bedragen steeds kleiner. Onlangs sloot ook de Rabobank zich aan bij de groeiende groep banken waar je moet betalen om te kunnen sparen zodra je meer dan een ton (€ 100.000) op je spaarrekening hebt staan. En eerder deze week meldde Nationale Nederlanden mij dat de rente tot een saldo van € 100.000 weliswaar voorlopig op 0,03% blijft staan, maar dat er boven een saldo van € 100.000 geen rente meer wordt betaald en dat zij vanaf een saldo van € 250.000 ook een negatieve rente van -0,5% gaan rekenen.

De banken mompelen iets over dat we (in elk geval de ‘we’ met een bovengemiddeld inkomen) veel meer sparen dan ‘normaal’ vanwege corona, en dat ze het allemaal niet weggezet krijgen in hypotheken en leningen aan anderen, en het dus moeten stallen bij de Europese Centrale Bank die er 0,5% rente voor rekent. Maar lastig vinden ze het wel, want iedereen vindt eigenlijk dat sparen moet lonen. ING verwijst spaarders zelfs door naar andere banken. Sparen is goed, maar liever niet bij ons. En niet alleen geld lenen kost tegenwoordig geld, ook geld sparen. Want door de inflatie wordt de koopkracht van je spaargeld vanzelf minder. Overigens heeft het Centraal Planbureau (CPB) eerder deze week de politiek opgeroepen om te zorgen voor meer keuzeruimte bij vermogensopbouw en versoepeling van eisen en regels rond hypotheken en pensioenen.

Wat verwacht Geldnerd?

Zelf verwacht ik nog steeds dat de lage rente nog wel eventjes aan zal houden. Landen en bedrijven lenen zich een weg door de huidige crisis heen, en hebben er dus belang bij dat de rente laag is. Centrale Banken faciliteren dat graag vanuit hun ‘onafhankelijke rol en positie’. En wij, particulieren, zijn geen factor van betekenis in dat spel. In geen enkel spel trouwens. Voor je kijken, doorwerken, doorlopen en doorconsumeren. En niet vergeten onderweg belasting te betalen… Ik ben wel benieuwd of de banken de grens van negatieve rente nog verder durven laten zakken. Allemaal benadrukken ze dat momenteel minder dan 10% van hun klanten geraakt wordt door de negatieve rente. Hoe gaat het met het sentiment als de helft van de Nederlanders met negatieve rente te maken krijgt?

Voor de meeste mensen is € 100.000 nog heel veel geld. De gemiddelde Nederlander heeft het niet op zijn of haar bankrekening staan. Geldnerd zeker ook niet. Ik houd een minimale reserve aan spaargeld aan, vier maanden leefgeld en mijn reserveringen. De rest van mijn vermogen zit in het huis (in de vorm van aflossingen op de hypotheek en het eigen geld dat we ingebracht hebben bij aankoop) en in mijn beleggingsportefeuille. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 bestond slechts 5,6% van mijn vermogen uit contant geld op mijn spaarrekeningen.

Wat doet Geldnerd?

Minder contant geld vind ik in mijn situatie niet echt een optie. En ik ben ook niet van plan om het van mijn rekeningen te halen en thuis in een oude sok of onder een matras te verbergen. Toch vind ik die nul-grens psychologisch wel belangrijk. Ik ben niet van plan om (nog meer) te gaan betalen voor mijn geld.

Idealiter houd ik wel de huidige scheiding tussen mijn betaalrekening/kleine buffer en grote buffer. Door het bij een andere bank in Nederland te stallen kan het wel altijd binnen één werkdag beschikbaar zijn op mijn betaalrekening. Maar het staat ver genoeg weg om niet te makkelijk uitgegeven te worden. Een rente van nul (0,0%) vind ik inmiddels acceptabel onvermijdelijk. Bij een negatieve rente zal ik wel op zoek gaan naar een andere plek om mijn geld te parkeren. Al lijkt het er wel op dat dat steeds moeilijker gaat worden.

Hoeveel kost jouw geld?