Blog over (financieel) bewust leven

Label: spaarrekening

Hoe gaat het met mijn potjessysteem?

Eind vorig jaar besloot ik om meer potjes op te nemen in mijn begroting voor 2020. Ik wilde maandelijks gaan reserveren voor grotere uitgaven gedurende het jaar.

Spreadsheet

Er was al een potje voor Gadgets en Tech en eentje waarin ik maandelijks geld stort voor de zorgverzekeringspremie (die ik jaarlijks betaal), en er kwamen potjes bij voor de vakantie, mijn kledingbudget en sporten. Elke maand, zodra mijn salaris is binnengekomen, wordt er een vast bedrag per potje overgemaakt naar de bufferrekening. De potjes zijn ook ingebouwd in mijn administratiespreadsheet. Daar zie ik keurig hoeveel ik in de potjes gestort heb.

Maar wat hebben potjes voor zin als je het geld niet uitgeeft? Elk potje is gekoppeld aan één of meer uitgavenrekeningen. Uitgaven op die rekeningen worden automatisch afgetrokken van de reserveringen. In mijn administratie zie ik dus ook op elk moment hoeveel er nog in de verschillende potjes zit.

Onderstaand een voorbeeld van het potje Gezond Leven, waaruit ik mijn sportschool en personal trainer betaal, voor het eerste halfjaar van 2020.

OmschrijvingBedrag
In
Bedrag
Uit
+ Reservering Gezond Leven
> Storting januari 2020+ € 300
> Storting februari 2020+ € 300
> Storting maart 2020+ € 300
> Storting april 2020+ € 300
> Storting mei 2020+ € 300
> Storting juni 2020+ € 300
-/- Rekening 5540: Sporten/Gezond Leven
10-04-2020 Rekening Sportschool– € 1.200,-
29-05-2020 App Store – Hardloop-app– € 5,49
21-06-2020 Nike Store – Sportkleding– € 72,00
21-06-2020 All4Running – Sportkleding– € 144,80
= Restant in potje Gezond Leven+ € 377,71

Bufferrekening

In het Geldnerd-systeem zit maar één bufferspaarrekening. Dit naast mijn ene lopende rekening met kleine spaarbuffer ‘gedurende de maand’. Ik heb geen zin in tien verschillende bankrekeningen waartussen ik geld heen en weer moet schuiven. Geld schuift in mijn spreadsheet. Maar door het nieuwe potjessysteem werd het wel lastiger om overzicht te houden op mijn bufferrekening.

Want naast de vijf potjes staan er nog twee categorieën geld op mijn bufferrekening. Allereerst de contant geld buffer met vier maanden leefgeld. Daarnaast nog een bedrag voor de tweede fase van mijn kaakoperatie. En dan ook de stand van de potjes. Ik heb mijn eigen spreadsheet dus zodanig verbouwd dat die in de gaten houdt of er nog genoeg geld op de bufferrekening staat voor al deze voorzieningen.

Tussenstand

2020 is een bijzonder jaar. Zo heb ik tot op heden geen cent besteed van mijn vakantiepotje. Maar daartegenover duurt het nog wel een paar maanden voordat mijn kledingpotje weer zwarte cijfers schrijft, ik heb begin dit jaar groot ingeslagen nadat ik een aantal kilo’s ben kwijtgeraakt. Één van de aangeschafte kostuums heb ik nog steeds niet gedragen…

Toch kan ik zeggen dat ik tevreden ben over mijn potjessysteem. Waarom? Het geeft rust en overzicht. En dat blijft voor mij het belangrijkste doel van mijn financiële systeem. Het potjessysteem zorgt ervoor dat ik minder twijfel of bepaalde uitgaven wel of niet kunnen. Ik weet dat ik binnen mijn budget blijf zo lang er maar geld in het potje zit.

De kans is reëel dat er dit jaar geld overblijft in mijn potjes. Want door corona lopen sommige dingen toch anders dan ik verwachtte ten tijde van het opstellen van mijn begroting voor 2020. Ik ga nog eens even rustig nadenken wat ik met dat geld ga doen. Twee opties zijn in elk geval om het toe te voegen aan de spaarbuffer of aan de beleggingen. Zomaar uitgeven? Dat is niet echt mijn ding…

Werk jij met een potjessysteem?

Irrationele beslissingen

De weg naar financiële vrijheid is geplaveid met gevechten tegen je gevoel en je onderbuik. FOMO (Fear Of Missing Out) en YOLO (You Only Live Once) zijn twee voorbeelden van menselijke emoties die je veel geld kunnen kosten. Mijn eigen beleggingsblunders vallen ook in die categorie. Hebzucht komt je duur te staan. Soms vind ik mijn onderbuik dan wel weer een goede raadgever. Als iets slecht voelt, dan doe ik het niet. Ik wil iets rationeel begrijpen en het moet ook goed voelen.

En soms weet ik het gewoonweg niet. Zoals deze week. Ik heb nog een vrij-opneembare-spaarrekening-met-hoge-rente, die ik gebruik als rekening voor mijn buffer. De rekening is bij een andere bank dan waar ik mijn lopende rekening aanhoud. Nu is dat ‘hoge-rente’ natuurlijk relatief. De rente was ‘vroeger’ relatief hoog. Nu is ‘ie nog steeds 8 keer de rente bij mijn ‘lopende bank’ (0,25% versus 0,03%), maar dat is nog net het verschil tussen ‘niets’ en ‘helemaal niets’. Tot nu toe heb ik dit jaar € 45 aan rente opgebouwd, dat zou dus ongeveer € 67,50 zijn voor het hele jaar. Dat is, in een gemiddeld jaar met 7% rendement, de equivalent van € 1.000 extra in mijn beleggingsportefeuille.

Afgelopen weekend heb ik een bedrag van mijn bufferrekening overgemaakt naar de lopende rekening. Iets met liquiditeit gladstrijken en geplande uitgaven voor de tuin. En toen gebeurde er iets dat mijn onderbuik triggerde. Het geld verscheen maandag niet op mijn lopende rekening. Maar pas dinsdagochtend. En dat ergert mij. Mijn verwachtingspatroon anno 2018 is hoger dan dat. Ik weet dat het, door trage ontwikkelingen bij grote systemen als het bankwezen, nog even duurt voordat het een kwestie van seconden is. Maar ‘op-zaterdag-de-boeking-doen-en-op-dinsdagochtend-om-09.00-uur-het-geld-op-de-rekening-zien’ voelde wel erg slecht. En toen bedacht ik me: zolang de rente zó laag is, waarom haal ik dat geld dan niet gewoon terug naar de huisbank? Want die paar tientjes maken het verschil niet.

Volkomen irrationeel, ik weet het. Want 10 jaar die 6 tientjes is wel weer een leuk bedrag. Maar nogmaals, ook weer niet meer dan nu € 1.000 extra op de beleggingsrekening zetten met een voldoende lange tijdshorizon. Eén nadeel van het terughalen kon ik al wel verzinnen. Het geld is dan makkelijker toegankelijk, de drempel om aan de buffer te komen wordt wel lager. Maar dat is ook het enige bezwaar dat ik op dit moment kan verzinnen.

Dat we niet denken dat mensen die financiële onafhankelijkheid nastreven, geen financiële problemen hebben… Het zijn andere problemen, dat wel.

Hoe ga jij om met emoties rond je financiën?

Sparen

“Hé Geldnerd, je schrijft alleen maar over beleggen? Doe je niet aan sparen dan?”

“Jawel hoor! Maar dat is niet zo spannend, daar valt minder over te vertellen.”

Vroeger was het leven simpel. Je had bij je bank een lopende rekening en een spaarrekening. Geld wat je over hield op de lopende rekening boekte je over naar de spaarrekening. En dankbaar als ze zijn, gaf jouw bank je daar rente over. Klaar.

Tegenwoordig is het anders. De meeste grote banken geven erg weinig rente. Dus kwamen er andere partijen op de markt, die ons spaargeld goed kunnen gebruiken. En die dus een hogere rente geven. Zolang dat allemaal gedekt is door het garantiestelsel is dat fijn, en ons spaargeld groeit gestaag en veilig door. IJsland, iemand?

Maar ja, als je spaargeld groeit krijg je al snel te maken met de Belastingdienst. 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2%, dat was het tarief de afgelopen jaren. In de plannen voor 2016 zie ik dat het gaat veranderen. Netto blijft het effect hetzelfde: een groot deel van je rendement op spaargeld wordt opgegeten door de fiscus.

En laten we ook de inflatie niet vergeten. Ook dat is een sluipmoordenaar. Volgens het CBS kwam de inflatie over de laatste 25 jaar gemiddeld uit op 2,2 procent, zie ook onderstaande grafiek. Dat klinkt niet als veel. Maar op de langere termijn heeft het wel veel effect.

Inflatie19882014CBS

Een rekenvoorbeeld. Stel je koopt nu iets voor EUR 1.000,00. Een inflatie van 2,2% zorgt ervoor dat je over 25 jaar EUR 1.722,95 nodig hebt om datzelfde te kopen. Dus sparen voor je pensioen op basis van je salaris van nu, zonder inflatie mee te nemen, zorgt voor zware teleurstelling straks!

En bovendien: Belasting + Inflatie betekent dat je al zeker 3,5% rente op je spaargeld moet krijgen om nu niet armer te worden. Een aantal jaren geleden kreeg je dat ook voor je spaargeld, maar nu al een tijdje niet meer. Misschien komt dat nog weer terug. Maar ondertussen zijn het vooral mijn beleggingen die ervoor moeten zorgen dat ik mijn lange-termijn doelstellingen haal.

In mijn spaargeld maak ik onderscheid tussen twee potjes:

  1. Mijn buffer: Ik wil op elk moment de beschikking hebben over een buffer ter hoogte van zes netto maandsalarissen. Dat geld staat op een rekening waar ik er zo bij kan, zonder beperkingen. Het zorgt mede voor een goede nachtrust.
  2. De rest van mijn spaargeld. Dit is spaargeld wat ik niet direct nodig heb, maar wat ik ook niet wil beleggen. Dit geld mag ik bijvoorbeeld wel voor langere tijd vastzetten in een deposito (alhoewel dat op dit moment ook weinig oplevert).

Ik heb wat rondgeshopt, en mijn spaargeld staat momenteel bij een van de aanbieders met relatief hoge rente. Het is nog steeds niet veel, maar beter dan niks. Momenteel is de verdeling van mijn vermogen ongeveer 50% sparen / 50% beleggen.

Ik ben (nog) niet toe aan het kopen van huizen of ander vastgoed. Sommige mensen vinden dat ook een goede vorm van vermogensbeheer. Maar zo groot is mijn vermogen nog niet, en ik ben bang dat ik minder flexibel kan zijn als mijn geld in ‘stenen’ zit.

Hoe zit het met jouw spaargeld?

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑