Spaargeld verhuizen

Wat te doen met spaargeld, vroeg ik me onlangs af. Zoals ik al vaker schreef heb ik nog twee spaarrekeningen. De ene is onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank. Ik noem dat de ‘kleine buffer’. Daar staat meestal minder dan € 1.000 op, geld dat gedurende de maanden overblijft en/of gebruikt wordt om het saldo van de lopende rekening tussentijds aan te vullen. Want op de lopende rekening staat zelden meer dan een paar honderd Euro. Alleen op betaaldag staat er meer, maar dat vliegt vervolgens meteen alle kanten op.

Verder heb ik nog een vrij opneembare spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Dat noem ik de ‘grote buffer’. Ooit geopend omdat Nationale Nederlanden als prijsvechter één van de hogere rentes van Nederland gaf. Dat deden ze nog steeds, met 0,03% was de rente er drie keer zo hoog als bij de Rabobank… Mijn overweging voor het hebben van een aparte spaarrekening op een andere plek dan mijn betaalrekening is (was) om een ‘drempel’ te hebben voor het overboeken naar de lopende rekening, het geld staat dan ‘uit het zicht’. Tegenwoordig ben ik daar minder bang voor, mijn financiële leven staat zo stevig dat ik me niet meer voor kan stellen dat ik er ondoordachte dingen mee doe. Op de grote bufferrekening staat mijn contant-geld buffer, waar ik indien nodig 4 maanden uitgaven mee kan bekostigen. En ook staat daar de inhoud van mijn ‘potjes’.

Wat te doen met mijn buffer?

Tegelijkertijd overweeg ik ook weer om mijn financiële buffer terug te brengen naar 1 of 2 maanden salaris (en daarnaast de inhoud van mijn potjes), met dezelfde argumenten als Big Ern. Het is ‘thinking in progress’, iets wat waarschijnlijk pas ‘klaar’ is als NN mijn spaarrente verlaagt van de huidige 0,03% naar 0,01%, of ook aankondigt te stoppen met de spaarrekening. De buffer is weer onderwerp van discussie, ik zie het op diverse andere blogs. En het kriebelt bij mij ook. Ook al weet ik dat ik mijn buffer eerder verlaagd heb, en later toch weer verhoogd omdat de hele lage buffer niet veilig genoeg voelde.

Wees voorzichtig met wat je wenst….

Bovenstaande alinea’s schreef ik in het weekend van 12 juni in een conceptblogje. En op maandag 14 juni kreeg ik een mailtje van Nationale Nederlanden dat ze de spaarrente per 1 juli inderdaad zouden verlagen naar 0,01% (en vanaf € 100.000 een negatieve rente gingen invoeren). Eigenlijk viel me dat nog mee, want een paar dagen eerder had Aegon, een andere Nederlandse financiële ‘grootmacht’, aangekondigd om helemaal te stoppen met spaarproducten. Spaarders zijn geen fijne klanten meer, we kosten geld…

Op zoek naar een nieuwe bufferrekening

Maar 0,01% was voor mij wel een trigger. Zo ‘veel’ rente krijg ik ook bij mijn huisbank, de Rabobank. Maar toen ik er over nadacht woog het ‘uit het zicht’-argument toch wel zwaar. Dus ik besloot om mijn geld niet over te hevelen naar mijn Rabo spaarrekening, maar op zoek te gaan naar andere opties. Dus toog ik naar Van Spaarbank Veranderen om maar eens te kijken wat de opties zijn voor een spaarrekening zonder beperkende voorwaarden.

Daar word je niet vrolijk van…

Zoek je iets onder Nederlands toezicht, dan kom je uit bij Leaseplan Bank. Die bieden momenteel nog 0,10%. Maar als ik naar hun rentehistorie kijk dan zie ik een grafiek die me bekend voorkomt. Zo zag het lijntje bij de Rabobank en bij Nationale Nederlanden er ook uit.

Tijd dus om mijn adagium ‘Nederlands toezicht!’ maar eens te gaan heroverwegen. Dat kan geen kwaad, ik verwacht immers dat mijn broker ook uit het zicht van de AFM en DNB gaat verdwijnen. En ik ben een Europeaan, toch? Dat voel ik mij tenminste wel. Maar wel een Europeaan met grenzen. Eentje die het Icesave debacle heeft zien gebeuren en zag dat een landje als IJsland vervolgens niet in staat was om de tegoeden te garanderen. Dus moest er bijgesprongen worden. Ik wil best onder buitenlands toezicht vallen, maar niet zomaar in elk land.

Geldnerd gaat naar Groot-Brittannië Duitsland!

De hoogste rente op een vrij opneembare spaarrekening zonder beperkende voorwaarden is momenteel Lloyds Bank. Een van oorsprong Britse bank die (dat heeft met de BREXIT te maken) in Nederland opereert als bijkantoor van een Duitse bankvergunning en dus onder Duits toezicht valt. Dat vind ik een relatief veilige gedachte. Veiliger dan bijvoorbeeld Estland. Dat land vertoont naar mijn persoonlijke mening teveel overeenkomsten met IJsland, klein en een relatief grote financiële sector in verhouding tot het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ik zie zelfs dat Lloyds de rente in oktober 2020 verhoogd heeft.

Inmiddels heb ik dus een spaarrekening geopend bij Lloyds Bank en mijn saldo volledig overgeboekt. Laat de rente nu maar binnen stromen druppelen…. En mijn vaste maandelijkse overboekingen naar de grote buffer (de maandelijkse inleg in mijn potjes) heb ik ook omgezet, dat geld gaat nu naar de nieuwe ‘grote buffer’ rekening.

De rekening bij Nationale Nederlanden heb ik opgeheven, ik houd niet van administratieve losse eindjes. Het einde van mijn spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Die ik gehad heb sinds het vierde kwartaal van 2013. Waar ik de hele glijbaan van 1,95% rente naar 0,01% rente heb meegemaakt…

Bijkomend (nerd-) voordeel: Bij Lloyds kan ik een Excelbestand met mijn boekingen downloaden. Die ik dus geautomatiseerd kan importeren en verwerken in mijn administratie. Bij Nationale Nederlanden kreeg ik alleen een PDF en moest ik mijn boekingen dus handmatig verwerken in mijn administratie. Een financiële spreadsheetnerd zoals ik wordt daar blij van!

De buffer gaat weer naar beneden

En ook een Geldnerd verandert wel eens van gedachten. Ik ga mijn buffer weer verlagen. Dat betekent overigens niet dat ik extra geld ga inleggen in de beleggingen. Want we gaan later dit jaar nog redelijk omvangrijke werkzaamheden aan onze woning uitvoeren. Mijn aandeel in de kosten zal grotendeels uit de buffer komen. Maar daar schrijf ik ter zijner tijd nog wel meer over.

Vooralsnog ga ik de buffer verlagen van vier maanden leefgeld naar twee maanden leefgeld. En daarnaast houd ik ook de inhoud van mijn potjes aan op de spaarrekening. Eens zien hoe dat voelt.

Hoe is het met jouw spaarcentjes?

Wat te doen met spaargeld?

Onlangs schreef ik over de lage rente op spaargeld, en het feit dat de grens steeds lager wordt waarboven je zelfs rente moet betalen om je spaargeld bij een bank te stallen. Iets wat iedereen met spaargeld ziet gebeuren. Ik heb zelfs getwijfeld of ik de blog wel moest plaatsen, want het voelde toch een beetje als het intrappen van een wijd openstaande deur. Maar toch kreeg ik de nodige verhalen en anekdotes en vragen binnen naar aanleiding van deze blog. Veel gestelde vraag is of ik nog tips heb om spaargeld te beheren zodat het toch rendeert en je er bij kunt.

Het antwoord is: Nee. Die tips heb ik niet. En volgens mij kan het op dit moment ook gewoonweg niet.

Vroeger hadden financiële partijen ons hard nodig. Ze betaalden een riante rente, maar altijd minder dan ze zouden moeten betalen als ze het geld op de kapitaalmarkt haalden. Dat geld leenden ze tegen hogere rente uit aan bedrijven, of staken ze in hypotheken waar wij dan ook weer een hogere rente voor betaalden. Het verschil was voor hun eigen kosten winst en bonussen. Maar sinds een aantal jaren krijgen de banken het geld gratis van de Europese Centrale Bank. En hebben ze ons dus niet meer nodig. Sterker nog, geld dat ze niet uit kunnen lenen moeten ze stallen bij de centrale bank. En daar moeten ze voor betalen. Dus hebben ze ons geld liever niet.

De spaarrente is overal extreem laag, zeker op vrij opneembare rekeningen zonder beperkende voorwaarden. Sommige mensen zie ik dan nog wel ‘klooien’ met depositoladders. Daarbij deel je je spaargeld bijvoorbeeld door 5 en leg je elke 3 maanden dat eenvijfde deel in op een deposito van een jaar. Het vijfde deel laat je op een spaarrekening staan. Op die manier heb je altijd eenvijfde beschikbaar en elke 3 maanden een groter bedrag als het nodig is, en vang je iets meer rente. Maar ook op deposito’s is de rente niet om over naar huis te schrijven. Veel werk voor weinig rendement dus.

Misschien is het beter om je eens af te vragen waar je zoveel contant geld voor aanhoudt? Ik snap dat ondernemers (vooral kleine zelfstandigen) een buffer van een jaartje willen hebben voor tijden van lagere of ontbrekende omzet. Ik snap het ook als mensen verwachten binnen afzienbare tijd een grote uitgave te doen, zoals de aankoop van een auto of een huis of een grote verbouwing. Maar buiten dat? De gemiddelde loonslaaf in Nederland houdt volgens mij vooral contant geld aan uit angst en onzekerheid. En daar kun je ook andere dingen mee doen, zoals De Budgetman onlangs schreef.

Zelf heb ik jaren geleden al de keus gemaakt om minder contant geld aan te houden. Dat is ook bij mij een langdurig proces geweest. Ik moest eerst echt het gevoel hebben dat ik mijn inkomsten en uitgaven goed in beeld had. Dat er geen grote verrassingen op zouden kunnen treden. Daarna ben ik stapsgewijs geld in de andere twee pijlers van mijn vermogen gaan steken. Het huis (middels de extra aflossingen) en mijn beleggingsportefeuille. Daarbij let ik wel op de verhoudingen, ik wil niet meer dan de helft van mijn vermogen in stenen hebben zitten. Dat is geen exacte wetenschap, dat is gewoon iets waar ik me veilig bij voel.

Terugkijkend ben ik erg blij met mijn keuze om het spaargeld af te bouwen, al had ik destijds ook niet kunnen voorzien dat de rente zo langdurig zo laag zou worden. Ik heb zelf nog 4 maanden aan leefgeld, plus de inhoud van mijn potjes, op een spaarrekening staan. Bij elkaar iets van € 15.000. Ik hoop niet dat de banken de grens voor negatieve rente zo diep laten zakken.

Ja, ik accepteer noodgedwongen dat ik op dat spaargeld geen rendement maak. Het kost geld. Om de koopkracht bij te houden zou de rente in elk geval de inflatie en de vermogensrendementsheffing moeten afdekken. Dat doet het natuurlijk bij lange na niet met een rente van 0,01%.

En bij grote verrassingen? Dan verkoop ik desnoods een stukje van mijn beleggingen. Ik beleg al zo lang dat ik dat nauwelijks merk in het rendement. En dan heb ik het geld ook binnen twee werkdagen op mijn lopende rekening beschikbaar. Snel genoeg voor vrijwel elke noodsituatie.

Hoe kijk jij naar jouw spaargeld?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

Wat te doen met een overvolle Buffer?

Jarenlang heb ik veel te veel spaargeld aangehouden. Grotendeels ook nog bij een grootbank, waarvan ik toen eigenlijk ook al wist dat die veel te klein is in rente. Ik durfde gewoonweg niet aan om een groter deel van mijn vermogen in beleggingen te steken. Onzekerheid over de markt, over mijn eigen financiën, wat de precieze reden is kan ik niet duiden. Ik wilde reserves aanhouden om een huis te kopen en in te kunnen richten. Maar omdat ik dat niet concreet maakte, hield ik veel te veel spaargeld aan. Genoeg om meerdere huizen in te richten, zullen we maar zeggen.

Pas in 2016 heb ik dat omgedraaid. Stapsgewijs heb ik mijn beleggingen fors uitgebreid. Nu denk ik dat dit ook te maken heeft met onze terugkomst vanuit het Verre Warme Land in dat jaar. Weer een ‘gewone’ Nederlandse baan. En eind 2016 kochten we Geldnerd HQ, daar heb ik ook een deel eigen geld ingestoken. Sinds die tijd hanteer ik een maximum voor mijn buffer. Er zit genoeg geld in om 6 maanden probleemloos te kunnen rondkomen. En afgelopen jaar heb ik twee potjes toegevoegd. Eentje voor de belastingaanslag die ik nog steeds verwacht voor 2015 / 2016 (vrienden van de Belastingdienst, ik heb nog steeds niets van jullie gehoord…), en een potje voor een bijzondere grote uitgave die ik dit jaar verwacht.

Volgens mijn heilige principe ‘Betaal Jezelf Eerst’ maak ik sinds begin 2017 maandelijks bedragen over naar mijn beleggingsrekening (€ 1.000) en naar de financiële buffer (€ 500). En afgelopen maand, na ontvangst van mijn salaris over april 2018, is er een mijlpaal bereikt. Mijn buffer, 6 maanden leefgeld plus de twee bijzondere potjes, is vol.

Wat nu?

Mijn eerste neiging was (is) om nog weer een buffer te starten. De bufferrekening is namelijk een aparte spaarrekening. Direct toegankelijk, dat wel, maar niet bij mijn ‘lopende rekening’ bank. Bij de ‘lopende rekening’ bank heb ik ook nog een spaarrekening, met maar liefst 0,05% rente. Daar maak ik aan het eind van elke maand mijn ‘restsaldo’ lopende rekening op over, en die gebruik ik om over de maanden heen grotere uitgaven te kunnen doen (bijvoorbeeld vakanties of zakelijke kleding). Dit om ervoor te zorgen dat ik mijn ‘echte’ buffer nooit hoef aan te spreken. Meestal staan er maar enkele honderden euro’s op deze ‘kleine buffer’. Dus, dacht ik zo, daar ook maar eens wat extra geld opzetten…

Maar… Dat heb ik helemaal niet nodig! En bovendien, eind mei wordt het vakantiegeld op mijn rekening gestort. Dan heb ik al meer dan voldoende cash voor de vakanties en de grote uitgaven die ik de rest van dit jaar gepland heb. Nóg meer geld op de kleine bufferrekening storten heeft dus helemaal geen zin. Het zou er alleen maar voor zorgen dat er nog meer geld niks staat te doen. En dat is zonde. Bovendien: de laatste tijd denk ik steeds vaker dat ik nog steeds teveel spaargeld aanhoud. Zes maanden rondkomen van mijn spaargeld, dat ga ik waarschijnlijk voorlopig helemaal niet nodig hebben. Zeg nooit nooit, natuurlijk, maar in de voorzienbare toekomst gebeurt het niet. En ik voel me hier ook minder onzeker over dan een aantal jaren geleden. Bovendien, ons huis is wel ongeveer ingericht.

De afgelopen week heb ik dus het nodige gelezen over de buffer en de gewenste omvang. Zoals gebruikelijk verschillen ‘wij bloggers’ hierover hartstochtelijk van mening. Grote buffers, kleine buffers, helemaal geen buffers… Je komt allerlei smaken tegen, met hartstochtelijke argumenten voor of tegen. Ik kom tot de conclusie dat het vooral een persoonlijke afweging is. Wat is jouw specifieke situatie? Hoe (on)zeker is jouw maandelijkse inkomen? Hoe snel kun je in noodgevallen de investeringen omzetten in contant geld? Dat laatste gaat bij aandelen bijvoorbeeld sneller dan bij vastgoed, maar je hebt wel risico op koersverlies natuurlijk.

Alles afwegende ben ik van plan om mijn cash buffer terug te brengen van 6 maanden leefgeld naar 2 maanden leefgeld. Dat geeft mij meer dan genoeg tijd om, in geval van nood, investeringen te liquideren om eventueel meer contant geld ter beschikking te krijgen. Ik handhaaf dan wel mijn huidige systematiek van de ‘kleine buffer’ voor het gladstrijken van uitgaven over de maanden heen. En het betekent ook dat ik vanaf nu een substantieel deel van mijn vakantiegeld en 13e maand toevoeg aan mijn vrije vermogen.

Daarmee komt er een substantieel bedrag, 4 maanden leefgeld, ineens beschikbaar om te beleggen. De komende periode wil ik dat stapsgewijs aan mijn portefeuille toevoegen. Deels gaat het in obligatiefondsen, iShares Core Euro Corporate Bond ETF en iShares Core Euro Government Bond ETF. Dit om ervoor te zorgen dat mijn verhouding aandelen / obligaties blijft passen bij mijn leeftijd en mijn risicoprofiel.

Hoe is het met jouw buffer?

Aftellen naar nul

Afgelopen maandag las ik dat er een claim van € 3,2 miljard is ingediend tegen Nationale Nederlanden in een woekerpoliszaak. En dinsdag kreeg ik een mailtje met de volgende renteverlaging van mijn internetspaarrekening bij diezelfde club. Van 0,50% naar 0,45% per 31 maart. Of er een verband is weet ik niet, maar een jaar geleden was de rente nog 1,0%. Langzaam maar zeker tellen we af naar de nul. In elk geval gaat dat nu met een stapje van ‘maar’ 0,05%.

Een snelle check op Van Spaarbank Veranderen leert dat NN hiermee nog steeds in de top-10 van hoogste spaarrentes staat. 0,6% is het hoogste wat je nu kunt krijgen. 0,15% per jaar, dat scheelt € 1,50 per € 1.000 spaargeld per jaar. Daar heb je niet eens meer een kopje koffie voor. Laat staan dat je de inflatie of vermogensrendementsheffing bijhoudt.

Het zet me aan het denken over mijn contante geld. Momenteel zit ongeveer 45% van mijn vrije vermogen (het deel dat niet in stenen zit) in spaargeld en obligaties. De rest zit in aandelenfondsen en indextrackers. Van die 45% zit het grootste deel (80%) nog in geld op mijn spaarrekening. Dat is fors meer dan het deel dat ik als noodzakelijke cashbuffer beschouw, namelijk het bedrag voor 6 maanden reguliere uitgaven.

Die 6 maanden buffer zal ik wel in direct toegankelijk spaargeld houden, ook als de rente naar 0,0% gaat. Ik weet nog niet wat er gebeurt als de spaarrente negatief wordt. Zou er dan ook een negatieve rente op reguliere betaalrekeningen komen? Ik kan het me nauwelijks voorstellen (maar de huidige rentestand kon ik me een paar jaar geleden ook niet voorstellen). Met een negatieve rente ga ik van bank veranderen, net zolang tot er nergens meer positieve rente of 0,0% te krijgen is. En ik overweeg om een deel van het spaargeld over te hevelen naar de obligatiefondsen.

Wat ga jij doen als de rente naar nul daalt?

Beetje spaargeld

Driehonderd en veertig miljard Euro hebben we met z’n allen op onze spaarrekeningen staan, las ik vorige week. € 340.000.000.000 oftewel 340 met negen nullen erachter. Dat is € 5,3 miljard meer dan een jaar geleden. Indrukwekkende getallen. Of toch niet?

Lees je één alinea verder in het bericht, dan zie je dat het grootste deel van de toename bestaat uit rente. € 1,8 miljard is wat wij zelf bijgespaard hebben.

Op 1 januari 2016 telde Nederland volgens het CBS ongeveer 7,7 miljoen huishoudens. Simpel rekensommetje 1.800.000.000 / 7.700.000 = € 233,77. Oftewel, per huishouden in Nederland is er vorig jaar nog geen € 235 gespaard.

Als ik optimistisch ben, denk ik: iedereen is aan het beleggen. Of: iedereen is z’n hypotheek aan het aflossen. Maar als ik dan op zoek ga naar die cijfers denk ik: nee, dat is het niet. Ik vrees dat iedereen gewoon (weer) aan het consumeren is. Net als vroeger, voor de crisis. Blijkbaar hebben wij mensen het geheugen van een goudvis. En gaan we vrolijk op weg naar de volgende crisis.

Zucht.

Geldnerd gaat vrolijk verder op de eigen ingeslagen weg.

Update: Hypotheekweg had hetzelfde onderwerp en dezelfde gedachten vandaag…