Blog over (financieel) bewust leven

Tag: solidariteit

Pensioenakkoord? En nu?

Afgelopen vrijdag spatte de opluchting in Den Haag van het scherm af. Er was (wederom) een pensioenakkoord. Net als vorig jaar. De opluchting was wel begrijpelijk. Minister Koolmees wil nog snel met de benodigde wetgeving aan de slag, en de Tweede Kamerverkiezingen zijn volgend jaar maart al. Dus hij heeft een beetje haast om de pensioenhervorming nog als ‘zijn succes’ te kunnen claimen en de benodigde ‘staatsman’ en ‘hervormer’ puntjes binnen te kunnen slepen. En de vakbonden en werkgevers hadden een heel ander belang. Die weten dat na de zomer de verkiezingscampagne losbarst. Dan loop je altijd het risico dat controversiële en ingewikkelde onderwerpen geparkeerd worden tot na de verkiezingen. En dan moet je maar afwachten wie er gewonnen heeft, wat voor coalitie er komt, en wat die met elkaar afspreken over het thema. Kortom, de verschillende partijen hadden zo hun eigen redenen om opgelucht te zijn.

Wat er precies is afgesproken weten we nog niet. Het schijnen 5 A4tjes te zijn en het FD claimt ze te hebben. Ik heb ze zelf nog niet kunnen vinden. De komende dagen overleggen de vakbonden en werkgevers met hun achterban. Als daarbij geen ongelukken gebeuren (en dat is niet 100% zeker, al klonken de partijen vrijdag bij de presentatie uiteraard positief) gaat het verhaal met de achterliggende berekeningen naar de Tweede Kamer. Ik ga er van uit dat de hele stapel documenten dan ook openbaar wordt. De verzekeraars meldden afgelopen zaterdag in elk geval dat ze al een ‘weeffout’ gevonden hadden. Politiek correcte terminologie voor iets dat je niet goed uitkomt of waar je het niet mee eens bent.

Afschaffing doorsneesystematiek

Ook ik ben er nog niet helemaal gerust op. Eén van de issues van de nieuwe plannen was en is de compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek, de bijdrage van jongere werknemers aan het pensioen van oudere collega’s. Als je dat doet ontstaat er een gat in de pensioenopbouw van werknemers ouder dan 35 (ja, ik heb hier eigenbelang…). Deels lijkt dat opgelost als ik de berichten zo lees, maar het FD meldt dat er in de tekst staat dat ‘er een adequate compensatie moet komen’ voor de gevallen waar dat niet zo is. Uhuh. Blijft dus een bommetje.

Rekenrente wordt projectierendement

Een ander issue was de rekenrente, die pensioenfondsen moesten gebruiken om hun toekomstige verplichtingen te berekenen. Die is gebaseerd op de kapitaalmarktrente. En die zweeft al een hele tijd rond de nul, voorlopig is daar geen zicht op verbetering. Vrijwel iedereen wilde daar dus van af. Pensioenen gaan in het nieuwe stelsel meer meebewegen met de financiële markten. Pensioenfondsen mogen pensioenen gaan berekenen met een ‘projectierendement’. De hoop is dat uitkeringen dan minder omlaag hoeven en vaker stijgen. Ik ben vooral benieuwd wie dat projectierendement gaat vaststellen en wat daarvoor de basis wordt.

Zware beroepen

Blijkbaar gaat er ook iets extra gebeuren voor de zware beroepen, een ingewikkelde en deels subjectieve discussie. Wat precies is nog niet duidelijk, al klonk het bedrag (€ 200 miljoen bovenop de € 800 miljoen die al was afgesproken) mij niet erg hoog in de oren.

Nabestaandenpensioen

Er zijn ook afspraken gemaakt over het nabestaandenpensioen, blijkt volgens het FD uit de A4tjes. Dat is relevant voor Geldnerd en Vriendin, wij gebruiken het nabestaandenpensioen als alternatief voor een overlijdensrisicoverzekering op onze hypotheek. Het nabestaandenpensioen wordt gebaseerd op risicodekking, een soort verzekering dus. Bij overlijden houdt de partner recht op een levenslange uitkering, het eerdere idee van beperking tot vijf jaarsalarissen heeft het (gelukkig voor Geldnerd en Vriendin) niet gehaald. De hoogte is onafhankelijk van de diensttijd. Nadeel van risicodekking is dat wie uit dienst gaat, niet meer verzekerd is, daarover lijkt afgesproken te zijn dat de dekking nog een tijdje doorloopt na uitdiensttreding.

Smeerolie was nodig

Als ‘smeerolie’ voor het akkoord, om de partners over de streep te trekken, heeft minister Koolmees beloofd om eind dit jaar opnieuw de regels voor pensioenverlagingen te versoepelen. De kans op pensioenverlagingen is dus een stuk kleiner geworden. Ik had dat eigenlijk wel verwacht, een pensioenverlaging vlak voor de verkiezingen is meestal niet zo goed voor je populariteit. Twee vliegen in één klap dus.

We zijn er bijna nog lang niet

Wie denkt dat we er nu bijna zijn: vergeet het maar. Alle achterbannen gaan wat vinden, de Tweede Kamer waarschijnlijk ook. Daarna moet alles verankerd worden in wetgeving. En dan moeten de werkgevers en werknemers alles nog vastleggen in nieuwe pensioenregelingen en daar afspraken maken met de pensioenfondsen. De pensioenfondsen krijgen tot 2026 om over te stappen op het nieuwe pensioensysteem. Er moet in de tussentijd nog heel veel gebeuren voordat we weten wat het voor ieder van ons persoonlijk gaat betekenen.

Houd jij het pensioennieuws in de gaten?

NB: Uiteraard ben ik niet de enige financiële blogger die hierover schrijft. Groeigeld schreef vrijdag al over het pensioenakkoord. En Stoppen Voor Mijn Vijftigste (SVMV) noemde het gisteren een ver-van-zijn-bed-show en vaag. Overigens heeft Nieuwsuur een heel informatief filmpje gemaakt, SVMV verwees er ook naar.

Ben ik blij met het Pensioenakkoord?

Het kan je nauwelijks ontgaan zijn, er is een akkoord over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. En het zal je misschien verbazen, maar ik had in eerste instantie gewoonweg weinig zin om me daarin te verdiepen… Ook omdat we eerst maar even moeten afwachten of de dinosaurussen van de FNV het feestje niet alsnog gaan bederven. Maar afgelopen weekend heb ik wel even naar de hoofdlijnen gekeken. In elk geval het deel dat voor mij, als eenvoudige loonslaaf van middelbare leeftijd, interessant is.

De pensioenpot is eigenlijk hetzelfde als mijn persoonlijke beleggingspot. Elke maand stop ik er geld in, dat beleg ik, en ik laat ‘de markt’ en de tijd hun werk doen. Die pensioenpot doen we natuurlijk samen, ‘collectief’. Daarmee delen we het risico en het rendement, en vergroten we de kans dat we er allemaal redelijk uitkomen.

Doorsneesystematiek

Nu zorgt dat collectieve ook weer voor uitdagingen. Zo is er de ‘doorsneesystematiek’. Die term betekent dat wij voor iedere ingelegde euro aan premie onafhankelijk van leeftijd dezelfde pensioenopbouw ontvangen. Maar de inleg van jongere deelnemers kan nog veel langer renderen dan die van oudere deelnemers. Doordat voor iedereen dezelfde premie wordt betaald, krijgt een jonge deelnemer naar de toekomst geredeneerd (te) weinig pensioenopbouw voor zijn inleg. Een oudere deelnemer krijgt juist (te) veel. Anders gezegd: de jonge deelnemers subsidiëren de oudere deelnemers, er wordt solidariteit tussen de generaties verwacht. Want de jonge deelnemers worden ook oud en worden dan weer gesubsidieerd door de jonge deelnemers die na hen komen. Het omslagpunt ligt qua leeftijd ergens tussen 40 en 45 jaar.

Geldnerd zit inmiddels in de groep die subsidie ontvangt, nadat ik de afgelopen 20 jaar juist gesubsidieerd heb. Zolang de meeste deelnemers lang bij hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak bleven werken, was de doorsneesystematiek een prima oplossing. Maar dat is natuurlijk erg veranderd. Dus die doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Volgens minister Koolmees word ik (en alle veertigers met mij) daarvoor gecompenseerd. Hoe precies? Dat is nog niet duidelijk, het kabinet en de sociale partners ‘gaan maatregelen uitwerken om [deze groep] op een evenwichtige manier te compenseren‘. Ik ben voorzichtig achterdochtig…

Rekenrente

En ook de ‘rekenrente’ wordt vaak genoemd als ‘probleem’. Pensioenen zijn altijd iets van de lange termijn. Dat maakt het lastig. Mijn pensioenfonds moet nu al inschatten hoeveel geld zij nu in kas moeten hebben om mijn pensioen tot in de verre toekomst uit te keren. En dat ook voor elke andere deelnemer. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, de ‘rekenrente’, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld pensioenfondsen nu in kas moeten hebben.
Er is echter niet één rekenrente, maar wel een zogenaamde ‘rentetermijnstructuur’. Het precieze percentage hangt af van de looptijd van de verplichting. Moet een pensioenfonds over tien jaar een bepaald bedrag betalen, dan wordt er een andere (hogere) rekenrente gebruikt dan bij een betalingsverplichting over vijf jaar. Deze nuance is uiteraard de afgelopen jaren volledig weggevallen in de discussie, want ‘te ingewikkeld’.
Hier is het Pensioenakkoord in mijn ogen wel creatief. Want er is afgesproken dat de pensioenuitkering flexibeler wordt, en sterker meebeweegt met goede en slechte beleggingsresultaten. Dat betekent dat de pensioenuitkering de ene keer omhooggaat en de andere keer daalt. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen indexeren en verhogen bij een dekkingsgraad van meer dan 100 procent en verlagen als die onder de 100 procent uitkomt. De extra financiële buffers die fondsen nu moeten aanhouden, zijn dan niet meer nodig. De pensioenfondsen hebben dus minder ‘last’ van de rekenrente. Maar daar staat voor ons, als deelnemers, een ‘beweeglijker’ en minder zeker pensioenresultaat tegenover.

Wat brengt het mij?

Met name die afschaffing van de doorsneesystematiek is nog even spannend. Hoe de compensatie eruit gaat zien moet ik maar afwachten. En de onzekerheid over de uiteindelijke omvang van mijn pensioen wordt groter, omdat de pensioenen sneller gaan meebewegen met de beleggingsresultaten. Hoe precies, ook dat is nog even afwachten.

Maar ik mag wel eerder met pensioen. Toen ik, bijna 4 jaar geleden, begon met dit blog was mijn verwachte pensioenleeftijd 69 jaar en 6 maanden. Dat werd eerder, nadat de levensverwachting minder bleek te stijgen dan verwacht, 69 jaar en 3 maanden. Maar als het pensioenakkoord doorgaat wordt het naar verwachting 67 jaar en 8 maanden. In totaal ben ik er dus bijna 2 jaar op vooruit gegaan. Eerst zien, dan geloven, dat dan weer wel.

Zelf blijf ik stug doorsparen. Want ik ben niet van plan door te werken tot 67 jaar en 8 maanden. Voor mij is veel belangrijker hoeveel ik heb opgebouwd op het moment dat ik stop met werken. En de indexering die daarna wel of niet plaats gaat vinden. Het zal nog wel even duren voordat we de echte effecten van het pensioenakkoord zullen zien, de invoering is voorzien voor 2022.

Wat verwacht jij van het pensioenakkoord?

Update: ook Financieel Vrijer schreef vanochtend over het Pensioenakkoord. 

Pensioenbelofte maakt schuld?

Een grote koerswijziging van de kant van de pensioenfondsen. Dat was de nieuwjaarstoespraak van de voorzitter van de Pensioenfederatie. Opgepikt in allerlei media. Afstappen van ‘de uitkeringsbelofte’.

De Pensioenfederatie onderzoekt een stelsel met een persoonlijke spaarpot voor iedereen. Iedereen spaart voor zichzelf, in plaats van het huidige Nederlandse systeem met een uitkeringsbelofte op basis van ingelegde premies.

Ik snap de draai wel, na weer een lastig beleggingsjaar en een rente die maar niet omhoog wil. De ‘kenners’ roepen dit al jaren. Ik zie wel een risico in het verhaal van de Pensioenfederatie. Zij gaan ervan uit dat wij, de pensioenopbouwers, verplicht blijven tot het delen van risico’s. Er wordt wel samen belegd. Het risico is dan wel dat je premies van de een blijft gebruiken om gaten te dekken bij de ander. Dat voelt voor mij een beetje alsof ik wel de lasten maar niet de lusten van solidariteit ga krijgen. Niet eerlijk.

Eén ding is mij wel duidelijk als dit doorgaat. Mijn strategie om goed voor mijzelf te zorgen, buiten de ‘verplichte pensioenpot’ om, wordt alleen maar belangrijker.

Wat denk jij van het voorstel van de Pensioenfederatie?

Doorsnee?

Het begin van het einde van het solidariteitsbeginsel? Vandaag op diverse plekken het bericht dat een pensioenfonds heeft besloten om een einde te maken aan de doorsneepremie (ondermeer hier en hier).

De doorsneepremie verwijst naar een pensioenregeling waarbij de pensioenpremie voor iedereen gelijk is vastgesteld, zonder dat rekening gehouden wordt met verschillen in geslacht, leeftijd, gezondheidstoestand of andere mogelijke factoren. Het is één van de hoekstenen van het Nederlandse pensioenstelsel. De premie, meestal een percentage van het salaris of van de pensioengrondslag, is voor iedereen gelijk. Als je dat los gaat laten, staat de deur open voor nog veel meer veranderingen.

Er wordt al jaren gediscussieerd over de (on)houdbaarheid van de doorsneepremie. Tegenstanders zeggen ondermeer dat in dit systeem de jongeren meebetalen aan het pensioen van de ouderen. Zij stellen dat er per Euro pensioen voor een jongere medewerker nu een lagere inleg mogelijk is, omdat de pensioenpremie voor een jonge werknemer veel langer kan worden belegd dan de pensioenpremie die voor een oude werknemer wordt betaald. Een groter deel van het pensioen van jonge werknemers komt dus uit rendement.

Geldnerd is het daar niet helemaal mee eens, want een jonge werknemer wordt vanzelf oud en dan wordt er in ons systeem vanzelf gecompenseerd voor die relatief hoge premie eerder in zijn of haar loopbaan. Maar dit gaat wel minder vaak op, omdat mensen tegenwoordig vaker ‘switchen’ in hun loopbaan. Deels wordt het effect ook opgevangen door inflatiecorrectie. Want de jongere werknemer heeft over 40 jaar natuurlijk meer Euro’s nodig om dezelfde koopkracht te hebben als de oudere werknemer nu. Een deel van de pijn zit er waarschijnlijk ook in dat die inflatiecorrectie de laatste jaren vaak achterwege blijft. En dat heeft voor de jongeren over 40 jaar een grotere impact.

Het zal nog niet meevallen om een goede oplossing te vinden. Het Nederlandse pensioensysteem wordt vaak geprezen om zijn toekomstvastheid. En de solidariteit biedt ook voordelen, want de risico’s delen levert echt nog steeds een beter pensioen op voor alle deelnemers.

Wat vindt jij van deze voorgenomen afschaffing van de doorsneepremie?

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑