Eigen Vermogen berekenen

Eigen Vermogen, ik heb het wel eens omschreven als een van de belangrijkste getalletjes aller tijden. In het boekhouden is de definitie ‘Activa (bezittingen) minus Vreemd Vermogen (de korte en langlopende schulden van de passiva)’. Dat klinkt ingewikkeld, en voor veel bedrijven is het dat ook (of dat willen ze het laten lijken voor de belastingen of om beleggers te misleiden…).

Maar als eenvoudige burger heeft Geldnerd een eenvoudiger definitie. Mijn eigen vermogen bestaat uit het geld dat ik overhoud als ik al mijn bezittingen verkoop en al mijn schulden aflos, en dat ik vervolgens in mijn zak heb zitten als ik de wijde wereld intrek.

In deze blogpost neem ik je mee in hoe ik mijn eigen vermogen bereken. En hoe jij het ook kunt doen.

Vaak lees ik, in plaats van Eigen Vermogen, ook de term Netto Waarde. Volgens mij een iets te letterlijke vertaling van de Amerikaanse term Net Worth. Die gebruik ik niet, ik heb er zelfs een hekel aan. Netto waarde wekt voor mij teveel de suggestie dat de waarde van mij als persoon afhangt van dit getal.  Eigen vermogen voelt beter. Mijn eigen vermogen. Van mij. Vermogen. Kracht. Mijn kracht.

Wat zegt het?

Het eigen vermogen is het eerste getalletje dat ik regelmatig bij ben gaan houden. Een eigen vermogen bereken je altijd op een bepaalde peildatum. Eerst deed ik dat jaarlijks per 31 december, maar nu al weer heel lang per kwartaal (31 maart, 30 juni, 30 september, 31 december). Dat is een keuze, je kunt het op elk gewenst moment doen natuurlijk.

Zoals ik eerder schreef is het eigen vermogen (voor iemand die financiële onafhankelijkheid nastreeft) het geld waarvan je moet leven nadat je gestopt bent met werken. In Nederland meestal gecombineerd met AOW en pensioen. Je kunt het langzaam opeten, of investeren in dingen die cash genereren, zoals beleggingen die dividend opleveren of vastgoed dat je huurinkomsten oplevert. Je kunt het ook in je eigen huis stoppen, maar dan levert het geen inkomen op. En kun je het dan ook niet opeten, tenzij je het huis verkoopt. Genoeg reden dus om zo af en toe te kijken hoe jouw eigen vermogen ervoor staat.

Hoe bereken je het?

Eigenlijk is het heel simpel. Eigen Vermogen is gelijk aan Bezittingen minus Schulden. Die twee dingen zul je dus op een rijtje moeten zetten. En je zult moeten bepalen wat ze waard zijn op de door jou gekozen peildatum. Soms is dat heel eenvoudig, maar soms ook niet. En je zult moeten bepalen hoe ver je hierin wilt gaan. Want je kunt heel ver gaan. Maar de vraag is hoe zinvol dat is.

Oh ja, ik bereken mijn eigen vermogen in Euro’s. Dat is ook een keuze. Een gebruikelijke hier, de Euro is immers het betaalmiddel in Nederland en het merendeel van mijn bezittingen en schulden wordt in Euro’s gewaardeerd. Het betekent dat ik bijvoorbeeld mijn beleggingen in Amerikaanse dollars omreken naar Euro’s. Dat doe ik dan uiteraard tegen de wisselkoers op de peildatum.

Bezittingen

We beginnen positief. Met de bezittingen.

Heb je Spaarrekeningen? En Beleggingen? Die horen bij je bezittingen. Maak dus maar een lijstje. Vergeet je lopende rekening ook niet. Wat was het saldo op de rekeningen op de peildatum? Wat waren jouw beleggingen waard op de peildatum? Ik hanteer altijd de slotkoers op de peildatum (want die is het makkelijkst te achterhalen), maar ook dat is een keuze.

En heb je een koopwoning? Zeer waarschijnlijk in Euro’s je grootste bezit. Maar hier wordt de waardering al lastiger. Want wat is die woning waard op de peildatum? Daar kun je verschillende keuzes in maken. Die grote invloed hebben op jouw vermogen. Vorig jaar heb ik een uitgebreide blogpost geschreven over deze keuzes.  Maak de keuze die het beste bij jouw situatie en jouw gevoel past. En wees consequent, dus gebruik steeds dezelfde manier als je jouw eigen vermogen op verschillende peildata berekent. Want alleen dan zijn de uitkomsten vergelijkbaar. Ik reken voor mijn eigen vermogen met de helft van de WOZ-waarde. De helft, omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ.

Hierna wordt het snel lastiger, en een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Vroeger had Geldnerd bijvoorbeeld een auto. Die nam ik ook mee op de balans. Als basis voor de waardering gebruikte ik de ANWB Koerslijst, de waarde die deze op de peildatum aangaf voor mijn kenteken en kilometerstand bij inkoop of inruilprijs door het autobedrijf. Dat is ook zo’n waarderingskeuze die je consequent moet toepassen om vergelijkingen met eerdere berekeningen te kunnen maken.

Dan de inboedel van jouw woning. Die heeft misschien best wel wat gekost? Maar heb je dat allemaal bijgehouden? Ex en ik hebben er destijds voor gekozen om de waarde van de inboedel niet mee te nemen. We gaven deze de waarde nul. Dat had overigens nog onvermoede consequenties. Toen wij jaren later gingen scheiden had de regel ‘waarde inboedel is nul’ zich genesteld in mijn hoofd, en was het voor mij veel eenvoudiger om die dingen los te laten toen ik vertrok. Ik heb alleen mijn kleding en echt persoonlijke bezittingen meegenomen. Dat gaf ruimte in mijn hoofd en ruimte in de onderhandelingen over het echtscheidingsconvenant. Ik hoor te vaak verhalen over ruzies over dat ene tafeltje of dat ene kastje… Maar in mijn hoofd was dat allemaal niets waard.

Ook tegenwoordig neem ik de inboedel niet mee in de berekening van het eigen vermogen. Misschien dat ik dat wel zou doen als ik een dure verzameling of collectie sieraden had. Maar dan is de waardering best lastig. Veel mensen zijn er al achter gekomen dat de postzegelverzameling van opa, zijn lust en zijn leven, na overlijden niets (meer) waard bleek te zijn. Ik zou er dus voorzichtig mee zijn.

Ook zo’n vraag, neem je jouw pensioen mee in de bezittingen? Ik doe het niet, ook omdat ik niet goed kan bepalen welk bedrag ik dan realistisch op zou kunnen nemen. Misschien doe ik het wel na de komende pensioenhervorming, als er een eigen potje is. Maar het is voor mij vooral symbolisch. Dat is anders  voor ondernemers die alles zelf opbouwen. In Amerika hebben mensen ook eigen pensioenpotjes. Het laat dus al zien dat jouw eigen vermogen vergelijken met een ander best lastig is. Want je moet de onderliggende aannames en waarderingsgrondslagen kennen om te zien of het wel echt vergelijkbaar is.

Zelf houd ik het dus simpel. Alleen de eigen woning, en mijn spaar- en beleggingsrekeningen. Zijn er andere bezittingen die jij mee wilt nemen? Zet ze op een rijtje, denk goed na over de waardering, en tel het allemaal bij elkaar op.

Schulden

Na de bezittingen is het tijd om de schulden op een rijtje te zetten.

Zelf heb ik er maar eentje. De hypotheek die we gebruikt hebben voor de aankoop van Geldnerd HQ. En die we in hoog tempo aflossen. Voor mijn persoonlijke eigen vermogen reken ik met de helft van de hypotheek omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ. En de waardering is simpel: hoeveel geld moet ik op de peildatum nog aflossen. De naar verwachting nog te betalen rente neem ik niet mee. Het gaat om wat ik zou moeten betalen als ik op de peildatum alles in één keer af zou moeten lossen.

Misschien heb jij meer hypotheekdelen, en/of een familiebank-lening? Misschien heb jij ook nog een openstaande studieschuld? Of een lening voor een auto of een ander consumptief krediet? Allemaal schulden die je op een rijtje zou moeten zetten. Wat ben je op de peildatum schuldig aan anderen?

Twijfelgevalletje wat mij betreft: Creditcards. Het is een schuld. Maar ik heb er maar eentje als onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank, en die wordt altijd aan het eind van elke kalendermaand volledig geïncasseerd. Ik neem ‘m dus niet mee, ook omdat er op een peildatum meestal geen schuld op staat. Maar als jij vijf creditcards hebt met daarop € 15.000 schuld, dan weet ik twee dingen heel zeker. Ten eerste, je leest hier nog niet lang mee en/of volgt mijn voorbeeld niet. En ten tweede, je kunt die schuld maar beter meenemen in de berekening van jouw eigen vermogen. Want het is een ‘materiële’ schuld, het heeft substantieel impact op jouw eigen vermogen. Maar ook dit is dus een keuze.

Zelfs als eenvoudige particulier heb je dus best wat te kiezen bij het waarderen van je bezittingen en je schulden. Kun je nagaan hoe ingewikkeld dat voor bedrijven is. En niet overal zijn regels voor, dus  dit leidt best nog wel eens tot discussie.

Tonnair? Miljonair? Of Negatief?

Eigen Vermogen = Bezittingen -/- Schulden. Je kunt ‘m nu dus uitrekenen. Is jouw eigen vermogen groter dan € 100.000? Dan mag je jezelf ‘tonnair’ noemen. Bij een vermogen groter dan € 1.000.000 ben je zelfs ‘miljonair’. Maar het kan natuurlijk ook dat jouw eigen vermogen negatief is. Dan is de optelsom van jouw schulden dus hoger dan de optelsom van jouw bezittingen.

Een negatief eigen vermogen, is dat erg? Dat hangt er van af. Een bedrijf met een negatief eigen vermogen wordt wel ‘technisch failliet’ genoemd. Dat betekent niet automatisch dat het bedrijf ook failliet gaat. Als er maar genoeg inkomsten zijn om alle lopende uitgaven te betalen en de schulden af te lossen (en er dus uitzicht is op een verbetering van het vermogen), dan is er niet veel aan de hand. Maar het is wel een waarschuwingssignaal. Banken worden voorzichtiger met het verstrekken van krediet en leveranciers willen misschien wel vooruit betaald worden.

En iets vergelijkbaars geldt er voor particulieren. Ben jij net afgestudeerd met een stevige studieschuld en heb je vervolgens een huis gekocht met een maximale hypotheek en jouw laatste spaargeld in een verbouwing gestoken? Dan heb je best kans dat jouw eigen vermogen daarna ook negatief is afhankelijk van hoe optimistisch je bent over de waarde van jouw huis. Dat hoeft geen probleem te zijn, zo lang er voldoende inkomen binnenkomt om alle rekeningen en de hypotheek te betalen. Maar het is wel een signaal. Als dat inkomen wegvalt, kom je waarschijnlijk snel in de problemen.

Het eigen vermogen is een momentopname. Het gaat om de trend door de tijd. Bereken ‘m dus minimaal één keer per jaar. Ben je 25 jaar oud met een negatief eigen vermogen maar een zeker inkomen en loopbaanperspectief, dan is er nog niet veel aan de hand. Nog steeds een negatief eigen vermogen als je 50 bent? Dan moet je misschien eens gaan nadenken over jouw financiën.

Vermogen van Geldnerd

Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van mijn persoonlijke eigen vermogen weer. Peildatum is steeds 31 december van het betreffende jaar. De waarde voor de eerste meting (31 december 2003) is gelijkgesteld aan 100%. Voor 2021 is de waarde per einde eerste halfjaar (30 juni 2021) genomen.

Mijn vermogen nu is 1.300% van het vermogen per eind 2003. 13 keer zoveel vermogen als op 31 december 2003. Maar het is geen rechte lijn naar boven geweest. De daling in de periode 2011 – 2012 was het gevolg van mijn echtscheidingsperikelen.  De daling in 2014 is het gevolg van het sabbatical dat ik mijzelf veroorloofd heb toen we vertrokken naar het Verre Warme Land. Bewuste keuze, maar wel eentje die geld (en vermogensopbouw) kost. Daarna gaat het in snel tempo beter. De trendlijn (de rode stippellijn) begint zelfs al voorzichtige exponentiële vorm aan te nemen. Ik hoop dat die ontwikkeling zich voortzet.

Hoe bereken jij jouw eigen vermogen?

Alles wordt anders? Yeah right….

De gevaarlijkste woorden bij economische verandering zijn ‘dit keer is het anders’. Dat is tot op heden nog nooit zo geweest, we zullen zien wat er in de toekomst gebeurt. Ook deze keer zijn sommige mensen hoopvol. Maar er zijn wel wat dingen die ik me afvraag…

Leven op krediet?

De afgelopen 10 jaar hebben we één van de langste onafgebroken periodes van economische voorspoed gehad in de historie van de moderne mens. Je kunt je afvragen of het verstandig is geweest om de gezamenlijke schuld op de wereld in die periode steeds verder op te laten lopen. Bij het aangaan van schuld neem je een voorschot op toekomstig inkomen. Jouw toekomstig inkomen moet immers die schuld terugbetalen, inclusief de rente. Dat geldt voor landen, bedrijven, en individuen. Door de Corona-crisis is dat toekomstige inkomen voor veel mensen ineens een stuk minder zeker geworden. En is het dus minder zeker dat mensen / bedrijven / landen die schulden wel allemaal terug kunnen betalen.

De schuld van de een is het spaargeld van een ander. Niet terugbetalen op deze schaal kan vervelende schokken door het financiële systeem veroorzaken. Uiteindelijk zie je dat die schulden dan opgekocht worden door centrale banken. De enige instituten in de wereld die geld kunnen ‘maken’ en daarmee de pijn voor anderen kunnen verzachten. Dat doen ze al op ongekende schaal.

Niks aan de hand, zul je denken. Er wordt gewoon geld bijgedrukt. Maar al voor deze crisis was duidelijk dat daar ook grote risico’s aan zitten, onder andere het risico op hoge inflatie. En toen gingen we allemaal nog uit van een ‘gewone’ economische daling, niet van een economie die op volle snelheid tegen een muur aanrijdt en van de ene op de andere dag vrijwel tot stilstand komt.

Mijn lijfblad The Economist had afgelopen weekend een hoofdartikel over de huidige handelwijze van regeringen en centrale banken. Zij noemen het een ingrijpende verschuiving in de economie, van het soort dat maar één keer per generatie voorkomt. In de jaren zeventig gingen we van Keynesiaans denken naar het strenge monetarisme van Milton Friedman. In de jaren negentig kregen de centrale banken hun onafhankelijkheid. En nu tijdens de corona-pandemie hebben we een combinatie van grootse staatsschulden en het bijdrukken van geld (‘quantitative easing’) door de centrale banken, mede mogelijk gemaakt door de extreem lage inflatie (en dito rente).

Kunnen we iedereen helpen?

In 2008 was het eenvoudig. Er was een probleem met de banken. Dus werden ze ‘gekocht’ door de overheid, en er werden ook op andere manieren grote bedragen in gepompt zodat ze hun diensten konden blijven verlenen en de economie enigszins draaiend konden houden. In ruil daarvoor kregen de banken strengere regelgeving en beperkingen opgelegd. We wilden ze eigenlijk niet redden maar we moesten wel, ze waren ‘too big to fail’.

Maar nu? Ineens heeft iedereen hulp nodig. De luchtvaartsector was er als eerste bij. En inmiddels ben je een eikel als je nog niet je hand hebt opgehouden bij de overheid, lijkt het wel. Geldnerd is al heel lang ambtenaar, maar inmiddels zijn er heel veel mensen in overheidsdienst. Ze worden in elk geval met overheidsgeld betaald. Nederland had in 2015 een bruto binnenlands product (bbp) van ongeveer € 670 miljard. De overheid gaf destijds zo’n € 270 miljard uit. Dat kun je niet zomaar verdubbelen, in elk geval niet als er geen productie tegenover staat. De huidige steunmaatregelen zijn dus geen houdbaar model. Maar we hebben inmiddels wel iets van 90 miljard aan overheidssteun toegezegd aan iedereen. Dat is dus meer dan 10% van het BBP. En er wordt nu een krimp verwacht van een procent of 7. Die krimp zou dus 15 – 20 procent zijn zonder overheidssteun. En dan hebben wij een overheid die zich dat kan veroorloven… Dat is niet overal het geval.

Voor mij als belegger is het ook een interessant gegeven. Met miljarden aan ‘belastinggeld’ (eigenlijk: door centrale banken gecreëerd geld) wordt de economie zo goed en zo kwaad als het gaat gesteund. Daarmee worden de effecten van de crisis gedempt, de scherpe randjes worden er af gehaald. Het dempt mijn risico als belegger. Toch past het niet zo goed bij mijn liberale blik op de wereld. Bij rendement hoort ook risico. Rendement zelf houden en bij risico meteen naar de overheid kijken is wel een heel bijzonder economisch model.

Niet meer terug naar de oude situatie?

En wat nou als we niet meer teruggaan naar de oude situatie? Vaker thuiswerken blijkt voor een substantieel deel van de medewerkers best een optie. Dat hebben we de afgelopen periode wel bewezen. Oplossingen voor beter digitaal samenwerken en digitale bijeenkomsten met grotere groepen zijn nog even wennen. Ook in Huize Geldnerd denken we na over een betere thuiswerkplek. Maar verder ben ik voor. Het scheelt een hoop verplaatsingen. Geldnerd heeft jaren geleden al bedacht dat woon-werkverkeer verloren levensvreugde is, en is toen op een half uurtje lopen van z’n werk gaan wonen. Het geeft ook minder stress. Bij de werkgever van Geldnerd zijn we er serieus mee bezig. We zien allerlei innovaties ineens versneld van de grond komen. Ik ben benieuwd hoe we hier over een paar jaar op terugkijken.

Wereldwijd zagen we dat de (letterlijke) stilstand enorme effecten heeft op onze leefomgeving. Bijvoorbeeld hier in beeld gebracht door The Guardian, en bij ons eigen KNMI kijken ze naar de ‘seismische ruis’ en de luchtvervuiling. Nog een reden om misschien niet helemaal terug te gaan naar de oude situatie? Helaas duurde dat niet lang. Begin juni was de lucht boven China weer net zo vuil als voor de crisis. En eind juni maakten we in Nederland alweer net zoveel autokilometers als voor de crisis (al waren ze wel anders verdeeld over de dag, dus de ochtendspits is nog rustig).

Hetzelfde blijven doen? Wat moeten we anders?

Het financiële dashboard

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik voor het laatst schreef over mijn wens om een integraal vermogensdashboard te ontwikkelen. Een rapportage die mij laat zien hoe ik er in totaal financieel voor sta. Het huis, de beleggingen, en al die andere financiële factoren. Informatie die in delen verstopt zit in mijn financiële spreadsheets waar ik eerder over schreef. Met een tekening die inmiddels alweer achterhaald is. Tegenwoordig heeft de hypotheek z’n eigen spreadsheet, inclusief allerlei grafieken en rapportages.

Mijn beleggingsspreadsheet heeft alle historie sinds de startdatum van mijn leven na de scheiding, dus sinds 1 januari 2013. Mijn administratiespreadsheet is per jaar. De hypotheekspreadsheet heeft de hele historie van onze hypotheek. Ik bouw formules in al mijn spreadsheets zo dat “datum” altijd een variabele is. Hiermee kan ik dus de stand van de betreffende waarde (bijvoorbeeld % aandelen en obligaties) op iedere gewenste datum reconstrueren.

Een aantal weken geleden werd mij in de reacties bij een blogpost gevraagd naar de stand van zaken rond mijn financiële dashboard. Daarom bij deze een uitgebreider bericht daarover.

Wat ik in mijn dashboard doe, is aan het eind van elk kwartaal de standen opnemen van alle variabelen die ik nodig heb om al mijn grafieken en rapportages samen te stellen. Dat kost elk kwartaal een minuut of 5. Ik heb dus voor elk jaar uiteindelijk 4 waarden in het dashboard staan: 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december. Die kwartaalstanden haal ik nu nog handmatig op, maar dat wil ik uiteindelijk wel automatiseren. Dus automatisch uit de beleggings- en administratiesheets laten halen. Maar dat ombouwen is iets voor een koud en stormachtig winterweekend, denk ik. Want behoorlijke klus.

Ik houd in het dashboard geen maandstanden bij, dat vind ik teveel focus op de korte termijn. Vroeger heb ik wel gewerkt met halfjaarlijkse of jaarlijkse standen, maar dat vind ik weer een te lange termijn. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op kwartaalstanden, dat werkt voor mij het beste.

Al mijn grafieken en rapportages zijn geautomatiseerd. In mijn Dashboard spreadsheet zit bijvoorbeeld een pagina Grafieken. Daar kies ik de naam van de grafiek uit een lijst, ik kies een startkwartaal en een eindkwartaal, en de grafiek wordt ververst uit de dataset met kwartaalstanden. Ik heb zelfs een speciale ‘Anonimiseer’ knop ingebouwd. Die haalt de y-as weg zodat ik de grafiek meteen kan gebruiken op mijn blog. Ik publiceer geen grafieken waaruit de actuele hoogte van mijn vermogen af te leiden is, dat is niet relevant voor het verhaal dat ik wil vertellen. Ik heb ook een pagina Rapportages, die werkt vergelijkbaar. Ik kies bijvoorbeeld het rapport ‘Balans’, begin- en eindkwartaal, en de spreadsheet bouwt ‘m dynamisch op uit de dataset met kwartaalstanden.

Ik heb heel veel grafieken en dashboards van anderen bestudeerd. Iedereen doet het anders. Het is erg persoonlijk wat je belangrijk vindt en welke indicatoren je wilt volgen in de tijd. Het is ook persoonlijk of je dit maandelijks wilt doen, per kwartaal (zoals Geldnerd), per halfjaar, per jaar of nog anders. Dus ik weet nog niet of ik de spreadsheet met mijn dashboard ooit ga publiceren. Zoiets persoonlijks moet iedereen echt zelf bouwen, vind ik. Mijn grafiekencollectie wordt nog steeds uitgebreid, geïnspireerd door dingen die ik bij andere bloggers zie. Zo heb ik onlangs mijn eigen versie gebouwd van de hypotheekgrafiek van Geld-Is-Tijd. De mijne is gelukkig een stuk eenvoudiger, wij hebben maar één lineair hypotheekdeel en verder niets.

Onderstaand enkele voorbeelden van grafieken en rapportages in mijn Dashboard.

De bovenstaande grafiek komt sinds dit jaar terug in elke kwartaalrapportage. Je zite in één oogopslag per kwartaal de stand van mijn Eigen Vermogen, de kwartaalgroei en mijn spaarpercentage. Eigen vermogen en spaarpercentage zijn voor mij nog steeds de belangrijkste indicatoren.

Ik heb ‘m wel gebouwd maar kijk er zelden naar, omdat ik nog niet van plan ben om te stoppen met werken zodra dat kan. Per kwartaal zegt het niet alteveel, maar kijken naar stijgende lijntjes in grafieken is altijd leuk. Mijn percentage financiële onafhankelijkheid. Dat percentage bereken ik door te kijken naar mijn totale uitgaven in dat betreffende kwartaal (dus inkomen minus spaarpercentage). Daar zet ik tegenover mijn passieve inkomsten (met name dividendinkomen) plus mijn eigen vermogen maal de Safe Withdrawal Rate (SWR). Op dit moment reken ik met een SWR van 3,5%, maar ik kan het makkelijk veranderen op het Instellingen-werkblad van mijn Dashboard. Zodra het percentage de 100% passeert ben ik officieel Financieel Onafhankelijk. In de praktijk zal dat veel eerder zijn, ik hanteer het model van mijn FIRE Calculator en moet vooral de tijd tussen stoppen met werken en start van de pensioenbetalingen overbruggen.

In formulevorm ziet dat Percentage Financieel Onafhankelijk er als volgt uit:

Ook deze grafiek komt tegenwoordig regelmatig terug in mijn kwartaalrapportages. Dividend is een van de passieve inkomsten, dividendbelasting is een van de speerpunten van mijn beleggingsstrategie.

Een balans maak ik jaarlijks al sinds 2003. Eerst als ‘grapje’, toen Ex een keer zei dat we een erg bedrijfsmatige boekhouding voerden. Maar al snel realiseerde ik mij dat ook voor een huishouden een balans heel veel nuttige informatie geeft. Het eigen vermogen is niet voor niets een van de belangrijkste getalletjes aller tijden. Maar ook de ontwikkeling van je schuldenratio is een belangrijk gegeven om door de tijd heen te volgen, net als de verhouding tussen je verschillende vermogenscomponenten. Daar wil ik mijn dashboard de komende periode ook nog verder op uitbreiden. Dat is ook het leuke van een hobby als dit: het is nooit af!

Heb jij een financieel dashboard?

Wat ben ik saai!

Lang heb ik me verbaasd over het Bureau Krediet Registratie (BKR). De club waar je financiële handel en wandel wordt geregistreerd. Zodat banken en andere instellingen kunnen zien of je een beetje goed van betalen bent. Niet zo bizar als het Amerikaanse systeem van credit scores, maar heel lang ook een enorme black box. Als gewone burger werd het je niet makkelijk gemaakt om je gegevens in te zien.

Langzaam is dat veranderd. En sinds het BKR een tijdje geleden opnieuw op de vingers getikt is door de Autoriteit Persoonsgegevens is het makkelijker geworden om je gegevens in te zien. Gewoon gratis, snel en digitaal. Zoals het hoort anno 2019.

Dus ik ben nu ook maar eens een keertje gaan kijken. Niet dat ik veel verwachtingen had. Mijn financiële leven is erg overzichtelijk. Een hypotheek, een creditcard, en de optie tot rood staan op mijn lopende rekening. Meer smaken aan (potentiële) schulden heb ik niet. En die creditcard wordt, aan het eind van elke maand, automatisch afbetaald. Die roodstand heb ik de afgelopen jaren eigenlijk niet meer gebruikt, sinds ik mijn liquiditeitsmanagement beter op orde heb. Maar je bent toch nieuwsgierig. Ik in elk geval wel. Ik wil graag weten wat zo’n mysterieus gesloten instituut van mij weet.

Dus ging ik inloggen. Dat kon gewoon met mijn bankpas en apparaatje van de Rabobank. IDIN heet dat, en het voelt veiliger dan Digi-d van de overheid. Daarna een formuliertje invullen met mijn gegevens, In dat proces werd ik er meerdere malen op gewezen dat zij het Burger Service Nummer niet mogen gebruiken. Alsof ze ergens gefrustreerd over zijn… Een half uurtje later kreeg ik een berichtje in mijn mail, dat vertelde dat mijn gegevens klaarstonden in de MijnBKR-omgeving.

Dus opnieuw inloggen, en snel kijken. Welke verschrikkelijke financiële geheimen zou ik ontdekken? Geheimen die zo geheim zijn dat ik ze zelfs niet eens weet? Welke fouten van malafide financiële instellingen zouden zich aan mij openbaren? In mijn ergste visioenen voorzag ik al jarenlange correspondentie en zelfs rechtszaken om partijen te dwingen om mijn gegevens te corrigeren…

Helaas, niets van dat alles. Of eigenlijk: Gelukkig, niets van dat alles. Het was zéér overzichtelijk. Alleen mijn optie tot roodstaan is bekend bij het BKR, als doorlopend krediet. Verder is er niets van mij geregistreerd. Eigenlijk ook wel logisch, gegeven de maandelijkse incasso van mijn creditcard en het feit dat we geen achterstanden hebben op de hypotheek (maar juist ver voorlopen op de aflossing).

Wat ben ik saai. Heerlijk!

Heb jij wel eens naar jouw gegevens gekeken bij het BKR?

Geldnerd in mijn eigen bubbel (of niet)

Mijn wereld is een bubbel. Op allerlei manieren. Ik ben wit, van middelbare leeftijd, en hoog opgeleid. Geen kinderen. Geen auto. Allemaal factoren die een sterke invloed hebben op hoe je naar de wereld kijkt en zelf bekeken wordt. Ik lees The Economist, dat schijnt ook alleen in bepaalde kringen te gebeuren. We wonen in een grote stad waar we ook werken. We hebben een hondje. Allemaal factoren die mij in een hokje plaatsen, van waaruit ik naar de wereld kijk. De randen van dat hokje vormen het ‘kozijn’ van mijn raam op de wereld. Mijn ‘bubbel’.

Ook financieel leef ik in een bubbel. Een heel bevoorrechte bubbel. Echte schulden heb ik nooit gehad, behalve mijn hypotheek en een keertje een persoonlijke lening voor een auto. Mijn eerste baan na mijn studie betaalde al behoorlijk goed, en mijn inkomen is blijven groeien. Die studie ben ik uitgekomen zonder een cent aan studieschuld. Ik ben al lang genoeg bezig met financieel bewust leven om zelfs zonder problemen een echtscheiding door te komen, voor veel mensen toch een bron van financiële ellende. Zelfs een woekerhypotheek kon mij niet deren.

Dus ook mijn financiële schrijfsels hier op deze website komen vanuit een zeer bevoorrechte positie. Ik heb nooit grote schulden weg hoeven werken, nooit ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te kunnen komen, nooit aan kinderen dingen moeten ontzeggen omdat ik er het geld niet voor heb. Dat zijn dus ook allemaal dingen waar ik wel over kan schrijven, maar dat zouden dan afstandelijke schrijfsels worden. Ik heb het zelf nooit gevoeld, nooit doorleefd, en ik weet dus ook niet echt (of beter: echt niet) hoe het is. Dus op dat terrein kan ik je niet helpen, sorry. En dan schrijf ik er liever niet over. Want mijn blog is toch vooral een verslag van mijn persoonlijke reis. Alhoewel je bij mij natuurlijk wel veel kunt lezen (leren?) over bewust met je geld omgaan, over hoe je dat bijhoudt en inricht, en het meten van jouw voortgang. Of je nu begint op nul of op minus 1 miljoen, het gaat erom om de weg omhoog te vinden. Op de manier die het beste bij jou en jouw situatie past.

Afgelopen weekend werd ik erg geraakt door een blog die ik las bij The 76K Project (inmiddels helaas niet meer actief). Dat is een Amerikaanse familie, die bezig is om US$ 76.000 aan studieleningen en creditcardschuld af te betalen. Hij wordt erg geraakt door alle commentaren die hij leest, en de competitie die er van gemaakt wordt. Dat zette mij ook weer aan het denken. De reis naar financiële onafhankelijkheid is geen wedstrijdje om het hoogste spaarpercentage, het meeste vermogen, of de snelste pensionering met behoud van levensstijl. Maar het gaat er wel om mensen te inspireren, en te laten zien wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren, met respect voor andermans keuzes en situatie. Ik vermijd Twitter (waar 76K veel naar verwijst) overigens zoveel mogelijk, al worden mijn blogjes er wel geplaatst (maar dat gebeurt helemaal geautomatiseerd). Het voelt daar steeds meer als een bubbel die het slechtste in mensen losmaakt. Daar word ik niet vrolijk van, dus dan besteed ik mijn tijd liever aan dingen waar ik wel vrolijk van word. Ook één van de redenen waarom Geldnerd niet meer op Facebook te vinden is.

Een tijdje geleden schreef Early Retirement Extreme (ERE) een blog over zijn grootste fout als blogger, het niet (tijdig) veranderen van zijn blognaam. Naar iets wat beter past bij datgene waar hij over schrijft, zonder mensen af te schrikken. Blijkbaar schrikken mensen nog erger van het woordje ‘retirement’ dan van het woordje ‘extreme’. We houden ook erg van ‘extreem’ tegenwoordig. Extreme Sports, extreem weer, extreem dekkende verf (ja, die bestaat), extremisme…. Ook ik heb wel eens getwijfeld over mijn naam. Toen ik hier begon met schrijven dacht ik het (nog) meer over mijn spreadsheets en tools te hebben. Daar schrijf ik veel over, al zijn dat tegenwoordig mijn slechtst gelezen berichten. Mijn spreadsheets zijn al wel bijna tienduizend keer gedownload. Ik hoop dat mensen er iets aan hebben. Mij helpen ze nog elke week in het bijhouden van mijn financiën. Maar tegenwoordig is mijn blog steeds meer een persoonlijk verslag van mijn reis naar financiële onafhankelijkheid. Niet eens met het doel om meteen met pensioen te gaan, maar vooral met als doel om keuzevrijheid te hebben. Niet te ‘moeten’ vanwege die auto (hebben we niet), dat huis, of al die andere dingen die gekocht en (af)betaald moeten worden. Past een andere naam daar beter bij? Misschien wel. Maar ik bén Geldnerd. Al bijna 4 jaar. Dus dat laten we maar zo. En ik leef in mijn eigen bubbels. Maar kijk er ook graag af en toe buiten…

Zo hebben we allemaal onze eigen bubbel(s). Dat geeft ook niet, zolang je jezelf er maar bewust van bent. Het is ook niet iets nieuws, al doen de media soms alsof dat wel zo is. ‘Vroeger’ waren er ook bubbels, alleen werden dat toen ‘zuilen‘ genoemd.

Heb jij wel eens een identiteitscrisis?

Sparen is zinloos…

Of liever gezegd: je geld op een spaarrekening zetten is zinloos. En dat zal nog wel even zo blijven. Afgelopen week besloot de Europese Centrale Bank (ECB) om maar weer een tijdje gratis geld aan de banken uit te gaan lenen. En als de banken het gratis en in grote hoeveelheden kunnen lenen bij de ECB, dan hebben ze onze bescheiden hoeveelheden geld niet zo dringend nodig. Dus hebben ze ook geen enkele reden om ons hogere spaarrente te geven als vergoeding voor het stallen van onze centjes.

Waarom de ECB dat doet? Omdat de economische groei in Europa weer afneemt. Niet alleen in Zuid-Europa, waar bijvoorbeeld de Italiaanse regering nou niet bepaald bezig is om de overheidsfinanciën en de economie op orde te brengen. Maar ook Duitsland, de altijd stabiele en betrouwbare motor van de Europese economie, zat in het laatste kwartaal van 2018 bijna tegen een recessie aan. Het land is erg afhankelijk van de wereldhandel, en daar blijft het nog steeds spannend dankzij de Verenigde Staten en China.

Bovendien is de inflatie vrij hardnekkig laag. Mijn lijfblad The Economist voorspelde daarom een week eerder al dat de ECB niet te lang zou wachten met het nemen van maatregelen. Helaas geldt dat dan weer niet in Nederland. Mede dankzij de verhoging van de BTW en de gestegen brandstofprijzen bedroeg de inflatie in Nederland 2,6%. De gemiddelde inflatie in Europa bedroeg 1,5%.

Dus… Zat jij te wachten tot jouw spaarrente weer gaat stijgen? Dan zul je nog wat langer geduld moeten hebben. Ik reken zelf in elk geval voor de rest van 2019 niet meer op verhoging van de spaarrente. Verlaging? Zou nog kunnen. Maar persoonlijk zou het mij verbazen als grote banken echt naar de 0,0% (of lager) zullen gaan. Ze zijn veel te bezorgd dat mensen dan wél gaan overstappen naar een andere bank. Voor mij persoonlijk maakt het niet heel veel uit. Ik heb niet veel geld op een spaarrekening staan, het meeste zit in beleggingen. Sparen, in de zin van minder geld uitgeven dan er binnenkomt, heeft uiteraard wel zin. Maar om er rendement uit te halen moet je wel iets anders doen dan het op een spaarrekening zetten.

Zelf heb ik erg gemengde gevoelens bij de stap die de ECB gezet heeft. Ik snap dat ze naar ‘het grotere plaatje’ moeten kijken en dat ze vooral een macro-economische verantwoordelijkheid hebben. Maar het neveneffect is wel weer dat spaarzaam leven niet beloond wordt, en dat de drempel om schulden te hebben en te houden nog steeds laag blijft (want lage rente op schulden). Dit moedigt veel mensen niet bepaald aan om te gaan sparen. En dat terwijl wij allemaal toch al moeite hebben om met geld om te gaan, waarbij Financieel Vrijer terecht opmerkte dat we ook de schuld graag buiten onszelf leggen, bij de maatschappij die gericht is op onmiddellijke bevrediging van iedere koopbehoefte. Ik vrees dat de ‘cheap-credit-bubble’, die we al een tijdje aan het oppompen zijn, nog wel iets groter gaat worden. Maar je weet wat het kenmerk is van bubbels: ooit knappen ze…

Welke invloed heeft de Europese Centrale Bank op jouw financiële gedrag?