Blog over (financieel) bewust leven

Tag: salaris (Page 2 of 3)

Meer potjes in mijn begroting 2020

Jaren geleden was ik een fervent tegenstander van het potjessysteem. Te ingewikkeld en niet nodig. Dacht ik. Bij het potjessysteem reserveer je periodiek, bijvoorbeeld elke maand, een bepaald bedrag voor grote uitgaven waarvan je weet dat ze komen, die te groot zijn om in één keer van je lopende rekening te betalen, en waarvoor je niet uit je buffer wilt putten. Echte boekhouders noemen dit ‘reserveren’ of ‘een voorziening treffen‘.

Uiteindelijk ging ik stapsgewijs toch overstag. Het begon bij de start van 2018, toen ik maandelijks een bedrag apart ging zetten om in één keer de premie van mijn zorgverzekering te betalen. Begin 2019 ging ik vervolgens ook maandelijks reserveren voor de vervanging van mijn gadgets.

En begin 2020 dompel ik me totaal onder in het potjessysteem. Dat is eigenlijk een samenloop van omstandigheden

Ten eerste is daar mijn onderzoek naar GnuCash. GnuCash werkt met het dubbel boekhoudsysteem. Bij het doorlezen van de documentatie heb ik ook weer gezien hoe je een voorziening verwerkt in je boekhouding. Ook in mijn werk kwam het thema weer langs. We zijn bezig met het voorbereiden van de jaarafsluiting, en de voorzieningen die we willen/moeten treffen zijn één van de gespreksthema’s.

Ten tweede was ik onlangs bezig met mijn globale begroting voor 2020. Dat gaat van grof naar fijn. Ik begin met wat er elke maand binnen komt. Dan verdeel ik eerst de grote posten. Mijn overboeking naar de beleggingsrekening, de extra aflossing, en het geld voor de gezamenlijke huishoudrekening met Vriendin.

Ik kijk dan ook altijd hoe het afgelopen jaar gelopen is, hoe zijn mijn werkelijke uitgaven ten opzichte van budget. Ik heb al een paar keer gemerkt dat ik soms gedurende een maand een beetje ‘krap’ kom te zitten als ik grotere uitgaven doe. Dit terwijl er in mijn budget echt wel ruimte is voor die uitgaven. Ook psychologisch vind ik het dan lastig om mijn buffer aan te spreken. Aan de ene kant is dat goed, consumeren mag best een drempel hebben. Maar het moet niet te gek worden.

De oplossing is simpel. Voorzieningen. Meer potjes in mijn begroting voor 2020. Ik geef me over, de aanhangers van de potjes hebben gewonnen. Vanaf 1 januari 2020 wordt mijn inkomen elke maand als volgt verdeeld (en het percentage van mijn inkomen dat er naar toe gaat):

Bijdrage gezamenlijke huishouding28 %
Bijdrage reguliere aflossing hypotheek 9 %
Bijdrage extra aflossing hypotheek 10 %
Overboeking naar de beleggingsrekening 21 %
Maandelijkse bijdrage aan potjes:
> Reservering Zorgverzekering 2 %
> Reservering Gadgetfonds 2 %
> Reservering Vakantiebudget 4 %
> Reservering Kledingbudget 6 %
> Reservering Sportabonnement6 %
Aanvulling contante buffer6 %
Zakgeld voor de maand 6 %

Voor deze verdeling gebruik ik mijn nieuwe inkomen vanaf 1 januari 2020. Daarin zit een CAO-verhoging van 2,0%, de oude wijn in nieuwe zakken het Individueel Keuze Budget, en de eventuele effecten van belastingmaatregelen en wijzigingen in de pensioenpremie per 1 januari aanstaande. Hoe het totaalplaatje er uit ziet? Dat weet ik op vrijdag 24 januari 2020, als mijn salaris voor de maand januari betaald wordt. En zoals gebruikelijk zal ik de afhandeling grotendeels automatiseren met automatische overboekingen. Want niks is beter dan saaiheid en voorspelbaarheid.

Ben jij al bezig met je begroting voor 2020?

Onze inkomens staan al 10 jaar stil!

Toch bijzonder. Ik zou minder gaan bloggen, en toch staan er deze week weer twee blogjes klaar. Het verschil is dat het nu niet meer ‘moet’, zullen we maar zeggen… En soms komen er nieuwsberichten langs die om een reactie vragen.

Zo meldden diverse media afgelopen week dat het inkomen van de meeste werkende mensen tussen 2007 en 2017 nagenoeg gelijk gebleven is. De aanleiding was een mooi persbericht van het CBS, waarin je ook nog kon lezen dat het mediane persoonlijke inkomen van werkenden het hoogst is in Rozendaal (Gelderland), gevolgd door Bloemendaal, en het laagst was in de waddengemeenten Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland.

Bij dit soort berichten vraag ik me altijd meteen af hoe het met mijn eigen situatie zit. En dan ben ik blij dat ik al meer dan 15 jaar alles nauwkeurig bijhoud. Want na slechts een half uurtje klooien met Excel heb ik weer een stukje inzicht om met jullie te delen.

De basis is een spreadsheet die ik ooit eens gemaakt heb met mijn verhouding bruto / netto salaris sinds 2008. Daar zit een gat in van 2014 tot 2016, en dat heeft uiteraard te maken met ons verblijf in het Verre Warme Land. Het groene vlak is mijn netto-salaris, het bedrag dat maandelijks op mijn bankrekening wordt gestort. Het oranje vlak is de loonheffing, en licht-oranje mijn pensioenpremie. Die drie componenten samen vormen mijn bruto salaris. Voordat jullie trouwens gaan speculeren, om verwarring te zaaien hebben de horizontale aslijnen niet € 1.000 als eenheid.

Maar we focussen even op mijn netto-salaris, het groene vlak. Wat ik ook heb gedaan is het salaris van 2008 op 100% gesteld, en jaarlijks gecorrigeerd voor de inflatie. Dat is de rode lijn.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Mijn groene vlak ligt begin 2019 behoorlijk hoger dan de rode lijn, ongeveer 14%. Maar… In die periode heb ik twee keer promotie gemaakt, er ‘een schaaltje bijgekregen’ zoals dat in overheidsland zo mooi heet. Als ik terugdenk aan mijn werk destijds, en ik denk aan mijn werk nu, dan is dat qua verantwoordelijkheid wel een wereld van verschil. Van inhoudelijke financial naar manager van een grote afdeling.

Ik heb dus ook nog even gekeken hoe het geweest zou zijn als ik zou zijn blijven ‘hangen’ op de salarisschaal die ik had op 1 januari 2008. En dat geeft een ander beeld. Dan zou ik nu, na inflatiecorrectie, netto 0,4% meer verdiend hebben dan in 2008, iets meer dan een tientje erbij. Dat lijkt dus inderdaad het beeld te bevestigen dat het CBS schetst. We gaan er als werkenden nauwelijks op vooruit.

En tsja, uit het onderzoek van het CBS blijkt ook dat je het rond je veertigste wel ‘gemaakt’ moet hebben als werkende, want daarna ben je over je top qua inkomen. Dat vind ik dan ook nog wel weer schokkend. Want de huidige veertigers moeten nog bijna 30 jaar werken. Tenzij ze werken aan hun financiële onafhankelijkheid, uiteraard.

Tegelijkertijd was er afgelopen dinsdag het bericht dat de inkomens van huishoudens de sterkste groei sinds 2001 laten zien. Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens is (volgens datzelfde CBS) vorig jaar gegroeid met 2,6 procent. Dat heb ik uiteraard ook nog even gecheckt, en dat haal ik niet. Mijn netto inkomen was in 2018 ‘slechts’ 2,2% hoger dan in 2017.

Hoe heeft jouw inkomen zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?

Erop achteruit gaan…

Afgelopen week is het weer gestort op mijn bankrekening. Mijn netto salaris voor januari 2019. En de verwachtingen waren uiteraard hooggespannen. Want de politiek had beloofd dat we nu echt iets zouden gaan merken van de economische groei. Iedereen zou er in koopkracht op vooruit gaan, riep de regering. En politici liegen nooit, toch? Zelf was ik al sceptisch. Want politici en de waarheid blijven toch lastige begrippen om met elkaar te combineren. Naast de BTW-verhoging en de verhoging van onze pensioenpremie regende het berichten over prijsstijgingen. Dus ik ging er al niet meer van uit dat ik er echt iets aan overhoud.

Het bedrag dat op mijn bankrekening werd gestort zei niet meteen alles, want daar zat ook een eenmalige toelage bij die afgesproken is in onze CAO. Maar op de salarisbrief zag ik het echte bedrag. Er komt netto € 0,88 (88 eurocent) minder per maand binnen ten opzichte van december 2018. Een daling van mijn nettosalaris dus.

Hoe is deze aanpassing tot stand gekomen? Mijn bruto-salaris is hetzelfde gebleven in januari. De pensioenpremie van het ABP is gestegen met € 70,55, dat is een stijging van 13,5% ten opzichte van december. En de loonheffing is gedaald met € 69,67, een daling van 2,5%. Tot zover de cadeautjes van deze regering. Het netto resultaat is dus een daling van mijn salaris met € 0,88 per maand.

Op de dag van mijn salarisbetaling kwam een aantal pensioenfondsen, waaronder het ABP, met het nieuws dat de kans op verlaging van de pensioenen in 2020 of 2021 is toegenomen. Geloof jij in toeval? Ik ook niet…

Een tijdje geleden heb ik al geschreven over de diverse koopkrachteffecten voor 2019 in mijn persoonlijke situatie. Toen sprak ik al de verwachting uit dat ik er niet zo heel veel op vooruit zou gaan. Die verwachting is dus uitgekomen, en ik ben blijkbaar niet de enige… Maar wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, dat dan weer wel. Ik heb mijn maandelijkse spaaroverboeking niet verlaagd en haal de broekriem aan in mijn dagelijkse uitgaven, er is immers bijna 3 cent per dag minder te besteden. En verder kijk ik uit naar het salaris in juli, want per 1 juli krijgen we er volgens de CAO weer 2% bij.

Ook in 2017 en in 2018 heb ik geschreven over hoe mijn januari-salaris uitviel. Hoe is het met jouw netto maandsalaris dit jaar?

Mijn koopkrachtsprookjes

Rond Prinsjesdag gaat het meestal over niets anders. Wat betekenen de plannen van het kabinet voor ‘de Nederlanders’, ‘de gezinnen’, ‘de tweeverdieners’, ‘de ouderen’. De koopkrachtplaatjes. Meestal neem ik ze met een enorme korrel zout. Want in de praktijk is vrijwel niemand ‘de gemiddelde Nederlander’. Mijn koopkrachtverandering in het nieuwe jaar kan ik eigenlijk altijd pas berekenen als mijn salaris in januari gestort is. Dan weet ik precies het effect van alle veranderingen in het belastingstelsel en het pensioenstelsel voor mijn situatie.

‘Koopkracht’ is een bijzonder begrip. De bedoeling is dat het aangeeft hoeveel een huishouden gemiddeld kan kopen. Collega-blogger De Budgetman heeft er een tijdje geleden een heel aardig blogje over geschreven. ‘Den Haag’ heeft het meestal over de statische koopkracht, de grote bewegingen als verwachte inflatie, loonontwikkeling (CAOs) en wijzigingen in het belastingstelsel, en die dan toegerekend naar specifieke groepen Nederlanders. Ik kijk liever naar de dynamische koopkracht, naar mijn eigen situatie.

Uiteindelijk zie ik het voor het grootste deel dus over ruim een maand, als mijn salaris voor januari 2019 gestort wordt. Maar voor mezelf heb ik de belangrijkste wijzigingen die mij gaan raken al wel even op een rijtje gezet.

Salaris

Eerder dit jaar is onze CAO aangepast, en dat werkt ook door in 2019. In januari krijgen we eenmalig € 450 bruto, en dan per 1 juli 2019 nog eens 2,0%. Verder verandert mijn salaris niet, tenzij ik van baan verander. Bij de Rijksoverheid werken we met salarisschalen gekoppeld aan je functie, en binnen de schaal heb je een aantal ‘tredes’. Ik zit al een paar jaar in de hoogste trede van mijn schaal. Dus alleen als ik naar een nieuwe functie zou gaan, met een hogere schaal, dan zou mijn salaris verder stijgen. Maar ik weet nog niet of dat in 2019 gaat gebeuren, ik heb in elk geval geen concrete plannen.

Belastingen

Op het terrein van belastingen verandert er veel. Onze energieleverancier heeft ons laten weten dat het maandbedrag per 1 januari aanstaande preventief met € 11 verhoogd wordt, door de energiebelastingen en de opslag duurzame energie. Dat is € 132 in 2019, en tikt dus best aan. Ook het lage BTW-tarief verandert, dat gaat van 6% naar 9%. Dat gaan we merken aan ons boodschappenbudget en nog een paar andere posten. Ik denk dat dit ons een paar honderd euro gaat kosten, ervan uitgaande dat alles doorberekend wordt.

De grote klapper hier is de aanpassing van de belastingschijven. Dat zou de redder van mijn koopkracht moeten worden.

Pensioenpremie

Maar wacht… Op 23 november meldde het ABP dat zij de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen verhoogt, van 22,9% dit jaar naar 24,9% in 2019. In mijn situatie scheelt dat ongeveer € 22,50 per maand. Wat het precies wordt, zal ik in januari zien op mijn salarisbrief.

Zorgpremie

Op 9 november meldde mijn zorgverzekeraar dat de premie met 7,4% omhoog gaat. Dat komt voor mij neer op € 65 per jaar. Ik betaal mijn premie altijd in één keer aan het einde van het voorgaande jaar. Dat levert een paar tientjes korting op en scheelt ook een paar euro in de vermogensrendementsheffing, die immers het vermogen op 1 januari als uitgangspunt neemt.

Rekensommetje

Wat het precies gaat worden, is voor mij nog even afwachten. Ik denk dat de premieverhoging van het ABP en de aanpassing van de belastingschijven elkaar ongeveer op gaan heffen. Misschien ga ik er netto in januari iets op vooruit, en dan natuurlijk nog die 2% in juli. Maar of dat voldoende gaat zijn voor de hogere zorgpremie, de gestegen energiekosten, en de BTW-verhoging? Ik denk het niet. Om over ‘de inflatie’ nog maar te zwijgen.

Hoe zal jouw koopkracht zich ontwikkelen in 2019?

Afromen

Mijn favoriete moment van de maand was er weer. En het was het eerste reguliere salaris na de salarisverhoging in onze nieuwe CAO. Netto krijg ik er ruim € 95 per maand bij. Ik heb mijn maandelijkse wegboekingen, die plaatsvinden zodra het salaris binnenkomt, dus met € 95 verhoogd. Eind januari van dit jaar had ik dat ook al gedaan, met de € 40 die ik er toen bijkreeg. Daarmee ben ik dus zomaar (9 x 40 en 3 x 135 = ) € 765 extra weg gaan zetten dit jaar. Mijn spaarbedrag stijgt in elk geval met meer dan de inflatie.

En passant kwam er deze week ook nog een betaling van Google binnen. Dus ook die heb ik meteen weggesluisd.

Als het geld niet op mijn lopende rekening staat, is de kans veel kleiner dat ik het uitgeef. Uiteindelijk zullen er best kostenstijgingen zijn die maken dat ik deze actie niet eeuwigdurend vol kan houden (ik ben erg benieuwd wat mijn zorgverzekeraar gaat doen…), maar iedere Euro die ik pak is meegenomen.

Hoe ga jij om met salarisstijgingen?

7% erbij in anderhalf jaar

Het bericht was er al iets langer. Maar nu is het echt officieel. ‘Wij’, de rijksambtenaren, hebben een nieuwe CAO. 7,0% krijgen we er in een paar stappen bij tot 1 januari 2020, te beginnen met 3,0% per 1 juli 2018 jongstleden. Dat is heel wat. Voordat je begint te roepen dat wij weer erg verwend worden, moet je overigens niet vergeten dat wij in ‘de crisis’ ook jarenlang zonder CAO hebben gezeten en effectief op een ‘nullijn’ zaten. Om het goede voorbeeld te geven.

Volgens het akkoord krijgen we per 1 januari 2019 eenmalig € 450 bruto, per 1 juli 2019 komt er structureel 2,0% bij en per 1 januari 2020 weer 2,0%. De CAO gaat in met terugwerkende kracht per 1 januari 2018 en loopt tot 1 juli 2020. Dus eigenlijk komt die 7% niet in 1 1/2 jaar, maar in 2 1/2 jaar…

Verder noemt de CAO een paar moderniseringen. Genoemd wordt roosterinnovatie met meer invloed van werknemers op hun roosters. Als manager is Geldnerd benieuwd wat dat gaat betekenen. Er werkt al bijna niemand meer voltijds en op een ‘standaardrooster’ van maandag tot en met vrijdag, 09.00 tot 17.00 uur. Ook gaat dat over individuele keuzemogelijkheden wanneer vakantiegeld en eindejaarsuitkering worden uitbetaald. Dat is interessant om eens naar te kijken. Mijn eerste gedachte is dat ik dit gewoon wil laten zoals het is (vakantiegeld in mei en eindejaarsuitkering in november). Als je dit elke maand laat uitbetalen verdwijnt het op de grote hoop. Al kan ik het dan natuurlijk wel meteen inzetten voor het spaarpercentage. Hebben jullie hier ervaring mee?

Klein addertje onder het ambtenarengras: zoals bekend krijgen wij ook nog te maken met een stijging van de pensioenpremies. Begin dit jaar steeg de premie van 21,1% naar 22,9%. En ook per 1 januari 2019 kunnen we nog een premiestijging verwachten. Ik heb nog nergens kunnen achterhalen wat die stijging zal zijn, maar het zal de salarisstijging wel relativeren.

In elk geval ben ik van plan om met de netto salarisstijgingen hetzelfde te doen als met de verhoging per 1 januari 2018. Ik ga het meteen toevoegen aan mijn maandelijkse spaarbedrag. Op die manier voorkom ik dat het geld verdwijnt in de maandelijkse uitgaven.

Hoe is het met jouw salaris?

« Older posts Newer posts »

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑