Beginstand van de potjes in 2022

Sinds begin 2020 werk ik in mijn administratiesysteem met een potjessysteem. Dat beviel goed en is dus in 2021 ook gebruikt. En ook in 2022 ga ik hier mee door. In de potjes reserveer ik maandelijks geld voor grotere onregelmatige uitgaven. Ik heb inmiddels tien potjes om geld opzij te leggen in mijn administratie.

Zorgverzekering

Dit was het allereerste potje dat ik ooit begonnen ben. Hierin stort ik elke maand € 100. Daarmee betaal ik aan het eind van het jaar de zorgpremie voor het komende jaar in één keer vooruit. Dat levert bij de meeste verzekeraars een korting op (bij mijn verzekeraar tegenwoordig helaas maar 1%). Dit potje begint dus elk jaar op nul. Ook dit jaar.

Eigen Risico / Eigen Bijdrage Zorg

Ik heb bij mijn zorgverzekering al jarenlang het maximale eigen risico van € 885 ingesteld. Dat levert namelijk een lagere premie op. En ik heb alleen een basisverzekering, geen aanvullende verzekeringen. Dus ik krijg niet alles vergoed. Om daar toch iets van een buffer voor te hebben stort ik sinds kort maandelijks € 75 in het potje voor de Eigen Bijdrages en het Eigen Risico. In 2021 heb ik meer aan zorg uitgegeven dan er in dit potje gestort is. Dus is de beginstand van dit potje in januari 2022 ook nul Euro.

Bril

Geldnerd heeft best ingewikkelde ogen. Al sinds hij 10 jaar oud was draagt hij een bril ‘voor veraf’ (-8). Met ook nog een cilinder. En sinds een jaar of zeven is daar ook een ‘leesgedeelte’ bij gekomen, dat schijnt bij de leeftijd te horen. Ik laat trouw elke drie jaar mijn ogen opmeten door een vakkundig opticien. In het verleden heb ik mij één keer laten verleiden tot een bril van een grote en goedkopere keten, en dat was geen succes. Die fout maak ik dus niet nog een keer. Afgelopen zomer was ik ruim € 1.800 kwijt voor mijn huidige bril. Ik ben daarna dus gestart met een nieuw potje, waar ik maandelijks € 50 in stort. Daarmee kan ik in de zomer van 2024 mijn volgende bril (grotendeels) betalen, verwacht ik. Op 1 januari 2022 zat er € 250 in dit potje.

Vakanties

Elke maand zet ik € 200 opzij voor onze vakanties. Daarmee betaal ik mijn bijdrage in de kosten. In onze Samenlevingsovereenkomst hebben Vriendin en ik destijds vastgelegd dat we de kosten van vakanties 50/50 verdelen. De afgelopen jaren zijn we, met ‘dank’ aan de coronapandemie, minder en minder ver op vakantie geweest dan we gewend waren. Dit potje was dus behoorlijk vol. In de zomer van 2021 heb ik dan ook een greep in dit potje gedaan om een deel van mijn bril te betalen. En ik heb dit potje een beetje ‘afgeroomd’ aan het eind van 2021 en het teveel overgeheveld naar het potje voor onderhoud aan het huis. Daarover hieronder meer. Per 1 januari 2022 zat er € 500 in het Vakanties potje.

Gezond Leven

Uit het Gezond Leven potje betaal ik mijn abonnement op de sportschool en dingen als sportkleding. In het verleden ging er maandelijks € 300 naar dit potje, mijn maandelijkse uitgaven waren toen ook fors hoger omdat ik werkte met een personal trainer. Sinds afgelopen zomer heb ik de maandelijkse bijdrage verlaagd naar € 100. Ik heb ook dit potje een beetje ‘afgeroomd’ aan het eind van 2021 en het teveel overgeheveld naar het potje voor onderhoud aan het huis. Per 1 januari 2022 zat er € 50 in het Gezond Leven potje.

Kleding

Geldnerd gaf ongelofelijk bedragen uit aan kleding. Jarenlang hanteerde ik hiervoor een jaarlijks budget van € 4.000. Met gemiddeld 2 dure kostuums per jaar, een aantal nieuwe overhemden en nette schoenen voor het werk ging dat geld meestal ook wel op. Het scheelde iets dat ik mijn kledingkast geoptimaliseerd heb. Maar nog steeds stort ik elke maand € 300 in het Kleding potje.

Maar door de coronapandemie zijn mijn uitgaven aan kleding fors naar beneden gegaan. Kostuums draag ik nog maar enkele malen per jaar, ik denk dat ik in 2021 in totaal maximaal 5 keer mijn nette pak uit de kast gehaald heb. In februari 2020 kocht ik 2 nieuwe kostuums nadat ik fors was afgevallen, die zijn nog nauwelijks gedragen. De kledingkast werd ook verwaarloosd, maar daar heb ik in oktober 2021 de draad weer opgepakt. Ik heb ook dit potje een beetje ‘afgeroomd’ aan het eind van 2021 en het teveel overgeheveld naar het potje voor onderhoud aan het huis. Per 1 januari 2022 heb ik nog € 1.400 in mijn Kleding potje zitten.

Gadgets / Tech

Geldnerd is een gadget-freak, daar heb ik regelmatig over geschreven. Eerder in 2021 was ik zelfs bang dat ik te weinig reserveerde voor de vervanging van mijn gadgets. Sindsdien stort ik maandelijks € 200 in mijn Gadgets / Tech potje. Maar ik heb in 2021 geen enkele grote uitgave gedaan uit dit potje. Daar zit een zorg, ik ga er dieper in duiken en zal daar binnenkort over schrijven. Per 1 januari 2022 zat er € 3.100 in dit potje. Dat lijkt veel geld (en dat is het natuurlijk ook), maar we gaan daar weer eens uitgebreider naar kijken.

Onderhoud Huis

Een eigen woning heeft onderhoud nodig. De Consumentenbond rekent hiervoor 1 à 2% van de waarde van de woning per jaar. Bij Geldnerd en Vriendin loopt een deel van het onderhoud via de VVE (en onze maandelijkse bijdrage daarin), maar een deel moeten wij ook zelf doen. Daarvoor reserveer ik € 100 per maand.

Afgelopen jaar hadden wij een grote onderhoudsslag gepland, de vervanging van een aantal kozijnen en ramen en groot schilderwerk. Helaas liep onze aannemer door de slechte zomer en de grote drukte vertraging op. Ons onderhoud is dus doorgeschoven naar het voorjaar van 2022. Het voordeel daarvan is wel dat ik langer kan sparen voor mijn bijdrage aan het onderhoud.

In onze Samenlevingsovereenkomst hebben Vriendin en ik destijds vastgelegd dat we de kosten van het huis 50/50 verdelen. Ik reken op € 10.000 als mijn bijdrage aan dit groot onderhoud. Dat heb ik nog bij lange na niet in dit potje zitten. Het potje is namelijk pas in het najaar van 2020 begonnen. Om toch een eind te komen heb ik daarom geschoven tussen mijn potjes. Ik heb eerder in 2021 besloten om mijn Inkomensbuffer (zie hieronder) te verlagen. En zoals ik hierboven schreef zaten diverse potjes wel erg vol omdat ik door de coronapandemie veel minder uitgaf. Al dat geld heb ik per 1 januari 2022 overgeheveld naar mijn potje voor Onderhoud Huis. Daardoor zat er op 1 januari 2022 maar liefst € 7.500 in deze pot. Nog niet genoeg, maar ik kom er een heel eind mee!

The Economist

Geldnerd is al tientallen jaren abonnee van The Economist. Inmiddels volledig digitaal. Ik geniet elke week weer van de journalistieke kwaliteit en het prachtige taalgebruik. Zij blijven erin slagen om los te staan van de waan van de dag (of zelfs de minuut) die ik bij veel andere media zie. Driejaarlijks vernieuw ik mijn abonnement. Dat kostte de laatste keer ruim € 700, een behoorlijke uitgaven om in één keer te moeten doen. Daarom ben ik ook gaan sparen voor mijn volgende verlenging. Maandelijks stop ik € 20 in dit potje, zo spaar ik in drie jaar € 720 bij elkaar. Per 1 januari 2022 zat er € 300 in het Economist potje.

Inkomensbuffer

Mijn laatste potje is de Inkomensbuffer. Het geld dat ik achter de hand houd voor andere onvoorziene gebeurtenissen waar ik niet al een ander potje voor heb. Ik druk dat uit in maanden, voor elke maand houd ik € 2.500 achter de hand. Daarmee kan ik (indien nodig) een maand lang al mijn gebruikelijke uitgaven doen. Ik heb nog wel eens gewisseld in het aantal maanden. Sinds afgelopen jaar houd ik een Inkomensbuffer aan van 2 maanden, oftewel € 5.000. Dit wordt niet bijgevuld, dat geld staat er gewoon voor als ik het nodig heb.

Potje afgeschaft!

In het verleden had ik ook een potje (nou ja ‘POT’ is een beter woord) voor mijn gebit. Maar omdat die operatie volledig is afgerond en betaald heb ik dat potje nu opgeheven. En ik hoop het nooit meer terug te zien!

Hoe is het met jouw potjes?

Nieuwe ambtenaren-CAO 2021

Zoals wel vaker in de Haagse achterkamertjes kwam het uiteindelijk als een verrassing. Er is blijkbaar afgelopen vrijdag een nieuwe kortlopende CAO voor rijksambtenaren afgesproken. De leden van de vakbonden mogen er nog even over stemmen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vond ik op de website van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen) een nieuwsbericht met een link naar het onderhandelingsakkoord.

De CAO heeft ‘maar’ een looptijd tot eind maart 2022. Langer wilden de bonden zich niet vastleggen, ze vinden dat een nieuw kabinet eerst maar eens financiële ruimte moet creëren voor een fatsoenlijke CAO-verhoging. Met terugwerkende kracht per 1 juli 2021 krijgen we een loonsverhoging van 2,0%. De bedoeling is dat die vanaf december uitbetaald wordt.

Ook krijgen alle rijksambtenaren een eenmalige uitkering van € 300 bruto in december 2021. Met mijn bijzonder tarief loonheffing van 55,5% houd ik daar € 133,50 van over. verder krijgen we over 2021 een thuiswerkvergoeding van € 430 euro en vanaf 1 januari 2022 € 2 per thuiswerkdag netto. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan registreren en of ik als manager iedere maand geacht word de declaraties te controleren en goed te keuren… Dat lees ik nog niet in het akkoord. De thuiswerkvergoeding over 2021 moeten we ook apart aanvragen.

De nieuwsberichten hebben het verder over een vergoeding voor inrichting van de thuiswerkplek van € 750 per 5 jaar. In het akkoord lees ik dat die bedoeld is voor ‘stoffering en meubilering’ van de thuiswerkplek. Niet voor apparatuur. Die kunnen we, net als nu, tot een bepaald maximum declareren. Er worden wel allerlei aparte regelingen van verschillende ministeries afgeschaft. De rijksoverheid is nog zoekend in het hybride werken, maar er wordt in elk geval geprobeerd om het rijksbreed eenduidig te maken. Dat vind ik al winst.

Recht op onbereikbaarheid

Bijzonder vind ik dat er voor heet eerst een soort van afspraken gemaakt zijn over het recht op onbereikbaarheid. In Frankrijk is dat er al, met het oog op een gezonde werk-privé balans. Uitgangspunt is dat de werknemer recht op onbereikbaarheid krijgt buiten het individueel overeengekomen werkrooster en de daarbij horende bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten. Dat is iets wat ik van harte toe juich. En ergens ook wel erg dat het nodig is.

Verruiming maximaal te sparen verlof

Ook handig met het oog op eerder stoppen met werken. De fiscale mogelijkheden om verlof te sparen zijn verruimd van 50 weken verlof naar maximaal 100 weken verlof. In de CAO-afspraken was tot nu toe geregeld dat werknemers maximaal 1.800 uur kunnen sparen in hun IKB-spaarverlof. Vanwege de verruimde fiscale mogelijkheden wordt dit per 1 januari 2022 gewijzigd in maximaal 3.600 uur. Dat zijn 100 voltijds ambtelijke werkweken, oftewel bijna twee jaar.

Wat vindt Geldnerd?

Ik ben blij dat er in elk geval iets van een loonsverhoging komt. Allerlei mensen zullen nu wel weer vinden dat wij het al goed genoeg hebben en toch niks bijdragen aan deze wereld, maar ook ambtenaren zijn mensen met gezinnen en huur en hypotheken en boodschappen die betaald moeten worden. Al besef ik ook terdege dat er heel veel mensen zijn die het moeilijker hebben dan wij.

Maar al die verschillende potjes maken het in mijn ogen wel nodeloos ingewikkeld. Ik hoop dat we in toekomstige CAO-afspraken iets meer samenhang kunnen brengen in de potjes voor opleidingen en verlof en thuiswerkplekken en reiskosten. Dat zou ook echt iets meer te kiezen geven bij de inrichting van je eigen werk.

Hoe is het met jouw CAO?

Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

De 10 geboden van Geldnerd

Nee, niet deze. Maar die van mijzelf. De 10 regels die ik hanteer voor mijn persoonlijke financiën. Ze zijn niet dogmatisch in steen gebeiteld, maar ontwikkelen zich. Over de afgelopen jaren heb ik ze stapsgewijs opgeschreven. Ze hangen niet ingelijst boven mijn bureau. Want af en toe vul ik iets aan. Wijzig ik iets. Wis ik iets. Dus het is een tussenstand. Maar wel een tussenstand die zorgt dat ik rust heb in mijn financiële situatie.

  1. Het eerste dat ik doe als het salaris binnenkomt, is meteen mijzelf uitbetalen en alle verplichte betalingen doen. Er gaat geld naar de gezamenlijke huishoudrekening, geld naar de aflossing van de hypotheek, en geld naar mijn beleggingsrekening. De verschillende reserveringen die ik elke maand maak worden overgeboekt naar de bufferrekening.
  2. Wat er achterblijft op mijn lopende rekening is mijn zakgeld voor de periode tot aan mijn volgende salaris. Overschotten gaan naar de kleine buffer.
  3. Ik heb een grote buffer in contant geld die genoeg is om zes vier twee maanden van te leven. Op de bufferrekening staan daarnaast ook de specifieke doelreserveringen uit mijn potjessysteem.
  4. Geld dat naar mijn beleggingsrekening gaat is éénrichtingsverkeer. Ik onttrek voorlopig geen geld aan die rekening, maar stort alleen maar bij. Ook alle dividendinkomsten worden meteen herbelegd.
  5. De inleg op mijn beleggingsrekening en de ontvangen dividenden steek ik in mijn standaardportefeuille volgens de gewenste verdeling die ik daarvoor vastgesteld heb. Elke maand weer. De Advisor in de beleggingsspreadsheet vertelt me wat ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Dat doe ik meteen op de dag dat de maandelijkse storting binnenkomt. Ongeacht de marktomstandigheden.
  6. Alle salarisverhogingen en meevallers worden gespaard. Jaarlijks worden de bedragen die naar de beleggingsrekening en de buffer gaan hierop ‘herijkt’. Geld wordt aan het werk gezet, niet geconsumeerd.
  7. Op de hypotheek wordt maandelijks € 1.000 extra afgelost. De maandelijkse besparing op rente en aflossing door de reguliere en extra aflossing wordt toegevoegd aan de sneeuwbal. In totaal is de extra maandelijkse aflossing dus € 1.000 plus de sneeuwbal. De hypotheekspreadsheet vertelt mij maandelijks hoe hoog de extra aflossing moet zijn. Dit bedrag wordt zo berekend dat de resterende hypotheek maandelijks op een rond bedrag uitkomt.
  8. De beleggingsadministratie wordt wekelijks in het weekend bijgewerkt. De financiële administraties ook. De creditcardtransacties worden in elk geval bijgewerkt vóór de verrekening op de 26e van de maand. De hypotheekspreadsheet wordt maandelijks bijgewerkt na de aflossingen, dan wordt ook de nieuwe extra aflossing ingepland. Net voor het einde van elk kwartaal neem ik de meterstanden op en verwerk die in de gezamenlijke administratie. Het Dashboard wordt direct na afronding van elk kwartaal bijgewerkt.
  9. Van eenmalige afboekingen (bijvoorbeeld eigen risico van de zorgverzekering) wordt een reminder in de agenda gezet. Dit om te bewaken dat er voldoende saldo aanwezig is op het moment van de incasso.
  10. Voor iedere persoonlijke uitgave groter dan € 100 geldt een afkoelperiode van minimaal 72 uur tussen het moment van hebberigheid en het eventuele moment van feitelijke aankoop.

Wat zijn jouw ‘financiële geboden’?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?

Waar komen mijn Arbeidsvoorwaarden vandaan?

Er wordt weer gesproken over een CAO voor de Rijksambtenaren. Dat is niet zo vreemd, want de oude CAO is eind 2020 afgelopen. En op een of andere manier ben ik er dit keer meer op gefocust dan normaal. Zeker sinds ik mij gerealiseerd heb dat mijn pensioenpremie in de afgelopen 5 jaar met meer dan 50% gestegen is. Zomaar. Zonder dat ik er echt iets over gelezen heb of het gevoel heb dat ik er enige invloed op uit kan oefenen.

Dat intrigeert mij. Want hoe komen dat soort dingen tot stand? Wie praat daarover met wie, en hoe worden de besluiten genomen? Over mijn pensioen. En dus ook over mijn arbeidsvoorwaarden. Wat zit er achter zo’n berichtje dat ‘werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over een nieuwe CAO’? Daar ben ik dus eens ingedoken. En ik heb een hele nieuwe wereld ontdekt.

Werkgevers en Werknemers

Mijn werkgever is ‘de Rijksoverheid’, in concreto één van de ministeries. Als ik een beetje rondkijk op internet dan staat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) overal als verantwoordelijk ministerie. En als ik ga graven dan blijkt (voor de Rijksoverheid) inderdaad de minister van BZK de rol van Werkgever te spelen. Deels dan, want Defensie, de politie, en de rechterlijke macht hebben een aparte CAO.

De andere werkgevers in de publieke sector werken samen in de stichting Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Lid van ZPW zijn de sectorwerkgevers van gemeenten, provincies, waterschappen, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoge beroepsonderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen, en universitair medische centra. Vroeger zaten die samen met de rijksoverheid in een stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), maar de VSO is volgens de website per 1 januari 2020 opgeheven. Ik heb daar niks over op het journaal gezien, maar vind het wel een interessant gegeven dat de rijksoverheid blijkbaar sinds 1 januari 2020 minder samenwerkt met de andere publieke sectoren.

Werknemer, dat ben ik. Met nog een heleboel andere ambtenaren. Maar als het over ‘de werknemers’ gaat, dan worden meestal de vakbonden bedoeld. Die vertegenwoordigen mij, dat is ooit zo bepaald. Vroeger zal dat ook best zo geweest zijn. Maar het aantal leden van de vakbonden daalt al jaren. Het zijn er nog ongeveer 1,6 miljoen, op een werkzame beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen mensen, al was er in 2020 blijkbaar een lichte stijging.

Bron: CBS

Eén op de zes is dus nog maar lid van een vakbond. Ik heb het zelf eerlijk gezegd ook nog nooit overwogen. Als ik die ‘gestaalde kaders op de barricaden’ hoor praten voel ik me niet echt vertegenwoordigd. Maar toch zit daar de groep mensen die namens mij praat over mijn arbeidsvoorwaarden. Dat geeft te denken, maar ik weet zo snel ook niet hoe we dat anders kunnen organiseren.

Organisaties

Er is in Den Haag een mistig web van organisaties die zich bezighouden met de arbeidsvoorwaarden voor de publieke sector (inclusief de rijksoverheid). Na een middag lezen (lang leve het driedaagse weekend!) zie ik dat de Stichting Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) een centrale rol speelt. Dat was vanaf 1989 een zelfstandige organisatie binnen het ministerie van BZK, en is sinds 1 januari 1995 een ‘onafhankelijk dienstverlener’, los van het ministerie.

Er zijn allerlei ‘partners’ die samenwerken in de CAOP, zoals de eerdergenoemde SCO (de werknemers) en de kabinetswerkgevers en de ZPW . De CAOP krijgt voor een aantal taken subsidie van BZK. Dat is onder andere (artikel 2 lid 1 punt a sub 2°) voor kosten die direct samenhangen met de secretariële, inhoudelijke en administratieve ondersteuning van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en de daaronder ressorterende commissies. De website van die ROP is nogal karig en verouderd, blijkbaar is de subsidie van BZK onvoldoende om ons goed te informeren. Ik lees wel dat de ROP het centrale overlegplatform is van de gezamenlijke sector-werkgevers en werknemers bij de overheid.

Dat is dus de polder, de plek waar het gebeurt.

Ik kan in elk geval één reden bedenken waarom het handig is om een stichting te gebruiken. Alles wat ik als ambtenaar doe kan openbaar gemaakt worden. Niet zelden vragen mensen daarom met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Maar alles wat er in zo’n ‘externe’ stichting gebeurt valt natuurlijk niet onder de WOB.

Maar goed. Die Stichting CAOP krijgt dus subsidie van partner BZK, en voert daarmee onder andere het secretariaat van de Raad voor Overheidspersoneel. Onder die ROP hangen een aantal overleggen. Daarvan zijn er in elk geval twee interessant voor mij als werknemer. Het Sectoroverleg Rijk, waar de werkgever BZK namens de ministeries en de werknemers vertegenwoordigd door de samenwerkende vakbonden praten over ‘mijn CAO’. En de Pensioenkamer, waar van alles gebeurt rond mijn pensioen. Maar daar ga ik nog wel een keer apart naar kijken.

Ik heb me ook nog even verdiept in hoe BZK dat doet, werkgever spelen. Want dat doet de minister echt niet allemaal zelf, die heeft daar personeel voor. Gewone mensen zoals Geldnerd. Er is bij dat ministerie een apart Directoraat-Generaal Overheidsorganisatie. Volgens artikel 4.4 van het Mandaatbesluit BZK omvat het mandaat (de bevoegdheid) van de directeur-generaal Overheidsorganisatie tevens de leiding van het overleg tussen werkgevers en werknemers in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, en de leiding van het Sectoroverleg Rijk (paragraaf 26.1 van de CAO Rijk 2020). Die DGOO is dus een invloedrijke persoon op arbeidsvoorwaardengebied.

Maar ook die DGOO doet dat niet zelf. Die heeft ook weer personeel. Werkbijen die het echte werk doen. Binnen dat DGOO is een Directie Ambtenaar & Organisatie (DA&O). In de taakbeschrijving van die directie lees ik iets over werkgeverschap. Die schrijven dus vast en zeker de stukjes voor DGOO en de minister aan de onderhandelingstafel. En wie schrijft, die blijft.

ik heb geprobeerd er een leesbaar plaatje van te maken, want het is nogal veel…

Je komt overigens leuke dingen tegen als je gaat graven. Zo blijken er in onze CAO ook afspraken te zijn gemaakt over een Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds van het Rijk (A+O fonds Rijk). Dat A+O fonds Rijk is een onafhankelijke stichting van het Rijk als werkgever en de vakorganisaties die de werknemers vertegenwoordigen, en wil bijdragen aan betekenisvol werk, ontwikkeling en werkplezier van rijksmedewerkers, nu en in de toekomst. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar er zal ook vast druk vergaderd worden om mij werkplezier te geven.

Wat is de inzet van de gesprekken?

Inmiddels wordt er weer druk gepraat over een nieuwe CAO voor 2021. Of eigenlijk werd er gepraat. Want afgelopen week hebben de vakbonden de onderhandelingen stopgezet nadat de werkgever een salarisverhoging bood van 1,0%. Maar er zijn wel standpunten uitgewisseld. De werkgever heeft hierover een brief gestuurd aan de bonden, die brief vind je op de website van de FNV. En uiteraard willen de bonden ook wat bereiken, hier de inzet van de FNV en hier de inzet van het CNV (inmiddels weggestopt achter een inlogscherm). Als ik die brieven zo lees dan zal het nog wel even duren voor er een akkoord is. Want de standpunten lopen nog wel een beetje uiteen.

Wat vindt Geldnerd ervan?

Eigenlijk is het best wel een heel circus dat er is opgetuigd rond die arbeidsvoorwaarden. Het is natuurlijk ook best ingewikkeld. Ik vind het wel opvallend dat er zo weinig transparantie is, ik heb echt wel een dagje zitten graven om alle informatie boven tafel te krijgen.

Ook merk ik dat ik best wel worstel met de rol van de vakbonden. Ja, er moet iemand zijn die de werknemers vertegenwoordigt. Maar ik voel mij niet vertegenwoordigd. En ik ben niet de enige, als ik kijk naar het aantal leden van de vakbonden versus de werkzame beroepsbevolking. Er gaat dus iets mis aan de werknemerskant van de polder. Iets waar ik ook niet meteen een oplossing voor weet.

Verder zit ik er zelf redelijk simpel in, in die arbeidsvoorwaarden. Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in het netto salaris dat ik ontvang (inclusief de extraatjes). Werktijd en verlof is ook belangrijk, ik vind het fijn dat ik zelf een werkrooster kan kiezen en de optie heb van een vierdaagse werkweek. En dat pensioen, dat is ook wel een dingetje. Maar zo’n A+O fonds Rijk? Dat vind ik toch vooral symbolisch. Ik ben zeker niet de enige ambtenaar die er nog nooit van gehoord had, bleek uit een kleine rondvraag onder directe collega’s.

Ik ga het in elk geval wel weer proberen te volgen, de rituele dans om een nieuwe CAO bij de Rijksoverheid.

Ben jij lid (geweest) van een vakbond? En wat vind jij van jouw arbeidsvoorwaarden?