Blog over (financieel) bewust leven

Label: salaris (Page 1 of 4)

Waar komen mijn Arbeidsvoorwaarden vandaan?

Er wordt weer gesproken over een CAO voor de Rijksambtenaren. Dat is niet zo vreemd, want de oude CAO is eind 2020 afgelopen. En op een of andere manier ben ik er dit keer meer op gefocust dan normaal. Zeker sinds ik mij gerealiseerd heb dat mijn pensioenpremie in de afgelopen 5 jaar met meer dan 50% gestegen is. Zomaar. Zonder dat ik er echt iets over gelezen heb of het gevoel heb dat ik er enige invloed op uit kan oefenen.

Dat intrigeert mij. Want hoe komen dat soort dingen tot stand? Wie praat daarover met wie, en hoe worden de besluiten genomen? Over mijn pensioen. En dus ook over mijn arbeidsvoorwaarden. Wat zit er achter zo’n berichtje dat ‘werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over een nieuwe CAO’? Daar ben ik dus eens ingedoken. En ik heb een hele nieuwe wereld ontdekt.

Werkgevers en Werknemers

Mijn werkgever is ‘de Rijksoverheid’, in concreto één van de ministeries. Als ik een beetje rondkijk op internet dan staat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) overal als verantwoordelijk ministerie. En als ik ga graven dan blijkt (voor de Rijksoverheid) inderdaad de minister van BZK de rol van Werkgever te spelen. Deels dan, want Defensie, de politie, en de rechterlijke macht hebben een aparte CAO.

De andere werkgevers in de publieke sector werken samen in de stichting Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Lid van ZPW zijn de sectorwerkgevers van gemeenten, provincies, waterschappen, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoge beroepsonderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen, en universitair medische centra. Vroeger zaten die samen met de rijksoverheid in een stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), maar de VSO is volgens de website per 1 januari 2020 opgeheven. Ik heb daar niks over op het journaal gezien, maar vind het wel een interessant gegeven dat de rijksoverheid blijkbaar sinds 1 januari 2020 minder samenwerkt met de andere publieke sectoren.

Werknemer, dat ben ik. Met nog een heleboel andere ambtenaren. Maar als het over ‘de werknemers’ gaat, dan worden meestal de vakbonden bedoeld. Die vertegenwoordigen mij, dat is ooit zo bepaald. Vroeger zal dat ook best zo geweest zijn. Maar het aantal leden van de vakbonden daalt al jaren. Het zijn er nog ongeveer 1,6 miljoen, op een werkzame beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen mensen, al was er in 2020 blijkbaar een lichte stijging.

Bron: CBS

Eén op de zes is dus nog maar lid van een vakbond. Ik heb het zelf eerlijk gezegd ook nog nooit overwogen. Als ik die ‘gestaalde kaders op de barricaden’ hoor praten voel ik me niet echt vertegenwoordigd. Maar toch zit daar de groep mensen die namens mij praat over mijn arbeidsvoorwaarden. Dat geeft te denken, maar ik weet zo snel ook niet hoe we dat anders kunnen organiseren.

Organisaties

Er is in Den Haag een mistig web van organisaties die zich bezighouden met de arbeidsvoorwaarden voor de publieke sector (inclusief de rijksoverheid). Na een middag lezen (lang leve het driedaagse weekend!) zie ik dat de Stichting Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) een centrale rol speelt. Dat was vanaf 1989 een zelfstandige organisatie binnen het ministerie van BZK, en is sinds 1 januari 1995 een ‘onafhankelijk dienstverlener’, los van het ministerie.

Er zijn allerlei ‘partners’ die samenwerken in de CAOP, zoals de eerdergenoemde SCO (de werknemers) en de kabinetswerkgevers en de ZPW . De CAOP krijgt voor een aantal taken subsidie van BZK. Dat is onder andere (artikel 2 lid 1 punt a sub 2°) voor kosten die direct samenhangen met de secretariële, inhoudelijke en administratieve ondersteuning van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en de daaronder ressorterende commissies. De website van die ROP is nogal karig en verouderd, blijkbaar is de subsidie van BZK onvoldoende om ons goed te informeren. Ik lees wel dat de ROP het centrale overlegplatform is van de gezamenlijke sector-werkgevers en werknemers bij de overheid.

Dat is dus de polder, de plek waar het gebeurt.

Ik kan in elk geval één reden bedenken waarom het handig is om een stichting te gebruiken. Alles wat ik als ambtenaar doe kan openbaar gemaakt worden. Niet zelden vragen mensen daarom met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Maar alles wat er in zo’n ‘externe’ stichting gebeurt valt natuurlijk niet onder de WOB.

Maar goed. Die Stichting CAOP krijgt dus subsidie van partner BZK, en voert daarmee onder andere het secretariaat van de Raad voor Overheidspersoneel. Onder die ROP hangen een aantal overleggen. Daarvan zijn er in elk geval twee interessant voor mij als werknemer. Het Sectoroverleg Rijk, waar de werkgever BZK namens de ministeries en de werknemers vertegenwoordigd door de samenwerkende vakbonden praten over ‘mijn CAO’. En de Pensioenkamer, waar van alles gebeurt rond mijn pensioen. Maar daar ga ik nog wel een keer apart naar kijken.

Ik heb me ook nog even verdiept in hoe BZK dat doet, werkgever spelen. Want dat doet de minister echt niet allemaal zelf, die heeft daar personeel voor. Gewone mensen zoals Geldnerd. Er is bij dat ministerie een apart Directoraat-Generaal Overheidsorganisatie. Volgens artikel 4.4 van het Mandaatbesluit BZK omvat het mandaat (de bevoegdheid) van de directeur-generaal Overheidsorganisatie tevens de leiding van het overleg tussen werkgevers en werknemers in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, en de leiding van het Sectoroverleg Rijk (paragraaf 26.1 van de CAO Rijk 2020). Die DGOO is dus een invloedrijke persoon op arbeidsvoorwaardengebied.

Maar ook die DGOO doet dat niet zelf. Die heeft ook weer personeel. Werkbijen die het echte werk doen. Binnen dat DGOO is een Directie Ambtenaar & Organisatie (DA&O). In de taakbeschrijving van die directie lees ik iets over werkgeverschap. Die schrijven dus vast en zeker de stukjes voor DGOO en de minister aan de onderhandelingstafel. En wie schrijft, die blijft.

ik heb geprobeerd er een leesbaar plaatje van te maken, want het is nogal veel…

Je komt overigens leuke dingen tegen als je gaat graven. Zo blijken er in onze CAO ook afspraken te zijn gemaakt over een Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds van het Rijk (A+O fonds Rijk). Dat A+O fonds Rijk is een onafhankelijke stichting van het Rijk als werkgever en de vakorganisaties die de werknemers vertegenwoordigen, en wil bijdragen aan betekenisvol werk, ontwikkeling en werkplezier van rijksmedewerkers, nu en in de toekomst. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar er zal ook vast druk vergaderd worden om mij werkplezier te geven.

Wat is de inzet van de gesprekken?

Inmiddels wordt er weer druk gepraat over een nieuwe CAO voor 2021. Of eigenlijk werd er gepraat. Want afgelopen week hebben de vakbonden de onderhandelingen stopgezet nadat de werkgever een salarisverhoging bood van 1,0%. Maar er zijn wel standpunten uitgewisseld. De werkgever heeft hierover een brief gestuurd aan de bonden, die brief vind je op de website van de FNV. En uiteraard willen de bonden ook wat bereiken, hier de inzet van de FNV en hier de inzet van het CNV. Als ik die brieven zo lees dan zal het nog wel even duren voor er een akkoord is. Want de standpunten lopen nog wel een beetje uiteen.

Wat vindt Geldnerd ervan?

Eigenlijk is het best wel een heel circus dat er is opgetuigd rond die arbeidsvoorwaarden. Het is natuurlijk ook best ingewikkeld. Ik vind het wel opvallend dat er zo weinig transparantie is, ik heb echt wel een dagje zitten graven om alle informatie boven tafel te krijgen.

Ook merk ik dat ik best wel worstel met de rol van de vakbonden. Ja, er moet iemand zijn die de werknemers vertegenwoordigt. Maar ik voel mij niet vertegenwoordigd. En ik ben niet de enige, als ik kijk naar het aantal leden van de vakbonden versus de werkzame beroepsbevolking. Er gaat dus iets mis aan de werknemerskant van de polder. Iets waar ik ook niet meteen een oplossing voor weet.

Verder zit ik er zelf redelijk simpel in, in die arbeidsvoorwaarden. Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in het netto salaris dat ik ontvang (inclusief de extraatjes). Werktijd en verlof is ook belangrijk, ik vind het fijn dat ik zelf een werkrooster kan kiezen en de optie heb van een vierdaagse werkweek. En dat pensioen, dat is ook wel een dingetje. Maar zo’n A+O fonds Rijk? Dat vind ik toch vooral symbolisch. Ik ben zeker niet de enige ambtenaar die er nog nooit van gehoord had, bleek uit een kleine rondvraag onder directe collega’s.

Ik ga het in elk geval wel weer proberen te volgen, de rituele dans om een nieuwe CAO bij de Rijksoverheid.

Ben jij lid (geweest) van een vakbond? En wat vind jij van jouw arbeidsvoorwaarden?

De verrassing van het januari-salaris?

Misschien kunnen we beter spreken over teleurstelling dan over verrassing? Begin januari verwachtte ik het al. Bij de gebruikelijke voorspellingen over de ontwikkeling van de koopkracht werd aangegeven dat de salarissen van de loonslaven er enkele tientjes op vooruit zouden gaan in 2021. Bij het ‘rekenen achter de komma’ voor 2021 had het kabinet namelijk besloten om het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting te verlagen van 37,35% naar 37,10%, en om de heffingskortingen te verhogen.

Voor een aantal sectoren zat er bovendien nog een salarisstijging in het vat, meestal uit CAO-onderhandelingen van begin vorig jaar. Sinds het begin van de corona-crisis is te zien dat er kleinere loonsverhogingen uit de CAO-onderhandelingen komen. Tegelijkertijd verwacht het Centraal Planbureau (CPB) voor 2021 een inflatie van 1,4%.

Voor de rijksambtenaren geen loonsverhoging per 1 januari. Medio vorig jaar is een kortlopende CAO afgesloten met een loonsverhoging van 0,7% en een eenmalige thuiswerkvergoeding. Die CAO liep tot 1 januari 2021, en op de website van de FNV las ik dat er vanaf medio januari over een nieuwe CAO gepraat wordt. We wachten af. Ik ben vooral benieuwd naar de gesprekken die binnen het rijk lopen over ‘hybride werken’, wat er op neer komt dat we geacht worden ook na de coronacrisis vaker thuis te werken. Persoonlijk vind ik dat prima, ik kan goed leven met één of twee dagen per week ‘kantoor’. Maar hier leven zeer diverse gevoelens over. In mijn eigen team zitten ook mensen die ernaar snakken om weer dagelijks naar kantoor te gaan. Blijkbaar zit er één of ander verslavend stofje in de koffie bruinzwarte vloeistof die daar uit de koffie-automaten komt?

Wat wel veranderde per 1 januari: de pensioenpremie van het ABP steeg weer eens, van 24,9% naar 25,9%. En dan mogen we nog van geluk spreken dat het ABP (op het nippertje) de pensioenen niet hoefde te verlagen. De ambtenaren gaan er dus relatief minder op vooruit door de stijgende pensioenpremie.

Met al die over elkaar heen buitelende wijzigingen doe ik maar geen poging om te voorspellen wat mijn uiteindelijke netto salaris wordt in 2021. Hetzelfde bruto-salaris, lagere heffingskorting, een lagere loonheffing, en een hogere pensioenpremie. Ik wacht in januari altijd gewoon gespannen af wat er uiteindelijk op mijn bankrekening gestort wordt. En op de salarisbrief zie ik dan de uitsplitsing. Wat wel fijn is bij de overheid: het is een betrouwbare betaler. Het rijk stort de salarissen altijd op de 24e van de maand. Valt dat in een weekend of op een feestdag, dan wordt er eerder betaald. Ook in december (‘dure maand’ voor veel mensen) wordt er een paar dagen eerder betaald.

Begin januari heb ik wel weer ingesteld dat ik mijn vakantiegeld en eindejaarsuitkering (‘het Individueel Keuze Budget‘) gespreid per maand wordt uitbetaald. Dat heb ik in 2020 ook gedaan en is mij goed bevallen. Op deze manier kan ik het zelf meteen effectief inzetten, in plaats van dat mijn werkgever dit renteloos voor mij opspaart en uitkeert in mei (vakantiegeld) en in november (eindejaarsuitkering).

Uiteindelijk steeg mijn netto salaris in januari 2021 met € 20,98. De pensioenpremie steeg met ruim € 30, en de loonheffing daalde met ruim € 50. De netto uitbetaling IKB steeg met € 9,50. In totaal heb ik in januari dus € 30,48 meer ontvangen dan vorig jaar, een stijging van 0,6%.

Het is toch elk jaar ook weer een beetje een verrassing hoe het kwartje valt met dat salaris. In januari 2020 steeg mijn netto salaris met 3,7% door een CAO-loonstijging. In 2019 ging ik er netto € 0,88 per maand op achteruit. In 2018 kwam er een procentje salaris bij, en in 2017 waren het net geen twee tientjes.

ABP = Absoluut Bodemloze Put?

Vaste lezers weten dat ik vrijwel elk getalletje al heel lang bijhoud. In onderstaande grafiek zie je de ontwikkeling van de diverse posten op mijn salarisbrief sinds mei 2016, de eerste maand na terugkeer uit het Verre Warme Land. Vanaf januari 2020 zie ook het Individueel Keuze Budget.

Ik vind het eigenlijk beste wel schokkend om te zien hoe sterk de pensioenpremie (de optelsom van de diverse bedragen die ik afdraag aan het ABP) de afgelopen jaren gestegen is. Een derde van de stijging van mijn brutosalaris in de periode 2016 – 2021 is uiteindelijk naar mijn pensioenpremie gegaan.

En als ik de inflatie sinds begin 2016, de stijging van mijn bruto salaris, en de stijging van de pensioenpremie naast elkaar zet, dan wordt het helemaal bijzonder. Het netto salaris, gecorrigeerd voor de invoering van het Individueel Keuze Budget, is in deze periode overigens nauwelijks gestegen.

En ja, ik zit in een managementschaal. Maar de pensioenpremie is een percentage van het bruto salaris, dus deze cijfers gelden ook voor andere schalen.

Heb jij jouw salaris al ontvangen? En viel het mee of tegen?

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Hoe gaat het met mijn potjessysteem?

Eind vorig jaar besloot ik om meer potjes op te nemen in mijn begroting voor 2020. Ik wilde maandelijks gaan reserveren voor grotere uitgaven gedurende het jaar.

Spreadsheet

Er was al een potje voor Gadgets en Tech en eentje waarin ik maandelijks geld stort voor de zorgverzekeringspremie (die ik jaarlijks betaal), en er kwamen potjes bij voor de vakantie, mijn kledingbudget en sporten. Elke maand, zodra mijn salaris is binnengekomen, wordt er een vast bedrag per potje overgemaakt naar de bufferrekening. De potjes zijn ook ingebouwd in mijn administratiespreadsheet. Daar zie ik keurig hoeveel ik in de potjes gestort heb.

Maar wat hebben potjes voor zin als je het geld niet uitgeeft? Elk potje is gekoppeld aan één of meer uitgavenrekeningen. Uitgaven op die rekeningen worden automatisch afgetrokken van de reserveringen. In mijn administratie zie ik dus ook op elk moment hoeveel er nog in de verschillende potjes zit.

Onderstaand een voorbeeld van het potje Gezond Leven, waaruit ik mijn sportschool en personal trainer betaal, voor het eerste halfjaar van 2020.

OmschrijvingBedrag
In
Bedrag
Uit
+ Reservering Gezond Leven
> Storting januari 2020+ € 300
> Storting februari 2020+ € 300
> Storting maart 2020+ € 300
> Storting april 2020+ € 300
> Storting mei 2020+ € 300
> Storting juni 2020+ € 300
-/- Rekening 5540: Sporten/Gezond Leven
10-04-2020 Rekening Sportschool– € 1.200,-
29-05-2020 App Store – Hardloop-app– € 5,49
21-06-2020 Nike Store – Sportkleding– € 72,00
21-06-2020 All4Running – Sportkleding– € 144,80
= Restant in potje Gezond Leven+ € 377,71

Bufferrekening

In het Geldnerd-systeem zit maar één bufferspaarrekening. Dit naast mijn ene lopende rekening met kleine spaarbuffer ‘gedurende de maand’. Ik heb geen zin in tien verschillende bankrekeningen waartussen ik geld heen en weer moet schuiven. Geld schuift in mijn spreadsheet. Maar door het nieuwe potjessysteem werd het wel lastiger om overzicht te houden op mijn bufferrekening.

Want naast de vijf potjes staan er nog twee categorieën geld op mijn bufferrekening. Allereerst de contant geld buffer met vier maanden leefgeld. Daarnaast nog een bedrag voor de tweede fase van mijn kaakoperatie. En dan ook de stand van de potjes. Ik heb mijn eigen spreadsheet dus zodanig verbouwd dat die in de gaten houdt of er nog genoeg geld op de bufferrekening staat voor al deze voorzieningen.

Tussenstand

2020 is een bijzonder jaar. Zo heb ik tot op heden geen cent besteed van mijn vakantiepotje. Maar daartegenover duurt het nog wel een paar maanden voordat mijn kledingpotje weer zwarte cijfers schrijft, ik heb begin dit jaar groot ingeslagen nadat ik een aantal kilo’s ben kwijtgeraakt. Één van de aangeschafte kostuums heb ik nog steeds niet gedragen…

Toch kan ik zeggen dat ik tevreden ben over mijn potjessysteem. Waarom? Het geeft rust en overzicht. En dat blijft voor mij het belangrijkste doel van mijn financiële systeem. Het potjessysteem zorgt ervoor dat ik minder twijfel of bepaalde uitgaven wel of niet kunnen. Ik weet dat ik binnen mijn budget blijf zo lang er maar geld in het potje zit.

De kans is reëel dat er dit jaar geld overblijft in mijn potjes. Want door corona lopen sommige dingen toch anders dan ik verwachtte ten tijde van het opstellen van mijn begroting voor 2020. Ik ga nog eens even rustig nadenken wat ik met dat geld ga doen. Twee opties zijn in elk geval om het toe te voegen aan de spaarbuffer of aan de beleggingen. Zomaar uitgeven? Dat is niet echt mijn ding…

Werk jij met een potjessysteem?

n = 1 : Geldnerd en de wereldeconomie

Nog nooit eerder in de historie is het economisch klimaat zo snel omgeslagen. Binnen enkele maanden donderde de economische activiteit in elkaar. De definitie van recessie is ‘een periode van twee of meer opeenvolgende kwartalen waarin de groei van het bruto nationaal product negatief is’. Formeel zal dat dus pas na het einde van het tweede kwartaal het geval zijn. Maar we zitten er al in, daar twijfelt eigenlijk niemand meer aan.

Gedragseconomie

Geldnerd is een aanhanger van de theorie van gedragseconomie. Economie is wat wij met z’n allen samen doen, een mix van economische theorie en psychologie. Een crisis is pas echt een crisis als wij met z’n allen geloven dat het een crisis is. Dat heb ik ook gezien in de crisis van 2008 / 2009. Mede onder invloed van overheidsbezuinigingen durfden we niet meer. We stellen aankopen uit. Op mijn persoonlijke dashboard begon er dus onlangs een rood lampje te knipperen door de snelste daling ooit van het consumentenvertrouwen in Nederland.

De regering lijkt in elk geval geleerd te hebben van de vorige crisis, toen ze (naar mijn mening) de economie kapotbezuinigd hebben. We hebben zeker 90 miljard te besteden om de economie draaiend te houden, riep onze minister-president in maart. Eind april was dat geld ook daadwerkelijk toegezegd en/of besteed, en stonden de overheidsfinanciën diep in het rood met een verwacht begrotingstekort van 11,8% van het bruto binnenlands product (BBP), zo’n € 92 miljard euro. De staatsschuld loopt daarmee op tot ruim 65 procent van het BBP. Hiermee staan we er overigens nog steeds beter voor dan de meeste landen.

Wat betekent het voor mij?

Maar ik ben niet ‘de economie’. Ik ben Geldnerd. Voor mij persoonlijk telt natuurlijk alleen de impact van al deze economische ellende op mijn eigen financiële omstandigheden. n = 1 noemen we dat in de wetenschap, een steekproefgrootte van 1 persoon. De conclusies en wetmatigheden zijn ontdekt door de situatie van één persoon te onderzoeken. Zulke uitkomsten lijken onwetenschappelijk, maar zijn soms toch waardevol. In elk geval voor mijn eigen gemoedsrust. Het is anders voor jou. Als je in de horeca werkt en nu zonder inkomen zit, bijvoorbeeld. Of als je ZZP’er bent en je klus bent kwijtgeraakt.

Mijn inkomen is veiliger dan de meeste. Als loonslaaf in overheidsdienst krijg ik keurig elke maand mijn salaris overgemaakt, met elke maand ook een deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Daar doe ik de dingen mee die ik altijd doe. We lossen het huis af, doen boodschappen, ik vul mijn potjes en leg in op mijn beleggingsrekening. Maar we geven minder uit dan normaal. Geen vakanties, geen uitjes. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat die dingen even niet kunnen. We hebben wel extra uitgaven gedaan voor de inrichting van ons huis. Om beter thuis te kunnen werken en omdat we er meer tijd doorbrengen. Deels verschuiving, deels gedwongen minder uitgeven dus.

Wat wel kan is, dat er later dan verwacht een nieuwe ambtenaren-CAO wordt afgesloten. De onderhandelingen zijn in elk geval uitgesteld vanwege de corona-crisis. En dat die CAO iets kariger wordt ‘omdat het nou eenmaal economisch slecht gaat’. Dan krijg ik minder of geen salarisverhogingen. En gaat mijn koopkracht achteruit. Want de inflatie eet ook mee.

Het zou natuurlijk kunnen dat de overheidsfinanciën zo achteruit gaan dat er gekort gaat worden op het salaris van ambtenaren. In ons eigen koninkrijk gebeurt dat al, op Aruba (wat een zelfstandig land is, dit staat dus los van de situatie in Nederland). Maar dat zou ongekend zijn als het ook in Nederland zou gebeuren. Al is het ooit wel gebeurd, in de crisis van begin jaren 80. En met mijn spaarpercentage van ruim 45% moeten ze een heel eind korten voordat ik echt in de problemen kom. Het zou alleen maar betekenen dat ik minder kan sparen.

Mijn beleggingen zijn behoorlijk gedaald vanaf de piek. En ook alweer een beetje bijgetrokken. Ik verwacht dat het nog wel even onrustig zal blijven op de beurs. We overzien de economische impact van deze crisis nog niet. Dus zullen er nog wel wat schokken komen. Misschien daalt de beurs nog wel verder, procentje of 50, zou zomaar kunnen.. Dat betekent vooral dat ik goedkoper bijkoop en steeds meer aandeeltjes bezit. De wereld zal niet volledig in elkaar storten, verwacht ik. En dus trekt het wel weer een keertje bij.

De afgelopen maanden waren wel desastreus voor de dekkingsgraad van mijn pensioenfonds. En dan wordt er ook nog onderhandeld over de invulling van het pensioenakkoord, al loopt dat niet zo soepel en zijn er twijfels over de juridische haalbaarheid. Nu hebben ze nog een jaar of twintig voordat ze mij moeten gaan betalen. Dat is voldoende tijd om te herstellen, en in de tussentijd zullen er echt nog wel één of twee crises overheen gaan. En ik heb al niet zulke hoge verwachtingen van mijn pensioen. Dat is één van de redenen dat ik ooit heel hard met mijn eigen financiën aan de slag ben gegaan, juist om minder afhankelijk te worden van wat het pensioenfonds mij hopelijk ooit gaat betalen.

De laatste grote component in ons vermogen is ons huis. En er zijn zenuwen over de huizenmarkt. De stijgingen van de afgelopen jaren zijn ook bijzonder. Geldnerd en Vriendin kochten eind 2016 hun huidige appartement, en op basis van WOZ hebben we inmiddels een overwaarde van 16%. Dus we kunnen een stootje hebben als het gaat dalen. En bovendien: het wordt pas belangrijk op het moment dat je gaat verkopen. En dat zijn wij voorlopig niet van plan.

Overpeinzend

De situatie moet nog heel veel slechter worden voordat ik persoonlijk nadelen ga ondervinden van deze crisis. Risico’s zijn er wel. Voor de ontwikkeling van mijn salaris. De inflatie. De huizenmarkt. En voor de hele lange termijn de pensioenen. Maar die risico’s zijn er altijd. De voorspoedige economische ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar heeft ons misschien een beetje in slaap gesust? De onzekerheid is nu even iets groter dan ‘ie in lange tijd geweest is. Maar als individu kun je alleen maar afwachten. Je hebt nauwelijks invloed op al die grote ontwikkelingen. Ook dat is n = 1. Gelukkig zijn mijn persoonlijke financiën op orde. En hoef ik er dus niet acuut van wakker te liggen. Dat is goud waard.

Denk jij ook na over de impact van de economie op jouw persoonlijke omstandigheden?

Je kunt mijn blog volgen via Bloglovin

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

« Older posts

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑