Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Tag: risico

Wijze lessen (4): Rendement maken

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de vierde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen
Spaarpercentage vergroten

Rendement maken

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, je hebt een budget waar je achter staat, en je stuurt op je spaarpercentage. En nu?

Als je de voorgaande stappen doorlopen hebt houd je (als het goed is) geld over. Je banksaldo groeit. Dat opent nieuwe perspectieven. Je kunt een buffer opbouwen. Hoeveel, dat is een keuze, maar een aantal maanden uitgaven achter de hand hebben is wel een comfortabel gevoel. En je kunt eventuele schulden aflossen. Want geld lenen kost geld. Dat is niet goed, geld zou geld op moeten leveren.

Als je buffer op orde is en je schulden zijn opgelost (waarbij er allerlei verschillende meningen zijn over schulden, vooral over de hypotheek), kun je echt aan je vermogen gaan werken. Je vermogen groeit op verschillende manieren. Door het geld dat je overhoudt. En door het rendement dat je maakt door je geld aan het werk te zetten.

Ik zoek naar twee soorten rendement. Rendement voor vermogensgroei en rendement voor passief inkomen. Passief inkomen is inkomen dat gewoon binnenkomt zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Een voorbeeld is dividend. of de huurinkomsten uit beleggingen in vastgoed. Die laatste categorie, daar doe ik niet aan. Ik kan dan te weinig spreiding in mijn vermogen bereiken, dat vind ik een te groot risico.

Ik zoek het dus in Beleggingen. De aandelenmarkten. De afgelopen twee jaar heb ik daar veel over geschreven. En ook hier heb ik mijn basis op orde. Ik volg een strategie die vergelijkbaar is met de beleggingsstrategie van Mr. FOB. Iedere maand zet ik automatisch geld opzij om bij te kunnen kopen. En ik heb mijn beleggingsspreadsheet waarmee ik met enkele minuten tijdsbesteding per week mijn portefeuille in de gaten houd.

Maar garanties zijn er niet. De spaarrente is al tijden extreem laag en door de bewegingen van de dollarkoers is dit tot nu toe een matig beleggingsjaar. Iemand nog andere interessante manieren om het vermogen te laten groeien?

Hoe werk jij aan jouw rendement?

In balans op de beurs

Deze week heb ik weer een ‘herbalancering’ van mijn portefeuille uitgevoerd, en wat geld van aandelen naar obligaties geschoven. Dit vanuit het vuistregeltje dat ik maximaal (100 minus mijn leeftijd) procent van mijn vermogen in risicovolle beleggingen wil hebben zitten. Maar ik blijf bezorgd over de korte-termijn perspectieven van de aandelenmarkten. In maart is het 8 jaar geleden dat de beurs haar dieptepunt bereikte in de crisis. Voor mijn gevoel zijn we te dicht bij een volgende crisis om nu nog grote stappen te maken.

Maar ja, het kan natuurlijk ook nog jaren duren voordat er een volgende correctie komt. In januari 2016 dacht ik: ja, nu is ‘ie er… Maar ondertussen heeft de beurs record na record verbroken. En zelfs het BREXIT referendum en de verkiezing van die oranje meneer met dat bijzondere haar in de Verenigde Staten heeft niet meer dan een kleine ‘blip’ op de grafieken veroorzaakt.

Op dit moment koop ik regelmatig plukjes aandelen bij met geld uit mijn maandelijkse ‘inkomstenoverschot’. Maar ik heb, naast mijn buffer ter grootte van 6 maanden uitgaven, nog een behoorlijk bedrag aan cash geld op een spaarrekening staan. Daarmee wil ik pas in gaan stappen op het moment dat de beurs echt serieus begint te dalen.

Toch bijzonder hoe dat werkt. Want ik weet dat ik hiermee mezelf een beetje voor de gek houd, en dat het mij op dit moment geld kost. Want mijn beleggingen hebben in de eerste anderhalve maand van 2017 een rendement van 1,95% opgeleverd. En dat terwijl mijn best renderende spaarrekening op dit moment 0,50% per jaar oplevert. Maar toch is dit blijkbaar iets wat ik nodig heb om me financieel veilig te voelen. Afgelopen week werd ik er ook al aan herinnerd dat handelen in opties niets voor mij is. Ik ken de grenzen van mijn eigen risico-tolerantie wel een beetje.

Hoe staat het met jouw portefeuille?

Goed verzekerd?

Wij Nederlanders schijnen vaak oververzekerd te zijn. Dat is ook niet zo heel gek. Want wie leest er nu al die pagina’s met kleine lettertjes die bekend staan als ‘Polisvoorwaarden’? Tegelijk zijn we erg risicomijdend. Dus hup, doe er nog maar een verzekering bij! Uiteraard vinden de verzekeraars dat wij juist onderverzekerd zijn, maar daar vermoed ik (cynisch als ik ben) toch wel een beetje eigenbelang.

Bij ConsuminderSingle las ik onlangs een blogje over haar verzekeringen. Naar aanleiding daarvan heb ik ook weer eens nagedacht over mijn eigen verzekeringen. Mijn eigen verzekeringspakket is vrij overzichtelijk:

  1. Via de collectiviteit van mijn werkgever heb ik een Zorgverzekering met het maximaal mogelijke eigen risico (€ 885). Ik voel me gezond, verwacht dit jaar weinig zorgkosten, en heb voldoende reserves om dat eigen risico te dragen. Mocht er echt iets gebeuren, dan pas ik dat eigen risico volgend jaar wel weer aan.
  2. De Opstalverzekering loopt via onze Vereniging van Eigenaren (VVE) . Dat is dus onderdeel van de maandelijkse servicekosten voor de VVE.
  3. De Inboedelverzekering heb ik samen met Vriendin. Wij houden onze financiën zoveel mogelijk gescheiden, dus dit (en de hypotheek en de gezamenlijke huishoudrekening) zijn de enige financiële dingen die we samen doen.
  4. Ik heb zelf nog een pakketpolisje lopen met drie onderdelen:
    1. Rechtsbijstand (categorieën verkeer, wonen en werk & inkomen)
    2. Aansprakelijkheidsverzekering
    3. Permanente Reisverzekering. Die is wellicht overbodig, maar Geldnerd is nogal vergeetachtig en wil wel verzekerd op reis. In mijn pakketpolis kost deze € 3,28 per maand.

Een Uitvaartverzekering vind ik overbodig, we hebben meer dan voldoende spaargeld waar dat uit betaald kan worden.

We hebben een eigen huis met hypotheek, maar een Overlijdensrisicoverzekering hebben we niet. Vriendin en ik hebben elkaar aangemeld voor Nabestaandenpensioen bij ons pensioenfonds. Als een van ons komt te overlijden dan is de jaarlijkse uitkering voor de ander ruimschoots genoeg om de hypotheek en andere lasten van het huis te betalen. Daarmee is dat risico wat ons betreft voldoende afgedekt. En onze hypotheekverstrekker was het daar gelukkig mee eens. Gelukkig voor hem, want anders hadden we een andere hypotheekverstrekker genomen…

Vorig jaar heb ik al eens uitgebreid geschreven over een Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Inmiddels heb ik er een aantal vergeleken, maar nog geen verzekering gevonden waar de beperkingen wat mij betreft opwegen tegen de premie. Dat is dus nog wel een openstaande actie.

Tsja, en dan al die andere verzekeringen. Voor mobiele telefoons, voor de hond, noem het maar op. Daar doen we hier in Huize Geldnerd niet aan. Ik vind dat je je alleen moet verzekeren voor dingen die wettelijk verplicht zijn (maar ik ben groot fan van een minimaal aantal wettelijke verplichtingen), en voor financiële risico’s die je zelf niet kunt of wilt dragen. En dat is in mijn eigen verzekeringspakket aardig gelukt, denk ik.

Hoe ben jij verzekerd?

Cash is geen king meer?

Geldnerd is geen fan van cash, daar heb ik al diverse malen over geschreven (zie ondermeer hier). Het liefst betaal ik alles automatisch en elektronisch. Ik ken de discussies over privacy en risico’s, maar in mijn administratie zijn elektronische betalingen het makkelijkste om overzicht te houden (en kas kent ook risico’s).

Recent las ik een stukje in mijn lijfblad The Economist over de grote verschillen in het gebruik van cash geld in Europa. Algemeen geldt: hoe verder zuidelijk je komt, hoe meer mensen gehecht zijn aan cash. Als landen rijker worden, hebben ze de neiging om minder contant geld te gebruiken. De belangrijkste redenen zijn veiligheid, het gemak en de kosten. The Economist heeft berekend dat contant geld niet gratis is: het moet worden geteld, gebundeld, vervoerd, gereinigd, vervangen, gecontroleerd op echtheid, opgeslagen en bewaakt. Tussen 0,5 – 1,0 % van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt er elk jaar besteed aan het beheer van contant geld. Dat is best wel veel. In 2015 bedroeg het BBP van Nederland € 676,5 miljard, dus dat betekent dat wij er tussen de € 3,4 miljard en € 6,8 miljard aan kwijt zijn. Bovendien stelt de econoom Kenneth Rogoff in zijn boek, “The Curse of Cash”, dat contant geld belastingontduiking en andere illegale activiteiten bevordert, en dat het monetaire beleid effectiever is in een geldloze wereld. Helaas schrijft The Economist niet hoeveel het beheer van elektronisch geld kost.

Uit nieuwsgierigheid heb ik ook nog even gekeken naar de meest recente cijfers over het gebruik van contant geld in Nederland. En wat blijkt? In 2015 hebben we met z’n allen voor het eerst vaker met pin afgerekend dan met contant geld. In termen van transactiewaarde was pinnen al twee keer zoveel waard. Hoera!

Mijn eigen tussenstand: ik heb tot nu toe dit jaar 8 transacties met contant geld uitgevoerd, en 397 elektronische betalingen.

Hoe gaat het met jouw betaalgedrag?

Neveneffecten van gemak

201602 Contactloos BetalenIn december was Geldnerd weer eventjes in Nederland. En toen viel het me al op: de opkomst van het contactloos betalen. Mijn eigen Nederlandse bankpas heeft de functionaliteit nog niet, en in het Verre Warme Land doet men er helemaal nog niet aan. Maar op steeds meer plekken in Nederland zag ik mensen hun bankpas ‘in de buurt’ van de betaalterminal houden, in plaats van in de terminal steken.

Gemak dient de mens. Ik had er al wel over gelezen (Geldnerd verslindt alles wat over financiën en technologie gaat). Contactloos betalen werkt op basis van Near Field Communication (NFC). De  contactloze betaalpas heeft een chip die, zodra ‘ie van buiten geactiveerd wordt, de betaalgegevens doorstuurt naar de betaalautomaat. De betaalautomaat controleert de betaling met de bank en keurt deze direct goed of af, net als bij een ‘gewone’ pinbetaling. De onderliggende technologie is al meer dan 30 jaar geleden gepatenteerd en werd in 1997 voor het eerst toegepast in Star Wars speelgoed, las ik. En ja, in dat ‘van een afstand’ zit natuurlijk een risico. Want dat kunnen kwaadwillenden ook, zoals we afgelopen week uitgebreid in de pers konden lezen.

Nieuwe technologie is vaak fijn. Het maakt ons leven gemakkelijker. Daarom ben ik er vaak enthousiast over. Maar het heeft soms ook minder leuke neveneffecten, waar we mee om moeten leren gaan. De simpele oplossing in dit geval is je bankpas inpakken in een materiaal dat elektronische signalen van buiten blokkeert, zoals aluminiumfolie. Of de functionaliteit uitzetten via de website van je bank. Maar er zijn ook al prachtige producten voor.

201602 Secrid WalletIk ga dus even een mooi Nederlands product pluggen. Ik heb geen aandelen en krijg er ook echt niet voor betaald. Maar toen een tijdje geleden mijn portemonnee aan vervanging toe was, heb ik een SecrID gekocht. Een portemonnee met een aluminium behuizing voor pasjes. Dus minder risico op beschadiging, en ze kunnen niet van een afstand uitgelezen worden. Er is dan ook geen kans voor contactloze zakkenrollers. Ik ben er erg enthousiast over, ik zou willen dat ik het verzonnen had!

Heb jij jouw contactloze betaalpas al ingepakt in aluminiumfolie?

Een andere beleggingsstrategie?

Naar aanleiding van mijn recente pensioenblog kreeg ik een vraag van KruidigMeisje die mij ook aan het denken zette. Ze is zich aan het inlezen op beleggen en blijft het een eng idee vinden. En vervolgens stelde ze de essentiële vraag: Maar hoe zorg je dat je behoorlijk kunt slapen, zonder dat je veel geld spendeert aan een beheerder voor je geld (vermogensbeheerder, of inkopen in een fonds waarbij je kosten betaalt voor een fondsbeheerder, etc)?

Als je bewust met je financiën bezig bent, kom je vroeg of laat op het punt dat je op zoek gaat naar meer rendement. Je hebt langere-termijn doelen die je wilt of moet bereiken. Daar heb je een bepaald rendement voor nodig. En dat rendement kun je niet (altijd) behalen met sparen. Kijk maar naar het verloop van de hoogste rente voor een Nederlandse spaarrekening zonder voorwaarden sinds 2005 (bron: WijzerSparen.nl). Die grafiek houdt op in 2015, maar we weten allemaal dat het sindsdien niet beter is geworden met de spaarrente.

2016-02 Hoogste Spaarrente

Beleggen is dan voor veel mensen de logische volgende stap. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Sommige mensen hebben er het geld niet voor. Het is niet verstandig om te beleggen met geld dat je niet voor langere tijd kunt missen. Want wat als je het geld plotseling nodig hebt, en de beurs is net met 10% gedaald? Maar er zijn ook andere redenen waarom beleggen misschien niet de juiste keuze is. Want stel dat je wakker ligt na iedere dag waarop de beurs en jouw portefeuille 2% gedaald zijn? Dat is het echt niet waard. Ik beleg al heel lang, en weet dus dat er gelukkig ook dagen zijn waarop de beurs (en mijn portefeuille) met 2% stijgt. Maar je weet meestal niet wanneer dat zal gebeuren.

Vermogensbeheerders moeten hun klanten tegenwoordig ‘testen’ op dit punt. Zoals ik al eerder geschreven heb beleg ik deels via Alex Vermogensbeheer, en die hebben daar een uitgebreide vragenlijst voor. Maar dat blijft een theoretisch iets. Want je kunt wel invullen dat je niet wakker ligt van een koersdaling van 10%, maar dat weet je pas zeker als het je echt gebeurd is. Je moet het meemaken om te weten hoe het voelt (meestal niet leuk, tenzij je put-opties hebt…). Dan nog geeft zo’n vragenlijst wel een indicatie. Geldnerd kent verschillende mensen die van de vragenlijst het advies kregen om te gaan sparen…

Maar er is hoop. Want ‘beleggen’ is een veelkoppig monster. Er zijn heel veel strategieën mogelijk. Ieder met z’n eigen voor- en nadelen, z’n eigen kosten en z’n eigen risico. En met een eigen rendementsverwachting. Maar dan nog: het blijft een verwachting, een gemiddelde, en je blijft afhankelijk van de grillen van ‘de markt’. Wij zijn geen van allen Warren Buffett of John de Mol, die door het doen van een aankoop of een verkoop de koers van een bedrijf stevig kunnen beïnvloeden.

Zelf heb ik een semi-passieve strategie. Ik koop geen individuele aandelen, alleen aandelenfondsen en indextrackers. Ik beperk het aantal transacties wat ik doe. Ik heb maar een paar actieve fondsen. Maar ik ben er wel actief mee bezig, elke week. En binnen de Beleggingsclub waar Geldnerd lid van is ken ik ook mensen die een zeer actieve strategie hebben. Sommigen doen zelfs aan ‘intraday trading’, fondsen kopen en het dezelfde dag (soms al na minder dan een half uur) weer verkopen. Arbeidsintensief en riskanter.

Je kunt ook ‘helemaal passief’ gaan, in lijn met het advies wat ik aan KruidigMeisje gaf. Lagere kosten, minder risico. Wat in zo’n geval zou kunnen werken is een strategie bestaande uit 3 elementen:

  1. Zoek een paar zo goedkoop mogelijk breed gespreide indexfondsen, bijvoorbeeld Vanguard Global Stock Index Fund (MSCI World Index) en Vanguard US500 Stock Index Fund (de S&P500 index) – en vergeet mijn disclaimer niet.
  2. Leg elke maand een vast bedrag in. Op die manier koop je automatisch minder als iets hoog staat, en koop je meer als het laag staat.
  3. Kijk zo min mogelijk naar de stand van je beleggingen. Op die manier voorkom je dat je in paniek raakt. Het is het niks doen wat mij zelf de meeste energie kost… Maar slechts één keer per jaar kijken (bijvoorbeeld als je de belastingaangifte moet doen) is misschien wel vaak genoeg.

En dan nog is het: leren leven met de gedachte dat er ook momenten kunnen zijn dat het minder gaat. Dus beleg alleen met geld dat je voor een langere periode kunt missen. 5 – 10 jaar is eigenlijk wel een minimale horizon.

Hoe heb jij leren wennen aan het risico van beleggen?

Bufferen

Eerder deze week schreef Min Of Meer er ook al over. Het NIBUD heeft de Bufferberekenaar vernieuwd. Nu heb ik me al eens verbaasd over dat ding, want het was me niet helemaal duidelijk waar het NIBUD z’n uitkomsten op baseerde. Nieuwsgierig geworden heb ik geprobeerd me daar nog eens in te verdiepen.

Ik moet zeggen: helemaal duidelijk is het me nog steeds niet. Wel heb ik wat achtergrondmateriaal gevonden. Blijkbaar zijn ze door een heel mensenleven heengegaan en hebben bekeken hoe noodzakelijk dingen zijn. En daar zit dus inderdaad de kern: Zoals het NIBUD ook aangeeft heeft ieder een eigen mening over wat wel en niet noodzakelijk is.

Wat je als buffer nodig hebt is dus zeer persoonlijk. Ik moet zeggen dat ik deze versie van de Bufferberekenaar verbeterd vind ten opzichte van de vorige. Het geeft een uitsplitsing over verschillende categorieën van buffers, zodat je beter kunt bepalen waar en waarom je wilt afwijken van het advies. En het geeft advies over sparen. Het Nibud raadde mij aan om elke maand minimaal 10% van mijn netto inkomen te sparen voor de buffer.

Maar: zoveel mensen, zoveel situaties. Zomaar een advies volgen dekt nooit alle risico’s af. Die waarschuwing mag er van mij wel bij staan…

Hoe bepaal jij jouw buffer?

Pensioenbelofte maakt schuld?

Een grote koerswijziging van de kant van de pensioenfondsen. Dat was de nieuwjaarstoespraak van de voorzitter van de Pensioenfederatie. Opgepikt in allerlei media. Afstappen van ‘de uitkeringsbelofte’.

De Pensioenfederatie onderzoekt een stelsel met een persoonlijke spaarpot voor iedereen. Iedereen spaart voor zichzelf, in plaats van het huidige Nederlandse systeem met een uitkeringsbelofte op basis van ingelegde premies.

Ik snap de draai wel, na weer een lastig beleggingsjaar en een rente die maar niet omhoog wil. De ‘kenners’ roepen dit al jaren. Ik zie wel een risico in het verhaal van de Pensioenfederatie. Zij gaan ervan uit dat wij, de pensioenopbouwers, verplicht blijven tot het delen van risico’s. Er wordt wel samen belegd. Het risico is dan wel dat je premies van de een blijft gebruiken om gaten te dekken bij de ander. Dat voelt voor mij een beetje alsof ik wel de lasten maar niet de lusten van solidariteit ga krijgen. Niet eerlijk.

Eén ding is mij wel duidelijk als dit doorgaat. Mijn strategie om goed voor mijzelf te zorgen, buiten de ‘verplichte pensioenpot’ om, wordt alleen maar belangrijker.

Wat denk jij van het voorstel van de Pensioenfederatie?

Niet dol op crowdfunding

Geldnerd is niet zo dol op crowdfunding. Tot nu toe was dat ‘een gevoel’ wat ik niet zo heel goed uit kon leggen. Dus ben ik er maar eens een beetje ingedoken om te kijken of ik ‘dat gevoel’ weg kon nemen of substantie kon geven.

Crowdfunding is een soort financiering waarbij de ‘crowd’ (meerdere partijen, vaak bestaande uit onder meer individuen) bereid zijn om gezamenlijk in een bedrijf, product of project te investeren. Tegenwoordig maken allerlei verschillende initiatieven gebruik van crowdfunding. Verschillende bloggers die ik volg ‘doen mee’ met crowdfunding, ondermeer Spaarolifantje. In 2015 is er € 128 miljoen mee opgehaald, een verdubbeling ten opzichte van 2014 (zie ook hier). We praten inmiddels dus over serieuze bedragen.

Ik vergelijk crowdfunding het liefst met beleggen in aandelen. En dan vallen een aantal interessante punten op. Wie mijn blog al een tijdje volgt weet dat ik spreiding van risico erg belangrijk vind. Ik beleg niet in individuele aandelen. Het spreidingsprobleem dat je hebt met individuele aandelen, heb je ook met crowdfunding. Je moet je inleg verdelen over heel veel projecten om je risico goed te spreiden. Doe je dat niet, en er gaat één project mis, dan heb je de opbrengst van de andere projecten nodig om dat verlies te compenseren. Weg is je winst…

Crowdfunding is ook een jonge markt. Dat betekent dat het toezicht en de regulering nog een beetje achter de feiten aanlopen. Voor aanbieders van beleggingen zijn er allerlei eisen waaraan voldaan moet worden, en ook als belegger zelf wordt je geacht de nodige kennis te hebben. Die eisen zijn er voor crowdfunding (nog) niet, maar dat zal de komende jaren vast en zeker gaan veranderen.

Verder lijkt het erop dat de transparantie van de crowdfunding-platforms (de dienstverleners die vraag en aanbod bij elkaar brengen) ook nog niet op het niveau is die je van professionele partijen op het terrein van beleggen mag verwachten. Leuk om te lezen dat je 5% rente haalt, maar als er niet bij verteld wordt dat 10% van de projecten failliet gaat schiet je er nog niets mee op.

Kortom, ik vind crowdfunding nog geen instrument dat ik in wil zetten voor mijn eigen beleggingsportefeuille. Maar ik blijf de ontwikkelingen wel volgen.

Maak jij gebruik van crowdfunding om te beleggen of je bedrijf te financieren?

Hoe ik beleg (1)

Veel mensen hebben koudwatervrees voor beleggen. Ik snap dat wel. Het is heel wat, de gedachte dat je die moeizaam bij elkaar gespaarde centjes kwijt kunt raken. Een van de gouden regels is niet voor niets ‘Beleg alleen met geld dat je niet nodig hebt’. Maar er zijn nog meer dingen die je kunt doen om het risico te beperken.

Een tweede gouden regel is ‘spreid je risico’. Maar hoe doe je dat? De meeste mensen beleggen in individuele aandelen. Dat vind ik best riskant. We zijn allemaal op zoek naar de volgende Berkshire Hathaway (Warren Buffett) of Google. Maar de waarheid is natuurlijk dat de meeste individuele bedrijven dat nooit zullen worden. Zelfs gerenommeerde bedrijven kunnen failliet gaan, kijk maar recent naar Imtech, of een aantal jaren geleden naar de nationalisatie van ABN AMRO en SNS. Als belegger ben je dan (vrijwel) alles kwijt.

Om die reden ben ik bijna helemaal gestopt met beleggen in individuele aandelen. Ik heb het mezelf gemakkelijk gemaakt. Noem mij maar ‘de luie belegger’. Ik beleg vrijwel alleen in Index Trackers. Die doen eigenlijk niets anders dan een precieze afspiegeling zijn van een bepaalde beursindex. Zo spreid ik automatisch mijn risico over alle fondsen in die index. Als de index in een bepaald jaar met 8% stijgt, dan stijgt mijn indextracker ook met 8% (-0,1% kosten). En een index kan niet failliet gaan, dus er is geen risico dat ik mijn geld helemaal kwijtraak.

Natuurlijk gaan indexen ook wel eens (fors) naar beneden. In de onderstaande grafiek zie je bijvoorbeeld het verloop van de Standard & Poor 500 Index (S&P500) in de afgelopen 10 jaar. Als je eind 2007 zou zijn ingestapt, dan was je in maart 2009 niet zo heel gelukkig geweest. Ik heb zelf in 2008 alles verkocht, en ben in 2009 (tegen een lagere prijs) weer gaan terugkopen. Mijn rendement is dus een stuk beter geweest dan wanneer ik het geld op een spaarrekening had gezet.

S&P500 index - 10 jaar

Een andere tactiek om je risico te verkleinen is gespreid instappen. Iedere maand een beetje bijkopen. Zo voorkom je dat je te duur inkoopt als de beurs weer even daalt. Het lijkt me alleen niet handig om daar nu mee te beginnen, op een paar kleine correcties na stijgt de beurs al sinds 2009. Het is beter om te wachten op een ‘echt goede’ correctie.

Er zitten natuurlijk wel een aantal voor- en nadelen aan beleggen. Die komen in volgende blogs nog wel aan bod. Ook hoe ik fondsen selecteer vertel ik wel een keer. En ik ben uiteraard niet aansprakelijk voor het geld dat je verliest door mijn beleggingsadvies te volgen…

Hoe is het met jouw koudwatervrees?

© 2017 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑