Blog over (financieel) bewust leven

Label: rijksoverheid

De verrassing van het januari-salaris?

Misschien kunnen we beter spreken over teleurstelling dan over verrassing? Begin januari verwachtte ik het al. Bij de gebruikelijke voorspellingen over de ontwikkeling van de koopkracht werd aangegeven dat de salarissen van de loonslaven er enkele tientjes op vooruit zouden gaan in 2021. Bij het ‘rekenen achter de komma’ voor 2021 had het kabinet namelijk besloten om het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting te verlagen van 37,35% naar 37,10%, en om de heffingskortingen te verhogen.

Voor een aantal sectoren zat er bovendien nog een salarisstijging in het vat, meestal uit CAO-onderhandelingen van begin vorig jaar. Sinds het begin van de corona-crisis is te zien dat er kleinere loonsverhogingen uit de CAO-onderhandelingen komen. Tegelijkertijd verwacht het Centraal Planbureau (CPB) voor 2021 een inflatie van 1,4%.

Voor de rijksambtenaren geen loonsverhoging per 1 januari. Medio vorig jaar is een kortlopende CAO afgesloten met een loonsverhoging van 0,7% en een eenmalige thuiswerkvergoeding. Die CAO liep tot 1 januari 2021, en op de website van de FNV las ik dat er vanaf medio januari over een nieuwe CAO gepraat wordt. We wachten af. Ik ben vooral benieuwd naar de gesprekken die binnen het rijk lopen over ‘hybride werken’, wat er op neer komt dat we geacht worden ook na de coronacrisis vaker thuis te werken. Persoonlijk vind ik dat prima, ik kan goed leven met één of twee dagen per week ‘kantoor’. Maar hier leven zeer diverse gevoelens over. In mijn eigen team zitten ook mensen die ernaar snakken om weer dagelijks naar kantoor te gaan. Blijkbaar zit er één of ander verslavend stofje in de koffie bruinzwarte vloeistof die daar uit de koffie-automaten komt?

Wat wel veranderde per 1 januari: de pensioenpremie van het ABP steeg weer eens, van 24,9% naar 25,9%. En dan mogen we nog van geluk spreken dat het ABP (op het nippertje) de pensioenen niet hoefde te verlagen. De ambtenaren gaan er dus relatief minder op vooruit door de stijgende pensioenpremie.

Met al die over elkaar heen buitelende wijzigingen doe ik maar geen poging om te voorspellen wat mijn uiteindelijke netto salaris wordt in 2021. Hetzelfde bruto-salaris, lagere heffingskorting, een lagere loonheffing, en een hogere pensioenpremie. Ik wacht in januari altijd gewoon gespannen af wat er uiteindelijk op mijn bankrekening gestort wordt. En op de salarisbrief zie ik dan de uitsplitsing. Wat wel fijn is bij de overheid: het is een betrouwbare betaler. Het rijk stort de salarissen altijd op de 24e van de maand. Valt dat in een weekend of op een feestdag, dan wordt er eerder betaald. Ook in december (‘dure maand’ voor veel mensen) wordt er een paar dagen eerder betaald.

Begin januari heb ik wel weer ingesteld dat ik mijn vakantiegeld en eindejaarsuitkering (‘het Individueel Keuze Budget‘) gespreid per maand wordt uitbetaald. Dat heb ik in 2020 ook gedaan en is mij goed bevallen. Op deze manier kan ik het zelf meteen effectief inzetten, in plaats van dat mijn werkgever dit renteloos voor mij opspaart en uitkeert in mei (vakantiegeld) en in november (eindejaarsuitkering).

Uiteindelijk steeg mijn netto salaris in januari 2021 met € 20,98. De pensioenpremie steeg met ruim € 30, en de loonheffing daalde met ruim € 50. De netto uitbetaling IKB steeg met € 9,50. In totaal heb ik in januari dus € 30,48 meer ontvangen dan vorig jaar, een stijging van 0,6%.

Het is toch elk jaar ook weer een beetje een verrassing hoe het kwartje valt met dat salaris. In januari 2020 steeg mijn netto salaris met 3,7% door een CAO-loonstijging. In 2019 ging ik er netto € 0,88 per maand op achteruit. In 2018 kwam er een procentje salaris bij, en in 2017 waren het net geen twee tientjes.

ABP = Absoluut Bodemloze Put?

Vaste lezers weten dat ik vrijwel elk getalletje al heel lang bijhoud. In onderstaande grafiek zie je de ontwikkeling van de diverse posten op mijn salarisbrief sinds mei 2016, de eerste maand na terugkeer uit het Verre Warme Land. Vanaf januari 2020 zie ook het Individueel Keuze Budget.

Ik vind het eigenlijk beste wel schokkend om te zien hoe sterk de pensioenpremie (de optelsom van de diverse bedragen die ik afdraag aan het ABP) de afgelopen jaren gestegen is. Een derde van de stijging van mijn brutosalaris in de periode 2016 – 2021 is uiteindelijk naar mijn pensioenpremie gegaan.

En als ik de inflatie sinds begin 2016, de stijging van mijn bruto salaris, en de stijging van de pensioenpremie naast elkaar zet, dan wordt het helemaal bijzonder. Het netto salaris, gecorrigeerd voor de invoering van het Individueel Keuze Budget, is in deze periode overigens nauwelijks gestegen.

En ja, ik zit in een managementschaal. Maar de pensioenpremie is een percentage van het bruto salaris, dus deze cijfers gelden ook voor andere schalen.

Heb jij jouw salaris al ontvangen? En viel het mee of tegen?

Vierdaagse werkweek in 2021?

Als rijksambtenaar heeft Geldnerd een luizenleven. Met een vast en voltijds contract van 36 uur per week, en een werkrooster van 40 uur per week, heb ik zo’n 50 vakantiedagen per jaar. In 2019 heb ik voor het eerst gedurende de zomer een vierdaagse werkweek ingevoerd, en dat beviel uitstekend. Door de drukte in mijn oude baan, en door de corona-crisis die op vakantie gaan een stuk moeilijker maakte, heb ik bovendien in de eerste helft van 2020 minder verlof opgenomen dan normaal. Er ging dus een behoorlijk ‘stuwmeer’ aan verlofuren mee naar mijn nieuwe baan. Dat is een voordeel van binnen de rijksoverheid werken, je neemt je arbeidsvoorwaarden en vakantie-uren gewoon mee.

In 2020, in mijn nieuwe functie, heb ik dus ook maar een vierdaagse werkweek ingevoerd in de zomer. En die beviel ook weer uitstekend. Ik nam de vrijdag standaard als verlofdag. Omdat Vriendin sinds dit jaar ook een vierdaagse werkweek heeft, hadden we samen een lang weekend. Ik merkte dat ik veel meer klusjes gedaan kreeg rond het huis en tóch een lekker ontspannend weekend kon hebben. En stilletjes besloot ik dan ook om mijn vierdaagse werkweek te verlengen tot eind 2020. Ook heb ik rond Kerstmis en Oud- en Nieuw nog twee weken verlof gepland staan. Bovendien kwam ik er ook achter dat ik onder de huidige CAO veel minder verlofuren kan verkopen. Dat scheelt mij inkomen en maakt dat ik echt iets moet doen met al die uren… De enige in ons huishouden die nog een vijfdaagse werkweek heeft is Hondje. Die gaat gewoon nog vijf dagen per week met de uitlaatservice mee.

In oktober werden in ons personeelssysteem ook de verlofuren voor 2021 zichtbaar. En met dat overzicht in de hand ben ik maar eens gaan rekenen.

Soorten verlof

Verlof komt bij de rijksoverheid in allerlei smaken, zelf heb ik drie soorten verlofuren. Ten eerste de wettelijke reguliere verlofuren, dat zijn er 144 per kalenderjaar. Daarnaast de bovenwettelijke uren, in mijn geval zijn dat er 36 per jaar. Samen is dat 180 uur / 7,2 uur per werkdag = 25 vakantiedagen (bij een 36-urige werkweek. En dan bouw ik door mijn huidige 40-urige werkrooster per week ook nog 4 compensatie-uren op. In 2021 zijn dat 204 verlofuren. Bij elkaar 384 verlofuren in 2021, oftewel 48 vakantiedagen van 8 uur (want 5×8-werkrooster dus ik moet 8 uren inboeken voor een hele dag verlof), oftewel 9 weken en 3 dagen. De reguliere verlofuren zijn 2 jaar houdbaar, en de compensatie-uren moet je echt opmaken in het lopende kalenderjaar.

Maar… Ik houd ook nog uren over uit 2020. In oktober heb ik mijn compensatie-uren uit 2020 op weten te maken. Maar op 1 december had ik ook nog 206 reguliere verlofuren staan. Die zijn grotendeels met mij meegekomen uit mijn oude functie. Oftewel 5 weken en 6 uur verlof.

Verlofstuwmeer

Nu vind ik het geen optie om vanaf 1 december vrij te nemen en tegen mijn collega’s te zeggen ‘zie je volgend jaar’…. Dat zou ik ook niet willen, mijn werk is er veel te leuk voor, en ik denk ook niet dat mijn baas er heel gelukkig van wordt. Maar een deel van de verlofuren krijg ik nog wel op. Ik neem immers tot het einde van dit jaar elke vrijdag vrij, en ook rond de feestdagen twee weken. Volgens die planning blijven er dan eind 2020 nog 118 reguliere verlofuren over, die meegaan naar 2021. En die moeten in 2021 ook wel op, want hun uiterste houdbaarheidsdatum is 31 december 2021. Dit betekent wel dat ik met een uitgebreid verlofstuwmeer aan 2021 begin.

OmschrijvingUren 2021Houdbaar tot
Reguliere wettelijke uren 202011831-12-2021
Reguliere wettelijke uren 202114431-12-2022
Bovenwettelijke uren 20213631-12-2021
Compensatie-uren 202120431-12-2021
Totaal 2021502

Maar liefst 502 verlofuren. Bij een werkrooster van 5 dagen per week maal 8 uren per dag zijn dat 12 weken, 2 dagen en 6 uren verlof. Bijna drie volledige maanden. Waarvan ook nog eens 358 uren (8 weken, 4 dagen en 6 uur) echt op moeten in 2021, anders vervallen de uren. Oef…. Dat zie ik mezelf niet zomaar opnemen. Het is dus tijd om een list te verzinnen en het nuttige en aangename te verenigen.

Vierdaagse werkweek?

Na wat rekenen heb ik mij voorgenomen om mijn werkrooster te veranderen van 5×8 naar 4×9. Dus 4 werkdagen van 9 uren. Die uren maak ik op dit moment meestal toch al wel… Mijn plan is dan om maandag tot en met donderdag te werken, en standaard op vrijdag vrij te zijn. Ik heb dan geen recht meer op compensatie-uren, want die krijg je alleen als je meer dan je contracttijd per week werkt. In bovenstaande tabel houd ik dan ( 118 + 144 + 36 = ) 298 verlofuren over, waarvan 154 houdbaar tot eind 2021 en 144 houdbaar tot eind 2022. Omdat een volledige werkweek dan 36 uur is, heb ik hiermee nog 8 weken, 1 dag en 1 uur verlof over in 2021. Dat moet voldoende zijn, toch? En omdat ik nog steeds voltijds blijf werken, 36 uur per week, lever ik ook geen salaris in.

Het alternatief was gewoon een werkrooster van 5×8 houden, en elke vrijdag vrij nemen. Dat zou mij 50 verlofdagen à 8 uur kosten, dus 400 verlofuren. Dan heb ik nog ‘maar’ 102 verlofuren over, genoeg voor 3 weken en 6 uur verlof buiten de vrijdagen. Dat vind ik toch echt te weinig.

Inmiddels heb ik dit ook besproken met mijn plaatsvervanger, want de ‘mores’ is toch wel dat één van ons tweeën er zou moeten zijn. Hij heeft geen plannen om minder te gaan werken, het is dus geen probleem als ik er ook in 2021 op vrijdag niet ben. Men is eigenlijk al niet anders gewend. En ook mijn directeur is akkoord. Het wordt dus ook in 2021 een vierdaagse werkweek en een driedaags weekeinde voor mij. Ik kijk er naar uit.

Hoe deel jij jouw werkweek in?

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Den Haag licht stilletjes de AOW door

Geldnerd werkt bij de Rijksoverheid, dat is geen geheim, ik volg dus ook uit professionele interesse wat er hier in Den Haag gebeurt. En na meer dan 15 jaar Den Haag ken je ook een aantal trucjes.

Zo weet ik dat je altijd goed op moet letten rond de momenten dat de Tweede Kamer met reces gaat (zeg maar ‘op vakantie’). Net voordat ze gaan of net nadat ze weg zijn worden er nog wel eens interessante brieven door de diverse ministers aan de Kamer gestuurd. In de hoop dat die, tegen de tijd dat de Kamerleden terugkomen, onderaan de stapel liggen. En in de hoop dat ze niet (of in elk geval minder) opgepikt worden door de media, want de parlementaire journalisten volgen hetzelfde vakantieritme als de Tweede Kamer (al hebben sommigen nog veeeeeel langer vakantie).

Net voor de Kerst gingen er vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op vrijdag 20 december enkele interessante brieven naar de Tweede Kamer. Die inderdaad nauwelijks media-aandacht kregen, iedereen zat met z’n gedachten al bij het kerstshoppendiner. Alleen op Twitter, de onderbuik van deze planeet, zag ik een aantal verontwaardigde reacties voorbij komen, met name over de tweede brief. Sommige mensen zijn zo gewend om alleen nog korte stukjes te lezen dat ze niet eens meer in staat lijken te zijn om een hele brief en rapport door te lezen.

De eerste brief is een voortgangsrapportage over de uitwerking van het Pensioenakkoord. Veel voortgang is er nog niet, dat is gegeven de relatief korte tijd die verstreken is ook niet zo gek. Wel staat er (op pagina 2 en 3) een interessante analyse van de verwachte effecten als de rente ook op langere termijn laag blijft. Ook in het Pensioenakkoord wordt namelijk uitgegaan van de ‘risicovrije rente’. Als die laag blijft dan is er wel een rekenprobleem te verwachten. Het blijft ingewikkeld, want het werkelijke pensioen hangt nog steeds af van de rendementen op beleggingen. Die, in elk geval historisch en over langere termijn, tot nu toe steeds hoger geweest zijn dan de risicovrije rente.

De tweede brief is nog interessanter, maar dan is het wel handig om even wat meer achtergronden van de Rijksbegroting te kennen. De Rijksbegroting, oftewel het financiële meerjarenplan van de Nederlandse Rijksoverheid, is verdeeld in Hoofdstukken. In de meeste gevallen is een hoofdstuk gelijk aan een ministerie, maar niet altijd. Bijzondere onderdelen zoals het Koningshuis, de Algemene Rekenkamer en de Raad van State, hebben een eigen hoofdstuk. Ieder hoofdstuk is weer ingedeeld in Artikelen. Die vallen samen met belangrijke thema’s en onderwerpen.

Periodiek wordt er voor elk artikel, zeg maar voor elk belangrijk thema, een Beleidsdoorlichting gedaan. Daarbij staat de vraag centraal of het gevoerde beleid op basis van dit artikel doeltreffend en doelmatig is geweest. In leesbare termen: Bereikt het beleid een beetje het doel, en gebeurt dat een beetje efficiënt of wordt er geld verspild? Beleidsdoorlichtingen zijn pittige exercities, waarbij een strenge blik van buiten meekijkt en fundamentele dingen ter discussie komen te staan. Als ze op ‘mijn’ beleidsartikel plaatsvinden dan levert dat altijd een hoop werk op.

De tweede brief gaat over de beleidsdoorlichting van Artikel 8 van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Artikel 8 gaat over de oudedagsvoorziening, en heeft als doelstelling: “De overheid biedt een basisinkomen aan personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. De overheid stimuleert de opbouw van en stelt kaders voor de houdbaarheid van aanvullende arbeidspensioenen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.” In de brief wordt al snel duidelijk dat deze beleidsdoorlichting zich gericht heeft op de eerste pijler van het pensioenstelsel, de AOW.

Het rapport van de beleidsdoorlichting is interessant leesvoer. Met name hoofdstuk 10, dat ingaat op de doeltreffendheid en doelmatigheid en beleidsvarianten. Zeg maar de conclusies en mogelijke alternatieven. In paragraaf 10.2 op pagina 85 staat de prachtige ambtelijke volzin “In de beleidsdoorlichting is wel geconcludeerd dat voorzover het doel van de AOW is dat het armoede moet voorkomen, in algemene zin gesteld kan worden dat nu de hoogte van de AOW (zeker in combinatie met de inkomensondersteuning AOW) boven het sociaal minimum ligt, dit doel ook met minder middelen bereikt zou kunnen worden”. In gewone mensentaal: het kan goedkoper want de AOW is hoger dan de huidige bijstand. Er worden dan ook twee beleidsvarianten uitgewerkt die de AOW dichter bij het sociaal minimum (‘bijstandsniveau’) zouden kunnen brengen.

Oei! Tijd om met de rollators naar het Malieveld te gaan? Actieplannen voor alle AOW-gerechtigden? Ik zou even wachten. Want dit is de conclusie van de beleidsevaluatie. Maar er zit ook een brief bij van de minister van SZW aan de Tweede Kamer. Die zijn ook altijd interessant, want daar lees je wat het kabinet van plan is om te doen met de evaluatie en de conclusies, onder het kopje ‘Kabinetsreactie’. Gelukkig lees ik daar ten aanzien van de beleidsvarianten dat het kabinet geen aanleiding ziet om, buiten de jaarlijkse indexatie, aanpassingen te doen in de hoogte van de AOW. In gewoon Nederlands: we gaan voorlopig niets veranderen aan de manier waarop de hoogte van de AOW wordt berekend.

Uiteindelijk verwacht ik wel dat de AOW in de toekomst neerwaarts bijgesteld gaat worden, richting het sociaal minimum. Dat is bijna onvermijdelijk. De AOW werkt volgens het omslagstelsel, waarbij de huidige AOW-uitkeringen worden betaald uit de premies die de huidige werkenden nu inleggen. Dat is iets heel anders dan het pensioensysteem, waarbij je zelf premie inlegt in een grote pot voor toekomstige betalingen. Omdat er steeds minder werkenden zijn tegenover steeds meer AOW-gerechtigden, is dat moeilijk houdbaar. Dan zijn er twee oplossingen: de AOW-premie verhogen of de AOW-uitkering verlagen. De huidige reactie van minister Koolmees zie ik dus als uitstel. Er liggen nog genoeg moeilijke dossiers voor deze kabinetsperiode (inclusief de uitwerking van het pensioenakkoord), de AOW mag nog even doorsudderen.

Volg jij de Haagse politiek?

7% erbij in anderhalf jaar

Het bericht was er al iets langer. Maar nu is het echt officieel. ‘Wij’, de rijksambtenaren, hebben een nieuwe CAO. 7,0% krijgen we er in een paar stappen bij tot 1 januari 2020, te beginnen met 3,0% per 1 juli 2018 jongstleden. Dat is heel wat. Voordat je begint te roepen dat wij weer erg verwend worden, moet je overigens niet vergeten dat wij in ‘de crisis’ ook jarenlang zonder CAO hebben gezeten en effectief op een ‘nullijn’ zaten. Om het goede voorbeeld te geven.

Volgens het akkoord krijgen we per 1 januari 2019 eenmalig € 450 bruto, per 1 juli 2019 komt er structureel 2,0% bij en per 1 januari 2020 weer 2,0%. De CAO gaat in met terugwerkende kracht per 1 januari 2018 en loopt tot 1 juli 2020. Dus eigenlijk komt die 7% niet in 1 1/2 jaar, maar in 2 1/2 jaar…

Verder noemt de CAO een paar moderniseringen. Genoemd wordt roosterinnovatie met meer invloed van werknemers op hun roosters. Als manager is Geldnerd benieuwd wat dat gaat betekenen. Er werkt al bijna niemand meer voltijds en op een ‘standaardrooster’ van maandag tot en met vrijdag, 09.00 tot 17.00 uur. Ook gaat dat over individuele keuzemogelijkheden wanneer vakantiegeld en eindejaarsuitkering worden uitbetaald. Dat is interessant om eens naar te kijken. Mijn eerste gedachte is dat ik dit gewoon wil laten zoals het is (vakantiegeld in mei en eindejaarsuitkering in november). Als je dit elke maand laat uitbetalen verdwijnt het op de grote hoop. Al kan ik het dan natuurlijk wel meteen inzetten voor het spaarpercentage. Hebben jullie hier ervaring mee?

Klein addertje onder het ambtenarengras: zoals bekend krijgen wij ook nog te maken met een stijging van de pensioenpremies. Begin dit jaar steeg de premie van 21,1% naar 22,9%. En ook per 1 januari 2019 kunnen we nog een premiestijging verwachten. Ik heb nog nergens kunnen achterhalen wat die stijging zal zijn, maar het zal de salarisstijging wel relativeren.

In elk geval ben ik van plan om met de netto salarisstijgingen hetzelfde te doen als met de verhoging per 1 januari 2018. Ik ga het meteen toevoegen aan mijn maandelijkse spaarbedrag. Op die manier voorkom ik dat het geld verdwijnt in de maandelijkse uitgaven.

Hoe is het met jouw salaris?

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑