Geldnerd.nl

Blog over (financieel) bewust leven

Tag: rijk

Oude wijn in nieuwe zakken bij de arbeidsvoorwaarden

Toen ‘wij rijksambtenaren’ 2 jaar geleden een nieuwe CAO kregen, is er aan de onderhandelingstafel iets nieuws verzonnen. Waarschijnlijk was het laat, waren de aanwezigen niet meer helemaal helder, waren ze dronken, of een combinatie van de voornoemde factoren. Vervolgens heeft het twee jaar geduurd om alles uit te werken. Maar de afgelopen maand ben ik dan eindelijk platgespamd in mijn zakelijke mailbox door onze eigen HR-mensen. We krijgen een Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB bedraagt voor iedere medewerker 16,37% van het jaarsalaris. Hierin zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering opgenomen. Iedere maand wordt 1/12e deel van het IKB opgebouwd. We krijgen de mogelijkheid om het IKB deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor een aantal doelen zoals een fiets (jottem), fitnessabonnement (waar mijn trainer niet onder valt), vakbondscontributie (ik ben geen dinosaurus), en dat soort overbodige dingen.

De teksten van de HR-club zijn ronkend en wervend. Maar in eerste instantie voelt het voor mij als oude wijn in nieuwe zakken. Want tot op heden hebben we in de rijks-CAO een eindejaarsuitkering van 8,3% van het salaris (die wordt in november met het salaris uitbetaald), en het vakantiegeld bedraagt 8,0% van het salaris (en wordt in mei uitbetaald). En we hébben al de mogelijkheid om het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor diezelfde doelen.

Wat verandert er dan echt? Niet veel, lijkt me. Op één ding na. Het IKB vervangt de vakantie- en eindejaarsuitkering. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden in de oude situatie maandelijks gereserveerd en in mei en november uitbetaald. Het IKB wordt maandelijks opgebouwd, maar kan zodra het is opgebouwd ook worden uitbetaald. Kijk, nou wordt het interessant. Niet meer wachten op mei en november, maar het gewoon elke maand uit laten betalen met het salaris. Ik weet dat dit bij veel bedrijven al mogelijk was, maar bij de Rijksoverheid kon het tot op heden niet.

Wat gaat Geldnerd doen?

Mijn eerste gedachte was om alles bij het oude te laten. Gewoon in mei een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘vakantiegeld’ noemen), en ook in november een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘eindejaarsuitkering’ noemen). Maar dat ga ik toch maar niet doen. Al was het maar omdat we eigenlijk nooit in de ‘traditionele maanden’ op vakantie gaan… Nee, ik ga het elke maand uit laten betalen. Want dan kan ik het meteen inzetten voor mijn eigen doelen.

In de praktijk gebruik ik het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering al jaren op twee manieren. Deels is het een eenmalige extra impuls voor mijn spaar- en beleggingsdoelen. En deels gaat het naar de kleine buffer om de grote uitgaven van andere maanden (vakanties, kleding, gadgets) ‘glad te strijken’. Dat kan ik blijven doen, maar nu gewoon elke maand. Daarmee krijgt het geld meer ‘time in the market‘. En dat is goed voor het rendement. Geld zelf aan het werk zetten, in plaats van dat mijn werkgever het twaalf maanden zonder rente voor mij ‘opspaart’ en dan uitbetaalt.

Neveneffecten

Inmiddels is er ook al zicht op enkele neveneffecten. Dat versterkt bij mij het gevoel dat er aan de onderhandelingstafel misschien niet helemaal goed is nagedacht over deze maatregelen.

Zo krijgen wij ambtenaren in 2020 eenmalig ‘extra geld’. De opbouw van IKB begint namelijk per 1 januari 2020. Maar het ‘oude’ vakantiegeld voor 2020 is natuurlijk ook nog 7 maanden in 2019 opgebouwd (juni t/m december). Daarnaast wordt in december 2019 ook nog 1 maand ‘oude’ eindejaarsuitkering opgebouwd. In totaal nog 8 maanden oude uitkering uit 2019, die we met de salarisbetaling van mei 2020 uitbetaald gaan krijgen. We hebben dus eenmalig een beetje extra inkomen om de restanten van de oude regeling op te ruimen.

Netjes toch? Ja, maar wel met een addertje onder het gras voor mensen die toeslagen ontvangen (en dat schijnt de meerderheid van de Nederlanders te doen). Want het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering tellen voor de toeslagen mee bij je inkomen. Hoger inkomen? Minder toeslagen… Er wordt mensen die toeslagen ontvangen al dringend geadviseerd om, bij het aanvragen van de toeslagen voor 2020, rekening te houden met dat hogere inkomen. Dit om te voorkomen dat je als fraudeur wordt aangemerkt en verketterd wordt je eventueel te hoog vastgestelde voorschotten (gedeeltelijk) moet terugbetalen.

En voor ons boekhouders levert het soms ook een issue op. De dienst waar ik op de centjes let gebruikt het baten-lasten stelsel, zeg maar dezelfde boekhoudsystematiek als het bedrijfsleven. Daar is geen probleem. We reserveren maandelijks 1/12e deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, dat blijven we gewoon doen. En wanneer onze medewerkers dat uitbetaald willen krijgen, dat zien we wel. het geld staat er. Maar veel overheidsorganisaties gebruiken het kasstelsel. En die mogen niet reserveren. En krijgen dus te maken met een grilliger kasritme, afhankelijk van de keuzes die onze vele tienduizenden ambtenaren gaan maken over de betaalmomenten.

En er zijn ook al collega’s die zich zorgen maken. Zorgen dat veel mensen het maandelijks laten uitbetalen en consumeren. Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden door de meeste mensen al gezien als ‘normaal’ inkomen. Het gevoel is dat de ene is bedoeld om je ‘welverdiende’ vakantie te betalen, en de andere om je door de extreem dure ‘feestmaand’ december heen te helpen. En soms komen ze handig uit om een roodstand op te lossen of een schuld te betalen. Maar als het maandelijks uitbetaald wordt en meeloopt in de ‘gewone’ consumptie, dan vervalt die optie. Dat zou het risico kunnen vergroten dat deze mensen bij een volgende tegenslag in de problemen komen. We zullen zien.

Heb jij wel eens te maken met veranderingen in secundaire arbeidsvoorwaarden?

error

Boven onze stand leven

Het is een bericht waar ik toch wel elk jaar naar uitkijk, de jaarlijkse rapportage van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het vermogen van de doorsnee Nederlander. Eerder deze week was het weer zover. En omdat ik toch op de bank lag bij te komen van mijn operatie, ben ik maar eens op mijn gemak gaan lezen. Dat moest ook wel kalm aan, want door de naweeën van de narcose heb ik momenteel het concentratievermogen van een goudvis…

Gluren bij de buren…

Altijd eerst even kijken wat de media er van maken. Het vermogen van de doorsnee Nederlandse huishoudens bedroeg vorig jaar € 38.400, een stijging van maar liefst € 10.000 ten opzichte van een jaar eerder, meldde nu.nl met als kop dat ‘we’ opnieuw rijker zijn geworden door de prijsstijging van de eigen woning. Dan begin ik al te gniffelen. Verder vermeldt het artikel wat statistiekjes uit het persbericht, zoals hoeveel de rijkste en de armste 10 procent van de Nederlanders bezitten of schuldig zijn. RTL Nieuws ging op de PvdA toer en benadrukt dat de ‘ongelijkheid’ iets minder zou geworden. Ik zoek nog naar een goede definitie van ongelijkheid. Het Algemeen Dagblad (AD) maakte het nog wat bonter. Onder het motto ‘gluren is leuker’ hebben ze een interactieve kaart waar je jezelf / je gemeente kunt vergelijken met ‘de anderen’. Dat is blijkbaar het enige nieuwswaardige element.

Het AD besteedde dan wel weer meer aandacht aan de Middellangetermijnverkenning 2022 – 2025 van het Centraal Planbureau (CPB). Dat instituut zegt vaak verstandige dingen. Zij voorspellen dat de economische groei in de volgende kabinetsperiode terugvalt naar 1,1% per jaar. En ze gaan zelfs zo ver dat ze verwachten dat de koopkracht (je weet wel, dat cijfer dat rond Prinsjesdag altijd voor paniek zorgt) tussen 2022 en 2025 helemaal niet groeit. De reden: de vergrijzing. Het is blijkbaar voor het eerst dat de bevolking in de leeftijdscategorie van 15 tot 75 jaar afneemt en dat gegeven zal het economisch beeld voor de jaren 2022-2025 nadrukkelijk gaan bepalen. Dit gaat groei en koopkracht kosten, verwacht het planbureau. Ik moet me toch weer eens wat beter inlezen op de bredere economische gevolgen, bijvoorbeeld als al die babyboomers hun huizen en aandelen gaan verkopen. Gelukkig bouwen we in Nederland geen geschikte andere woningen…

Maar goed, deze blog ging over het vermogen. Over die verkenning van het CPB heb ik het misschien nog wel eens een andere keer. Meestal als ik de mediapraatjes heb gelezen ga ik zelf maar eens grasduinen in het onderliggende persbericht en rapport.

Definities

Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is.

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, blijkbaar hebben ze daar geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon. Zie daar de reden waarom die Amerikaanse bloggers allemaal zo’n hoog vermogen hebben, en wij niet (maar wel een pensioen krijgen).

De doorsnee Nederlander wordt juist armer…

Wat ik interessant vind, is de invloed van een eigen woning op het vermogen. De toename van het doorsnee vermogen komt vooral doordat woningen in waarde bleven stijgen. Wanneer de eigen woning buiten beschouwing blijft, was het vermogen met € 14.600 iets hoger dan in 2017 en iets lager dan de piek in 2010. Ze hebben daar ook een mooie grafiek van gemaakt.

Bron: CBS

Wat me daarbij opvalt, is dat het vermogen zonder de eigen woning sinds 2006 nauwelijks van z’n plek is gekomen. In 2006 was het € 13.800, in 2018 was het € 14.600. Een stijging van € 800 oftewel 5,8%. De inflatie in deze periode bedroeg in totaal ruim 20%. Dat betekent dat we in termen van koopkracht minder vermogen hebben dan in 2006. We worden armer. We leven boven onze stand. Geen verrassing, maar altijd wel confronterend om dat in de cijfers terug te zien.

In welke vermogenscategorie val jij?

Aanvulling: kersverse blogger Uitklokken heeft ook wat rekenwerk gedaan, bij hem kun je nu zelf zien in welke vermogenscategorie jij valt. En ook De Budgetman heeft hier zaterdag 23 november over geschreven.

error

Geldnerd in mijn eigen bubbel (of niet)

Mijn wereld is een bubbel. Op allerlei manieren. Ik ben wit, van middelbare leeftijd, en hoog opgeleid. Geen kinderen. Geen auto. Allemaal factoren die een sterke invloed hebben op hoe je naar de wereld kijkt en zelf bekeken wordt. Ik lees The Economist, dat schijnt ook alleen in bepaalde kringen te gebeuren. We wonen in een grote stad waar we ook werken. We hebben een hondje. Allemaal factoren die mij in een hokje plaatsen, van waaruit ik naar de wereld kijk. De randen van dat hokje vormen het ‘kozijn’ van mijn raam op de wereld. Mijn ‘bubbel’.

Ook financieel leef ik in een bubbel. Een heel bevoorrechte bubbel. Echte schulden heb ik nooit gehad, behalve mijn hypotheek en een keertje een persoonlijke lening voor een auto. Mijn eerste baan na mijn studie betaalde al behoorlijk goed, en mijn inkomen is blijven groeien. Die studie ben ik uitgekomen zonder een cent aan studieschuld. Ik ben al lang genoeg bezig met financieel bewust leven om zelfs zonder problemen een echtscheiding door te komen, voor veel mensen toch een bron van financiële ellende. Zelfs een woekerhypotheek kon mij niet deren.

Dus ook mijn financiële schrijfsels hier op deze website komen vanuit een zeer bevoorrechte positie. Ik heb nooit grote schulden weg hoeven werken, nooit ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te kunnen komen, nooit aan kinderen dingen moeten ontzeggen omdat ik er het geld niet voor heb. Dat zijn dus ook allemaal dingen waar ik wel over kan schrijven, maar dat zouden dan afstandelijke schrijfsels worden. Ik heb het zelf nooit gevoeld, nooit doorleefd, en ik weet dus ook niet echt (of beter: echt niet) hoe het is. Dus op dat terrein kan ik je niet helpen, sorry. En dan schrijf ik er liever niet over. Want mijn blog is toch vooral een verslag van mijn persoonlijke reis. Alhoewel je bij mij natuurlijk wel veel kunt lezen (leren?) over bewust met je geld omgaan, over hoe je dat bijhoudt en inricht, en het meten van jouw voortgang. Of je nu begint op nul of op minus 1 miljoen, het gaat erom om de weg omhoog te vinden. Op de manier die het beste bij jou en jouw situatie past.

Afgelopen weekend werd ik erg geraakt door een blog die ik las bij The 76K Project. Dat is een Amerikaanse familie, die bezig is om US$ 76.000 aan studieleningen en creditcardschuld af te betalen. Hij wordt erg geraakt door alle commentaren die hij leest, en de competitie die er van gemaakt wordt. Dat zette mij ook weer aan het denken. De reis naar financiële onafhankelijkheid is geen wedstrijdje om het hoogste spaarpercentage, het meeste vermogen, of de snelste pensionering met behoud van levensstijl. Maar het gaat er wel om mensen te inspireren, en te laten zien wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren, met respect voor andermans keuzes en situatie. Ik vermijd Twitter (waar 76K veel naar verwijst) overigens zoveel mogelijk, al worden mijn blogjes er wel geplaatst (maar dat gebeurt helemaal geautomatiseerd). Het voelt daar steeds meer als een bubbel die het slechtste in mensen losmaakt. Daar word ik niet vrolijk van, dus dan besteed ik mijn tijd liever aan dingen waar ik wel vrolijk van word. Ook één van de redenen waarom Geldnerd niet meer op Facebook te vinden is.

Een tijdje geleden schreef Early Retirement Extreme (ERE) een blog over zijn grootste fout als blogger, het niet (tijdig) veranderen van zijn blognaam. Naar iets wat beter past bij datgene waar hij over schrijft, zonder mensen af te schrikken. Blijkbaar schrikken mensen nog erger van het woordje ‘retirement’ dan van het woordje ‘extreme’. We houden ook erg van ‘extreem’ tegenwoordig. Extreme Sports, extreem weer, extreem dekkende verf (ja, die bestaat), extremisme…. Ook ik heb wel eens getwijfeld over mijn naam. Toen ik hier begon met schrijven dacht ik het (nog) meer over mijn spreadsheets en tools te hebben. Daar schrijf ik veel over, al zijn dat tegenwoordig mijn slechtst gelezen berichten. Mijn spreadsheets zijn al wel bijna tienduizend keer gedownload. Ik hoop dat mensen er iets aan hebben. Mij helpen ze nog elke week in het bijhouden van mijn financiën. Maar tegenwoordig is mijn blog steeds meer een persoonlijk verslag van mijn reis naar financiële onafhankelijkheid. Niet eens met het doel om meteen met pensioen te gaan, maar vooral met als doel om keuzevrijheid te hebben. Niet te ‘moeten’ vanwege die auto (hebben we niet), dat huis, of al die andere dingen die gekocht en (af)betaald moeten worden. Past een andere naam daar beter bij? Misschien wel. Maar ik bén Geldnerd. Al bijna 4 jaar. Dus dat laten we maar zo. En ik leef in mijn eigen bubbels. Maar kijk er ook graag af en toe buiten…

Zo hebben we allemaal onze eigen bubbel(s). Dat geeft ook niet, zolang je jezelf er maar bewust van bent. Het is ook niet iets nieuws, al doen de media soms alsof dat wel zo is. ‘Vroeger’ waren er ook bubbels, alleen werden dat toen ‘zuilen‘ genoemd.

Heb jij wel eens een identiteitscrisis?

error

De top 10 procent

20161124-occupyIedereen is wel bekend met ‘de 1%’. De allerrijksten, die alsmaar rijker worden. Welkom doelwit van het verzet tegen ‘de globalisering’, de bron van alle kwaad volgens veel kiezers in veel landen. Over het algemeen wordt dan verwezen naar de 1% rijksten van de Verenigde Staten. De Occupy Movement had dan ook ‘we are the 99%’ als slogan.

In mijn lijfblad ‘The Economist’ staat dit weekend een artikel over de wereldwijde verdeling van vermogen. Het was gebaseerd op het jaarlijkse Global Wealth Report van Credit Suisse. En het bevatte een paar interessante statistieken.

Als je vermogen hoger is dan US$ 2.222 (ongeveer € 2.105), hoor je bij de rijkste 50% van de wereldburgers. Bij een vermogen boven de US$ 71.560 (€ 67.800) hoor je al bij de rijkste 10%. En boven de US$ 744.400 (€ 705.000) mag je jezelf tot de rijkste 1% van de wereld rekenen. Daar werd ik wel even stil van. Dan besef je weer even hoe ongelijk de koek verdeeld is op deze wereld.

Bij de rijkste 1% hoor ik nog niet. Maar wel ruimschoots bij de rijkste 10%. Het hele artikel vind je hier.

Waar sta jij op de wereldwijde vermogensladder?

error

© 2019 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑