De tunnelvisie van het ABP?

  • Berichtcategorie:Pensioen
  • Bericht reacties:7 Reacties

Afgelopen vrijdag publiceerde ‘mijn’ pensioenfonds, de Algemene Bodemloze Put (ABP), het jaarverslag over 2021. Ik zag berichten in diverse media en ook Mr. FOB voelde zich geroepen om er een kleine analyse van te maken. En Martijn de Riet wijdde er een interessant Twitterdraadje aan.

Wat de meeste aandacht trok was het enorme bedrag aan prestatiebonussen dat het ABP afgelopen jaar betaalde aan beleggingsinstellingen die voor het ABP mijn pensioengeld beleggen. Er werd 2,8 miljard euro uitgekeerd aan zogeheten private-equityhuizen. Linksom of rechtsom is dat heel veel geld. Volgens het jaarverslag zijn er 1.203.358 actieve deelnemers en 974.772 pensioengerechtigden, die bonus is dus ruim 2.300 euro per actieve deelnemer. Dat is een paar maanden van mijn pensioenpremie. Voor de meeste mensen veel meer dan een netto maandsalaris.

Begrijp me niet verkeerd, ik snap dat het ABP een brede beleggingsmix moet hanteren. Bijna 2,2 miljoen deelnemers in verschillende stadia van hun leven. Mensen die net begonnen zijn met inleggen en pas over 45 jaar pensioengerechtigd worden en daarna misschien wel 30 jaar of meer pensioen gaan ontvangen. Maar ook mensen die al tientallen jaren pensioen ontvangen en dat misschien nog wel tientallen jaren blijven doen. Ga er maar aanstaan.

Maar toch….

Geldnerd heeft zich al vaker verwonderd over het gebrek aan transparantie van het pensioenstelsel. Iets wat met het nieuwe stelsel niet echt gaat veranderen, de organisatie van het pensioensysteem blijft hetzelfde met dus veel ruimte voor bestuurdersbaantjes en hoge kosten. Al heeft het ABP nu wel een nieuwe voorzitter van het Uitvoerend Bestuur. Een term die overigens suggereert dat er ook een ‘Niks Uitvoerend Bestuur Dat Wel Dikbetaald Wordt‘ is. Maar goed, die nieuwe voorzitter schrijft dus blogjes, in elk geval eentje (volhouden!). En die nieuwe voorzitter, niet alleen actuaris maar ook doctor in de theologie (en die zou dus iets van ethiek en moraal moeten weten…), lijkt wel door te hebben dat zo’n bonus van 2,8 miljard euro maatschappelijk moeilijk uit te leggen is. We zullen zien of er iets gaat veranderen de komende jaren decennia…

Historisch hoog rendement?

In zijn blog heeft de voorzitter het over ‘historisch hoog rendement’. Dat is nogal een claim… En Geldnerd houdt van het checken van feitjes. Daarvoor is het internet ook wel een mooie uitvinding. Nou was 2021 ook wel een erg goed beursjaar, dus eigenlijk moet je je een beetje schamen als je in dat jaar geen ‘historisch hoog rendement’ behaald hebt. Maar nu zegt het rendement over één jaar natuurlijk niet zo heel veel in beleggingsland. Ik kijk dus maar eens even naar de rendementen van de afgelopen 15 jaar, met de hulp van de vrienden van de ongelooflijk nuttige website Kennisbank ABPpensioen (een must-read voor iedere (oud-)deelnemer van het ABP). En dat zetten we dan maar eens even naast een wereldwijde aandelenindex. Daarvoor kies ik de MSCI World index.

Bron: Kennisbank ABPpensioen en Backtest by Curvo

Geen onverdeeld positief beeld voor het ABP, lijkt me. En zeker niet ‘historisch hoog’. Nu heeft het ABP natuurlijk een gediversificeerde beleggingsstrategie. Zoals Mr. FOB ook constateerde heeft het ABP 60% offensief belegd en 40% defensief. Dat sluit wel ongeveer aan bij de verhouding actieve deelnemers en gepensioneerden. Maar dat betekent wel dat we het rendement niet zomaar langs alleen maar de aandelen mogen leggen.

Dus pak ik ook de FTSE World Government Bond Index (WGBI) erbij, een wereldwijde index van staatsobligaties. En dan doen we de oefening opnieuw. Met het jaarlijks rendement van het ABP, en het jaarlijks rendement van een 60% MSCI World en 40% WGBI portefeuille, waarbij voor beide 1 januari 2006 op 100 gesteld is. De aanname is dus dat er elk jaar op 1 januari geherbalanceerd wordt, zodat het jaar weer begint met die 60 offensief / 40 defensief verhouding. Dat geeft het onderstaande beeld.

Databron: Kennisbank ABPpensioen en Backtest by Curvo

En dan doet het ABP het eigenlijk nog niet eens zo slecht. Maar ze hebben er wel veel geld en menskracht voor nodig. En dure ‘private equity huizen’ waar wij als samenleving geen positieve mening over hebben. Terwijl een volledig passieve strategie hetzelfde resultaat had opgeleverd. Gewoon 60% van het vermogen in een MSCI indexfonds gooien, 40% in een WGBI indexfonds, en een keer per jaar herbalanceren. Dat had veel kosten gescheeld. Maar dan moeten wij natuurlijk wel ophouden met zeuren over ethisch beleggen en stoppen met fossiele brandstoffen en zo. Niet zeuren, gewoon plat indexbeleggen.

Lees je even mee, ABP?

Dus doe ik het ABP hierbij ook maar eens een aanbod. Ik wil dat beleggen best voor ze doen in ruil voor een salaris van € 10 miljoen per jaar. Dan kunnen ze de rest van die dure beleggingsclub opdoeken. Daar schakel ik dan wel een paar FIRE-vriendjes en -vriendinnetjes bij in, die krijgen elk dan ook een salaris van € 10 miljoen. En een bonus hoeven we niet, we maken wel jaarlijks € 10 miljoen aan kosten voor het kasteel in Zuid-Frankrijk van waaruit wij de investeringsportefeuille gaan beheren. Is nog steeds een koopje voor de deelnemers en het ABP! De € 4,95 miljard aan kosten die daarmee alleen al in 2021 bespaard zouden zijn stoppen we dan gewoon in het belegd vermogen. Want de kosten maken op de langere termijn heel veel verschil in je opbrengsten, dat weet elke verstandige belegger… En we garanderen met een passieve strategie gewoon een rendement in de buurt van die 60% offensief en 40% defensief mix.

Het rendement van het ABP in absolute termen was in 2021 ruim € 61 miljard op een belegd vermogen van € 551,6 miljard tegen iets meer dan € 5 miljard aan kosten. Het premie-inkomen, de centjes die ‘wij actieve deelnemers’ en onze werkgevers afgelopen jaar overgemaakt hebben aan het ABP, was € 12,7 miljard tegen € 12,9 miljard aan uitkeringen. Het niet indexeren van de pensioenen is wat mij betreft echt niet meer uit te leggen…

En € 5 miljard aan kosten is dus bijna 40% van de premie-inkomsten. Vind ik ook lastig uit te leggen. Die € 5 miljard aan kosten zijn dus ongeveer 0,9% van het belegd vermogen. Dat is hoog… Misschien niet voor actief belegd vermogen, maar wel voor passief belegd vermogen. Bij mijn ETFs zijn de jaarlijkse kosten meestal minder dan 0,25%. Aan mijn broker was ik de afgelopen jaren 0,17% van mijn belegd vermogen kwijt. Ik denk dat ik met een belegd vermogen als van het ABP nog wel wat korting zou kunnen bedingen… Maar ik zit dus zelf op een kostenpercentage van 0,42%, minder dan de helft van wat het ABP kwijt is om mijn pensioen te beleggen. Daar kan bij het ABP inderdaad nog wel wat van af, dus. Want ze maken het wel erg ingewikkeld.

Bovendien heeft het ABP in principe een oneindige beleggingshorizon, dus dan mag de mix ook wel iets offensiever dan 60/40. Zet een jaar of vijf vooruit aan uitkeringen apart en de rest kan lekker langdurig renderen op de beurs. Toch?

Vastzitten in het systeem

De nieuwe voorzitter zegt in dat verband nog wel iets interessants. “Als financiële instelling maakt ABP deel uit van een systeem, waarin kapitalistische normen en regels gelden. Dat systeem kunnen we niet in ons eentje plotsklaps veranderen.” Dat klopt wel, denk ik. Maar al die dure ‘specialisten’ en adviseurs van het ABP hebben daar natuurlijk ook helemaal geen belang bij, om dat systeem te veranderen. ABP zit ook gewoon vast in z’n eigen tunnelvisie, of in elk geval de tunnelvisie van gevestigde belangen. Complexiteit is deels ook waar al die mensen hun geld mee verdienen. Net als alle andere financiële instellingen.

Steeds vaker wens ik ons het Amerikaanse systeem toe, waarbij ik (ook als loonslaaf) mijn eigen pensioen had mogen opbouwen. Dat scheelt een hoop kosten en bestuurdersbaantjes. Maar veel mensen hebben daar waarschijnlijk de discipline niet voor, om zelf elke maand een vast bedrag in een goedkoop indexfonds te storten. Toch jammer.

Heb jij ook wel eens last van tunnelvisie?

Dividendupdate 2021

  • Berichtcategorie:Beleggen

Normaliter schrijf ik er eerder over, maar dit jaar ben ik een beetje laat. Beetje weinig tijd gehad voor de blog. Waar het over gaat? Mijn dividend! Sinds een paar jaar een substantieel onderdeel van mijn beleggingsstrategie. Ik schreef er in september 2020 over. Tijd dus voor een update!

De afgelopen 4 kwartalen (vierde kwartaal 2020 tot en met derde kwartaal 2021) ontving ik in totaal € 2.780,26. aan dividend. Dat is een substantieel bedrag. Dat is, volgens de definities van het Centraal Planbureau (CPB), ongeveer een modaal maandsalaris. En dat krijg ik zomaar elk jaar verspreid over de kwartalen op mijn rekening bijgeschreven. In de vier kwartalen daarvoor ontving ik € 1.845,21. Dat is fors minder, maar niet zo vreemd omdat veel bedrijven vorig jaar hun dividendbetalingen terugschroefden of zelfs helemaal stopzetten door de onzekerheden die de coronapandemie met zich meebracht. In 2021 is er duidelijk sprake van een inhaaleffect. En van groei. Want mijn beleggingsportefeuille wordt elke maand nog weer uitgebreid als ik met mijn maandelijkse inleg weer wat bijkoop.

Ik registreer mijn dividend op netto contante basis in Euro’s, de basisvaluta van mijn administratie. Dat betekent dat ik het netto dividendbedrag opneem in mijn administratie op het moment dat het op mijn beleggingsrekening bijgeschreven wordt. Als het een dividend in buitenlandse valuta is (in mijn geval alleen US dollar), dan reken ik het om naar Euro’s tegen de wisselkoers van het moment van ontvangen op mijn rekening.

Vorig jaar schreef ik al dat dividend feitelijk een sigaar uit eigen doos is. Want als een fonds dividend uitbetaalt wordt het in mindering gebracht op de koers. Maar het helpt mij wel bij het herbalanceren doordat ik (=mijn balanceertool in mijn spreadsheet) de inkomsten belegt waar ze op dat moment nodig zijn voor de balans. Bovendien geloof ik nog steeds niet in een rationele markt, ik vind de aandelenmarkt juist ontzettend irrationeel. In een stijgende markt is dat uitbetaalde dividend al heel snel weer terug in de koers.

In onderstaande grafiek de dividendrendementen per fonds over de afgelopen 12 maanden in procenten van de huidige koers. Ze zijn iets lager dan vorig jaar, maar dat komt vooral ook door de historisch hoge aandelenkoersen van dit moment.

Onderstaand de fondsen die het betreft en de momenten waarop ze dividend betalen

###FondsnaamDividendmaand
DVYiShares Select Dividend ETFMaa Jun Sep Dec
VWRLVanguard FTSE All-World UCITS ETFMaa Jun Sep Dec
TDIVVanEck Dev Markets Dividend Leaders ETFMaa Jun Sep Dec
VHYLVanguard FTSE All-World High Dividend YieldMaa Jun Sep Dec

Het is geen doel meer om mijn dividendinkomsten elk jaar fors te laten groeien. Mijn voornaamste doel is voorlopig nog vermogensopbouw en vermogensgroei. In mijn aandelenportefeuille hebben dividendfondsen dan ook een lagere weging dan een jaar geleden, ik ben van 30% naar 20% gegaan. Waarschijnlijk verschuif ik een groter deel van mijn vermogen naar dividendfondsen op het moment dat ik stop met werken, maar zo ver zijn we hier nog niet. En eind december komt ondertussen al weer de volgende serie dividendbetalingen binnen….

Hoe gaat het met jouw dividendinkomsten?

Alfa is voor Alfa-mannetjes

  • Berichtcategorie:Beleggen
201610-alfa

Een alfadier, gewoonlijk naar het geslacht alfamannetje of alfavrouwtje genoemd, is het individuele dier in een groep van een bepaalde diersoort dat duidelijk de leiding heeft. Dit aldus Wikipedia. Deze leiding kan de vorm van heerschappij aannemen maar kan ook gewoon op gezag berusten. Bij veel zoogdieren mag het alfamannetje als enige met de vrouwtjes paren. De term Alfamannetje is dan ook synoniem geworden met dominante (mannelijke) leiders, die uiteraard hoog scoren in het bedrijfsleven en status verwerven, de baas spelen en in de kijker lopen. Testosteron is het toverwoord. Overigens ben ik in mijn loopbaan ook de nodige vrouwelijke alfa-leiders tegen gekomen. Leiding geven laat in sommige mensen toch echt het slechtste naar boven komen…

Bij investeringen is Alfa (α) de extra performance die een portefeuille heeft behaald bovenop de performance van de benchmark. Dus heeft je benchmark 6% ‘gescoord’, en jouw portefeuille 8%, dan heb je een Alfa van 2%. In de beleggingswereld is Alfa een graadmeter voor succes. Zonder Alfa ben je een loser. Dus probeert iedereen om het beter te doen dan de index. In de praktijk slagen niet veel mensen daarin.

Ik vind mijzelf niet zo’n alfamannetje, al denken sommige mensen in mijn omgeving daar anders over… Maar in ieder geval op het gebied van beleggen heb ik de Alfa vaarwel gezegd. Ik hoef het niet beter te doen dan de index. Ik wil graag in het spoor blijven van de index. Ik hoef niet zo nodig het hoogste rendement te halen. Als ik maar zo consistent mogelijk meerjarig mijn doelstellingen haal, ook in de ‘slechte jaren’.

Daarom werk ik (alleen maar) met ETFs, Exchange Traded Funds. Goedkope beleggingsproducten die zo getrouw mogelijk een index volgen. Doet de index +7%, dan ik ook. En doet de index -7%, dan ik ook. Alfa is nul, dus. Maar liever een Alfa van nul dan een Alfa beneden het vriespunt.

Wat is jouw alfa?

Het rendement op beleggingen

Als je geld spaart op een spaarrekening, dan is het rendement eenvoudig te berekenen. Bij de meeste banken krijg je elke dag 1 / 365 maal het jaarlijkse rentepercentage maal je saldo van die dag aan rente, en dat wordt dan op 1 of 2 januari van het daaropvolgende jaar op je rekening bijgeschreven. Stort je een bedrag bij of schrijf je een bedrag af, dan reken je vanaf de valutadatum van die boeking met het nieuwe saldo. Heel eenvoudig en overzichtelijk.

Met beleggingen is dat ingewikkelder. Ja, je koopt aandelen (of een ETF) tegen een bepaalde prijs. Maar daar krijg je geen vaste rente op, ze staan genoteerd tegen een koers die zeer waarschijnlijk dagelijks beweegt, naar boven of naar beneden. Misschien koop je volgende maand weer bij, tegen de dan geldende koers. Dat doe ik elke maand met mijn maandelijkse inleg. Op sommige fondsen krijg je misschien dividend, in contant geld of in aandelen. Of aandelen worden gesplitst, dat komt ook voor. En al snel is jouw deelname aan het fonds een wirwar aan transacties en handelingen. Hoe weet je dan nog wat jouw rendement is?

Rendement is onbelangrijk!

Zo. Dat is een statement. Maar wat mij betreft deels wel waar. Ik hanteer zelf een buy-and-hold strategie. Kopen en vasthouden. Het enige dat telt is de totaalstand van mijn vermogen in relatie tot het (staatsgeheime) bedrag dat we nodig hebben om te stoppen met werken en die andere levensfase in te gaan.

Maar toch wil ik af en toe kijken naar het rendement op mijn beleggingen. Op de hele portefeuille. Om te bekijken of die het wel ongeveer net zo goed doet als de wereldwijde indexen. In mijn geval kijk ik dan naar de Amerikaanse S&P500 index en de wereldwijde MSCI World Index. En per fonds. Want in sommige categorieën heb ik meerdere fondsen naast elkaar staan. Dan wil ik wel zien of er fondsen zijn die het structureel beter of slechter doen dan andere, om eventueel de verdeling over de fondsen aan te passen.

Dus rendement is meestal niet belangrijk in mijn beleggingsstrategie. Maar soms wel. En hoe bereken je die dan?

Internal Rate of Return

In de beleggingswereld wordt hiervoor gewerkt met de Internal Rate of Return. Daarmee maak je in feite een inschatting van de winstgevendheid van de investering gebaseerd op dezelfde formule die ook gebruikt wordt om de netto contante waarde te berekenen.

Volg je het nog? Nee? Ik ook niet. Dit zijn de momenten dat we heel blij mogen zijn dat er spreadsheets zijn uitgevonden. Want die hebben functies ingebouwd die deze berekeningen voor ons uitvoeren. Deze internal rate of return of XIRR-functie bestaat in Excel en ook in LibreOffice en OpenOffice. Ik maak er veelvuldig gebruik van in mijn beleggingsspreadsheet en rapporteer er ook over in mijn kwartaaloverzichten.

Hoe werk je met deze functie?

Om de XIRR te berekenen heb je een overzichtje nodig van alle handelingen die verricht zijn in een bepaald fonds. Aankopen, verkopen, dividenden, dat soort dingen. Onderstaand een (semi-)fictief voorbeeld uit mijn eigen portefeuille, met een aantal aankopen van de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (de welbekende VWRL) sinds begin 2020. VWRL betaalt elk kwartaal dividend uit in Amerikaanse dollars, dus je zit ook met wisselkoerseffecten. Ik kies ervoor om ook mijn transactiekosten bij Binck (tegenwoordig Saxo) mee te rekenen in de netto toevoeging (onttrekking) aan mijn portefeuille, op die manier zitten die meteen verwerkt in het rendement. Ik kom voor de periode vanaf begin 2020 tot en met eind mei 2021 tot onderstaand overzicht aan handelingen. Hierbij is de tussentijdse verkooptransactie fictief en alleen bedoeld om het effect op de berekening te tonen.

In deze periode heb ik € 9.979,91 in VWRL gestoken (de regels 1 + 2 + 5 + 8 + 10 + 12) en ook weer € 1.596,24 eruit gehaald (de regels 3 + 4 + 6 + 7 + 9 + 11) door de ontvangst van dividend en één verkooptransactie van een deel van mijn portefeuille. Op 31 mei 2021 bedroeg de slotkoers van VWRL € 96,10. De totale waarde van deze positie in VWRL is op dat moment dus € 10.571,00. Maar wat is dan het rendement?

Bijna € 10.000 erin en bijna € 1.600 eruit is netto € 8.400 erin, tegen een huidige waarde van bijna € 10.600. Dat is een ‘winst’ van € 2.200 in anderhalf jaar. Maar zo mag ik niet rekenen. Want de investering is stapsgewijs opgebouwd door de tijd. En een heel groot deel van die periode is het dus niet € 8.400 geweest die voor mij aan het werk was, maar een heel ander bedrag.

Gelukkig is er de XIRR-functie. Maar daarvoor moeten we eerst de transacties een beetje bewerken. Want de XIRR werkt met geld dat je IN de belegging stopt (positieve bedragen) door te kopen en geld dat je UIT de belegging haalt (negatieve bedragen), bijvoorbeeld door verkoop of de ontvangst van dividend. En ook doe je net of je aan het eind alles verkoopt tegen de huidige koers. Je sluit je positie. De eerdere tabel ziet er voor die situatie als volgt uit.

Op die fictieve situatie kan de XIRR-functie dan uitrekenen wat het actuele rendement is. Natuurlijk verkoop ik de aandelen niet echt, maar voor de berekening van het rendement doe ik wel alsof. Want dat is eigenlijk de vraag die door de XIRR-functie beantwoord wordt: “Als ik op 31 mei 2021 alles zou verkopen tegen de actuele koers, wat heeft dit aandeel me dan over die hele periode aan rendement opgeleverd?”

De opzet voor de XIRR-functie is eenvoudig, XIRR(waarden van handelingen, datums van handelingen, [optioneel een schatting]). De optionele schatting laat ik altijd weg. Dat kun je opgeven als je een idee hebt waar het rendement ongeveer moet liggen. De functie begint dan te rekenen vanaf dat punt en is (als je een beetje goed schat) sneller klaar. Maar omdat ik (nog) niet met aantallen van duizenden transacties werk heb ik dat niet nodig.

En oh ja, als je (zoals ik) een Nederlandstalige Windows- en Excelversie gebruikt, dan heet de functie niet XIRR. Maar IR.SCHEMA. En in plaats van komma’s moeten wij puntkomma’s gebruiken. Van mij had het niet gehoeven, maar zo heeft Microsoft nu eenmaal besloten…

In mijn voorbeeldspreadsheet staan de waarden in kolom F, rij 3 tot en met 15. En de datums van handeling staan in kolom C, rij 3 tot en met 15. Als ik de XIRR-functie daarop loslaat krijg je onderstaand resultaat. Het veld heb ik ingesteld om een percentage weer te geven, standaard komt er namelijk een fractie (in dit geval 0,299036) uit. 29,90% dus. Niet slecht!

Krijg je een foutmelding? Excel doet soms moeilijk over de datumnotatie en de getalnotatie. kijk dus goed of je de kolommen goed ingesteld hebt staan op datum en getal.

Hoe werk ik ermee?

Ik bereken in mijn beleggingsspreadsheet de XIRR over verschillende periodes en met verschillende reikwijdte. Vroeger berekende ik de XIRR altijd voor het lopende jaar. Maar met een langlopende portefeuille is dat eigenlijk irrelevant. En het geeft de eerste maanden van het jaar altijd rare sprongen die niks zeggen.

Tegenwoordig bereken ik de XIRR over de afgelopen 12 maanden, en over de totale looptijd van mijn portefeuille. Zowel per fonds als voor mijn portefeuille als totaal. Daarin neem ik dus alle handelingen in alle fondsen mee. Onderstaande grafiek laat zien hoe de 12-maands XIRR van mijn portefeuille zich de afgelopen twee jaar ontwikkeld heeft. Met een stevige dip aan het einde van het eerste kwartaal 2020. Niet zo gek, de markt duikelde toen naar beneden door de start van de coronacrisis.

Lang leve de spreadsheet, handmatig is dit niet te doen! Elk kwartaal is de 12-maands XIRR over mijn hele portefeuille onderdeel van mijn kwartaalrapportage. Volgende week dus ook in de rapportage over het tweede kwartaal.

Hoe bereken jij het rendement over jouw beleggingen?

Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

FIRE Calculator 4.1 – Nabestaandenpensioen

Mijn FIRE Calculator blijft een populair ding. Inmiddels is deze al meer dan 10.000 keer gedownload. Regelmatig krijg ik reacties en vragen over het rekenmodel. En dat leidt dan af en toe tot een nieuwe of verbeterde versie. Ook nu weer.

Nabestaandenpensioen

Ik kreeg namelijk een vraag over de wijze waarop het rekenmodel omging met het nabestaandenpensioen. Van een lezer die zelf nabestaandenpensioen ontvangt. Echter, in de situatie van de lezer werd het bedrag dat wordt ingevuld niet meegenomen in het tabblad Data.

Deze vraag over het nabestaandenpensioen wees mij op een denkfout die ik gemaakt heb in mijn model. Ik heb (teveel) geredeneerd vanuit mijn eigen situatie, met een levende partner. Het model werkte dus alleen in een situatie dat er twee partners zijn. Na het overlijden van de een wordt diens nabestaandenpensioen opgeteld bij het inkomen van de overlevende partner. Dat werkt als je het model met z’n tweetjes invult. Maar niet als de ene partner al overleden is en er dus alleen een nabestaandenpensioen-ontvangende partner is.

Daar heb ik de FIRE Calculator dus op aangepast. Het model rekent nu met een te ontvangen nabestaandenpensioen per persoon. In een rekensituatie met twee personen begint dat als een van de twee personen overlijdt. Als je de berekening uitvoert met één persoon dan kijkt het model naar het startjaar bij het nabestaandenpensioen. Is dat veld leeg, dan ontvang je het nabestaandenpensioen gedurende de hele rekentijd van het model. Vul je daar een jaartal in, dan ontvang je dat nabestaandenpensioen vanaf dat startjaar. Het nabestaandenpensioen is nu ook zichtbaar in een aparte kolom op het werkblad data.

Praat Nederlands met me…

Verder kreeg ik de vraag hoe de Engelse termen in het tabblad Data gewijzigd kunnen worden naar Nederlandse termen. Wanneer er nieuwe gegevens zijn ingevoerd en een herberekening wordt gemaakt, dan worden de Nederlandse begrippen die gebruikers hebben ingevoerd overschreven door de oorspronkelijke Engelse termen. Veel mensen zijn niet zo thuis in die Engelse termen en houden het daarom liever op het Nederlands.

Het werkblad Data wordt inderdaad elke keer bij herberekening volledig gewist en opnieuw opgebouwd. Inclusief de kopjes. Die zitten dus ‘ingebakken’ in de programmatuur. Het is een beetje een ’tic’ van mij om altijd Engelstalig te programmeren. Maar ik heb de programmatuur zo aangepast dat er nu alleen nog Nederlandse termen gebruikt worden op het werkblad Data en in de Grafiek. Het was natuurlijk ook een beetje onzinnig om Engelse termen te gebruiken voor een FIRE model dat helemaal op de Nederlandse pensioen- en vermogenssituatie is ingericht…

Ook nog een aanpassing op het grafiekenblad. Want de legenda van de grafiek werd wel erg vol. Dus krijg je nu alleen de componenten te zien van de perso(o)n(en) die je aanvinkt.

Het rekenmodel

Op verzoek verschijnt er volgende week een uitgebreide blogpost over het rekenmodel achter de FIRE Calculator. Hierin komt een beschrijving van alle aannames en berekeningen die ik maak in de spreadsheet. Het is geen hogere wiskunde of magie, iedereen die tot tien kan tellen kan dit maken voor zijn of haar eigen situatie.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Voor meer informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. In versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4.0 kreeg meer opties voor handmatige aanpassingen.