Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Tag: rekenrente

Ben ik blij met het Pensioenakkoord?

Het kan je nauwelijks ontgaan zijn, er is een akkoord over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. En het zal je misschien verbazen, maar ik had in eerste instantie gewoonweg weinig zin om me daarin te verdiepen… Ook omdat we eerst maar even moeten afwachten of de dinosaurussen van de FNV het feestje niet alsnog gaan bederven. Maar afgelopen weekend heb ik wel even naar de hoofdlijnen gekeken. In elk geval het deel dat voor mij, als eenvoudige loonslaaf van middelbare leeftijd, interessant is.

De pensioenpot is eigenlijk hetzelfde als mijn persoonlijke beleggingspot. Elke maand stop ik er geld in, dat beleg ik, en ik laat ‘de markt’ en de tijd hun werk doen. Die pensioenpot doen we natuurlijk samen, ‘collectief’. Daarmee delen we het risico en het rendement, en vergroten we de kans dat we er allemaal redelijk uitkomen.

Doorsneesystematiek

Nu zorgt dat collectieve ook weer voor uitdagingen. Zo is er de ‘doorsneesystematiek’. Die term betekent dat wij voor iedere ingelegde euro aan premie onafhankelijk van leeftijd dezelfde pensioenopbouw ontvangen. Maar de inleg van jongere deelnemers kan nog veel langer renderen dan die van oudere deelnemers. Doordat voor iedereen dezelfde premie wordt betaald, krijgt een jonge deelnemer naar de toekomst geredeneerd (te) weinig pensioenopbouw voor zijn inleg. Een oudere deelnemer krijgt juist (te) veel. Anders gezegd: de jonge deelnemers subsidiëren de oudere deelnemers, er wordt solidariteit tussen de generaties verwacht. Want de jonge deelnemers worden ook oud en worden dan weer gesubsidieerd door de jonge deelnemers die na hen komen. Het omslagpunt ligt qua leeftijd ergens tussen 40 en 45 jaar.

Geldnerd zit inmiddels in de groep die subsidie ontvangt, nadat ik de afgelopen 20 jaar juist gesubsidieerd heb. Zolang de meeste deelnemers lang bij hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak bleven werken, was de doorsneesystematiek een prima oplossing. Maar dat is natuurlijk erg veranderd. Dus die doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Volgens minister Koolmees word ik (en alle veertigers met mij) daarvoor gecompenseerd. Hoe precies? Dat is nog niet duidelijk, het kabinet en de sociale partners ‘gaan maatregelen uitwerken om [deze groep] op een evenwichtige manier te compenseren‘. Ik ben voorzichtig achterdochtig…

Rekenrente

En ook de ‘rekenrente’ wordt vaak genoemd als ‘probleem’. Pensioenen zijn altijd iets van de lange termijn. Dat maakt het lastig. Mijn pensioenfonds moet nu al inschatten hoeveel geld zij nu in kas moeten hebben om mijn pensioen tot in de verre toekomst uit te keren. En dat ook voor elke andere deelnemer. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, de ‘rekenrente’, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld pensioenfondsen nu in kas moeten hebben.
Er is echter niet één rekenrente, maar wel een zogenaamde ‘rentetermijnstructuur’. Het precieze percentage hangt af van de looptijd van de verplichting. Moet een pensioenfonds over tien jaar een bepaald bedrag betalen, dan wordt er een andere (hogere) rekenrente gebruikt dan bij een betalingsverplichting over vijf jaar. Deze nuance is uiteraard de afgelopen jaren volledig weggevallen in de discussie, want ‘te ingewikkeld’.
Hier is het Pensioenakkoord in mijn ogen wel creatief. Want er is afgesproken dat de pensioenuitkering flexibeler wordt, en sterker meebeweegt met goede en slechte beleggingsresultaten. Dat betekent dat de pensioenuitkering de ene keer omhooggaat en de andere keer daalt. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen indexeren en verhogen bij een dekkingsgraad van meer dan 100 procent en verlagen als die onder de 100 procent uitkomt. De extra financiële buffers die fondsen nu moeten aanhouden, zijn dan niet meer nodig. De pensioenfondsen hebben dus minder ‘last’ van de rekenrente. Maar daar staat voor ons, als deelnemers, een ‘beweeglijker’ en minder zeker pensioenresultaat tegenover.

Wat brengt het mij?

Met name die afschaffing van de doorsneesystematiek is nog even spannend. Hoe de compensatie eruit gaat zien moet ik maar afwachten. En de onzekerheid over de uiteindelijke omvang van mijn pensioen wordt groter, omdat de pensioenen sneller gaan meebewegen met de beleggingsresultaten. Hoe precies, ook dat is nog even afwachten.

Maar ik mag wel eerder met pensioen. Toen ik, bijna 4 jaar geleden, begon met dit blog was mijn verwachte pensioenleeftijd 69 jaar en 6 maanden. Dat werd eerder, nadat de levensverwachting minder bleek te stijgen dan verwacht, 69 jaar en 3 maanden. Maar als het pensioenakkoord doorgaat wordt het naar verwachting 67 jaar en 8 maanden. In totaal ben ik er dus bijna 2 jaar op vooruit gegaan. Eerst zien, dan geloven, dat dan weer wel.

Zelf blijf ik stug doorsparen. Want ik ben niet van plan door te werken tot 67 jaar en 8 maanden. Voor mij is veel belangrijker hoeveel ik heb opgebouwd op het moment dat ik stop met werken. En de indexering die daarna wel of niet plaats gaat vinden. Het zal nog wel even duren voordat we de echte effecten van het pensioenakkoord zullen zien, de invoering is voorzien voor 2022.

Wat verwacht jij van het pensioenakkoord?

Update: ook Financieel Vrijer schreef vanochtend over het Pensioenakkoord. 

error

Dekking(sgraad) zoeken

201609-pensioenHet is alweer een tijdje geleden dat ik geschreven heb over mijn pensioen. Eerlijk gezegd heb ik alle mediaberichten van de afgelopen maanden een beetje verdrongen. Ik had er gewoon even geen zin meer in. De rente blijft laag, dat is onlangs nog door de Europese Centrale Bank bevestigd, en daarmee blijft ook de rente waarmee de pensioenfondsen moeten rekenen om hun reserves te waarderen (te) laag. Langzaam maar zeker worden we voorbereid op weer een rondje verlaging van de pensioenen.

Eén berichtje bleef echter wel hangen. Het was een paar weken geleden, op televisie. Vertegenwoordigers van diverse pensioenfondsen werden geïnterviewd over de (te) lage dekkingsgraden. In beeld kwam een meneer van PGGM, het pensioenfonds voor zorg en welzijn. Hij deed de uitspraak dat hun dekkingsgraad met 15% zou stijgen als de rente 1% stijgt. Kaboem… Die kwam even bij mij binnen.

Voor de meeste pensioenfondsen zou dit de dekkingstekorten met één klap oplossen. Een rentestijging met 1%. Dan zitten we nog steeds op een historisch gezien lage rente.

En ik vraag me steeds vaker af: wie houdt wie nou voor de gek?

error

Pensioenoerwoud (3)

Ingewikkeld is de waardering van de pensioenreserves zeker. Op de website van de Universiteit Leiden vond ik een doctoraalscriptie uit 2007 over het oude Financieel Toetsingskader (FTK) dat gebruikt werd om de reserves van de pensioenfondsen te toetsen.

Ten tijde van de vernieuwing van het FTK las ik dit document met een overzicht van de wijzigingen. De essentie, lees ik ook in veel artikelen over de pensioendiscussie, is de manier waarop de rekenrente bepaald wordt, de rente die pensioenfondsen moeten gebruiken om de toekomstige verplichtingen te waarderen.

Kreupelgeld schreef in reactie op mijn eerdere blog het volgende: Stel dat een pensioenfonds nu 100 euro in kas heeft om daar over 20 jaar een verplichting van 200 euro mee te betalen. De 100 euro die ze nu nog tekort komen zal met rendement moeten worden aangevuld. Pensioenfondsen moeten nu rekenen met 3,3% rendement. Daarmee is de waarde van die 100 euro over 20 jaar 191 euro. Ze komen dan 9 euro tekort. De dekkingsgraad is dan 95%.

Het rendement dat de pensioenfondsen moeten gebruiken is de rekenrente. Helaas is dat een politiek instrument en dus kwetsbaar. De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire rente, de rente waarvoor centrale banken en ‘gewone’ banken elkaar geld lenen. En die is al jaren kunstmatig laag door het huidige beleid van de Europese Centrale Bank om de economie te stimuleren. En dat zal nog wel even zo blijven. Maar op deze manier wordt de verlaging van de interbancaire rente doorgegeven aan de pensioenfondsen. En daarvoor was die rekenrente niet bedoeld…. Toch zie je dat de politiek nu geen stappen neemt om de pensioenfondsen / pensioenopbouwers / gepensioneerden te beschermen tegen de rekenrente. Dat bevestigt voor mij alleen maar dat de rekenrente (ook) een politiek instrument is.

Ik loop nog een beetje vast in het vinden van een duidelijke uitleg over de precieze waardering van de pensioenreserves. Dat onderzoek moet ik nog even voortzetten. Ik hoop dat ik daar de komende periode (met alle verhuisperikelen) aan toekom. Maar ik ben nog niet tevreden! Ik wil weten hoe die reserves gewaardeerd worden!

Wordt vervolgd. Wederom.

error

Pensioenoerwoud (2)

Mijn pensioen wordt opgebouwd bij het ABP. Ik ben dus maar eens gaan kijken op hun website. Daar vind ik dat ze momenteel uitgaan van een gemiddelde levensverwachting van 87,5 jaar. Omdat ik volgens de huidige regels op mijn 67e met pensioen mag, zou ik dus 20,5 jaar mogen genieten van het pensioen. Als zij mij inderdaad € 55.000 per jaar gaan uitbetalen (dat lijkt heel veel, maar vergeet die 25 jaar inflatie niet…), dan hebben ze daar dus een ‘potje’ van 20,5 x 55.000 = € 1.127.500 voor nodig. Dat potje hoeven ze uiteraard niet al helemaal gevuld te hebben als ik met pensioen ga, ook daarna kunnen ze nog rendement halen over het nog in het potje zittende deel. Al zullen tegen die tijd de regels vast weer aangepast zijn, en de pensioenleeftijd zal mee gaan stijgen met de levensverwachting. Ik denk dat mijn werkelijke pensioenleeftijd dichter bij de 70 uit zal gaan komen.

Hier heb ik ook even een grafiekje gemaakt. Het pensioen wat volgens mijn jaarlijks overzicht al veilig gesteld is (‘dit krijgt u ieder jaar als uw dienstverband nu eindigt’) is € 21.164. Uitgaande van 20,5 jaar pensioen zit er dus al 20,5 x 21.164 = € 433.862 in ‘mijn’ pensioenpot. Op dit moment wordt er jaarlijks iets minder dan € 19.000 in mijn pensioenpot bijgestort (werknemersdeel + werkgeversdeel). Dus uitgaande van

  1. € 433.862 nu in de pot
  2. € 18.720 jaarlijks bijstorten in de pot (het bedrag van 2016)
  3. Met pensioen in 2038
  4. Daarna jaarlijks € 55.000 uitkeren
  5. Jaarlijks een rendement van X%

moet dat leiden tot een pensioenpot die tussen mijn 87e en 88e verjaardag leeg is. Zie onderstaande grafiek.

201602 Mijn Pensioenpot

En nu mogen jullie raden wat het jaarlijkse rendement X is wat daarvoor behaald moet worden?

1,0%.

Dat zou ze moeten kunnen lukken toch? Misschien zelfs iets meer voor hun eigen kosten en zo? Nu is het uiteraard zo dat er niet zoiets is als ‘mijn pensioenpot’. We betalen aan en eten uit de ‘grote ruif’.

Dus waarom moet ik me dan zorgen maken? Of is er toch iets meer aan de hand met de manier waarop de pensioenfondsen hun reserves moeten waarderen? Op het eerste oog staat op de website van het ABP een aardige uitleg over hun financiële situatie. Maar zodra je meer wilt weten wordt het lastiger. Als je bijvoorbeeld zoekt naar informatie over de waardering van hun verplichtingen en de rente wordt je hiermee afgescheept. Je kunt wel zeggen dat het een ingewikkelde rekensom is, maar dat is nou net wat ik wil begrijpen! Dan heb ik toch een beetje het gevoel dat ik met een kluitje in het riet gestuurd word. Als ik dan ook nog op de pagina met bestuursleden lees dat ze allemaal transparantie belangrijk vinden, krijg ik een beetje vieze smaak in mijn mond. Want zelfs als je het wilt begrijpen, is nergens de informatie te vinden zodat je het kunt begrijpen.

Hoe moeten de pensioenfondsen hun reserves waarderen? Wat zijn de effecten? Hoe staan ze er echt voor? Wordt vervolgd….

error

© 2019 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑