Perspectief

Februari. Normaliter maken we dan al ruimschoots vakantieplannen. Zien we onszelf met een glaasje wijn en een kaasje op een terras bij een huisje in Frankrijk zitten. Een prima manier om de donkere maanden januari en februari door te komen.  Zelfs vorig jaar deden we dat nog, plannen maken. Totdat een viruspandemie roet in het eten gooide. Een pandemie waarvan we een aantal maanden dachten dat het hier niet zo’n vaart zou lopen. Wij eten immers geen broodjes vleermuis. In elk geval niet dat we weten…

Maar het liep anders. Ik weet nog dat ik op een vrijdag in maart 2020 overleg had met mijn teamleiders, en voorzichtig tegen ze zei dat we elkaar waarschijnlijk een paar weken niet op kantoor zouden kunnen treffen. Terugkijkend was dat de laatste keer dat we als managementteam bij elkaar zijn geweest. Vanaf maandag 16 maart werkten we volledig thuis, en medio juni stapte ik zelfs over naar een nieuwe baan op een ander ministerie. We hebben nog net begin juni samen een afscheidsborrel kunnen drinken, met z’n zevenen. De horeca was toen net weer open. Ook dat lijkt nu een andere tijd in een parallel universum.

Sinds medio juni werk ik voor een ministerie waar ik in totaal nog maar een handvol keren fysiek geweest ben, de laatste keer in september. Met een hele mooie groep mensen, waarvan ik de meesten nog maar één of twee keer in levende lijve gezien heb. Maar we vergaderen, schrijven samen mooie nota’s, en hebben mooie en diepgaande gesprekken over hoe we Nederland door ons beleid mooier en beter kunnen maken en hoe we problemen op kunnen lossen. Dat loopt gewoon door.

En om ons heen draait de wereld ook door. Sommige mensen hebben veel last van de coronacrisis. Verliezen dierbaren. Verliezen hun werk. Zitten thuis. Anderen gaan door alsof er niks aan de hand is. Sommigen blijven ontkennen, corona is een verzinsel of een virus van de overheid om ons allemaal een 5G-chip in te spuiten. Het netto effect van ons gezamenlijk gedrag is dat we nog steeds in een lockdown zitten. Dat er volgens de deskundigen een derde golf aan komt. En dan bedoel ik de deskundigen die er wel voor doorgeleerd hebben, niet de deskundigen uit de 17 miljoen bondscoaches langs de lijn. Die van mij eigenlijk gewoon eens hun mond mogen houden. Ik geloof in kennis en vakmanschap die dieper gaat dan Twitter en andere bedenkelijke bronnen, en over langere tijd is opgebouwd dan een avondje Googelen… Doe je eigen onderzoek. Een jaar of 5 à 10. Dan mag je meepraten.

Ja, ik snap meestal ook niet waarom het vaccineren zo lang duurt. En waarom de testcapaciteit zo langzaam werd opgebouwd. Mijn collega’s van dat ministerie werken er heel hard aan, dat zie ik wel. En het feit dat we heel lang geleden hebben besloten om het Nederlandse zorgsysteem ‘efficiënt’ in te richten zal er ook wel mee te maken hebben. ‘Efficiënt’ betekent namelijk ook ‘zonder buffers’. Zonder fatsoenlijke reservecapaciteit om dat ene ‘black swan event‘ op te vangen. Dat was destijds vast een goed idee om te kunnen bezuinigen.

Afgelopen jaar was ik ook regelmatig verdrietig, bang en boos. Verdrietig en bang om wat ik zag gebeuren om me heen. Leeggehamsterde supermarkten. Een virus waarvan we niet wisten wat het zou doen. Mensen om me heen die in zorgen zaten om hun dierbaren, of verdriet hadden bij overlijden, of niet naar een begrafenis konden, of een kwetsbare gezondheid hebben en al bijna een jaar thuis zitten. Ik was verdrietig voor de collega’s die moeite hadden om alle ballen in de lucht te houden, het werk en de kinderen en de zorg voor dierbaren. Ik was boos op mensen die zich niet aan de maatregelen hielden en houden, die een avondklok aangrijpen als reden om te demonstreren plunderen. Soms als ik boos ben wil ik dat soort mensen in elkaar slaan, of hoop ik dat de ME er extra hard op mept. Maar zo wil ik me helemaal niet voelen. Ik heb dan soms echt even een hekel aan mezelf.

Net als veel mensen worstel ik met het gebrek aan perspectief. Kunnen we wel weer eens naar buiten? Naar een restaurant? Met een groep vrienden een biertje doen op een terras? Een feestje vieren? Een begrafenis bijwonen? Op vakantie? Luxeprobleem. Afgelopen jaren gingen wij in september, toen iedereen weer terug was. Op de tweede dag van onze vakantie zette Frankrijk de regio waar wij verbleven op rood. We zijn in de auto gestapt en naar huis gereden. In het najaar zijn we nog een weekendje weg geweest in eigen land. We hebben een heerlijk huis, maar snakken ook wel eens naar een ander uitzicht dan onze werkplek.

Tegelijkertijd hebben we veel om blij mee te zijn. We hebben inkomenszekerheid. Elke maand op de 24e wordt het salaris gestort. We hebben zinvol en interessant werk. Dat loopt allemaal gewoon door. Eigenlijk bevalt dat thuiswerken me ook wel goed. Het scheelt reistijd, het is makkelijker om alles digitaal te doen, het is eigenlijk best efficiënt. Ik ben blij als ik collega’s kan helpen die even worstelen met al het gedoe en de combinatie werk en kinderen thuis. Maar soms wil ik wel weer eens over een kantoorgang wandelen en even bij een collega binnen kunnen lopen. De koffie is tegenwoordig thuis wel een stuk beter dan op kantoor.

Ook mijn financiële systeem loopt gewoon door. De aflossingen, de beleggingen. Zelfs de beurs blijft maar stijgen. Een enorme bubbel, maar je hoort mij niet klagen. Dat komt wel weer als de bubbel in elkaar klapt.

Terug naar kantoor? Ik reken tot in het najaar nergens op. Pas als we een overgrote meerderheid van de bevolking gevaccineerd hebben kunnen wij Haagse ambtenaren terug naar de legbatterijen kantoorkolossen rondom station Den Haag Centraal. Op vakantie? Ik hoop het. Een beetje perspectief op een einde van de tunnel? Dat zou fijn zijn.

Zo. Van me af geschreven. En hierna gaan we gewoon weer over financieel bewust leven schrijven.

Ben jij er ook wel eens klaar mee?