Blog over (financieel) bewust leven

Tag: pensioenpremie (Page 1 of 3)

Rekenen aan je pensioen met de A-factor?

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de A-factor iets te maken had met het beleggingsresultaat van het ABP… Maar dat is niet zo. Zelfs na 4,5 jaar bloggen en 17 jaar mijzelf verdiepen in mijn persoonlijke financiën, valt er nog steeds van alles te leren.

Jaren geleden heb ik al eens geschreven over de A-factor. A staat voor Aangroei, en het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. In artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’. Oftewel, hoeveel pensioen heb je in dat kalenderjaar opgebouwd?

De A-factor is nodig om de fiscale jaarruimte te berekenen voor de aftrek van betaalde lijfrentepremies. Maar is het ook een recht? Geeft het mij vanaf mijn pensioendatum ook daadwerkelijk recht op een pensioen ter waarde van dat bedrag voor de rest van mijn leven? Is mijn beschikbare bruto pensioen dat ik ‘straks’ jaarlijks ontvang gelijk aan de som van die pensioenaangroei per jaar, van de som van die A-factoren? Dat heb ik nergens expliciet kunnen vinden, terwijl ik toch de pensioenwet en het pensioenreglement van het ABP doorgeplozen heb. Het lijkt er wel op, maar onder het voorbehoud dat slechte beleggingsresultaten of lange periodes met lage rentes (zoals de afgelopen jaren) er niet voor zorgen dat het pensioen gekort moet worden. Of, stel je voor dat dat ooit weer gaat gebeuren, dat goede resultaten er voor zorgen dat je pensioen weer eens geïndexeerd wordt voor inflatie.

Ik heb het nergens expliciet kunnen vinden, maar het lijkt erop dat mijn toekomstig pensioen gelijk is aan de som van mijn A-factoren minus kortingen plus indexeringen. De opgebouwde rechten zijn onvoorwaardelijke verplichtingen van het fonds aan de deelnemers, lees ik op pagina 96 van het meest recente jaarverslag van het ABP Ik ga toch nog eens uitzoeken of dat ook echt zo is. En ik erger me steeds vaker aan het totale gebrek aan transparantie in ons pensioenstelsel, aan die mist die overal overheen ligt en die voorkomt dat duidelijk wordt waar je nou eigenlijk wel of niet recht op hebt. Alleen al uitzoeken hoe het in elkaar zit kost een hele berg tijd.

Bereken je eigen A-factor

Tijdens mijn recente onderzoekje naar het pensioengevend salaris heb ik eindelijk ontdekt hoe die A-factor tot stand komt. Die is dus helemaal niet afhankelijk van welk beleggingsresultaat dan ook. Het is gewoon afhankelijk van je salaris en wat wet- en regelgeving. De formule is zelfs redelijk simpel:

A-factor = ( Pensioengevend Salaris -/- Franchise ) * Opbouwpercentage * Deeltijdpercentage

Wat het Pensioengevend Salaris is en hoe het berekend wordt, daar heb ik onlangs uitgebreid over geschreven.

Bij pensioenverzekeringen is de Franchise het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd en daarom ook geen pensioenpremie wordt betaald. Het van oorsprong Franse woord franchise (vrijdom) is via het Engels in het Nederlands terechtgekomen, en is afgeleid van franc (vrij). Het pensioen wordt gezien als een aanvulling op de AOW-uitkering (ik zie het eerder andersom). De aanname is dan dat het pensioen niet eerder ingaat dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Door een Franchise van het salaris af te trekken voorkom je een dubbeling, anders zou het zo zijn dat je AIOW-premie betaalt en daarnaast over hetzelfde (deel van het) salaris ook nog eens pensioenpremie. De vakterm hiervoor is ‘AOW-inbouw’.

Het Opbouwpercentage is voor deelnemers van het ABP hier te bekijken. Het is de afgelopen jaren enkele keren gewijzigd. Het huidige fiscaal maximale opbouwpercentage van 1,875% zorgt ervoor dat je in veertig jaar een ouderdomspensioen opgebouwd van ongeveer 75% van je gemiddelde pensioengevend salaris gedurende je loopbaan. Hoe dat maximum tot stand gekomen is was even graven, maar het is onderdeel van het Witteveenkader. Ik had er nog nooit van gehoord. Dat opbouwpercentage vind je dan weer in Artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. Lid 1 zegt dat een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,657 percent van het pensioengevend loon bedraagt. En lid 2 leert mij dat een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,875 percent van het pensioengevend loon bedraagt.

Het Deeltijdpercentage is van belang als je parttime werkt. Ik heb een 36-uurs contract, dat noemen we bij de overheid voltijds. Mijn deeltijdpercentage is dus 100%.

Narekenen

Kijk, met dit soort gegevens kun je aan de slag. Uiteraard is Geldnerd begonnen met het narekenen van de jaarlijkse A-factor die hij van het ABP krijgt. Ik heb die gegevens sinds 2006. Voor de meeste jaren komt er keurig hetzelfde bedrag uit, waarbij ik er de laatste jaren wel rekening mee moet houden dat mijn pensioengevend salaris boven het maximum ligt waarover pensioen opgebouwd mag worden. Maar er waren twee jaren waar ik zelf, met de formule, uitkwam op een hoger bedrag dan wat ik volgens het Uniform Pensioen Overzicht recht op had: 2013 en 2014. In mijn archief vond ik geen correspondentie van het ABP of van mijn werkgever op basis waarvan ik dat verschil kon verklaren.

Dus heb ik maar eens een keurige brief geschreven aan het ABP. Liever had ik ze gemaild, maar dat kan niet. Je mag bellen of een brief sturen. In de brief de gegevens waarover ik beschikte en de verschillende uitkomsten, met de vraag of zij mij kunnen verklaren wat de reden is van het verschil tussen mijn berekeningen en de gerapporteerde A-factor voor deze twee jaren. Ik kreeg netjes binnen twee weken antwoord. Dat kwam dan wel weer per e-mail.

Vanaf 1 januari 2014 bleken de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek gewijzigd. Daar stond een zinnetje over in mijn Uniform Pensioenoverzicht uit 2014, diep weggestopt in de bijlage. Om te voorkomen dat de factor A de fiscale ruimte voor lijfrentes in 2014 beperkt, is de berekening iets gewijzigd: de pensioenaangroei over 2013 is vermenigvuldigd met de factor 35/37. Vanaf 1 januari 2015 zijn de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek nogmaals gewijzigd, ook dat was diep weggestopt in de bijlage. De pensioenaangroei over 2014 is vermenigvuldigd met de factor 37/40. Als ik die correcties toepas, dan kloppen de A-factoren voor die twee jaren. Hoe deze factoren berekend zijn? Daar zal ik wel nooit achter komen… De betreffende bekendmakingen vind je hier en hier. Wie in Nederland heeft er nou geen abonnement op de Staatscourant? Hier in Huize Geldnerd lezen we ‘m elke dag van voor naar achter en weer terug (Not!).

Voorspellen

Ja, en dit biedt toch wel mogelijkheden. Want Geldnerd is natuurlijk stilletjes van plan om eerder te stoppen met werken dan op z’n officiële pensioendatum. En bij het ABP kun je geen indicatie krijgen hoe hoog je pensioen is als je bijvoorbeeld op je 50e of 55e stopt met inleggen. En als je niet weet hoe hoog je pensioenuitkering is , dan weet je ook niet hoe hoog je vermogen moet zijn om dat onbekende pensioen aan te vullen. Het is een van de dingen waar ik tegenaan liep tijdens het ontwikkelen van mijn FIRE Calculator.

Toch heb ik het daar niet zo slecht gedaan, ik laat de A-factor in mijn rekenmodel meestijgen met hetzelfde percentage als je gemiddelde verwachte salarisstijging. En in mijn model geef je aan in welk jaar je wilt stoppen met werken. Dan stopt de pensioenopbouw. Dat geeft dus een benadering van je te verwachten bruto pensioen, behoudens indexatie, kortingen, en de ontwikkeling van de franchise.

Kijk jij ook wel eens naar jouw pensioen?

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering = 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Ga je salarisbrief narekenen!

Elk jaar, aan het eind van januari, schrijf ik over mijn nieuwe salaris. Tot nu toe keek ik alleen naar het bedrag onder de streep. Ik zette wel op een rijtje wat er veranderd was in het belastingstelsel en de pensioenpremie, maar daar bleef het dan wel bij. Tot dit jaar.

Want er gebeurde iets vreemds. Mijn pensioenfonds, het ABP, had trots verkondigd dat de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen licht omhoog zou gaan, met 0,4%-punt. De overige premies (voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen en voor voorwaardelijk pensioen) zouden dit jaar ongewijzigd blijven. Het staat er echt.

En toch zag ik iets heel anders op mijn salarisbrief. Mijn premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen verdubbelde bijna, en de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen steeg met 2,3%. Dat zijn heel andere getallen. Die ik ook niet kon koppelen aan de CAO-wijzigingen en de veranderingen in het belastingstelsel.

En dat knaagde. Het knaagde zo erg dat ik me ben gaan verdiepen in elk getalletje op mijn salarisbrief. Er ging een wereld voor me open. Lees mee en huiver.

De rechterkolom

In de rechterkolom staan een aantal bedragen en een aantal feitelijke gegevens over mijn arbeidsovereenkomst met de Rijksoverheid. Die feitelijke gegevens zijn eenvoudig. Mijn BSN-nummer, mijn salarisschaal en trede, en mijn bankrekeningnummer. Ook staat er de arbeidsduur in uren per week. En er staat dat ik een schriftelijke arbeidsovereenkomst heb voor onbepaalde tijd, en geen oproepkracht ben.

Er staat ook een bruto-uurloon. Dat kan ik reconstrueren. Ik neem 12 maanden keer mijn bruto maandsalaris. Dat deel ik door 52 weken keer mijn arbeidsduur in uren per week.

Daarnaast wordt ook het minimumloon standaard op mijn salarisbrief vermeld, geen idee waarom eigenlijk? Er staat een bedrag van € 1.653,60. En voor mijn leeftijdscategorie ’21 jaar en ouder’ is dat inderdaad het juiste bedrag in 2020.

Grondslag SV-Loon

Het Sociaal Verzekeringsloon (SV-loon) wordt berekend door het bruto salaris te verlagen met de bruto inhoudingen en pensioenpremies, en het daarna te verhogen met de bruto toelagen. Bruto inhoudingen heb ik niet. Wel pensioenpremies, die ik van mijn bruto-salaris aftrek. En de brutotoelagen bestaan uit de Betaling IKB, dus die tel ik dan weer op. En ook hier klopt het bedrag.

Bijzonder Tarief Loonheffing

Ook staat er op mijn brief een Bijzonder Tarief Loonheffing vermeld, 55,5%. Dat is het tarief waarop mijn bijzondere beloningen (de dertiende maand en eventuele extra beloningen) belast worden. Daarvoor moet ik naar de website van de Belastingdienst. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tabel voor Bijzondere Beloningen voor een Standaardsituatie. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. In de tabel die je dan kunt downloaden zoek je jouw Jaarlooncategorie op (12 maal je bruto maandsalaris). In mijn situatie is sprake van heffingskorting (zie ook hierboven), ik kijk dus naar de kolommen met loonheffingskorting. Daar zie ik een standaardtarief van 49,5% en een verrekeningspercentage loonheffingskorting van 6%. Samen is dat 55,5%. In 2019 was dat in mijn situatie nog 51,75%. Oef….

Jaarinkomen pensioen

Eén van de dingen waarmee we het in Nederland ingewikkeld maken, is dat we voor elke regeling een andere grondslag bedenken. Een andere basis, waar we dan weer van alles op gaan baseren. In ons pensioenstelsel kennen we het ‘pensiooengevend salaris’. Gelukkig is er de website van het ABP. Daar lees ik dat mijn Pensioengevend Salaris elk jaar in januari wordt vastgesteld. Het bestaat uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen (die ik volgens mij niet heb) en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor (die ik volgens mij ook niet heb). Het zou in mijn Uniform Pensioen Overzicht (UPO) moeten staan, maar het UPO over 2020 krijg ik volgend jaar pas. Dus ga ik zelf maar even rekenen en experimenteren.

Variabele toelagen heb ik niet, voor zover ik mij bewust ben. En volgens mij is de enige vaste toelage de 8,30% van voorheen de eindejaarsuitkering, nu een deel van IKB. Ik neem dus braaf mijn bruto maandsalaris maal 12 maanden, en tel daar 8,00% vakantiegeld en 8,30% eindejaarsuitkering (tegenwoordig dat Individueel Keuze Budget) bij op.

Huh? Ik kom uit op een véél lager bedrag…. Eens kijken of dit duidelijk wordt als ik mij dadelijk richt op de linkerkolom van mijn salarisbrief.

Afbouw Heffingskorting

De heffingskorting is wat mij betreft een uitvinding om het belastingstelsel complexer te maken. En op mijn salarisbrief staat dan ook nog een bedrag aan Afbouw Heffingskorting. Die krijg ik niet gereconstrueerd. Ik heb op allerlei manieren naar de formules gekeken, maar kom niet uit op het bedrag dat daar staat. Het schijnt ook afhankelijk te zijn van het bedrag aan belasting dat mijn fiscale partner verschuldigd is. Bizar dat we met z’n allen accepteren dat er getallen op onze salarisbrieven staan die niet te herleiden zijn?

De linkerkolom

In de linkerkolom van mijn salarisbrief wordt mijn bruto-salaris in een aantal stappen omgerekend naar mijn netto-salaris. Die stappen bestaan uit de Loonheffing, het IKB-budget en de diverse pensioenpremies.

Bruto-salaris

Allereerst mijn bruto-salaris. Dat is simpel te verifiëren. Ik val onder de CAO voor rijksambtenaren. En ik weet in welke salarisschaal en trede ik val. Dus kan ik gewoon opzoeken welk bruto-salaris daarbij hoort. Gelukkig kwam het bedrag op mijn salarisbrief overeen met het bedrag dat voor mijn schaal en trede in de tabel staat.

Loonheffing

Alle belastingen worden tegenwoordig jaarlijks bij elkaar geknutseld in één loonheffing. Daar wordt het eenvoudiger van, maar niet meteen transparanter. Jaarlijks publiceert de Belastingdienst ook hiervoor een nieuwe tabel. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tijdvaktabel voor Standaardsituaties. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. Als tijdvak kies ik voor Maand, want ik krijg maandelijks mijn salaris uitbetaald.

In de tabel die je dan downloadt zoek je in de kolom Tabelloon jouw bruto salaris op. Ik heb Loonheffingskorting en ben, ondanks dat ik Opa Geldnerd genoemd word, jonger dan de AOW-leeftijd. In de betreffende kolom kan ik dus zien welk bedrag aan Loonheffing er op mijn salarisbrief zou moeten staan. En dat klopt.

Ik ga binnenkort nog wel eens een keer kijken hoe die loonheffing precies is opgebouwd. Nu eerst naar de IKB en de pensioenpremies, want daar is deze hele exercitie immers om begonnen.

Betaling IKB

Het Individueel Keuzebudget (IKB), de opvolger van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering voor rijksambtenaren. En daarmee is het er niet eenvoudiger op geworden. Op de website van P-Direkt, de centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid, lees ik dat het IKB-budget 16,37% van mijn salaris is, te weten de vakantie-uitkering van 8,00%, de voormalige eindejaarsuitkering van 8,30%, en de gekapitaliseerde waarde van de vervallen mobiliteitstoeslag en telewerkvergoeding van samen 0,07%.

Ik neem dus 16,37% van mijn bruto-salaris, en inderdaad! Ook dit bedrag klopt.

Premie ABP Ouderdomspensioen / Nabestaandenpensioen (OP/NP)

Nu wordt het ingewikkelder. De pensioenpremie. Daar vertelt de website van de rijkssalarisadministratie niet zo heel veel over. Dus verplaatste ik mijn aandacht weer naar de website van mijn pensioenfonds, het ABP. Daar lees ik dat ik en mijn werkgever voor het Ouderdoms- en nabestaandenpensioen 24,9% premie betalen. Mijn werkgever 17,43% en ik 7,47%. Beide premies worden berekend over mijn Pensioengevend Salaris nadat deze verminderd is met de Franchise. Wat een termen…

De formule zou moeten zijn:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. Maar wat ik ook probeer met de salariscomponenten, niets komt uit op het getal dat ik op mijn salarisbrief van januari 2020 zie staan. Ik kom voortdurend lager uit. Wat zie ik over het hoofd? Ook de salarisbrieven van 2019 erbij gepakt en kijken of ik ergens een toelage mis?

Ten einde raad draai ik het maar om. Ik pak de pensioenpremie die op mijn salarisbrief staat, en gebruik de formule:

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En dan ontdek ik dat inderdaad voor mijn pensioengevend salaris een bedrag van € 110.111 wordt gehanteerd. Dat is wel even iets meer dan ik als salaris verdien. Maar het bedrag komt me bekend voor. Het is het maximum bedrag waarover je in 2020 pensioen op kunt bouwen bij het ABP. Huh? Het verklaart ook waarom ik er in de rechterkolom met het Jaarloon Pensioen niet uitkom. Want dat ligt nog weer hoger dan dit maximumbedrag.

Premie ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen (AP)

Ik besluit om de premie van het Ouderdomspensioen en Nabestaandenpensioen even te laten rusten, en richt mijn aandacht op dat andere ABP-regeltje op mijn salarisbrief, de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarvoor geldt in 2020 voor werknemers van de Rijksoverheid een premiepercentage van 0,21% en een franchise van € 21.400, lees ik bij het ABP. In 2019 was het premiepercentage overigens nog 0,12%. Dat verklaart dus wel de enorme stijging op mijn salarisbrief, maar ik ben nog steeds benieuwd waar de 0,4 procentpunt uit het persbericht van het ABP vandaan komt.

Wijs geworden door de vorige categorie (of teleurgesteld, dat is misschien een beter woord), gebruik ik ook hier eerst de formule

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En hier kom ik zelfs uit op een hoger getal, duizenden euro’s boven het maximaal pensioengevend salaris. Ongeveer op het getal dat er als Jaarloon Pensioen in de rechterkolom staat. Huh in het kwadraat?

Nerd with a mission!

En ja, dan wordt de activistische ambtelijke nerd in mij wakker. Onrecht! Onduidelijkheid! Complexiteit! Gebrek aan transparantie! Allemaal dingen waar ik in mijn dagelijks werk tegen strijd. Of misschien zie ik gewoon iets over het hoofd? Dat kan natuurlijk ook…

En gelukkig hebben wij ambtenaren P-Direkt. De centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Ten strijde, als ware ik Don Quichot met de windmolens! Ik heb mijn vraag ‘kunt u mij uitleggen hoe de pensioenpremies op mijn salarisbrief berekend worden?’ dus schriftelijk ingediend en kreeg een keurige ontvangstbevestiging, waarin stond dat men ernaar streefde om binnen 5 werkdagen antwoord te geven. Soms zijn ambtelijke molens best fijn. Ze malen traag maar wel gestaag.

Nou, dat haalden ze dus niet.

De tussenstand van deze #nerdmission is dat de Rijkssalarisadministratie inmiddels al vier werkweken bezig is met de beantwoording van de vraag hoe mijn pensioenpremies berekend worden. Ik heb al twee keer een geautomatiseerde mail gekregen ‘dat het helaas iets langer duurt’. Afgelopen week stuurden ze mij een berekening, maar gewoon eentje die uitging van het Jaarloon Pensioen op mijn salarisbrief. Ik heb ze dus mijn eigen berekening van het jaarloon gestuurd, en gevraagd hoe zij op dat hoge jaarloon komen. Daar zullen ze vast en zeker rustig nog een paar weken over gaan doen. Maar ik ga volhouden! #hierzitnogeenblogpostin

Ook over de Afbouw Heffingskorting heb ik een schriftelijke vraag gesteld. Ook daar wacht ik nog op antwoord.

Voor alle collega’s die ook hun pensioen opbouwen bij het ABP: Tijdens mijn onderzoeken vond ik een website van een (oud-)collega die een schatkamer vol informatie verzameld heeft over het ABP. Het lijkt erop dat ik alle reden heb om nog even vol te houden, net zo lang tot ik het begrijp.

Wordt vervolgd dus. Ga jij nu ook je salarisbrief narekenen?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

De nieuwe salarisbrief

Vol verwachting klopte mijn hart. Zoals elk jaar keek ik uit naar de salarisbetaling van januari. Dat is het moment, dan weten wij loonslaven pas echt wat het effect is van alle maatregelen die elk jaar genomen worden. Dit jaar was er een stapeling van dingen.

  • Wij rijksambtenaren kregen de laatste salarisverhoging uit onze huidige CAO, in totaal 2,0%.
  • Ons pensioenfonds, het ABP, koos voor een kleine verhoging van de pensioenpremie met 0,4 procentpunt.
  • En we kregen de optie om ons vakantiegeld en de eindejaarsuitkering per maand uit te laten betalen in het Individueel Keuze Budget, iets dat ik meteen op 2 januari heb aangevinkt in ons personeelssysteem.

Het had wat mij betreft dan ook weinig zin om vooraf te proberen precies in te schatten wat er op mijn rekening zou worden overgemaakt. Dit was zo’n stapeling van veranderingen… Ik heb gewoon afgewacht. En dit was het resultaat:

  • Het bedrag dat ik betaal aan pensioenpremies is gestegen met bijna 3,5%. Dat komt vooral door de premie van het arbeidsongeschiktheidspensioen, die van 0,12% naar 0,21% ging. De premie ouderdomspensioen steeg slechts met 2,3% ten opzichte van het bedrag in 2019.
  • In totaal is mijn netto salaris gestegen met 3,7%. Dat is dus het resultaat van de 2,0% loonsverhoging uit de CAO, de verandering van de belastingschijven en de gestegen pensioenpremie.
  • De loonheffing is voor mijn situatie 0,9% gedaald.
  • En bovenop mijn salaris krijg ik aan Individueel Keuze Budget een extra maandelijks bedrag van 12,8% van het nieuwe nettosalaris. Dit komt in de plaats van het vakantiegeld in mei en de eindejaarsuitkering in november.

De netto stijging van 3,7% (exclusief Individueel Keuzebudget) valt me alleszins mee. Ik heb ergere jaren gehad, en ook vorig jaar ging ik er netto op achteruit. Maar goed, van de huidige CAO hoeven we niets meer te verwachten, en een nieuwe CAO is nog lang niet in zicht. En ik verwacht begin 2021 een forse stijging van de pensioenpremie…

Nu de salarisbetalingen binnen zijn, heb ik ook de maandelijkse bijdrage van Vriendin en mijzelf aan de gezamenlijke huishouding herberekend. Of liever gezegd, dat heeft onze gezamenlijke administratiespreadsheet automatisch gedaan nadat ik de salarisbedragen heb ingevoerd. De aflossing op het huis doen we 50/50, en alle andere uitgaven (inclusief de hypotheekrente) gaan ‘naar draagkracht’. Dat is gedefinieerd als ‘naar verhouding van ons netto salaris’. Voor het vierde jaar op rij is ons totale huishoudbudget niet gestegen. We komen prima uit met het bedrag dat we maandelijks op de rekening storten. Dat is prettig. Daarmee kon ik ook de laatste maandelijkse automatische boeking voorprogrammeren op mijn bankrekening. Mijn financiën voor 2020 verlopen weer grotendeels geautomatiseerd volgens het principe van ‘eerst mezelf betalen’.

Hoe is het met jouw salaris in januari?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑