Geldnerd ontrafelt het pensioenmysterie

Bij de analyse van mijn salarisbrief over januari 2021 ontdekte ik dat mijn pensioenpremie de afgelopen 5 jaar met ruim 50 procent gestegen is. Dat vind ik veel, erg veel. Zeker omdat ik steeds minder zeker weet of en wat ik daar ooit voor terugkrijg. En ook omdat ik geen idee heb wie daar eigenlijk over beslist. Ik ben het zelf in elk geval niet. Want dan had ik het heft al tientallen jaren geleden in eigen hand genomen. Maar die mogelijkheid heb je niet als loonslaaf. En ik ben niet de enige die met stijgende pensioenpremies te maken heeft.

Stilletjes ben ik dus op onderzoek uitgegaan. Ik ben begonnen met mijn arbeidsvoorwaarden, daar heb ik onlangs een uitgebreide blogpost over geschreven. Maar daar hield het niet mee op, ik ben ook een ontdekkingsreis gaan maken door ons huidige pensioensysteem. Meer specifiek door de pensioenen van de Rijksambtenaren. Mijn eigen beroepsgroep en het ABP. De Absoluut Bodemloze Put. Ik wil beter begrijpen hoe het zit. Wie heeft waar welke invloed? Hoe zitten de spelregels in elkaar?

In april 2016 heb ik al eens een paar blogjes geschreven over het Nederlandse Pensioenoerwoud. Die serie was nog niet af. Maar ik liep toen echt wel een beetje vast op een gebrek aan beschikbare informatie. Vrij kort na de publicatie van die blogposts werd mijn tijd opgeslokt door de verhuizing van het Verre Warme Land naar Nederland, en daarna is het blijven liggen. Maar ik ga dus een nieuwe poging doen. Wel met een iets andere aanpak. Een aanpak die ik ook vaak volg als ik in mijn werk een probleem moet ontrafelen. Follow the Money en Follow the Papertrail. Hoe lopen de financiële stromen? En welke organisaties en welke overlegorganen zijn er, met welke rol en bevoegdheden, welke formele besluiten en documenten? Eens kijken hoe ver we daarmee komen.

De werkgever scheept je af met dit soort pagina’s in ‘begrijpelijke taal’. Maar elke zin roept bij mij vragen op. Want wie bepalen er eigenlijk hoeveel premie wij betalen en hoeveel pensioen we straks ontvangen? Waar wordt dat op gebaseerd? Hoe komen ze tot hun besluiten?

Regelgeving

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Uitgesteld salaris voor later. Dus ik had verwacht een aantal ronkende alinea’s over mijn ambtenarenpensioen aan te treffen in de CAO Rijksoverheid. Maar dat valt tegen. Er wordt een aantal keren verwezen naar het ABP Pensioenreglement, die komen we  nog uitgebreid tegen. Maar verder lijkt het hele ambtenarenpensioenstelsel en de rol van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) als een gegeven beschouwd te worden.

Het ABP kent dan ook al een lange historie. In de jaren 80 heeft het toenmalige kabinet (Lubbers) gretig misbruik gemaakt van haar bevoegdheden en pensioengeld van ambtenaren ingezet om de overheidstekorten in de toenmalige crisis te verlagen. Daarna kwam er ook nog een frauderende directeur en het werd een heuse ‘ABP-affaire’ en daarna is het ABP geprivatiseerd. Ik vond een zeer lezenswaardig artikel over deze geschiedenis.

Twee decennia ambtenaar zijn heeft mij geleerd om altijd terug te gaan naar de basis. Ik ben dus maar eens gaan lezen in de Wet Privatisering ABP. Wetten zijn niet het meest vermakelijke en toegankelijke leesvoer, maar ze zijn altijd leerzaam. Zo ook hier want in artikel 21 lid 1 lees ik dat de overheidswerknemers verplicht zijn deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP. Ik moet dus meedoen. Staat in de wet.

De Wet Privatisering ABP regelt verder dat al het geld en alle medewerkers van het ‘oude’ ABP overgaan naar het nieuwe ABP. Dat is fijn. De regering heeft dus geen geld achtergehouden. In elk geval niet dat ik kan achterhalen. Of toch wel. Er is namelijk ook een Aanpassingswet Privatisering ABP met een heel gemeen Artikel LXII. Lid 1 van dat artikel zegt namelijk dat de Stichting Pensioenfonds ABP aan overheidswerkgevers een reductie van de door hen verschuldigde pensioenbijdrage toekent. Ze hebben zichzelf dus korting gegeven, die werkgevers…

Organisaties

Ook rond de pensioenen is een web van organisaties geweven. Enerzijds zijn dat de mechanismen die werkgevers en vakbonden hebben gecreëerd om het pensioencircus aan te sturen. Maar ook rond het ABP zelf zijn de nodige advies- en toezichtsorganen actief.

Een centrale rol wordt weer verzorgd vanuit de Stichting CAOP, die we ook al tegenkwamen toen ik naar de arbeidsvoorwaarden keek. Daaronder hadden we die Raad voor Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en daaronder die Pensioenkamer. De Pensioenkamer is verantwoordelijk voor de aard en de inhoud van de pensioenvoorziening van het overheidspersoneel. Dat is een wat cryptische omschrijving. Deze club is verantwoordelijk voor de inhoud van het Pensioenreglement. Komen we op terug.

Dan de Stichting Pensioenfonds ABP. Een club met een Bestuur, een Verantwoordingsorgaan en een Raad van Toezicht. Het voelt een beetje als een ‘management-BV’. Want sinds 1 maart 2008 de uitvoering van de pensioenregelingen ondergebracht in een zelfstandige uitvoeringsorganisatie Algemene Pensioen Groep NV (APG). De splitsing was nodig omdat het ABP ook commerciële verzekeringen aanbood en zo (oneerlijk) concurreerde met verzekeringsmaatschappijen. APG werkt niet alleen voor het ABP (de sectoren onderwijs en overheid), maar pook voor de pensioenfondsen van de bouw, schoonmaak, woningcorporaties, sociale werkvoorziening, medisch specialisten en architectenbureaus.

Ik heb er maar weer een plaatje van gemaakt om het voor mezelf begrijpelijk te houden.

Dan is er ook nog de manier waarop het ABP bepaalt hoe er met ons pensioengeld belegd wordt. Daar schrijven ze iets over op hun website. Binnen het bestuur van het ABP is er een Bestuurscommissie Beleggingsbeleid. Die ziet (met een paar externe leden maar ook interne leden) toe op de uitvoering van het Strategisch Beleggingsplan op dat elke drie jaar door het bestuur wordt opgesteld en adviseert over allerlei beleggingszaken. Ik denk dat ze vooral ook een heel groot aandeel in WC-Eend hebben.

Dat Strategisch Beleggingsplan van het ABP, dat kan ik dus nergens vinden.

Hier kun je zien wie er in het bestuur van het ABP zitten.

Hier kun je zien wie er in de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid zitten.

Hier kun je zien wie er in de Raad van Toezicht zitten.

Hier kun je zien wie er in het Verantwoordingsorgaan zitten.

Hier kun je zien wie er in de Pensioenkamer zitten. Nou ja, voorletter en achternaam. Ik heb nog niet iedereen kunnen traceren.

Voor zover ik nu kan achterhalen zijn dat de belangrijkste spelers. Zij bepalen samen hoe ons ambtenarenpensioen eruit ziet.

Pensioenreglement en Pensioenovereenkomst

In de Pensioenwet wordt geregeld wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot pensioen. Bij de definities in artikel 1 staat onder andere het Pensioenreglement genoemd, waar ook in de CAO naar verwezen werd. Het Pensioenreglement is de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer.

Een ander interessant dingetje in dat artikel 1 is de Pensioenovereenkomst. Die regelt hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen.

En tenslotte lees ik nog iets over het Uitvoeringsreglement. Dat is de door een pensioenfonds opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en werkgever.

Als ik wil begrijpen wat er nou allemaal geregeld is tussen het ABP en mijn werkgever, dan lijken me dat de documenten die ik maar eens door moet lezen. En ik kan ze keurig vinden op de ABP-website. Tenminste, de actuele versies. Maar er blijken er veel meer te zijn. Met name dat pensioenreglement wijzigt best wel vaak. Maar die historie kun je dan weer niet terugvinden bij het ABP. Gelukkig is er een Stichting Kennisbank ABPpensioen. Die heeft niks met het ABP te maken, maar heeft wel een mooie online bibliotheek met alle versies die er van deze documenten geweest zijn. En dat zijn er heel veel.

Pensioenovereenkomst

De Pensioenovereenkomst is dus het pensioencontract tussen de werkgever en de werknemers. Toch interessant dat ze me dat de afgelopen twintig jaar nooit verteld hebben. Want als werknemer ben ik partij in dit contract. Maar ik kan ‘m dus maar moeilijk vinden. Niet bij de CAO Rijk, de afspraken tussen werkgever en werknemers. Niet bij het ABP. Niet op de website van de Rijksoverheid. Niet op de wetgevings-website van de Rijksoverheid. Gelukkig heeft de Stichting ABP Pensioen ‘m wel ergens opgeduikeld. En vind ik via die route ook een recentere versie op de website van de Staatscourant.

Artikel 3 lid 2 regelt dat besluitvorming over wijziging van de inhoud van het pensioenreglement plaatsvindt in de Pensioenkamer van de Raad voor
het Overheidspersoneelsbeleid. Machtig clubje dus. Verder regelt Artikel 4. lid 2. sub a. dat 30% van de verschuldigde pensioenpremie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen door de overheidswerknemer betaald wordt door middel van een inhouding op het salaris. Onze werkgever betaalt dus 70%.

En Artikel 6 leert mij dat de werkgevers en de vakbonden de ambitie hebben om de pensioenen en pensioenaanspraken ‘bestendig en volledig’ te indexeren, met als maatstaf de prijsontwikkeling (Consumentenprijsindex, alle huishoudens, niet afgeleid, zoals gepubliceerd door het CBS). Maar indexatie is voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds en vindt pas plaats bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Daar hoeven we voorlopig dus niet op te rekenen. Per 31 januari 2021 (laatst gepubliceerde datum) was de beleidsdekkingsgraad van het ABP 87,5%.

Uitvoeringsreglement

Het Uitvoeringsreglement is de regeling tussen de werkgever en het pensioenfonds. Die opgesteld wordt door het pensioenfonds. Dat is ook meteen duidelijk als je begint te lezen. De eerste zin heeft het over regels die door ABP zijn opgesteld om de pensioenregeling beheerst en integer te kunnen uitvoeren. Overigens kun je als werkgever onder verplichte deelname uitkomen, als je gemoedsbezwaren hebt… In het document worden verder dingen geregeld als de informatie-uitwisseling tussen werkgever en pensioenuitvoerder en de premiebetaling, waarbij verwezen wordt naar een Handleiding Premie en Gegevens. Ook lees ik dat de jaarlijkse premie vastgesteld wordt volgens het premiebeleid in de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN), die ook op de website van het ABP staat

Handleiding Premie en Gegevens

De Handleiding Premie en Gegevens is een document van 167 pagina’s. Die heb ik niet helemaal doorgelezen. Het is een nadere uitwerking van het
Uitvoeringsreglement en het Pensioenreglement van ABP. De handleiding regelt in detail het verstrekken van deelnemerschapsgegevens, pensioengevend inkomen, premie- en grondslaggegevens en ook de betalings(wijze) van pensioenpremies.

Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN)

Dan de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). Daarin kun je onder andere gedetailleerd lezen hoe het ABP is ingericht. En je kunt lezen naar welke indicatoren ze allemaal kijken om te sturen. Er staat zelfs in welke zinnetjes ze gebruiken in de communicatie. Als je leest ‘Er is een kans dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging 15 – 70%. Maar lees je ‘We verwachten dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging groter dan 70%.

Ook las ik op pagina 23 dat de pensioenpremie berekend wordt op basis van een verwacht reëel rendement, dat sinds 2017 op 2,8%. Dit
percentage wordt gebruikt als disconteringsvoet. Maar door de verminderde economische vooruitzichten en de lage marktrente zal het ABP dit verwacht reëel rendement stapsgewijs zal gaan verlagen naar 2,0% (2,8% (2020), 2,4%
(2021), 2,2% (2022), 2,0% in 2023 en later). Verder kun je op pagina 31 lezen hoe het beschikbare geld belegd wordt, met de verdeling over aandelen, obligaties en andere beleggingscategorieën.

Statuten

Het Uitvoeringsreglement verwijst ook nog naar de Statuten van het ABP. Die heb ik dus ook maar even doorgelezen. Op grond van de statuten artikel 13.1 is het bestuur bevoegd om een of meer pensioenreglementen vast te stellen en/of te wijzigen. En het bestuur van het ABP stelt ook het Uitvoeringsreglement vast.

Pensioenreglement

Het Pensioenreglement regelt de verhouding tussen pensioenfonds en werknemers. Weer dus iets waar ik partij in ben, en waar ik mij niet van bewust was. het product van de geheimzinnige Pensioenkamer. het beschrijft voor allerlei situaties en omstandigheden wat mijn rechten en plichten zijn. Wanneer bouw je pensioen op? Wat gebeurt er als je een partner krijgt, gaat scheiden, of ziek wordt?

Het gaat ook in op de situatie als je eerder met pensioen wilt dan je AOW-datum. Dat kost je heel veel geld, heb ik al eens gezien in de MijnABP-omgeving. Vandaar dat mijn strategie op dit moment is om het pensioen pas in te laten gaan op de AOW-datum. De tijd tussen stoppen met werken en uitbetaling van (AOW en) pensioen wil ik dan met mijn eigen vermogen overbruggen. Het uitgangspunt waar ook mijn FIRE Calculator op gebaseerd is.

Interessant is hoofdstuk 11. Dat gaat over gemoedsbezwaren. Als je gemoedsbezwaren hebt tegen iedere vorm van verzekering, dan kun je verzoeken om niet aan de ABP-pensioenregeling mee te hoeven doen. Nu weet ik niet of mijn levensovertuigingen uit de Church of FIRE hiervoor voldoende geacht worden. Maar het is een interessant gedachtenexperiment… Niet deelnemen en het zelf regelen. Voor mij als ‘ambtenaar van middelbare leeftijd’ is dat een beetje laat.

Opdrachtgever en Opdrachtnemer

Wat nog een beetje mist in mijn plaatjes, is duidelijkheid over het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in dit hele systeem. Ik ga er van uit dat de werkgever opdrachtgever is aan het pensioenfonds ABP. En het pensioenfonds ABP is weer opdrachtgever van de uitvoerder APG.

Wat je als belanghebbende hoopt is dat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een beetje scherpe gesprekken plaatsvinden. Dat een opdrachtnemer af en toe zegt ‘wat heb je nou weer voor onzin verzonnen, dat kan of wil ik niet uitvoeren’. Of ‘als je dit zo wilt dan kost dat een paar procent rendement per jaar’. Dat soort dingen.

En daar is dus helemaal niets over te vinden. Als dit gesprek al plaatsvindt, dan vindt het plaats in de pensioenachterkamertjes. Ver weg van ons, eenvoudige stervelingen die elke maand een substantieel deel van ons salaris in die pensioenpot stoppen.

Van premiebetaling tot pensioenuitkering

Goed. Mijn werkgever maakt dus maandelijks de premie over aan het pensioenfonds. En verhaalt 30% daarvan op mij via de pensioenpremie in het salaris. Het pensioenfonds ABP sluist dat geld door naar de pensioenuitvoerder. Die gaat daarmee beleggen volgens de kaders uit het Strategisch Beleggingsplan en de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). De rendementen en de waarde van die beleggingen vormen samen de Grote Pensioen Pot.

Uit die Grote Pensioen Pot betaalt ABP de pensioenuitkeringen van de mensen die al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Maar ze rekenen ook voortdurend uit hoeveel geld er nodig is om te voldoen aan alle opgebouwde rechten van alle deelnemers.

Pensioenrechten

Wat ook ik heb al rechten. Dat recht is de som van alle A-factoren die ik heb opgebouwd, aangevuld met indexeringen (die we al heel lang niet gehad hebben). Het ABP moet er van uit gaan dat ze dat bedrag jaarlijks aan mij moeten betalen. Zo lang ik leef. Dus zijn ze erg geïnteresseerd in levensverwachting. Want ( som van de A-factoren ) maal (aantal jaren dat er naar verwachting aan mij betaald moet worden ) is ongeveer het ABP uiteindelijk aan mijn pensioen kwijt gaat zijn. En dat voor alle deelnemers. Dat zijn er miljoenen. Best een ingewikkelde rekensom dus. Zeker omdat het niet helemaal zo werkt. Ik ben er nog niet precies achter hoe het ABP het pensioen berekent waar ik volgens het pensioenoverzicht recht op zou moeten hebben…

De mate waarin het ABP kan voldoen aan de optelsom van al die pensioenen is de dekkingsgraad. Die is momenteel lager dan 100%, ergens in de toekomst komt er een tekort dus. Verwachten ze. Maar het ligt ingewikkelder dan dat. Want het ABP moet ook aannames doen over hoeveel geld er nog de pensioenpot instroomt en hoeveel rendement daarop gemaakt wordt. En er zijn allerlei regeltjes over hoe het ABP daarmee om moet gaan. Niks ‘gemiddelde rendement op de beurs over de afgelopen 100 jaar. Maar rekenrente. Die weer gebaseerd is op de rente op staatsleningen. Die al heel lang ongeveer nul is. Dus fictief gaan ze er van uit dat er bijna geen rendement meer komt. En dan kom je tekort ja, nogal wiedes. Zeker voor de mensen die nog 10, 20, 30 jaar in moeten leggen.

Het is een nogal zwaar vereenvoudigde uitleg. Maar dit is wel ongeveer hoe het werkt.

Wat vindt Geldnerd?

Ik zit er aan vast, aan dit systeem. Als ambtenaar bij wet verplicht om deel te nemen aan het pensioenfonds Absoluut Bodemloze Put. Er gaan een aantal dingen best goed. Maar ik zou best wat meer inspraak willen hebben. En wat meer transparantie in hoe het beleggingsbeleid bepaald wordt, en hoe de regeltjes vastgesteld worden en waarom ze veranderen. Wie daarover beslissen. Wie zitten er in die Pensioenkamer, en waarom? Idem de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid, en het Bestuur van het ABP. Of moet ik dan toch lid worden van een vakbond om hierover mee te kunnen praten?

Er komt natuurlijk een grote pensioenhervorming aan. Maar hoe die er uit gaat zien, dat ligt nog op de tekentafel. Daar ga ik me binnenkort ook maar eens in verdiepen. En ik vrees dat die niet echt transparanter wordt. Want de belangen zijn groot, heel groot.

Hoe denk jij over het pensioensysteem?

De verrassing van het januari-salaris?

Misschien kunnen we beter spreken over teleurstelling dan over verrassing? Begin januari verwachtte ik het al. Bij de gebruikelijke voorspellingen over de ontwikkeling van de koopkracht werd aangegeven dat de salarissen van de loonslaven er enkele tientjes op vooruit zouden gaan in 2021. Bij het ‘rekenen achter de komma’ voor 2021 had het kabinet namelijk besloten om het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting te verlagen van 37,35% naar 37,10%, en om de heffingskortingen te verhogen.

Voor een aantal sectoren zat er bovendien nog een salarisstijging in het vat, meestal uit CAO-onderhandelingen van begin vorig jaar. Sinds het begin van de corona-crisis is te zien dat er kleinere loonsverhogingen uit de CAO-onderhandelingen komen. Tegelijkertijd verwacht het Centraal Planbureau (CPB) voor 2021 een inflatie van 1,4%.

Voor de rijksambtenaren geen loonsverhoging per 1 januari. Medio vorig jaar is een kortlopende CAO afgesloten met een loonsverhoging van 0,7% en een eenmalige thuiswerkvergoeding. Die CAO liep tot 1 januari 2021, en op de website van de FNV las ik dat er vanaf medio januari over een nieuwe CAO gepraat wordt. We wachten af. Ik ben vooral benieuwd naar de gesprekken die binnen het rijk lopen over ‘hybride werken’, wat er op neer komt dat we geacht worden ook na de coronacrisis vaker thuis te werken. Persoonlijk vind ik dat prima, ik kan goed leven met één of twee dagen per week ‘kantoor’. Maar hier leven zeer diverse gevoelens over. In mijn eigen team zitten ook mensen die ernaar snakken om weer dagelijks naar kantoor te gaan. Blijkbaar zit er één of ander verslavend stofje in de koffie bruinzwarte vloeistof die daar uit de koffie-automaten komt?

Wat wel veranderde per 1 januari: de pensioenpremie van het ABP steeg weer eens, van 24,9% naar 25,9%. En dan mogen we nog van geluk spreken dat het ABP (op het nippertje) de pensioenen niet hoefde te verlagen. De ambtenaren gaan er dus relatief minder op vooruit door de stijgende pensioenpremie.

Met al die over elkaar heen buitelende wijzigingen doe ik maar geen poging om te voorspellen wat mijn uiteindelijke netto salaris wordt in 2021. Hetzelfde bruto-salaris, lagere heffingskorting, een lagere loonheffing, en een hogere pensioenpremie. Ik wacht in januari altijd gewoon gespannen af wat er uiteindelijk op mijn bankrekening gestort wordt. En op de salarisbrief zie ik dan de uitsplitsing. Wat wel fijn is bij de overheid: het is een betrouwbare betaler. Het rijk stort de salarissen altijd op de 24e van de maand. Valt dat in een weekend of op een feestdag, dan wordt er eerder betaald. Ook in december (‘dure maand’ voor veel mensen) wordt er een paar dagen eerder betaald.

Begin januari heb ik wel weer ingesteld dat ik mijn vakantiegeld en eindejaarsuitkering (‘het Individueel Keuze Budget‘) gespreid per maand wordt uitbetaald. Dat heb ik in 2020 ook gedaan en is mij goed bevallen. Op deze manier kan ik het zelf meteen effectief inzetten, in plaats van dat mijn werkgever dit renteloos voor mij opspaart en uitkeert in mei (vakantiegeld) en in november (eindejaarsuitkering).

Uiteindelijk steeg mijn netto salaris in januari 2021 met € 20,98. De pensioenpremie steeg met ruim € 30, en de loonheffing daalde met ruim € 50. De netto uitbetaling IKB steeg met € 9,50. In totaal heb ik in januari dus € 30,48 meer ontvangen dan vorig jaar, een stijging van 0,6%.

Het is toch elk jaar ook weer een beetje een verrassing hoe het kwartje valt met dat salaris. In januari 2020 steeg mijn netto salaris met 3,7% door een CAO-loonstijging. In 2019 ging ik er netto € 0,88 per maand op achteruit. In 2018 kwam er een procentje salaris bij, en in 2017 waren het net geen twee tientjes.

ABP = Absoluut Bodemloze Put?

Vaste lezers weten dat ik vrijwel elk getalletje al heel lang bijhoud. In onderstaande grafiek zie je de ontwikkeling van de diverse posten op mijn salarisbrief sinds mei 2016, de eerste maand na terugkeer uit het Verre Warme Land. Vanaf januari 2020 zie ook het Individueel Keuze Budget.

Ik vind het eigenlijk beste wel schokkend om te zien hoe sterk de pensioenpremie (de optelsom van de diverse bedragen die ik afdraag aan het ABP) de afgelopen jaren gestegen is. Een derde van de stijging van mijn brutosalaris in de periode 2016 – 2021 is uiteindelijk naar mijn pensioenpremie gegaan.

En als ik de inflatie sinds begin 2016, de stijging van mijn bruto salaris, en de stijging van de pensioenpremie naast elkaar zet, dan wordt het helemaal bijzonder. Het netto salaris, gecorrigeerd voor de invoering van het Individueel Keuze Budget, is in deze periode overigens nauwelijks gestegen.

En ja, ik zit in een managementschaal. Maar de pensioenpremie is een percentage van het bruto salaris, dus deze cijfers gelden ook voor andere schalen.

Heb jij jouw salaris al ontvangen? En viel het mee of tegen?

Rekenen aan je pensioen met de A-factor?

  • Berichtcategorie:Pensioen

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de A-factor iets te maken had met het beleggingsresultaat van het ABP… Maar dat is niet zo. Zelfs na 4,5 jaar bloggen en 17 jaar mijzelf verdiepen in mijn persoonlijke financiën, valt er nog steeds van alles te leren.

Jaren geleden heb ik al eens geschreven over de A-factor. A staat voor Aangroei, en het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. In artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’. Oftewel, hoeveel pensioen heb je in dat kalenderjaar opgebouwd?

De A-factor is nodig om de fiscale jaarruimte te berekenen voor de aftrek van betaalde lijfrentepremies. Maar is het ook een recht? Geeft het mij vanaf mijn pensioendatum ook daadwerkelijk recht op een pensioen ter waarde van dat bedrag voor de rest van mijn leven? Is mijn beschikbare bruto pensioen dat ik ‘straks’ jaarlijks ontvang gelijk aan de som van die pensioenaangroei per jaar, van de som van die A-factoren? Dat heb ik nergens expliciet kunnen vinden, terwijl ik toch de pensioenwet en het pensioenreglement van het ABP doorgeplozen heb. Het lijkt er wel op, maar onder het voorbehoud dat slechte beleggingsresultaten of lange periodes met lage rentes (zoals de afgelopen jaren) er niet voor zorgen dat het pensioen gekort moet worden. Of, stel je voor dat dat ooit weer gaat gebeuren, dat goede resultaten er voor zorgen dat je pensioen weer eens geïndexeerd wordt voor inflatie.

Ik heb het nergens expliciet kunnen vinden, maar het lijkt erop dat mijn toekomstig pensioen gelijk is aan de som van mijn A-factoren minus kortingen plus indexeringen. De opgebouwde rechten zijn onvoorwaardelijke verplichtingen van het fonds aan de deelnemers, lees ik op pagina 96 van het meest recente jaarverslag van het ABP Ik ga toch nog eens uitzoeken of dat ook echt zo is. En ik erger me steeds vaker aan het totale gebrek aan transparantie in ons pensioenstelsel, aan die mist die overal overheen ligt en die voorkomt dat duidelijk wordt waar je nou eigenlijk wel of niet recht op hebt. Alleen al uitzoeken hoe het in elkaar zit kost een hele berg tijd.

Bereken je eigen A-factor

Tijdens mijn recente onderzoekje naar het pensioengevend salaris heb ik eindelijk ontdekt hoe die A-factor tot stand komt. Die is dus helemaal niet afhankelijk van welk beleggingsresultaat dan ook. Het is gewoon afhankelijk van je salaris en wat wet- en regelgeving. De formule is zelfs redelijk simpel:

A-factor = ( Pensioengevend Salaris -/- Franchise ) * Opbouwpercentage * Deeltijdpercentage

Wat het Pensioengevend Salaris is en hoe het berekend wordt, daar heb ik onlangs uitgebreid over geschreven.

Bij pensioenverzekeringen is de Franchise het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd en daarom ook geen pensioenpremie wordt betaald. Het van oorsprong Franse woord franchise (vrijdom) is via het Engels in het Nederlands terechtgekomen, en is afgeleid van franc (vrij). Het pensioen wordt gezien als een aanvulling op de AOW-uitkering (ik zie het eerder andersom). De aanname is dan dat het pensioen niet eerder ingaat dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Door een Franchise van het salaris af te trekken voorkom je een dubbeling, anders zou het zo zijn dat je AIOW-premie betaalt en daarnaast over hetzelfde (deel van het) salaris ook nog eens pensioenpremie. De vakterm hiervoor is ‘AOW-inbouw’.

Het Opbouwpercentage is voor deelnemers van het ABP hier te bekijken. Het is de afgelopen jaren enkele keren gewijzigd. Het huidige fiscaal maximale opbouwpercentage van 1,875% zorgt ervoor dat je in veertig jaar een ouderdomspensioen opgebouwd van ongeveer 75% van je gemiddelde pensioengevend salaris gedurende je loopbaan. Hoe dat maximum tot stand gekomen is was even graven, maar het is onderdeel van het Witteveenkader. Ik had er nog nooit van gehoord. Dat opbouwpercentage vind je dan weer in Artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. Lid 1 zegt dat een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,657 percent van het pensioengevend loon bedraagt. En lid 2 leert mij dat een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,875 percent van het pensioengevend loon bedraagt.

Het Deeltijdpercentage is van belang als je parttime werkt. Ik heb een 36-uurs contract, dat noemen we bij de overheid voltijds. Mijn deeltijdpercentage is dus 100%.

Narekenen

Kijk, met dit soort gegevens kun je aan de slag. Uiteraard is Geldnerd begonnen met het narekenen van de jaarlijkse A-factor die hij van het ABP krijgt. Ik heb die gegevens sinds 2006. Voor de meeste jaren komt er keurig hetzelfde bedrag uit, waarbij ik er de laatste jaren wel rekening mee moet houden dat mijn pensioengevend salaris boven het maximum ligt waarover pensioen opgebouwd mag worden. Maar er waren twee jaren waar ik zelf, met de formule, uitkwam op een hoger bedrag dan wat ik volgens het Uniform Pensioen Overzicht recht op had: 2013 en 2014. In mijn archief vond ik geen correspondentie van het ABP of van mijn werkgever op basis waarvan ik dat verschil kon verklaren.

Dus heb ik maar eens een keurige brief geschreven aan het ABP. Liever had ik ze gemaild, maar dat kan niet. Je mag bellen of een brief sturen. In de brief de gegevens waarover ik beschikte en de verschillende uitkomsten, met de vraag of zij mij kunnen verklaren wat de reden is van het verschil tussen mijn berekeningen en de gerapporteerde A-factor voor deze twee jaren. Ik kreeg netjes binnen twee weken antwoord. Dat kwam dan wel weer per e-mail.

Vanaf 1 januari 2014 bleken de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek gewijzigd. Daar stond een zinnetje over in mijn Uniform Pensioenoverzicht uit 2014, diep weggestopt in de bijlage. Om te voorkomen dat de factor A de fiscale ruimte voor lijfrentes in 2014 beperkt, is de berekening iets gewijzigd: de pensioenaangroei over 2013 is vermenigvuldigd met de factor 35/37. Vanaf 1 januari 2015 zijn de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek nogmaals gewijzigd, ook dat was diep weggestopt in de bijlage. De pensioenaangroei over 2014 is vermenigvuldigd met de factor 37/40. Als ik die correcties toepas, dan kloppen de A-factoren voor die twee jaren. Hoe deze factoren berekend zijn? Daar zal ik wel nooit achter komen… De betreffende bekendmakingen vind je hier en hier. Wie in Nederland heeft er nou geen abonnement op de Staatscourant? Hier in Huize Geldnerd lezen we ‘m elke dag van voor naar achter en weer terug (Not!).

Voorspellen

Ja, en dit biedt toch wel mogelijkheden. Want Geldnerd is natuurlijk stilletjes van plan om eerder te stoppen met werken dan op z’n officiële pensioendatum. En bij het ABP kun je geen indicatie krijgen hoe hoog je pensioen is als je bijvoorbeeld op je 50e of 55e stopt met inleggen. En als je niet weet hoe hoog je pensioenuitkering is , dan weet je ook niet hoe hoog je vermogen moet zijn om dat onbekende pensioen aan te vullen. Het is een van de dingen waar ik tegenaan liep tijdens het ontwikkelen van mijn FIRE Calculator.

Toch heb ik het daar niet zo slecht gedaan, ik laat de A-factor in mijn rekenmodel meestijgen met hetzelfde percentage als je gemiddelde verwachte salarisstijging. En in mijn model geef je aan in welk jaar je wilt stoppen met werken. Dan stopt de pensioenopbouw. Dat geeft dus een benadering van je te verwachten bruto pensioen, behoudens indexatie, kortingen, en de ontwikkeling van de franchise.

Kijk jij ook wel eens naar jouw pensioen?

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering = 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Ga je salarisbrief narekenen!

Elk jaar, aan het eind van januari, schrijf ik over mijn nieuwe salaris. Tot nu toe keek ik alleen naar het bedrag onder de streep. Ik zette wel op een rijtje wat er veranderd was in het belastingstelsel en de pensioenpremie, maar daar bleef het dan wel bij. Tot dit jaar.

Want er gebeurde iets vreemds. Mijn pensioenfonds, het ABP, had trots verkondigd dat de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen licht omhoog zou gaan, met 0,4%-punt. De overige premies (voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen en voor voorwaardelijk pensioen) zouden dit jaar ongewijzigd blijven. Het staat er echt.

En toch zag ik iets heel anders op mijn salarisbrief. Mijn premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen verdubbelde bijna, en de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen steeg met 2,3%. Dat zijn heel andere getallen. Die ik ook niet kon koppelen aan de CAO-wijzigingen en de veranderingen in het belastingstelsel.

En dat knaagde. Het knaagde zo erg dat ik me ben gaan verdiepen in elk getalletje op mijn salarisbrief. Er ging een wereld voor me open. Lees mee en huiver.

De rechterkolom

In de rechterkolom staan een aantal bedragen en een aantal feitelijke gegevens over mijn arbeidsovereenkomst met de Rijksoverheid. Die feitelijke gegevens zijn eenvoudig. Mijn BSN-nummer, mijn salarisschaal en trede, en mijn bankrekeningnummer. Ook staat er de arbeidsduur in uren per week. En er staat dat ik een schriftelijke arbeidsovereenkomst heb voor onbepaalde tijd, en geen oproepkracht ben.

Er staat ook een bruto-uurloon. Dat kan ik reconstrueren. Ik neem 12 maanden keer mijn bruto maandsalaris. Dat deel ik door 52 weken keer mijn arbeidsduur in uren per week.

Daarnaast wordt ook het minimumloon standaard op mijn salarisbrief vermeld, geen idee waarom eigenlijk? Er staat een bedrag van € 1.653,60. En voor mijn leeftijdscategorie ’21 jaar en ouder’ is dat inderdaad het juiste bedrag in 2020.

Grondslag SV-Loon

Het Sociaal Verzekeringsloon (SV-loon) wordt berekend door het bruto salaris te verlagen met de bruto inhoudingen en pensioenpremies, en het daarna te verhogen met de bruto toelagen. Bruto inhoudingen heb ik niet. Wel pensioenpremies, die ik van mijn bruto-salaris aftrek. En de brutotoelagen bestaan uit de Betaling IKB, dus die tel ik dan weer op. En ook hier klopt het bedrag.

Bijzonder Tarief Loonheffing

Ook staat er op mijn brief een Bijzonder Tarief Loonheffing vermeld, 55,5%. Dat is het tarief waarop mijn bijzondere beloningen (de dertiende maand en eventuele extra beloningen) belast worden. Daarvoor moet ik naar de website van de Belastingdienst. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tabel voor Bijzondere Beloningen voor een Standaardsituatie. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. In de tabel die je dan kunt downloaden zoek je jouw Jaarlooncategorie op (12 maal je bruto maandsalaris). In mijn situatie is sprake van heffingskorting (zie ook hierboven), ik kijk dus naar de kolommen met loonheffingskorting. Daar zie ik een standaardtarief van 49,5% en een verrekeningspercentage loonheffingskorting van 6%. Samen is dat 55,5%. In 2019 was dat in mijn situatie nog 51,75%. Oef….

Jaarinkomen pensioen

Eén van de dingen waarmee we het in Nederland ingewikkeld maken, is dat we voor elke regeling een andere grondslag bedenken. Een andere basis, waar we dan weer van alles op gaan baseren. In ons pensioenstelsel kennen we het ‘pensiooengevend salaris’. Gelukkig is er de website van het ABP. Daar lees ik dat mijn Pensioengevend Salaris elk jaar in januari wordt vastgesteld. Het bestaat uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen (die ik volgens mij niet heb) en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor (die ik volgens mij ook niet heb). Het zou in mijn Uniform Pensioen Overzicht (UPO) moeten staan, maar het UPO over 2020 krijg ik volgend jaar pas. Dus ga ik zelf maar even rekenen en experimenteren.

Variabele toelagen heb ik niet, voor zover ik mij bewust ben. En volgens mij is de enige vaste toelage de 8,30% van voorheen de eindejaarsuitkering, nu een deel van IKB. Ik neem dus braaf mijn bruto maandsalaris maal 12 maanden, en tel daar 8,00% vakantiegeld en 8,30% eindejaarsuitkering (tegenwoordig dat Individueel Keuze Budget) bij op.

Huh? Ik kom uit op een véél lager bedrag…. Eens kijken of dit duidelijk wordt als ik mij dadelijk richt op de linkerkolom van mijn salarisbrief.

Afbouw Heffingskorting

De heffingskorting is wat mij betreft een uitvinding om het belastingstelsel complexer te maken. En op mijn salarisbrief staat dan ook nog een bedrag aan Afbouw Heffingskorting. Die krijg ik niet gereconstrueerd. Ik heb op allerlei manieren naar de formules gekeken, maar kom niet uit op het bedrag dat daar staat. Het schijnt ook afhankelijk te zijn van het bedrag aan belasting dat mijn fiscale partner verschuldigd is. Bizar dat we met z’n allen accepteren dat er getallen op onze salarisbrieven staan die niet te herleiden zijn?

De linkerkolom

In de linkerkolom van mijn salarisbrief wordt mijn bruto-salaris in een aantal stappen omgerekend naar mijn netto-salaris. Die stappen bestaan uit de Loonheffing, het IKB-budget en de diverse pensioenpremies.

Bruto-salaris

Allereerst mijn bruto-salaris. Dat is simpel te verifiëren. Ik val onder de CAO voor rijksambtenaren. En ik weet in welke salarisschaal en trede ik val. Dus kan ik gewoon opzoeken welk bruto-salaris daarbij hoort. Gelukkig kwam het bedrag op mijn salarisbrief overeen met het bedrag dat voor mijn schaal en trede in de tabel staat.

Loonheffing

Alle belastingen worden tegenwoordig jaarlijks bij elkaar geknutseld in één loonheffing. Daar wordt het eenvoudiger van, maar niet meteen transparanter. Jaarlijks publiceert de Belastingdienst ook hiervoor een nieuwe tabel. Ik heb de versie voor 2020 gebruikt, woonland Nederland, tijdvaktabel voor Standaardsituaties. Dan kun je kiezen tussen wit en groen. De witte tabellen gaan over loon uit een huidige baan. De groene tabellen gaan over loon uit vroegere dienstbetrekking. Ik heb dus voor Wit gekozen. Als tijdvak kies ik voor Maand, want ik krijg maandelijks mijn salaris uitbetaald.

In de tabel die je dan downloadt zoek je in de kolom Tabelloon jouw bruto salaris op. Ik heb Loonheffingskorting en ben, ondanks dat ik Opa Geldnerd genoemd word, jonger dan de AOW-leeftijd. In de betreffende kolom kan ik dus zien welk bedrag aan Loonheffing er op mijn salarisbrief zou moeten staan. En dat klopt.

Ik ga binnenkort nog wel eens een keer kijken hoe die loonheffing precies is opgebouwd. Nu eerst naar de IKB en de pensioenpremies, want daar is deze hele exercitie immers om begonnen.

Betaling IKB

Het Individueel Keuzebudget (IKB), de opvolger van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering voor rijksambtenaren. En daarmee is het er niet eenvoudiger op geworden. Op de website van P-Direkt, de centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid, lees ik dat het IKB-budget 16,37% van mijn salaris is, te weten de vakantie-uitkering van 8,00%, de voormalige eindejaarsuitkering van 8,30%, en de gekapitaliseerde waarde van de vervallen mobiliteitstoeslag en telewerkvergoeding van samen 0,07%.

Ik neem dus 16,37% van mijn bruto-salaris, en inderdaad! Ook dit bedrag klopt.

Premie ABP Ouderdomspensioen / Nabestaandenpensioen (OP/NP)

Nu wordt het ingewikkelder. De pensioenpremie. Daar vertelt de website van de rijkssalarisadministratie niet zo heel veel over. Dus verplaatste ik mijn aandacht weer naar de website van mijn pensioenfonds, het ABP. Daar lees ik dat ik en mijn werkgever voor het Ouderdoms- en nabestaandenpensioen 24,9% premie betalen. Mijn werkgever 17,43% en ik 7,47%. Beide premies worden berekend over mijn Pensioengevend Salaris nadat deze verminderd is met de Franchise. Wat een termen…

De formule zou moeten zijn:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. Maar wat ik ook probeer met de salariscomponenten, niets komt uit op het getal dat ik op mijn salarisbrief van januari 2020 zie staan. Ik kom voortdurend lager uit. Wat zie ik over het hoofd? Ook de salarisbrieven van 2019 erbij gepakt en kijken of ik ergens een toelage mis?

Ten einde raad draai ik het maar om. Ik pak de pensioenpremie die op mijn salarisbrief staat, en gebruik de formule:

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En dan ontdek ik dat inderdaad voor mijn pensioengevend salaris een bedrag van € 110.111 wordt gehanteerd. Dat is wel even iets meer dan ik als salaris verdien. Maar het bedrag komt me bekend voor. Het is het maximum bedrag waarover je in 2020 pensioen op kunt bouwen bij het ABP. Huh? Het verklaart ook waarom ik er in de rechterkolom met het Jaarloon Pensioen niet uitkom. Want dat ligt nog weer hoger dan dit maximumbedrag.

Premie ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen (AP)

Ik besluit om de premie van het Ouderdomspensioen en Nabestaandenpensioen even te laten rusten, en richt mijn aandacht op dat andere ABP-regeltje op mijn salarisbrief, de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarvoor geldt in 2020 voor werknemers van de Rijksoverheid een premiepercentage van 0,21% en een franchise van € 21.400, lees ik bij het ABP. In 2019 was het premiepercentage overigens nog 0,12%. Dat verklaart dus wel de enorme stijging op mijn salarisbrief, maar ik ben nog steeds benieuwd waar de 0,4 procentpunt uit het persbericht van het ABP vandaan komt.

Wijs geworden door de vorige categorie (of teleurgesteld, dat is misschien een beter woord), gebruik ik ook hier eerst de formule

Pensioengevend salaris = ( ( 100% / premiepercentage ) x pensioenpremie x 12 maanden ) + franchise

En hier kom ik zelfs uit op een hoger getal, duizenden euro’s boven het maximaal pensioengevend salaris. Ongeveer op het getal dat er als Jaarloon Pensioen in de rechterkolom staat. Huh in het kwadraat?

Nerd with a mission!

En ja, dan wordt de activistische ambtelijke nerd in mij wakker. Onrecht! Onduidelijkheid! Complexiteit! Gebrek aan transparantie! Allemaal dingen waar ik in mijn dagelijks werk tegen strijd. Of misschien zie ik gewoon iets over het hoofd? Dat kan natuurlijk ook…

En gelukkig hebben wij ambtenaren P-Direkt. De centrale personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Ten strijde, als ware ik Don Quichot met de windmolens! Ik heb mijn vraag ‘kunt u mij uitleggen hoe de pensioenpremies op mijn salarisbrief berekend worden?’ dus schriftelijk ingediend en kreeg een keurige ontvangstbevestiging, waarin stond dat men ernaar streefde om binnen 5 werkdagen antwoord te geven. Soms zijn ambtelijke molens best fijn. Ze malen traag maar wel gestaag.

Nou, dat haalden ze dus niet.

De tussenstand van deze #nerdmission is dat de Rijkssalarisadministratie inmiddels al vier werkweken bezig is met de beantwoording van de vraag hoe mijn pensioenpremies berekend worden. Ik heb al twee keer een geautomatiseerde mail gekregen ‘dat het helaas iets langer duurt’. Afgelopen week stuurden ze mij een berekening, maar gewoon eentje die uitging van het Jaarloon Pensioen op mijn salarisbrief. Ik heb ze dus mijn eigen berekening van het jaarloon gestuurd, en gevraagd hoe zij op dat hoge jaarloon komen. Daar zullen ze vast en zeker rustig nog een paar weken over gaan doen. Maar ik ga volhouden! #hierzitnogeenblogpostin

Ook over de Afbouw Heffingskorting heb ik een schriftelijke vraag gesteld. Ook daar wacht ik nog op antwoord.

Voor alle collega’s die ook hun pensioen opbouwen bij het ABP: Tijdens mijn onderzoeken vond ik een website van een (oud-)collega die een schatkamer vol informatie verzameld heeft over het ABP. Het lijkt erop dat ik alle reden heb om nog even vol te houden, net zo lang tot ik het begrijp.

Wordt vervolgd dus. Ga jij nu ook je salarisbrief narekenen?