Hoe gaat het met mijn pensioen?

  • Berichtcategorie:Pensioen

Het huidige Nederlandse pensioensysteem heeft drie pijlers. Op het eerste-pijler basispensioentje uit de AOW (Algemene Ouderdoms Wet) heeft iedereen recht, in elk geval met een opbouw van 2% per jaar dat je in Nederland verbleven hebt en verzekerd was voor de AOW. Dan bouwen de meeste loonslaven zoals ik ook een pensioen op in de tweede pijler via de werkgever, in mijn geval via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Ik zou willen dat ik daar buiten mocht blijven maar ik ben helaas verplicht om deel te nemen.

En dan kun je ook nog (in zekere mate fiscaal aantrekkelijk) individuele aanvullende pensioenvoorzieningen opbouwen in de 3e pijler via bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daar maak ik dan weer geen gebruik van. Mijn fiscale jaarruimte hiervoor is beperkt, en ik vind de fiscale voordelen niet opwegen tegen het gebrek aan flexibiliteit. Je hebt te maken met beperkingen in bijvoorbeeld het moment en de manier waarop je het geld kunt opnemen.

Liever bouw ik gewoon een zo groot mogelijk vermogen op, waarbij ik zelf het moment en de manier kan kiezen waarop ik het geld gebruik. Bovendien neem je in pijler 3 een risico met de toekomstige fiscale regelgeving. Wat nu fiscaal aantrekkelijk is, is dat misschien niet meer tegen de tijd dat jij het geld uit die derde pijler pot wilt halen. Iets met overheid en betrouwbaarheid. Hier dus geen bijstortingen in aparte pensioenpotten zoals bij Luxe Of Zuinig.

De 4% regel is niet van toepassing

Toch is mijn pensioen een belangrijke factor in mijn plannen voor financiële onafhankelijkheid. Het Amerikaanse FIRE-adagium van ‘25 keer je jaaruitgaven als vermogen / de 4% regel‘ is namelijk niet van toepassing voor Nederlandse loonslaven met een aanvullend pensioen in pijler 2. Dan heb je jouw vermogen alleen maar nodig om het gat tussen stoppen met werken en de start van de uitbetaling van het pensioen te overbruggen, en eventueel als aanvulling op het pensioenbedrag. Op dit principe is mijn FIRE Calculator gebaseerd.

Mijn pensioen is dus wel iets om in de gaten te houden. Zowel de jaarlijkse opbouw als de discussie over de komende hervormingen. Die hervormingen zijn overigens iets waar ik onderhand geen touw meer aan vast kan knopen. Ik wacht met smart op de Kamerdebatten en de daarmee gepaard gaande analyses en achtergrondartikelen, in de hoop er dan weer wat meer van te begrijpen. Tot die tijd tast ik, net als alle andere deelnemers in pijler-2 pensioenfondsen, enigszins in het duister over een belangrijk deel van mijn financiële toekomst.

‘Gelukkig’ is er de huidige situatie nog…

Jaarlijkse pensioenaanwas

Sinds ik weet dat ik de A-factor, de jaarlijkse pensioenaanwas, gewoon zelf uit kan rekenen kijk ik met iets minder spanning uit naar het Uniform Pensioenoverzicht (UPO), wat mijn pensioenfonds me jaarlijks stuurt. Die is nu vooral bedoeld om te controleren of ik (of zij) geen rekenfout gemaakt hebben.

Indexeringen

‘Vroeger’ werd het pensioen nog wel eens geïndexeerd voor inflatie. De laatste keer was bij het ABP in 2008, met nog een heel klein ieniemienie-indexatietje (0,28%) in 2010. Daarna gebeurde er 12 jaar niets. Geen indexering voor inflatie. Terwijl die inflatie er toch echt wel was. Ruim 20% tussen 2010 en 2021. Dat is veel. Ik legde wel in en bouwde wel extra pensioen op, maar qua koopkracht holde de waarde van dat pensioen achteruit. Tenzij er in de toekomst grote inhaal-indexeringen komen ben ik die koopkracht gewoon kwijt. Waarschijnlijk gaat dit allemaal verdwijnen in de ‘pensioenmist’ van het omzetten naar een nieuw pensioenstelsel. En daar kan ik niets aan doen

Maar dit jaar gebeurde er toch weer iets. Het pensioen dat ik voor 1 januari 2022 bij ABP opbouwde wordt met 2,39% (de prijsstijging in de periode van september 2020 tot september 2021) verhoogd. Dat valt natuurlijk in het niet bij de prijsstijgingen van dit moment, maar het is in elk geval iets.

Hoe kijk ik naar mijn pensioenbedrag?

Uiteraard ga ik er van uit dat ik niet tot de ‘officiële pensioendatum’ op blijf bouwen bij het ABP. Ik wil immers eerder stoppen met werken. Toch is het voor mij van belang hoeveel pensioen ik opbouw.

Momenteel kijk ik naar het bruto beschikbare bedrag op mijn jaarlijkse pensioenoverzicht. Waar heb ik al recht op als ik nu zou stoppen met werken en opbouwen. Daar tel ik ook de bruto AOW bij op. Dan heb ik mijn bruto inkomen vanaf het moment dat ik mijn AOW-leeftijd bereik. Daar haal ik dan ongeveer 30% belasting vanaf. Allemaal gebaseerd op huidige bedragen en percentages en regelgeving, en er is dus geen enkele garantie dat het ook nog geldt als ik straks echt met pensioen ga. Maar het geeft een indicatie.

Ik kom dan uit op een bedrag dat op dit moment al voldoende zou zijn om mijn huidige bijdrage aan de gezamenlijke huishouding te dekken, inclusief de rente en aflossing op de hypotheek. Maar dat is allemaal tegen euro’s van vandaag. En ik heb nog geen idee hoe mijn toekomstige uitgaven er uit gaan zien. De komende jaren gaat de inflatie door met het opvreten van die koopkracht. Maar ik ga ook door met pensioen opbouwen. En hypotheek afbetalen en vermogen opbouwen. Mijn positie wordt dus hopelijk elk jaar nog weer een stukje beter.

Ook in eerdere blogposts heb ik het al gezegd, ik kijk met spanning uit naar het moment dat echt duidelijk wordt wat het nieuwe pensioenstelsel voor mij persoonlijk betekent. Gewoon, cijfertjes die zeggen wat ik per jaar mag verwachten. Dan kan ik weer echt een berekening maken hoeveel vermogen ik nodig heb om de kloof tussen het moment van stoppen met werken en het moment van ontvangen van pensioen te overbruggen. En bepalen hoe dicht ik bij mijn eigen FIRE moment zit. Of hoe ver ik er al overheen ben. Wie weet?

Hoe kijk jij naar jouw pensioenopbouw?

De tunnelvisie van het ABP?

  • Berichtcategorie:Pensioen

Afgelopen vrijdag publiceerde ‘mijn’ pensioenfonds, de Algemene Bodemloze Put (ABP), het jaarverslag over 2021. Ik zag berichten in diverse media en ook Mr. FOB voelde zich geroepen om er een kleine analyse van te maken. En Martijn de Riet wijdde er een interessant Twitterdraadje aan.

Wat de meeste aandacht trok was het enorme bedrag aan prestatiebonussen dat het ABP afgelopen jaar betaalde aan beleggingsinstellingen die voor het ABP mijn pensioengeld beleggen. Er werd 2,8 miljard euro uitgekeerd aan zogeheten private-equityhuizen. Linksom of rechtsom is dat heel veel geld. Volgens het jaarverslag zijn er 1.203.358 actieve deelnemers en 974.772 pensioengerechtigden, die bonus is dus ruim 2.300 euro per actieve deelnemer. Dat is een paar maanden van mijn pensioenpremie. Voor de meeste mensen veel meer dan een netto maandsalaris.

Begrijp me niet verkeerd, ik snap dat het ABP een brede beleggingsmix moet hanteren. Bijna 2,2 miljoen deelnemers in verschillende stadia van hun leven. Mensen die net begonnen zijn met inleggen en pas over 45 jaar pensioengerechtigd worden en daarna misschien wel 30 jaar of meer pensioen gaan ontvangen. Maar ook mensen die al tientallen jaren pensioen ontvangen en dat misschien nog wel tientallen jaren blijven doen. Ga er maar aanstaan.

Maar toch….

Geldnerd heeft zich al vaker verwonderd over het gebrek aan transparantie van het pensioenstelsel. Iets wat met het nieuwe stelsel niet echt gaat veranderen, de organisatie van het pensioensysteem blijft hetzelfde met dus veel ruimte voor bestuurdersbaantjes en hoge kosten. Al heeft het ABP nu wel een nieuwe voorzitter van het Uitvoerend Bestuur. Een term die overigens suggereert dat er ook een ‘Niks Uitvoerend Bestuur Dat Wel Dikbetaald Wordt‘ is. Maar goed, die nieuwe voorzitter schrijft dus blogjes, in elk geval eentje (volhouden!). En die nieuwe voorzitter, niet alleen actuaris maar ook doctor in de theologie (en die zou dus iets van ethiek en moraal moeten weten…), lijkt wel door te hebben dat zo’n bonus van 2,8 miljard euro maatschappelijk moeilijk uit te leggen is. We zullen zien of er iets gaat veranderen de komende jaren decennia…

Historisch hoog rendement?

In zijn blog heeft de voorzitter het over ‘historisch hoog rendement’. Dat is nogal een claim… En Geldnerd houdt van het checken van feitjes. Daarvoor is het internet ook wel een mooie uitvinding. Nou was 2021 ook wel een erg goed beursjaar, dus eigenlijk moet je je een beetje schamen als je in dat jaar geen ‘historisch hoog rendement’ behaald hebt. Maar nu zegt het rendement over één jaar natuurlijk niet zo heel veel in beleggingsland. Ik kijk dus maar eens even naar de rendementen van de afgelopen 15 jaar, met de hulp van de vrienden van de ongelooflijk nuttige website Kennisbank ABPpensioen (een must-read voor iedere (oud-)deelnemer van het ABP). En dat zetten we dan maar eens even naast een wereldwijde aandelenindex. Daarvoor kies ik de MSCI World index.

Bron: Kennisbank ABPpensioen en Backtest by Curvo

Geen onverdeeld positief beeld voor het ABP, lijkt me. En zeker niet ‘historisch hoog’. Nu heeft het ABP natuurlijk een gediversificeerde beleggingsstrategie. Zoals Mr. FOB ook constateerde heeft het ABP 60% offensief belegd en 40% defensief. Dat sluit wel ongeveer aan bij de verhouding actieve deelnemers en gepensioneerden. Maar dat betekent wel dat we het rendement niet zomaar langs alleen maar de aandelen mogen leggen.

Dus pak ik ook de FTSE World Government Bond Index (WGBI) erbij, een wereldwijde index van staatsobligaties. En dan doen we de oefening opnieuw. Met het jaarlijks rendement van het ABP, en het jaarlijks rendement van een 60% MSCI World en 40% WGBI portefeuille, waarbij voor beide 1 januari 2006 op 100 gesteld is. De aanname is dus dat er elk jaar op 1 januari geherbalanceerd wordt, zodat het jaar weer begint met die 60 offensief / 40 defensief verhouding. Dat geeft het onderstaande beeld.

Databron: Kennisbank ABPpensioen en Backtest by Curvo

En dan doet het ABP het eigenlijk nog niet eens zo slecht. Maar ze hebben er wel veel geld en menskracht voor nodig. En dure ‘private equity huizen’ waar wij als samenleving geen positieve mening over hebben. Terwijl een volledig passieve strategie hetzelfde resultaat had opgeleverd. Gewoon 60% van het vermogen in een MSCI indexfonds gooien, 40% in een WGBI indexfonds, en een keer per jaar herbalanceren. Dat had veel kosten gescheeld. Maar dan moeten wij natuurlijk wel ophouden met zeuren over ethisch beleggen en stoppen met fossiele brandstoffen en zo. Niet zeuren, gewoon plat indexbeleggen.

Lees je even mee, ABP?

Dus doe ik het ABP hierbij ook maar eens een aanbod. Ik wil dat beleggen best voor ze doen in ruil voor een salaris van € 10 miljoen per jaar. Dan kunnen ze de rest van die dure beleggingsclub opdoeken. Daar schakel ik dan wel een paar FIRE-vriendjes en -vriendinnetjes bij in, die krijgen elk dan ook een salaris van € 10 miljoen. En een bonus hoeven we niet, we maken wel jaarlijks € 10 miljoen aan kosten voor het kasteel in Zuid-Frankrijk van waaruit wij de investeringsportefeuille gaan beheren. Is nog steeds een koopje voor de deelnemers en het ABP! De € 4,95 miljard aan kosten die daarmee alleen al in 2021 bespaard zouden zijn stoppen we dan gewoon in het belegd vermogen. Want de kosten maken op de langere termijn heel veel verschil in je opbrengsten, dat weet elke verstandige belegger… En we garanderen met een passieve strategie gewoon een rendement in de buurt van die 60% offensief en 40% defensief mix.

Het rendement van het ABP in absolute termen was in 2021 ruim € 61 miljard op een belegd vermogen van € 551,6 miljard tegen iets meer dan € 5 miljard aan kosten. Het premie-inkomen, de centjes die ‘wij actieve deelnemers’ en onze werkgevers afgelopen jaar overgemaakt hebben aan het ABP, was € 12,7 miljard tegen € 12,9 miljard aan uitkeringen. Het niet indexeren van de pensioenen is wat mij betreft echt niet meer uit te leggen…

En € 5 miljard aan kosten is dus bijna 40% van de premie-inkomsten. Vind ik ook lastig uit te leggen. Die € 5 miljard aan kosten zijn dus ongeveer 0,9% van het belegd vermogen. Dat is hoog… Misschien niet voor actief belegd vermogen, maar wel voor passief belegd vermogen. Bij mijn ETFs zijn de jaarlijkse kosten meestal minder dan 0,25%. Aan mijn broker was ik de afgelopen jaren 0,17% van mijn belegd vermogen kwijt. Ik denk dat ik met een belegd vermogen als van het ABP nog wel wat korting zou kunnen bedingen… Maar ik zit dus zelf op een kostenpercentage van 0,42%, minder dan de helft van wat het ABP kwijt is om mijn pensioen te beleggen. Daar kan bij het ABP inderdaad nog wel wat van af, dus. Want ze maken het wel erg ingewikkeld.

Bovendien heeft het ABP in principe een oneindige beleggingshorizon, dus dan mag de mix ook wel iets offensiever dan 60/40. Zet een jaar of vijf vooruit aan uitkeringen apart en de rest kan lekker langdurig renderen op de beurs. Toch?

Vastzitten in het systeem

De nieuwe voorzitter zegt in dat verband nog wel iets interessants. “Als financiële instelling maakt ABP deel uit van een systeem, waarin kapitalistische normen en regels gelden. Dat systeem kunnen we niet in ons eentje plotsklaps veranderen.” Dat klopt wel, denk ik. Maar al die dure ‘specialisten’ en adviseurs van het ABP hebben daar natuurlijk ook helemaal geen belang bij, om dat systeem te veranderen. ABP zit ook gewoon vast in z’n eigen tunnelvisie, of in elk geval de tunnelvisie van gevestigde belangen. Complexiteit is deels ook waar al die mensen hun geld mee verdienen. Net als alle andere financiële instellingen.

Steeds vaker wens ik ons het Amerikaanse systeem toe, waarbij ik (ook als loonslaaf) mijn eigen pensioen had mogen opbouwen. Dat scheelt een hoop kosten en bestuurdersbaantjes. Maar veel mensen hebben daar waarschijnlijk de discipline niet voor, om zelf elke maand een vast bedrag in een goedkoop indexfonds te storten. Toch jammer.

Heb jij ook wel eens last van tunnelvisie?

Pensioenpotjes samenvoegen

  • Berichtcategorie:Pensioen

Het was maar een klein berichtje, eind vorige week. Tot mijn verbazing werd het niet erg uitgebreid opgepikt, behalve in de vakpers. Maar blijkbaar is het kabinet akkoord gegaan met een wetsvoorstel dat het samenvoegen van meerdere kleine pensioenen mogelijk maakt. Het wetsvoorstel zelf is nog niet openbaar, dat gebeurt pas als het kabinet het naar de Tweede Kamer stuurt.

Ook ik heb nog een klein pensioen, daar heb ik eerder over geschreven. Op zich niet storend, maar ik vind het wel een prettig en overzichtelijk idee om alles bij elkaar te hebben. Dus zodra het wetsvoorstel er is zal ik het eens gaan bekijken. En ik heb voor begin 2018 alvast een reminder in mijn agenda gezet om te kijken wat het oude pensioenfonds en het huidige pensioenfonds op dit gebied te bieden hebben.

Heb jij nog een vergeten pensioen?

Dekking(sgraad) zoeken

  • Berichtcategorie:Pensioen

Het is alweer een tijdje geleden dat ik geschreven heb over mijn pensioen. Eerlijk gezegd heb ik alle mediaberichten van de afgelopen maanden een beetje verdrongen. Ik had er gewoon even geen zin meer in. De rente blijft laag, dat is onlangs nog door de Europese Centrale Bank bevestigd, en daarmee blijft ook de rente waarmee de pensioenfondsen moeten rekenen om hun reserves te waarderen (te) laag. Langzaam maar zeker worden we voorbereid op weer een rondje verlaging van de pensioenen.

Eén berichtje bleef echter wel hangen. Het was een paar weken geleden, op televisie. Vertegenwoordigers van diverse pensioenfondsen werden geïnterviewd over de (te) lage dekkingsgraden. In beeld kwam een meneer van PGGM, het pensioenfonds voor zorg en welzijn. Hij deed de uitspraak dat hun dekkingsgraad met 15% zou stijgen als de rente 1% stijgt. Kaboem… Die kwam even bij mij binnen.

Voor de meeste pensioenfondsen zou dit de dekkingstekorten met één klap oplossen. Een rentestijging met 1%. Dan zitten we nog steeds op een historisch gezien lage rente.

En ik vraag me steeds vaker af: wie houdt wie nou voor de gek?

Pensioenoerwoud (3)

  • Berichtcategorie:Pensioen

Ingewikkeld is de waardering van de pensioenreserves zeker. Op de website van de Universiteit Leiden vond ik een doctoraalscriptie uit 2007 over het oude Financieel Toetsingskader (FTK) dat gebruikt werd om de reserves van de pensioenfondsen te toetsen.

Ten tijde van de vernieuwing van het FTK las ik dit document met een overzicht van de wijzigingen. De essentie, lees ik ook in veel artikelen over de pensioendiscussie, is de manier waarop de rekenrente bepaald wordt, de rente die pensioenfondsen moeten gebruiken om de toekomstige verplichtingen te waarderen.

Kreupelgeld schreef in reactie op mijn eerdere blog het volgende: Stel dat een pensioenfonds nu 100 euro in kas heeft om daar over 20 jaar een verplichting van 200 euro mee te betalen. De 100 euro die ze nu nog tekort komen zal met rendement moeten worden aangevuld. Pensioenfondsen moeten nu rekenen met 3,3% rendement. Daarmee is de waarde van die 100 euro over 20 jaar 191 euro. Ze komen dan 9 euro tekort. De dekkingsgraad is dan 95%.

Het rendement dat de pensioenfondsen moeten gebruiken is de rekenrente. Helaas is dat een politiek instrument en dus kwetsbaar. De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire rente, de rente waarvoor centrale banken en ‘gewone’ banken elkaar geld lenen. En die is al jaren kunstmatig laag door het huidige beleid van de Europese Centrale Bank om de economie te stimuleren. En dat zal nog wel even zo blijven. Maar op deze manier wordt de verlaging van de interbancaire rente doorgegeven aan de pensioenfondsen. En daarvoor was die rekenrente niet bedoeld…. Toch zie je dat de politiek nu geen stappen neemt om de pensioenfondsen / pensioenopbouwers / gepensioneerden te beschermen tegen de rekenrente. Dat bevestigt voor mij alleen maar dat de rekenrente (ook) een politiek instrument is.

Ik loop nog een beetje vast in het vinden van een duidelijke uitleg over de precieze waardering van de pensioenreserves. Dat onderzoek moet ik nog even voortzetten. Ik hoop dat ik daar de komende periode (met alle verhuisperikelen) aan toekom. Maar ik ben nog niet tevreden! Ik wil weten hoe die reserves gewaardeerd worden!

Wordt vervolgd. Wederom. De eerdere twee delen van deze serie vind je hier en hier.

Pensioenoerwoud (2)

  • Berichtcategorie:Pensioen

Mijn pensioen wordt opgebouwd bij het ABP. Ik ben dus maar eens gaan kijken op hun website. Daar vind ik dat ze momenteel uitgaan van een gemiddelde levensverwachting van 87,5 jaar. Omdat ik volgens de huidige regels op mijn 67e met pensioen mag, zou ik dus 20,5 jaar mogen genieten van het pensioen. Als zij mij inderdaad € 55.000 per jaar gaan uitbetalen (dat lijkt heel veel, maar vergeet die 25 jaar inflatie niet…), dan hebben ze daar dus een ‘potje’ van 20,5 x 55.000 = € 1.127.500 voor nodig. Dat potje hoeven ze uiteraard niet al helemaal gevuld te hebben als ik met pensioen ga, ook daarna kunnen ze nog rendement halen over het nog in het potje zittende deel. Al zullen tegen die tijd de regels vast weer aangepast zijn, en de pensioenleeftijd zal mee gaan stijgen met de levensverwachting. Ik denk dat mijn werkelijke pensioenleeftijd dichter bij de 70 uit zal gaan komen.

Hier heb ik ook even een grafiekje gemaakt. Het pensioen wat volgens mijn jaarlijks overzicht al veilig gesteld is (‘dit krijgt u ieder jaar als uw dienstverband nu eindigt’) is € 21.164. Uitgaande van 20,5 jaar pensioen zit er dus al 20,5 x 21.164 = € 433.862 in ‘mijn’ pensioenpot. Op dit moment wordt er jaarlijks iets minder dan € 19.000 in mijn pensioenpot bijgestort (werknemersdeel + werkgeversdeel). Dus uitgaande van

  1. € 433.862 nu in de pot
  2. € 18.720 jaarlijks bijstorten in de pot (het bedrag van 2016)
  3. Met pensioen in 2038
  4. Daarna jaarlijks € 55.000 uitkeren
  5. Jaarlijks een rendement van X%

moet dat leiden tot een pensioenpot die tussen mijn 87e en 88e verjaardag leeg is. Zie onderstaande grafiek.

En nu mogen jullie raden wat het jaarlijkse rendement X is wat daarvoor behaald moet worden?

1,0%.

Dat zou ze moeten kunnen lukken toch? Misschien zelfs iets meer voor hun eigen kosten en zo? Nu is het uiteraard zo dat er niet zoiets is als ‘mijn pensioenpot’. We betalen aan en eten uit de ‘grote ruif’.

Dus waarom moet ik me dan zorgen maken? Of is er toch iets meer aan de hand met de manier waarop de pensioenfondsen hun reserves moeten waarderen? Op het eerste oog staat op de website van het ABP een aardige uitleg over hun financiële situatie. Maar zodra je meer wilt weten wordt het lastiger. Als je bijvoorbeeld zoekt naar informatie over de waardering van hun verplichtingen en de rente wordt je hiermee afgescheept. Je kunt wel zeggen dat het een ingewikkelde rekensom is, maar dat is nou net wat ik wil begrijpen! Dan heb ik toch een beetje het gevoel dat ik met een kluitje in het riet gestuurd word. Als ik dan ook nog op de pagina met bestuursleden lees dat ze allemaal transparantie belangrijk vinden, krijg ik een beetje vieze smaak in mijn mond. Want zelfs als je het wilt begrijpen, is nergens de informatie te vinden zodat je het kunt begrijpen.

Hoe moeten de pensioenfondsen hun reserves waarderen? Wat zijn de effecten? Hoe staan ze er echt voor? Wordt vervolgd….