De onmacht van de middenklasse?

Er is geen naam voor. De ‘nieuwe armoede’, heb ik gelezen. ‘Financiële impotentie’ noemde een Amerikaanse journalist het. Ik vind ‘onmacht’ een passende term.

Waar gaat het om? Armoede is eigenlijk niet het goede woord. Het gaat om mensen die volgens alle definities een ‘redelijk inkomen’ hebben. Maar toch hebben ze financiële problemen. In een noodgeval zijn ze niet in staat om € 1.000 of zelfs maar € 500 op tafel te leggen. Ze hebben het gewoonweg niet.

Materieel hebben deze mensen genoeg. Ze hebben ‘dingen’. Ze hebben meestal een huis, een auto, een opleiding. Maar daarmee heb je nog geen gezonde financiën. Mensen hebben schulden, en na de maandelijkse betaling van de schulden en de kosten van het huishouden blijft er niks over. Ja, een tekort. En dan zit je vast in een heel vervelend financieel cirkeltje.

Het schijnt heel vaak voor te komen bij gezinnen met jonge kinderen. ZZP’ers, ook bovengemiddeld kwetsbaar. Die laatste groep ook op langere termijn, omdat er weinig of geen pensioen opgebouwd wordt.

Op Amerikaanse nieuwswebsites zie ik er de laatste tijd geregeld nieuwsberichten over. In Nederland lees ik er minder over, vooral sinds de crisis voorbij is en we met z’n allen juichend op weg zijn naar de volgende crisis (want die komt er, maak je maar geen illusies…).

Het baart me wel een beetje zorgen. Op allerlei terreinen heb ik het idee dat de verdeeldheid in de samenleving toeneemt. En dat is niet goed voor rust en stabiliteit. En dat zijn weer twee belangrijke randvoorwaarden voor goede economische groei.

Herken jij dit beeld?

Beweging in Aangifte 2014

  • Berichtcategorie:Belastingen

Een maandje na thuiskomst in Nederland lag ‘ie ineens in de brievenbus. Een blauwe envelop van de vrienden van de Belastingdienst, over mijn Aangifte 2014. Hoe dat nou precies werkt weet ik niet, want ik heb al jaren geleden aangegeven dat ik alle post elektronisch wil ontvangen. Als je in het buitenland gaat wonen vergeten ze dat blijkbaar. Maar goed, het was dan ook een echte brief geschreven door een echt persoon, en niet een standaard in een geautomatiseerd proces gegenereerd bericht.

De inspecteur was voornemens om af te wijken van mijn Aangifte 2014. Dat is natuurlijk niet iets waar ik blij mee ben, maar ik had het wel verwacht. Want mijn bijzondere situatie kon ik niet goed kwijt in het elektronische aangifteformulier.

Hoe zit het? In 2014 heb ik nog een paar maanden gewerkt voor mijn werkgever, de Nederlandse overheid. Daar heb ik dus salaris voor gekregen. Per 1 maart 2014 ben ik officieel met onbetaald verlof gegaan. Vanaf dat moment heb ik maandelijks een bedrag overgemaakt naar mijn werkgever om mijn pensioenopbouw te betalen. Dat was namelijk een voorwaarde voor dat verlof: zelf het werknemers- en werkgeversdeel van het pensioen betalen. Maar ik had al gehoord dat ik dat bedrag als negatief loon van mijn inkomen mocht aftrekken.

Op het Jaaroverzicht 2014 van mijn werkgever staat uiteraard alleen het genoten salaris. In de aangifte heb ik daar dus het bedrag aan betaalde pensioenpremie van afgetrokken. Maar dat snapte de Belastingdienst niet, dus die wilde gewoon het inkomen van het Jaaroverzicht aanhouden. Voor mij is dat het verschil tussen € 8.000 belasting betalen of € 8.000 terug ontvangen van de Belastingdienst. Daar wil ik dus wel even voor aan de slag gaan.

Ik heb de betreffende medewerker gebeld en de situatie uitgelegd. Maar daarmee ben je er uiteraard niet, ze willen bewijsmateriaal. Dus ik heb een mooie brief geschreven met de uitleg, en er ook nog eens een heleboel bijlagen bijgedaan. Informatie over de uitzending van Vriendin, correspondentie met de mensen van Kantoor Buitenland van de Belastingdienst over onze fiscale situatie, correspondentie met mijn werkgever over het verlof en de te betalen pensioenpremie. Ik heb het dubbelzijdig afgedrukt, en dan nog moesten er vier postzegels op. Je moet er wat voor over hebben om € 8.000 terug te ontvangen, zullen we maar zeggen.

De brief is inmiddels gepost. En ik wacht vol spanning af of ik de Dienst Blauwe Enveloppen hiermee kan overtuigen om mij mijn geld te geven. Met rente, liefst…

Heb jij wel eens lang moeten wachten op de Belastingdienst?

Beter een slecht plan dan geen plan

Een zeer interessante blog recent bij Amber Tree (in het Engels, hier). Ik heb al vaker gemerkt dat we qua filosofie aardig op één lijn zitten.

Financiële planning, het is een uitdaging. Toen ik vijftien jaar geleden actief begon met het managen van mijn financiën, was dat ‘managen’ ook het enige wat ik deed. Kijken wat erin kwam en wat eruit ging. De eerste stap die ik maakte was naar een budget. Daarvoor deed ik al de nodige research. Wat gebruikte een gemiddeld Nederlands huishouden? Wat vinden we zelf belangrijk en wat niet? Dat leidde tot een serie besparende maatregelen, vooral op het terrein van abonnementen.

Financieel plannen deed ik nog niet, dat vond ik lastig. Langzaamaan ging ik wel wat scenario’s ontwikkelen, gewoon in Excel. Wat gebeurt er als ik de komende 10, 20, 30 jaar rendement X maak op mijn vermogen? Maar voor plannen heb je doelen nodig. En dat vond (vind) ik lastig. Ik heb ze allemaal verkend, hoor. Het boerderijtje in het buitenland, rond de wereld zeilen, 10 jaar eerder met pensioen. Maar uiteindelijk voelen ze (nog) niet als mijn doelen. Vooralsnog vind ik werken heerlijk en kan ik mij moeilijk voorstellen dat ik daarmee wil stoppen. Al zal dat vast wel een keer veranderen.

Uiteindelijk heeft het een aantal jaren geduurd voordat ik ‘mijn’ plan gevonden heb. Het bestaat uit twee delen.

Het eerste deel is een aanvulling op mijn pensioen. Vaste lezers weten dat ik niet erg optimistisch ben over wat mijn betaalde pensioenpremie uiteindelijk gaat opleveren. Dus ik ga uit van een jaarlijkse aanvulling van € 35.000 op mijn eigen pensioen, in elk geval totdat ik 100 word.

Daarnaast wil ik ruim voor mijn pensionering ook de beschikking hebben over een eenmalig bedrag van € 300.000 om een nader te bepalen grote droom te vervullen. Misschien toch die zeiltocht rond de wereld, of dat boerderijtje in een land met een beter klimaat dan in Nederland. Of misschien gebeurt dat allemaal niet en geef ik het uit aan reizen of geef ik het weg aan goede doelen. Dat weet ik nog niet.

Zoals Amber Tree ook aangeeft kan het maken van lange-termijn plannen best beangstigend zijn. Er zijn meer dingen die je niet weet, dan dingen die je wel weet. En omstandigheden kunnen veranderen. Dan moet je het aandurven en aankunnen om je plan overboord te zetten of aan te passen. Mijn planning heeft inmiddels een echtscheiding, een nieuwe relatie, en een periode van drie jaar in het buitenland doorstaan. Maar het is nu dan ook wel een ander plan dan 10 jaar geleden.

‘Life is what happens while you are busy making other plans’, en ‘if plan A fails, there are 25 other letters in the alphabet’. Het lijken van die dooddoeners, maar inmiddels heb ik er wel gevoel bij.

Hoe ziet jouw lange-termijn plan eruit?

Jaarlijkse geldvragen

Financiën op orde en klaar ben je. Toch? Of toch niet? Voor mij niet. Ik hou mijn financiën wekelijks in de gaten, bij grote veranderingen in mijn  leven en rond de jaarwisseling extra. In elk geval zijn er zeven vragen over mijn financiële situatie die ik mezelf jaarlijks stel.

Heb ik schulden?

Gelukkig is het antwoord ‘neen’. Wij overwegen een huis te kopen, en dan komt er een hypotheek. Maar op dit moment heb ik geen schulden. Ik heb één creditcard, maar die betaal ik keurig elke maand af. Schulden hebben betekent ook: toekomstige inkomsten nu uitgeven. Dat wil ik vermijden.

Heb ik voldoende buffer?

Consensus lijkt een beetje te zijn dat je 6 maanden aan reguliere uitgaven moet kunnen bekostigen uit je buffer. Dat zou voldoende moeten zijn om, als je bijvoorbeeld je baan kwijtraakt of een ongeluk krijgt, niet meteen in de financiële problemen te komen. Voor zelfstandigen zou ik een hogere buffer adviseren, bijvoorbeeld 12 maanden.

Zelf hanteer ik een ruimere buffer, van 6 volledige maandinkomens. Die heb ik sinds een aantal jaren en staat veilig op een spaarrekening waar ik er direct bij kan.

Is mijn gezinsinkomen beschermd?

Als je gezin afhankelijk is van jouw inkomen, dan is het goed om je af te vragen wat er zou gebeuren als dat inkomen wegvalt. Levensverzekering? Nabestaandenpensioen? Arbeidsongeschiktheidsverzekering? Misschien niet de leukste onderwerpen om over na te denken, maar het is beter dan straks onaangenaam verrast worden.

Gelukkig verdient Vriendin ook een prima inkomen, dus ik hoef me hier geen zorgen over te maken.

Ben ik beschermd?

Wat zouden de gevolgen zijn er als er iets met mij gebeurt? Stel dat ik arbeidsongeschikt word? Dan raak ik mijn inkomen (deels) kwijt en zou ik bijvoorbeeld ook te maken kunnen krijgen met hogere zorgkosten. Daar zijn wel oplossingen voor, bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Dit is een punt wat ik zelf nog niet goed geregeld heb. Het staat op mijn lijst van doelstellingen voor 2016, dus daar kom ik binnenkort op terug.

Is mijn pensioen goed geregeld?

Pensioen is een regelmatig terugkerend thema op mijn blog. Ik ben een van de mensen die er van uitgaat dat het pensioen wat ik opbouw niet voldoende zal zijn. En dat ik dus zelf extra bij moet sparen. Dit is een onderdeel wat ik goed in beeld heb, het is de kern van mijn persoonlijke financiën.

Krijg ik de beste deal?

Iedereen neemt wel een aantal vaste diensten af. Gas, elektra, internet, tv, (mobiele) telefoon. Vaak krijg je korting als je je inschrijft, maar die korting is vaak maar voor een beperkte periode. Het is dus verstandig om regelmatig te kijken of je nog wel de beste deal krijgt. Wees niet bang om over te stappen.

Geldnerd woonde de afgelopen jaren helaas in een land waar de meeste van die diensten in handen zijn van overheidsmonopolies. Dus ik betaalde teveel en overstappen was helaas niet mogelijk…

Welke vragen stel jij jezelf als onderdeel van de jaarlijkse financiële check-up?

Koopkracht na pensioen

  • Berichtcategorie:Pensioen

Zorgelijke berichten gisteren op diverse websites. 40% van de gepensioneerden kan niet rondkomen, blijkt uit een onderzoek door belangenvereniging ANBO. Nu ben ik altijd een beetje voorzichtig met onderzoeken waar de achterliggende partij een belang bij heeft (“wij van WC-Eend adviseren WC-Eend“), maar dat het koopkrachtplaatje van veel senioren er de afgelopen jaren niet beter op is geworden geloof ik ook wel.

De laatste keer dat ik zelf keek naar mijn opgebouwde pensioen had ik al 11% aan indexatie gemist. Indexatie waarbij je toekomstig pensioen wordt aangepast aan de inflatie, zeg maar. Nu heb ik nog een behoorlijke tijd te gaan voordat ik met pensioen mag, maar die 11% ben ik kwijt. Tenzij er uiteraard een wonder gebeurt en die indexatie over een aantal jaren alsnog wordt ingehaald. Je weet het niet. Als iemand ons 10 jaar geleden had verteld dat de rente nu vrijwel nul zou zijn hadden we die persoon ook voor gek verklaard.

Voor mezelf zorgen, blijft dus het devies. En nu eerst de verhuizing goed doorkomen. Als het hier de komende weken wat rustiger is, dan weten jullie hoe het komt.

Wat verwacht jij van de koopkracht na je pensioen?

Pensioenoerwoud (3)

  • Berichtcategorie:Pensioen

Ingewikkeld is de waardering van de pensioenreserves zeker. Op de website van de Universiteit Leiden vond ik een doctoraalscriptie uit 2007 over het oude Financieel Toetsingskader (FTK) dat gebruikt werd om de reserves van de pensioenfondsen te toetsen.

Ten tijde van de vernieuwing van het FTK las ik dit document met een overzicht van de wijzigingen. De essentie, lees ik ook in veel artikelen over de pensioendiscussie, is de manier waarop de rekenrente bepaald wordt, de rente die pensioenfondsen moeten gebruiken om de toekomstige verplichtingen te waarderen.

Kreupelgeld schreef in reactie op mijn eerdere blog het volgende: Stel dat een pensioenfonds nu 100 euro in kas heeft om daar over 20 jaar een verplichting van 200 euro mee te betalen. De 100 euro die ze nu nog tekort komen zal met rendement moeten worden aangevuld. Pensioenfondsen moeten nu rekenen met 3,3% rendement. Daarmee is de waarde van die 100 euro over 20 jaar 191 euro. Ze komen dan 9 euro tekort. De dekkingsgraad is dan 95%.

Het rendement dat de pensioenfondsen moeten gebruiken is de rekenrente. Helaas is dat een politiek instrument en dus kwetsbaar. De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire rente, de rente waarvoor centrale banken en ‘gewone’ banken elkaar geld lenen. En die is al jaren kunstmatig laag door het huidige beleid van de Europese Centrale Bank om de economie te stimuleren. En dat zal nog wel even zo blijven. Maar op deze manier wordt de verlaging van de interbancaire rente doorgegeven aan de pensioenfondsen. En daarvoor was die rekenrente niet bedoeld…. Toch zie je dat de politiek nu geen stappen neemt om de pensioenfondsen / pensioenopbouwers / gepensioneerden te beschermen tegen de rekenrente. Dat bevestigt voor mij alleen maar dat de rekenrente (ook) een politiek instrument is.

Ik loop nog een beetje vast in het vinden van een duidelijke uitleg over de precieze waardering van de pensioenreserves. Dat onderzoek moet ik nog even voortzetten. Ik hoop dat ik daar de komende periode (met alle verhuisperikelen) aan toekom. Maar ik ben nog niet tevreden! Ik wil weten hoe die reserves gewaardeerd worden!

Wordt vervolgd. Wederom. De eerdere twee delen van deze serie vind je hier en hier.