De overheid en eerder stoppen met werken

  • Berichtcategorie:Pensioen

De overheid is niet altijd een betrouwbare partner. Ik schreef er al over toen Geldnerd nog maar net bestond. En op weinig onderwerpen is dat zo zichtbaar als wanneer je eerder wilt stoppen met werken. Eerder stoppen met werken is een thema waar je behoefte hebt aan rust en stabiliteit in regelgeving. Zodat je rustig voort kunnen bouwen op jouw eigen ingeslagen weg. Zonder dat nieuwe regels of het afschaffen van bestaande regels roet in het eten gooien.

En juist op dit onderwerp maken we er een zooitje van. Eigenlijk snap ik dat wel. Door de vergrijzing wil de overheid dat we langer doorwerken, zo veel mensen die zo lang niet werken is onbetaalbaar voor de samenleving. Maar natuurlijk zijn er rebellen die moedig weerstand bieden. Mensen die blijven proberen om eerder te stoppen met werken. En de overheid doet z’n uiterste best om dat zo moeilijk en fiscaal onaantrekkelijk mogelijk te maken. In elk geval voor mensen in loondienst. Ondernemers hebben weer andere mogelijkheden om hun pensioen op te bouwen, ook in (soms) meer of (vaak) mindere mate fiscaal aantrekkelijk.

Geldnerd is in 1995 gestart met zijn loopbaan. Vanaf dat punt zou hij, tegen de toenmalige regels, zo’n 40 jaar hebben moeten werken. Dat betekent dat je als loonslaaf liefst ook 40 jaar stabiele regelgeving hebt. Zodat je, als je aan een regeling begint te betalen met als doel om eerder te stoppen, erop kunt vertrouwen dat je er ook de hele looptijd gebruik van kunt maken. Ik ben er eens in gedoken, en heb op een rijtje proberen te zetten welke regelingen er in mijn werkzame leven zoal geweest (en gesneuveld) zijn. Het overzicht is erg vereenvoudigd. Als je er induikt, vind je namelijk allerlei uitzonderingen en overgangsregelingen om de pijn te verzachten voor mensen die de boot ‘net’ gemist hebben. Maar daar heb ik me maar even niet in verdiept. Ik heb de boot namelijk in de meeste gevallen ruim gemist.

Niet verwonderlijk dus dat ik een jaar of 15 geleden heb besloten om alles dan maar in eigen beheer op te lossen, met één centrale pot aan spaargeld en beleggingen. Veilig in Box 3 van de Inkomstenbelasting. Dat dacht ik tenminste

Vervroegde Uittreding (VUT)

Vervroegde uittreding (VUT) was een regeling die vervroegd stoppen met werken mogelijk maakte. Je kreeg dan een uitkering vanaf het moment van het stoppen met werken tot aan het moment waarop een AOW-uitkering en aanvullend pensioen inging. De werkgever en/of de werknemers betaalden de uitkeringen van de ex-werknemers die op dat moment in de VUT zaten, hetzelfde omslagstelsel dat we in Nederland ook voor de AOW hanteren. Deze regeling werd ingevoerd in 1980, en liep al op z’n einde toen Geldnerd de arbeidsmarkt betrad. Vanaf midden jaren negentig waren er vooral overgangsregelingen.

Om eerder stoppen met werken niet te stimuleren heeft de Wet van 24 februari 2005, houdende wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling), kortweg Wet VPL, met ingang van 2005 (2006 voor op 31 december 2004 al bestaande regelingen) VUT fiscaal onaantrekkelijk gemaakt. Wat een juridische mond vol… Ook is het niet meer mogelijk om fiscaal gefaciliteerd prepensioen op te bouwen.

Levensloopregeling

Levensloop‘ is op 1 januari 2006 in Nederland ingevoerd met die eerder genoemde Wet aanpassing fiscale behandeling VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Het is een fiscale regeling om het sparen voor inkomen tijdens een periode van onbetaald verlof fiscaal voordeliger te maken. “Onbetaald” wil zeggen dat geen salaris uitbetaald wordt, in de plaats daarvan ontvangt de werknemer een uitkering uit zijn eigen levenslooptegoed. Ik vond het toen al een doekje voor het bloeden, en ben er nooit ingestapt. Sinds 1 januari 2012 is de regeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers, Slechts 6 jaar dus.

Werknemers die in 2011 al deelnamen aan de levensloopregeling en op 1 januari 2012 een saldo hadden van minstens € 3.000 mogen jaarlijks maximaal 12% van hun jaarsalaris inleggen. Werknemers die op 1 januari 2005 minimaal 50 jaar oud waren, maar nog geen 55, mogen meer sparen dan 12% per jaar. Voor alle werknemers geldt dat zij in totaal niet meer mogen inleggen dan 210% van het jaarsalaris. De levensloopregeling is zoals gezegd ingevoerd met de eerdergenoemde Wet VPL, dezelfde wet waarmee de fiscale faciliteiten voor VUT en prepensioen afgeschaft zijn.

Flexibel Pensioen en Uittreden

Speciaal voor ambtenaren en onderwijzend personeel was er Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De regeling werd op 1 april 1997 ingevoerd. De FPU-rechten bestonden uit een basisdeel gefinancierd door middel van het omslagstelsel en een opbouwdeel gefinancierd via een kapitaaldekkingsstelsel. Ook hier gooide de Wet VPL (‘Vergeet je Pensioen maar, Lekker puh’ denk ik inmiddels) roet in het eten. Maar ik heb daarna nog jaren op mijn salarisstrook verplicht een bijdrage geleverd aan de collega’s die al wel van de FPU gebruik maakten.

Spaarloon en Premiesparen

Op 1 januari 1994 kregen we de Wet Bedrijfsspaarregelingen, en die bracht ons de premiespaarregeling en de spaarloonregeling. De premiespaarregeling sneuvelde weer begin 2003, in de toenmalige bezuinigingsdrift van het kabinet-Balkenende. De regeling was een fiscaal vriendelijke vorm om medewerkers te belonen, zonder dat dit leidde tot structureel hogere loonkosten en pensioenlasten.

De premiespaarregeling werd overigens ingevoerd om een sterke loonstijging te voorkomen. In plaats van loonstijging kregen werknemers binnen veel bedrijven jaarlijks een premie van € 526 van de werkgever. Voorwaarde was dat de werknemer zelf ook eenzelfde bedrag op een spaarrekening stortte. Deze regeling was aantrekkelijk voor de werkgever omdat er de bijdrage was vrijgesteld van loonbelasting en sociale premies. Ook de werknemer profiteerde van de regeling omdat het ‘rendement’ 100 procent bedroeg op de ingelegde spaargelden.

De wetswijziging maakte niet automatisch een einde aan de bestaande regelingen, maar alleen aan de fiscale voordelen die eraan zijn verbonden. Het effect is hetzelfde wat mij betreft.

Overige regelingen

Er zijn natuurlijk ook nog de (steeds verder uitgeklede) Lijfrentes en het Banksparen. En laten we niet vergeten dat ondertussen ook nog de meeste pensioenregelingen (inclusief de mijne) omgezet zijn van een Eindloonregeling naar een Middelloonregeling. En bij de meeste pensioenfondsen heb je ook al jarenlang geen indexering meer ontvangen, je toekomstige of huidige pensioen is dus niet meegegroeid met de inflatie. Alleen al bij mijn eigen pensioenfonds ABP zijn de deelnemers hierdoor ongeveer 20% aan koopkracht kwijt.

Tenslotte

Tsja, het is nogal een ingewikkeld slagveld als je het zo op een rijtje probeert te zetten. Met één duidelijke rode draad: het wordt fiscaal steeds minder aantrekkelijk gemaakt om eerder te stoppen met werken. Als ik braaf aan alle regelingen mee zou hebben gedaan, dan had ik nu een veelheid aan potjes met heel veel restricties waar ik niet heel veel mee zou kunnen. Terugkijkend vind ik het nog steeds verstandig dat ik al zo vroeg heb besloten om niet meer mee te doen aan deze regelingen. Gewoon mijn eigen spaarpercentage opkrikken en investeren in één grote pot is beter. En hopen dat er genoeg van mijn pensioeninleg overblijft om ook daar nog een beetje een uitkering uit te krijgen.

Gisteren schreef overigens ook Uitklokken over dit thema.

Profiteer jij nog van één van deze oudedagsregelingen?

De nieuwe salarisbrief

Vol verwachting klopte mijn hart. Zoals elk jaar keek ik uit naar de salarisbetaling van januari. Dat is het moment, dan weten wij loonslaven pas echt wat het effect is van alle maatregelen die elk jaar genomen worden. Dit jaar was er een stapeling van dingen.

  • Wij rijksambtenaren kregen de laatste salarisverhoging uit onze huidige CAO, in totaal 2,0%.
  • Ons pensioenfonds, het ABP, koos voor een kleine verhoging van de pensioenpremie met 0,4 procentpunt.
  • En we kregen de optie om ons vakantiegeld en de eindejaarsuitkering per maand uit te laten betalen in het Individueel Keuze Budget, iets dat ik meteen op 2 januari heb aangevinkt in ons personeelssysteem.

Het had wat mij betreft dan ook weinig zin om vooraf te proberen precies in te schatten wat er op mijn rekening zou worden overgemaakt. Dit was zo’n stapeling van veranderingen… Ik heb gewoon afgewacht. En dit was het resultaat:

  • Het bedrag dat ik betaal aan pensioenpremies is gestegen met bijna 3,5%. Dat komt vooral door de premie van het arbeidsongeschiktheidspensioen, die van 0,12% naar 0,21% ging. De premie ouderdomspensioen steeg slechts met 2,3% ten opzichte van het bedrag in 2019.
  • In totaal is mijn netto salaris gestegen met 3,7%. Dat is dus het resultaat van de 2,0% loonsverhoging uit de CAO, de verandering van de belastingschijven en de gestegen pensioenpremie.
  • De loonheffing is voor mijn situatie 0,9% gedaald.
  • En bovenop mijn salaris krijg ik aan Individueel Keuze Budget een extra maandelijks bedrag van 12,8% van het nieuwe nettosalaris. Dit komt in de plaats van het vakantiegeld in mei en de eindejaarsuitkering in november.

De netto stijging van 3,7% (exclusief Individueel Keuzebudget) valt me alleszins mee. Ik heb ergere jaren gehad, en ook vorig jaar ging ik er netto op achteruit. Maar goed, van de huidige CAO hoeven we niets meer te verwachten, en een nieuwe CAO is nog lang niet in zicht. En ik verwacht begin 2021 een forse stijging van de pensioenpremie…

Nu de salarisbetalingen binnen zijn, heb ik ook de maandelijkse bijdrage van Vriendin en mijzelf aan de gezamenlijke huishouding herberekend. Of liever gezegd, dat heeft onze gezamenlijke administratiespreadsheet automatisch gedaan nadat ik de salarisbedragen heb ingevoerd. De aflossing op het huis doen we 50/50, en alle andere uitgaven (inclusief de hypotheekrente) gaan ‘naar draagkracht’. Dat is gedefinieerd als ‘naar verhouding van ons netto salaris’. Voor het vierde jaar op rij is ons totale huishoudbudget niet gestegen. We komen prima uit met het bedrag dat we maandelijks op de rekening storten. Dat is prettig. Daarmee kon ik ook de laatste maandelijkse automatische boeking voorprogrammeren op mijn bankrekening. Mijn financiën voor 2020 verlopen weer grotendeels geautomatiseerd volgens het principe van ‘eerst mezelf betalen’.

Hoe is het met jouw salaris in januari?

Den Haag licht stilletjes de AOW door

  • Berichtcategorie:Pensioen

Geldnerd werkt bij de Rijksoverheid, dat is geen geheim, ik volg dus ook uit professionele interesse wat er hier in Den Haag gebeurt. En na meer dan 15 jaar Den Haag ken je ook een aantal trucjes.

Zo weet ik dat je altijd goed op moet letten rond de momenten dat de Tweede Kamer met reces gaat (zeg maar ‘op vakantie’). Net voordat ze gaan of net nadat ze weg zijn worden er nog wel eens interessante brieven door de diverse ministers aan de Kamer gestuurd. In de hoop dat die, tegen de tijd dat de Kamerleden terugkomen, onderaan de stapel liggen. En in de hoop dat ze niet (of in elk geval minder) opgepikt worden door de media, want de parlementaire journalisten volgen hetzelfde vakantieritme als de Tweede Kamer (al hebben sommigen nog veeeeeel langer vakantie).

Net voor de Kerst gingen er vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op vrijdag 20 december enkele interessante brieven naar de Tweede Kamer. Die inderdaad nauwelijks media-aandacht kregen, iedereen zat met z’n gedachten al bij het kerstshoppendiner. Alleen op Twitter, de onderbuik van deze planeet, zag ik een aantal verontwaardigde reacties voorbij komen, met name over de tweede brief. Sommige mensen zijn zo gewend om alleen nog korte stukjes te lezen dat ze niet eens meer in staat lijken te zijn om een hele brief en rapport door te lezen.

De eerste brief is een voortgangsrapportage over de uitwerking van het Pensioenakkoord. Veel voortgang is er nog niet, dat is gegeven de relatief korte tijd die verstreken is ook niet zo gek. Wel staat er (op pagina 2 en 3) een interessante analyse van de verwachte effecten als de rente ook op langere termijn laag blijft. Ook in het Pensioenakkoord wordt namelijk uitgegaan van de ‘risicovrije rente’. Als die laag blijft dan is er wel een rekenprobleem te verwachten. Het blijft ingewikkeld, want het werkelijke pensioen hangt nog steeds af van de rendementen op beleggingen. Die, in elk geval historisch en over langere termijn, tot nu toe steeds hoger geweest zijn dan de risicovrije rente.

De tweede brief is nog interessanter, maar dan is het wel handig om even wat meer achtergronden van de Rijksbegroting te kennen. De Rijksbegroting, oftewel het financiële meerjarenplan van de Nederlandse Rijksoverheid, is verdeeld in Hoofdstukken. In de meeste gevallen is een hoofdstuk gelijk aan een ministerie, maar niet altijd. Bijzondere onderdelen zoals het Koningshuis, de Algemene Rekenkamer en de Raad van State, hebben een eigen hoofdstuk. Ieder hoofdstuk is weer ingedeeld in Artikelen. Die vallen samen met belangrijke thema’s en onderwerpen.

Periodiek wordt er voor elk artikel, zeg maar voor elk belangrijk thema, een Beleidsdoorlichting gedaan. Daarbij staat de vraag centraal of het gevoerde beleid op basis van dit artikel doeltreffend en doelmatig is geweest. In leesbare termen: Bereikt het beleid een beetje het doel, en gebeurt dat een beetje efficiënt of wordt er geld verspild? Beleidsdoorlichtingen zijn pittige exercities, waarbij een strenge blik van buiten meekijkt en fundamentele dingen ter discussie komen te staan. Als ze op ‘mijn’ beleidsartikel plaatsvinden dan levert dat altijd een hoop werk op.

De tweede brief gaat over de beleidsdoorlichting van Artikel 8 van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Artikel 8 gaat over de oudedagsvoorziening, en heeft als doelstelling: “De overheid biedt een basisinkomen aan personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. De overheid stimuleert de opbouw van en stelt kaders voor de houdbaarheid van aanvullende arbeidspensioenen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.” In de brief wordt al snel duidelijk dat deze beleidsdoorlichting zich gericht heeft op de eerste pijler van het pensioenstelsel, de AOW.

Het rapport van de beleidsdoorlichting is interessant leesvoer. Met name hoofdstuk 10, dat ingaat op de doeltreffendheid en doelmatigheid en beleidsvarianten. Zeg maar de conclusies en mogelijke alternatieven. In paragraaf 10.2 op pagina 85 staat de prachtige ambtelijke volzin “In de beleidsdoorlichting is wel geconcludeerd dat voorzover het doel van de AOW is dat het armoede moet voorkomen, in algemene zin gesteld kan worden dat nu de hoogte van de AOW (zeker in combinatie met de inkomensondersteuning AOW) boven het sociaal minimum ligt, dit doel ook met minder middelen bereikt zou kunnen worden”. In gewone mensentaal: het kan goedkoper want de AOW is hoger dan de huidige bijstand. Er worden dan ook twee beleidsvarianten uitgewerkt die de AOW dichter bij het sociaal minimum (‘bijstandsniveau’) zouden kunnen brengen.

Oei! Tijd om met de rollators naar het Malieveld te gaan? Actieplannen voor alle AOW-gerechtigden? Ik zou even wachten. Want dit is de conclusie van de beleidsevaluatie. Maar er zit ook een brief bij van de minister van SZW aan de Tweede Kamer. Die zijn ook altijd interessant, want daar lees je wat het kabinet van plan is om te doen met de evaluatie en de conclusies, onder het kopje ‘Kabinetsreactie’. Gelukkig lees ik daar ten aanzien van de beleidsvarianten dat het kabinet geen aanleiding ziet om, buiten de jaarlijkse indexatie, aanpassingen te doen in de hoogte van de AOW. In gewoon Nederlands: we gaan voorlopig niets veranderen aan de manier waarop de hoogte van de AOW wordt berekend.

Uiteindelijk verwacht ik wel dat de AOW in de toekomst neerwaarts bijgesteld gaat worden, richting het sociaal minimum. Dat is bijna onvermijdelijk. De AOW werkt volgens het omslagstelsel, waarbij de huidige AOW-uitkeringen worden betaald uit de premies die de huidige werkenden nu inleggen. Dat is iets heel anders dan het pensioensysteem, waarbij je zelf premie inlegt in een grote pot voor toekomstige betalingen. Omdat er steeds minder werkenden zijn tegenover steeds meer AOW-gerechtigden, is dat moeilijk houdbaar. Dan zijn er twee oplossingen: de AOW-premie verhogen of de AOW-uitkering verlagen. De huidige reactie van minister Koolmees zie ik dus als uitstel. Er liggen nog genoeg moeilijke dossiers voor deze kabinetsperiode (inclusief de uitwerking van het pensioenakkoord), de AOW mag nog even doorsudderen.

Volg jij de Haagse politiek?

Financieel onverstandige vrouwen…

  • Berichtcategorie:Pensioen

Voordat ik gekruisigd, gevierendeeld, en verketterd word, dit is niet mijn mening. Maar wel de mening van het ABP, lijkt het… Als ambtenaren bouwen Geldnerd en Vriendin hun pensioen verplicht op bij het ABP. Eerder deze week kreeg Vriendin een mailing. Geldnerd kreeg de mailing niet.

De mailing begint met de vraag of Vriendin wel weet dat vrouwen bij het ABP gemiddeld 40% minder pensioen opbouwen dan mannen. Over de achtergronden daarvan (minder werken, en gemiddeld in lagere functies dan mannen) wordt niets gezegd. Maar ABP wil Vriendin graag meer bewust maken van haar geldzaken, zodat ze meer inzicht en overzicht en grip heeft op haar financiële situatie. En daarom krijgt ze (in samenwerking met een commercieel bedrijf) gratis de training ‘Financiën in de vingers’ aangeboden. Vriendin hoopt vooral dat er ook een manicure inbegrepen is.

Nu is Vriendin niet echt de doelgroep. Voltijds gewerkt vanaf het moment dat ze afstudeerde, en keurig ‘carrière gemaakt’. Carrière, je weet wel, dat woord dat we gebruiken om de pijn te verzachten voor steeds harder werken voor steeds vervelender vergaderingen tegen marginaal meer salaris per gewerkt uur… En ze heeft vlijtig gespaard en elke maand geld over gehouden. Ook al weigert ze dan om haar spaarpercentage uit te rekenen of te bekijken waar haar geld precies naar toe gaat. We zijn niet allemaal zo gek als Geldnerd.

ABP belooft inzicht in jouw geldzaken, slimme tips over hoe je goed met geld omgaat, kennis over jouw pensioen, jouw eigen financiële plan van aanpak. Vervolgens wordt er nog even op gewezen dat ‘financiële zelfredzaamheid’ ook bij Koningin Máxima hoog op de agenda staat. Blijkbaar is er een programma ‘Reality Check!’, waar de training ‘Financiën in de vingers’ onderdeel van is. Het zal wel aan mij liggen, maar ik heb dat compleet gemist. Terwijl ik het nieuws over geld en persoonlijke financiën beter volg dan de gemiddelde Nederlander, denk ik… Dan nog even een testimonial van iemand die het licht gezien heeft, en een verwijzing naar een vorm van groepsgesprek over je financiën.

Wat vindt Geldnerd?

Ik hink op twee gedachten. Aan de ene kant ben ik positief over elke poging om de financiële geletterdheid van Nederland en de Nederlanders te vergroten. Want die financiële geletterdheid is beroerd, blijkt steeds weer uit onderzoek en uit statistieken. Het lukt veel Nederlanders niet om hun korte termijn financiën op orde te houden, en langere-termijn beslissingen zijn nog veel ingewikkelder. Want meer onzekerheden waar je mee om moet gaan. Ik schrik iedere keer weer als ik statistiekjes lees over het percentage mensen met schulden, de omvang van de schulden, het aantal mensen met betalingsachterstanden, en statistiekjes over hoeveel (of eigenlijk weinig) mensen sparen en/of beleggen. Vanuit dat perspectief kan ik dit initiatief natuurlijk alleen maar toejuichen.

Aan de andere kant vind ik eigenlijk dat iedereen deze cursus zou moeten kunnen doen. Sterker nog, er zou wat mij betreft veel meer aandacht moeten komen voor financiën op in elk geval de middelbare school. Samen de algemene voorwaarden doorlezen van de gemiddelde hypotheek, mobiel abonnement, of levensverzekering in de economieles. Les over het bijhouden van een kasboekje, en dan als huiswerk dat een maand bijhouden. Als je rood staat aan het eind krijg je een onvoldoende…

Eigenlijk voelt Geldnerd zich ook gewoon beledigd dat hij de mailing niet heeft gekregen… Discriminatie op geslacht, dat is het! Weet ik als witte hoogopgeleide man van middelbare leeftijd ook eens hoe dat voelt.

De verloren generatie

Op pensioengebied is er in Nederland echt wel sprake van een ‘verloren generatie’. Geldnerd komt ze in zijn werk vrijwel dagelijks tegen. Het is de groep die nog net voor hem zit richting het pensioen. Tweede helft vijftig, al meer dan 30 jaar aan het werk. Ooit begonnen aan hun loopbaan met een eindloonregeling. Die is vervangen door een middelloonregeling, de opties voor vervroegd pensioen zijn afgeschaft (of in elk geval onbetaalbaar gemaakt), en de pensioendatum is soms wel 10 jaar naar achteren geschoven.

Voor sommige vrouwelijke collega’s in die leeftijdscategorie is het perspectief nog iets vervelender. Vaak zijn ze later ingestroomd toen ‘de kinderen oud genoeg waren’. Wel een jaar of 30 gewerkt, maar meestal part-time. Dus minder pensioen opgebouwd. Wel altijd meebetaald voor het vroegpensioen en de FPU voor oudere collega’s. En gaandeweg te horen gekregen dat ze daar zelf niet meer van konden profiteren, en hun eigen ‘haalbare pensioendatum’ een jaar of 10 naar achteren zien schuiven.

Voor deze groep komt de hulp die het ABP nu aanbiedt te laat. Er is geen tijd meer om de schade te repareren. Ook jonge vrouwen zijn helaas nog steeds degenen die, vaker dan mannen, minder gaan werken als er kinderen komen. En hun perspectief voor wat betreft pensioen en financiële zelfredzaamheid is dus nog steeds niet hetzelfde als het perspectief van mannen van dezelfde leeftijd. Eigenlijk een heel trieste constatering na 50 jaar emancipatie.

Gaat jouw vriendin op cursus voor haar persoonlijke financiën?

Pensioen uit het Verre Warme Land

  • Berichtcategorie:Pensioen

Een groot deel van mijn periode in het Verre Warme Land heb ik gewerkt, bij een lokale bank. Daar heb ik ook pensioen opgebouwd. Hoeveel? Geen idee… Ik heb welgeteld één velletje papier met polisgegevens van een lokale verzekeraar (waarvan de directeur getrouwd was met een van de directeuren van de bank waar ik werkte) en een bedrag aan inleg gedurende het jaar 2015. Vergeten dan maar?

Nou nee, want het destijds ingelegde bedrag is naar toenmalige waarde ongeveer € 5.000. Dat is toch wel de moeite waard. En ik weet dat, onder de lokale regelgeving van het Verre Warme Land, je dat pensioen uit kunt laten betalen als je vertrokken bent uit het Verre Warme Land. Niet meteen, maar wel na drie jaar. En die drie jaar zijn 1 mei 2019 verstreken. En omdat het toch al een jaar van financiële meevallers is, heb ik zin gekregen in meer. Bovendien houd ik niet van losse eindjes. Ik houd van een minimalistisch en opgeruimd leven, ook administratief. Tijd dus om hier actie op te ondernemen. En ook deze pensioenverzekering op te ruimen. Want dat geld heb ik liever hier, zodat ik het zelf aan het werk kan zetten.

Dus ben ik maar eens voorzichtig begonnen aan een zoektocht. Met als vertrekpunt dat velletje papier. Vervolgens ben ik gaan kijken naar het pensioenfonds waar mijn premies aan betaald zijn. Ook dat bestaat nog steeds. Op hun website vind je uiteraard geen informatie over het afkopen van de pensioenverzekering. Want je wilt mensen niet op ideeën brengen, toch? Na wat zoeken vond ik een email-adres. Daar heb ik maar eens een mailtje naartoe gestuurd met de vraag wat ik moet doen om mijn pensioenverzekering uitbetaald te krijgen. Daarna was het afwachten.

Ik had al snel antwoord. En moest een aantal documenten opsturen. Bewijs van uitschrijving in het Verre Warme Land, bewijs van inschrijving in Nederland, bewijs dat ik nog leef (een Attestatie de Vita), en een kopie identiteitsbewijs. Ik mocht het zelfs mailen. Een actueel bewijs van inschrijving en het bewijs van in leven zijn heb ik meteen aangevraagd bij de gemeente, dat kan anno 2019 gelukkig online. Het bewijs van uitschrijving uit het Verre Warme Land heb ik uiteraard in mijn digitale archief. En een kopie identiteitsbewijs ook. Het duurde een paar dagen voordat alles compleet was. Ik heb het bij elkaar in een beveiligd PDF bestand gestopt en opgestuurd.

Ik kreeg al snel een ontvangstbevestiging. Vervolgens is het afwachten. In de wet van het Verre Warme Land staat dat ze zes weken hebben om mijn verzoek af te handelen. In die tijd moeten ze mijn gegevens controleren en wat dingen nagaan bij de lokale belastingdienst en burgerlijke stand. Maar ik kreeg al ruim binnen de termijn bericht. De belastingdienst was akkoord, al moest er wel 25% belasting worden ingehouden op de uitkering. Uit mijn tijd in het Verre Warme Land weet ik dat het geen enkele zin heeft om in discussie te gaan met/over de lokale Belastingdienst, dus dat is dan maar zo. Een paar dagen later kreeg ik het officiële juridische document over de afkoop. Het totaalbedrag viel me nog behoorlijk mee. Samen met de eerdere belastingmeevallers helpt dit een behoorlijk stukje in de kosten van mijn komende operatie.

Ik heb het document uiteraard na controle snel getekend en teruggestuurd. Nu maar afwachten hoe snel ze betalen! En ik heb weer een ‘los eindje’ opgeruimd. Dat voelt ook goed.

Heb jij jouw financiële verleden volledig in beeld?

FIRE Calculator v2.0 – Partners en Meevallers

Iedereen wil graag weten of het mogelijk is om financieel onafhankelijk te worden. Zeker nu Mr. FOB heeft aangekondigd dat hij inderdaad stopt met werken. Mijn FIRE Calculator is al meer dan 1.000 keer gedownload. Ik heb er ook de nodige mailtjes en berichtjes over gehad, en het al tot een aantal interessante gesprekken geleid. Het is natuurlijk geen precieze berekening en het model kan niet met elke situatie rekening houden, maar het geeft een indicatie. En het laat bijvoorbeeld ook de verwoestende effecten van inflatie op jouw vermogen zien, en de reddende engel die ‘rente op rente’ heet.

Partner

Op veler verzoek heb ik twee mogelijkheden toegevoegd. Ten eerste kun je nu ook een Partner toevoegen, met eigen gegevens over pensioen en AOW. De aanname hierbij is wel dat het totale gezamenlijke vermogen gebruikt wordt om het gezamenlijke vervroegde pensioen en de aanvulling op de reguliere pensioenen te betalen, al kan dat wel op verschillende momenten beginnen. Als je de vermogens strikt gescheiden wilt houden, kun je beter ieder individueel het model invullen.

Eenmalige Meevallers en Tegenvallers

Ten tweede is het nu mogelijk om een of meer Financiële Meevallers in te vullen. Verwacht je bijvoorbeeld een erfenis, opbrengsten uit de verkoop van een huis, de hoofdprijs in een loterij of andere meevallers, dan kun je die opnemen in een lijstje. Je moet er natuurlijk wel een jaartal aan koppelen. En dat zal vaak een aanname zijn. Maar dit geeft wel een indicatie van de impact die eenmalige meevallers kunnen hebben op jouw plannen. Het werkt overigens ook andersom. Als je een grote financiële tegenvaller verwacht kun je die ook invoeren als negatief getal. Maar daar hopen we natuurlijk allemaal niet op. Voorlopig werkt de spreadsheet met maximaal 10 stuks, maar dat kun je eenvoudig aanpassen in de VBA-code (gewoon de variabele ‘MaxWindfalls’ aanpassen). De meevallers worden meegenomen in het vermogen en het rendement van Persoon 1, want anders werd het erg moeilijk om ervoor te zorgen dat alles goed verwerkt werd.

Vier Fasen

Het model kende al de Opbouwfase, de Op-Eet Fase, en de Pensioen Fase, maar er ontstaat ook een vierde fase, de ‘Erfenis Fase’. Die treedt in als de levensverwachtingen en leeftijden van de partners uit elkaar lopen, en één partner naar verwachting eerder overlijdt dan de ander. Hierbij gaat het model er van uit dat de langstlevende gebruik kan maken van het resterende vermogen van de overledene. In het geval van Geldnerd en Vriendin moeten er dan nog wel even twee testamenten aangepast worden…

Al met al was het een behoorlijke verbouwing. Eigenlijk heb ik de spreadsheet helemaal opnieuw gebouwd, ook om de code wat efficiënter te maken dan in de eerste versie. Daarnaast is de grafiek verplaatst naar een apart werkblad. Door het toevoegen van invulmogelijkheden voor een tweede persoon en de mee- en tegenvallers was er namelijk weinig ruimte meer over op het eerste werkblad, in elk geval op mijn laptopscherm.

Gebruiksaanwijzing

Vul alle omkaderde vakjes op het Dashboard in, naar keuze ook voor Persoon 2. Let goed op of je het vinkje bij Persoon 2 aan of uit hebt staan. Druk op de knop ‘FIRE Calculator’. De spreadsheet rekent alles door en presenteert je de grafiek.

Let op: alle parameters per persoon moeten ingevuld worden, anders kan het model de berekeningen voor die persoon niet maken. De verwachte inflatie en het startjaar moeten altijd ingevuld worden.

Daarna kun je naar hartenlust spelen met variabelen, en telkens opnieuw berekenen. Zo krijg je een idee van de impact van verschillende variabelen op jouw FIRE-datum!

Je kunt de nieuwe FIRE Calculator vinden op mijn Downloadspagina.

Fictief rekenvoorbeeld

Wanneer kun jij stoppen met werken?

NB 23-03-2019: Lezer Sam attendeerde mij op een foutje waardoor meevallers niet altijd correct verwerkt werden. Dat is hersteld, de link leidt nu naar de verbeterde versie. Dankjewel Sam!

NB 31-03-2019: Naar aanleiding van de terechte opmerking van Enrico over mijn té optimistische pensioenberekening door het gebruik van de bruto A-Factor, heb ik de code zo aangepast dat rekening gehouden wordt met lagere pensioenopbouw. De downloadlinks leiden nu naar deze nieuwe versie 2.0.2.