Blog over (financieel) bewust leven

Label: pensioen (Page 1 of 10)

FIRE Calculator voor Barista FIRE

Jullie hebben er lang op moeten wachten, maar hier is dan eindelijk een nieuwe versie van de FIRE Calculator voor Loonslaven. Gebouwd omdat Geldnerd en Vriendin voor hun eigen situatie een paar scenario’s wilden testen die de oude versie nog niet aan kon. En toen ik toch bezig was, heb ik gelijk maar een aantal foutjes hersteld en functionaliteiten ingebouwd waar lezers in reacties en per e-mail om gevraagd hebben.

Barista FIRE

Eén van de varianten van financiële onafhankelijkheid is ‘Barista FIRE‘. Het komt erop neer dat je wel stopt met je klassieke baan, maar uit een parttime baan of nevenwerkzaamheden toch nog iets van inkomen haalt. Daarmee kun je een deel van jouw uitgaven betalen, en de rest haal je dan uit je vermogen. Daardoor gaat jouw vermogen ‘langer mee’, en het kan er dus voor zorgen dat je een aantal jaren eerder uit de ‘rat race’ kunt stappen. Ik heb de mogelijkheid ingebouwd om in de FIRE fase voor een zelf te bepalen periode een inkomen mee te nemen in de berekeningen. Het model gaat er wel van uit dat er over dit inkomen géén pensioen opgebouwd wordt.

Pensioen in Pijler 3

Ook zagen diverse lezers dat er nog geen mogelijkheid was om pijler 3 pensioenen mee te nemen in berekeningen. Voor loonslaven zijn dit de aanvullende pensioenen via bijvoorbeeld lijfrentes. Maar voor freelancers is pijler 3 vaak het belangrijkste onderdeel van hun pensioen, met een specifieke pensioenrekening bij bijvoorbeeld De Giro of Brand New Day. Daarom neem ik deze nu wel mee in het rekenmodel. Ik heb het niet te ingewikkeld gemaakt, want er zijn natuurlijk heel veel verschillende soorten pensioen in pijler 3. Je kunt een netto uitkeringsbedrag per jaar ingeven, met een startjaar en een looptijd. Wat dat is, dat zul je zelf moeten bepalen met jouw eigen pensioengegevens. Voorlopig kan Pijler 3 in het model pas ingaan in de pensioenfase. Je kunt in de spreadsheet dus geen pijler 3 bedragen laten uitkeren vóór je officiële pensioendatum.

Nabestaandenpensioen

Verder is de mogelijkheid ingebouwd om een nabestaandenpensioen op te nemen. Dat moet je aangeven bij de gevende partij. Dus als Persoon 1 eerder overlijdt, is Persoon 1 ook de gevende partij van het nabestaandenpensioen. Je geeft het nabestaandenpensioen van Persoon 1 dus op bij Persoon 1 en andersom. Dit verwerkt het model door het jaarlijks toe te voegen aan het vermogen van de overgebleven partner.

Herstelde fouten

Je kunt nu zowel Persoon 1 als Persoon 2 in- en uitschakelen om deze wel of niet mee te nemen in de berekeningen. Financiële meevallers worden meegerekend bij Persoon 1, alleen als die ‘uit’ staat worden ze bij Persoon 2 meegerekend. En ik heb alle formules nog eens nagelopen op foutjes in bijvoorbeeld indexeringen.

Complexiteit

Nee, met mijn FIRE Calculator kun je niet elke denkbare situatie simuleren. Dat is ook vrijwel onmogelijk, er zijn zoveel opties om je inkomen voor en na een pensioen te regelen. En mijn FIRE Calculator is ook niet bedoeld als advies-tool. Het is wel bedoeld om je te helpen nadenken over je eigen situatie en de opties die je hebt. Dat is waar de Calculator ook voor gebruikt wordt hier in Huize Geldnerd. Het model is een stuk complexer geworden sinds ik de eerste versie uitbracht. Of er nog nieuwe, nog complexere, versies volgen weet ik daarom niet zeker. Maar Vriendin herinnerde mij eraan dat ik dat bij de vorige versie ook al verzuchtte. Dus wie weet…

Je kunt de nieuwe FIRE Calculator 3.0.1 hier downloaden , of vinden op mijn Downloadpagina. Gratis, zelfs zonder e-mail adres achter te laten.

Update 8 augustus: Ik heb versie 3.0.1 online gezet en de bovenstaande link aangepast. De onderstaande bugs zijn hersteld:

  • Meevallers en Tegenvallers werden per abuis niet meegerekend in de Opbouwfase.
  • Ook werd in de Opbouwfase maar de helft van het spaarpercentage gebruikt. Dat is nu opgelost. Mijn model was dus nodeloos pessimistisch…
  • Als pijler 1 eerder uitkeert dan pijler 2 dan werd de waarde van Pijler 1 in de kolom Side Hustle gezet.

Met dank aan Fire7 en Chris voor het melden van deze bugs

Denk jij na over jouw inkomen in de verschillende fasen van je leven?

Het wordt steeds kleurrijker…

n = 1 : Geldnerd en de wereldeconomie

Nog nooit eerder in de historie is het economisch klimaat zo snel omgeslagen. Binnen enkele maanden donderde de economische activiteit in elkaar. De definitie van recessie is ‘een periode van twee of meer opeenvolgende kwartalen waarin de groei van het bruto nationaal product negatief is’. Formeel zal dat dus pas na het einde van het tweede kwartaal het geval zijn. Maar we zitten er al in, daar twijfelt eigenlijk niemand meer aan.

Gedragseconomie

Geldnerd is een aanhanger van de theorie van gedragseconomie. Economie is wat wij met z’n allen samen doen, een mix van economische theorie en psychologie. Een crisis is pas echt een crisis als wij met z’n allen geloven dat het een crisis is. Dat heb ik ook gezien in de crisis van 2008 / 2009. Mede onder invloed van overheidsbezuinigingen durfden we niet meer. We stellen aankopen uit. Op mijn persoonlijke dashboard begon er dus onlangs een rood lampje te knipperen door de snelste daling ooit van het consumentenvertrouwen in Nederland.

De regering lijkt in elk geval geleerd te hebben van de vorige crisis, toen ze (naar mijn mening) de economie kapotbezuinigd hebben. We hebben zeker 90 miljard te besteden om de economie draaiend te houden, riep onze minister-president in maart. Eind april was dat geld ook daadwerkelijk toegezegd en/of besteed, en stonden de overheidsfinanciën diep in het rood met een verwacht begrotingstekort van 11,8% van het bruto binnenlands product (BBP), zo’n € 92 miljard euro. De staatsschuld loopt daarmee op tot ruim 65 procent van het BBP. Hiermee staan we er overigens nog steeds beter voor dan de meeste landen.

Wat betekent het voor mij?

Maar ik ben niet ‘de economie’. Ik ben Geldnerd. Voor mij persoonlijk telt natuurlijk alleen de impact van al deze economische ellende op mijn eigen financiële omstandigheden. n = 1 noemen we dat in de wetenschap, een steekproefgrootte van 1 persoon. De conclusies en wetmatigheden zijn ontdekt door de situatie van één persoon te onderzoeken. Zulke uitkomsten lijken onwetenschappelijk, maar zijn soms toch waardevol. In elk geval voor mijn eigen gemoedsrust. Het is anders voor jou. Als je in de horeca werkt en nu zonder inkomen zit, bijvoorbeeld. Of als je ZZP’er bent en je klus bent kwijtgeraakt.

Mijn inkomen is veiliger dan de meeste. Als loonslaaf in overheidsdienst krijg ik keurig elke maand mijn salaris overgemaakt, met elke maand ook een deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Daar doe ik de dingen mee die ik altijd doe. We lossen het huis af, doen boodschappen, ik vul mijn potjes en leg in op mijn beleggingsrekening. Maar we geven minder uit dan normaal. Geen vakanties, geen uitjes. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat die dingen even niet kunnen. We hebben wel extra uitgaven gedaan voor de inrichting van ons huis. Om beter thuis te kunnen werken en omdat we er meer tijd doorbrengen. Deels verschuiving, deels gedwongen minder uitgeven dus.

Wat wel kan is, dat er later dan verwacht een nieuwe ambtenaren-CAO wordt afgesloten. De onderhandelingen zijn in elk geval uitgesteld vanwege de corona-crisis. En dat die CAO iets kariger wordt ‘omdat het nou eenmaal economisch slecht gaat’. Dan krijg ik minder of geen salarisverhogingen. En gaat mijn koopkracht achteruit. Want de inflatie eet ook mee.

Het zou natuurlijk kunnen dat de overheidsfinanciën zo achteruit gaan dat er gekort gaat worden op het salaris van ambtenaren. In ons eigen koninkrijk gebeurt dat al, op Aruba (wat een zelfstandig land is, dit staat dus los van de situatie in Nederland). Maar dat zou ongekend zijn als het ook in Nederland zou gebeuren. Al is het ooit wel gebeurd, in de crisis van begin jaren 80. En met mijn spaarpercentage van ruim 45% moeten ze een heel eind korten voordat ik echt in de problemen kom. Het zou alleen maar betekenen dat ik minder kan sparen.

Mijn beleggingen zijn behoorlijk gedaald vanaf de piek. En ook alweer een beetje bijgetrokken. Ik verwacht dat het nog wel even onrustig zal blijven op de beurs. We overzien de economische impact van deze crisis nog niet. Dus zullen er nog wel wat schokken komen. Misschien daalt de beurs nog wel verder, procentje of 50, zou zomaar kunnen.. Dat betekent vooral dat ik goedkoper bijkoop en steeds meer aandeeltjes bezit. De wereld zal niet volledig in elkaar storten, verwacht ik. En dus trekt het wel weer een keertje bij.

De afgelopen maanden waren wel desastreus voor de dekkingsgraad van mijn pensioenfonds. En dan wordt er ook nog onderhandeld over de invulling van het pensioenakkoord, al loopt dat niet zo soepel en zijn er twijfels over de juridische haalbaarheid. Nu hebben ze nog een jaar of twintig voordat ze mij moeten gaan betalen. Dat is voldoende tijd om te herstellen, en in de tussentijd zullen er echt nog wel één of twee crises overheen gaan. En ik heb al niet zulke hoge verwachtingen van mijn pensioen. Dat is één van de redenen dat ik ooit heel hard met mijn eigen financiën aan de slag ben gegaan, juist om minder afhankelijk te worden van wat het pensioenfonds mij hopelijk ooit gaat betalen.

De laatste grote component in ons vermogen is ons huis. En er zijn zenuwen over de huizenmarkt. De stijgingen van de afgelopen jaren zijn ook bijzonder. Geldnerd en Vriendin kochten eind 2016 hun huidige appartement, en op basis van WOZ hebben we inmiddels een overwaarde van 16%. Dus we kunnen een stootje hebben als het gaat dalen. En bovendien: het wordt pas belangrijk op het moment dat je gaat verkopen. En dat zijn wij voorlopig niet van plan.

Overpeinzend

De situatie moet nog heel veel slechter worden voordat ik persoonlijk nadelen ga ondervinden van deze crisis. Risico’s zijn er wel. Voor de ontwikkeling van mijn salaris. De inflatie. De huizenmarkt. En voor de hele lange termijn de pensioenen. Maar die risico’s zijn er altijd. De voorspoedige economische ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar heeft ons misschien een beetje in slaap gesust? De onzekerheid is nu even iets groter dan ‘ie in lange tijd geweest is. Maar als individu kun je alleen maar afwachten. Je hebt nauwelijks invloed op al die grote ontwikkelingen. Ook dat is n = 1. Gelukkig zijn mijn persoonlijke financiën op orde. En hoef ik er dus niet acuut van wakker te liggen. Dat is goud waard.

Denk jij ook na over de impact van de economie op jouw persoonlijke omstandigheden?

Je kunt mijn blog volgen via Bloglovin

Rekenen aan je pensioen met de A-factor?

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de A-factor iets te maken had met het beleggingsresultaat van het ABP… Maar dat is niet zo. Zelfs na 4,5 jaar bloggen en 17 jaar mijzelf verdiepen in mijn persoonlijke financiën, valt er nog steeds van alles te leren.

Jaren geleden heb ik al eens geschreven over de A-factor. A staat voor Aangroei, en het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. In artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’. Oftewel, hoeveel pensioen heb je in dat kalenderjaar opgebouwd?

De A-factor is nodig om de fiscale jaarruimte te berekenen voor de aftrek van betaalde lijfrentepremies. Maar is het ook een recht? Geeft het mij vanaf mijn pensioendatum ook daadwerkelijk recht op een pensioen ter waarde van dat bedrag voor de rest van mijn leven? Is mijn beschikbare bruto pensioen dat ik ‘straks’ jaarlijks ontvang gelijk aan de som van die pensioenaangroei per jaar, van de som van die A-factoren? Dat heb ik nergens expliciet kunnen vinden, terwijl ik toch de pensioenwet en het pensioenreglement van het ABP doorgeplozen heb. Het lijkt er wel op, maar onder het voorbehoud dat slechte beleggingsresultaten of lange periodes met lage rentes (zoals de afgelopen jaren) er niet voor zorgen dat het pensioen gekort moet worden. Of, stel je voor dat dat ooit weer gaat gebeuren, dat goede resultaten er voor zorgen dat je pensioen weer eens geïndexeerd wordt voor inflatie.

Ik heb het nergens expliciet kunnen vinden, maar het lijkt erop dat mijn toekomstig pensioen gelijk is aan de som van mijn A-factoren minus kortingen plus indexeringen. De opgebouwde rechten zijn onvoorwaardelijke verplichtingen van het fonds aan de deelnemers, lees ik op pagina 96 van het meest recente jaarverslag van het ABP Ik ga toch nog eens uitzoeken of dat ook echt zo is. En ik erger me steeds vaker aan het totale gebrek aan transparantie in ons pensioenstelsel, aan die mist die overal overheen ligt en die voorkomt dat duidelijk wordt waar je nou eigenlijk wel of niet recht op hebt. Alleen al uitzoeken hoe het in elkaar zit kost een hele berg tijd.

Bereken je eigen A-factor

Tijdens mijn recente onderzoekje naar het pensioengevend salaris heb ik eindelijk ontdekt hoe die A-factor tot stand komt. Die is dus helemaal niet afhankelijk van welk beleggingsresultaat dan ook. Het is gewoon afhankelijk van je salaris en wat wet- en regelgeving. De formule is zelfs redelijk simpel:

A-factor = ( Pensioengevend Salaris -/- Franchise ) * Opbouwpercentage * Deeltijdpercentage

Wat het Pensioengevend Salaris is en hoe het berekend wordt, daar heb ik onlangs uitgebreid over geschreven.

Bij pensioenverzekeringen is de Franchise het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd en daarom ook geen pensioenpremie wordt betaald. Het van oorsprong Franse woord franchise (vrijdom) is via het Engels in het Nederlands terechtgekomen, en is afgeleid van franc (vrij). Het pensioen wordt gezien als een aanvulling op de AOW-uitkering (ik zie het eerder andersom). De aanname is dan dat het pensioen niet eerder ingaat dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Door een Franchise van het salaris af te trekken voorkom je een dubbeling, anders zou het zo zijn dat je AIOW-premie betaalt en daarnaast over hetzelfde (deel van het) salaris ook nog eens pensioenpremie. De vakterm hiervoor is ‘AOW-inbouw’.

Het Opbouwpercentage is voor deelnemers van het ABP hier te bekijken. Het is de afgelopen jaren enkele keren gewijzigd. Het huidige fiscaal maximale opbouwpercentage van 1,875% zorgt ervoor dat je in veertig jaar een ouderdomspensioen opgebouwd van ongeveer 75% van je gemiddelde pensioengevend salaris gedurende je loopbaan. Hoe dat maximum tot stand gekomen is was even graven, maar het is onderdeel van het Witteveenkader. Ik had er nog nooit van gehoord. Dat opbouwpercentage vind je dan weer in Artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. Lid 1 zegt dat een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,657 percent van het pensioengevend loon bedraagt. En lid 2 leert mij dat een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,875 percent van het pensioengevend loon bedraagt.

Het Deeltijdpercentage is van belang als je parttime werkt. Ik heb een 36-uurs contract, dat noemen we bij de overheid voltijds. Mijn deeltijdpercentage is dus 100%.

Narekenen

Kijk, met dit soort gegevens kun je aan de slag. Uiteraard is Geldnerd begonnen met het narekenen van de jaarlijkse A-factor die hij van het ABP krijgt. Ik heb die gegevens sinds 2006. Voor de meeste jaren komt er keurig hetzelfde bedrag uit, waarbij ik er de laatste jaren wel rekening mee moet houden dat mijn pensioengevend salaris boven het maximum ligt waarover pensioen opgebouwd mag worden. Maar er waren twee jaren waar ik zelf, met de formule, uitkwam op een hoger bedrag dan wat ik volgens het Uniform Pensioen Overzicht recht op had: 2013 en 2014. In mijn archief vond ik geen correspondentie van het ABP of van mijn werkgever op basis waarvan ik dat verschil kon verklaren.

Dus heb ik maar eens een keurige brief geschreven aan het ABP. Liever had ik ze gemaild, maar dat kan niet. Je mag bellen of een brief sturen. In de brief de gegevens waarover ik beschikte en de verschillende uitkomsten, met de vraag of zij mij kunnen verklaren wat de reden is van het verschil tussen mijn berekeningen en de gerapporteerde A-factor voor deze twee jaren. Ik kreeg netjes binnen twee weken antwoord. Dat kwam dan wel weer per e-mail.

Vanaf 1 januari 2014 bleken de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek gewijzigd. Daar stond een zinnetje over in mijn Uniform Pensioenoverzicht uit 2014, diep weggestopt in de bijlage. Om te voorkomen dat de factor A de fiscale ruimte voor lijfrentes in 2014 beperkt, is de berekening iets gewijzigd: de pensioenaangroei over 2013 is vermenigvuldigd met de factor 35/37. Vanaf 1 januari 2015 zijn de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek nogmaals gewijzigd, ook dat was diep weggestopt in de bijlage. De pensioenaangroei over 2014 is vermenigvuldigd met de factor 37/40. Als ik die correcties toepas, dan kloppen de A-factoren voor die twee jaren. Hoe deze factoren berekend zijn? Daar zal ik wel nooit achter komen… De betreffende bekendmakingen vind je hier en hier. Wie in Nederland heeft er nou geen abonnement op de Staatscourant? Hier in Huize Geldnerd lezen we ‘m elke dag van voor naar achter en weer terug (Not!).

Voorspellen

Ja, en dit biedt toch wel mogelijkheden. Want Geldnerd is natuurlijk stilletjes van plan om eerder te stoppen met werken dan op z’n officiële pensioendatum. En bij het ABP kun je geen indicatie krijgen hoe hoog je pensioen is als je bijvoorbeeld op je 50e of 55e stopt met inleggen. En als je niet weet hoe hoog je pensioenuitkering is , dan weet je ook niet hoe hoog je vermogen moet zijn om dat onbekende pensioen aan te vullen. Het is een van de dingen waar ik tegenaan liep tijdens het ontwikkelen van mijn FIRE Calculator.

Toch heb ik het daar niet zo slecht gedaan, ik laat de A-factor in mijn rekenmodel meestijgen met hetzelfde percentage als je gemiddelde verwachte salarisstijging. En in mijn model geef je aan in welk jaar je wilt stoppen met werken. Dan stopt de pensioenopbouw. Dat geeft dus een benadering van je te verwachten bruto pensioen, behoudens indexatie, kortingen, en de ontwikkeling van de franchise.

Kijk jij ook wel eens naar jouw pensioen?

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering = 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑