Geldnerd.nl

Blog over (financieel) bewust leven

Tag: pensioen (page 1 of 10)

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Het raadsel van mijn pensioengevend salaris

Ik heb iets over het hoofd gezien. En het raadsel van mijn pensioengevend salaris is daarmee opgelost. Maar er blijven nog wel wat aandachtspunten over… Vorige week schreef ik over mijn pogingen om de cijfertjes op mijn salarisbrief te verklaren. Die, tot mijn grote frustratie, niet succesvol waren. Op dat moment was ik al een week of vier aan het corresponderen met de personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid. Wat me ook een beetje ergerde. Want ik vind er al wat van dat dingen niet transparant en eenvoudig herleidbaar zijn. Maar dat de mensen ‘die erover gaan’ ook niet in staat zijn om snel en eenvoudig uit te leggen hoe iets in elkaar zit, vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.

Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik onder andere terecht op de website ABPpensioen.nl. Zeer leerzaam en nuttig, maar verre van geruststellend. En toen las ik ook nog een artikel in het FD over een debat tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de pensioenen. Dat debat ging over fouten in de pensioenadministraties. Het versterkt allemaal mijn beeld dat we de dingen veel te complex maken om maar te proberen om iedereen tevreden te stellen. En als niemand het dan meer begrijpt zijn we ook nog verbaasd dat er geen ‘draagvlak’ meer is. No shit Sherlock….

Pensioengevend Salaris 2020 verklaard

Maar goed, hoe zit het nu met mijn pensioengevend salaris? Het salaris dat gebruikt wordt om mijn pensioenpremie mee te berekenen, en dat fors hoger was dan ik kon reconstrueren. Ik heb iets over het hoofd gezien. Het pensioengevend salaris bestaat, volgens de website van het ABP, uit 12 keer mijn brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld (wat dus maar een deel van mijn IKB is), vaste toelagen en variabele toelagen van het voorgaande jaar daarvoor. Uiteindelijk kom ik eruit na een nieuwe mail van P-Direkt. Hoe moest ik het nu berekenen?

A12 * bruto maandalaris van januari 2020
B+Vakantiegeld= 8,00% * A
C+Eindejaarsuitkering = 8,37% * A
D+Eenmalige toelage CAO uit januari 2019€ 450
E+Brutobedrag uitbetaling Verlofuren 2019
F=Pensioengevend Salaris 2020

Het verschil zat ‘m in die uitbetaling van de verlofuren. Ik had nog een stuwmeertje staan, en die heb ik in de zomer van 2019 via de oude regeling uit laten betalen. ‘U bent toch meer gaan werken?’ schreef de servicedesk in de toelichting bij hun antwoord. Ik snap hun redeneerlijn, ik verkoop verlof dus moet meer uren maken. Nou heb ik niet het gevoel dat ik een uurtje minder gewerkt zou hebben als ik het verlof niet verkocht zou hebben. Maar goed, dat verklaart het verschil. Ik kom nu op de cent nauwkeurig uit op het bedrag van het pensioengevend salaris zoals ik dat vind op mijn salarisbrief van januari 2020. Toch een geruststelling.

Pensioenpremies

En hiermee kan ik ook mijn pensioenpremies verklaren. De formule van de premie ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen is:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Voor 2020 is het premiepercentage dat ik als medewerker betaal 7,47%, en de franchise bedraagt € 14.200. En omdat mijn pensioengevend salaris 2020 hoger is dan het maximum pensioengevend salaris van € 110.111, moet ik op de plek van pensioengevend salaris in de formule dat bedrag van € 110.111 invullen. En dan klopt het.

De formule van de premie arbeidsongeschiktheidspensioen is ook:

Pensioenpremie = premiepercentage x ( ( pensioengevend salaris – franchise ) / 12 maanden )

Het premiepercentage voor 2020 is hier 0,21%, en de franchise is € 21.400. Maar voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt niet de maximumgrens van € 110.111, ik moet mijn echte pensioengevend salaris invullen in de formule. En dan klopt ook deze premie tot op de cent.

Maar toch…

Toch blijven er een paar dingen knagen.

Het duurde erg lang voordat ik antwoord kreeg op mijn vragen, en toen ik dat uiteindelijk kreeg was het in een overzicht met ingewikkelde en niet uitgelegde termen als ‘Vloer VU’, ‘Nom 12x nom’, ‘Vaste componenten ex VU’. Dat was nergens voor nodig. Ik heb er uiteindelijk zelf het (volgens mij) leesbare tabelletje van gemaakt dat ik hierboven gebruik. Eigenlijk vind ik dat dit soort dingen, in januari op je salarisbrief, of in elk geval in je online dossier, standaard opvraagbaar moeten zijn. Dat zou leiden tot een beter begrip, en zou volgens mij helpen om het draagvlak voor de pensioenregelingen te verbeteren.

Daarnaast heeft dit me ook aan het denken gezet. Het verkopen van verlof vond ik al onaantrekkelijk, want het wordt belast tegen het belastingtarief voor bijzondere beloningen. Dat bedroeg in mijn situatie in 2019 maar liefst 51,75%, en in 2020 is het zelfs 55,5%. Een veel hoger tarief dan waartegen mijn reguliere salaris wordt belast. En nu realiseer ik me ook nog eens dat ik, door het verkopen van het verlof, in het daaropvolgende jaar een hoger pensioengevend salaris heb. En daarmee op jaarbasis enkele honderden Euro’s extra aan pensioenpremie moet betalen. En dan heb ik nog het ‘geluk’ dat mijn pensioengevend salaris boven het maximumbedrag uitkomt, waardoor de extra premie ‘afgetopt’ wordt. Als ik over het hele bedrag pensioenpremie zou moeten betalen, dan was er nog eens een paar honderd Euro per jaar aan pensioenpremie bovenop gekomen. Dat maakt het verkopen van verlofuren dus nog minder aantrekkelijk. Ik bouw hiermee natuurlijk wel wat extra pensioen op, maar ik moet nog maar afwachten hoe dat uiteindelijk uitpakt.

Eén raadsel is nu opgelost. Maar die Afbouw Heffingskorting is nog niet verklaard. Er is dus nog veel te doen.

Heb jij jouw salarisbrief al nagerekend?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

De overheid en eerder stoppen met werken

De overheid is niet altijd een betrouwbare partner. Ik schreef er al over toen Geldnerd nog maar net bestond. En op weinig onderwerpen is dat zo zichtbaar als wanneer je eerder wilt stoppen met werken. Eerder stoppen met werken is een thema waar je behoefte hebt aan rust en stabiliteit in regelgeving. Zodat je rustig voort kunnen bouwen op jouw eigen ingeslagen weg. Zonder dat nieuwe regels of het afschaffen van bestaande regels roet in het eten gooien.

En juist op dit onderwerp maken we er een zooitje van. Eigenlijk snap ik dat wel. Door de vergrijzing wil de overheid dat we langer doorwerken, zo veel mensen die zo lang niet werken is onbetaalbaar voor de samenleving. Maar natuurlijk zijn er rebellen die moedig weerstand bieden. Mensen die blijven proberen om eerder te stoppen met werken. En de overheid doet z’n uiterste best om dat zo moeilijk en fiscaal onaantrekkelijk mogelijk te maken. In elk geval voor mensen in loondienst. Ondernemers hebben weer andere mogelijkheden om hun pensioen op te bouwen, ook in (soms) meer of (vaak) mindere mate fiscaal aantrekkelijk.

Geldnerd is in 1995 gestart met zijn loopbaan. Vanaf dat punt zou hij, tegen de toenmalige regels, zo’n 40 jaar hebben moeten werken. Dat betekent dat je als loonslaaf liefst ook 40 jaar stabiele regelgeving hebt. Zodat je, als je aan een regeling begint te betalen met als doel om eerder te stoppen, erop kunt vertrouwen dat je er ook de hele looptijd gebruik van kunt maken. Ik ben er eens in gedoken, en heb op een rijtje proberen te zetten welke regelingen er in mijn werkzame leven zoal geweest (en gesneuveld) zijn. Het overzicht is erg vereenvoudigd. Als je er induikt, vind je namelijk allerlei uitzonderingen en overgangsregelingen om de pijn te verzachten voor mensen die de boot ‘net’ gemist hebben. Maar daar heb ik me maar even niet in verdiept. Ik heb de boot namelijk in de meeste gevallen ruim gemist.

Niet verwonderlijk dus dat ik een jaar of 15 geleden heb besloten om alles dan maar in eigen beheer op te lossen, met één centrale pot aan spaargeld en beleggingen. Veilig in Box 3 van de Inkomstenbelasting. Dat dacht ik tenminste

Vervroegde Uittreding (VUT)

Vervroegde uittreding (VUT) was een regeling die vervroegd stoppen met werken mogelijk maakte. Je kreeg dan een uitkering vanaf het moment van het stoppen met werken tot aan het moment waarop een AOW-uitkering en aanvullend pensioen inging. De werkgever en/of de werknemers betaalden de uitkeringen van de ex-werknemers die op dat moment in de VUT zaten, hetzelfde omslagstelsel dat we in Nederland ook voor de AOW hanteren. Deze regeling werd ingevoerd in 1980, en liep al op z’n einde toen Geldnerd de arbeidsmarkt betrad. Vanaf midden jaren negentig waren er vooral overgangsregelingen.

Om eerder stoppen met werken niet te stimuleren heeft de Wet van 24 februari 2005, houdende wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling), kortweg Wet VPL, met ingang van 2005 (2006 voor op 31 december 2004 al bestaande regelingen) VUT fiscaal onaantrekkelijk gemaakt. Wat een juridische mond vol… Ook is het niet meer mogelijk om fiscaal gefaciliteerd prepensioen op te bouwen.

Levensloopregeling

Levensloop‘ is op 1 januari 2006 in Nederland ingevoerd met die eerder genoemde Wet aanpassing fiscale behandeling VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Het is een fiscale regeling om het sparen voor inkomen tijdens een periode van onbetaald verlof fiscaal voordeliger te maken. “Onbetaald” wil zeggen dat geen salaris uitbetaald wordt, in de plaats daarvan ontvangt de werknemer een uitkering uit zijn eigen levenslooptegoed. Ik vond het toen al een doekje voor het bloeden, en ben er nooit ingestapt. Sinds 1 januari 2012 is de regeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers, Slechts 6 jaar dus.

Werknemers die in 2011 al deelnamen aan de levensloopregeling en op 1 januari 2012 een saldo hadden van minstens € 3.000 mogen jaarlijks maximaal 12% van hun jaarsalaris inleggen. Werknemers die op 1 januari 2005 minimaal 50 jaar oud waren, maar nog geen 55, mogen meer sparen dan 12% per jaar. Voor alle werknemers geldt dat zij in totaal niet meer mogen inleggen dan 210% van het jaarsalaris. De levensloopregeling is zoals gezegd ingevoerd met de eerdergenoemde Wet VPL, dezelfde wet waarmee de fiscale faciliteiten voor VUT en prepensioen afgeschaft zijn.

Flexibel Pensioen en Uittreden

Speciaal voor ambtenaren en onderwijzend personeel was er Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De regeling werd op 1 april 1997 ingevoerd. De FPU-rechten bestonden uit een basisdeel gefinancierd door middel van het omslagstelsel en een opbouwdeel gefinancierd via een kapitaaldekkingsstelsel. Ook hier gooide de Wet VPL (‘Vergeet je Pensioen maar, Lekker puh’ denk ik inmiddels) roet in het eten. Maar ik heb daarna nog jaren op mijn salarisstrook verplicht een bijdrage geleverd aan de collega’s die al wel van de FPU gebruik maakten.

Spaarloon en Premiesparen

Op 1 januari 1994 kregen we de Wet Bedrijfsspaarregelingen, en die bracht ons de premiespaarregeling en de spaarloonregeling. De premiespaarregeling sneuvelde weer begin 2003, in de toenmalige bezuinigingsdrift van het kabinet-Balkenende. De regeling was een fiscaal vriendelijke vorm om medewerkers te belonen, zonder dat dit leidde tot structureel hogere loonkosten en pensioenlasten.

De premiespaarregeling werd overigens ingevoerd om een sterke loonstijging te voorkomen. In plaats van loonstijging kregen werknemers binnen veel bedrijven jaarlijks een premie van € 526 van de werkgever. Voorwaarde was dat de werknemer zelf ook eenzelfde bedrag op een spaarrekening stortte. Deze regeling was aantrekkelijk voor de werkgever omdat er de bijdrage was vrijgesteld van loonbelasting en sociale premies. Ook de werknemer profiteerde van de regeling omdat het ‘rendement’ 100 procent bedroeg op de ingelegde spaargelden.

De wetswijziging maakte niet automatisch een einde aan de bestaande regelingen, maar alleen aan de fiscale voordelen die eraan zijn verbonden. Het effect is hetzelfde wat mij betreft.

Overige regelingen

Er zijn natuurlijk ook nog de (steeds verder uitgeklede) Lijfrentes en het Banksparen. En laten we niet vergeten dat ondertussen ook nog de meeste pensioenregelingen (inclusief de mijne) omgezet zijn van een Eindloonregeling naar een Middelloonregeling. En bij de meeste pensioenfondsen heb je ook al jarenlang geen indexering meer ontvangen, je toekomstige of huidige pensioen is dus niet meegegroeid met de inflatie. Alleen al bij mijn eigen pensioenfonds ABP zijn de deelnemers hierdoor ongeveer 20% aan koopkracht kwijt.

Tenslotte

Tsja, het is nogal een ingewikkeld slagveld als je het zo op een rijtje probeert te zetten. Met één duidelijke rode draad: het wordt fiscaal steeds minder aantrekkelijk gemaakt om eerder te stoppen met werken. Als ik braaf aan alle regelingen mee zou hebben gedaan, dan had ik nu een veelheid aan potjes met heel veel restricties waar ik niet heel veel mee zou kunnen. Terugkijkend vind ik het nog steeds verstandig dat ik al zo vroeg heb besloten om niet meer mee te doen aan deze regelingen. Gewoon mijn eigen spaarpercentage opkrikken en investeren in één grote pot is beter. En hopen dat er genoeg van mijn pensioeninleg overblijft om ook daar nog een beetje een uitkering uit te krijgen.

Gisteren schreef overigens ook Uitklokken over dit thema.

Profiteer jij nog van één van deze oudedagsregelingen?

De nieuwe salarisbrief

Vol verwachting klopte mijn hart. Zoals elk jaar keek ik uit naar de salarisbetaling van januari. Dat is het moment, dan weten wij loonslaven pas echt wat het effect is van alle maatregelen die elk jaar genomen worden. Dit jaar was er een stapeling van dingen.

  • Wij rijksambtenaren kregen de laatste salarisverhoging uit onze huidige CAO, in totaal 2,0%.
  • Ons pensioenfonds, het ABP, koos voor een kleine verhoging van de pensioenpremie met 0,4 procentpunt.
  • En we kregen de optie om ons vakantiegeld en de eindejaarsuitkering per maand uit te laten betalen in het Individueel Keuze Budget, iets dat ik meteen op 2 januari heb aangevinkt in ons personeelssysteem.

Het had wat mij betreft dan ook weinig zin om vooraf te proberen precies in te schatten wat er op mijn rekening zou worden overgemaakt. Dit was zo’n stapeling van veranderingen… Ik heb gewoon afgewacht. En dit was het resultaat:

  • Het bedrag dat ik betaal aan pensioenpremies is gestegen met bijna 3,5%. Dat komt vooral door de premie van het arbeidsongeschiktheidspensioen, die van 0,12% naar 0,21% ging. De premie ouderdomspensioen steeg slechts met 2,3% ten opzichte van het bedrag in 2019.
  • In totaal is mijn netto salaris gestegen met 3,7%. Dat is dus het resultaat van de 2,0% loonsverhoging uit de CAO, de verandering van de belastingschijven en de gestegen pensioenpremie.
  • De loonheffing is voor mijn situatie 0,9% gedaald.
  • En bovenop mijn salaris krijg ik aan Individueel Keuze Budget een extra maandelijks bedrag van 12,8% van het nieuwe nettosalaris. Dit komt in de plaats van het vakantiegeld in mei en de eindejaarsuitkering in november.

De netto stijging van 3,7% (exclusief Individueel Keuzebudget) valt me alleszins mee. Ik heb ergere jaren gehad, en ook vorig jaar ging ik er netto op achteruit. Maar goed, van de huidige CAO hoeven we niets meer te verwachten, en een nieuwe CAO is nog lang niet in zicht. En ik verwacht begin 2021 een forse stijging van de pensioenpremie…

Nu de salarisbetalingen binnen zijn, heb ik ook de maandelijkse bijdrage van Vriendin en mijzelf aan de gezamenlijke huishouding herberekend. Of liever gezegd, dat heeft onze gezamenlijke administratiespreadsheet automatisch gedaan nadat ik de salarisbedragen heb ingevoerd. De aflossing op het huis doen we 50/50, en alle andere uitgaven (inclusief de hypotheekrente) gaan ‘naar draagkracht’. Dat is gedefinieerd als ‘naar verhouding van ons netto salaris’. Voor het vierde jaar op rij is ons totale huishoudbudget niet gestegen. We komen prima uit met het bedrag dat we maandelijks op de rekening storten. Dat is prettig. Daarmee kon ik ook de laatste maandelijkse automatische boeking voorprogrammeren op mijn bankrekening. Mijn financiën voor 2020 verlopen weer grotendeels geautomatiseerd volgens het principe van ‘eerst mezelf betalen’.

Hoe is het met jouw salaris in januari?

Den Haag licht stilletjes de AOW door

Geldnerd werkt bij de Rijksoverheid, dat is geen geheim, ik volg dus ook uit professionele interesse wat er hier in Den Haag gebeurt. En na meer dan 15 jaar Den Haag ken je ook een aantal trucjes.

Zo weet ik dat je altijd goed op moet letten rond de momenten dat de Tweede Kamer met reces gaat (zeg maar ‘op vakantie’). Net voordat ze gaan of net nadat ze weg zijn worden er nog wel eens interessante brieven door de diverse ministers aan de Kamer gestuurd. In de hoop dat die, tegen de tijd dat de Kamerleden terugkomen, onderaan de stapel liggen. En in de hoop dat ze niet (of in elk geval minder) opgepikt worden door de media, want de parlementaire journalisten volgen hetzelfde vakantieritme als de Tweede Kamer (al hebben sommigen nog veeeeeel langer vakantie).

Net voor de Kerst gingen er vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op vrijdag 20 december enkele interessante brieven naar de Tweede Kamer. Die inderdaad nauwelijks media-aandacht kregen, iedereen zat met z’n gedachten al bij het kerstshoppendiner. Alleen op Twitter, de onderbuik van deze planeet, zag ik een aantal verontwaardigde reacties voorbij komen, met name over de tweede brief. Sommige mensen zijn zo gewend om alleen nog korte stukjes te lezen dat ze niet eens meer in staat lijken te zijn om een hele brief en rapport door te lezen.

De eerste brief is een voortgangsrapportage over de uitwerking van het Pensioenakkoord. Veel voortgang is er nog niet, dat is gegeven de relatief korte tijd die verstreken is ook niet zo gek. Wel staat er (op pagina 2 en 3) een interessante analyse van de verwachte effecten als de rente ook op langere termijn laag blijft. Ook in het Pensioenakkoord wordt namelijk uitgegaan van de ‘risicovrije rente’. Als die laag blijft dan is er wel een rekenprobleem te verwachten. Het blijft ingewikkeld, want het werkelijke pensioen hangt nog steeds af van de rendementen op beleggingen. Die, in elk geval historisch en over langere termijn, tot nu toe steeds hoger geweest zijn dan de risicovrije rente.

De tweede brief is nog interessanter, maar dan is het wel handig om even wat meer achtergronden van de Rijksbegroting te kennen. De Rijksbegroting, oftewel het financiële meerjarenplan van de Nederlandse Rijksoverheid, is verdeeld in Hoofdstukken. In de meeste gevallen is een hoofdstuk gelijk aan een ministerie, maar niet altijd. Bijzondere onderdelen zoals het Koningshuis, de Algemene Rekenkamer en de Raad van State, hebben een eigen hoofdstuk. Ieder hoofdstuk is weer ingedeeld in Artikelen. Die vallen samen met belangrijke thema’s en onderwerpen.

Periodiek wordt er voor elk artikel, zeg maar voor elk belangrijk thema, een Beleidsdoorlichting gedaan. Daarbij staat de vraag centraal of het gevoerde beleid op basis van dit artikel doeltreffend en doelmatig is geweest. In leesbare termen: Bereikt het beleid een beetje het doel, en gebeurt dat een beetje efficiënt of wordt er geld verspild? Beleidsdoorlichtingen zijn pittige exercities, waarbij een strenge blik van buiten meekijkt en fundamentele dingen ter discussie komen te staan. Als ze op ‘mijn’ beleidsartikel plaatsvinden dan levert dat altijd een hoop werk op.

De tweede brief gaat over de beleidsdoorlichting van Artikel 8 van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Artikel 8 gaat over de oudedagsvoorziening, en heeft als doelstelling: “De overheid biedt een basisinkomen aan personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. De overheid stimuleert de opbouw van en stelt kaders voor de houdbaarheid van aanvullende arbeidspensioenen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.” In de brief wordt al snel duidelijk dat deze beleidsdoorlichting zich gericht heeft op de eerste pijler van het pensioenstelsel, de AOW.

Het rapport van de beleidsdoorlichting is interessant leesvoer. Met name hoofdstuk 10, dat ingaat op de doeltreffendheid en doelmatigheid en beleidsvarianten. Zeg maar de conclusies en mogelijke alternatieven. In paragraaf 10.2 op pagina 85 staat de prachtige ambtelijke volzin “In de beleidsdoorlichting is wel geconcludeerd dat voorzover het doel van de AOW is dat het armoede moet voorkomen, in algemene zin gesteld kan worden dat nu de hoogte van de AOW (zeker in combinatie met de inkomensondersteuning AOW) boven het sociaal minimum ligt, dit doel ook met minder middelen bereikt zou kunnen worden”. In gewone mensentaal: het kan goedkoper want de AOW is hoger dan de huidige bijstand. Er worden dan ook twee beleidsvarianten uitgewerkt die de AOW dichter bij het sociaal minimum (‘bijstandsniveau’) zouden kunnen brengen.

Oei! Tijd om met de rollators naar het Malieveld te gaan? Actieplannen voor alle AOW-gerechtigden? Ik zou even wachten. Want dit is de conclusie van de beleidsevaluatie. Maar er zit ook een brief bij van de minister van SZW aan de Tweede Kamer. Die zijn ook altijd interessant, want daar lees je wat het kabinet van plan is om te doen met de evaluatie en de conclusies, onder het kopje ‘Kabinetsreactie’. Gelukkig lees ik daar ten aanzien van de beleidsvarianten dat het kabinet geen aanleiding ziet om, buiten de jaarlijkse indexatie, aanpassingen te doen in de hoogte van de AOW. In gewoon Nederlands: we gaan voorlopig niets veranderen aan de manier waarop de hoogte van de AOW wordt berekend.

Uiteindelijk verwacht ik wel dat de AOW in de toekomst neerwaarts bijgesteld gaat worden, richting het sociaal minimum. Dat is bijna onvermijdelijk. De AOW werkt volgens het omslagstelsel, waarbij de huidige AOW-uitkeringen worden betaald uit de premies die de huidige werkenden nu inleggen. Dat is iets heel anders dan het pensioensysteem, waarbij je zelf premie inlegt in een grote pot voor toekomstige betalingen. Omdat er steeds minder werkenden zijn tegenover steeds meer AOW-gerechtigden, is dat moeilijk houdbaar. Dan zijn er twee oplossingen: de AOW-premie verhogen of de AOW-uitkering verlagen. De huidige reactie van minister Koolmees zie ik dus als uitstel. Er liggen nog genoeg moeilijke dossiers voor deze kabinetsperiode (inclusief de uitwerking van het pensioenakkoord), de AOW mag nog even doorsudderen.

Volg jij de Haagse politiek?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑