Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

  • Post category:Beleggen

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Mijn favoriete beleggingsgrafiek

Mijn beleggingsspreadsheet is de meest uitgebreide van mijn stelsel van spreadsheets. Er wordt van alles bijgehouden er zitten allerlei rapportages en grafieken in.

Maar één grafiek springt er wel uit. Vreemd genoeg is het niet een grafiek die ik vanaf het prille begin gebruik, maar eentje die ik pas begin 2019 gebouwd heb: de waarde van mijn portefeuille versus mijn totale inleg. Hij duikt voor het eerst op in mijn rapportage over het eerste kwartaal van 2019, en sindsdien is ‘ie er elke keer bij.

Toen ik de grafiek Inleg versus waarde introduceerde schreef ik er dit over:

Wat ik zelf een erg leuke toevoeging vind, is de Grafiek ‘Inflow vs Value’. Hierin laat ik voor een zelf te kiezen periode de waarde van mijn portefeuille zien, maar ook het bedrag dat ik tot op heden heb ingelegd. Als de actuele waarde hoger is dan de totale inleg, is het verschil een groen vlak (want dan heb ik ‘op papier’ winst gemaakt). Is de actuele waarde lager dan de totale inleg, dan is het verschil een rood vlak (want dan heb ik ‘op papier’ verlies gemaakt). Dat laatste heb ik gelukkig de afgelopen 5 jaar niet meer meegemaakt. Deze grafiek zorgt ervoor dat ik niet meteen nerveus wordt als de koersen eens een paar weken dalen. Het groene vlak wordt dan weliswaar kleiner, maar ik heb nog steeds ‘papieren winst’.

In een reactie op mijn blogpost over het eerste kwartaal van 2020 vroeg lezer B. om eens uit te leggen hoe ik die grafiek maak. De programmacode zit overigens ook in de beleggingsspreadsheet die je gratis kunt downloaden (je hoeft zelfs geen e-mail adres achter te laten).

Het geheim van deze grafiek? Denken in lagen die je over elkaar heen legt. Ik gebruik hiervoor de ‘xlArea’ grafiek in Excel. Op mijn grafieken pagina kan ik de grafiek kiezen uit een menu, en ook heb ik de keuze uit een aantal periodes. Meestal kies ik voor de periode tot twee jaar terug, maar ik kan ook langer of korter terug.

De eerste laag is (uiteraard) de actuele waarde van mijn portefeuille. Die wordt elke week automatisch berekend als ik mijn rapportage importeer in de beleggingsspreadsheet, en opgeslagen op een werkblad met weekstatistieken. Deze geef ik als groen vlak weer in een grafiek.

De tweede is de totale inleg. Ook die wordt elke week berekend als ik mijn rapportage importeer in de beleggingsspreadsheet, en opgeslagen op een werkblad met weekstatistieken. Mijn beleggingsspreadsheet bevat, naast mijn beleggingstransacties, ook de transacties op de bijbehorende bankrekeningen. Daar kun je zien hoeveel geld ik van mijn tegenrekening naar de beleggingsrekening heb gestort. Het gaat hier om netto inleg, dus als ik geld van mijn beleggingsrekening over zou maken naar mijn tegenrekening dan wordt dat er van afgetrokken. Maar tussen mijn tegenrekening en mijn beleggingsrekening is er al jaren sprake van eenrichtingsverkeer.

De inleg wordt als een rood vlak over het groene vlak heen gelegd. Dan ziet het er uit zoals hieronder.

Het geheim is de derde laag. Elke week, bij het importeren van mijn rapportage, kijkt mijn spreadsheet ook welke van de twee waardes de laagste is: inleg of actuele waarde. De laagste van de twee slaat ‘ie op voor het derde lijntje, de laagste van de twee. En als je die dan als een wit vlak over de andere twee vlakken heen legt krijg je het gewenste effect. Als de actuele waarde hoger is dan de inleg zie je een groen vlak om het verschil weer te geven. Maar als de actuele waarde lager is dan de inleg, dan zie je een rood vlak. Zoals hieronder.

Ik heb voor deze blogpost de gegevens van de laatste weken overigens een beetje gedramatiseerd. Zodat er een rood vlak zichtbaar wordt. In de realiteit heeft mijn portefeuille, sinds het begin op 1 januari 2013, nog nooit een rood vlak laten zien. Ik hoop dat dat zo blijft, maar je weet natuurlijk maar nooit. We zijn er nog lang niet met dat virus.

Denk jij wel eens in laagjes?

Stille revoluties in Beleggingsland?

  • Post category:Beleggen

De wereld van het beleggen klinkt best wel spannend, en sommige mensen vinden het geen fijn idee dat de waarde van hun inleg kan dalen. En ook achter de schermen rommelt het. Er zijn grote veranderingen aan de gang bij de tussenpersonen waar je als particulier je centjes kwijt kunt.

Beleggen in vroeger tijden

Toen Geldnerd ooit begon met beleggen, vele jaren geleden, was dat het domein van de grootbanken. Die boden hun klanten toegang tot ‘de beurs’ en een select aantal fondsen, meestal van hun eigen fondshuis. Geldnerd had z’n hele financiële huishouding destijds bij de Rabobank geparkeerd, en daar was je dus veroordeeld tot de fondsen van Robeco (dat toen een volledige dochter van de Rabobank was). De kosten van handelen waren hoog. Als ik in mijn archief kijk, dan werd er rond het jaar 2000 rustig € 12 gerekend voor een order in een AEX-fonds die een waarde van minder dan € 1.000 had. En ook de (verborgen) kosten van de Robeco-fondsen waren hoog. Ik verdiepte me daar destijds nog totaal niet in, maar in een oud jaarverslag vond ik een cost ratio van ruim 1,1%. Dat zijn ongekende kosten voor hedendaagse begrippen.

In mijn beleggingsspreadsheet van het jaar 2008 (toen maakte ik voor elk jaar nog een nieuwe sheet!) duikt ineens SNS Fundcoach op. Het bedrijf Fundcoach was een aantal jaren eerder opgericht, en inmiddels overgenomen door SNS Reaal. Het presenteerde zich als de eerste Nederlandse fondsensupermarkt, had een breder aanbod en hanteerde ook fors lagere tarieven. Vanaf dat moment zie ik ook meer ‘exotische’ beleggingen opduiken in mijn portefeuille. Fondsen van Blackrock en Merrill Lynch bijvoorbeeld, maar ook het eerste Vanguard fonds duikt op in mijn beleggingen, net als het Noorse Skagen.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Inmiddels was er ook Alex Vermogensbeheer. Daar heb ik net na mijn echtscheiding een deel van mijn vermogen ondergebracht, uiteindelijk heb ik van 2013 tot 2017 van hun diensten gebruik gemaakt. SNS Fundcoach en Alex zijn overigens beide overgenomen door Binck Bank, en inmiddels volledig geabsorbeerd. Binck biedt nog wel een dienst aan met de naam Fundcoach, maar de merknaam Alex is volledig verdwenen. En Binck Bank is natuurlijk inmiddels overgenomen door het Deense Saxo Bank. Die overigens inmiddels voor ruim 51% eigendom is van de Chinese autofabrikant Geely, las ik toen ik er wat dieper in dook. Ik weet niet of ik daar nou meteen zo enthousiast van word….

Versnippering

De Nederlandse beleggingsmarkt is inmiddels ook behoorlijk versnipperd. DeGiro heeft als goedkope broker stevig aan de weg getimmerd, maar is inmiddels overgenomen door de nog goedkopere ‘new kid on the block’ Flatex. En dan is er ook nog Lynx. Daarmee hebben we de belangrijkste brokers wel gehad, denk ik. Alhoewel vergelijkingssite Finner een uitgebreider overzicht heeft.

Maar goed, er valt dus het nodige te kiezen. En voor een breed aanbod aan beleggingsopties hoef je echt niet meer de hoofdprijs te betalen. Mr. FOB houdt een uitgebreid overzicht bij van de goedkoopste opties om te beleggen, bij verschillende beleggingsprofielen. En al die tijd zaten de Grootbanken in de verdediging. Te duur, te log, en het aanbod te beperkt. Een weldenkende belegger zit dus niet meer bij één van de grote banken?

De terugkeer van de kolossen?

Het afgelopen jaar viel het me op dat de grote banken zich toch weer begonnen te roeren. Er werd weer geadverteerd met hun beleggingsaanbod. Deels heeft dat natuurlijk te maken met de sterke stijging van de aandelenbeurzen. En ook met de rentestand. Banken moeten hun overtollig spaargeld stallen bij de Europese Centrale Bank, en daar betalen ze momenteel netto rente voor. Eigenlijk hebben ze dus liever dat hun spaarklantjes het geld in aandelen steken. Dat is goedkoper voor de bank.

Puur uit nieuwsgierigheid heb ik een tijdje geleden het aanbod van de Rabobank weer eens bekeken. Het was voor het eerst in meer dan 10 jaar dat ik mij daar in verdiepte. Dat kwam ook omdat een lezer mij vroeg om eens te kijken naar zijn portefeuille, die volledig bij de Rabobank geparkeerd stond. Voor mij is het nog steeds niet aantrekkelijk. De kern van mijn portefeuille wordt gevormd door een handvol exchange-traded funds (ETFs) van Vanguard en iShares. Maar geen enkel fonds uit mijn portefeuille is verkrijgbaar bij de Rabobank. Rabo rekent tot € 100.000 0,06% per kwartaal, en over het meerdere 0,03%, met een minimum van € 5 en een maximum van € 100 (Binck: maandelijks €3,50 + 0,01% van de portefeuille). Daarmee ben ik bij Binck veel goedkoper uit. De transactietarieven van Rabo zijn wel lager dan vroeger, maar met één transactie per maand ben ik bij Binck echt goedkoper uit. En beleggers bij DeGiro betalen één keer per maand zelfs helemaal geen transactiekosten als ze een fonds uit de kernselectie kopen. Ook bij ABN AMRO vind ik de kosten nog niet echt laag en het assortiment beperkt, ook hier kan ik geen enkel fonds uit mijn huidige portefeuille verhandelen.

Banken willen het zelf doen

Onlangs las ik een interessant artikel in het FD. Het ging over de manier waarop de grote banken proberen om iets meer geld over te houden aan hun beleggende klanten. Niet door de tarieven te verhogen (die zijn al vrij hoog, zagen we net), maar door de fondsen die ze aanbieden goedkoper te maken. Ze maken namelijk eigen fondsen. Het is een langere-termijn gevolg van het provisieverbod, dat in Nederland in 2014 is ingegaan. Nu de fondsaanbieders de banken niet meer mogen betalen voor het voeren (en aanprijzen) van hun producten, lopen de banken inkomsten mis. Bovendien willen steeds meer beleggers (goedkoop) passief beleggen en liefst ook duurzaam, een gebied waar (te) weinig aanbod is. Dus gaan de grote banken het zelf doen, maar wel elk op een andere manier.

ING wordt zelf een soort van fondshuis, en gaat huisfondsen samenstellen met vooral individuele aandelen en obligaties. Alleen voor specialistische categorieën, zoals schuld uit opkomende markten, worden externe beleggingsfondsen gebruikt. ABN AMRO, blijkbaar Nederlandse marktleider in vermogensbeheer, maakt ook deels eigen huisfondsen met individuele aandelen en obligaties, Verder gebruiken ze hun Franse dochtermaatschappij ABN Amro Investment Solutions om te bekijken welke manager het beste is voor specialistische categorieën. ABN bepaalt hoe die het fonds moet beheren en tegen welke kosten, er komt dan een soort speciaal fonds exclusief voor ABN-klanten. Rabobank maakt gebruik van BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, die voor Rabo gaat bekijken welke fondsen aan hun eisen voldoen. BlackRock regelt dan ook een speciaal fonds voor Rabo-klanten. Het is een juridische constructie voor de beleggingen. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik word niet meteen enthousiast. Want ‘huisfonds’ heeft voor mij toch de smaak van ‘te klein en te duur’. ING en Rabobank beginnen hier net mee, maar het artikel sluit af met de constatering dat ABN AMRO de kosten voor klanten niet verlaagd heeft. Het gaat dus opnieuw om de eigen winstmarge, lijkt het.

Tenslotte

Terug naar de grootbanken? Ik niet. Wel volg ik met interesse de ontwikkelingen bij Binck Bank (mijn broker) na de overname door Saxo Bank, en de ontwikkelingen bij de combinatie van DeGiro en Flatex. Want vooralsnog lijken me dat de combinaties met het meest brede en goedkoopste beleggingsaanbod.

Kijk jij ook af en toe naar wat er gebeurt in beleggingsland?

Aanpassingen in mijn beleggingsportefeuille

  • Post category:Beleggen

Eerder dit jaar heb ik mijn beleggingsportefeuille aangepast, nadat veel Amerikaanse ETFs niet meer beschikbaar waren ten gevolge van de MIFID-II regelgeving. Mijn portefeuille wil ik niet te vaak aanpassen, om kosten te voorkomen. ‘Stug volhouden’ is namelijk nog steeds de beste strategie. Maar eens in de zoveel tijd is het wel goed om te kijken of je nog wel op de goede weg bent. Soms veranderen de uitgangspunten van fondsen en ETFs namelijk ineens, meestal zonder uitgebreide communicatie. Of er komen nieuwe, aantrekkelijker alternatieven op de markt. In deze blog een overzicht van de recente aanpassingen en/of gedachten daarover.

Verhouding Aandelen – Obligaties

Naarmate je ouder wordt en dichter bij de datum komt waarop je het vermogen daadwerkelijk nodig hebt, wordt je geacht minder risico te nemen. Een vuistregel is dan om ( 100 -/- je leeftijd ) procent in risicovolle beleggingen te steken, en de rest in minder risicovolle.

Het risicovolle element in mijn vermogen zijn de aandelen die onder de ETFs in mijn portefeuille liggen. Maar de minder risicovolle component heeft meerdere onderdelen. Het gaat dan om obligaties, maar ook om contant spaargeld. En ik reken ook het eigen geld dat in ons huis zit hieronder. Het is weliswaar niet snel contant te maken, maar ik vind het, ook vanwege de lange verwachte looptijd, een laag risico.

Ik heb serieus overwogen om het percentage Obligaties in mijn portefeuille te verlagen, van 20% naar 10%. Maar iets houdt me tegen. Het is ondermeer de gedachte dat ik dan net zo goed helemaal kan stoppen met obligaties, net als OntslaDeBaas een tijd geleden heeft gedaan. Ik weet het niet, ik ben er nog niet uit. Vooralsnog laat ik het dus maar even op 20% staan.

Obligatiefonds(en)

Ik maakte gebruik van twee obligatiefondsen, de iShares Core Euro Corporate Bond ETF (IEAC) en de iShares Core Euro Government Bond ETF (IEGA). Maar als je daar echt induikt, dan zie je dat het verschil tussen staatsobligaties en bedrijfsobligaties erg groot is. Bedrijfsobligaties zitten een beetje tussen staatsobligaties en aandelen in. En om te renderen moet je al behoorlijk wat meer risico lopen. Daarnaast heb ik afgelopen jaren aan den lijve de effecten van valutaschommelingen ondervonden.

Tijdens mijn eerdere portefeuille-aanpassingen heb ik ook al eens gekeken naar de Xtrackers II Global Government Bond UCITS ETF (DBZB). Die viel toen af omdat ze deden aan synthetische replicatie en niet aan fysieke replicatie. Maar dat is recent veranderd. En de ETF belegt in staatsleningen van investment grade en hoger, én is gehedged is naar de euro. Net als MrFOB ben ik dus overgestapt. Door mijn overstap van Alex naar Binck had ik gedurende een periode gratis transactietegoed, dus het verkopen van IEAC en IEGA en daarna aankopen van DBZB kostte mij helemaal niets.

Dividend

Inmiddels heb ik 5 dividend-ETFs in mijn portefeuille. Uit het BM (Before MIFID-II) tijdperk heb ik mijn Amerikaanse ETFs Vanguard Dividend Appreciation Index Fund ETF Shares (VIG) en de iShares Select Dividend ETF (DVY). En ik heb ook nog een plukje Vanguard High Dividend Yield Index Fund ETF Shares (VYM), dat ik ooit gekocht heb. En uit het AM (After MIFID-II) tijdperk heb ik de Think Morningstar High Dividend UCITS ETF (TDIV) en de iShares Euro Dividend UCITS ETF (IDVY). Een beetje veel fondsen misschien?

Op dit moment zie ik bij andere bloggers regelmatig de SPDR S&P USD Dividend Aristocrats (UDVD) en de SPDR S&P EUR Dividend Aristocrats (SPYW) langskomen. Daar heb ik recent ook vrij uitgebreid naar gekeken. Ik zie weliswaar een lagere kostenfactor (0,3% versus de 0,4% die ik voor mijn huidige dividend-ETFs betaal), maar ook een ruimschoots (1%) lager dividendrendement voor UDVD en SPYW. Ik blijf dus nog maar even vasthouden aan mijn huidige fondsen.

Daarnaast zie ik overigens dat ook Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (VWRL), het hoofdfonds in mijn portefeuille, een heel aardig dividendrendement maakt.

Samenvattend

Op dit moment is dus alleen mijn obligatiestrategie aangepast. De rest blijft even zoals het is.

Uiteraard heb ik mijn adviestool in mijn beleggingsspreadsheet hierop aangepast. Die blijft me, ook met deze aanpassingen, keurig elke maand vertellen wat ik bij moet kopen om zo dicht mogelijk bij mijn gewenste portefeuille-indeling te komen.

Kijk jij regelmatig naar de samenstelling van jouw beleggingsportefeuille?

Mijn nieuwe beleggingsportefeuille – deel 2

  • Post category:Beleggen

Vorige week schreef ik over mijn voorgenomen nieuwe beleggingsportefeuille. Er ontspon zich in de comments een leuke discussie, en er kwamen een aantal tips en alternatieven langs. Afgelopen weekend heb ik die geanalyseerd, en op basis daarvan heb ik mijn concept-portefeuille nog op een paar punten aangepast. Daarbij heb ik ook gecheckt of ik de betreffende fondsen kan verhandelen via mijn broker.

Aandelen

Het percentage aandelenfondsen is aangepast van 55% naar 40%. 40% was het ook in mijn oude portefeuille. Ik heb de verdeling Large Cap / Small Cap aangepast van 60 / 40 naar 70 / 30. En voor Small Cap ga ik, in plaats van de iShares MSCI World Small Cap UCITS ETF USD (WSML), nu gebruik maken van de iShares MSCI World Small Cap UCITS ETF EUR (IUSN). Zoals GB in de comments terecht opmerkte, is dit hetzelfde onderliggende fonds, maar met notering in Euro’s. Dat scheelt wisselkosten.

Dividend

Het percentage dividendfondsen heb ik verhoogd van 25% naar 40%, net zoals het in mijn oude portefeuille was. Op basis van de tip van SAN in de comments heb ik de Think Morningstar High Dividend UCITS ETF (TDIV) toegevoegd, naast de iShares Euro Dividend UCITS ETF EUR (IDVY) die ik al wilde gaan gebruiken. Voorlopig zet ik deze twee fondsen in een 50/50 verhouding.

Samenvattend

Hoe ziet dat er dan alles bij elkaar uit? Zoals in onderstaand schema!

Wordt dit mijn nieuwe beleggingsportefeuille?

  • Post category:Beleggen

Het verhaal is inmiddels wel bekend. Ten gevolge van de PRIIPS regelgeving waren mijn favoriete ETFs niet meer verhandelbaar. Tijdens mijn vakantie en in de weken daarna heb ik de alternatieven op een rijtje gezet, om te komen tot een nieuwe goede portefeuille-opbouw. Maar voordat je verder leest herinner ik je graag even aan mijn disclaimer!

Even recapitulerend, in onderstaand overzicht zie je de gewenste opbouw van mijn portefeuille zoals ik die in het afgelopen jaar gehanteerd heb. De fondsen met een rood kruisje kan ik op dit moment niet meer aankopen via mijn broker.

Mijn uitgangspunten blijven ongeveer hetzelfde. Ik wil 80% van mijn vrije vermogen (het deel dat niet in ons huis zit) zo gespreid mogelijk beleggen over de hele wereld. De overige 20% beleg ik in Obligaties, zowel van bedrijven als overheden, en zit in spaargeld. Bij de beleggingen wil ik een goede mix van Large Cap en Small Cap aandelen. Na enig nadenken heb ik besloten om geen extra nadruk te leggen op Emerging Markets. Dat blijft mij teveel speculeren.

Dan houd je nog best wat keuze over. Helaas wel minder dan in het Amerikaanse spectrum. Bij de selectie kijk ik naar een aantal factoren:

  1. De Total Expense Ratio, oftewel de kosten voor het gebruik van de ETF. Liever een lage dan een hoge, dat moge duidelijk zijn.
  2. Omvang en verhandelbaarheid van de ETF. Bigger is usually better.
  3. Een zo klein mogelijke ‘tracking difference’. Oftewel, ik wil graag dat mijn ETFs zo nauwkeurig mogelijk de index volgen.
  4. Eventuele valutarisico’s
  5. En (uiteraard), ik moet de fondsen kunnen kopen en verkopen via mijn broker.

Voor mijn onderzoek heb ik vooral gebruik gemaakt van JustETF en van Morningstar. Op beide websites vind je een schat aan informatie.

Large Cap

Net als vele anderen kom ik voor deze categorie uit bij de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (VWRL). Daar ga ik niet meer al te veel over schrijven, dat heeft ondermeer Mr. FOB al uitgebreid gedaan. Maar ik onderschrijf wel de conclusie dat dit een verslechtering is ten opzichte van de VTI / VXUS constructie.

Small Cap

Dan de small caps. Een categorie die mensen vaak lijken te vergeten. Terwijl ik met mijn Russell 2000 ETF hele goede resultaten boek, die doet het zelfs beter dan de S&P500. In deze categorie kom ik uit bij de iShares MSCI World Small Cap UCITS ETF (WSML). Ook hier niet ideaal, maar as good as it gets.

Dividend

Dit vond ik (helaas) veruit de moeilijkste categorie. Ik ben inmiddels dol op dividend en zou er juist meer van in mijn portefeuille willen hebben. En ik had een paar mooie Amerikaanse dividendfondsen, die ik helaas niet meer kan bijkopen.

In het Europese fondsenspectrum is er bar weinig concurrentie op dit terrein, en er zijn dan ook heel weinig breed gespreide fondsen te vinden die zich specifiek op dividendrendement richten. Ik kom uiteindelijk uit bij de iShares Euro Dividend UCITS ETF EUR (IDVY), die zag ik ook bij FinanceMonkey langskomen. Lopende Kostenfactor is 0,4%, het dividendrendement in de laatste 12 maanden was 4,19%.

Ik heb ook gekeken naar de iShares STOXX Global Select Dividend 100 UCITS ETF (ISPA). Lopende Kostenfactor 0,46%, het dividendrendement in de laatste 12 maanden was 3,51%. ISPA wordt door Morningstar omschreven als een niet heel aantrekkelijke optie en krijgt de rating Neutral. En de rest is nog erger, lijkt het. Op dit terrein is er wat mij betreft (te) weinig concurrentie. Hier ga ik mijn ‘oude’ dividendfondsen wel missen.

Obligaties

Voor obligaties hoef ik gelukkig niets te veranderen, de beide fondsen die ik hiervoor gebruik kan ik nog gewoon verhandelen. Het gaat om de iShares Core Euro Corporate Bond ETF (IEAC) en de iShares Core Euro Government Bond ETF (IEGA).

Samenvattend

Alles bij elkaar levert dat de onderstaande verdeling op, die ik in wil stellen in mijn Balanceer-tool in de beleggingsspreadsheet. Ik moet nog wel even kijken hoe ik mijn reeds bestaande ‘oude’ portefeuille daarin meeweeg. Als ik die buiten beeld laat, dan wordt mijn weging in aandelen te zwaar, en mijn weging in obligaties veel te laag.

Ergens houd ik hier toch wel een beetje frustratie aan over. Ik heb niet helemaal het gevoel dat deze portefeuille dezelfde spreiding en kwaliteit heeft als mijn voorgaande versie, met dank aan de Europese Unie (waar ik normaliter een groot fan van ben). Maar vooralsnog zal ik het ermee moeten doen. Want de minister van Financien (of eigenlijk de AFM) is niet genegen om Engelstalige documentatie toe te laten, dus de oude fondsen zijn we voorlopig echt wel kwijt.

Hoe pas jij jouw portefeuille aan?