Voor mij is en blijft ‘rust’ de belangrijkste reden om met mijn financiën bezig te zijn. Weten wat er in komt en wat er uit gaat. Weten hoe ik ervoor sta. Weten dat ik de meeste (ook wat grotere) onverwachte (of ongewenste) financiële situaties aankan zonder dat ik erdoor in de problemen raak.

Een belangrijk instrument daarbij is de Buffer. Een tijdje geleden las ik dat ook bij Min Of Meer. En het NIBUD heeft het er ook vaak over. Het potje voor het opvangen van onverwachte uitgaven is belangrijk voor het gevoel van rust. Regelmatig worden we om de oren geslagen met onderzoek waaruit blijkt dat een groot deel van de huishoudens die niet heeft, of te weinig. Het NIBUD adviseerde in 2014 een buffer van minimaal € 3.550 voor een alleenstaande. Voor een echtpaar zonder kinderen was het advies € 4.000 en voor een echtpaar met kinderen € 5.000. 40% van de Nederlandse huishoudens voldoet niet aan die norm. Recent heeft het NIBUD die normen aangepast, lees ‘verhoogd’.

Ik ga zelf nog een stapje verder. Wat als ik mijn baan verlies en een tijdje zonder werk zit? Onverwachte grote uitgaven voor bijvoorbeeld een auto of een gedeeltelijke inboedel en een verzekering die niet of langzaam uitkeert? Voor mezelf heb ik de lat gelegd op 6 netto maandinkomens. Dat is het bedrag wat ik in mijn buffer beschikbaar wil hebben. Dat is dus nog een stukje hoger dan 6 maanduitgaven. Sinds een aantal jaren voldoe ik gelukkig aan mijn eigen eis. Dat geeft veel rust. Ik heb er bijvoorbeeld veel profijt van gehad toen we naar het buitenland verhuisden.

Voor mijn Buffer heb ik een paar simpele spelregels. Ik mag dat geld niet beleggen. Ook mag ik het niet vastzetten in bijvoorbeeld een deposito. Het moet op elke moment direct toegankelijk en bruikbaar zijn.

Hoe ga jij om met jouw buffer?