Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

FIRE Calculator 4.1 – Nabestaandenpensioen

Mijn FIRE Calculator blijft een populair ding. Inmiddels is deze al meer dan 10.000 keer gedownload. Regelmatig krijg ik reacties en vragen over het rekenmodel. En dat leidt dan af en toe tot een nieuwe of verbeterde versie. Ook nu weer.

Nabestaandenpensioen

Ik kreeg namelijk een vraag over de wijze waarop het rekenmodel omging met het nabestaandenpensioen. Van een lezer die zelf nabestaandenpensioen ontvangt. Echter, in de situatie van de lezer werd het bedrag dat wordt ingevuld niet meegenomen in het tabblad Data.

Deze vraag over het nabestaandenpensioen wees mij op een denkfout die ik gemaakt heb in mijn model. Ik heb (teveel) geredeneerd vanuit mijn eigen situatie, met een levende partner. Het model werkte dus alleen in een situatie dat er twee partners zijn. Na het overlijden van de een wordt diens nabestaandenpensioen opgeteld bij het inkomen van de overlevende partner. Dat werkt als je het model met z’n tweetjes invult. Maar niet als de ene partner al overleden is en er dus alleen een nabestaandenpensioen-ontvangende partner is.

Daar heb ik de FIRE Calculator dus op aangepast. Het model rekent nu met een te ontvangen nabestaandenpensioen per persoon. In een rekensituatie met twee personen begint dat als een van de twee personen overlijdt. Als je de berekening uitvoert met één persoon dan kijkt het model naar het startjaar bij het nabestaandenpensioen. Is dat veld leeg, dan ontvang je het nabestaandenpensioen gedurende de hele rekentijd van het model. Vul je daar een jaartal in, dan ontvang je dat nabestaandenpensioen vanaf dat startjaar. Het nabestaandenpensioen is nu ook zichtbaar in een aparte kolom op het werkblad data.

Praat Nederlands met me…

Verder kreeg ik de vraag hoe de Engelse termen in het tabblad Data gewijzigd kunnen worden naar Nederlandse termen. Wanneer er nieuwe gegevens zijn ingevoerd en een herberekening wordt gemaakt, dan worden de Nederlandse begrippen die gebruikers hebben ingevoerd overschreven door de oorspronkelijke Engelse termen. Veel mensen zijn niet zo thuis in die Engelse termen en houden het daarom liever op het Nederlands.

Het werkblad Data wordt inderdaad elke keer bij herberekening volledig gewist en opnieuw opgebouwd. Inclusief de kopjes. Die zitten dus ‘ingebakken’ in de programmatuur. Het is een beetje een ‘tic’ van mij om altijd Engelstalig te programmeren. Maar ik heb de programmatuur zo aangepast dat er nu alleen nog Nederlandse termen gebruikt worden op het werkblad Data en in de Grafiek. Het was natuurlijk ook een beetje onzinnig om Engelse termen te gebruiken voor een FIRE model dat helemaal op de Nederlandse pensioen- en vermogenssituatie is ingericht…

Ook nog een aanpassing op het grafiekenblad. Want de legenda van de grafiek werd wel erg vol. Dus krijg je nu alleen de componenten te zien van de perso(o)n(en) die je aanvinkt.

Het rekenmodel

Op verzoek verschijnt er volgende week een uitgebreide blogpost over het rekenmodel achter de FIRE Calculator. Hierin komt een beschrijving van alle aannames en berekeningen die ik maak in de spreadsheet. Het is geen hogere wiskunde of magie, iedereen die tot tien kan tellen kan dit maken voor zijn of haar eigen situatie.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Voor meer informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. In versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4.0 kreeg meer opties voor handmatige aanpassingen.

FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Side Hustles en de Belastingdienst

  • Berichtcategorie:Belastingen

Een lezeres van dit blog vroeg mij om eens te schrijven over ‘side hustles’. In beter Nederlands, betaalde nevenactiviteiten. Dingen die je doet naast je reguliere baan en die geld opleveren. Daarmee kun je eerder financieel onafhankelijk zijn. Of je kunt met minder geld toe voor je financiële onafhankelijkheid, omdat je jouw inkomen uit vermogen aanvult met geld van betaalde nevenactiviteiten. ‘Barista FIRE‘ wordt dat ook wel genoemd. Of voor sommige mensen: in de zandbak spelen.

Zelf doet Geldnerd niet echt aan nevenactiviteiten. Ik heb best een drukke baan en wil daarnaast graag mijn tijd besteden aan ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, Vriendin en Hondje. Maar deze blog is ook een vorm van betaalde nevenactiviteit, want er staat een advertentie in de zijlijn (behalve op mobieltjes) en ik krijg een paar cent van Google als je daar op klikt. Rijk wordt je daar niet van, overigens. Maar er zijn allerlei vormen van betaalde nevenactiviteiten. Sommige mensen krijgen een vergoeding voor vrijwilligerswerk. Andere mensen heb een webshopje met zelfgemaakte spulletjes. En weer anderen sparen via Euroclix met het openklikken van mails en invullen van enquetes, of verkopen spulletjes via Marktplaats. Er zijn legio nevenactiviteiten die geld op kunnen leveren .

Voor vrijwilligerswerk gelden overigens speciale regels. Want dat wil de overheid toch wel een beetje aanmoedigen, en dan helpt het niet als mensen hun hele vergoeding naar de Belastingdienst mogen overmaken.

Belasting betalen

Die extra inkomsten uit nevenactiviteiten zijn natuurlijk mooi meegenomen. Maar zoals iedereen in Nederland weet (of in elk geval hoort te weten) zijn inkomsten en belastingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daar lees je dan weer een stuk minder over. Een aantal jaren geleden heeft Zuinigaan wel eens geschreven over de extra belasting die ze moest betalen over haar neveninkomsten, uit haar weblog en het werk in een stembureau. Zij kwam er toen op uit dat ze in haar specifieke situatie ruim 60% van haar extra inkomsten naar de Belastingdienst mocht brengen. Maar verder ben ik er nog niet veel over tegengekomen.

Uitgangspunten

Ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting, en werk je voor de betreffende werkzaamheden ook niet in loondienst, maar heb je wél inkomsten? Dan noemt de Belastingdienst dat ‘inkomsten uit overig werk’. Het uitgangspunt is dat je het geld dat je hiermee verdient moet opgeven in de belastingaangifte. Ook als het bijvoorbeeld een vergoeding is voor gemaakte reiskosten. De Nederlandse belastingregels zijn daar vrij strikt in. Alhoewel de Belastingdienst zelf ook verzucht dat er zoveel verschillende situaties kunnen zijn dat er geen uitputtende lijst te vinden is. Het gaat dan niet om incidentele inkomsten, zoals af en toe een overbodig meubelstuk verkopen via Marktplaats. Maar jaag je structureel op koopjes om ze met winst door te verkopen, dan wordt het al iets anders.

Ondernemer ben je voor de inkomstenbelasting als jouw activiteiten zich afspelen in het economisch verkeer (dus tussen jou en andere bedrijven of klanten) en als je daar financiële winst van kunt verwachten. Er is dan sprake van een bron van inkomen. Maar als de activiteiten zich afspelen binnen de hobby- of familiesfeer, bent je weer geen ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Kortom, helemaal helder is het niet. Er zit wat interpretatieruimte voor de Belastingdienst in. Ik ben er nooit helemaal gerust op als overheidsinstanties te veel eigen ruimte hebben, daar komen maar problemen van.

Negatief financieel resultaat

Je hoeft je geen zorgen te maken als je een negatief financieel resultaat uit de werkzaamheden behaalt, en dat naar verwachting ook zo blijft. Dan noemt de Belastingdienst het geen bron van inkomen, maar activiteiten in de hobby- en familiesfeer. De inkomsten en kosten hoef je dan niet op te geven in de belastingaangifte.

Dit is overigens wel de reden dat Geldnerd keurig bijhoudt wat deze blog allemaal kost en oplevert, net als mijn andere website (die al draait sinds 2004). Ik kan keurig aantonen dat ik sinds het begin een negatief financieel resultaat heb behaald. Het is voor mij niet verplicht om een administratie bij te houden. Maar de Belastingdienst kan wel vragen om informatie, dus dan kun je het maar beter bij de hand hebben.

Wat moet je betalen?

Als je inkomsten hebt, dan staan daar soms ook kosten tegenover. Voor deze weblog heb ik bijvoorbeeld de domeinnaam ‘geldnerd.nl’ geregistreerd en een contract met een hostingprovider, een partij die serverruimte beschikbaar stelt voor mijn website en zorgt dat die met internet verbonden is. Als ik het zou willen, zou ik me ook nog te buiten kunnen gaan aan allerlei betaalde tooltjes voor marketing, e-mail nieuwsbrieven, en ‘Themes’ om de website een beter uiterlijk te geven. Ik zou ook dure poloshirts kunnen bestellen met een ‘Geldnerd.nl’ logo, om te dragen naar meet-ups en conferenties. Ik zou een deel van de kosten van mijn laptop, mijn telefoon, en mijn tablet kunnen aftrekken, omdat ik ze gebruik om deze blog te maken en te onderhouden. Dat doe ik allemaal niet. Maar het zouden wel ‘zakelijke kosten’ zijn die je (deels) mag aftrekken van de inkomsten. Inkomsten minus kosten is jouw inkomen uit de nevenactiviteit.

En dat inkomen moet je opgeven in Box 1, de box voor belastbaar inkomen uit werk en woning. Het telt dus op bij de inkomsten uit jouw gewone baan. In 2020 gelden voor Box 1, als je de AOW leeftijd nog niet bereikt hebt, de volgende tarieven.

BelastingschijfBelastbaar inkomen Box 1Tarief
1tot € 68.50837,35%
2vanaf € 68.50849,50%

Wat je dan precies moet betalen, is natuurlijk helemaal afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. In welk belastingtarief val je? Heb je verder nog aftrekbare kosten of schulden? Maar de tarieven geven een aardige indicatie.

Onderdeel van het belastingstelsel is overigens ook een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Daarvoor stuurt de Belastingdienst je nog een aparte aanslag nadat je aangifte hebt gedaan. Bij jouw normale baan betaalt de werkgever dat. Maar voor jouw nevenactiviteiten heb je geen werkgever en moet je die bijdrage zelf betalen. Daar zit overigens wel een maximum aan. Voor freelance neveninkomsten bedraagt de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet in 2020 5,45%. Die moet je dus eigenlijk optellen bij het percentage inkomstenbelasting om een goed beeld te krijgen.

Wat doet Geldnerd?

Het loont de moeite om bij te houden wat jouw hobby’s en nevenactiviteiten kosten en opleveren. Want ongemerkt kan het groeien. En dan kan het zomaar zijn dat je meer dan de helft van je inkomsten uit nevenactiviteiten mag overmaken naar de Belastingdienst. En die Belastingdienst is je beste vriend als je zelf keurig opgeeft wat je verdient. Maar als je iets verzwijgt en zij ontdekken het, dan ben je de pineut. Dan mag je alsnog betalen, waarbij ze ook tot zeven jaar terug kunnen gaan. En boetes op kunnen leggen. En jij mag met bewijzen komen.

Inkomsten uit overig werk moet je aangeven, tenzij expliciet duidelijk is dat het niet hoeft. Punt. Geldnerd is zelf een brave burger, ambtenaar en belastingbetaler, en zal jou dus nooit adviseren om iets niet op te geven. Dat geldt volgens mij dus niet voor activiteiten waarop je structureel een negatief financieel resultaat behaalt. Zoals ik op dit blog. En ook niet op dingen die in de hobbysfeer vallen. Daar reken ik dingetjes als Euroclix en incidentele Marktplaatsverkoop ook onder.

Maar wordt het groter, dan zul je erover na moeten denken. En bij twijfel navraag doen of aangifte doen. Dat is vervelend, want dat kan je een deel van je inkomsten kosten. Maar zo zijn de regels nou eenmaal. Belastingen zijn de prijs van het toegangskaartje voor het wonen in Nederland. En als je die belasting betaalt, denk er dan wel aan dat je daarmee meebetaalt aan mijn salaris als ambtenaar. Misschien voelt het dan wat minder zwaar?

Geef jij jouw neveninkomsten op bij de Belastingdienst?