Salarisbrief januari 2022

Jaarlijks kijk ik in januari extra uitgebreid naar mijn salarisbrief. Dat is altijd weer een beetje een verrassing (en niet altijd aangenaam). Meestal vindt er namelijk per januari een stapeling van wijzigingen plaats. Niet zelden wijzigen de belastingpercentages. Regelmatig wordt de pensioenpremie verhoogd. Soms verandert ons ambtenarensalaris door CAO wijzigingen. Een optelsom is dan vooraf moeilijk te maken, maar de salarisbrief van januari controleer ik dan altijd wel extra goed om te zien of ik de veranderingen kan herleiden (en of ik er uiteindelijk netto iets aan overhoud).

CAO-ontwikkelingen

Ons salaris is eind vorig jaar met 2,0% verhoogd, met terugwerkende kracht per 1 juli 2021. Dat kregen we nabetaald in december. Januari 2022 is dus de eerste reguliere salarisbetaling die gebaseerd is op het nieuwe bruto-salaris.

Pensioenpremie

In december liet het ABP al weten dat de pensioenpremie in 2022 eindelijk eens een keer niet verhoogd zou worden. Dat is goed nieuws voor mijn netto salaris, al zou ik graag zien dat de pensioenen weer eens een keer geïndexeerd worden. Dat is al heel lang niet gebeurd, en is een sluipend toekomstig koopkrachtverlies dat veel toekomstige pensionado’s niet door hebben.

Netto salaris 2022

Het salaris van januari 2022 laat zich moeilijk vergelijken met 2021. Want het salaris is bij CAO halverwege het jaar gewijzigd, maar dat is pas in december 2021 nabetaald. Mijn ‘kale’ netto-salaris salaris, dus netto na pensioenpremies en loonheffing, maar zonder vakantiegeld / dertiende maand / IKB, is in januari 2022 € 20,18 hoger dan eind 2021 op basis van de meest recente CAO. Ik betaal € 13,65 méér aan pensioenpremie. De percentages zijn ten opzichte van 2021 niet veranderd, maar mijn bruto-salaris wel en dus betaal ik meer. De rest van het verschil wordt veroorzaakt door de nieuwe loonheffingstabel.

Mijn Bijzonder Tarief Loonheffing was de afgelopen twee jaar 55,5%. In 2022 kom ik uit op 55,36%, 0,14 procentpunt lager. Belastingdruk is een ding. En ik val in de categorie waar de marginale belastingdruk zo ongeveer het hoogst is. Ben er niet blij mee, maar ik kan er niks aan doen.

Salaris versus inflatie

De inflatie zoals het CBS die meet is niet altijd de inflatie zoals ik die voel in mijn portemonnee. Maar het is wel een indicatie. Inflatie knabbelt aan de koopkracht van mijn salaris. En omdat ik geen zin meer heb om verticale loopbaanstappen te maken om een hoger salaris te krijgen, ben ik afhankelijk van de CAO-verhogingen om de koopkracht van mijn salaris op peil te houden. Begin 2020 heb ik al eens gekeken of de ontwikkeling van mijn netto-salaris de inflatie bijhoudt.

Het is tijd om dat te herhalen. Want de afgelopen maanden lazen we alarmerende berichten over inflatie en begin januari meldde het CBS dat de CAO-lonen minder gestegen waren dan de inflatie. Medio januari kwam het NIBUD met koopkrachtberekeningen voor meer dan 100 soorten huishoudens, en dat was ook al geen fijn beeld.

Ik heb (net als begin 2020) januari 2018 als basis genomen. Voor iedere maand heb ik mijn ‘kale’ netto-salaris genomen. Verder heb ik de maandelijkse consumentenprijsindex (CPI) van het CBS gebruikt. Die twee eenvoudigweg in een grafiek uitgezet levert onderstaand beeld.

En daar zien we een niet zo prettig dingetje. In november 2021 kruipt de inflatielijn door de salarislijn heen. Dat betekent dat ik, uitgaande van de CBS-cijfers, vanaf dat moment koopkracht verlies. In december heeft die stijging van de inflatie ook stevig doorgezet. Zelfs de verandering van het netto salaris per januari 2022 compenseert die inflatie in december niet meer (de inflatie over januari 2022 publiceert het CBS medio februari). Is dat erg? Lees dit uitstekende paper van Coen Teulings, voormalig directeur van het Centraal Planbureau.

En er zit geen salarisverhoging meer in de pijplijn, want ook de CAO van afgelopen jaar was kortlopend. Ik ga maar weer eens kijken naar de rituele dans tussen de werkgever en de vakbonden… Want daar zal ik het toch van moeten hebben.

Hoe is het met jouw salaris deze maand?

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

€ 18,56 netto per maand

Deze week werd het salaris weer gestort op mijn bankrekening. Dat gebeurt bij Geldnerd altijd rond de 24e. Een fijn moment, want dan kan er weer geld naar de spaar- en beleggingsdoelen (ik ben zoals bekend een warm voorstander van ‘betaal jezelf eerst’).

In januari ben ik altijd extra benieuwd naar het netto salaris, omdat je dan de effecten ziet van allerlei maatregelen en aanpassingen die meestal per 1 januari worden doorgevoerd. Mijn verwachtingen waren al niet zo positief, want met mijn ruim bovenmodale inkomen en de pensioenperikelen wist ik dat ik in de groep zit die er het meest op achteruit zou gaan.

En zo geschiede. Mijn netto salaris over januari is € 18,56 lager dan mijn normale netto maandsalaris van vorig jaar. Dat is dus € 222,72 op jaarbasis. Geen ramp, maar om nou te zeggen dat ik sta te juichen: nou nee…

Door het geschuif met de belastingschijven, tarieven en arbeidskorting, betaal ik in januari € 53,59 per maand minder aan loonheffing. Maar daar staat tegenover dat mijn pensioenpremie met € 72,15 per maand stijgt. Met dank dus aan het Alsmaar Betalen Pensioenfonds.

Enfin, ik zal er niet zo heel veel van merken, maar blij word ik er niet van. In mijn huidige functie heb ik bovendien weinig kans op salarisverhoging, omdat ik al aan de bovenkant van de functieschaal zit. En onze CAO is per 1 januari ook afgelopen, en een nieuwe CAO is voorlopig nog niet in zicht. Dus een structureel ‘iets erbij’ hoef ik ook van die kant voorlopig niet te verwachten.

Voldeed jouw eerste salaris van 2017 aan je verwachtingen?

Update: bij mij valt het nog mee, het salaris van Zuinigaan is nog veel steviger gedaald…

Zoveel mensen, zoveel hypotheken

  • Berichtcategorie:Wonen

201610-hypotheekNaar aanleiding van mijn blogje over de ondertekening van ons koopcontract kwamen er in de reacties verschillende strategieën langs die je kunt volgen met je hypotheek. Wij hebben inmiddels onze keuzes gemaakt. In deze blog een aantal overwegingen die voor ons belangrijk waren.

Allereerst vergelijken wij de situatie na aankoop met onze huidige woonsituatie. Wij betalen momenteel € 1.600 per maand voor de huur van ons tijdelijke gemeubileerde appartement. Daarnaast sparen we ongeveer de helft van ons maandsalaris, dat is voor mij ongeveer € 2.000 per maand. Deels gaat dat naar een spaarrekening, en deels wordt dat belegd.

We kiezen voor een lineaire hypotheek, voordelen zijn de vaste aflossing per maand (dat voelt prettig) en de daardoor dalende maandlasten gedurende de looptijd omdat je elke maand iets minder rente betaalt doordat je weer een stukje afgelost hebt. We verwachten allebei dat onze inkomens de komende jaren niet meer heel veel gaan stijgen, dus dan zijn dalende maandlasten aantrekkelijk. Bovendien is een lineaire hypotheek over de hele looptijd gerekend goedkoper dan een annuïteitenhypotheek.

Over onze hypotheek betalen we een bruto rente van 2,41% die we voor 20 jaar vast zetten. Na belastingteruggave resteert een netto rente van 1,77%. Dat is ontzettend laag. Maar ik ga er van uit dat we niet meer gedurende de hele looptijd gebruik kunnen maken van de belastingteruggave, ik verwacht dat de hypotheekrente-aftrek in een van de komende regeerperiodes wel zal gaan sneuvelen.

Als we ‘normaal’ aflossen komen we al na drie jaar in een lagere risicoklasse terecht. Dat komt omdat we bijna 30% van de koopsom met eigen geld financieren. In die lagere risicoklasse gaat er nog eens 0,20% van de bruto rente af.

Ik zou een nog lagere rente kunnen krijgen als we de rente korter vastzetten, maar dat voelt niet goed. De rente is nu kunstmatig laag en straks misschien kunstmatig hoog. Of nog lager. Of nog nog hoger. Ik weet het niet. Maar ik weet dat we de huidige maandlasten makkelijk op één inkomen kunnen dragen. We kiezen dus voor zekerheid.

Een andere reden om niet nog meer eigen geld in het huis te steken en de rente niet korter vast te zetten zijn de kosten van deze lening versus de opbrengst van mijn eigen investeringen. Over de afgelopen 10 jaar heb ik jaarlijks gemiddeld ruim 4,5% netto rendement op mijn eigen vermogen gemaakt. Netto betekent in deze na aftrek van de vermogensrendementsheffing. Ik verdien dus meer op mijn eigen vermogen dan dat de hypotheek mij kost. En in de nieuwe situatie gaan we € 1.056 per maand aflossen. Omdat Geldnerd en Vriendin allebei voor de helft eigenaar worden van het huis, betekent dit dat ik € 528 per maand aflos. Maar dat tel ik niet als last van het huis, maar als onderdeel van mijn spaarpercentage. Ik geef het immers niet uit, maar ik stop het in de stenen. Iedere maand wordt een extra stukje huis van mij. Mijn € 2.000 sparen per maand bestaat dus dadelijk uit drie delen: sparen, beleggen en € 528 aflossen.

Vergelijken we onze huidige huur met de lasten straks, dan gaat dat huurbedrag van € 1.600 ruimschoots voldoende zijn om de maandelijkse lasten van te betalen: rente, gas/water/licht/internet, bijdrage aan de VVE, gemeentelijke lasten, en verzekeringen. En dan blijft er zelfs nog geld over om te reserveren voor het onderhoud van ons eigen huis.

Een dergelijke aanpak las ik ook in de reactie van Stoppen Voor Mijn Vijftigste: “Ik heb ervoor gekozen mijn rente iets langer vast te zetten en ik ga waarschijnlijk niet extra aflossen… Waarom: Omdat ik meer rente ontvang op investeringen dan dat ik betaal aan hypotheek.”. Cheesy Finance kiest een andere aanpak: minimaliseren van de maandlasten.

Wij gaan de hypotheek vrijwel zeker in minder dan 30 jaar aflossen. Ons doel is om voor mijn officiële pensioendatum, dus uiterlijk over een jaar of 20, het huis volledig te hebben afgelost. Maar de precieze momenten van aflossen hebben we nog niet bepaald. Dat gaat afhangen van de ontwikkelingen van ons inkomen, het rendement op ons eigen vermogen en andere gebeurtenissen. Dat bekijken we van jaar tot jaar.

Moraal van dit verhaal voor mij: let op dat je niet teveel betaalt en doe vooral waar je je comfortabel bij voelt, voor de korte en de langere termijn. Dertig jaar vooruit kijken is lastig, maar dit zijn de momenten dat het wel loont om er even over na te denken.

Wat waren en zijn jouw overwegingen bij je hypotheek?